20210615 Raadsbrief Toekenning budgetsubsidies basisonderwijs ter voorkoming en bestrijding van onderwijsachterstanden bijlage 1
Tekst van het document
Passend onderwijs Sinds schooljaar 2014–2015 is passend onderwijs ingevoerd. Schoolbesturen zijn ervoor verantwoordelijk dat ieder kind een passende plek, thuisnabij en aansluitend bij zijn of haar mogelijkheden, in het onderwijs krijgt. De Samenwerkingsverbanden Kind op 1 en Berséba (reformatorisch) verzorgen het passend onderwijs in de gemeente Schouwen-Duiveland. De voornaamste taken zijn het organiseren van
21
arrangementen (extra ondersteuning) voor leerlingen die dat nodig hebben op de basisscholen en het bepalen welke leerlingen naar speciaal (basis)onderwijs gaan.
Sociaal medische indicatie voor kinderopvang De gemeente krijgt middelen van het Rijk voor het uitvoeren van de zogenoemde sociaal medische indicatie (SMI) regeling. Metde SMI regeling kan een tegemoetkoming in de kosten van kinderopvang worden verstrekt voor ouders met een handicap of chronische ziekte die door middel van kinderopvang ontlast kunnen worden en waarbij kinderen die als gevolg van de thuissituatie bedreigd worden in hun ontwikkeling. Dee SMI-regeling kan zodoende een bijdrage te leveren aan het voorkomen dat problemen escaleren en dure en zware jeugdhulp moet worden ingezet. De gemeente heeft volledige beleidsvrijheid gekregen van het Rijk om invulling te geven aan de SMI-regeling. In de gemeente Schouwen-Duiveland valt de SMI-regeling onder de Beleidsregels bijzondere bijstand. Dat betekent dat ouders die niet vallen onder de inkomenscriteria van de bijzondere bijstand niet in aanmerking komen voor de SMI-regeling. Het idee van de SMI-regeling is dat ouders ervoor in aanmerking kunnen komen ongeacht hun inkomen. Het scharen van de SMI-regeling onder bijzondere bijstand sluit gezinnen uit. Daarom gaat de SMI-regeling vallen onder een aparte subsidieregeling. Actie: De gemeente stelt een subsidieregeling vast voor de kosten in kinderopvang wanneer sprake is van een sociaal medische indicatie.
5.2 IKC ONTWIKKELING Landelijk wordt er steeds meer vanuit integrale kindcentra en brede scholen gewerkt aan doorgaande (ontwikkelingsleer)lijnen voor kinderen en afgestemde dagarrangementen tussen de kinderopvang en het basisonderwijs. Het onderwijsachterstandenbeleid draagt bij aan de doelstellingen van de integrale kindcentra en brede scholen waar het gaat om (talent)ontwikkeling van kinderen, het bieden van kansen en het realiseren van doorgaande leer- en ontwikkelingslijnen. Omgekeerd bieden een verdere samenwerking tussen kinderopvang en het basisonderwijs meer mogelijkheden om het onderwijsachterstandenbeleid te realiseren. In het Onderwijsakkoord kinderopvang en onderwijs 2018–2022 is opgenomen dat in de gemeente Schouwen-Duiveland integrale kindcentra worden ontwikkeld.
5.3 GELIJKE KANSEN BINNEN HET ONDERWIJS Het thema ‘Gelijke Kansen binnen het onderwijs’ krijgt de laatste jaren vanuit het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen meer en meer aandacht, onder de noemer Gelijke Kansen Alliantie. Onder meer het jaarverslag van de IvhO over schooljaar 2014–2015 leidde tot maatschappelijke en politieke discussie over dit thema. Geconstateerd is dat de onderwijskansen van kinderen van lager en hoger opgeleide ouders steeds meer uit elkaar lopen. Maatschappelijke ontwikkelingen vergroten het risico van ongelijke kansen van jongeren in de samenleving en in het onderwijs. Kern van de Gelijke Kansen Alliantie is dat er naar wordt gestreefd dat kinderen met gelijke talenten ook gelijke kansen krijgen in het onderwijs, van voorschools tot HBO/Universiteit. Hiervoor zijn extra middelen ingezet bovenop het al lopende beleid, zoals de investeringen in voor- en vroegschoolse educatie. Er zijn bijvoorbeeld extra middelen voor schakeling van de overgang van primair naar voortgezet onderwijs en twintig scholen in de grote steden krijgen ruimte om te experimenteren met leraren die worden vrij geroosterd. Zij kunnen in die tijd achterstandsleerlingen begeleiden of collega’s coachen. Dergelijke maatregelen sluiten aan bij het onderwijsachterstandenbeleid van scholen en gemeenten.
