CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20210622 Raadsbrief Intentieverklaring deelname GBE Aqua bijlage 3 Jaarverslag PZEM 2020 Definitieve versie

Gemeenteraad 1 juli 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken36.814 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 5

4.6 DERIVATEN Voor het onderdeel derivaten wordt verwezen naar onderdeel 5. ‘Grondslagen voor de waardering van financiële instrumenten’.

4.7 LIQUIDE MIDDELEN Onder de liquide middelen worden niet alleen de geldmiddelen opgenomen maar ook kasequivalenten, die zonder materieel risico van waardeverandering in liquide middelen kunnen worden omgezet. Liquide middelen worden gewaardeerd tegen nominale waarde.

66

4.8 EIGEN VERMOGEN In het mutatieoverzicht eigen vermogen wordt het verloop van het eigen vermogen toegelicht. Het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap bedraagt EUR 9.080.000 en is verdeeld in 20.000 aandelen met een nominale waarde van elk EUR 454. Per 31 december 2020 is EUR 6.937.120 geplaatst en volgestort. Dividenden worden opgenomen als een verplichting in de periode waarover ze worden toegekend. Gedurende het verslagjaar is hierin geen wijziging opgetreden. Alle aandelen kennen geen voorkeursrechten of beperkingen.

4.9 VOORZIENINGEN Voorzieningen worden gevormd voor in rechte afdwingbare feitelijke verplichtingen welke samenhangen met de bedrijfsactiviteiten. De voorzieningen worden opgenomen tegen de contante waarde van de te verwachten uitgaven minus de eventueel te verwachten eigen opbrengsten. De contante waarde wordt berekend met behulp van een disconteringsvoet vóór belasting waarin de actuele marktbeoordeling van de tijdswaarde van geld tot uitdrukking komt. De verwachte uitgaven binnen één jaar na balansdatum worden opgenomen onder de kortlopende verplichtingen.

4.10 LANGLOPENDE VERPLICHTINGEN De langlopende verplichtingen worden gewaardeerd tegen geamortiseerde kostprijs met behulp van de effectieve rentemethode. De binnen één jaar vervallende aflossingsverplichtingen op langlopende verplichtingen worden opgenomen onder de kortlopende verplichtingen. Het langlopende deel van de vooruit ontvangen omzet wordt onder langlopende verplichtingen geclassificeerd. Het gedeelte dat het eerstvolgende jaar vrijvalt wordt onder de kortlopende verplichtingen opgenomen. Het gedeelte dat betrekking heeft op het huidige verslagjaar is verwerkt in de omzet.

PZEM | JAARREKENING 2020

67

5. GRONDSLAGEN VOOR DE WAARDERING VAN FINANCIËLE INSTRUMENTEN 5.1 FINANCIËLE INSTRUMENTEN PZEM maakt gebruik van financiële instrumenten om de normale marktrisico’s die samenhangen met zijn energie-, valuta- en renteposities te beheersen en te optimaliseren. PZEM past de standaard IFRS 9 Financiële instrumenten toe. Op grond van deze standaard worden derivaten (afgeleide financiële instrumenten) gewaardeerd tegen reële waarde (fair value) en worden handelscontracten in de winst-enverliesrekening verwerkt op basis van ‘fair value through P&L’ (verwerking van waardeveranderingen in de winst-enverliesrekening). Definiëring Een derivaat is een financieel instrument of ander contract dat binnen het toepassingsgebied van IFRS 9 valt en dat de drie volgende kenmerken bezit: ■ de waarde verandert als gevolg van veranderingen in een bepaalde rentevoet, de prijs van een financieel instrument, de commodityprijs, de valutakoers, een index van prijzen of rentevoeten of andere variabele, mits, in geval van een niet-financiële variabele, de variabele niet specifiek voor een contractpartij geldt (soms ‘de onderliggende waarde’ genoemd); ■ er is geen of slechts een geringe netto aanvangsinvestering benodigd in verhouding tot andere soorten contracten die op vergelijkbare wijze reageren op veranderingen in marktfactoren; ■ de afwikkeling vindt in de toekomst plaats.

5.2 DERIVATEN PZEM handelt in contracten voor gas, elektriciteit, CO2certificaten en valuta voor het lopende kalenderjaar plus maximaal de drie daarop volgende jaren. PZEM beschouwt de markten voor deze producten als liquide voor deze periode: hiervoor zijn betrouwbare prijzen beschikbaar via brokers, beurzen en dataleveranciers. De reële waarde van commodity-contracten wordt bepaald via de DCF-methode op basis van deze prijzen; er wordt geen gebruik gemaakt van eigen waarderingsmodellen. De gepubliceerde maand-, kwartaal- en jaarprijzen worden slechts bewerkt om aan te sluiten op de relatieve perioden in de trade-systemen. Voor het afdekken van de renterisico’s maakt PZEM gebruik van derivaten zoals interest rate swaps. Met behulp van deze swaps wordt bewerkstelligd dat de variabele rente wordt omgezet in een vaste rente. De reële waarde van rentederivaten wordt eveneens via de DCF-methode bepaald op basis van een yieldcurve uitgaande van op ECB (Europese Centrale Bank) data gebaseerde noteringen. De reële waarde van de interest rate swaps omvat conform IFRS 13, Waardering tegen reële waarde de credit value adjustment (CVA) en de debet value adjustment (DVA), die het kredietrisico van alle betrokken partijen weerspiegelt. De waarde-mutaties in de CVA/DVA worden gerapporteerd in de winst-en-verliesrekening.

Rubricering en saldering Derivaten worden onder de kortlopende, respectievelijk langlopende activa geclassificeerd indien de reële waarde positief is en onder de kortlopende, respectievelijk langlopende verplichtingen indien de reële waarde negatief is. Vorderingen en verplichtingen uit hoofde van derivaten voor verschillende transacties met dezelfde tegenpartij worden gesaldeerd indien er een contractueel of juridisch recht tot saldering bestaat en PZEM de desbetreffende kasstromen eveneens op gesaldeerde basis verrekent. Verwerking reële waarde mutaties Onder IFRS 9 worden energie commodity-contracten (elektriciteit, gas en CO2-certificaten alsmede de daaraan gerelateerde posities in vreemde valuta) en renteswap contracten als derivaat aangemerkt. Onder IFRS 9 en IFRS 7, Financiële instrumenten: informatieverschaffing, worden alle derivaten vanaf eerste opname gewaardeerd tegen reële waarde. Als algemeen uitgangspunt geldt dat aanpassingen in de reële waarde van derivaten in het resultaat dienen te worden verwerkt. Uitzonderingen hierop zijn: 1. Own use behandeling: voor commoditycontracten voor eigen gebruik, productie en in- en verkoopcontracten die bestemd zijn voor fysieke levering aan eindgebruikers past PZEM accrual accounting toe, wat impliceert dat tussentijdse waardestijgingen niet in het resultaat worden verwerkt.

Dergelijke transacties worden op het moment van effectuering tegen de dan geldende prijzen verwerkt als aan- of verkoop; 2. a. Derivaten die aangegaan zijn ten behoeve van afdekking van een own use contract. Hiervoor kan onder voorwaarden hedge-accounting worden toegepast; b. Rente-derivaten. Hiervoor kan onder voorwaarden hedge-accounting worden toegepast. Hedge-accounting Hedge-accounting biedt de mogelijkheid om het effect van fair value mutaties op het resultaat te beperken, doordat bij hedgeaccounting rekening wordt gehouden met tegengestelde effecten op het resultaat van fair value mutaties van de hedge-transacties en van de afgedekte posities; de fair value mutaties van derivaten worden in dit geval (via het overzicht van de niet-gerealiseerde resultaten) in het eigen vermogen verwerkt tot het moment dat de afgedekte positie/transactie wordt afgewikkeld. PZEM maakt gebruik van derivaten om prijs- en valutarisico’s die voortvloeien uit energie commodity-contracten af te dekken. Met afgesloten renteswaps wordt het risico van fluctuaties in de kasstroom als gevolg van rentemutaties afgedekt. PZEM past hiervoor cashflow hedging (kasstroomafdekking) toe, waarbij door middel van hedge-transacties het risico

PZEM | JAARREKENING 2020

van schommelingen in (toekomstige) kasstromen die het resultaat kunnen beïnvloeden, worden afgedekt. De hedges zijn toewijsbaar aan een specifiek risico dat is gerelateerd aan een balanspost of een toekomstige transactie die hoogstwaarschijnlijk is. Criteria voor toepassing van hedge-accounting Voor het toepassen van hedge-accounting gelden strikte regels ten aanzien van noodzakelijke documentatie en effectiviteit-meting. Op een derivaat kan hedge-accounting worden toegepast indien het voldoet aan de volgende criteria: 1. bij het aangaan van de transactie dient het derivaat formeel als hedge te worden aangemerkt en moeten de hedge-relatie, de doelstellingen van de hedge en de risicomanagement strategie worden gedocumenteerd; 2. voor cashflow hedges geldt dat ingedekte verwachte toekomstige transacties hoogst waarschijnlijk dienen te zijn en dat voornoemde verwachte toekomstige transacties de onderneming blootstellen aan schommelingen in (toekomstige) kasstromen, die invloed op het resultaat kunnen hebben; 3. de effectiviteit van de hedge-transactie kan betrouwbaar worden vastgesteld; 4. de hedge-transactie is naar verwachting in hoge mate effectief; 5. de hedge-transactie wordt periodiek beoordeeld op effectiviteit.

