20210629 Raadsbrief Invoering Wet inburgering (453900)
Tekst van het document
Raadsbrief
Onderwerp Zaaknummer Datum Afdeling Portefeuillehouder Opdrachtgever
Invoering Wet inburgering 453900 29 juni 2021 Werken, Wonen en Leven (WWL) J.G. Smit Afdelingshoofd WWL
Inleiding Het doel van de nieuwe Wet inburgering is dat alle inburgeringsplichtigen snel en volwaardig mee kunnen doen aan de Nederlandse samenleving, het liefst door betaald werk. Om dit te bereiken wordt er van inburgeringsplichtigen verwacht dat zij het voor hen hoogst haalbare taalniveau (bij voorkeur taalniveau B1 of hoger) bereiken en kennis op doen van de Nederlandse maatschappij en arbeidsmarkt. Daarnaast wordt van hen verwacht dat zij op een passende wijze deelnemen aan de Nederlandse samenleving, b.v. in de vorm van een stage of (vrijwilligers)werk. Gemeenten worden verantwoordelijk voor verschillende onderdelen binnen de uitvoering van de nieuwe wet en krijgen hiermee verschillende taken. Zo moet de gemeente zorgen voor een goed en passend inburgeringsaanbod, het monitoren en handhaven van de voortgang van de inburgering, en moeten gemeenten bijstandsgerechtigde inburgeringsplichtigen financieel ontzorgen en toeleiden tot financiële zelfredzaamheid gedurende de eerste zes maanden na huisvesting. De taken voor de toeleiding naar werk waren reeds ondergebracht bij de gemeenten binnen de huidige uitvoering van de Participatiewet.
In die zin kunnen we de Wet inburgering feitelijk beschouwen als een bredere en complexere variant op de Participatiewet, die enerzijds meer opschuift in de richting van onderwijs (leerroutes) en anderzijds meer opschuift in sociaal-maatschappelijke problematiek (integratie, gezondheid, schuldenpreventie). Door deze brede spanwijdte van de wet en de aansturing van de bijbehorende uitvoerende instellingen gaat de invulling van de regie hierover een cruciale rol spelen. Kernboodschap Via deze raadsbrief informeren wij uw raad over de stand van zaken met betrekking tot de invoering van de Wet inburgering per 1 januari 2022 en de consequenties daarvan op verschillende onderdelen. In de komende periode worden deze hoofdlijnen verder doorontwikkeld en uiteindelijk verwerkt in een Kadernota Wet inburgering. Consequenties Om een indruk te geven van de consequenties van de Wet inburgering wordt in deze paragraaf een beeld geschetst op basis van de verschillende onderdelen hiervan.
De gemeente is binnen de wet verantwoordelijk voor: • Het afnemen van de brede intake; • Het opstellen van het persoonlijk Plan Inburgering en Participatie (PIP); • Het volledige inburgeringsaanbod voor asielstatushouders en een deel van het aanbod voor gezinsmigranten en overige migranten; • Het monitoren van de voortgang van de inburgering voor alle inburgeringsplichtigen; • De maatschappelijke begeleiding van asielstatushouders; • Het financieel ontzorgen van bijstandsgerechtigde asielstatushouders. Voor een nadere toelichting van de verschillende onderdelen van de Wet inburgering verwijzen wij kortheidshalve naar de bijgaande Introductie voor raadsleden van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG).
Pagina 1 van 3
Externe ontwikkelingen Naast de uitvoering van de Wet inburgering zelf spelen er momenteel een aantal andere externe ontwikkelingen een rol, die een directe invloed hebben op de uitvoering van deze wet. De belangrijkste hiervan zijn de krapte op de woningmarkt en de huidige ontwikkelingen binnen de asielopvang. Om met de laatste te beginnen is er, mede door een stagnatie in de verwerking van asielaanvragen bij de IND, sprake van overvolle AZC’s. Om dit op te lossen is versneld ingezet op het verlenen van verblijfsvergunningen waardoor meer statushouders in aanmerking komen voor huisvesting in gemeenten. Om deze reden zijn de taakstellingen voor de huisvesting van statushouders met ingang van 1 januari 2021 verdubbeld. Door de krapte op de woningmarkt zijn er echter onvoldoende woningen om deze taakstelling te kunnen realiseren. Vanuit dit oogpunt wordt in Zeeland momenteel gewerkt aan de realisatie van regiodeals op sub regionaal niveau, waarin opvang, huisvesting, inburgering en uiteindelijk volledige integratie in arbeidsmarkt en samenleving integraal worden afgestemd. De uitvoering van de Wet inburgering krijgt met deze inzet een nog breder speelveld, waarmee ook een aansluiting wordt gerealiseerd met de landelijke Uitvoeringsagenda Flexibilisering Asielketen.
