CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20210202 Raadsbrief BALV VNG bijlage 1

Gemeenteraad 25 februari 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken34.996 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 4

Om gemeenten te adviseren en te ondersteunen bij het uitvoeren van handhavingstaken bij de wetten in het sociaal domein, is sinds 1 januari 2016 het VNG Kenniscentrum Handhaving en Naleving (VNG KCHN) actief. Het Kenniscentrum heet sinds 2020 VNG Naleving en biedt praktische ondersteuning bij de gemeentelijke uitvoering van de Jeugdwet, de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015), de Participatiewet en de Wet kinderopvang. Door meer aandacht aan de correcte uitvoering van de wetten te besteden, wordt de nalevingsbereidheid hiervan vergroot en krijgen burgers waar ze recht op hebben. Door fouten te voorkomen, misbruik aan te pakken, en misstanden in voorzieningen in het sociaal domein tegen te gaan, wordt de uitvoering verbeterd. Dat is noodzakelijk om de kosten terug te dringen door een goede handhaving, en zo de reputatie van gemeenten te bewaken.

In 2021 wordt gewerkt aan een proces- en informatiearchitectuur waarmee een gemeenschappelijk streefbeeld voor de inrichting van basisprocessen en informatievoorziening in het inkomensdomein wordt vastgesteld. Op basis hiervan wordt een programma van eisen voor leveranciers opgesteld zodat zij in lijn met de informatiekundige visie Common Ground oplossingen kunnen ontwikkelen en aan gemeenten kunnen aanbieden. In 2021 wordt proces- en informatiearchitectuur, met bijbehorende datamodellen voor het inkomensdomein, als standaard ontwikkeld. De huidige twaalf deelnemende gemeenten zijn van plan om deze standaard als eerste in gebruik te nemen, zodat de adoptie hiervan plaats kan vinden en opschaling naar alle gemeenten kan worden gestimuleerd.

In 2021 zetten we de werkzaamheden van het Ketenbureau i-Sociaal Domein voort. Daarbij vergroten we de uitvoeringskracht bij gemeenten door binnen het bestuurlijke netwerk J42opleidingen aan te bieden met het oog op beleid, inkoop en aanbesteding van jeugdzorg en Wmo. Daarnaast werken we aan vijf strategische thema’s uit de Werkagenda 2020–2021: • We leggen verbinding tussen beleid en uitvoering. • We creëren ruimte voor vernieuwing en experimenten. • We brengen de basis op orde door te standaardiseren en werkafspraken te maken. • We bouwen aan vertrouwen, en versterken de samenwerking tussen gemeenten en aanbieders. • We toetsen beleidsvoornemens en synchroniseren wettelijke kaders.

In 2021 zal de toevoeging worden voorbereid van de activiteiten van VNG Naleving aan de Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering in 2022. Dit betreft een budgettair neutrale verplaatsing van activiteiten die daarmee ook de komende jaren stevig zijn verankerd binnen de VNG, waardoor de bestuurlijke aandacht voor handhaving en naleving wordt vergroot. In 2021 maken we afspraken over de gegevensuitwisseling en samenwerking met het Rijk en de ketenpartners, en voeren we deze uit – bijvoorbeeld met de inzet van landelijke Interventieteams gericht op fraude in de sociale zekerheid. Daarnaast stimuleren we opschaling van goede gemeentelijke oplossingen, voeren we gezamenlijke en complexe taken uit op het gebied van IKZ, en onderzoeken en analyseren we trends en regelgeving. 19

C Transformatie in domeinen

C3 Lokaal bestuur Gemeenten willen het lokale bestuur en de lokale democratie versterken. Daartoe bieden we praktische ondersteuning en hulpmiddelen, zoals een quickscan en een overzicht van best practices bij het tegengaan van ondermijning. Wat streven we na? • Gemeenten versterken de lokale democratie. • Gemeenten verhogen de weerbaarheid van het lokale bestuur. • Gemeenten bieden een open overheid tegen aanvaardbare uitvoeringskosten. • Gemeenten borgen de publieke waarden in een digitaliserende samenleving. • Gemeenten kunnen digitaal vergaderen en besluiten nemen. • Gemeenten gaan ondermijning tegen.

Lokale democratie en lokaal bestuur Wij bieden praktische ondersteuning en hulpmiddelen voor het versterken van zowel de lokale democratie als de lokale bestuurlijke organisatie. Door de coronacrisis is de noodzaak tot digitalisering van het verkiezingsproces urgenter geworden. De bestuurlijke wens om technologische innovaties te kunnen toepassen, klinkt luider dan voorheen en vereist onderzoek en navolging. In 2021 onderzoeken we – al dan niet in samenwerking met het Ministerie van BZK – de mogelijkheden om het verkiezingsproces digitaal te innoveren, bijvoorbeeld door elektronisch stemmen. Op basis van een eerste verkenning zal in 2021 het daadwerkelijke onderzoek worden uitgevoerd. In 2021 blijven we de site Open Raadsinformatie aanbieden, waarin alle documenten van meer dan 140 deelnemende gemeenten en zes provincies snel en eenvoudig doorzoekbaar zijn. Denk daarbij aan agenda’s, moties, beleidsstukken en besluiten. Via deze site kunnen inwoners, journalisten, wetenschappers en alle andere belangstellenden volgen wat er in de lokale politiek speelt.

Digitale besluitvorming Het afgelopen jaar zijn gemeenten door de coronacrisis geconfronteerd met nieuwe uitdagingen op digitaliseringsgebied. Omdat het voor veel gemeenten een probleem is om fysiek en in gezamenlijkheid te vergaderen, zijn nu de mogelijkheden van digitaal vergaderen in kaart gebracht. Zo heeft de Informatiebeveiligingsdienst (IBD) adviezen opgesteld voor videoconferencing tools en een quickscan uitgevoerd wat betreft de beveiliging van deze digitale oplossingen. Daarnaast is er, mede op basis van gemeentelijke inbreng, de Tijdelijke wet digitale beraadslaging en besluitvorming van kracht geworden, waarmee de digitale besluitvorming nu wettelijk geregeld is. In 2021 bieden we ondersteuning om de digitale besluitvorming praktisch mogelijk te maken, door een toolkit beschikbaar te stellen met hulpmiddelen op het gebied van informatiebeveiliging, privacy en ICT.

>

In 2021 gaan we de mogelijkheden verkennen om, in de aanloop naar de gemeenteraadsverkiezingen van 2022, nepnieuws tegen te gaan. Nepnieuws kan verschillende vormen aannemen, zoals die van desinformatie, waarbij er onware of onnauwkeurige informatie expres wordt gecreëerd en verspreid om geld te verdienen of om iemand – een groep mensen, een organisatie – te beschadigen.

20

C Transformatie in domeinen

C3 Lokaal bestuur Quickscan lokale democratie

Veiligheid

Gemeenten kunnen de lokale democratie versterken op basis van inzichten vanuit de Quick Scan Lokale Democratie (QSLD). Dit is een digitale vragenlijst over participatie en bewonersinitiatieven, die ingevuld wordt door vertegenwoordigers van de gemeenteraad, het college van B en W, de ambtelijke organisatie en door inwoners. De quickscan biedt een gemeentelijk vertrekpunt voor een beter democratisch samenspel, en wordt ondersteund door inhoudelijke experts van het programma Democratie in Actie.

Gemeenten willen ondermijning in brede zin tegengaan. De aanpak van ondermijning dient zich te richten op de georganiseerde criminaliteit en op het waarborgen van de integriteit in het openbaar bestuur.

In 2021 zal, in navolging van de eerste zeventig gemeenten, het gebruik van de quickscan verder toenemen, en zullen we onze methoden en instrumenten onderbrengen in een bibliotheek waarvan gemeenten eenvoudig gebruik kunnen maken.

In 2021 zullen we de lokale aanpak van de bestrijding van ondermijning verbeteren door best practices te delen, innovatieve oplossingen te verkennen, en de informatiepositie van gemeenten te versterken via het beschikbaar stellen van bruikbare data. In 2021 gaan we de mogelijkheid onderzoeken om, in het verlengde van VNG Naleving, een expertisecentrum op toezichts- en handhavingsgebied in te richten, waarin er onder meer opleidingen voor BOA’s zullen worden aangeboden.

