20210701-LSD-HvSD-SGP-GL-VVD amendement gedeeltelijke aanpassing regelgeving Agenda Toerisme definitief
Tekst van het document
AMENDEMENT (artikel 147b Gemeentewet en artikel 35 Reglement van Orde) Datum raadsvergadering: 01 juli 2021 Agendapunt: 7. Gedeeltelijke aanpassing regelgeving Agenda Toerisme (444881) Onderwerp: Aanpassingen definities in Raadsvoorstel Gedeeltelijke aanpassing regelgeving Agenda Toerisme.
De beslispunten van het raadsvoorstel blijven ongewijzigd, wel worden er aanpassingen gedaan in de definities die in het raadsvoorstel genoemd worden en ten aanzien van de omschrijving van het begrip ‘randbeplanting’. Amendement A
De beslispunten blijven ongewijzigd, de nieuwe definities onder de kop ‘3.3 De nieuwe definitie is duidelijk en in de praktijk uitvoerbaar’ op bladzijde 4 van het Raadsvoorstel worden gewijzigd en komen te luiden als volgt:
Gebouw voor recreatief nachtverblijf tot maximaal 55m2 • naar aard en constructie als één geheel verplaatsbaar; • niet aard- en nagelvast verbonden met de ondergrond; • geen bouwlaag onder het maaiveld toegestaan; • geen dakterras toegestaan; • maximaal 5 meter hoog gemeten vanaf het omliggende maaiveld; • maximaal 2 bouwlagen gemeten vanaf het omliggende maaiveld; • maximaal 275 m3 ( 55m2 x 5m) kuub inhoud; • de genoemde maximale oppervlakte van 55m2 en maximale inhoud van 275 m3 is exclusief een eventuele berging van maximaal 13m2, waarbij geldt dat een berging maximaal 3,5 meter hoog mag zijn en niet uit meerdere bouwlagen mag bestaan; • er is geen omgevingsvergunning nodig, mogelijk zijn een natuurvergunning en/of watervergunning en/of een toestemming voor het onttrekken van grondwater wel noodzakelijk. Het is de verantwoordelijkheid van de initiatief nemende ondernemer dat hij deze vergunningen en/of toestemmingen verkrijgt. Het gebouw mag niet eerder geplaatst worden dan dat alle benodigde vergunningen en toestemmingen verkregen zijn. Deze definitie gaat ook gelden voor minicampings aangezien ook op minicampings permanente standplaatsen van deze categorie zijn toegestaan.
Gebouw voor recreatief nachtverblijf tot maximaal 75m2 • maximaal 30% van het aantal permanente standplaatsen met een maximum van 100; • mag aard- en nagelvast duurzaam met de grond verbonden zijn; • maximaal 5,5 meter hoog, gemeten vanaf het omliggende maaiveld; • maximaal 2 bouwlagen gemeten vanaf het omliggende maaiveld; • een dakterras is eventueel mogelijk en maakt deel uit van de toegestane bouwlagen gemeten vanaf het maaiveld en telt mee in de berekening van de kuub inhoud; • maximaal 412,5 m3 (75m2 x 5,5m) kuub inhoud inclusief eventueel dakterras, waarbij voor de berekening van de inhoud van het dakterras wordt uitgegaan van de hoogte gemeten vanaf de vloer van de verdieping tot en met het dak van de 2e bouwlaag of indien de complete 2e bouwlaag dakterras is tot de 5,5 m maximale hoogte van het totale gebouw; • de genoemde maximale oppervlakte van 75m2 en maximale inhoud van 412,5 m3 is exclusief een eventuele berging van maximaal 13m2, waarbij geldt dat een berging maximaal 3,5 meter hoog mag zijn en niet uit meerdere bouwlagen mag bestaan;
1
• • • •
bouwlaag onder het maaiveld (kelder): Is alleen toegestaan indien het waterschap na een hydrologisch onderzoek toestemming heeft gegeven voor de bemaling binnen het geldende wettelijke kader; Indien een bouwlaag onder het maaiveld (kelder) zodanig wordt ingericht dat hij bruikbaar is als leef- of verblijfsruimte telt hij mee in de berekening van de maximale m3 inhoud. een omgevingsvergunning is noodzakelijk; mogelijk zijn een natuurvergunning en/of een watervergunning en/of toestemming voor het onttrekken van grondwater ook noodzakelijk. Het is de verantwoordelijkheid van de initiatief nemende ondernemer dat hij deze vergunningen en toestemmingen verkrijgt. Het gebouw mag niet eerder geplaatst worden dan dat alle benodigde vergunningen en toestemmingen verkregen zijn.