Effectiviteitmeting van hedges en verwerking van mutaties PZEM beoordeelt formeel, zowel bij het aangaan van de hedge-relatie als gedurende de looptijd daarvan, of de derivaten waarvan gebruik is gemaakt ten behoeve van hedgetransacties, effectief zijn voor het opvangen van veranderingen in de reële waarde of kasstromen van de afgedekte positie. Hiertoe beoordeelt en bepaalt PZEM of veranderingen in de

68

PZEM | JAARREKENING 2020

69

reële waarde of kasstromen van de afgedekte positie worden gecompenseerd door veranderingen in de reële waarde of kasstromen van het hedge-instrument.

6. GRONDSLAGEN VOOR DE RESULTAATBEPALING

Het effectieve deel van de wijzigingen in de reële waarde wordt (via het overzicht van de niet-gerealiseerde resultaten) in het eigen vermogen onder de hedge-reserves verwerkt.

6.1 NETTO OMZET

6.2 NETTO BEDRIJFSLASTEN

Onder de netto omzet worden de direct toerekenbare opbrengsten verantwoord van aan derden geleverde goederen en diensten, onder aftrek van kortingen en over de omzet geheven en af te dragen belastingen zoals de omzetbelasting en energiebelasting.

De netto bedrijfslasten worden bepaald op basis van verkregen prestaties en op basis van de hiervoor reeds gememoreerde grondslagen met betrekking tot waardering en afschrijving. De kosten worden toegerekend aan het verslagjaar waarop zij betrekking hebben. Winsten worden verantwoord in het jaar waarin zij daadwerkelijk worden geëffectueerd; verliezen worden genomen in het jaar waarin zij voorzienbaar zijn.

Het ineffectieve deel van een hedge-relatie wordt bepaald door de mate waarin de veranderingen in de reële waarde van het derivaat verschillen van de veranderingen in de reële waarde van de afgedekte positie in een reële waarde hedge, of de mate waarin veranderingen in de reële waarde van het derivaat afwijken van de reële waardeverandering van de verwachte kasstroom in een kasstroom hedge. Ineffectieve hedges, het niet-effectieve gedeelte van een hedge en winsten en verliezen op componenten van een derivaat die bij de beoordeling van de effectiviteit van de hedge-transactie buiten beschouwing worden gelaten, worden direct in het resultaat verwerkt. De cumulatieve bedragen die in het eigen vermogen zijn verwerkt, worden overgeheveld naar het resultaat in dezelfde periode waarin de afgedekte transactie in het resultaat wordt verwerkt. PZEM beëindigt de hedge-accounting indien de hedge-relatie niet langer effectief is of indien niet langer verwacht wordt dat deze effectief zal blijven.

Opbrengsten worden opgenomen als de wezenlijke risico’s en voordelen van eigendom van de goederen zijn overgedragen aan de koper. Opbrengsten van diensten worden opgenomen naar rato van de verrichte prestaties aan het einde van de verslagperiode. Voor de verantwoording van de omzet van elektriciteit wordt verondersteld dat de geproduceerde elektriciteit uit de eigen productiemiddelen (incl. gezamenlijke overeenkomsten), alsmede de gecontracteerde elektriciteit uit productiemiddelen van derden (inclusief de belangrijkste wind PPA-contracten), aan derden wordt verkocht en derhalve als omzet wordt verantwoord. Daarnaast wordt de aan eindverbruikers geleverde elektriciteit volledig bij derden ingekocht en derhalve ook als omzet verwerkt.

6.3 FINANCIËLE BATEN EN LASTEN De financiële baten en lasten worden toegerekend aan de periode waarop zij betrekking hebben volgens de effectieve rente methode. Kosten van externe financiering, gerelateerd aan de vervaardiging of verwerving van vaste activa (bouwrente) worden in voorkomende gevallen geactiveerd.

Inkoop- en verkoopwaarden van handelscontracten met betrekking tot gas en elektriciteit die geen fysieke levering betreffen zijn gesaldeerd indien dit contractueel overeengekomen is.

7. GRONDSLAGEN VOOR HET KASSTROOMOVERZICHT Het kasstroomoverzicht is opgesteld volgens de indirecte methode en op basis van de werkelijke balansmutaties. Onderscheid is aangebracht tussen de operationele, investerings- en financieringsactiviteiten. Het kortlopend deel van de langlopende verplichtingen is in de balans opgenomen als onderdeel van de overige (kortlopende) verplichtingen, de mutatie op het kortlopende deel van de langlopende verplichtingen is in het kasstroomoverzicht echter verantwoord onder de kasstroom uit financieringsactiviteiten.

Kasstromen, gerelateerd aan minderheidsdeelnemingen (uitkering van dividenden), financiële baten en lasten en winstbelastingen (belastingaanslagen) zijn gebaseerd op de werkelijke ontvangsten en betalingen.

PZEM | JAARREKENING 2020

Toelichting op de geconsolideerde balans

70

PZEM | JAARREKENING 2020

71

PZEM | JAARREKENING 2020

72

1. IMMATERIËLE VASTE ACTIVA (Bedragen x EUR 1.000)

2. MATERIËLE VASTE ACTIVA Totaal

Software

Klant contracten

2019 Boekwaarde per 1 januari 2019

(Bedragen x EUR 1.000) 1.248

362

887

Investeringen

-

-

-

Afschrijvingen

(199)

(152)

(48)

-

-

-

Boekwaarde per 31 december 2019

1.049

210

839

Cumulatieve afschrijvingen en impairments

2.956

2.447

509

Desinvesteringen

AANSCHAFWAARDE PER 31 DECEMBER 2019

4.005

2.657

1.348

2020 Boekwaarde per 1 januari 2020

73

PZEM | JAARREKENING 2020

Andere Gebouwen Machines vaste en en instal- bedrijfs- Activa in Totaal terreinen laties middelen aanbouw

Lease activa

Bijdrage van derden

2019 Boekwaarde per 1 januari 2019

476.283

104.889

325.913

37.109

6.070

4.010

(1.708)

Investeringen

21.059

448

6.348

5.410

3.566

5.287

-

Afschrijvingen

(48.054)

(11.808)

(29.700)

(6.203)

-

(391)

48

-

-

-

-

-

Desinvesteringen

(4.736)

(4.522)

-

(214)

-

-

-

Overige mutaties

59.362

60.528

(872)

-

-

(297)

-

Boekwaarde per 31 december 2019

503.912

149.534

301.689

36.103

9.636

8.610

(1.660)

Boekwaarde voor aftrek bijdragen

505.572

149.534

301.689

36.103

9.636

8.610

Bijzondere waardevermindering

-

1.049

210

839

Investeringen

630

630

-

Cumulatieve afschrijvingen en impairments

744.360

80.131

590.607

72.718

-

904

Afschrijvingen

(234)

(187)

(47)

AANSCHAFWAARDE PER 31 DECEMBER 2019

1.249.932

229.665

892.296

108.821

9.636

9.514

-

-

-

Boekwaarde per 31 december 2020

1.445

653

792

Cumulatieve afschrijvingen en impairments

3.179

2.623

556

503.912

149.534

301.688

36.103

9.636

8.610

(1.660)

AANSCHAFWAARDE PER 31 DECEMBER 2020

4.625

3.277

1.348

Investeringen

18.461

230

13.813

2.309

1.602

508

-

5

28

Afschrijvingen

(47.911)

(13.614)

(27.226)

(6.227)

-

(892)

48

-

-

-

-

-

Desinvesteringen

Afschrijvingstermijnen in jaren

Bijzondere waardevermindering In 2020 is er geen aanleiding geweest om te beoordelen of sprake zou zijn van een bijzondere waardevermindering van het hierboven verantwoorde immaterieel vast actief. Software In 2020 is geïnvesteerd in software ten behoeve van de online klantportaal.

Klantcontracten Deze immateriële vaste activa worden afgeschreven over de verwachte levensduur van de Sloecentrale. De afschrijving is gestart in 2009.

2020 Boekwaarde per 1 januari 2020

Bijzondere waardevermindering

-

Desinvesteringen

(233)

(839)

(330)

(1)

-

(45)

982

Overige mutaties

36.565

35.274

1.291

-

-

-

-

Boekwaarde per 31 december 2020

510.794

170.585

289.236

32.184

11.238

8.181

(630)

Boekwaarde voor aftrek bijdragen

511.425

170.585

289.236

32.184

11.238

8.181

Cumulatieve afschrijvingen en impairments

755.443

91.257

584.847

78.211

-

1.127

AANSCHAFWAARDE PER 31 DECEMBER 2020 1.266.867

261.842

874.083

110.396

11.238

9.309

0 - 40

7 - 40

5 - 15

nvt

Afschrijvingstermijnen in jaren

De overige mutatie in gebouwen en terreinen heeft betrekking op de verhoging en activering van de amoveringsvoorziening van de kerncentrale als gevolg van een lagere disconteringsvoet. Zowel in 2019 als in 2020 is de disconteringsvoet verlaagd. De investeringen in machines en installaties (inclusief de mutaties in activa in aanbouw) hebben met name betrekking op vervangingsinvesteringen en maatregelen om de (nucleaire) veiligheid bij EPZ verder te verhogen. Een deel heeft ook betrekking op groot onderhoud van en verbeteringen aan de Sloecentrale.