In 2021 gaan we methoden en instrumenten ontwikkelen op basis waarvan gemeenteraden een zinvol gesprek kunnen voeren over de digitale transitie van de lokale democratie. Denk daarbij aan gespreksleidraden op het gebied van camera’s, sensoren en blockchain-technologie.

21

D Generieke activiteiten voor alle prioriteiten

Uitvoeringstoetsen, innovatie en implementatie-ondersteuning Om te blijven aansluiten op de snel veranderende verwachtingen in de samenleving, moeten gemeenten innoveren en vernieuwen. Op basis van onze innovatie-aanpak schalen we pilots op die een meerwaarde hebben voor alle gemeenten. We sluiten daarbij aan op lokale initiatieven en dragen met nieuwe producten en diensten bij aan de ontwikkeling van een gezamenlijk gemeentelijk portfolio. Via een implementatiekalender kunnen gemeenten per onderdeel bepalen of ze koploper of slimme volger willen zijn. Koplopers dragen bij aan de vernieuwing door zelf te experimenteren en innoveren. Slimme volgers leveren een bijdrage aan de kracht van de gezamenlijke beweging door activiteiten toe te passen zodra deze collectief kunnen worden opgeschaald. Daarnaast organiseren we netwerken en andere activiteiten om de gemeentelijke kennis van de technologische ontwikkelingen te vergroten. We werken hierbij samen met gemeenten, en sluiten aan op de landelijke en Europese coalities en platforms. Ook ondersteunen we de Taskforce Samen organiseren en het College van Dienstverleningszaken bij de uitvoering van hun taken, en zetten we de generieke implementatie-ondersteuning aan gemeenten voort. Wat streven we na? • Gemeenten werken samen om de gemeentelijke uitvoering te verbeteren. • Gemeenten maken gebruik van collectief ontwikkelde proposities.

• Gemeenten zetten innovaties in om maatschappelijke opgaven te realiseren. • Gemeenten verbeteren landelijke wet- en regelgeving om de uitvoerbaarheid te vergroten. • Gemeenten spelen een actieve en richtinggevende rol in de snel veranderende informatiesamenleving.

Effectieve gezamenlijke uitvoering: innovatie voor iedereen We werken op basis van ons innovatieproces in digitale innovatiehubs aan gezamenlijke maatschappelijke opgaven, en vergroten de impact door succesvolle gemeentelijke innovaties en icoonprojecten op te schalen. We bieden daarmee een platform voor innovatie, en stellen aldus schaarse expertise beschikbaar. Denk daarbij aan juridische en technologische kennis, en aan kennis over de werkwijzen zoals agile thinking en design thinking. We werken samen met een netwerk van innovatiehubs en impactcoalities om maatschappelijke vraagstukken op te lossen. Ook brengen we twee keer per jaar het Trendrapport Informatiesamenleving uit, waarin er nieuwe technologische inzichten worden beschreven. Zo zorgen we ervoor dat de stem van gemeenten een plaats krijgt op de nationale en Europese agenda’s en in de grootschalige programma’s voor innovatie. Andersom vertalen we, op basis van impactanalyses, (Europees) beleid naar praktische handvatten, zodat gemeenten dit kunnen toepassen in de lokale praktijk. Daarnaast trekken we landelijke en Europese subsidiestromen aan met het oog op gemeentelijke innovatieprojecten. In 2021 gaan we, op basis van heldere criteria, ons innovatieproces toepassen, om duidelijk te maken wanneer we welke innovatieve oplossingen gaan opschalen.

We zetten hiervoor de agile-methodiek in, hanteren een event-gestuurde aanpak, en bouwen een coalitie van innovatiehubs waarin we ons verdiepen in relevante thema’s zoals machine learning en digital twins. We ondersteunen ook de G40-gemeenten bij het lokaal implementeren van het innovatieproces. Daarnaast maken we

een overzicht van financieringsbronnen voor innovaties, en bieden we ondersteuning bij het aanvragen van kansrijke subsidies op landelijk en Europees niveau. Tot slot versterken we Living-in.EU, de Europese beweging van de decentrale overheden, waarmee gemeenten kunnen beschikken over hulpmiddelen en referenties op het gebied van marketing, inkoop, implementatie en opschaling in Nederland en Europa. In 2021 zullen we deel gaan nemen aan de Europese calls – zoals de European Digital Innovation Hubs (EDIH) en het Europees Herstelfonds – om de gemeentelijke financieringsbronnen voor innovatie te verruimen, onder meer op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI). Omdat we dit gaan doen vanuit consortia van gemeenten, ketenpartners en het Rijk, zal deze inspanning, naast extra meerjarige financiering, ook samenwerking opleveren die kan leiden tot een gedeelde agenda van Rijk en gemeenten, sterkere innovatie-ecosystemen, en meer invloed in Europa. In 2021 schalen we twee icoonprojecten snel en effectief op, zodat deze uiteindelijk voor 17 miljoen Nederlanders beschikbaar zullen zijn. We denken hierbij aan een Digitale Stadspas en aan Digital Twins. Dat doen we samen met het Ministerie van BZK, dat namens alle vakdepartementen optreedt.

Daarnaast verbinden we vier impact-coalities (zoals Safety & Security en Machine Learning Lab) met de landelijke en Europese innovatieagenda’s, en maken we een innovatiekerkhof waarin alle mislukkingen beschikbaar zijn, zodat we daaruit lessen kunnen trekken.

> 22

D Generieke activiteiten voor alle prioriteiten

Uitvoeringstoetsen, innovatie en implementatie-ondersteuning Impactanalyses en uitvoeringstoetsen Gemeenten willen weten welke gevolgen de nieuwe wet- en regelgeving zal hebben voor de gemeentelijke uitvoeringspraktijk. Samen met gemeenten voeren we uitvoeringstoetsen en impactanalyses uit, om zo de gevolgen van nieuwe wetgeving vroegtijdig in kaart te brengen en de invoeringskosten te verlagen. Deze analyses ondersteunen onze belangenbehartiging richting het Rijk, leiden tot een betere aansluiting van maatregelen op de gemeentelijke praktijk, en geven voor een succesvolle implementatie inzicht in de risico’s en randvoorwaarden. Gemeenten werken ook onderling samen aan oplossingen voor vraagstukken, bijvoorbeeld middels pilots. We brengen in kaart op welke wijze de succesvolle gemeentelijke projecten en pilots naar meer gemeenten toe kunnen worden opgeschaald. In 2021 voeren we uitvoeringstoetsen uit op alle nieuwe weten regelgeving die betrekking hebben op de gemeentelijke uitvoering, zoals de Tijdelijke wet maatregelen covid-19, de Wet digitale overheid, en de Wet inburgering. Daarin worden er vragen beantwoord over de impact van nieuwe wetgeving, het handelingsperspectief van gemeenten, de benodigde capaciteit, risico’s, randvoorwaarden en de noodzakelijke implementatieondersteuning.

Hierdoor sluit nieuwe wet- en regelgeving beter aan op de praktijk van de uitvoering, zijn de invoeringskosten lager en versterken we de gemeentelijke lobby richting het Rijk. Deze inzet is vergelijkbaar met die van het afgelopen jaar, waarin we bijna dertig uitvoeringstoetsen over de verschillende domeinen hebben verricht. We werken hiervoor altijd samen met tien tot vijftien gemeenten, waarbij

er vertegenwoordigers van meerdere disciplines worden geïnterviewd. Daarnaast spreken we met andere stakeholders en experts, en voeren we enquêtes uit. De resultaten worden geverifieerd door een gemeentelijke klankbordgroep en gepresenteerd in een rapport. In 2021 gaan we ongeveer tien tot vijftien opschalingsanalyses uitvoeren, om in kaart te brengen of een oplossing zoals die door één of enkele gemeenten is bedacht ook bruikbaar is voor andere gemeenten. En zo ja, op welke wijze dit dan gedaan zou kunnen worden, wat de impact ervan is op gemeenten, en welke landelijke ondersteuning bij de opschaling noodzakelijk is.