Deze beide definities worden vastgelegd in alle relevante beleidsstukken en vormen tevens het planologisch kader doordat ze worden opgenomen in een paraplubestemmingsplan. B
De omschrijving van ‘Landschappelijke inpassing’ zoals opgenomen in de Kampeernota 2013 en in het bestemmingsplan Kop van Schouwen wordt gewijzigd en komt te luiden als volgt:
Landschappelijke inpassing middels afschermende randbeplanting; • Het doel van de landschappelijke inpassing is dat het terrein een natuurlijke uitstraling moet hebben. Daaraan wordt in ieder geval voldaan als het kampeerterrein rondom is voorzien van een beplantingsstrook met een afschermende struik- en boomlaag van voornamelijk streekeigen soorten met een breedte van ten minste 10 meter of 5 meter voorzien van een met streekeigen beplanting beplante aarden wal van minimaal 2 m hoog, gemeten vanaf het maaiveld. De totale hoogte van de randbeplanting moet minimaal net zo hoog zijn als de recreatieve eenheden die aan het zicht onttrokken moeten worden die er achter liggen (als er ook gebouwen voor recreatief nachtverblijf van 5,5 meter hoog op het kampeerterrein staan moet de randbeplanting dus in totaal minimaal 5,5 meter hoog zijn) De minimale hoogte van de randbeplanting blijft van kracht gedurende de hele beheer- en onderhoudsfase. • Aan de landschappelijke inpassing kan ook op een andere wijze worden voldaan, voorwaarde is dan wel dat dit gebeurt in goed overleg tussen de initiatief nemende ondernemer, eventueel de brancheorganisatie, de natuurpartijen en de gemeente. De op basis van dit overleg gemaakte afspraken worden vastgelegd in een privaatrechtelijke overeenkomst tussen gemeente en initiatief nemende ondernemer voor aanleg, beheeren onderhoud.
Hierbij ligt het bevoegd gezag bij de gemeente. • Voor de aanleg, het beheer en het onderhoud van de landschappelijke inpassing en/of de randbeplanting wordt een privaatrechtelijke overeenkomst gesloten tussen de gemeente en de initiatief nemende ondernemer. Deze door partijen ondertekende privaatrechtelijke overeenkomst is voorwaardelijk voor de medewerking van de gemeente aan de planologische procedure. • Deze landschappelijke inpassing/randbeplanting wordt bij nieuwe initiatieven of na het doorlopen van een planologische procedure (bijvoorbeeld ontheffing of wijziging) als voorwaardelijke verplichting opgenomen in de omgevingsvergunning dan wel het bestemmingsplan. Verhuur van de recreatieve eenheden is dus slechts toegestaan indien en zolang er voldaan wordt aan deze voorwaardelijke verplichting. • Voor bestaande terreinen zijn voor de landschappelijke inpassing/de randbeplanting de bepalingen van het bestemmingsplan leidend. • Randbeplanting tussen kampeerterreinen onderling en kampeerterreinen en recreatiewoningenterreinen worden niet in het bestemmingsplan opgenomen, tenzij deze groenstrook een landschappelijke waarde heeft. C
Onder de kop ‘4.1 Ondernemers krijgen de mogelijkheid om kleinschalige aanpassing door te voeren’ wordt de zin ‘We stellen voor een maximum van 25 standplaatsen aan te houden omdat dit aansluit bij de regeling kleinschalig kamperen’ geschrapt. De regeling blijft verder zoals in het raadsvoorstel beschreven dus éénmalig 10% van het aantal standplaatsen met een maximum van 25.
2
Toelichting Feiten • De definities voor stacaravan en kampeerhuisje zoals die tot nog toe golden leiden tot misverstanden en onduidelijkheid. • Voor het plaatsen van een gebouw voor recreatief nachtverblijf tot maximaal 55m2 hoeft in principe geen omgevingsvergunning te worden aangevraagd. Mogelijk moeten er wél een natuurvergunning en/of een watervergunning en/of een toestemming voor het onttrekken van grondwater worden aangevraagd. Dat is de verantwoordelijkheid van de betrokken ondernemer. • Een gebouw voor recreatief nachtverblijf tot maximaal 55m2 is in principe géén pand in het kader van de BAG, dit moet wel per geval beoordeeld worden. • Een gebouw voor recreatief nachtverblijf tot maximaal 75m2 is wél een pand in het kader van de BAG, een omgevingsvergunning is dan ook noodzakelijk. • Doordat in de oude definities voor een stacaravan geen maximum was gesteld aan de kuub inhoud en voor een kampeerhuisje wel een maximum was gesteld aan de kuub inhoud van 250m3 mocht binnen de kaders van de oude definities in praktijk een stacaravan een grotere inhoud hebben dan een kampeerhuisje. • De regeling ‘eenmalige kleinschalige omvorming/aanpassing voor reguliere kampeerterreinen’ zoals die in het raadsvoorstel wordt geïntroduceerd is NIET van toepassing op minicampings.