In 2017 heeft een bijzondere waardevermindering plaats gevonden door de afwaardering van de geactiveerde fair value van de uitbreiding van het aandelenbelang in EPZ, van 50% naar 70%, in 2011 van EUR 292,5 mln.. Een (gedeeltelijke) terugname van de afwaardering uit 2017 was in 2020 niet van toepassing. De per ultimo 2020 aanwezige bijzondere waardevermindering bedraagt EUR 162,9 mln. (2019: EUR 175,4 mln.). De lease activa hebben met name betrekking op huurcontracten voor terrein en kantoorruimte en de leasecontracten van het wagenpark.

PZEM | JAARREKENING 2020

74

PZEM | JAARREKENING 2020

3. JOINT VENTURES, GEASSOCIEERDE DEELNEMINGEN EN OVERIGE DEELNEMINGEN

3.1 JOINT VENTURES Samenvattende balans- en resultaatinformatie met betrekking tot de joint ventures (op basis van IFRS, 100% belang).

Totaal

Joint Ventures

Overige deelnemingen

Boekwaarde per 1 januari 2019

393.420

375.337

18.082

Investeringen/Verkopen

(4.757)

-

(4.757)

Ontvangen dividenden/ontvangsten

(18.068)

(18.048)

(20)

Resultaat

27.320

25.906

1.414

70

70

-

BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2019

397.984

383.265

14.719

Openingsbalans per 1 januari 2020

397.984

383.265

14.719

312

-

312

Ontvangen dividenden/ontvangsten

(17.493)

(17.493)

-

Resultaat

21.711

24.315

(2.604)

0

-

0

402.514

390.087

12.427

(Bedragen x EUR 1.000)

Overige mutaties

Investeringen/Verkopen

Overige mutaties BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2020

De ontvangsten uit hoofde van dividenduitkeringen zijn met name toe te rekenen aan waterbedrijf Evides. Het resultaat betreft de resultaten die door de joint ventures en overige deelnemingen zijn gerealiseerd.

75

JOINT VENTURES EVIDES N.V. (Bedragen x EUR 1.000) Vlottende activa waarvan liquide middelen

31-12-2020

31-12-2019

74.086

68.830

1.971

10.389

Vaste activa

1.217.115

1.179.649

Kortlopende verplichtingen

(176.330)

(176.667)

97.001

105.279

(566.828)

(539.756)

527.556

502.289

2020

2019

waarvan financiële verplichtingen Langlopende verplichtingen waarvan financiële verplichtingen

Omzet

311.061

305.105

Netto resultaat uit voortgezette activiteiten

45.986

48.671

Netto resultaat uit beëindigde activiteiten

-

-

45.986

48.671

-

139

Totaal van gerealiseerde en niet-gerealiseerde resultaten

45.986

48.810

Ontvangen dividend door PZEM N.V.

15.000

17.700

Afschrijvingen en bijzondere waardevermindering

79.231

75.181

Totaal van rentelasten en -baten

2.283

2.193

538

5.991

31-12-2020

31-12-2019

548.043

532.057

50%

50%

95.502

95.502

369.524

361.531

Netto resultaat Niet-gerealiseerde resultaten

Vennootschapsbelasting

Vermogen Aandelenbelang Goodwill BOEKWAARDE

PZEM N.V. heeft, met haar 50% aandelenbelang in Evides N.V., gezamenlijke zeggenschap omdat de belangrijkste besluiten (om de relevante activiteiten te beïnvloeden) met meerderheid van stemmen door de aandeelhouders genomen moeten worden. Aangezien PZEM N.V. alleen recht heeft op dividend (en niet op andere output van Evides), wordt Evides N.V. als Joint Venture gerapporteerd.

PZEM | JAARREKENING 2020

OVERIGE JOINT VENTURES (Bedragen x EUR 1.000)

76

31-12-2020

31-12-2019

Netto resultaat uit voortgezette activiteiten toe te rekenen aan PZEM N.V.

1.322

1.591

Netto resultaat uit beëindigde activiteiten toe te rekenen aan PZEM N.V.

-

-

Niet-gerealiseerde resultaten toe te rekenen aan PZEM N.V.

-

-

1.322

1.591

20.563

21.733

Totaal van (niet-)gerealiseerde resultaten toe te rekenen aan PZEM N.V. BOEKWAARDE De overige joint ventures hebben met name betrekking op de deelneming in BMC Moerdijk.

77

PZEM | JAARREKENING 2020

3.2 OVERIGE DEELNEMINGEN Alle participaties die gerapporteerd worden onder de overige deelnemingen zijn opgenomen in het overzicht van nietgeconsolideerde deelnemingen. In het licht van het Borssele convenant is in 2007 het Sustainable Energy Technology Fund opgericht (SET Fund C.V.), waarin de toenmalige energiebedrijven DELTA (via DELTA Investeringsmaatschappij B.V. als stille vennoot; huidig PZEM resp. PZEM Investeringsmaatschappij B.V.) en Essent (huidig onderdeel van RWE) beiden voor 50% participeerden. Gelet op de statuten van dit fonds en de gewijzigde aandelenverhouding in N.V. EPZ is per 23 december 2011 een nieuw fonds, SET Fund II C.V., opgericht. In SET Fund II C.V. participeerde PZEM bij aanvang voor 69,65% en Essent (RWE) voor 29,85% in het initieel kapitaal van EUR 10 mln. Gezien de beperkte zeggenschap worden beide ondernemingen gekwalificeerd als ‘financiële instrumenten’ en gewaardeerd tegen reële waarde. De participatie van PZEM (via PZEM Investeringsmaatschappij B.V. als stille vennoot) in SET Fund I C.V. bedraagt ultimo 2020 37,67% met een boekwaarde van EUR 7,1 mln. (ultimo 2019: 45,24% met een boekwaarde van EUR 9,3 mln.). Voor SET Fund II C.V. is dit ultimo 2020 18,20% met een boekwaarde van EUR 4,0 mln. (ultimo 2019: 18,83% met een boekwaarde van EUR 4,1 mln.).

3.3 TRANSACTIES MET VERBONDEN PARTIJEN Hieronder zijn de transacties met verbonden partijen opgenomen voor zover de waarde van de verbonden partij materieel is in de PZEM jaarcijfers en de verkoop- en inkooptransacties, debiteuren en crediteuren en de verstrekte leningen niet minder bedragen dan EUR 5 mln. De transacties zijn marktconform. Ten behoeve van de vorderingen op verbonden partijen zijn geen voorzieningen voor oninbaarheid opgenomen omdat hier geen noodzaak toe bestaat. De aandeelhouders van PZEM (provincies en gemeentes) zijn weliswaar verbonden partijen maar er vinden geen significante transacties plaats tussen PZEM en haar aandeelhouders. De vergoedingen aan Raad van Bestuur en de Raad van Commissarissen zijn toegelicht onder de personeelskosten respectievelijk de overige bedrijfskosten.

TRANSACTIES MET VERBONDEN PARTIJEN (Bedragen x EUR 1.000)

Verkochte goederen

Ingekochte goederen

Debiteuren

% Deelneming

2020

2019

2020

2019

31-12-2020

31-12-2019

50,00%

198

191

8.562

10.398

43

52

TOTAAL

198

191

8.562

10.398

43

52

(Bedragen x EUR 1.000)

Crediteuren

BMC Moerdijk B.V.

BMC Moerdijk B.V. TOTAAL

Verstrekte leningen

Ontvangen rente

% Deelneming

31-12-2020

31-12-2019

31-12-2020

31-12-2019

2020

2019

50,00%

442

322

2.595

2.681

173

260

442

322

2.595

2.681

173

260

PZEM | JAARREKENING 2020

78

PZEM | JAARREKENING 2020

4. OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA

4.2 UITGESTELDE BELASTINGVORDERINGEN

Leningen u/g Totaal deelnemingen

(Bedragen x EUR 1.000)

Uitgestelde belasting vorderingen

Overige financiële vaste activa

BOEKWAARDE PER 1 JANUARI 2019 (LANGLOPEND)

472.571

4.879

6.189

461.503

Terugboeking kortlopend gedeelte

451.366

-

-

451.366

Nieuwe vorderingen

471.556

-

-

471.556

32.585

-

1.767

30.818

(444.801)

(2.024)

-

(442.777)

Resultaat Ontvangen aflossingen Ten laste van eigen vermogen

(683)

-

(683)

-

Overige mutaties

(716)

-

-

(716)

BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2019

981.880

2.855

7.274

971.751

Kortlopend gedeelte

(415.817)

-

-

(415.817)

BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2019

566.063

2.855

7.274

555.934

OPENINGSBALANS PER 1 JANUARI 2020 (LANGLOPEND)

566.063

2.855

7.274

555.934

Terugboeking kortlopend gedeelte

415.817

-

-

415.817

Nieuwe vorderingen

674.130

-

-

674.130

7.572

-

(2.550)

10.122

(674.730)

(283)

-

(674.446)

(572)

-

(572)

-

8

-

0

8

BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2020

988.287

2.572

4.152

981.563

Kortlopend gedeelte

(371.164)

-

-

(371.164)

BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2020 (LANGLOPEND)

617.123

2.572

4.152

610.399

Resultaat Ontvangen aflossingen Ten laste van eigen vermogen Overige mutaties

4.1 LENINGEN U/G DEELNEMINGEN

De leningen u/g deelnemingen achtergestelde leningen.

betreft

een

tweetal

De gewogen gemiddelde rentevoet bedraagt in 2020 6,9% (2019: 6,9%).