Ondersteuning en fondsbeheer Gemeenten willen op een heldere manier worden geïnformeerd over de producten en diensten die wij gezamenlijk realiseren, en willen zich onderdeel voelen van deze collectieve beweging. Om de ambities van de Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering (GGU) waar te kunnen maken en de visie van het samen organiseren uit te dragen, zullen wij professioneel en marktconform verschillende ondersteunende taken uitvoeren. In 2021 bieden wij aan bestuurders en directeuren bij gemeenten en binnen de VNG ondersteuning, zodat er op basis van actuele en relevante sturingsinformatie afgewogen besluiten genomen kunnen worden – bijvoorbeeld over nieuwe standaarden en de uitbreiding van het GGU-portfolio. We onderhouden actief contact met verschillende doelgroepen binnen de gemeenten, om vroegtijdig signalen op te kunnen vangen, behoeften te vertalen en om opmerkingen te verbinden met lopende en nieuwe gemeentelijke initiatieven. Wij richten een vraaggestuurde organisatie in, waarmee ons ondersteuningsaanbod op uiteenlopende gemeentelijke behoeften wordt afgestemd. De Taskforce Samen organiseren bespreekt dit aanbod en brengt het onder de aandacht van gemeenten om hiervan gebruik te maken.

We zullen, binnen de kaders van de coronamaatregelen, offline- en online-netwerkbijeenkomsten en werkbezoeken organiseren, kennisdeling en positionering stimuleren, en tevens implementatiestrategieën aanbieden. We doen dit in nauwe samenwerking en afstemming met de gemeenten en de betrokken partners, zoals de koepelorganisaties en de provinciale en regionale afdelingen. Daarnaast ondersteunen we de Taskforce Samen organiseren en het College van Dienstverleningszaken bij de uitvoering van hun taken. Verder stellen we tussentijdse rapportages, kadernota’s en (meer)

>

23

D Generieke activiteiten voor alle prioriteiten

Uitvoeringstoetsen, innovatie en implementatie-ondersteuning jarenplannen op om gemeenten actief te kunnen informeren over de voortgang en behaalde resultaten van de GGU. In 2021 delen we aansprekende verhalen over de GGU in artikelen, op congressen en in podcasts. Daarbij leggen we de nadruk op de opbrengsten van de gemeentelijke toepassing van collectieve oplossingen. Om de kwaliteit van onze communicatie structureel te kunnen verbeteren, verzamelen we continu feedback. In 2021 maken we het voor gemeenten zo makkelijk mogelijk om van de collectief ontwikkelde proposities gebruik te maken. Omdat we het succes van de Gezamenlijke Gemeentelijke Uitvoering onder meer afmeten aan de implementatiegraad van de collectieve oplossingen, brengen we de gemeentelijke implementatiebehoeften in kaart. We houden daarbij rekening met verschillen tussen de behoeften van kleine, middelgrote en grote gemeenten. We zullen gemeenten advies geven op het gebied van implementatie-

strategieën, de samenhang tussen producten en diensten coördineren, en verder ook adviseren over de aanpak, methoden en instrumenten die daarbij horen. Zo bewaken we de planning en samenhang tussen de proposities binnen het GGU-portfolio, zodat gemeenten niet worden overvraagd. Ter ondersteuning daarvan komen we met een implementatiekalender waarin activiteiten logisch gebundeld op vaste momenten aan gemeenten worden gepresenteerd. Gemeenten kunnen de eigen capaciteitsplanning voor de uitvoering hierop afstemmen, waardoor de GGU-resultaten in de gemeentelijke plannen worden opgenomen en lokale toepassing van collectieve oplossingen wordt gestimuleerd. Daarbij zetten we ook digitale middelen in om elkaar in coronatijd te kunnen blijven ontmoeten. Op basis daarvan weten gemeenten waar ze aan toe zijn en worden ze optimaal betrokken bij het gebruik van de GGU-proposities. Daarmee wordt de GGU een krachtige beweging waar alle gemeenten aan meedoen.

24

Begroting Bedragen in euro’s

Totale begroting GGU 2021 In de tabel is de totale begroting voor de GGU vermeld voor het jaar 2021, waarbij bedragen per prioriteit zijn verdeeld over structurele, meerjarige en kortcyclische activiteiten.

Prioriteit

Budget

Structureel

Meerjarig

Kortcyclisch

2021 A1 Gemeenschappelijke basis voor informatievoorziening en dienstverlening

€

5.942.800

€€

2.137.500

€

3.045.900

€€€

A2 Datagestuurde samenleving en sturingsinformatie

€

€

2.854.000

€

1.900.000

€

475.000

€

479.000

B1 Informatieveiligheid en gegevensbescherming

€

4.509.600

€

2.565.000

€

263.711

€

1.680.889

B2 Realisatie en beheer

€

4.283.750

€

2.903.750

€

-

€

1.380.000

B3 Gezamenlijke inkoop

€

200.000

-

€

200.000

C1 Fysiek domein

€

6.278.450

€

C2 Sociaal domein

€ 14.651.850

€

C3 Lokaal bestuur

€

387.500

D1 Generieke activiteiten voor alle prioriteiten

€

3.540.900

D2 Organisatiekosten

€

5.135.750

Totaal

€ 47.784.600

€

€

-

€

759.400

1.060.950

€

2.137.500

€

3.080.000

8.566.550

€

2.699.300

€

3.386.000

-

€

237.500

€

150.000

€

1.949.650

€

945.250

€

646.000

€

3.668.750

€

-

€

1.467.000

€

€ €

24.752.150

€ €

9.804.161

13.228.289

25

5b. Stand van zaken uitvoering Klimaatakkoord

Bijlage bij ledenbrief 15 januari 2021: “Uitnodiging BALV 12 februari 2021” Samenvatting Om als gemeenten het Klimaatakkoord uit te kunnen voeren hebt u drie randvoorwaarden gesteld, kortweg: haalbaar/betaalbaar voor de samenleving, beschikking over de juiste gemeentelijke bevoegdheden en een vergoeding voor de uitvoeringslasten. Hierbij informeren wij u over de belangrijkste ontwikkelingen, met in het bijzonder het artikel 2-onderzoek naar de uitvoeringslasten. Stand van zaken uitvoering Klimaatakkoord Instemming met het Klimaatakkoord en opdracht aan het VNG bestuur Op de Buitengewone ALV van 29 november 2019 hebt u met bijna unanieme meerderheid ingestemd met het Klimaatakkoord. Hierbij hebt u herhaald dat het akkoord moet voldoen aan de eerder door u vastgestelde drie randvoorwaarden, kortweg: haalbaar/betaalbaar voor de samenleving, beschikking over de juiste gemeentelijke bevoegdheden en een vergoeding voor de uitvoeringslasten. Tevens hebt u aangegeven: ‘Als op termijn onvoldoende aan deze randvoorwaarden wordt voldaan, kan dit ertoe leiden dat gemeenten het Klimaatakkoord niet in zijn geheel of niet in het gevraagde tempo kunnen uitvoeren.

[…] De randvoorwaarden van gemeenten blijven in volgende fases in het traject dan ook volledig van kracht.’ U hebt het bestuur de opdracht gegeven te werken aan de invulling van de voorwaarden en u periodiek te informeren over de voortgang. VNG heeft het afgelopen jaar inzet verricht op de volle breedte van het Klimaatakkoord. Er is hard gewerkt, maar we zijn er nog niet. Graag lichten wij de belangrijkste ontwikkelingen toe aan de hand van de randvoorwaarden. In het bijzonder staan wij stil bij het onderzoek naar de uitvoeringslasten Klimaatakkoord voor decentrale overheden en gaan hierop als eerste in. 1. Randvoorwaarde: Vergoeding toename uitvoeringslasten In 2020 heeft de Raad voor het Openbaar Bestuur (ROB) een onderzoek verricht naar de uitvoeringslasten 1 van het Klimaatakkoord bij decentrale overheden voor de periode 2022-2030. In het onderzoek wordt gekeken naar de hoogte van de uitvoeringslasten, de verdeling van het budget tussen gemeenten en de organisatie van de uitvoering. Met het rapport wordt géén uitspraak gedaan over de daadwerkelijke toekenning van middelen: dit is onderwerp van gesprek tussen koepels en het kabinet. Naar verwachting wordt dit rapport gepubliceerd op 19 januari a.s. Na publicatie zullen wij u informeren over de uitkomsten van dit rapport. Daartoe ontvangt u volgende week een aangevulde stand van zaken.

Aanvulling naar aanleiding van publicatie ROB-rapport uitvoeringslasten Klimaatakkoord volgt na 19 januari a.s. op deze plaats. 1 Uitvoeringslasten zijn bijvoorbeeld kosten voor het inhuren van personeel of het organiseren van overleggen.

