20210406 Raadsbrief alg.regels knalapparatuur (409560)
Tekst van het document
Raadsbrief Conform Onderwerp Zaaknummer Datum Afdeling Portefeuillehouder Opdrachtgever
Concept notitie Algemene regels gebruik knalapparatuur voor het verjagen van vogels 2021 409560 6 april 2021 Ruimte en Milieu (RenM) J.G. Smit Afdelingshoofd RenM
Inleiding Voor 23 april 2009 diende een agrariër, die vraatschade wilde voorkomen middels het gebruik van knalapparatuur, een ontheffing bij de gemeente aan te vragen. Beleid was daarvoor nog niet vastgesteld. Op 23 april 2009 werden de eerste eenvoudige algemene regels vastgesteld. Hierin was echter geen duidelijke tijdsafbakening opgenomen en een normerend geluidskader ontbrak. Van de knalapparatuur mocht tussen zonsopgang en zonsondergang gebruik worden gemaakt. Gevolg was dat in enkele gevallen erg vroeg of nog erg laat werd geknald. Dat leverde veel klachten op. Een van de klachten leidde tot een gang naar de rechter. De uitspraak van de rechtbank resulteerde in de noodzaak tot aanpassing van onze algemene regels en het opstellen van geluidsnormen en knaltijden in het beleid en aanpassing van onze algemene regels op 17 januari 2012. Inmiddels is ons beleid van 2012 aan een evaluatie en actualisatie toe. Jaarlijks ontvangen we toch nog enkele klachten over het gebruik van knalapparaten. Onlangs ook enkele bezwaarschriften. Niet altijd wordt het gebruik gemeld bij de gemeente, soms is een apparaat te dicht op woningen geplaatst of is de loop van het apparaat niet van geluidsgevoelige terreinen afgericht. Het aantal knallen per uur wordt door een enkeling als teveel en de minimale afstand van 250 meter als te dichtbij ervaren.
Ook het opeenvolgend gebruik van een knalapparaat, 6 weken op het ene perceel en nog enige tijd op een ander perceel in de zelfde leefomgeving levert soms klachten op. Daarnaast klinkt een enkele keer de roep om het afschaffen van de algemene regels en het invoeren van de strikte vergunningplicht. Ook het niet in voldoende mate handhavend optreden van de gemeente klinkt in de klachten door. De handhaafbaarheid is dan ook een uitdaging. Soms zijn knalapparaten niet te lokaliseren omdat deze verdekt zijn opgesteld, is niet duidelijk hoe lang het knalapparaat al in gebruik is of is niet vast te stellen welk van de knalapparaten de overlast veroorzaakt bij meerdere knalapparaatgebruikers in dezelfde woonomgeving. In de uitvoering willen we inzetten op een meer zorgvuldige toetsing van de melding of aanvraag en een effectieve handhaving van knalapparatuur die niet is gemeld of niet volgens de regels wordt gebruikt. Zo willen we bij het toetsen van de melding of ontheffingaanvraag meer aandacht schenken aan het aanleveren van goede perceel- en teeltinformatie en het toepassen van alternatieve afschrikmiddelen. Tot nu toe beschouwden we knalapparatuur als de primaire verjaagmethode. Door meer de nadruk te leggen op de plicht van het toepassen van een tweede verjaagmethode, brengen we daar enigszins verandering in.
Ook willen we de meldingsplicht beter communiceren op onze website en via de kanalen van ZLTO en willen we bij een ontheffingaanvraag voor verlenging van de knalperiode toetsen op de aannemelijkheid van de noodzaak daarvan. Kernboodschap Het college heeft het volgende besluit genomen: 1. Het concept van de notitie algemene regels gebruik knalapparatuur voor het verjagen van vogels 2021 en het concept van de algemene regels gebruik knalapparatuur voor het verjagen van vogels 2021 is vastgesteld. 2. Voor een periode van zes weken passen we inspraak toe conform de inspraakverordening. 3. Na afloop van de inspraakprocedure stellen we de notitie en de algemene regels met verwerking van de zienswijzen definitief vast.
