20210713 Raadsbrief Ontwerpbestemmingsplan Schouwse Valleien - Bijlagen toelichting Bijlage 14 Advies Veiligheidsregio Zeeland
Tekst van het document
Gemeente Schouwen-Duiveland T.a.v. de heer D. van Eenennaam Laan van St. Hilaire 2 4301 SH ZIERIKZEE
Onderwerp:
Advies omgevingsveiligheid 'conceptbestemmingsplan Duinrand Oost Burgh-Haamstede ’
• • • •
Crisisbeheersing en rampbestrijding Risicobeheersing Brandweerzorg Geneeskundige Hulpverleningsorganisatie in de Regio (GHOR) Datum: 8 april 2021 Inlichtingen: C.W.A. van Winkelen Tel.: 0613691604 E-mail: c.vanwinkelen@vrzeeland.nl
Geachte heer Van Eenennaam, Op 2 april 2021 verzocht ons om te adviseren op het ‘conceptbestemmingsplan Duinrand Oost’. Op basis van artikel 7 van het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) bieden wij u hierbij onze reactie aan. Graag vernemen wij uw reactie met betrekking tot dit advies. Plangebied en beoogde ontwikkeling Het plangebied omvat het gehele terrein van het huidige vakantiepark Duinrand Oost aan de Hogeweg in Burgh-Haamstede, exclusief 15 percelen van particuliere eigenaren. Het plangebied is gelegen ten westen van BurghHaamstede. Ten westen van het plangebied ligt vakantiepark Wielewaal. Daar weer ten westen van ligt Duinrand West. Aan de oostzijde van Duinrand Oost en aan de overzijde van de Hogeweg, ten zuiden van het plangebied, liggen recreatiewoningen. Aan de noordzijde grenst het plangebied aan het Natura 2000-gebied Kop van Schouwen. De twee bestaande vakantieparken Duinrand Oost en Duinrand West worden heringericht en getransformeerd tot vakantiepark De Schouwse Valleien. Op het oostelijke gedeelte komen 77 recreatiewoningen en 1 logeerhuis zonder centrale voorzieningen. De recreatiewoningen zijn van een gevarieerde omvang en hebben een divers aantal slaapplaatsen. Met het planvoornemen neemt het aantal recreatiewoningen met 29 toe. De huidige standplaatsen voor caravans komen echter te vervallen.
In de toekomstige situatie is sprake van een afname van het aantal eenheden en het aantal bedden. Leeswijzer bij het advies Het advies van Veiligheidsregio Zeeland bestaat uit drie delen: A. Het eerste deel betreft de inventarisatie van de risicobronnen; B. In het tweede deel adviseren wij u over mogelijke maatregelen die in het ruimtelijk plan opgenomen kunnen worden, en
Ons kenmerk: 2021-001512 / D2021-04-000521 Uw kenmerk:
Blad: 1 van 3 Aantal bijlagen: 2 Adres: Postbus 8016 4330 EA Middelburg Segeerssingel 10 4337 LG Middelburg Internet: www.vrzeeland.nl Bank: IBAN: NL06BNGH0285027956 BIC: BNGHNL2G T.n.v. Veiligheidsregio Zeeland
C. In het derde deel gaan we in op overige maatregelen die wij noodzakelijk achten. A. Inventarisatie van de risicobronnen Op zowel het westelijke als het oostelijke gedeelte van Camping Duinrand staan propaantanks. Deze worden met de herindeling verwijderd en komen daarmee te vervallen. Op circa 600 meter van het plangebied loopt de N57. Dit is een basisnetroute voor het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van ongevallen met toxische vloeistoffen en toxische gassen op de N57. Het maatgevende scenario hierbij is het vrijkomen van giftige stoffen. B. Adviezen op te nemen in het ruimtelijk plan In dit bestemmingsplan zijn, met betrekking tot externe veiligheid, redelijkerwijs geen ruimtelijk relevante maatregelen te nemen zoals het uitsluiten van nieuwe risicobronnen, uitsluiten van ontwikkeling voor grote groepen personen en meer afstand tussen risicobron en ontvangers. Wel speelt er nog een ander risico en dat is het risico op natuurbrand. Hiertoe willen wij u het volgende advies meegeven: 1. Natuurbrandrisico: Het recreatiepark grenst aan het natuurgebied Kop van Schouwen. Een natuurbrand in de nabijheid van het park kan overslaan naar de recreatiewoningen. Omgekeerd kan een brand in één van de recreatiewoningen leiden tot een natuurbrand. Vliegvuur zal bij deze scenario’s een grote rol spelen.