Kosten zoals voor het verduurzamen van een woning of de aanleg van een warmtenet zijn dit niet. Inzet vindt hierop wel plaats vanuit VNG, alleen niet binnen dit onderzoek conform artikel 2 Financiële-verhoudingswet.

2. Randvoorwaarde: Haalbaar en betaalbaar voor de samenleving In het Klimaatakkoord is afgesproken dat de energietransitie voor de overgrote meerderheid van de huishoudens woonlastenneutraal moet plaatsvinden. Op dit moment is dit niet mogelijk zonder subsidie. We merken dat het Rijk hier mee worstelt, en het accent probeert te verleggen naar maatregelen die (voor de korte termijn) minder ingrijpend en minder kostbaar lijken, zoals isoleren. Zo’n accentverlegging lijkt begrijpelijk, maar brengt de nodige risico’s met zich mee. Vanuit VNG bekijken we dit daarom met de nodige scepsis. Want de transitie die is ingezet met het Klimaatakkoord is tenslotte pas 1 jaar van start in een traject dat nog 30 jaar gaat duren. Gemeenten zijn al actief aan de slag gegaan met de wijkgerichte aanpak naar aardgasvrij. Daarom verwachten we stevige ondersteuning van het Rijk die verder gaat dan enkele proeftuinen. En juist omdat we pas zijn gestart, vinden wij het essentieel dat het Rijk in deze aanloopfase extra investeert én vasthoudt aan de ingezette koers. Op die manier krijgt de transitie een goede start, komt de rekening niet te liggen bij onze inwoners en wordt die rekening niet doorgeschoven naar de toekomst. Voor alle sectoren geldt dat het rendabele deel van de investeringen kan worden gefinancierd via leningen of fondsen.

Dat is ook het geval bij het maatschappelijke vastgoed, waarvan een deel de verantwoordelijkheid is van gemeenten. Maar zowel bij woningen als bij overig vastgoed is veelal nog sprake van een onrendabele top. Leningen of fondsen zijn geen oplossing voor onrendabele investeringen en gemeenten kunnen dat onrendabele deel niet uit eigen middelen dekken. Er zijn andere instrumenten, waaronder subsidieverlening, nodig om dit probleem oplossen. De huidige set aan financieringsmogelijkheden van het rijk is aanzienlijk, maar is in omvang nog onvoldoende en sluit - net als andere instrumenten - niet of onvoldoende aan op de nieuwe, integrale werkwijze die we met het Klimaatakkoord hebben ingezet: de wijkgerichte aanpak. Er zijn goede redenen waarom wij de nadruk willen leggen op de wijkgerichte aanpak en het accent niet helemaal willen verleggen naar minder vergaande strategieën. Juist via de wijkgerichte aanpak naar aardgasvrij kunnen gemeenten invulling geven aan een regierol en kan het publieke belang optimaal worden geborgd. Alleen gebiedsgericht zijn in een periode van 30 jaar de alternatieven voor aardgas te organiseren.

Om vast te kunnen houden aan de ingezette koers van de wijkgerichte aanpak naar aardgasvrij is het noodzakelijk dat onze gestelde randvoorwaarden zijn geregeld en in het bijzonder dat het Rijk de huishoudens in de eerste wijken die aan de beurt zijn ruimhartig ondersteunt. Wij zijn op deze punten dan ook volop in gesprek en vragen het Rijk haar verantwoordelijkheid te nemen en recht te doen aan de inzet van gemeenten op onder andere de transitievisies warmte en wijkgerichte aanpak. 3. Randvoorwaarde: De juiste bevoegdheden en doorzettingsmacht Op deze randvoorwaarde vindt voortgang plaats op onder andere de volgende onderwerpen: • Het voorstel Wet collectieve warmtevoorzieningen (opvolger Warmtewet) — Dit wetsvoorstel is in consultatie gegaan na intensief overleg met de decentrale overheden. De decentrale overheden hebben gezamenlijk een reactie geleverd op de consultatie. Het rijk heeft de

•

•

•

reacties verwerkt en aangeboden in een aangepast wetsvoorstel. Op een aantal punten (derdentoegang) zijn wijzigingen opgenomen in het aangepaste wetsvoorstel. Op enkele cruciale punten (rol voor publieke warmte-infrastructuur en invulling regierol gemeenten) zijn de koepels momenteel nog in overleg met het Rijk: het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) wil het wetsvoorstel voor de Tweede Kamerverkiezingen aanbieden aan de Tweede Kamer zodat een volgend kabinet hiermee gelijk kan verdergaan. Energiewet 1.0 — Deze wet vervangt de Elektriciteitswet en de Gaswet. Het zwaartepunt ligt bij elektriciteit en infra, de rol van netbeheerders, data en nieuwe markten zoals zelfproducenten. De afbouw van gas en regels voor de wijkgerichte aanpak zitten niet in deze wet, maar worden geregeld via de ‘Wet wijkgerichte aanpak’ (zie volgende punt). Inwerkingtreding van de Energiewet is voorzien per 1 januari 2023. ‘Wet wijkgerichte aanpak’ (werktitel) — Deze wet regelt de bevoegdheden waarmee gemeenten gebieden kunnen aanwijzen die van het gas afgaan (inclusief regels voor het beëindigen van gaslevering en duurzaamheidseisen voor gebouwen en de alternatieve energievoorziening) en is essentieel voor het vervullen van de gemeentelijke regierol. De wet wijzigt de Energiewet 1.0 en de Omgevingswet inclusief onderliggende regels. VNG is betrokken bij de ambtelijke voorbereiding.

Een consultatie is voorzien in maart-april 2021. Inwerkingtreding is op zijn vroegst voorzien halverwege 2023. Huurregelgeving — Om de transitie in de gebouwde omgeving en integraliteit van de wijkaanpak vorm te kunnen geven is het nodig de huurregelgeving aan te passen. Dit betreft onder andere het instemmingsrecht en initiatiefrecht voor huurders, - het woningwaarderingsstelsel, gestandaardiseerde woonlastenbenadering, de energieprestatievergoeding en het vergroten financiële mogelijkheden en meer mogelijkheden bij gespikkeld bezit. VNG is ambtelijk betrokken.

6. Verantwoording uitvoering moties ALV 25 september 2020 en eerdere ledenvergaderingen

Bijlage bij ledenbrief 15 januari 2021: “Uitnodiging BALV 12 februari 2021” Samenvatting Hierbij legt het VNG bestuur verantwoordingen af aan de leden over de uitvoering van moties die zijn aangenomen in de ALV van 25 september 2020 en aangehouden moties uit eerdere ledenvergaderingen. Gelet op de samenhang en overlapping van moties zijn bij deze verantwoording de moties in een aantal gevallen geclusterd. Aan de verantwoording over de uitvoering is steeds een voorstel gekoppeld om de motie aan te houden of als uitgevoerd te beschouwen. Dat een motie is uitgevoerd betekent nadrukkelijk niet dat alle VNG doelen op het betreffende thema geheel zijn behaald of dat de VNG-inzet op het betreffende thema stopt. De inzet van de motie is in de meeste gevallen onderdeel geworden/gebleven van de reguliere VNG-inzet. Langer aanhouden van de motie heeft dan geen toegevoegde waarde. Sowieso zal de VNG de strekking van de moties en de verantwoording over de uitvoering benutten ten behoeve van een breed gedragen VNG-inzet richting de kabinetsformatie.

Inhoudsopgave: - Moties inzake gemeentefinanciën, inclusief onderzoeken jeugd/abonnementstarief en herverdeling gemeentefonds (p.2) - Motie “Werkgebied belastingdienst”, Alkmaar (p.6) - Motie “Compensatieregeling coronaschade zwembaden”, Leusden (p.7) - Motie “Bekostiging onderwijshuisvesting”, Noordoostpolder (p.8) - Motie Specifieke uitkering stimulering sport/rijkscompensatie verruimde Btw-vrijstelling sport, Lelystad (p.9) - Motie “Nieuwe inburgeringstelsel”, Almere (p.10) - Motie “Handhaving vuurwerkverbod”, Utrechtse Heuvelrug (p.11) - Moties inzake Klimaatakkoord Regionale Energiestrategieën (RES) (p.12) - Motie “Duidelijkheid over Warmtewet en toepassing warmtetransitie”, Deventer (p.13) - Motie “Garantie op financiële randvoorwaarden nodig om uitvoering door gemeenten over de gehele eerste tranche tot 2030 nu te starten” van Zaanstad (p.14) - Motie “Budgetneutrale overgang Omgevingswet” Noordoostpolder (p.15) - Motie “Budget volgt bodemtaak” Haarlemmermeer (p.17) - Motie “Aanpak Amerikaanse rivierkreeft”, Langedijk (p.18) - Motie “Aanvullende overeenkomst bij Raamovereenkomst Verpakkingen”, Schiedam (p.18) - Motie “Structurele afspraken Nationale Parken”, Utrechtse Heuvelrug (.19).

