CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

20201215 Raadsbrief WvGGZ, ketenveldnorm Levensloopfunctie en hoorservice in 2021 bijlage 1

Gemeenteraad 28 januari 2021, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: Ingekomen stukken4.623 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Implementatie Wet verplichte ggz en Regionale aanpak Personen met verward gedrag – regio Zeeland Halfjaarlijkse rapportage 2020 1.

Samenvatting

Op 1 januari 2020 zijn de Wet Verplichte ggz en Wet Zorg en Dwang in werking getreden. Als uitvoerder van de wettelijke taken Meldfunctie en aanvraag zorgmachtiging is het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland gestart als regionaal meldpunt voor de Wet verplichte ggz en Aanpak personen met verward gedrag. Bijgaand treft u de rapportage van het eerste half jaar 2020 aan. In de rapportage wordt ingegaan op de aantallen E33-meldingen (meldingen van verward gedrag bij de politie), zorgmachtigingen (ZM), crisismaatregelen (CM) en inbewaringstellingen (IBS), aangevuld met de bijbehorende analyses en aandachtspunten. In bijlage 1 is de korte cijfermatige versie van het aantal E33 meldingen opgenomen. Kunnen we al conclusies trekken? Omdat zowel het Regionaal Meldpunt als de Wvggz pas sinds 1 januari jl zijn gestart, kan op basis van de huidige gegevens nog geen uitspraak worden gedaan over de effecten van deze wetgeving op inwoners, ondersteuning en de preventie van de verplichte zorg. De triage op de meldingen van personen met overlast gevend verward gedrag is in het tweede kwartaal 2020 verder ontwikkeld via de implementatie van het landelijke integrale triagemodel zorg en veiligheid. Deze integrale triage zal meer inzicht geven in de onderliggende problemen van verward gedrag en de samenhang binnen de keten zorg en veiligheid.

Helaas is niet alle managementinformatie over de uitvoering van de Wet verplichte ggz bekend. Soms zijn halfjaarlijkse gegevens bekend, soms op kwartaalniveau. De opstartfase is herkenbaar voor de meeste regio’s. Eerst is de focus gelegd op de organisatorische inrichting en op basis van landelijk advies nog niet op de communicatie. Hierdoor zijn veel zorgpartners, verwijzers en ook de inwoners nog onvoldoende op de hoogte van de mogelijkheden die de Wvggz biedt. Wat gaan we doen? Het doel van zowel de Aanpak personen met verward gedrag als de Wet Verplichte ggz is het zoveel mogelijk voorkomen van verplichte zorg en overlast gevend verward gedrag, en meer integrale samenwerking binnen een sluitende zorg- en veiligheidsketen rondom de cliënt. De triage van verward gedrag en de implementatie van de Wvggz zijn voortdurende leerprocessen, zowel regionaal als landelijk. De leerprocessen zijn helaas door de coronamaatregelen vertraagd, terwijl ze hard nodig zijn. Er zal dan ook de komende periode sterker worden ingezet op communicatie en kennisdeling. Meer communicatie zal leiden tot een stijging van het aantal meldingen, maar is noodzakelijk om cliënten en hun omgeving tijdig en passend te ondersteunen. Op dit moment zien we dat het ontbreken van kennis over de Wet Verplichte ggz (en de Wet Zorg en Dwang) te laat of niet ingezet wordt met de mogelijkheden die de wetgeving biedt. 1

2.

Meldpunt Wvggz en personen met verward gedrag

Op 1 januari 2020 is het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland aangewezen en gestart als regionaal Meldpunt voor de Wet verplichte ggz en Aanpak personen met verward gedrag. Deze rapportage betreft de stand van zaken voor het eerste half jaar 2020 voor zowel de meldingen en ontwikkelingen in het kader van de Aanpak personen met verward gedrag, als het zorgmachtigingsproces in de Wvggz.