79

(Bedragen x EUR 1.000)

31-12-2020

31-12-2019

Financiële vaste activa

-

(39)

Verrekenbare verliezen

-

2.589

Hedgereserve ingevolge IAS39 / derivaten

4.152

4.724

TOTAAL

4.152

7.274

De uitgestelde belastingvorderingen hebben volledig betrekking op de deelneming Sloecentrale. De latente belastingvorderingen van de fiscale eenheid van PZEM N.V. zijn uit voorzichtigheid niet gewaardeerd aangezien onzeker is of, en op welke termijn, de belastingvorderingen gerealiseerd kunnen worden. De niet in de balans opgenomen latente belastingvordering bij PZEM N.V. heeft betrekking op voorzieningen in de commerciële jaarrekening die voor fiscale doeleinden niet, danwel op andere wijze worden erkend. In alle gevallen betreft het tijdelijke verschillen die de komende jaren tot uitdrukking komen in de acute belastingdruk. Uit hoofde van verschillen tussen commerciële en fiscale waarderingen zou een latentie gevormd kunnen worden van EUR 17,6 mln. Jaarlijks wordt bij het opstellen van de jaarrekening beoordeeld in hoeverre verrekenbare verliezen tot toekomstige belastingbesparing zullen leiden. Voor zover verrekening van verliezen binnen de wettelijke termijn aannemelijk is, wordt een uitgestelde belastingvordering opgenomen. Op 31 december 2020 is voor EUR 303,9 mln. aan bestaande verrekenbare verliezen geen latente belastingvordering in de balans opgenomen vanwege het feit dat het onzeker is of, en op welke termijn de compensabele verliezen c.q. de belastingvoordelen gerealiseerd kunnen worden.

De hoogte van de verrekenbare verliezen is onzeker doordat PZEM nog in overleg is met de belastingdienst over enkele fiscale waarderingen. Van deze compensabele verliezen vervalt EUR 66,4 mln. binnen 5 jaar.

4.3 OVERIGE FINANCIËLE VASTE ACTIVA

De overige financiële vaste activa bestaan ultimo 2020 voornamelijk uit uitzettingen en gestelde zekerheden. Sinds de invoering van IFRS 9 per 1 januari 2018 dient bij de initiële verwerking van vorderingen al rekening te worden gehouden met verwachte kredietverliezen. Om de hoogte van deze ‘expected loss’ in te schatten heeft PZEM aansluiting gezocht naar de externe rating van de tegenpartijen. Hierbij heeft PZEM gekozen om de volgende percentages te hanteren bij de volgende ratings: Externe credit rating

Percentage ‘Expected loss’

> A-

0,1%

BBB+

0,2%

BBB of BBB-

0,5%

< BBB- of geen rating

1%

Er is door PZEM gekozen voor relatief lage percentages, omdat deze uitzettingen en gestelde zekerheden een relatief kortlopend karakter (ca. 1,5 jaar) hebben. De procentuele verdeling van alle uitzettingen en gestelde zekerheden (zowel langlopend als kortlopend) over de verschillende credit ratings is onderstaand schematisch weergegeven:

PZEM | JAARREKENING 2020

80

%

2020 2019

20 15 10 5 0

AA+

AA

AA-

A+

A

A-

BBB+

BBB

BBB-

<BB+ Geen rating

Overzicht credit rating tegenpartijen uitzettingen en gestelde zekerheden in % van het aantal.

Deposito’s en effecten Door de verkoop van het Netwerkbedrijf en de Retailactiviteiten in 2017 heeft PZEM een significante hoeveelheid liquide middelen tot haar beschikking gekregen. De middelen worden in eerste instantie ingezet voor de operationele activiteiten. De resterende middelen worden uitgezet en belegd conform het treasurystatuut. Deze uitzettingen en beleggingen bestaan vooral uit bancaire termijndeposito’s, obligaties en effecten en vertegenwoordigen ultimo 2020 een waarde van EUR 713,8 mln. (exclusief voorziening ‘expected loss’). Van dit saldo heeft EUR 358,2 mln. een looptijd langer dan 1 jaar. Een bedrag van EUR 128,8 mln. heeft betrekking op effecten die PZEM heeft belegd in het fonds waarin EPZ, via de Stichting Beheer Ontmantelingsgelden Kerncentrale Borssele, tevens heeft belegd. In totaal (incl. het deel van EPZ) is ultimo 2020 EUR 332,0 mln. belegd in dit fonds. Gestelde zekerheden De gestelde zekerheden bestaan uit waarborgsommen en bankgaranties. Een deel van de zekerheden is verstrekt aan tegenpartijen ten behoeve van operationele activiteiten waaronder de handelsactiviteiten. Deze zekerheden zijn voornamelijk voortgekomen door de downgrade van de corporate credit rating in 2017. Dit heeft geresulteerd in de verplichting tot het verstrekken van extra zekerheden aan handelspartijen. Ultimo 2020 is voor EUR 47,3 mln.

(exclusief voorziening ‘expected loss’) aan zekerheden gesteld (2019: 138,2 mln.) waarvan EUR 31,8 met een looptijd langer dan 1 jaar (2019: 32,1 mln.). De daling in 2020 is het gevolg van het vrijvallen van een garantie die gesteld was in het kader van een rechtszaak.

81

5. DERIVATEN EN RISICOMANAGEMENT

OVERZICHT CREDIT RATINGS TEGENPARTIJEN UITZETTINGEN IN % AANTAL TEGENPARTIJEN

25

PZEM | JAARREKENING 2020

Daarnaast zijn onder de financiële vaste activa de beleggingen via de Stichting Beheer Ontmantelingsgelden Kerncentrale Borssele verantwoord die de financiële zekerheid biedt die de Kernenergiewet vereist omtrent het aanwezig zijn van voldoende financiële middelen voor ontmanteling van de kerncentrale na de verwachte sluitingsdatum. Doordat de gelden aan een aparte stichting toebehoren, wordt het risico afgedekt dat bij een faillissement van de vergunninghouder de beschikbare gelden in de boedel vallen.

PZEM handelt in energie commodity-contracten en valuta voor het lopende kalenderjaar plus de drie daaropvolgende jaren. PZEM beschouwt de markten voor deze producten als voldoende liquide voor deze periode. Prijzen zijn beschikbaar via brokers, beurzen en dataleveranciers. De reële waarde van commodity-contracten wordt bepaald op basis van deze gepubliceerde prijzen; er wordt geen gebruik gemaakt van eigen waarderingsmodellen. De gepubliceerde maand-, kwartaal- en jaarprijzen worden slechts bewerkt om aan te sluiten op de relatieve perioden in de trade-systemen. Voor het afdekken van de renterisico’s maakt PZEM gebruik van derivaten zoals interest rate swaps. Met behulp van deze swaps wordt bewerkstelligd dat de variabele rente wordt omgezet in een vaste rente.

In dit hoofdstuk worden de volgende onderdelen behandeld: 5.1 5.1.1 5.1.2 5.1.3 5.1.4

Derivaten Samenhang derivaten in de jaarrekening Derivatenpositie Verloop van de hedge-reserve Hiërarchie van financiële instrumenten

5.2 5.2.1 5.2.2 5.2.3 5.2.4

Risicomanagement Risicobeheer Marktrisico’s Liquiditeitsrisico Kredietrisico’s

5.1 DERIVATEN 5.1.1 SAMENHANG DERIVATEN IN DE JAARREKENING 2020 STAND DERIVATEN

(Bedragen x EUR 1.000)

Activa 2020

Activa 2019

11.368

5.821

Passiva 2020

Passiva 2019

MUTATIE DERIVATEN Mutatie 2020 activa

Mutatie 2020 passiva

DERIVATEN OP DE BALANS (ZIE 5.1.2) Vaste activa Vlottende activa

5.547

18.483

44.688

(26.204)

29.851

50.508

(20.657)

Langlopende verplichting

22.383

25.745

(3.362)

Kortlopende verplichting

19.833 42.216

90.213 115.957

(70.380)

(11.665)

(63.875)

(11.665)

(63.875)

73

221

(73.741)

OVERIGE BALANSPOSITIES GERELATEERD AAN DERIVATEN Hedge-reserve (zie 5.1.3) Uitgestelde belasting (zie 5.1.3) Subtotaal

4.229 4.229

4.762 4.762

Gecumuleerde ineffectiviteit (derivaten Sloe) Gecumuleerde ineffectiviteit (Mark-toMarket)

TOTAAL

52.210 (533) (533)

52.210 (148)

4.229

4.762

3.456 (8.136)

2.966 (60.688)

(533)

490 52.552

34.080

55.270

34.080

55.270

(21.190)

(21.190)

Van de waardemutaties is een bedrag van EUR 52,2 mln. positief (2019: EUR 46,1 mln. positief) verwerkt via de hedge-reserve. De marktwaarde van de derivatenportefeuille is dichter bij de contractwaarde komen te liggen.