Vooral vanwege het feit dat de woningen van hout worden. Om die reden worden in de Risico Index Natuurbrand (RIN), welke door Veiligheidsregio Zeeland is vastgesteld, veiligheidsafstanden gehanteerd tussen natuurgebieden en bebouwing. Wij willen u meegeven om bij ruimtelijke ontwikkelingen in de nabijheid van natuurgebieden rekening te houden met de uitgangspunten en adviezen uit de RIN. Verder geven wij met betrekking tot het natuurbrandrisico de volgende adviezen mee: • Houd een veiligheidsafstand van 50 meter aan tussen de recreatiewoningen en omliggende natuur. • Maak voor de beplanting op het park gebruik van loofhoutsoorten. • Gebruik voor de buitenwanden van de recreatiewoningen materiaal van brandklasse A1 of A2. Deze materialen leveren nagenoeg geen bijdrage aan brandvoortplanting. Met bovenstaande adviezen kan worden voorkomen dat een natuurbrand in de omgeving overslaat naar de woningen of omgekeerd. Verder willen wij u erop wijzen dat met de klimaatverandering er zich steeds meer periodes van lange droogte zullen voordoen. Bij houtbouw in omgeving van de natuur kan de brandweer niet garanderen dat zij voldoende capaciteit heeft om een natuurbrand op of nabij het recreatiepark tijdig te bestrijden. C.
Overige adviezen Ondanks dat er, met betrekking tot externe veiligheid, geen ruimtelijke maatregelen zijn te nemen, zijn er wel andere mogelijkheden om de gevolgen van het vrijkomen van giftige stoffen te beperken en de mogelijkheden tot zelfredzaamheid te vergroten. Wij adviseren hiertoe de volgende maatregelen: 2. Ventilatie: Maak de woningen op het park luchtdicht afsluitbaar. Dit houdt in dat ramen, deuren en ventilatieroosters te sluiten zijn en dat de mechanische ventilatie met een eenvoudige druk op een knop uitgeschakeld kan worden. 3. Risicobewustzijn: Draag zorg voor een goede informatievoorziening aan de aanwezige personen, opdat men weet hoe te handelen tijdens een calamiteit. U kunt hierbij denken aan schriftelijke voorlichting en aan de publieke voorlichtingscampagnes als ‘Zeeland Veilig’. Bijlage 1 van dit advies omvat een infographic, met daarin het juiste handelingsperspectief bij een incident met een toxische wolk. Ons advies is om dit aan alle toekomstige bewoners en gebruikers te verstrekken. Uiteraard willen wij u desgewenst verder begeleiden in dit proces.
Pagina 2
4. BHV-/ontruimingsplannen: Neem het handelingsperspectief bij een toxisch scenario op in het BHV-/ontruimingsplan van het vakantiepark. Het handelingsperspectief bij het vrijkomen van giftige stoffen zit in de infographic in bijlage 1. Maatregelen ter verbetering beheersbaarheid De beheersbaarheid richt zich voor wat betreft externe veiligheid op de locatie waar de calamiteit plaatsvindt, dus bij de risicobron. De risicobron bevindt zich buiten het plangebied. De beheersbaarheid bij de bron is hiermee niet relevant. Verder willen wij u nog wijzen op het belang van een goede bluswatervoorziening en bereikbaarheid op het terrein. In bijlage 2 vindt u de eisen met betrekking tot deze onderwerpen. De wegen moeten voldoen aan de eisen met betrekking tot breedte en belasting. Verder moet op het terrein een blusleiding met brandkranen met een capaciteit van 30 kuub per uur (eventueel zijn er nog andere mogelijkheden) gerealiseerd worden. De brandkranen dienen dusdanig gelegen te zijn dat deze voldoen aan genoemde afstanden in bijlage 2. Tevens moet de brandweer de mogelijkheid hebben om het terrein zo snel mogelijk te betreden, bijvoorbeeld door middel van een sleutelbuis, calamiteitenkast of kentekenherkenning. Team Operationele Voorbereiding van Veiligheidsregio Zeeland kan u verder adviseren over bluswatervoorziening en bereikbaarheid.