1

Gemeentefinanciën (inclusief jeugd, abonnementstarief en herverdeling) Onderwerp:

Gemeentefinanciën, inclusief onderzoeken jeugd/abonnementstarief en herverdeling gemeentefonds

Moties, indieners en inhoud/ oproep: (samengevat)

1. Motie Breda, Zeist, Opsterland e.a. “Resolutie eerlijke financiële verhoudingen!” Oproep aan ALV om resolutie met eisen aan het huidige kabinet en verwachtingen van het nieuwe kabinet te onderschrijven. Verzoek aan VNG bestuur om inhoud resolutie over te brengen aan fondsbeheerders en te betrekken bij voorbereiding op kabinetsformatie. 2. Motie Schagen e.a. “Resolutie: Los financiële problemen Jeugd en WMO op in alle gemeenten” Uitspraak tegen voorgestelde herverdeling van het gemeentefonds voor het sociaal domein en verzoek aan bestuur om te pleiten voor structureel meer middelen in sociaal domein voor alle gemeenten. 3. Motie Zoetermeer e.a. ‘Gemeenten hebben acuut meer structureel geld nodig’ Initiatief van actiecomité ‘Raden in Verzet’. De inzet is om snel structurele financiële oplossingen te bewerkstelligen voor gemeenten. 4. Motie Enschede “Herstel de structurele weeffout in de financiering van het Rijk naar gemeenten” Oproep aan kabinet en Tweede Kamer om: weeffouten te herstellen en te borgen dat er structureel voldoende middelen zijn, onmiddellijk afschaffen opschalingskorting en terugtredende rol van Rijksoverheid in sociaal domein 5. Motie Krimpenerwaard e.a.

“Tijdelijke financiële ruimte gemeenten” In afwachting van structurele maatregelen te overleggen met het kabinet om te zorgen dat gemeenten in de resterende kabinetsperiode financiële ruimte krijgen en dat gemeenten vanaf 2021 worden gecompenseerd voor de werkelijke kosten jeugdzorg en extra kosten door invoering abonnementstarief. 6. Motie Beesel e.a. “Voorstel herijking Gf onverantwoord, bijsturen is noodzaak” In het kader van herverdeling gemeentefonds met de minister in gesprek te gaan over de financiële impact van de herverdeling in relatie tot alle opgaven die er liggen voor gemeenten. 7. Motie Sluis e.a. “Voldoende middelen voor de regio” Zich hard blijft maken voor het terugdraaien van de opschalingskorting substantieel vergroten van de structurele middelen voor het gemeentefonds.

2

Onderwerp:

Gemeentefinanciën, inclusief onderzoeken jeugd/abonnementstarief en herverdeling gemeentefonds 8. Moties De Fryske Marren, Terschelling (ALV 2019) “Compensatie extra kosten invoering abonnementstarief WMO-voorzieningen” Oproep aan bestuur om bij kabinet aan te dringen op een volledige compensatie van de extra kosten, die een gevolg zijn van de gewijzigde wetgeving op het terrein van WMO-voorzieningen. 9. Motie Groningen (ALV 2019) “Stevige borging gelijkwaardig partnerschap IBP” Oproep aan bestuur om met kabinet alleen afspraken te maken over nieuwe taken of verzwaring van taken, indien randvoorwaarden zijn vastgesteld en door het Rijk worden geborgd. Dit door bij herziening Code IBV met kabinet afspraken te maken over toepassing artikel 2 FVw. Daarnaast de opschalingskorting ter discussie blijven stellen en de groei Gf te laten meebewegen met de groei van de gemeentelijke kosten. 10. Motie “Naar een structureel financieel totaalkader GGZ op basis van feiten” (Breda, ALV 2019) Oproep aan bestuur om bij ondertekening Hoofdlijnenakkoord GGZ als voorwaarde te stellen om samen met het Rijk twee onderzoeken te doen die moeten leiden naar voldoende macrobudget voor herverdeling en doordecentralisatie van Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang.

Gezamenlijk met Rijk en zorgverzekeraars de noodzakelijke opbouw van ambulante infrastructuur te monitoren en de uitkomsten in periodiek bestuurlijk overleg te bespreken. 11. Motie “Naar een passend financieel en sturingskader jeugd op basis van feiten” (Assen, Leiden, ALV 2019) Oproep aan bestuur in te zetten op structurele compensatie, ook de structurele doorwerking van de volumegroei 2015 – 2017 mee te wegen, om aandacht te vragen voor de situatie in 2022 en het gesprek te voeren met het kabinet om de sturingsmogelijkheden te vergroten.

3

Verantwoording:

De indieners van de moties roepen enerzijds op tot structureel voldoende middelen en anderzijds tot het aanpassen van de financiële verhouding zodat gemeenten bij nieuwe taken ook de bijbehorende middelen krijgen. Verder hebben de leden aangeven alleen akkoord te willen gaan met een herverdeling van het gemeentefonds als er structureel meer geld komt in het gemeentefonds. Mede naar aanleiding van deze moties heeft de VNG de volgende acties ondernomen. Herverdeling: de VNG heeft aangeven alleen met de herverdeling in te kunnen stemmen als de koek groter wordt. Deze boodschap is aan de minister van BZK doorgegeven. Kabinetsformatie: de VNG heeft haar inzet voor de kabinetsformatie bekend gemaakt. De inzet bestaat uit vier sporen waarbij de sporen 1 en 2 randvoorwaardelijk zijn voor de sporen 3 en 4. Spoor 1: structurele financiële middelen voor gemeenten. De financiën van gemeenten structureel op orde brengen is absolute prioriteit voor gemeenten en daarmee de VNG. De tekorten, die voortkomen uit keuzes van eerdere kabinetten, tasten de autonomie en de slagkracht van gemeenten aan om bij te dragen aan de oplossingen die Nederland nodig heeft om sterker uit de crisis te komen. De taken en middelen van gemeenten zijn niet in balans, onderzoek na onderzoek wijst uit dat er structurele oplossing nodig is.

Het herstellen van de financiële positie van gemeenten op deze al langlopende dossiers is een belangrijke voorwaarde om verder te kunnen op andere terreinen. We richten ons in dit spoor op het herstellen van de financiële tekorten die in het verleden zijn veroorzaakt. De twee grote onderwerpen zijn hierbij de opschalingskorting en de tekorten in het sociale domein, met focus op Jeugdzorg en de aanzuigende werking van het abonnementstarief. Ook de voeding van het gemeentefonds is van groot belang. Spoor 2: een wet decentraal bestuur ter verbetering van de interbestuurlijke verhoudingen. Het maken van een wet is daarmee een vehikel om belangrijke interbestuurlijke knelpunten hoger op de agenda te krijgen en afspraken te maken zodat gemeenten heldere en bruikbare spelregels hebben. Een wetstraject is echter lang en onvoorspelbaar. Daarom is de inzet om met het huidige kabinet zoveel mogelijk van de interbestuurlijke knelpunten op te lossen voor de verkiezingen, zoals ook bepleit in de moties die op de ALV van 25 september zijn aangenomen en waarover een brief is gestuurd aan het kabinet. Spoor 3: een aanbod aan het Rijk voor de bijdrage van gemeenten in samenwerking met de overige decentrale overheden op de thema’s: wonen, klimaat, regionale economie en digitalisering. Spoor 4: focus op uitvoering waarbij kwetsbare inwoners centraal staan.