PZEM | JAARREKENING 2020

82

ACTIVA

(Bedragen x EUR 1.000) Vaste activa Netting

Netto

Vlottende activa Bruto

Netting

De veranderingen in de reële waarde na belastingen van de derivaten vormen onderdeel van de hedge-reserve; dit is een niet vrij uitkeerbare reserve. De hedge-reserve vertoonde het volgende verloop over de afgelopen twee jaar.

Netto

VERLOOP VAN DE HEDGE-RESERVE

2020

COMMODITY CONTRACTEN

(Bedragen x EUR 1.000)

COMMODITY CONTRACTEN Gas

11.933

8.271

Elektriciteit

39.898

Overige

5.468

3.662

51.590

34.028

36.231

3.667

93.515

93.376

139

1.429

4.039

9.930

9.151

778

Valuta contracten 57.299

45.931

11.368

4

-

4

155.039

136.556

18.483

5.1.2B SALDERING VAN FINANCIËLE PASSIVA

Elektriciteit

CO2

Totaal

Rente swaps

Totaal

31.517

(136.846)

14.426

(90.903)

(24.458)

(115.361)

Opgenomen in Eigen Vermogen

(51.259)

55.562

(1.692)

2.610

(2.483)

127

Vrijval naar resultaat TOTAAL MUTATIES 2019

(18.762) (70.021)

67.914 123.476

(8.528) (10.220)

40.625 43.235

5.973 3.490

46.598 46.725

Hedge-reserve 31-12-2019 bruto

(38.504)

(13.370)

4.206

(47.668)

(20.968)

(68.637)

Uitgestelde belasting HEDGE-RESERVE 31-12-2019

(38.504)

(13.370)

4.206

(47.668)

4.762 (16.207)

4.762 (63.875)

(38.504)

(13.370)

4.206

(47.668)

(20.968)

(68.637)

2019 Hedge-reserve 1-1-2019 bruto Mutaties 2019

2020 Hedge-reserve 1-1-2020 bruto PASSIVA

(Bedragen x EUR 1.000) Langlopend Bruto

Netting

Kortlopend Netto

Bruto

Netting

Netto

2020 COMMODITY CONTRACTEN Gas

(11.355)

(8.271)

(3.084)

(39.166)

(34.028)

(5.138)

Elektriciteit Overige

(44.073) (1.429)

(36.231) (1.429)

(7.842) -

(102.609) (9.151)

(93.376) (9.151)

(9.232)

OVERIGE DERIVATEN Valuta contracten

SWAPS

Gas

17.562

OVERIGE DERIVATEN

TOTAAL

83

5.1.3 VERLOOP VAN DE HEDGE-RESERVE

5.1.2A SALDERING VAN FINANCIËLE ACTIVA

Bruto

PZEM | JAARREKENING 2020

(313)

(313)

Renteswaps

(11.457)

-

(11.457)

(5.150)

-

(5.150)

TOTAAL

(68.314)

(45.931)

(22.383)

(156.389)

(136.556)

(19.833)

Mutaties 2020 Opgenomen in Eigen Vermogen

14.516

(14.121)

5.455

5.849

(1.189)

4.660

Vrijval naar resultaat TOTAAL MUTATIES 2020

34.607 49.122

11.865 (2.256)

(3.868) 1.586

42.603 48.454

5.479 4.290

48.082 52.744

Hedge-reserve 31-12-2020 bruto

10.619

(15.626)

5.792

786

(16.678)

(15.893)

Uitgestelde belasting HEDGE-RESERVE 31-12-2020

10.619

(15.626)

5.792

786

4.229 (12.450)

4.229 (11.665)

De opbouw van de bruto hedge-reserve ultimo 2020 met betrekking tot de commodities kan als volgt worden toegewezen aan de komende jaren:

STAND HEDGE-RESERVE COMMODITIES BRUTO COMMODITIES

(Bedragen x EUR 1.000)

Totaal

Gas

Elektriciteit

CO2

2021

9.778

(11.089)

1.106

(205)

2022

1.182

(967)

3.202

3.417

2023

(314)

(3.570)

1.483

(2.401)

2024

(27)

TOTAAL

10.619

(27) (15.625)

5.792

785

84

PZEM | JAARREKENING 2020

De vrijval uit de hedge-reserve voor commodities in het resultaat komt ten laste van de operationele bruto marge.

PZEM | JAARREKENING 2020

Niveau 1: Inputs van niveau 1 zijn op actieve markten genoteerde prijzen (niet gecorrigeerd) voor identieke activa of verplichtingen, waartoe de entiteit toegang heeft op de waarderingsdatum.

Er is in het afgelopen jaar geen sprake geweest van hedgerelaties die gediscontinueerd zijn in verband met het niet doorgaan van een verwachte transactie.

5.2 RISICOMANAGEMENT 5.2.1 RISICOBEHEER

Niveau 2: Inputs van niveau 2 zijn andere inputs dan in niveau 1 opgenomen genoteerde prijzen die direct of indirect voor het actief of de verplichting waarneembaar zijn.

De commodityderivaten laten per 31 december 2020 een vordering zien. Over het algemeen zullen hogere gasen CO2 prijzen leiden tot een hogere vordering. Hogere elektriciteitsprijzen zullen over het algemeen leiden tot een lagere vordering.

Inputs op niveau 2 omvatten: a) Op actieve markten genoteerde prijzen voor soortgelijke activa of verplichtingen; b) Op niet-actieve markten genoteerde prijzen voor identieke of soortgelijke activa of verplichtingen; c) Andere inputs dan genoteerde prijzen die voor het actief of de verplichting waarneembaar zijn, bijvoorbeeld: i) rentevoeten en rentecurves die regelmatig worden gepubliceerd ii) impliciete volatiliteiten en iii) creditspreads (renteverschillen); d) Door de markt onderbouwde inputs.

De hedge-reserve in verband met commodityderivaten heeft per 31 december 2020 een debetstand binnen het eigen vermogen. Bij hogere gas- en CO2 prijzen ontstaat een lagere debetstand binnen het eigen vermogen en bij hogere elektriciteitsprijzen een hogere debetstand.

5.1.4 HIËRARCHIE VAN FINANCIËLE INSTRUMENTEN De financiële instrumenten betreffen uitsluitend terugkerende waarderingen, gewaardeerd tegen reële waarde, en zijn geclassificeerd volgens onderstaande hiërarchie zoals vereist door IFRS 13, Waardering tegen reële waarde:

Niveau 3: Inputs van niveau 3 zijn niet-waarneembare inputs voor het actief of de verplichting.

REËLE WAARDE HIËRARCHIE

(Bedragen x EUR 1.000) Totaal 31 december

Niveau 1

Niveau 2

Niveau 3

2020

2019

2020

2019

2020

2019

2020

2019

29.851

50.508

-

-

29.851

50.508

-

-

Activa

360.543 390.395

341.784 392.292

349.424 349.424

328.373 328.373

29.851

50.508

11.119 11.119

13.411 13.411

42.216 42.216

115.957 115.957

-

-

42.216 42.216

115.957 115.957

-

-

Passiva Derivaten TOTAAL PASSIVA

De Risk Management Committee heeft onder verantwoordelijkheid van de Raad van Bestuur algemene procedures en limieten vastgesteld en ziet er op toe dat de energiehandel- en verkoopactiviteiten van PZEM binnen de gestelde risicomarges blijven. Hierna wordt een toelichting gegeven op verschillende soorten risico’s en de wijze waarop PZEM daarmee omgaat.

5.2.2 MARKTRISICO’S 5.2.2.1 COMMODITY PRIJSRISICO’S

ACTIVA EN PASSIVA GEWAARDEERD TEGEN REËLE WAARDE

Derivaten Gedeelte van Overige deelnemingen en overige financiële vaste activa TOTAAL ACTIVA

PZEM handelt op de internationale gasen elektriciteitsmarkten. De prijzen op deze markten bewegen sterk. Door gebruik te maken van financiële instrumenten tracht PZEM commodity marktrisico’s, valutarisico’s, renterisico’s, liquiditeitsrisico en kredietrisico’s te managen en te mitigeren. De randvoorwaarden hiervoor zijn vastgelegd in de Financial Risk Manual en in het Treasury Statuut.

De mutatie in 2020 van ‘Gedeelte van Overige deelnemingen en overige financiële vaste activa’ bedraagt EUR 18,8 mln. Dit bestaat voor EUR 11,0 mln. uit investeringen/nieuwe vorderingen en voor EUR 7,8 mln. uit positief resultaat. Tot de overige deelnemingen behoren de participaties in SET Fund C.V. en SET Fund II C.V. (zie ook toelichting 3.3). Onder de overige financiële vaste activa zijn opgenomen de beleggingen uitgezet via de Stichting Beheer Ontmantelingsgelden Kerncentrale Borssele (zie ook toelichting 4.3) en beleggingen vanuit PZEM in hetzelfde fonds

waarin EPZ, via de Stichting Beheer Ontmantelingsgelden Kerncentrale Borssele, gelden heeft belegd. De reële waarden zijn gebaseerd op: ■ waardering in overeenstemming met International Private Equity and Venture Capital (IPEV) Guidelines uitgegeven door IPEV en goedgekeurd door Invest Europe (voorheen; the European Private Equity and Venture Capital Association (EVCA)); ■ speciaal opgerichte vermogensfondsen met een eigen marktwaarde per participatie.