U kunt hiervoor contact opnemen met de heer Joop Juffermans via j.juffermans@vrzeeland.nl Borging van maatregelen Om de uitvoering van deze maatregelen toch te borgen, zijn er in elk geval twee mogelijkheden: • opnemen in een privaatrechtelijke overeenkomst tussen de gemeente en de initiatiefnemer. Daarmee wordt de uitvoering dan alsnog geborgd; • de gemeente bespreekt met de initiatiefnemer de maatregelen die de gemeente belangrijk vindt voor de veiligheid. Veel initiatiefnemers nemen dan hun verantwoordelijkheid en passen de maatregelen toe, zeker als deze weinig tot geen geld kosten. De uitvoering is dan echter niet geborgd. Restrisico De beschouwde risicobron kan in de voorziene situatie leiden tot incidenten met effecten of slachtoffers binnen het plangebied. De genoemde maatregelen kunnen de omvang van mogelijke incidenten reduceren tot een omvang die beter beheersbaar wordt geacht voor de hulpverleningsdiensten. Voor nadere vragen en opmerkingen kunt u contact opnemen met de opsteller van dit advies. Het dagelijks bestuur van Veiligheidsregio Zeeland, namens dezen, commandant brandweer/bestuurssecretaris, voor deze,
De handtekening van de teamleider wordt bij ondertekening hier geplaatst
De naam van de teamleider wordt bij ondertekening automatisch hier geplaatst De functie van de teamleider wordt bij ondertekening automatisch hier geplaatst
Pagina 3
WEET JIJ WAT JE MOET DOEN BIJ EEN ONGEVAL MET GEVAARLIJKE STOFFEN? 1
Ga zo snel mogelijk naar binnen of blijf binnen! Denk ook aan je minder zelfredzame buurtgenoten.
2
Sluit ramen, deuren en ventilatieroosters in huis.
je huis over mechanische 3 Beschikt ventilatie? Zet dan de schakelaar op 0.
Kan dat niet? Trek dan de stekker van de centrale ventilatie-unit uit het stopcontact. Is er geen stekker? Zet dan in de meterkast de schakelaar om van de groep die de mechanische ventilatie bedient.
4
Ga naar een veilige ruimte, liefst middenin het huis of gebouw. Blijf weg van ramen.
5
Volg de adviezen van de hulpdiensten op. Actuele informatie over incidenten krijg je via NL-Alert en is te vinden op www.zeelandveilig.nl, Twitter @VRZ of www.facebook.com/zldveilig.
Kijk of luister daarnaast naar de calamiteitenzender Omroep Zeeland.
wanneer het weer veilig is 6 Weet om naar buiten te gaan.
De hulpdiensten informeren je hierover via de eerder genoemde media.
Bijlage 2 Richtlijnen Handreiking Bluswatervoorziening en Bereikbaarheid 2012 van Brandweer Nederland. Toelichting 1 – Richtlijnen bereikbaarheid Een weg is alleen door de brandweer te gebruiken wanneer deze recht doet aan specifieke kenmerken aan brandweervoertuigen. Deze zijn: • • • • • • • •
De rijstrookbreedte is minimaal 3,5 meter verhard; De doorgangshoogte is minimaal 4,2 meter; Bestand tegen een aslast van 10 ton; Bestand tegen een totaal gewicht van 30 ton; Een buitenbochtstraal van 10 meter; Een binnenbochtstraat van 5,5 meter (of gelijk aan de buitenbochtstraal verminderd met 4,5 meter). Als een opstelplaats RV geadviseerd wordt, dient de binnenbochtstraal minimaal 8,10 meter te zijn Tevens is het object bereikbaar via twee onafhankelijke routes
Hekwerken en slagbomen die de route blokkeren moeten snel en gemakkelijk geopend kunnen worden. Indien deze zijn voorzien van een slot moeten passende voorzieningen worden aangebracht, bijvoorbeeld een brandweer sleutelbuis. Toelichting 2 – Richtlijnen opstelplaats De afstand opstelplaats brandweervoertuig tot het object is maximaal 40 meter voor woningen en 10 meter voor overige objecten. Voor een tankautospuit kunnen de volgende afmetingen worden aangehouden voor een opstelplaats: • Een breedte van 4 meter; • Een lengte van 10 meter; • Een vrije doorgang van 4,2 meter; • Bestand tegen een aslast van 10 ton; • Bestand tegen een totaal gewicht van 15 ton. De openbare weg kan ook als opstelplaats gebruikt worden mits deze voldoet aan bovenstaande eisen. Voor een redvoertuig kunnen de volgende afmetingen worden aangehouden voor een opstelplaats: • Een breedte van 5 meter • Een lengte van 10 meter • Een vrije doorgang van 4,2 meter • Bestand tegen een aslast van 10 ton • Bestand tegen een totaal gewicht van 25 ton. • Bestand tegen een stempeldruk van 100 kN/m2 De openbare weg kan ook als opstelplaats gebruikt worden mits deze voldoet aan bovenstaande eisen.