22
5.4 LAAGGELETTERDHEID VAN VOLWASSENEN Als ouders voldoende taalvaardig zijn biedt dit niet alleen voor hen, maar ook voor hun kinderen kansen. Sinds enkele jaren is er veel aandacht voor laaggeletterdheid. Iemand die laaggeletterd is heeft moeite met lezen en schrijven in de Nederlandse taal en dat belemmert het dagelijkse functioneren. Vanuit de ministeries OCW, SZW en VWS is het landelijk programma ‘Tel mee met Taal’ gelanceerd. Het programma richt zich op het voorkomen en bestrijden van laaggeletterdheid en het bevorderen van lezen, aanvullend op het reguliere onderwijs. De samenwerking tussen partijen vanuit het onderwijsachterstandenbeleid en partijen die zich bezig houden met de aanpak laaggeletterdheid kan nog verder verbeterd worden, met name op de inzet voor de ouders. Bij het vinden van laaggeletterde inwoners die gebruik willen maken van een scholingsaanbod, kan gebruik gemaakt worden van het netwerk binnen het onderwijsachterstandenbeleid en omgekeerd. Het taalnetwerk rondom laaggeletterdheid heeft in de gemeente Schouwen-Duiveland gestalte gekregen in het Taalhuis. Het taalhuis is een netwerk dat bestaat uit samenwerking tussen de gemeente, formele en non-formele taalaanbieders, vrijwilligersorganisaties en welzijnsorganisaties die direct contact hebben met laaggeletterden.
Een fysiek Taalhuis in Zierikzee maakt onderdeel uit van deze aanpak, waarbij een toegankelijke infopunt is gecreëerd waar iedereen met vragen over het aanbod voor taal en digitale vaardigheden terecht kan. Met deze netwerkaanpak wordt getracht meer laaggeletterden te bereiken, en deze groep toe te leiden naar een voor hen op maat passend taalaanbod.
23
6
Monitoren, evalueren en verbeteren INRICHTEN VAN DE KWALITEITSCYCLUS Het is van belang om de uitvoering en de opbrengsten van het onderwijsachterstandenbeleid systematisch in kaart te brengen, conclusies te trekken, de afspraken te evalueren en het beleid waar mogelijk te verbeteren. Zo wordt geëvalueerd of de goede dingen worden gedaan en of de dingen goed gedaan worden. Dit proces heet de kwaliteitscyclus. De IvhO heeft dit ook als beoordelingsonderdeel in haar onderzoekskader opgenomen. De kwaliteitscyclus heeft tot doel om de uitvoering en kwaliteit te monitoren en te evalueren en tegelijkertijd inzicht te bieden in de voortgang van de resultaten. De uitkomsten van de kwaliteitscyclus komen vervolgens weer terug in de beleidscyclus. Bij het inrichten van de kwaliteitscyclus wordt de PDCA cyclus gebruikt, de Plan-Do-Check-Act cyclus.
Figuur 1: Kwaliteitscyclus
PLAN: AFSPRAKEN MAKEN Met het voorliggende beleidsplan heeft de gemeente met de samenwerkingspartners afspraken gemaakt over de te bereiken doelen, de onderliggende indicatoren en de acties die gedaan worden om dat te bereiken.
DO: UITVOERING De werkgroep OAB geeft invulling aan het gemeentelijk onderwijsachterstandenbeleid. De gemeente heeft de regie over de werkzaamheden van de werkgroep OAB. Alle betrokken partners nemen deel in de werkgroep. Dit is afgesproken in het Onderwijsakkoord kinderopvang en onderwijs 2018–2022. Het onderwijsachterstandenbeleid wordt vertaald naar een uitvoeringsagenda. Ieder jaar wordt bepaald welke acties en/of projecten uitgevoerd gaan worden. Op deze manier wordt de samenwerking bevorderd
24
en helder beschreven wie wat gaat doen met welk doel. De LEA wordt bij ieder overleg geïnformeerd over de stand van zaken van de uitvoeringsagenda.