Mening • Wij vinden het als indienende fracties een goede zaak dat de recreatiesector en de natuurorganisaties structureel en constructief met elkaar overleggen. Dat neemt niet weg dat wij als gemeenteraad een eigenstandige verantwoordelijkheid hebben. • De regels die we stellen moeten aansluiten bij het doel dat de regels dienen. • Als je een maximale inhoud opneemt in de regelgeving voor gebouwen voor recreatief nachtverblijf dan moet je dat ook voor alle categorieën doen. Bovendien moet de norm voor de inhoud dan logisch aansluiten bij de maximale hoogte en de maximale oppervlakte van het gebouw. In de ‘oude’ regelgeving mocht een stacaravan in praktijk 275m3 (maximale oppervlakte x maximale hoogte) kuub inhoud hebben terwijl een kampeerhuisje maximaal 250m3 kuub inhoud mocht hebben, zonder dat er een logisch verband was tussen hoogte, oppervlakte en kuub inhoud. Dit terwijl het aantal stacaravans niet aan een maximum gebonden was en er maximaal 100 kampeerhuisjes op een terrein geplaatst mochten worden. Daarom nu voor beide categorieën een maximale kuub inhoud bepaald gebaseerd op maximale hoogte en maximale oppervlakte. • Ook met de definities in dit amendement is nog steeds sprake van differentiatie.
Recreatiewoningen mogen groter en hoger zijn (maximale oppervlakte 85m2, maximale goothoogte 4 meter en maximale bouwhoogte 8 meter) en er is geen maximum gesteld aan het aantal kuub inhoud. Ze mogen bovendien ook geplaatst worden buiten een recreatiebedrijf op een particulier kavel. • De Wet Natuurbescherming, de Zeeuwse Omgevingsvisie (op dit moment nog onder constructie) en de Kustvisie bieden voldoende kaders ter bescherming van de natuur. Daar moeten we niet in de lokale regelgeving nog een schepje bovenop willen doen. Als partijen vinden dat meer beschermende kaders noodzakelijk zijn dan moeten daar in het kader van de provinciale omgevingsvisie en de kustvisie afspraken over gemaakt worden. • Randbeplanting heeft een functioneel doel, dat doel is het afschermen en aan het zicht onttrekken van het recreatieterrein ten opzichte van zijn omgeving. Dit doel ondersteunen wij volledig. Om dit doel beter te borgen hebben we aan de definitie van randbeplanting een bepaling omtrent de minimale hoogte opgenomen. Om de eenheden op het kampeerterrein aan het zicht te onttrekken/af te schermen moet de totale hoogte van de randbeplanting gemeten vanaf hetzelfde maaiveld als de recreatie eenheden op het terrein minimaal net zo hoog zijn als de hoogste recreatie eenheden op dat terrein.
Dat betekent minimaal 5 meter als er alleen gebouwen tot maximaal 5 meter hoog staan, en minimaal 5,5 meter als er ook gebouwen tot maximaal 5,5 meter hoog staan. In het beplantingsplan wordt er op aangestuurd dat die hoogte zo snel mogelijk bereikt wordt. Als de hoogte eenmaal bereikt is moet de randbeplanting op hoogte blijven. • In het raadsvoorstel wordt er een koppeling gelegd tussen de nieuwe regeling ‘eenmalige kleinschalige aanpassing/omvorming reguliere kampeerterreinen’ en de regeling kleinschalig kamperen. Die koppeling vinden wij onnodig en onwenselijk. Onnodig omdat een norm een norm is, die hoef je nergens aan te linken. En voor het maximum van 100 3
•
kampeerhuisjes er ook nooit een koppeling is gelegd met een andere regeling. Onwenselijk aangezien deze regeling niet van toepassing is voor minicampings en de koppeling daardoor slechts voor verwarring en verkeerde verwachtingen zorgt. Deze gedeeltelijke wijziging van de toeristische regelgeving is wat ons betreft een tijdelijke oplossing in afwachting van de omgevingsvisie en het omgevingsplan. In de omgevingsvisie moet wat ons betreft een thema Toerisme en Recreatie (werktitel, kan ook een andere naam krijgen) komen waarin de doelen beschreven staan. In het bijbehorende omgevingsplan zal dan alle bijbehorende regelgeving opgenomen moeten worden.
Voorstel Dit amendement laat de beslispunten van het raadsvoorstel ongewijzigd, maar wijzigt de definities voor het gebouw voor recreatief nachtverblijf tot 55m2 en het gebouw voor recreatief nachtverblijf tot 75m2. Daarnaast voorziet het amendement in een aanpassing van de omschrijving van randbeplanting door er een minimale hoogte aan toe te voegen die blijft gelden gedurende de hele beheer- en onderhoudsfase en door een andere manier van landschappelijke inpassing mogelijk te maken. Tot slot wordt de koppeling tussen de regeling kleinschalige omvorming / aanpassing op reguliere kampeerterreinen en de regeling kleinschalig kamperen zoals die in het raadsvoorstel was beschreven losgelaten.
Ingediend door Laurence Haack, Jet van Gent, Florus van de Paauw, Ruud van de Laar, en Margo Lemsom namens de fracties van LSD, HvSD, SGP, Groen Links en de VVD, mede ingediend door de fracties van ….
. Besluit gemeenteraad op 01 juli 2021: Met … stemmen voor en … stemmen tegen aangenomen / verworpen. Voor stemmen de fracties / leden:
Tegen stemmen de fracties / leden:
locogriffier
voorzitter
4