Toelichting 3 – Richtlijnen bluswater Brandkranen Een bluswatervoorziening moet onbeperkt toegankelijk zijn. • Rondom de brandkranen moet altijd een obstakelvrije ruimte zijn met een diameter van 1,8 meter; • Brandkranen in trottoirs moeten ten minste 0,35 m van de trottoirband liggen, indien langsparkeren wordt toegepast. Bij gestoken parkeren moet de afstand 0,75 m zijn; • Brandkranen moeten tot op een afstand van maximaal 15 meter goed door een blusvoertuig kunnen worden benaderd. Open water Als bluswater met een bluspomp opgezogen moet worden, moet er een opstelplaats zijn. Deze opstelplaats moet bereikbaar zijn en aan de volgende eisen voldoen: • De totale afstand tussen water en opstelplaats is maximaal 8 meter; • De verticale afstand tussen het waterniveau en de opstelplaats is maximaal 5 meter; • Tijdens het afnemen van bluswater mag het waterpeil niet verder zakken dan maximaal 7 meter beneden de pompinlaat, de afstand tussen wateroppervlak en pompinlaat mag hierbij niet groter worden dan 8 meter; • Het water moet een diepte hebben van minimaal 1 meter. Primaire bluswatervoorziening De bluswatervoorziening kan binnen 3 minuten worden opgebouwd en operationeel zijn. De brandweer beschikt over materieel en middelen om de bluswatervoorziening in stand te houden, zodat continuïteit van blussing gegarandeerd is voor tenminste 1 uur.
Bluswater wordt geleverd door brandkranen of alternatieve voorzieningen. De minimale bluscapaciteit bedraagt 30m3 per uur. De maximale afstand tot 1e bluswatervoorziening mag maximaal 100 meter bevatten. (Een leiding van 5 slanglengten is acceptabel qua inzettijd/ drukverlies bij een maximale capaciteit van 500 liter per minuut). Secundaire bluswatervoorziening De bluswatervoorziening kan binnen een half uur worden opgebouwd en operationeel zijn De brandweer beschikt over materieel en middelen om de bluswatervoorziening in stand te houden, zodat continuïteit van blussing gegarandeerd is voor tenminste 4 uur. De minimale bluscapaciteit die uit de bluswatervoorziening te onttrekken is, bedraagt 90 m3 per uur, oftewel 1500 liter/ minuut. De maximale afstand tot 1e bluswatervoorziening mag maximaal 300 meter bevatten. (Een leiding van 16 slanglengten is acceptabel qua inzettijd/ drukverlies bij een maximale capaciteit van 500 – 1000 liter per minuut). Tertiaire bluswatervoorziening De bluswatervoorziening kan binnen een uur worden opgebouwd en operationeel zijn De brandweer beschikt over materieel en middelen om de bluswatervoorziening in stand te houden, zodat continuïteit van blussing gegarandeerd is voor onbepaalde tijd. De te onttrekkende bluswatercapaciteit bedraagt minimaal 120 m3 per uur, oftewel 2000 liter per minuut, en het bluswater is onbeperkt leverbaar.
De afstand tot 1e bluswatervoorziening mag tussen de 500 en 2500 meter bevatten. (hiervoor zijn watertransportsystemen WTS 1000 en WTS 2500).