CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20210511 Info gemeenteraad KIA

Gemeenteraad 27 mei 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken1.029 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Project Klimaat- en waterrobuust Laag-Nederland van nu naar 2100 1. Aanleiding en doel: De landbouw in Nederland en Schouwen-Duiveland staat voor een aantal grote uitdagingen, zowel nu als in de toekomst. Hoe gaan we om met een wisselend klimaat met langere droge periodes? Welke gevolgen heeft zeelspiegelstijding en bodemdaling voor de zoetwaterbeschikbaarheid? Hoe houd ik mijn bedrijf economisch gezond? Loont het om over te schakelen naar andere teelten? En welk verdienmodel is toekomstbestendig? Het zijn vragen die elke agrariër in laag-Nederland bezighoudt, van Zeeland tot Friesland en Groningen. Er wordt aan veel oplossingen gewerkt om de huidige uitdagingen het hoofd te bieden zoals extra zoetwaterberging in Zeeland of ontwikkeling van natte teelten voor veenweidegebieden in Noord- en Zuid-Holland. Maar een agrariër denkt in generaties: hoe ziet mijn bedrijf eruit in 2050? Zijn investeringen die ik nu doe wel rendabel als het klimaat blijvend veranderd. Welke andere opties zijn er die wellicht meer flexibiliteit bieden. En wanneer is het slim om de keuzen te maken? Morgen, over vijf jaar of is 2040 vroeg genoeg? Niet alleen bij agrariërs leven deze vragen, ook in de hele voedselketen, bij provincies, gemeenten en bij waterschappen. Er is behoefte aan een ontwikkelingsperspectief voor de langere termijn.

Hoe gaan we het landelijk gebied toekomst bestendig inrichten met oog voor de belangen van de diverse stakeholders. Door niet het huidige landgebruik als uitgangspunt te nemen ontstaat er ruimte voor andere, technische, economische en ruimtelijke oplossingen die beter passen bij de dynamiek van deze tijd. Het is daarbij belangrijk om de toekomst zo concreet mogelijk in te vullen en niet te blijven hangen in abstracte, visionaire vergezichten. In het project Klimaat- en waterrobuust Laag-Nederland van nu naar 2100 werken agrariërs, bedrijfsleven, overheden en kennisinstellingen aan een “plan” voor het landgebruik en het inrichten van het landelijk gebied. Hierbij is naast het klimaat- en waterrobuust maken veel aandacht voor de toekomstige verdienmodellen voor de diverse stakeholders. Wij gaan daarbij nadrukkelijk opzoek naar vernieuwde landgebruikstypen bijvoorbeeld door combinatie van functies en naar nieuwe functies. Dit proces wordt doorlopen met alle aanwezige stakeholders in drie gebieden, waarbij we iedereen proberen mee te nemen hoe we binnen een generatie (2050) komen tot een economisch, sociaal en klimaat/waterrobuuste inrichting van het landelijk gebied. Het project wordt mogelijk gemaakt door een TKI subsidie van het ministerie van economische Zaken en een bijdrage van de provincie Zeeland.

De TKI-regeling is sinds 2012 van kracht en valt binnen het topsectorenbeleid van het ministerie. Met de Topconsortia voor Kennis en Innovatie (TKI’s) stimuleert de Nederlandse overheid vraaggestuurde ontwikkeling en toepassing van kennis en innovatie. Samenwerking tussen bedrijfsleven, onderzoeksorganisaties en eindgebruikers staat hierbij centraal. Het project wordt uitgevoerd onder de paraplu van het living Lab SchouwenDuiveland. Het Living Lab gaat samenwerken met Wageningen Research (WUR), Deltares, KWR water en overheden en organisaties actief in Noord-Holland en Friesland.