Marktrisico’s vloeien voort uit prijsbewegingen in de inkoopen verkoopmarkten waarin PZEM actief is (commodities, valuta, transportcapaciteit, import/exportcapaciteit, etc). Het beleid van PZEM is erop gericht om op korte termijn de gevolgen van prijsbewegingen te beperken en op lange termijn de vigerende marktprijzen te volgen. Voor deze systematische beheersing bepaalt PZEM, afhankelijk van de verwachte prijsontwikkelingen, de inzet van zijn activa en welke posities worden ingenomen. Deze posities worden op dagelijkse basis gevolgd. Handelsrisico’s worden beperkt door strikte toepassing van een stelsel van limieten. De belangrijkste limiet is gebaseerd op de Value-at-Risk methodiek. Een risico voor de continuïteit van PZEM op termijn is een mogelijk ongunstige ontwikkeling van de commodityprijzen in de aankomende jaren, en dan met name dalende elektriciteitsprijzen. Zo’n daling zou een direct drukkend effect hebben op de resultaten van de productie-eenheden. Het effect wordt het hardst gevoeld bij afnamecontracten waarin geen correlatie bestaat tussen de marktprijs van elektriciteit en de brandstofprijs, zoals bij nucleair opgewekte elektriciteit en energie uit kippenmest (betreft deelnemingsresultaat). De verkoopopbrengsten dalen hier, terwijl de kostprijs nagenoeg stabiel is.

Iedere daling van de verkoopprijs, komt direct tot uitdrukking in het resultaat, voor zover de output niet gehedged is.

85

5.2.2.2 VALUE-AT-RISK Bij de bepaling van de VaR wordt een aantal aannames voor diverse veranderingen in marktomstandigheden gehanteerd. De gehanteerde VaR geeft, met een betrouwbaarheid van 95%, de maximale daling van de waarde van de portefeuille aan als gevolg van prijsveranderingen over een periode van drie dagen. De VaR wordt bepaald via Monte Carlo simulatie op basis van historische volatiliteit en correlaties. Doordat portfolio’s tegengestelde posities bevatten en er een onderlinge correlatie is, is de VaR op de totale portfolio kleiner dan de som van de individuele VaR’s van de portfolio’s. Binnen PZEM is VaR een belangrijk instrument voor het beheer van de Trade portfolio en deze wordt daarom dagelijks berekend en gerapporteerd. De VaR voor de assets en voor de totale portfolio wordt tevens dagelijks gerapporteerd maar is geen primaire sturingsparameter. De assets worden gehedged via een vooraf vastgesteld lock-in schema om de gemiddelde marktwaarde te realiseren. Afwijkingen van dit schema vallen binnen de Trade Books, waarvoor VaR wel de leidende risicomaatstaf is. De VaR van de Trade portfolio bedraagt per ultimo 2020 EUR 0,3 mln. (2019: EUR 0,2 mln.) en valt daarmee ruimschoots binnen de goedgekeurde limiet.

5.2.2.3 CASHFLOW HEDGES PZEM gebruikt financiële instrumenten om fluctuaties in verwachte cashflows zoveel mogelijk te beperken. Om de gevolgen van toekomstige veranderingen in marktprijzen te beheersen maakt PZEM gebruik van derivaten zoals termijncontracten en swaps. De hedging instrumenten zijn derivaten in de door PZEM verhandelde commodities welke afgesloten worden om het cashflow-, prijs- en valutarisico te beperken. Hedge-accounting wordt toegepast om de totale waardemutatie van deze derivaten in de winst-enverliesrekening te dempen. Waar toegestaan neemt PZEM deze financiële instrumenten en fysieke aankoop- en verkoopcontracten boekhoudkundig op in een cashflow hedge-relatie onder IFRS 9. Hierbij is het item dat is gehedged de toekomstige aankooptransactie (centrales, lange termijn sourcing) of verkooptransactie (sales) van gas of elektriciteit.

PZEM | JAARREKENING 2020

86 5.2.2.5 RENTERISICO’S

CASH FLOW HEDGES ELEKTRICITEIT EN BRANDSTOFFEN CASHFLOW HEDGES

(Bedragen x EUR 1.000)

2021

2022

2.023

2024 en later

Totaal

Gemiddelde prijs

Contract waarde

2020 Gas forwards

14.528

452

(1.664)

2

13.318

0,152

(175.017)

Elektriciteit forwards

(13.012)

(1.907)

(2.125)

-

(17.044)

44,092

150.544

Electriciteit swaps

(1.449)

766

(788)

-

(1.471)

42,158

8.031

CO2 forwards

88

3.306

1.627

-

5.021

25,988

(18.192)

TOTAAL

154

2.617

(2.950)

2

(177)

2020

2021

2.022

2023 en later

Totaal

Gemiddelde prijs

Contract waarde

Het risicobeleid van PZEM met betrekking tot renterisico’s is er op gericht om de invloed van renteschommelingen op de kasstroom te beperken. Voor het afdekken van de risico’s maakt PZEM gebruik van derivaten zoals interest rate swaps. Afgedekte leningen Binnen de groep zijn een aantal renteswaps afgesloten. Deze swaps zijn allen effectief per balansdatum. De gevoeligheid

GEVOELIGHEIDSANALYSE RENTERISICO’S

(Bedragen x EUR 1.000)

POSITIE 31 DECEMBER

WAARDE T.O.V. YIELD- WAARDESTIJGING T.O.V. CURVE ACTUELE BALANS

DALING 10% WAARDE T.O.V. YIELDCURVE

WAARDEDALING T.O.V. ACTUELE BALANS

2020

2019

2020

2019

2020

2019

2020

2019

2020

2019

Derivaat Uitgestelde belasting

(16.678)

(20.968)

(16.590)

(20.817)

88

151

(16.279)

(24.305)

399

(3.337)

4.229

4.762

4.147

5.298

(82)

536

4.070

5.359

(159)

597

TOTAAL

(12.449)

(16.206)

(12.443)

(15.519)

6

687

(12.209)

(18.946)

240

(2.740)

Hedgereserve

12.449

16.206

12.765

15.679

316

(527)

12.209

18.946

(240)

2.740

TOTAAL

12.449

16.206

12.765

15.679

316

(527)

12.209

18.946

(240)

2.740

-

-

-

-

-

-

-

-

-

-

Derivaat

Gas forwards

(38.036)

(4.359)

(190)

-

(42.584)

0,176

(183.455)

Elektriciteit forwards

(7.970)

(3.813)

874

-

(10.909)

44,418

222.928

-

505

-

504

23,024

(6.309)

(46.006)

(7.666)

-

(52.988)

TOTAAL

is berekend door de floating spot met 10% te verhogen respectievelijk te verlagen. Enkele van deze rentederivaten zijn te classificeren als optiecontracten waarvoor de uitzondering genoemd in IFRS 9, alinea 6.2.4, geldt. De verandering in de intrinsieke waarde wordt verwerkt in de hedge-reserve, de verandering in de tijdswaarde wordt verwerkt in de winst-enverliesrekening. In de tabel is het verschil van de 10% stijging, dan wel 10% daling weergegeven ten opzichte van de boekwaarde per 31 december 2020. Over de rentederivaten wordt geen Value-at-Risk (VaR) berekend.

STIJGING 10%

2019

CO2 forwards

87

PZEM | JAARREKENING 2020

684

Renteswaps In de hedge-reserve is de waardeontwikkeling van onderliggende derivaten opgenomen in de periode dat deze opgenomen zijn in een effectieve hedge-relatie. De in het overzicht ‘cash flow hedges’ weergegeven derivaten betreffen de derivaten die per balansdatum opgenomen zijn in een hedge-relatie. Een mismatch ontstaat doordat: ■ in het overzicht ‘cash flow hedges’ ook het ineffectieve deel van de hedge-instrumenten is opgenomen; ■ de waardeontwikkeling in de hedge-instrumenten tot het aangaan van een hedge relatie ook is opgenomen in het overzicht ‘cashflow hedges’; ■ in de hedge-reserve de waardeontwikkeling is opgenomen van de hedge-instrumenten welke in het verleden waren opgenomen in een hedge-relatie, doch per einde boekjaar niet daarin zijn opgenomen. De in de hedge-reserve gerapporteerde waarden houden rekening met de toewijzingsdatum van een instrument in een hedge-relatie; deze kan afwijken van de handelsdatum. Daarnaast wordt in de hedge-reserve alleen het effectieve gedeelte van de totale in de hedge toegewezen reële waarde van de hedge instrumenten meegenomen.

