20210309 Raadsbrief onderzoek externe aanvoer zoetwater naar S-D (402714)
Tekst van het document
Raadsbrief
Portefeuillehouder Afdeling Behandelend ambtenaar Nummer Datum Onderwerp
: : : : : :
P. Schot Ruimte en Milieu (RenM) Peter van Sante 402714 9 maart 2021 Onderzoek externe aanvoer zoetwater naar Schouwen-Duiveland
Inleiding Naar aanleiding van uw motie van 8 november 2018 hebben wij, gezamenlijk met Agrarisch SchouwenDuiveland(ASD)/ZLTO, Waterschap Scheldestromen en de Provincie Zeeland een onderzoek laten uitvoeren naar de mogelijkheden van externe aanvoer van zoet water naar Schouwen-Duiveland. Na enige afstemming over de onderzoeksvraag is Witteveen + Bos opdracht gegeven om onderzoek te doen naar mogelijke alternatieven voor een hoofdaanvoerleiding en het waterdistributiesysteem voor zoet water op Schouwen-Duiveland. Tegelijkertijd ontstond er een particulier initiatief "De Puupe" om een waterleiding te realiseren voor de landbouw. In overleg met de agrariërs en ASD werd al een daarvoor benodigd tracé verkend. Besloten is om gezamenlijk het onderzoek uit te (laten) voeren door Witteveen + Bos. Dit onderzoek van Witteveen + Bos richt zich op drie bronnen voor het zoete water naar Schouwen-Duiveland en 2 distributiemogelijkheden op Schouwen-Duiveland. Hierdoor ontstaan 6 alternatieven, omdat de drie verschillende bronnen, alle drie twee mogelijkheden hebben van distributie. Het doel van het onderzoek was om de verschillende alternatieven met elkaar te vergelijken. Daar is wel gekeken naar kosten, maar in dit kader zijn die niet nauwkeurig berekend waardoor deze 50% goedkoper of duurder kunnen uitvallen.
De systematiek die hiervoor gebruikt is, is wel gelijk, waardoor je de kosten wel met elkaar kan vergelijken. Toelichting onderzoek Bronnen van zoet water. Er zijn een drietal bronnen voor zoet water onderzocht. 1. Krammer Noord Het dichtstbijzijnde zoete water is het Krammer-Volkerak. Aan de andere zijde van de Philipsdam ligt het zoete Volkerak. Een pijpleiding tussen de locatie Krammer Noord langs de Grevelingendam naar Bruinisse zou zoetwater kunnen aanvoeren. 2. Eendracht / Schelde-Rijnkanaal Een andere mogelijkheid is de bron voor zoet water te gebruiken die ook gehanteerd wordt voor de landbouw op Tholen en St. Philipsland, de Eendracht, met een inlaatpunt nabij de brug over het kanaal. 3. Haringvliet Tot slot is gekeken naar aanvoer van zoet water uit het Haringvliet. Het Haringvliet wordt namelijk ook gebruikt als bron voor het drinkwater op Schouwen-Duiveland. Distributiemogelijkheden. Naast de bron voor zoet water is ook gekeken hoe het water op Schouwen-Duiveland verder gedistribueerd moet worden over het gebied. Hiervoor zijn twee mogelijkheden van distributie, namelijk: 1. Ringleiding. Nadat de aanvoerleiding met zoet water aanlandt op Schouwen-Duiveland, wordt het met een ringleiding over het eiland verder verdeeld. Op een groot aantal tappunten kunnen de boeren water uit die leiding tappen. Dit is het plan van Stichting De Puupe.