2.1 Aanpak Personen met verward gedrag (ApvG) 2.1.1

Meldingen verward gedrag

In het tweede kwartaal 2020 is het aantal meldingen van personen met overlast gevend verward gedrag opgelopen van 391 tot 754. Het betreft in totaal 390 unieke personen. Alleen de overlastmeldingen met een duidelijke relatie tot zorg worden bij het Regionaal Meldpunt Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland gemeld door de politie. Omdat de politie bij meldingen maar één code kan invoeren, kunnen cliënten die zorg nodig hebben ook gemeld worden onder veiligheid gerelateerde incidenten. Het betreft incidenten die een uiting zijn van zorg gerelateerde of sociaal domein gerelateerde oorzaken. Samen met de politie verscherpen we het meldproces en de cliënt analyses ten behoeve van een integrale zorg- en veiligheidstriage. In bijlage 1 is het aantal E33 meldingen verwerkt op gemeentelijk en regionaal niveau, en vergeleken met het landelijk gemiddelde in het laatste kwartaal 2019. 2.1.2

Analyse van de meldingen

Bij 66% van het aantal unieke cliënten is er 1 melding gedaan in het eerste half jaar. 29% Van het aantal unieke cliënten heeft twee tot vijf meldingen, gevolgd door 3% met 6 tot 10 meldingen en 2% met 13 tot 32 meldingen. Het aantal meldingen per persoon geeft een indicatie voor de routering van de zorg- en veiligheidsaanpak. Echter, ook één melding kan inhoudelijk leiden tot de noodzaak van opschaling naar verplichte zorg of naar IPC. In 9 van de 13 gemeenten is er in het tweede kwartaal een stijging van het aantal meldingen ten opzichte van het eerste kwartaal. Deels is deze toename toe te schrijven aan de aanwezigheid van zorg- en maatschappelijke voorzieningen in enkele gemeenten. Er is geen relatie tussen de stijging en Covid-19 maatregelen gevonden. De meldingen met een directe link naar Covid-19 zijn bijgehouden vanaf medio maart. Uit een eerste analyse van de politie blijkt dat ca 20 cliënten in 2019 zorgden voor ca 900 meldingen, en dat elke cliënt en/of melding op meerdere overlegtafels besproken wordt. Samen met de politie, voorzitters van de OGGZ-netwerken en de procesregisseurs proberen we in het laatste kwartaal meer inzicht te krijgen in de kenmerken van deze cliënten en mogelijke oplossingen voor hun problemen. 2.1.3

Conclusie meldingen

Omdat de triagemethode van de E33 meldingen verder verfijnd wordt, zijn er op dit moment geen eenduidig inhoudelijke conclusies te trekken, noch ontwikkelingen te voorspellen. 2

2.2 Organisatorische ontwikkelingen routekaart E33 meldingen Op basis van zowel besluitvorming, casuservaringen, een sterke stijging van het aantal meldingen, analyses van de meldingen en de landelijke uitrol van één triagemodel Zorg en Veiligheid, wordt een Zeeuws inrichtingsvoorstel ontwikkeld door het Regionaal Meldpunt. In de analyse voor het inrichtingsvoorstel zijn er afgelopen maanden gesprekken geweest met oa. de procesregisseurs van de gemeenten, voorzitters van OGGZ netwerken en met regionaal werkende partners die een rol hebben in de aanpak personen met verward gedrag en toeleiding naar passende zorg en straf. aanbieders verpleging en verzorging, aanbieders verstandelijk gehandicaptenzorg, , het CIZ ende Raad voor Kinderbescherming. Bij een melding zet de procesondersteuner van het meldpunt een verificatie op DAT informatie uit bij de gemeenten en deze Zeeuwse organisaties: 3 reclasseringsorganisaties (Verslavings-reclassering, Leger des Heils, Reclassering Nederland, Veilig Thuis, Emergis, Buurtzorg, Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland, Zorg- en Veiligheidshuis Markizaten (voor meldingen gemeente Tholen), Politie, Bemoeizorg, Maatschappelijke opvang Zeeland, Maatschappelijk Werk Walcheren, Zeeuwse Zorgschakels en Zeeuwse Gronden.

De DAT informatie geeft inzicht of een cliënt bekend is bij een van deze organisaties, geeft inzicht in het Zeeuwse zorgveld en in hoe we de aanpak efficiënter kunnen vormgeven. Met als doel het aantal personen met overlast gevend verward gedrag te reduceren. Alle organisaties werken volgens eigen gegevensdelingskaders en die van het Zorg- en Veiligheidshuis Zeeland.