5.2.2.4 VALUTARISICO’S Valutarisico’s hebben betrekking op het prijsrisico dat samenhangt met de wijziging van wisselkoersen. Het risicobeleid van PZEM is er op gericht om valutarisico’s op ingenomen posities in vreemde valuta af te dekken. Voor het afdekken van de risico’s gebruikt PZEM financiële instrumenten (forward-transacties) om fluctuaties in verwachte kasstromen zoveel mogelijk te voorkomen. Ingenomen valutaposities, die voortvloeien uit afgesloten (commodity)contracten, worden direct afgedekt. Hierdoor is het resterende risico bij koerswijzigingen verwaarloosbaar klein. Valutarisico limieten worden periodiek in overleg met de Risk Management Committee vastgesteld en vervolgens bewaakt door de afdeling Treasury. Ten behoeve van de omrekening van in de balans begrepen valuta-posities zijn de volgende koersen ten opzichte van de Euro gebruikt:

KOERSEN Middenkoersen Amerikaanse dollar Britse pond

31-12-2020

31-12-2019

1,1228 0,8972

1,1214 0,8519

Resultaat swaps

De rentederivaten laten per 31 december 2020 een schuldpositie zien. Bij een hogere yieldcurve neemt deze schuldpositie af. De hedge-reserve in verband met renteswaps heeft per 31 december 2020 een debetstand binnen het eigen vermogen. Bij een hogere yieldcurve ontstaat een lagere debetstand binnen het eigen vermogen. Niet afgedekte leningen Het grootste gedeelte van de leningen per 31 december 2020 is gehedged. Doordat de hedges geruime tijd geleden zijn afgesloten ligt de feitelijke rente ruim boven de huidige marktrente.

5.2.3 LIQUIDITEITSRISICO Liquiditeitsrisico is het risico dat PZEM onvoldoende financiële middelen ter beschikking heeft om aan haar korte termijn verplichtingen te voldoen. Gezien de hoeveelheid middelen die onder andere gegenereerd is door de verkoop van bedrijfsonderdelen, is dit risico op dit moment niet aanwezig. Op langere termijn zou een liquiditeitsrisico kunnen gaan spelen als de marktprijzen, tegen de verwachtingen in, sterk zullen verslechteren. Het beleid van PZEM op het gebied van kapitaalbeheer is er op gericht om het aantrekken en aflossen van financiële middelen en het beheer van de liquide middelen zo veel mogelijk te centraliseren in de holdingmaatschappij PZEM N.V. Op basis van het ondernemingsplan wordt jaarlijks het financieringsplan opgesteld dat richting geeft aan de activiteiten van de afdeling Treasury. Een onderdeel hiervan is de wijze waarop overtollige middelen worden uitgezet (conform het daarvoor vastgestelde beleid) met inachtneming van buffers voor operationele activiteiten. Er vindt continue monitoring op de ontwikkeling van de kasstromen plaats.

88

PZEM | JAARREKENING 2020

Een aantal onderdelen van de PZEM Groep heeft een eigen financieringslijn, te weten: 1. Sloe Centrale B.V. is gefinancierd met projectfinanciering, waarvan de stand ultimo 2020 EUR 122,2 mln. (op basis van het 50%-belang) bedroeg; 2. N.V. EPZ heeft geen kredietlijnen aangetrokken omdat de eigen kaspositie voldoende is. Indien financiering op EPZ-niveau noodzakelijk zou worden, dan zal dit worden gearrangeerd op een non-recourse basis. Standard & Poor’s heeft de creditrating van PZEM in 2017

verlaagd naar BB volgend op de verkoop van het Netwerkbedrijf en de Retail-activiteiten. De downgrade van de corporate credit rating in 2017 heeft geresulteerd in de verplichting tot het verstrekken van extra zekerheden aan (commodity) handelspartijen, waardoor de druk op de liquiditeitspositie is toegenomen. De verstrekte zekerheden bedragen per balansdatum EUR 47 mln. Op 9 februari 2021 heeft PZEM de credit rating ingetrokken. Om inzicht te verschaffen in het liquiditeitsrisico zijn in de volgende tabel de contractuele looptijden weergegeven van de financiële verplichtingen:

CONTRACTUELE LOOPTIJD VAN FINANCIËLE VERPLICHTINGEN ULTIMO 2020 (Bedragen x EUR 1.000)

< 1 jaar

1-5 jaar

> 5 jaar

Totaal

Crediteuren

12.035

-

-

12.035

Rentedragende leningen

14.557

67.773

39.852

122.182

Derivaten

19.833

22.383

-

42.216

Voorzieningen

31.635

112.053

419.056

562.745

Overige

63.698

2.020

35.447

101.165

TOTAAL

141.758

204.229

494.355

840.343

PZEM | JAARREKENING 2020

89

5.2.4 KREDIETRISICO’S Kredietrisico betreft het verlies dat zou kunnen ontstaan indien een tegenpartij in gebreke blijft bij het voldoen aan de contractuele verplichting. PZEM heeft kredietlimieten opgesteld met betrekking tot zijn externe tegenpartijen teneinde het kredietrisico te beperken. Een intern kredietbeoordelingssysteem stelt voor elke externe tegenpartij een kredietlimiet vast. Dit interne beoordelingssysteem is gebaseerd op beschikbare, gepubliceerde informatie over de betreffende onderneming of de garantsteller daarvan (jaarverslagen, creditratings, etc.). Indien de creditrating van een externe tegenpartij of de garantsteller daarvoor niet (langer) investment grade is, wordt geen (additioneel) kredietrisico geaccepteerd.

Ultimo 2020 ziet de procentuele verdeling van de creditrating van de externe tegenpartijen van PZEM over de verschillende ratingklassen er als volgt uit:

KREDIETBEOORDELINGEN TEGENPARTIJEN

%

35

2020 2019

30 25 20 15 10

CONTRACTUELE LOOPTIJD VAN FINANCIËLE VERPLICHTINGEN ULTIMO 2019 (Bedragen x EUR 1.000)

< 1 jaar

1-5 jaar

> 5 jaar

5

Totaal

Crediteuren

48.116

-

-

48.116

Rentedragende leningen

13.603

63.955

58.228

135.785

Derivaten

90.213

25.745

-

115.957

Voorzieningen

50.778

128.184

386.878

565.840

Overige

23.497

1.738

34.384

59.619

TOTAAL

226.207

219.621

479.490

925.318

De contractuele looptijd van de financiële verplichtingen geeft de te verwachten uitgaande kasstromen weer met betrekking tot de op de balansdatum uitstaande schulden.

De post voorzieningen is onder de contractuele verplichtingen meegenomen aangezien hier merendeels contracten onder liggen. Vanwege het karakter van de verplichting en de omvang hiervan zijn de voorzieningen in dit overzicht opgenomen.

0

AA+

AA

AA-

A+

A

Naast de hierop gebaseerde kredietlimieten hanteert PZEM verschillende instrumenten om kredietrisico’s te beheersen, waaronder het handelen onder standaardcontracten en voorwaarden, het handelen via beurzen, het diversifiëren naar eindgebruikers en het vragen van aanvullende zekerheden. Voor eindgebruikers waaraan door PZEM energie wordt geleverd, wordt de kredietwaardigheid bepaald op basis van gegevens van externe informatieleveranciers. Bij bestaande klanten is ook het historische betaalgedrag een afweging voor het al dan niet aangaan van een leveringscontract. Voor een

A-

BBB+

BBB

BBB-

<BBB-

deel van de zakelijke eindgebruikers is het debiteurenrisico afgedekt door middel van een kredietverzekering. Zo nodig worden aanvullende zekerheden in de vorm van bankgarantie, waarborgsom of vooruitbetaling gevraagd.

PZEM | JAARREKENING 2020

90

91

7. VORDERINGEN

6. VOORRADEN 31-12-2020

31-12-2019

Grondstoffen

66.175

74.922

Hulpmateriaal

4.259

(Bedragen x EUR 1.000)

PZEM | JAARREKENING 2020

(Bedragen x EUR 1.000)

31-12-2020

31-12-2019

14.270

20.683

3.937

Handelsdebiteuren Nog te factureren bedragen

40.540

38.646

12.814

12.531

Eindproduct

3.641

3.531

Belastingen

Handelsgoederen

1.856

2.463

Deposito's en effecten

355.231

309.309

Gestelde zekerheden

15.457

105.993

Liquide middelen niet direct opeisbaar

37.475

54.271

Totaal

75.931

84.852

Voorziening incourante voorraden

(1.416)

(1.362)

CO2-certificaten & GvO's

18.571

24.097

TOTAAL VOORRADEN

74.515

83.490

Overige en overlopende activa

11.439

33.264

505.798

598.794

TOTAAL VORDERINGEN (EXCLUSIEF DERIVATEN) Van de voorraad grondstoffen per 31 december 2020 heeft een bedrag van EUR 21,6 mln. betrekking op vooruitbetalingen op splijtstofelementen. Hiervoor zijn zekerheden ontvangen voor een bedrag van EUR 17,8 mln. Door de verkoop van het Netwerkbedrijf en de Retailactiviteiten in 2017 heeft PZEM een significante hoeveelheid liquide middelen tot haar beschikking gekregen. De middelen worden in eerste instantie ingezet voor de operationele activiteiten. De resterende middelen worden uitgezet en belegd conform het Treasury Statuut. Deze uitzettingen en beleggingen bestaan vooral uit bancaire termijndeposito’s en obligaties en vertegenwoordigen ultimo 2020 een waarde van EUR 713,8 mln (exclusief voorziening ‘expected loss’). Van dit saldo heeft EUR 355,7 mln. (exclusief voorziening ‘expected loss’) een looptijd korter dan 1 jaar.

De liquide middelen die niet direct opeisbaar zijn, betreffen aangehouden geldmiddelen in het kader van de handelsactiviteiten op beurzen. Deze positie was ultimo 2018 sterk opgelopen vanwege stijgende marktprijzen. In 2019 en 2020 zijn deze gelden grotendeels vrijgevallen doordat het overgrote deel van de betreffende handelstransacties is afgewikkeld.