Daarbij speelt ook een rol dat in een eerder stadium van de wet overwogen is om de uitvoering hiervan verplicht op regionaal niveau aan te pakken. Deze verplichting is inmiddels uit de wetgeving verdwenen, maar was gebaseerd op het feit dat inburgering momenteel betrekking heeft op relatief lage volumes aan deelnemers. Voor Zeeland speelt dit vooral een belangrijke rol omdat hier de volumes nog lager zijn dan in de rest van Nederland. Hoewel de taakstellingen van de gemeenten inmiddels zijn verdubbeld is het de verwachting dat zij op korte termijn weer gaan teruglopen naar het oude niveau. Deze constatering is van wezenlijk belang voor de uiteindelijke vormgeving van de inburgering. Voor een groot deel zijn de verschillende onderdelen van de uitvoering van de Wet inburgering al voorbereid door verschillende regionale werkgroepen. Ondanks deze regionale afstemming resteren er nog een aantal punten waarop de gemeente zijn standpunt dient te bepalen. De belangrijkste hiervan zijn: Regiefunctie In het verleden werd het inburgeringproces vooral volgtijdelijk ingevuld terwijl in de nieuwe wet juist de nadruk wordt gelegd op het juist gelijktijdig uitvoeren van de trajecten gericht op inburgering, (toeleiding naar) werk en integratie. Juist de synchronisatie van deze trajecten vormt daarmee de basis van de regiefunctie.
Dit betekent tevens dat het zwaartepunt van de regiefunctie komt te liggen op de aansturing van de uitvoerende partijen van deze trajecten en hun onderlinge interactie en minder op de begeleiding van de individuele deelnemers. Vanuit dit oogpunt wordt overwogen om de regiefunctie onder te brengen bij de gemeente zelf, als eindverantwoordelijke voor de uitvoering van de wet. Ten aanzien van het (op termijn weer teruglopende) volume van statushouders moet overigens overwogen worden een dergelijke functie op termijn (sub)regionaal te positioneren. Inkoop inburgeringstrajecten Voor wat betreft de wijze van inkoop van de leerroutes (B.1 route, Onderwijsroute en Z-route) en vaktaal heeft de regionale werkgroep Taal & Werk(ervaring) voorgesteld om de drie leerroutes via de systematiek van overheidsopdracht per gemeente of subregio in de markt te zetten (en dus niet Zeeuws breed aan te besteden). Toch speelt ook hier het lage volume van statushouders een rol waardoor de uitvoering slechts door relatief grote aanbieders rendabel is te maken. Daarnaast is het een voordeel indien de drie leerroutes door één aanbieder worden vormgegeven, zodat gedurende het proces gemakkelijker gewisseld kan worden van route.
Gezien het feit dat de gemeente al op een aantal aanpalende terreinen (Participatielab, laaggeletterdheid) samenwerkt met Scalda wordt voorgesteld alle inburgeringstrajecten in te kopen bij Scalda. Nader bekeken wordt nog of de inkoop op het niveau van de sub regio hierbij voordelen biedt. Maatschappelijke begeleiding Om duidelijk regie te kunnen voeren over de verschillende uitvoeringsorganisaties is het van belang van het aantal van deze organisaties zo laag mogelijk te houden. Door de variatie in voorkomende problematieken hebben statushouders wel behoefte aan verschillende voorzieningen en maatwerk. Vanuit dat oogpunt richten wij ons vooral op aanbieders met een breed aanbod. In de huidige situatie beschikt SMWO over een dergelijk breed aanbod, maar mist daarbij de specifieke deskundigheid, die zich momenteel vooral bevindt bij Vluchtelingenwerk. Door de lage aantallen statushouders is Vluchtelingenwerk echter kwetsbaar en relatief duur. Hierdoor worden nu de mogelijkheden bekeken om de deskundigheid van Vluchtelingenwerk binnen SMWO te integreren. Pagina 2 van 3
Gezondheid In de praktijk zien we dat veel statushouders kampen met problemen in de sfeer van (geestelijke) gezondheid. Hoewel een inzet op dit thema geen directe vergoeding kent vanuit het Rijk in het kader van de Wet inburgering wijzen diverse pilotprojecten uit dat een voortijdige onderkenning van dergelijke problematiek een duidelijke functie heeft in het voorkomen van complexere zorgvragen. Voorgesteld wordt dit aspect expliciet mee te nemen in de verdere ontwikkeling van uitvoering van de Wet inburgering. Communicatie Deze raadsinformatiebrief wordt ook verzonden aan de Adviesraad Sociaal Domein. Vervolg In de ontwikkeling van de uitvoering van de Wet inburgering is het proces enigszins vertraagd door de aansluiting op de asielopvang. Met deze aansluiting is daarbij wel een doorgaande ontwikkelingslijn gerealiseerd waarbij opvang, huisvesting, inburgering en uiteindelijk volledige integratie in arbeidsmarkt en samenleving integraal met elkaar zijn verbonden. De besluitvorming hierover heeft gedurende de maand mei plaatsgevonden in de gemeenteraden van alle Zeeuwse gemeenten. In diezelfde maand zijn ook de hoofdlijnen van de voorliggende raadsbrief op voorhand besproken met de Adviesraad Sociaal Domein. In de komende periode worden deze hoofdlijnen verder doorontwikkeld en uiteindelijk verwerkt in een Kadernota Wet inburgering.
Naar verwachting wordt deze Kadernota eind september aan de Adviesraad Sociaal Domein aangeboden voor een formeel advies. Na verwerking van dit advies wordt het definitieve raadsvoorstel, inclusief een financiële paragraaf, aangeboden voor de raadscyclus in de tweede helft van november 2021.
Bijlagen 1. Introductie van de Wet inburgering v oor raadsleden van de VNG.
Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland, M.K. van den Heuvel
J.Chr. van der Hoek MBA
Secretaris
Burgemeester
Pagina 3 van 3