Politie

Zorg & Veiligheidshuis

Gemeente, voorzitter OGGZ en Zorg- en Veiligheidshuis

Zorg- en Ketenpartners

Mutatie

Verificatie

Triage

Passende interventie

De inrichting van een uniforme route van de E33 meldingen van de politie in het Zorg- en Veiligheidshuis naar passende zorg, gaat enerzijds uit van korte communicatielijnen, een integraal clientplan zorg en veiligheid en de versterking in de samenhang tussen de diverse organisaties. Anderzijds is de samenwerking gericht op het reduceren van E33 meldingen en toeleiding naar passende zorg. In de hele aanpak zijn de gemeenten intensief betrokken via de procesregisseurs. De voorgestelde triage en routering worden op 21 september besproken met de procesregisseurs, uitgaande van regionale uniformiteit met ruimte voor lokale invulling. Meldingen met enkelvoudige problematiek zonder veiligheidsrisico’s of ernstig nadeel, worden overgedragen aan de gemeenten. Overige meldingen worden verder geanalyseerd en gerouteerd aan de hand van een regionaal uniform integraal triagemodel zorg en veiligheid. Dit integraal triagemodel wordt gefaseerd geïmplementeerd vanaf medio september 2020. De uitrol is een van de landelijke prioriteiten in de Aanpak personen met verward gedrag. En gekoppeld aan de Zorg- en Veiligheidshuizen. Op vraag van de Ministeries VWS en J&V begeleidt het Advies en triage punt Zorg- en Veiligheidshuis Rotterdam de landelijke implementatie. Zij werken sinds 2016 met deze erkende methode, welke getoetst is op de gegevensdelingskaders en op duizenden casussen.

Het Zorg- en Veiligheidshuis 3

Zeeland heeft de primeur in de landelijke uitrol. Dit model zal ondersteunend zijn in het maken van integrale cliënt analyses (op zorg en veiligheid). De verwachting is ook dat het verbindend zal werken in de samenwerkingsketen, en input zal geven om de procesregie efficiënt in te richten. Samenwerking binnen de keten is hierin heel belangrijk. 2.2.1

Conclusie organisatorische ontwikkelingen

De inrichting van de E33 route en triage blijft doorontwikkelen op kwaliteit, integraliteit en een efficiënte inrichting. Er wordt expliciet rekening gehouden met de wettelijke kaders voor gegevensdeling. Het is een intensief maar waardevol proces waarbij de samenwerking tussen organisaties en stroomlijning van meldingen belangrijk blijft. En steeds meer beleids- en sturingsinformatie geeft op regionaal en lokaal niveau.

2.3 Vervoer personen met verward gedrag Het vervoer van verwarde personen voor en na beoordeling of tijdens behandeling met verblijf, is onderdeel van de uitwerking. Landelijk was reeds vastgesteld dat het vervoer naar de beoordelingslocatie/SPOR wordt uitgevoerd door de ambulance. Enkele maanden geleden is via een VNG-consultatie besloten dat de ambulance ook na de beoordeling zorgt voor het vervoer. Dit vervoer na beoordeling is gekoppeld aan een medische indicatie. De kwaliteits- en procesafspraken worden nu landelijk uitgewerkt. Indien er geen medische indicatie is om de cliënt na beoordeling te vervoeren, kan de cliënt naar huis of naar de verblijfslocatie (beschermd wonen, opvang) met behulp van netwerkvervoer, taxi, Wmo vervoer of openbaar vervoer. Indien de cliënt verblijft in een zorginstelling, dan is deze instelling verantwoordelijk voor het vervoer. Maar kan de cliënt onder een medische indicatie ook met de ambulance vervoerd worden. In de regionale uitwerking van het vervoer van personen met verward gedrag, wordt rekening gehouden met de uitvoeringskaders van de betrokken partners: politie-Emergis-ambulance-gemeenten. Deze kaders zijn stelsel overstijgend op inhoud, verantwoordelijkheden en financiering. Soms kan dit een uitdaging op casusniveau zijn. Met de betrokken partners wordt een proces ontwikkeld dat voor iedereen werkbaar is .

Landelijke afspraken is één deel, de praktische uitvoering en hobbels zijn de dagdagelijkse werkelijkheid. In gesprek met elkaar lossen we het op. Deze gesprekken lopen. Het advies aan gemeenten is om ervoor te zorgen dat vervoersregelingen beschikbaar zijn voor de verwarde cliënten die geen netwerkvervoer hebben, en ook geen toegang hebben tot medisch geïndiceerd vervoer door de ambulance. Als de cliënt niet thuis of eigen verblijfplaats kan komen, is er vaak sprake van recidive waardoor het hele proces van onrust in de wijk en/of ernstig nadeel voor de cliënt en diens omgeving opnieuw start.