4

Onderwerp:

Gemeentefinanciën, inclusief onderzoeken jeugd/abonnementstarief en herverdeling gemeentefonds Normering: Naar aanleiding van de evaluatie van de normering van het gemeentefonds (de wijze waarop de hoogte van het jaarlijks accres voor het gemeentefonds wordt bepaald) is het bestuur akkoord gegaan met handhaving van de brede koppeling. Als reactie op de evaluatie normering is de volgende brief verstuurd https://vng.nl/sites/default/files/2020-11/vng-reactie-op-evaluatienormering.pdf WMO abonnementstarief: de VNG heeft aangeven dat naar aanleiding van het onderzoek naar de effecten van het abonnementstarief gemeenten hiervoor gecompenseerd moeten worden. De stelling van het Rijk ‘dat dit onderdeel uitmaakt van de afspraken in het IBP’ klopt niet. Gemeenten moeten volledig worden gecompenseerd voor de effecten van de invoering van het abonnementstarief. Niet volledig compenseren zal er aan bijdragen dat gemeenten, gezien de grote tekorten in het sociaal domein, verder moeten bezuinigingen en zij de Wmo niet kunnen blijven uitvoeren zoals beoogd. De opstelling van de minister is ook niet conform artikel 2 Financiële Verhoudingswet.

We hebben dit ook schriftelijk aan de Tweede Kamer laten weten https://vng.nl/sites/default/files/2020-10/20201023_brief_parlement_vng-reactieabonnementstarief-in-de-wmo-tbv-begrotingsbehandeling-vws-def.pdf Onderzoek jeugd: In december is het rapport van AEF gepubliceerd over de vraag hoeveel middelen gemeenten structureel nodig hebben om hun taken voor jeugdzorg goed uit te kunnen voeren. Het onderzoek laat zien dat gemeenten in 2019 zo’n € 1,7 miljard meer uitgeven aan jeugdzorg dan dat ze aan middelen ontvangen. Dit rapport is een belangrijke stap in het gesprek met het Rijk over de benodigde structurele middelen voor gemeenten. Op basis van het rapport zullen we gesprekken met het Rijk voeren over een combinatie van structureel extra budget en maatregelen om de Jeugdwet financieel beheersbaar te maken. Eind februari zullen, tussentijds, de contouren van mogelijke scenario’s van middelen en maatregelen bestuurlijk tussen Rijk en VNG worden besproken. Ook wordt eind februari met een brede delegatie van het kabinet gesproken over de financiële situatie van gemeenten, mede vanwege het enorme tekort wat in het onderzoek is geconstateerd. Het gesprek over structureel budget en maatregelen zal tijdig worden afgerond, zodanig dat de opbrengsten een zwaarwegende inbreng zijn voor de kabinetsformatie.

Als Rijk en VNG er onderling niet uitkomen, wordt een commissie van wijzen benoemd om tot arbitrage over te gaan.

Voorstel:

Aanhouden.

5

Onderwerp:

Werkgebied belastingdienst

Motie en indiener:

“Werkgebied belastingdienst” , Alkmaar

Inhoud/oproep: (samengevat)

Vraag aan het VNG bestuur om: 1. zijn invloed aan te wenden bij het ministerie van Financiën om onze zorgen te delen over de doelmatigheid en de doeltreffendheid van de uitbreiding van het werkgebied van de belastingdienst met het oog op de effectiviteit van het Nederlandse openbaar bestuur 2. het kabinet aan te sporen oog te hebben voor een pragmatische verdeling van het werkgebied van de belastingdienst in relatie tot gemeenten.

Verantwoording:

Om uitvoering aan deze motie te geven hebben wij in overleg met de werkgroep rijksbelastingen (een overleg van fiscalisten van gemeenten) een notitie opgesteld met voorbeelden waar de opstelling van de rijksbelastingdienst ten opzichte van gemeente problemen geeft en of de samenwerking beter kan. Deze notitie wordt in januari 2020 door onze hoofdirecteur besproken met de SG van het ministerie van Financiën en zal we begin volgend jaar worden ingebracht in het bestuurlijk overleg financiële verhoudingen.

Voorstel:

Op basis van het voorgaande stellen wij voor om de motie aan te houden.

6

Sociaal domein Onderwerp:

Rijkscompensatie financiële coronaschade zwembaden en ijsbanen

Motie en indiener:

Compensatieregeling coronaschade zwembaden, gemeente Leusden.

Inhoud/oproep: (samengevat)

Het belang van zwembaden bij het ministerie onderstrepen en een compensatieregeling vanuit het Rijk voor hen laten realiseren om faillissementen vanwege coronaschade te voorkomen.

Verantwoording:

(informatie ontvangen via de Vereniging Sport en Gemeenten): Zwembaden en ijsbanen: op basis van nader onderzoek en overleg stelt het kabinet voor de exploitanten van zwembaden en ijsbanen via een specifieke uitkering aan gemeenten €100 miljoen beschikbaar. Deze regeling wordt in nauw overleg met de sector de komende tijd nader uitgewerkt. Verlenging steun aan sportverenigingen: op 27 oktober jl. heeft het kabinet laten weten dat met het oog op de aanscherping van de coronamaatregelen, die de sport hard treffen, het sport-specifieke pakket is aangepast en opnieuw is opengesteld voor de periode van 1 oktober t/m 31 december, met een uitvoering die erop is gericht om de nieuw ontstane financiële schade van amateursportverenigingen te compenseren. Hiervoor wordt € 60 miljoen ingezet. Publicatie en openstelling: de publicatie van de regelingen Tegemoetkoming verhuurders sport-accommodaties (TVS) en Tegemoetkoming amateursportorganisaties (TASO) zijn in januari/februari 2021 voorzien en de regelingen worden naar verwachting in februari opengesteld. De regeling voor de zwembaden wordt naar verwachting in februari gepubliceerd en in maart opengesteld. Gelet op de ontwikkelingen is overleg opgestart om deze drie regelingen voor de eerste helft van 2021 ook mogelijk te maken.

Voorstel:

Aanhouden.

7

Onderwerp:

Onderwijshuisvesting

Motie en indiener:

“Bekostiging onderwijshuisvesting” (Noordoostpolder, ALV 2020)

Inhoud/oproep: (samengevat)

-

-

Verantwoording:

Hoge prioriteit te geven aan de lobby voor de benodigde financiële middelen om te kunnen voldoen aan wettelijke eisen, verbetering van het binnenmilieu en verduurzaming van onderwijsgebouwen. Hiertoe in gesprek te gaan met kabinet en parlement met als inzet een toezegging voor het beschikbaar stellen van deze financiële middelen. Er voor te waken dat deze noodzakelijke extra financiering niet ten koste gaat van andere onderdelen van de algemene uitkering.

Op advies van het Expertiseteam Onderwijshuisvesting heeft het VNG-bestuur zich geschaard achter de ambities in scenario 5 van de routekaart PO/VO. In dit scenario worden de komende 30 jaar de kwaliteit en duurzaamheid van alle scholen aangepakt. Hiervoor is jaarlijks € 700 miljoen extra investering nodig, bovenop de bedragen die gemeenten en schoolbesturen zelf al investeren in onderwijshuisvesting. Daarnaast brengt de beweging naar inclusief onderwijs en de eisen die dit stelt aan de huisvesting mogelijk nog extra kosten met zich mee. Na deze unaniem aangenomen motie van de gemeente Noordoostpolder is op 12 oktober 2020 de sectorale routekaart van de PO-raad, VO-raad en de VNG gepubliceerd. Deze brengt de weg naar verduurzaming en verbetering van de kwaliteit van schoolgebouwen in beeld. De routekaart PO/VO vormt de onderlegger voor de inzet vanuit de VNG in de gesprekken met het kabinet over de noodzaak van verbetering van de onderwijshuisvesting en de daarbij horende financiering. De financiële opgave rond onderwijshuisvesting maakt deel uit van de input van de VNG op de investeringsagenda voor de volgende kabinetsformatie. In de lobby rondom onderwijshuisvesting werkt de VNG nauw samen met de PO-Raad en de VO-Raad.

De Rijksoverheid is een Interdepartementaal Beleidsonderzoek (IBO) gestart waarbij wordt onderzocht welke opgaven er liggen op het gebied van onderwijshuisvesting en hoe hieraan voldaan kan worden. Het resultaat van het onderzoek zal naar verwachting in maart 2021 beschikbaar zijn. Voor de VNG zijn dit IBO en de ontwikkelingen in het klimaatakkoord de belangrijk aanknopingspunten in de lobby voor de noodzakelijke extra financiering voor onderwijshuisvesting. De VNG zal dit onderwerp in de aanloop naar het nieuwe kabinet onophoudelijk blijven agenderen.