Consequenties 1.1 Hoogtijd voor een evaluatie
Pagina 1 van 2
Inmiddels werken we al weer sinds 2012 met de huidige algemene regels. Normaal gesproken evalueren we beleid eens in de 4 jaar. Het is dus hoog tijd om te evalueren en daar waar nodig de algemene regels aan te passen. Ook in het licht van dat we jaarlijks nog enkele klachten ontvangen. Die klachten en bezwaarprocedures, leveren waardevolle informatie op voor het beleidsproces. Ook zijn er sinds 2012 meer alternatieven voor knalapparatuur ontwikkeld. 1.2 Belangrijke stakeholders al bij het concept betrokken Het is gebruikelijk dat we Agrarisch Schouwen-Duiveland (ASD), dit is een afdeling van het ZLTO, betrekken bij ons beleid voor het gebruik van knalapparatuur. ASD behartigt de belangen van de Schouwse agrariërs. We hebben in een tweetal gesprekken de klachttypen van de laatste jaren en enkele mogelijke beleidswijzigingen doorgenomen. Hiermee is voor de agrariër een werkbare algemene regel ontstaan. In het maken van het concept hebben we de inhoud van de klachten en bezwaren van de laatste jaren tegen het licht gehouden en enkele van de klagers betrokken in het proces. Enkele van de klachtaspecten hebben tot aanpassing van de algemene regels geleid, andere weer niet. Zo accepteren we geen tweede aansluitende melding meer van zes weken direct volgende op een eerste peridoe van zes weken.
Alleen middels een ontheffingaanvraag kan de periode van zes weken worden verleng met maximaal 3 weken. De aannemelijkheid van de noodzaak daarvan moet de indiener van de ontheffing aantonen. Wat we niet in het concept hebben verwerkt is het verzoek van enkele omwonenden om de afstand van een knalapparaat tot woningen te vergroten naar bijvoorbeeld 300, 350 of 400 meter in plaats van 250 meter. Dat zou voor de gebruiker van het knalapparaat te beperkend zijn. De norm van 250 meter wordt ook landelijk veel toegepast. 1.3 Minder onder een melding, meer onder een ontheffing. Een van de meest in het oog springende wijzigingen is dat we het gebruik van knalapparatuur binnen de algemene regels wat meer beperken. Tot nu toe is het het aantal malen dat men een zes weken periode mag knallen niet beperkt. In een aantal situaties werd de zes weken periode middels een melding ook betrekkelijk eenvoudig met nog eens zes weken verlengd. Dat leverde klachten op. In het nieuwe beleid hanteren we een maximum van twee perioden van zes weken per jaar voor een perceel met een tussenliggende periode van rust van twee maanden. Het verlengen van een zeswekenperiode kan straks alleen nog met een ontheffingsaanvraag waarbij de aannemelijkheid van de noodzaak van de verlenging door de gebruiker moet worden aangetoond. Ook mag die verlenging maximaal 3 weken zijn.
Een belangrijk verschil tussen melding en ontheffing is dat bij een melding omwonenden geen bezwaar of beroep kunnen instellen. Bij een ontheffing staat die weg wel open. Met deze wijziging komen we de omwonenden dan ook tegemoet in hun wens bezwaar te kunnen indienen als een perriode van zes weken met enige weken wordt verlengd. 2.1 Inspraak Op de te volgen inspraakprocedure is onze inspraakverordening en afdeling 3:4 van de Algemene Wet Bestuursrecht (de uniforme openbare voorbereidingsprocedure) van toepassing. Dat betekent dat de concepten gedurende zes weken (van 12 april tot 24 mei) voor ingezetenen en belanghebbenden ter inzage worden gesteld. Deze kunnen zowel mondeling als schriftelijk een zienswijze indienen. Ook brengen we de inspraakmogelijkheid onder de aandacht van de dorp- en stadraden. Communicatie Wij kondigen de inspraakmogelijkheid aan in de gemeenterubriek van Wereldregio en op onze website. ZLTO/ASD neemt deze publicatie over op hun website. Vervolg Na de inspraakprocedure stellen we de notitie en de algemene regels definitief vast. Hierbij nemen we bruikbare onderdelen uit de inspraak over.
Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland, M.K. van den Heuvel
J.Chr. van der Hoek MBA
Secretaris
Burgemeester
Pagina 2 van 2