CHECK: MONITOREN VAN DE RESULTATEN Er wordt een monitor opgesteld om na te gaan of datgeen wat gedaan wordt leidt tot het bereiken van de doelstellingen. De opzet van de monitor wordt afgestemd met de werkgroep OAB. De monitor moet inzicht geven in het bereik van de doelgroep, de kwaliteit en de resultaten van het onderwijsachterstandenbeleid.
ACT: EVALUEREN EN HOE VERDER? Op basis van de monitor kan de balans worden opgemaakt. De bevindingen worden in een rapportage verwerkt en besproken in het LEA-overleg. Dit richt zich op: • In hoeverre zijn de afspraken nagekomen? • Welke resultaten zijn behaald en wat waren hierbij succesfactoren en knelpunten? • Wat betekent dit voor het vervolg? Op basis van de monitor kunnen beleidsonderdelen gehandhaafd of bijgesteld worden, en een plek krijgen in het volgende uitvoeringsagenda. De gemeenteraad wordt jaarlijks met een raadsinformatiebrief geïnformeerd over de resultaten van het beleid en de eventuele verbeteracties. Acties: • De gemeente stelt met de werkgroep OAB een uitvoeringsagenda op. • De gemeente informeert de LEA bij ieder overleg over de stand van zaken van het onderwijsachterstandenbeleid. • De gemeente zet in afstemming met de werkgroep OAB een monitor op. • De gemeente informeert jaarlijks de raad met een raadsbrief over de voortgang van het onderwijsachterstandenbeleid.
25
7
Financieel kader 7.1 SPECIFIEKE UITKERING ONDERWIJSACHTERSTANDENBELEID De gemeente Schouwen-Duiveland ontvangt voor het onderwijsachterstandenbeleid een specifieke uitkering van het Rijk. De gemeente hanteert de specifieke uitkering als het financieel kader voor de uitvoering van het onderwijsachterstandenbeleid. Voor de specifieke uitkering is met ingang van 2019 een nieuw tijdvak ingegaan van vier kalenderjaren. In dit tijdvak ontvangt de gemeente veel meer middelen dan voorheen. Het is afhankelijk van het regeringsbeleid in hoeverre dit wordt voortgezet na 2022. De voorlopige beschikking voor 2019 bedraagt € 293.186,-. De definitieve beschikking volgt in het najaar 2019. In opeenvolgende jaren kan dit bedrag nog verder verhoogd worden naar € 316.000,-. Dit indicatieve bedrag heeft minister Slob aangegeven in zijn Tweede Kamerbrief over de nieuwe verdeling van onderwijsachterstandsmiddelen 26 april 2018. De gemeente dient de besteding van de specifieke uitkering jaarlijks te verantwoorden aan het Rijk. Middelen die in een jaar niet zijn besteed, kunnen meegenomen worden naar het volgende jaar. Middelen die in 2022 niet zijn besteed worden door het Rijk teruggevorderd met uitzondering van een bedrag ter hoogte van de helft van de uitkering in 2022 (het laatste jaar in het tijdvak).
7.2 BESTEDING VAN DE SPECIFIEKE UITKERING Het onderwijsachterstandenbeleid wordt hoofdzakelijk uitgevoerd door onze samenwerkingspartners. Voor de uitvoering stelt de gemeente middelen beschikbaar aan de hand van twee subsidieregelingen en een opdracht aan de JGZ. Op basis van de Subsidieregeling peuteropvang en voorschoolse educatie kunnen kinderopvangorganisaties subsidie aanvragen voor voorschoolse educatie. Op basis van de Subsidieregeling onderwijsachterstanden kunnen basisscholen en de bibliotheek subsidie aanvragen. Aanvullend verstrekt de gemeente de opdracht aan de JGZ om extra in te zetten op de toeleiding naar voorschoolse educatie. Resterende middelen kan de gemeente inzetten voor het monitoren van het beleid en bijvoorbeeld communicatie. Ook kan in de werkgroep OAB bekeken worden waarvoor resterende middelen kunnen worden ingezet, bijvoorbeeld voor interventies genoemd in de Notitie Effectieve interventies leerachterstanden in het primair onderwijs van het CPB (6 juni 2018).
26
Laan van St. Hilaire 2 4301 SH Zierikzee Postadres: Postbus 5555 4300 JA Zierikzee T (0111) 452 000 gemeente@schouwen-duiveland.nl www.schouwen-duiveland.nl