Voorstel:

Aanhouden.

8

Onderwerp:

Rijkscompensatie verruimde Btw-vrijstelling sport

Motie en indiener:

Specifieke uitkering stimulering sport/rijkscompensatie verruimde Btw-vrijstelling sport, gemeente Lelystad.

Inhoud/oproep: (samengevat)

Aandringen bij het kabinet op een volledige compensatie van het Btw nadeel dat gemeenten (en hun sportbedrijven) leiden door verruiming van de Btwvrijstelling sport per 1 januari 2019.

Verantwoording:

(informatie ontvangen via de Vereniging Sport en Gemeenten) Gemeenten hebben € 228 miljoen bij het Rijk via Dus-I aangevraagd voor 2019, terwijl er € 185 miljoen rijkscompensatie beschikbaar was. De verantwoording van dit aangevraagde bedrag, zoals in de motie van de gemeente Lelystad benoemd, gebeurt op basis van de goedgekeurde jaarrekeningen van de gemeenten. Die hebben inmiddels hun jaarrekeningen ingediend, dit moest voor 15 juli 2020.De definitieve (eind)beschikkingen zijn op dit moment in de maak. Informeel is inmiddels bekend dat er macro gezien onderuitputting van het totaalbudget is. Dat wil zeggen dat in principe 100% aan gemeenten wordt uitgekeerd. Echter, er zitten voor sommige gemeenten wat plussen in en voor andere wat minnen. Bijvoorbeeld. Een gemeente heeft € 1 miljoen aangevraagd, maar bij de jaarrekening blijkt het slechts om € 750.000,- te gaan. En uiteraard het omgekeerde bestaat ook. Een gemeente heeft bij de vaststelling meer recht op rijkscompensatie, omdat deze meer heeft gerealiseerd dan in de aanvraag voorzien. De gemeenten waren tevoren ermee bekend dat er “onderling verrekend” zou kunnen worden. Bovendien is het financieel gebruikelijk dat aanvraag/verlening iets anders is dan verantwoording/vaststelling.

Resumerend kan worden gemeld dat in 2019 gelet op de beschikbare € 185 miljoen de rijkscompensatie aan gemeenten voor de verruimde Btw-vrijstelling in de sport voldoende is. Voor de volledigheid kan bovendien gemeld worden dat ten aanzien van de jaren erna reeds de volgende bedragen aan rijkscompensatie bekend zijn: 2020 € 188 miljoen, 2021 en 2022 jaarlijks € 178 miljoen. Voor 2020 zijn alle aanvragen van gemeenten via Dus-I gehonoreerd tot 80% van het aangevraagde bedrag, ook hier zullen de gemeentelijke jaarrekeningen leidend zijn voor de definitieve vaststelling eind 2021.Het principe blijft dat het Rijk het volledige Btw nadeel aan gemeenten vergoedt.

Voorstel:

Op basis van het voorgaande stellen wij voor om de motie aan te houden tot de definitieve communicatie over de rijkscompensatie verruimde Btwvrijstelling sport 2019 vanuit het ministerie van VWS.

9

Onderwerp:

Inburgering

Motie en indiener:

Motie Almere e.a. over het nieuwe inburgeringstelsel

Inhoud/oproep: (samengevat)

De VNG wordt gevraagd om zich in te zetten voor een uitvoerbaar en betaalbaar inburgeringstelsel. Enerzijds door te blijven aandringen op een onafhankelijk kostenonderzoek onder gezamenlijk opdrachtgeverschap naar de financiële gevolgen van het nieuwe stelsel. De motie noemt hierbij expliciet commitment vanuit het Rijk aan de uitkomsten van het onderzoek. Anderzijds door ervoor te zorgen dat het Rijk de gesignaleerde knelpunten bij het uitvoeren van de regierol serieus oppakt.

Verantwoording:

In 2019 heeft de VNG delegatie een kostenonderzoek afgedwongen door een bestuurlijk overleg met de minister af te breken. Op 24 april 2020 zijn er op basis van dit onderzoek afspraken gemaakt over de financiën van het nieuwe stelsel en de regierol van gemeenten. Deze zijn inmiddels verwerkt in de kaderwet die is aangenomen door de tweede kamer. Op dit moment vinden er gesprekken plaats over de gevolgen van de uitstel van de wet naar januari 2022 voor inburgeraars. Inzet is dat gemeenten zo snel mogelijk in staat worden gesteld te kunnen werken in de geest van de wet. Ook steunen we gemeenten bij de implementatie van de nieuwe wet en is een projectorganisatie opgezet bij de VNG o.l.v. een implementatiemanager.

Voorstel:

Gelet op de actualiteit, waaronder de taakstelling huisvesting statushouders volgend jaar, stellen wij voor om de motie aan te houden.

10

Veiligheid Onderwerp: Motie en indiener:

Vuurwerk Motie “Handhaving vuurwerkverbod”. Indienende gemeente: Utrechtse Heuvelrug. .

Inhoud/oproep: (samengevat)

De indieners van de motie vragen het VNG-bestuur om in gesprek te gaan met de minister voor Milieu en Wonen en de minister van Justitie en Veiligheid over het eenduidig implementeren het landelijk verbod op het afsteken door consumenten van knalvuurwerk en vuurpijlen. Daarnaast om in gesprek te gaan over de vormgeving van een lokale aanpak. Het gesprek moet gevoerd worden op basis van de volgende uitgangspunten: • Het lokaal gezag dient ondersteund te worden aan de hand van een ministeriele handreiking met de meest effectieve handhavingsmethoden, bij voorkeur ondersteund door het beschikbaar stellen van voldoende politiecapaciteit en of additionele financiële middelen • Intensivering van opsporing en vervolging van de handel in illegaal vuurwerk door politie en Openbaar Ministerie, bij voorkeur ondersteund door voldoende politiecapaciteit en additionele financiële middelen • Het agenderen van het landelijk verbod op Europees niveau, ter ondersteuning van de implementatie op nationaal niveau

Verantwoording:

De VNG heeft in 2020 meerdere malen in bestuurlijk overleg met onder meer de minister van Justitie en Veiligheid gesproken over de te nemen maatregelen tegen de overlast en excessen van de jaarwisseling. Onderwerpen die zijn besproken en/of waar het VNG-bureau ambtelijk bij betrokken is geweest: • Het inventariseren en breder beschikbaar maken van het bestuurlijk instrumentarium voor de aanpak van overlast tijdens de jaarwisseling • Landelijk handelingskader politie-OM over de aanpak, opsporing en vervolging van de handel in en bezit van illegaal vuurwerk (vastgesteld) • Afspraken met politie over hun inzet aan de landsgrenzen en controles op (grotere partijen) illegaal vuurwerk • Versterking van (regeling) bevoegdheden van politie en BOA’s, onder meer om te handhaven op vervoer van vuurwerk en carbidschieten • Via het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid zijn handreikingen en andere hulpmiddelen beschikbaar voor de aanpak van verstoringen van de openbare orde tijdens de jaarwisseling • Het kabinet, met instemming van de VNG, zet zich er binnen de EU voor in om de illegale handel in professioneel vuurwerk te verhinderen, waarbij ze enkele initiatieven heeft ontwikkeld die op de belangstelling van de Europese commissie kunnen rekenen.

Ook in Benelux-verband werkt de rijksoverheid aan concrete maatregelen die het moeilijker moeten maken dat zwaar, professioneel vuurwerk niet in verkeerde handen komt • De commissie Bestuur en Veiligheid heeft zich uitgesproken voor een heldere en eenduidige handhaving van het door het kabinet aangekondigde tijdelijke vuurwerkverbod

Voorstel:

Op basis van het voorgaande stellen wij voor om de motie af te doen.

.

11

Klimaatakkoord Onderwerp:

Klimaatakkoord Regionale Energiestrategieën (RES)

Motie en indiener:

Geclusterde verantwoording over twee moties: 1. ‘Regionale Energiestrategieën (RES): wind in de zeilen en schouder aan schouder’ van Amersfoort; 2. ‘Uitbreiding RES energieopwekkings-soorten’ van Buren; .