Voor deze varianten is gebruik gemaakt van het tracé dat zij al verkend hadden. 2. Open waterlopen. Nadat de aanvoerleiding aanlandt, wordt dit water gebruikt om de watergangen (sloten) van Schouwen-Duiveland zoet te spoelen, waardoor een groot gedeelte van de watergangen zoet wordt en er vanuit deze watergangen de landbouwgewassen besproeid kunnen worden. Om te vermijden dat het zoute water uit de bodem (kwelwater) er bij komt, wordt voor dat het met het kwelwater kan mengen, het water per leiding doorgeleid naar een zoet gebied, zonder kwel. Van daaruit loopt het zoete 1
water zoveel mogelijk zonder gebruik te maken van pompen, van hoog naar laag. Verspreidt het zich door het landelijk gebied, waarbij er wel kans is dat er steeds meer kwelwater bij komt. Chloridegehalte In het onderzoek zijn een aantal zaken van belang, onder andere het chloridegehalte van de 3 'zoet' waterbronnen. De verwachting is het chloridegehalte van het innamepunt Krammer Noord, in de omgeving van de Philipsdam, binnenkort waarschijnlijk verslechtert door de aanpassing van de Krammersluizen. Op het moment dat het water nodig is, in de zomer in droge perioden, is de bronkwaliteit daardoor al 500 mg chloride per liter water. Terwijl vaak 400 mg chloride per liter als omslagpunt wordt gezien tussen zoet en brakwater. De tweede bron, de Eendracht, het Schelde-Rijnkanaal, dat veel noordelijker het water van het Volkerak krijgt, heeft een veel betere kwaliteit en komt uit op 300 mg per liter. De derde bron, het Haringvliet, is een zoet waterbron. Het chloridegehalte is daar slechts 95 mg per liter. Qua chloridegehalte scoort het Haringvliet dus duidelijk beter dan de overige twee locaties. Als het bronwater gedistribueerd wordt door een pijpleiding blijft het chloridegehalte het hele traject in principe constant. Wordt het water gedistribueerd door de watergangen, dan zal door de zoute kwel het water langzaam opgeladen worden met steeds meer chloride.
Daarbij is rekening gehouden dat het chloride gehalte bij het gemaal, aan het eind van de route, maximaal ca. 1200 mg per liter mag zijn. Hoeveelheid benodigd water Om de genoemde waterkwaliteit in het opensysteem te behalen, moet rekening gehouden worden met een piekaanvoer van 5 m³ per seconde. Voor de ringleiding is een capaciteit van 2 m³ per seconde voldoende. Bij een open watersysteem probeer je door het spoelen met zoet water, de kwaliteit van het water op een acceptabel niveau te houden. Dat is bij een ringleiding niet nodig en kan je volstaan met de aanvoer van het water dat je nodig hebt voor de landbouwgewassen. Obstakels leiding tracé aanvoer Daarnaast heeft ieder traject van de aanvoerleiding zijn eigen problemen. Water uit Krammer Noord lijkt voordelig, maar je hebt te maken met een watertransportleiding door een primaire waterkering die zowel de Flakkeese spuisluis moet kruisen als de Grevelingensluis. Vandaar dat nu al gekeken is om de aanvoerleiding wat westelijker van Bruinisse aan land te laten komen. Komt het water van de Schelde-Rijnkanaal, dan zal het eerst St. Philipsland door moeten, maar ook onder het Zijpe door, wat een behoorlijk diepe boring zal moeten zijn. Komt het water uit het Haringvliet dan zal het water eerst Flakkee moeten oversteken, om daarna onder de Grevelingen met een boring uit te komen op Schouwen-Duiveland.
Het zijn dus alle drie tracés met voldoende uitdagingen. Het zijn drie kostbare trajecten die niet op een hele korte termijn gemakkelijk gerealiseerd kunnen worden. In het rapport zijn de verschillende alternatieven uitgewerkt en samengevat in hoofdstuk 6 “de multi criteria analyse”. Daarnaast zijn in hoofdstuk 7 de risico's van de alternatieven aangegeven.
