CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20210126 Raadsbrief evenementenpleintje Hogezoom Renesse - bijlage 1

Gemeenteraad 25 februari 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken1.080 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Bijlage raadsbrief evenementenpleintje Renesse (26 januari 2021) Omgevingsvergunning In artikel 2.1, eerste lid van de Wabo is opgenomen: “Het is verboden zonder omgevingsvergunning een project uit te voeren, voor zover dat geheel of gedeeltelijk bestaat uit a. het bouwen van een bouwwerk (…)”. Onder een bouwwerk wordt verstaan elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die op de plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren (zie o.a. ECLI:NL:RVS:2017:1497). De mobiele horecavoorziening wordt (de komende twee jaar) ongeveer 8 maanden per jaar geplaatst. De voorziening mag dan permanent blijven staan, met uitzondering van dagen dat er evenementen plaatsvinden. De horecavoorziening is hiermee bedoeld om duurzaam ter plaatse te functioneren: een verplaatsbaar object zoals een caravan, bloemenkraan, demontabele schuur, keetwagen, of frietkraam moet als bouwwerk gezien worden, indien het object plaatsgebonden is. Een object is over het algemeen plaatsgebonden indien het meer dan 31 dagen op dezelfde plaats staat. Nu het de bedoeling is dat de horecavoorziening ongeveer 8 maanden blijft staan, is onze conclusie dat het een bouwwerk in de zin van de Wabo betreft en dat er een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is.

Dat het een verplaatsbaar object betreft en dat het tijdens evenementen ook daadwerkelijk een korte periode verplaatst zal worden, doet daar niets aan af. Voor de horecavoorziening zal dus een aanvraag omgevingsvergunning ingediend moeten worden. Indien het bouwwerk voor een periode van twee jaar zal worden geplaatst, kan een tijdelijke omgevingsvergunning aangevraagd worden. Normaal gesproken is omgevingsvergunning ‘uitgewerkt’ na de realisatie van het bouwwerk en kan het geen tweede keer worden gebruikt. Indien de wagen dus tijdelijk wordt verplaatst vanwege een evenement, zou een nieuwe vergunning nodig zijn om het weer terug te kunnen zetten. Mogelijk biedt artikel 2.24 Wabo hiervoor een uitkomst, hierin is een regeling opgenomen voor seizoensgebonden bouwwerken. Of dit de oplossing biedt voor het tijdelijk verplaatsen van het bouwwerk, zal verder uitgezocht moeten worden. Het ter plaatse geldende bestemmingsplan ‘Bebouwde kom Renesse’ staat het bouwwerk ook niet toe. Medewerking is in beginsel mogelijk middels een tijdelijke afwijking. Hiervoor geldt de reguliere (en dus niet de uitgebreide) procedure. Hoewel de motiveringseisen in het algemeen minder zwaar zijn dan als voor onbepaalde tijd wordt afgeweken, zal de aanvraag omgevingsvergunning moeten voldoen aan een ‘goede ruimtelijke ordening’.

Het bouwwerk zal gezien de vergunningplicht moeten voldoen aan het Bouwbesluit. Hoewel de eisen die hierin gesteld worden aan tijdelijke bouwwerken minder streng zijn dan die aan bouwwerken zonder instandhoudingstermijn, zijn de eisen (zoals bijvoorbeeld gezien energiezuinigheid en brandveiligheid) wel een aandachtspunt. Standplaatsvergunning Hoewel een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is, omdat sprake is van een bouwwerk, kan voor de horecavoorziening ook nog een standplaatsvergunning vereist zijn. Als sprake is van het innemen van een standplaats volgens onze APV, zal naast de omgevingsvergunning ook een (aangepaste) standplaatsvergunning verleend moeten worden. Geurhinder We hebben nader onderzoek gedaan naar wet- en regelgeving over geur(hinder) en de afvoerpijp. Hieronder volgen de conclusies:

1. De mobiele horecavoorziening (frituur) op het evenementenplein in Renesse is een inrichting in de zin van de Wet milieubeheer, waarop het Activiteitenbesluit en de bijbehorende regeling van toepassing is. 2. Uit het amendement blijkt, indirect, dat de geurhinder nu niet tot een aanvaardbaar niveau wordt teruggebracht. Er wordt erkend dat sprake is van overlast. Daarmee is de horecavoorziening in strijd met artikel 2.1 lid 2 en artikel 2.7a lid 1 Activiteitenbesluit in werking. 3. Artikel 3.103 van de Activiteitenregeling stelt dat of een pijp of een ontgeuringsinstallatie aanwezig moet zijn. In het amendement wordt aangegeven dat door de gemeente een pijp wordt aangebracht. De pijp moet dan voldoen aan de in dit artikel genoemde voorwaarden: • •

Om de bakdampen af te voeren, moeten deze eerst een vetvangend filter passeren; Vervolgens moeten de dampen worden afgevoerd via een pijp die ten minste 2 meter hoger is dan de hoogste bebouwing binnen 25 meter.

4. Geschat wordt, op basis van informatie uit de Nedbrowser, dat de pijp toch minimaal 8 meter hoog moet zijn (gerekend vanaf het maaiveld). Gerekend vanaf de hoogte van het dak van de mobiele wagen, moet de pijp zeker 5-6 meter hoog worden. Dat levert de volgende aandachtspunten op: •

• •

De ventilatie in de afzuiginstallatie in de mobiele wagen is waarschijnlijk niet berekend op dergelijke afvoerhoogtes. De ventilator moet dan worden vervangen of er moet een aanvullende externe installatie worden geplaatst, bijvoorbeeld op het dak. Anders wordt de lucht niet afgezogen. De vraag is wat een grotere afzuigcapaciteit van de ventilator in de bestaande afzuiging doet met bijvoorbeeld de werking van het vetvangend filter. Mogelijk dat een externe ventilator de enige optie is en dan is het de vraag of de constructie van de wagen geschikt is voor een extra ventilatie-installatie. Een pijp van degelijke hoogte moet worden verankerd. De vraag is of de constructie van de wagen het toelaat dat de pijp aan de wagen wordt vastgezet. Een andere optie is dat de pijp aan de grond wordt vastgezet. De wagen moet in ieder geval worden verplaatst als er een evenement is op het plein, aldus het amendement. Een wagen met een pijp van 5 tot 6 meter is niet meer eenvoudig te verplaatsen. Mogelijk moet de pijp dan worden gedemonteerd. Dit is zeker het geval als pijp aan de grond wordt verankerd.

5. Aanvullende vraag is dan nog hoe om wordt gegaan met eventueel vethoudend afvalwater op het moment dat sprake is van een permanente voorziening. Dit hangt o.a. van de bedrijfsvoering, maar de wagen kan met pijp vermoedelijk niet meer zo makkelijk verplaatst worden. Hoe vindt dan het schoonmaken plaats? En waar blijft dan het afvalwater? Dit mag niet zonder meer geloosd worden, maar alleen via een vetvangende voorziening. Die moet dan wel ter plaatse aanwezig zijn. De inrichting is nu in strijd met het Activiteitenbesluit in werking. De raad heeft besloten om door een pijp aan te laten brengen de geurhinder terug te brengen tot een aanvaardbaar niveau. Daarmee wordt ook voldaan aan de voorschriften in het Activiteitenbesluit en de bijbehorende ministeriële regeling. In overleg met de eigenaar en een deskundige moet worden bepaald hoe hoog de pijp moet worden, in hoeverre het mogelijk is de pijp te plaatsen en welke extra voorzieningen (ventilatie, verankering pijp enz.) daar eventueel nog voor nodig zijn. De bevindingen kunnen dan tevens vertaald worden in een financieel plaatje.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9677892/1