Inhoud/oproep: (samengevat)

‘RES: wind in de zeilen en schouder aan schouder’ Deze motie roept VNG op te zorgen dat het Rijk zich meer zichtbaar achter de doelen van het klimaatakkoord en de RES schaart. Zodat duidelijk wordt dat duurzame energie een overheidsbrede ambitie is om het gezamenlijke doel te behalen. Hiervoor zien indieners graag dat er interbestuurlijk een continue gezamenlijke communicatieaanpak wordt ingericht om noodzaak en urgentie van verduurzamingsmaatregelen uit te leggen. De VNG moet daarnaast in gesprekken met het Rijk erop aandringen dat bewindslieden in mediaoptredens en bij werkbezoeken de noodzaak tot het opwekken van elektriciteit met zonnepanelen en windmolens blijven benadrukken. Uitbreiding RES energieopwekkings-soorten’ Deze motie roept op om: - bij een eerste mogelijkheid tot actualisatie van het Klimaatakkoord bij het Rijk aan te dringen op verbreding van de RES-systematiek in het Nationaal Programma na 2030 met meerdere energie opwekkingsmogelijkheden naast zon en wind, waaronder waterkracht - met spoed met het Rijk in overleg te treden om te zorgen voor, tussen nu en de formele wijziging van de warmtewet, een werkend handelingsperspectief voor gemeenten om de doelstellingen van het klimaatakkoord mogelijk te maken - De voortgang van de besprekingen te rapporteren tijdens de ALV van juni 2020.

Verantwoording:

De oproep om ‘zij aan zij te staan’ is bekend bij Rijk, decentrale overheden en hieraan wordt invulling gegeven. In het Bestuurlijk Overleg van 6 november is de toezegging gedaan door de minister om ‘zij-aan-zij te staan’ en de gezamenlijkheid bij het Klimaatakkoord en de RES te onderschrijven. Technieken als waterkracht kunnen worden opgenomen in de RES als bewezen techniek, maar tellen niet mee in de 35 TWh doelstelling. Als een regio hiermee onderbouwd een substantieel aandeel kan realiseren, dan kan worden overwogen om ook waterkracht op te nemen in de RES. Mits daarbij wordt voldaan aan de daarvoor geldende voorwaarden (zie criteria factsheet NPRES). Deze motie sluit verder aan bij de VNG inzet en gemeentelijke belangen en wordt uitgevoerd in interbestuurlijke gesprekken.

Voorstel:

Beide moties aan te houden.

12

Onderwerp:

Klimaatakkoord Warmtewet en -transitie

Motie en indiener:

‘Duidelijkheid over Warmtewet en toepassing warmtetransitie’ van Deventer

Inhoud/oproep: (samengevat)

De motie draagt het bestuur op te blijven aandringen op intensieve betrokkenheid van gemeenten bij de totstandkoming van de nieuwe Warmtewet en onder andere de volgende afspraken te maken in de Warmtewet: 1. Ruimte te laten voor de uitvoeringspraktijk van gemeenten; dit gaat er o.a. over om naast de bestaande praktijk de keuze op te nemen om publiek eigendom (transport en distributie) van alle warmteinfrastructuur mogelijk te maken; 2. Een onafhankelijk onderzoek naar de omvang van de noodzakelijke publieke bijdrage voor warmtenetten om deze ‘haalbaar en betaalbaar’ te realiseren, de uitkomsten zijn weerklank te laten hebben in de afspraken tussen gemeenten en Rijk en bijvoorbeeld mogelijk te maken dat deze publieke bijdrage ook kan worden aangewend door decentrale overheden of overheidsbedrijven; 3. Met het Rijk in overleg te gaan over aanpalende afspraken die voor de uitvoering van belang zijn maar niet in de Warmtewet behoren, zoals vraagstukken m.b.t. de vormen van beheer, exploitatie, vormen van aan- en inbesteding, bewonersparticipatie, verbinding met nieuwe vormen van energie en opslag.

Verantwoording:

Het Rijk en decentrale overheden voeren overleg over de nieuwe Warmtewet, waarbij de genoemde onderwerpen aan bod komen. In de gesprekken over de Warmtewet 2.0 wordt ook gesproken over aanvullende financiering om warmtenetten mogelijk te maken en invulling te geven aan afspraken in het Klimaatakkoord. Hiertoe wordt een aanvullend onderzoek uitgezet om inzicht te krijgen in de business case van warmte en de eventuele ondersteunende benodigde instrumenten. De motie sluit aan bij de gesprekken over de Warmtewet 2.0 zoals deze tussen het Rijk en de decentrale overheden worden gevoerd.

Voorstel:

Aanhouden

13

Onderwerp:

Klimaatakkoord en financiële randvoorwaarden

Motie en indiener:

Garantie op financiële randvoorwaarden nodig om uitvoering door gemeenten over de gehele eerste tranche tot 2030 nu te starten’ van Zaanstad

Inhoud/oproep: (samengevat)

De motie constateert dat het Klimaatakkoord overeenkomt met gemeentelijke ambities. Wel willen gemeenten gelet op de opstapeling van taken ruimte houden om, afhankelijk van de uitkomsten artikel 2-onderzoek, de afspraken uit het klimaatakkoord als onuitvoerbaar te bestempelen. Het bestuur wordt opgedragen hiertoe: •

met het Klimaatakkoord in te stemmen waarbij borging van essentiële randvoorwaarden voor gemeenten voorwaardelijk is voor de uitvoering;

•

naar het Rijk duidelijk te maken dat er na het artikel 2-onderzoek financiële middelen komen om de volledige uitvoeringskosten te dekken;

•

met het Rijk in gesprek te gaan over de uitvoering van het Klimaatakkoord om zowel de financiële als de wettelijke randvoorwaarden voor gemeenten te borgen en dit vast te leggen in interbestuurlijke afspraken;

•

over voortgang te rapporteren op de ALV van juni 2020;

•

uiterlijk op de ALV van 2021 over het artikel 2-onderzoek en de voortgang van het Klimaatakkoord te rapporteren.

Verantwoording:

Het bestuur onderschrijft het dictum en de vraag die aan haar gesteld wordt. De indieners delen het advies van het VNG bestuur: nu van start gaan met het Klimaatakkoord maar ruimte houden om tempo en reikwijdte aan te passen afhankelijk van hoe randvoorwaarden worden ingevuld. Intussen hebben VNG en medeoverheden de opdracht gegeven aan ROB om de hoogte en financieringsmogelijkheden van uitvoeringslasten te onderzoeken.

Voorstel:

Aanhouden (totdat de uitkomsten van het artikel 2-onderzoek zijn besproken met de leden).

14

Omgevingswet

Onderwerp: Motie en indiener:

Budgetneutrale overgang Omgevingswet – actualisatie opvolging Budgetneutrale overgang Omgevingswet - Noordoostpolder

Inhoud/oproep: (samengevat)

De motie vraagt het VNG bestuur: de gemeenten te consulteren over de financiële effecten van de Omgevingswet, bijvoorbeeld in een (bijzondere) algemene ledenvergadering, in 2021 op basis van de kostenraming, en over de daadwerkelijke kosten op de belangrijke momenten in het interbestuurlijke financiële proces tot 2027. daarbij het uitgangspunt te bevestigen dat de overgang naar de Omgevingswet voor gemeenten op middellange termijn (<10 jaar) budgetneutraal moet kunnen verlopen en een beroep op het Rijk te doen om extra middelen ter beschikking te stellen als blijkt dat deze budgetneutrale overgang voor gemeenten onhaalbaar is

Verantwoording:

De inwerkingtreding van de Omgevingswet is in mei 2020 uitgesteld met één jaar naar 1 januari 2022. Eén van de consequenties hiervan voor gemeenten is dat er nog een jaar wordt toegevoegd aan de implementatieperiode, en dus aan de implementatiekosten. Ook wordt het eind van de overgangstermijn voor gemeenten verschoven, naar 31 december 2029. Daarmee zullen naar verwachting de structurele effecten van de wet ook later plaatsvinden, uiteraard afhankelijk van het lokale implementatietempo. Specifiek ten aanzien van de financiële effecten van de invoering van de wet hebben we na het Financieel Hoofdlijnenakkoord (2016), waarop de motie zich baseert, in de Beheerovereenkomst DSO-LV (2018) verdergaande procesafspraken gemaakt met de minister en de andere bestuurlijke partners. Deze afspraken betreffen de wijze waarop de financiële effecten van de Omgevingswet worden gemonitord en de momenten waarop we daarover met elkaar in gesprek gaan met de mogelijkheid om de bestaande financiële afspraken te herzien.

15

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9709371/1