Kernboodschap Het rapport geeft een goede vergelijking van de zes alternatieven. Gezien de kwaliteit van het water afkomstig van de Krammer Noord kan al geconstateerd worden dat dit geen goed alternatief is. Het bronwater is al geen zoet water. Daarbij zijn de kosten van een aanvoerleiding door de primaire waterkering en onder de Flakkeese Spuisluis en de Grevelingensluis lastige en dure tracés. Het tracé afkomstig van de Eendracht/Schelde-Rijnkanaal is qua kosten waarschijnlijk niet duurder, maar de kwaliteit van het water is veel beter. Voor het overige is het lastig om aan de hand van dit rapport duidelijke voorkeuren uit te spreken voor een van de opties. Onvoldoende is in beeld gebracht wat de invloed is van het zoute grond- en kwelwater voor het opladen van ingebrachte zoete water op verschillende plaatsen op Schouwen-Duiveland. Hoeveel agrariërs hebben profijt van zoet water en wanneer wordt het water brak? Is dat pas dicht bij het gemaal waar het water toch naar buiten toe wordt gepompt? En wat zijn de baten van een dergelijke oplossing voor Schouwen-Duiveland. Wat betekent het voor de opbrengsten uit de landbouw en voor het soort gewas dat geteeld gaat worden? Het water is wel zoet maar kost ook meer dan op andere plaatsen.
En wat betekent dat voor de concurrentiepositie? Om een standpunt in te nemen of een externe aanvoer van zoet water zinvol is en welk alternatief dan de voorkeur krijgt, zal verder onderzoek nodig zijn. Daarbij is het belangrijk dat ook dit vervolgonderzoek gezamenlijk (de agrarische sector, het Waterschap Scheldestromen, provincie Zeeland, gemeente) wordt uitgevoerd. Willen we als regio voor de aanvoer van zoet water geldmiddelen uit Den Haag kunnen krijgen, is een breed gedragen standpunt noodzakelijk. 2
Consequenties Het rapport geeft nog onvoldoende informatie om een alternatief te kiezen. Als de partijen het gezamenlijk zinvol vinden om de alternatieven verder te onderzoeken, moet er in ieder geval bij de agrarische sector draagvlak zijn om voor de beschikbaarheid van zoet water te willen betalen. Dit zijn hogere prijzen dan dat agrariërs in andere gebieden betalen voor zoet water. De realisatie van een externe aanvoer betekent, naast een hoge investering, jaarlijkse exploitatiekosten en waterkosten bij de afname ervan.
Communicatie Met dit rapport is duidelijk in beeld gebracht welke alternatieven er zijn voor een externe aanvoer van zoet water voor Schouwen-Duiveland. De informatie is echter nog niet compleet genoeg om aan te geven of er een duidelijke voorkeur voor een bepaald alternatief is en of externe aanvoer van zoet water een reëel alternatief is, gebaseerd op de verwachte kosten ervan. Er zal een vervolgonderzoek moeten plaatsvinden om ook de baten in beeld te brengen van de verschillende alternatieven. Daarnaast zal een verdiepingsslag gemaakt moeten worden naar de kwaliteit van het water op de verschillende locaties in de gemeente bij gebruik van het open watersysteem.
Vervolg In april vindt een bestuurlijk overleg met alle partijen plaats over de bereidheid om op basis van dit onderzoek van Witteveen + Bos een vervolgonderzoek uit te voeren. Uit het overleg kan ook naar voren komen dat de kosten voor externe aanvoer te hoog worden bevonden, waardoor de externe aanvoer niet langer als reële optie gezien wordt om de zoet waterbeschikbaarheid op Schouwen-Duiveland te verbeteren voor de agrarische sector. In ieder geval blijft er ook de focus op andere mogelijkheden om de zoetwaterbeschikbaarheid op Schouwen-Duiveland te verbeteren (via Broedplaats zoet water SchouwenDuiveland, onderdeel van het living lab). Bij voorkeur na dit bestuurlijk overleg organiseren wij in overleg met het raadspresidium een informatiebijeenkomst om dit rapport voor de raadsleden verder toe te lichten.
Bijlagen Rapport Witteveen + Bos Zoetwateraanvoer Schouwen-Duiveland 17-2-2021. Varianten verkenning W + B verkenning mogelijkheden zoet wateraanvoer Schouwen-Duiveland Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland, M.K. van den Heuvel Secretaris
J.Chr. van der Hoek MBA Burgemeester
3