De gestelde zekerheden bestaan uit waarborgsommen en bankgaranties. Een deel van de zekerheden is verstrekt aan tegenpartijen ten behoeve van operationele activiteiten waaronder de handelsactiviteiten. Deze zekerheden zijn voornamelijk voortgekomen door de downgrade van de corporate credit rating in 2017. Dit heeft geresulteerd in de verplichting tot het verstrekken van extra zekerheden aan handelspartijen. Daarnaast zijn er garanties verstrekt als gevolg van juridische processen. Ultimo 2020 is voor EUR 47,3 mln. (exclusief voorziening ‘expected loss’) aan zekerheden gesteld waarvan EUR 15,5 mln. (exclusief voorziening ‘expected loss’) met een looptijd korter dan 1 jaar.

Per ultimo 2020 zijn de CO2 certificaten die naar verwachting nodig zijn ten behoeve van de elektriciteitsproductie van de Sloecentrale in 2021, reeds aangekocht. Ultimo 2019 was dit op dezelfde manier gedaan voor 2020.

Op de vorderingen is een voorziening in verband met mogelijke oninbaarheid in mindering gebracht van EUR 0,4 mln. (2019: EUR 0,4 mln.).

De overige en overlopende activa zijn gedaald omdat de vooruit betaalde beursafrekeningen per ultimo 2019 zijn omgeslagen in vooruit ontvangen beursafrekeningen per ultimo 2020.

92

PZEM | JAARREKENING 2020

93

OUDERDOMSANALYSE HANDELSDEBITEUREN

MUTATIES UITZETTINGEN, GESTELDE ZEKERHEDEN EN LIQUIDE MIDDELEN NIET DIRECT OPEISBAAR (Bedragen x EUR 1.000)

2020

2019

Stand per 1 januari

469.573

584.656

Mutatie uitzettingen Mutatie verwacht kredietverlies IFRS 9

(61.466) 56

(115.295) 213

Stand per 31 december

408.163

469.573

Verdeeld in: Deposito's en effecten

355.231

309.309

Gestelde zekerheden

15.457

105.993

Liquide middelen niet direct opeisbaar

37.475

54.271

408.163

469.573

TOTAAL

PZEM | JAARREKENING 2020

Verwacht kredietverlies percentage

31-12-2020

31-12-2019

Niet vervallen

0,1%

41

39

< 30

0,1%

14

17

31-60

1%

6

52

61-90

15%

6

14

91-120

50%

8

8

> 120 individueel bepaald

75% 75%

340 34

81 181

447

391

(Bedragen x EUR 1.000) Ouderdom (dagen)

TOTAAL

OUDERDOMSANALYSE HANDELSDEBITEUREN (Bedragen x EUR 1.000) Ouderdom (dagen)

MUTATIES IN VOORZIENING VOOR DUBIEUZE DEBITEUREN (Bedragen x EUR 1.000) Voorziening per 1 januari

2020 391

2019 606

Onttrekking wegens oninbare vorderingen

31-12-2020

31-12-2019

Nog te factureren

40.540

38.646

< 30

13.624

15.461

31-60

585

5.187

61-90

40

94

91-120

16

15

453

315

Dotatie

56

(215)

> 120

Voorziening per 31 december

447

391

OPERATIONELE DEBITEUREN (BRUTO)

55.257

59.720

Voorziening voor dubieuze debiteuren

(447)

(391)

OPERATIONELE DEBITEUREN (NETTO)

54.810

59.329

De gehanteerde percentages voor ‘expected loss’ zijn per categorie van ouderdom conform hierna volgend overzicht bepaald. De percentages zijn laag omdat een deel van de vorderingen verzekerd is middels een kredietverzekering. Daarnaast wordt geen percentage boven de 75% gehanteerd, omdat PZEM (een deel van) de energiebelasting en BTW kan terugvorderen indien de debiteur niet betaalt. Indien een debiteur failliet is of in een traject met een deurwaarder zit, worden alle openstaande vorderingen nu voor 75% voorzien (ongeacht hoe lang de vordering uit staat).

PZEM | JAARREKENING 2020

94

PZEM | JAARREKENING 2020

8. LIQUIDE MIDDELEN 31-12-2020

31-12-2019

Kas/Bank

85.829

84.859

TOTAAL LIQUIDE MIDDELEN

85.829

84.859

(Bedragen x EUR 1.000)

Onder de liquide middelen zijn de geldmiddelen opgenomen en ook kasequivalenten die zonder materieel risico van waardeverandering in liquide middelen kunnen worden omgezet.

9. VOORZIENINGEN (Bedragen x EUR 1.000) BOEKWAARDE PER 1 JANUARI 2019

Onrendabele Totaal contracten 459.957

Terugboeking kortlopend gedeelte van voorzieningen

44.167

Dotaties Rentedotaties

79.837

Personeels kosten

Amovering

Overig

3.521

291.419

85.180

11.476

5.249

10.443

16.999

85.507

-

1.497

60.199

23.811

8.819

1.714

11

8.136

(1.041)

Vrijval

(13.486)

(11.869)

(1.618)

-

-

Onttrekkingen

(18.253)

-

(2.165)

(2.229)

(13.859)

Overige mutaties

(872)

-

-

(872)

-

Boekwaarde per 31 december 2019

565.839

81.158

6.496

367.096

111.089

Kortlopend gedeelte van voorzieningen

(50.777)

(11.896)

(3.169)

(7.629)

(28.083)

BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2019 (LANGLOPEND)

515.062

69.262

3.327

359.467

83.006

Terugboeking kortlopend gedeelte van voorzieningen

50.777

11.896

3.169

7.629

28.083

Dotaties

53.720

168

307

33.961

19.284

Rentedotaties

6.270

752

9

6.555

(1.047)

Vrijval

(12.842)

(11.567)

(1.275)

-

-

Onttrekkingen Overige mutaties

(50.594) 351

-

(1.056) 350

(3.267) 0

(46.271) 0

Boekwaarde per 31 december 2020

562.744

70.512

4.831

404.345

83.055

Kortlopend gedeelte van voorzieningen

(31.634)

(15.720)

(2.460)

(3.956)

(9.498)

BOEKWAARDE PER 31 DECEMBER 2020 (LANGLOPEND)

531.109

54.792

2.371

400.389

73.558

De vrijval van de voorzieningen die binnen een jaar is gepland ad EUR 31,6 mln. (2019: EUR 50,8 mln.) is opgenomen onder de kortlopende verplichtingen. De onttrekkingen in 2020 bij de overige voorzieningen houden verband met de voorziening voor opwerkings- en opslagkosten voor nucleaire brandstoffen.

Gehanteerde inflatieverwachting Ten behoeve van de bepaling van de hoogte van de voorzieningen is uitgegaan van een verwachte inflatie van 1,7% - 2,0% per jaar, afhankelijk van de aard en looptijd van de voorziening. Het beleid van de ECB is gericht op een inflatie van 2% per jaar of een inflatie net onder dit percentage. Gehanteerde discontovoeten Bij de beschrijving van de voorzieningen is per categorie voorziening de gehanteerde discontovoet weergegeven. De bepaling van deze discontovoeten geschiedt op basis van IAS 37, die met betrekking tot waardering van contant gemaakte voorzieningen stelt dat de disconteringsvoet moet worden bepaald vóór belastingen en rekening moet houden met de huidige marktbeoordelingen voor de tijdswaarde van geld en de risico’s die inherent zijn aan de verplichting. De disconteringsvoet mag daarbij geen rekening houden met risico’s waarmee al rekening is gehouden in de schatting van toekomstige kasstromen. Voor de bepaling van de discontovoet wordt uitgegaan van de marktrentes (gebaseerd op verschillende bronnen), inclusief een opslag die afhankelijk is van de aard en duur van de voorziening en de daarbij behorende kasstromen, alsmede de omvang en het profiel hiervan.

De disconteringsvoet voor de berekening van voorzieningen met een looptijd van meer dan 10 jaar bedraagt 1,7% en voor de voorzieningen die nog een korte (tot 10 jaar) looptijd hebben wordt gerekend met 1,0%. In 2019 werd een disconteringsvoet van 2,5% gehanteerd voor voorzieningen met een looptijd van meer dan 10 jaar en 1,0% voor voorzieningen met een korte (tot 10 jaar) looptijd. Hieronder volgt een toelichting op de voorzieningen voor zover deze meer dan EUR 5 mln. bedragen: Onrendabele contracten In het verleden is een voorziening getroffen voor de negatieve waarde van een aantal langlopende gascontracten. De kosten van transport- en opslagcapaciteit zijn gebaseerd op (langjarige) contractuele afspraken. De optimalisatieopbrengsten van de transport- en opslagcontracten zijn gebaseerd op historische rendementen, in combinatie met reeds gecontracteerde posities per balansdatum en een inschatting van toekomstige opbrengsten.` Voor de tollingcontracten met proportioneel geconsolideerde groepsmaatschappijen (gezamenlijke bedrijfsactiviteiten) wordt de boekwaarde van de groepsmaatschappij afgezet tegen de contante waarde van de toekomstige kasstromen die uit het tollingcontract en de groepsmaatschappij (dividend) verwacht worden.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10307628/1