1

2. Wat levert het project op en wat voegt het toe “Het uitvoeren van analyses en het schetsten van toekomstperspectieven vormen bovenal een aanleiding om in een tijd met grote opgaven en de nodige onzekerheden gezamenlijk vruchtbare discussies te voeren over de toekomst van Schouwen-Duiveland. Het helpt ons korte, middellange en lange termijn oplossingen aan elkaar te verbinden.“

o

o

o

o

Een beeld van de inrichting van het landelijk gebied in 2050 in de drie voorbeeldgebieden waaronder Schouwen-Duiveland met daarin: ▪ Een gedegen gebiedsanalyse (vanuit het heden kijken naar wat komt er op ons af en de gevolgen daarvan voor het betreffende gebied) ▪ De toekomstige inrichting visueel gemaakt; ▪ Het landgebruik en de bepaling van de verdienmodellen voor de diverse stakeholders; ▪ Het bepalen of en hoe het nieuwe landgebruik voldoende klimaat- en waterrobuust kan worden; Het bepalen met de stakeholders van het pad naar een andere inrichting van het landelijke gebied op Schouwen-Duiveland. Dit is geen rechte lijn maar een pad dat kan worden aangepast aan de hand van de laatste ontwikkelingen en inzichten; Korte termijn oplossingen kunnen geplaatst worden in een lange termijn perspectief waardoor de duurzaamheid van ingrepen kan worden “getoetst”. Door het bovenstaande voor meerdere voorbeeldgebieden te doen kan van elkaar geleerd worden en komen er oplossingen naar voren die mogelijk niet worden bedacht als alleen wordt gecommuniceerd met de eigen stakeholders; Een dynamisch proces waarbij niet gekeken wordt wat er allemaal in de toekomst niet meer kan maar vooral geschetst wordt hoe mooi, slim en welvarend we het landelijk gebied kunnen maken.

De uitgevoerde analyses en de geschetste toekomstperspectieven vormen bovenal een aanleiding om in een tijd met grote opgaven en de nodige onzekerheden vruchtbare discussies (met stakeholders en betrokken overheden) te voeren over de toekomst van de onderzoeksgebieden !

3. Werkwijze We gaan op Schouwen-Duiveland de werkwijze volgen zoals die wordt toegepast binnen KLIMAP. KLIMAP is een grootschalige onderzoek naar de klimaatadaptatie van de zandgronden in Nederland, gestart in 2020 waarbij alle kennisinstituten zijn betrokken. Er wordt daarbij gewerkt met de zogenaamde routekaart (zie figuur). Het voordeel is dat we in dit onderzoek kunnen leren van de ervaringen uit KLIMAP en dat de routekaart een helderder beeld schets van de stappen die we doorlopen.

2

• • • • • •

We nemen het huidige landgebruik en belangen als startpunt maar niet als ijkpunt voor 2050; We werken aan een nieuwe sociaal economisch en water perspectief voor 2050; We maken de plannen concreet (economisch en water- en bodemtechnisch doorgerekend) en maken dit visueel inzichtelijk; We overstijgen de (technische) oplossingen op kleine schaal (perceel) en kijken naar de impact van maatregelen op een heel gebied; We nemen de stakeholders mee in de transitie maar vragen wel van iedereen ruimte te laten (maken) voor een andere inrichting van het landelijk gebied. Per onderzoeksgebied wordt als eerste stap in het proces een concreet projectplan uitgewerkt. Het project kent een looptijd van 4 jaar. 4. Wie zijn onze partners Provincie Zeeland Wageningen Environmental Research www.wur.nl/nl/Onderzoek-Resultaten/Onderzoeksinstituten/Environmental-Research KWR Water Research www.kwrwater.nl Stichting Deltares www.deltares.nl STOWA www.stowa.nl De twee andere voorbeeldgebieden Friesland: De Friese boezem en veenweidegen (Wetterskip FryslânIt, Fryske gea, provincie Friesland, provincie Groningen, Waterschap Noorderzijlvest, Rijkswaterstaat) Noord-Holland: veenweidengebied Laag Holland (Waterschap Hollands Noorderkwartier, Provincie Noord-Holland, Gemeente Amsterdam) 3

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/10120261/1