2.4 Implementatie Ketenveldnorm-Levensloopfunctie (transforensische zorg) Binnen de Aanpak personen met verward gedrag is continuïteit van zorg cruciaal. De Ketenveldnorm is onderdeel van het landelijk programma Continuïteit van zorg, en richt zich op de beveiligde zorg en op de levensloopfunctie. Het werken conform de Ketenveldnorm biedt een geïntegreerd, domein- en stelsel overstijgend zorgaanbod voor volwassenen die agressief en/of gevaarlijk gedrag (dreigen te) vertonen. Dit gedrag is een gevolg van een psychische en/of (licht)verstandelijke beperkingen en/of een niet aangeboren hersenletsel. De begeleiding en ondersteuning is gericht op het verbeteren van het gedrag en kwaliteit van leven bij de cliënten die (in een bepaalde fase van hun leven) korter of langer durend overlast veroorzaken, maar geen strafrechtelijke titel (meer) hebben. 4

De beveiligde zorg wordt geïmplementeerd door en in samenwerking met de sectoren geestelijke gezondheidszorg, verstandelijke gehandicaptenzorg en verslavingszorg. Aansluiting en samenwerking tussen het sociaal domein en de forensische zorg is noodzakelijk. Ook om goede op- en afschaling mogelijk te maken. Het implementatieplan wordt ter advisering van de stuurgroep, ambtelijk besproken in de werkgroep van 22 september as.

2.5 Gegevensdeling Aandacht voor gegevensdeling is een rode draad in de samenwerking tussen partners, die allen als doel hebben om tot een efficiënte integrale clientaanpak te komen. Een complex geheel met veel diversiteit aan invullingen en visies. Door het implementeren van het integraal triagemodel, krijgt gegevensdeling in de praktijk extra aandacht. Regionaal is er afstemming met de politie en Emergis om de gegevensdelingskaders bij triage goed vorm te geven en waar nodig te formaliseren.

2.6 Landelijk meldpunt niet acuut Het Landelijk meldpunt “Niet acuut” is 1 juli jl. gestart. Alle regionale meldpunten zijn hierop aangesloten. Het landelijk meldpunt is 24x7 telefonisch en digitaal bereikbaar. Dit meldpunt geeft de meldingen door aan de regionale meldpunten voor de aanpak personen met verward gedrag en Wet verplichte ggz. Anders dan eerder gecommuniceerd start er nog geen landelijke communicatiecampagne. Omdat we het belangrijk vinden om goed vindbaar te zijn, hebben alle gemeenten op de eigen website informatie over het Meldpunt en een link naar het Meldpunt geplaatst. Op dit moment is er een communicatieplan in de maak, waarbij laagdrempelige vindbaarheid het doel is. Dit plan wordt ter advisering besproken in de werkgroep van 22 september as. Om de laagdrempeligheid van het Regionaal Meldpunt voor inwoners te bevorderen, wordt een naamswijziging uitgewerkt. Meldpunt Wvggz wordt als te stigmatiserend ervaren.

2.7 Skaeve Huse Zeeland Door andere personele prioriteringen als gevolg van Covid-19 maatregelen, wordt het projectplan vertraagd opgeleverd. Het regionaal projectplan biedt ruimte aan subregionale implementatie in combinatie met regionale werkafspraken. Waar mogelijk is een domein overstijgende kosten- en opbrengsten indicatie opgenomen. Dit plan wordt ter advisering aan de Stuurgroep besproken in de werkgroep van 1 december 2020.

2.8 Van SPOR naar toeleiding passende zorg Naar aanleiding van de subsidie aanvraag SPOR 2020, is de toeleiding naar passende zorg na beoordeling in de SPOR uitgewerkt in een voorstel. Conform de laatste stuurgroep, is hierover overleg geweest tussen de gemeente Vlissingen, de politie, Emergis en de ambtelijk projecteigenaren. De laatste gesprekken hierover zijn gaande. 5

Ter advisering aan de Colleges wordt dit voorstel besproken in de werkgroep van 22 september. Dit aanbod is gepositioneerd tussen maatschappelijke opvang en beschermd wonen.

3. Wet Verplichte GGZ Zeeland De resultaten en ontwikkelingen uit het eerste half jaar 2020 zijn uitgesplitst naar wettelijke deeltaken en organisatorische inrichting.

3.1. Meldingen, verkennende onderzoeken en aanvragen zorgmachtigingen Voorafgaand aan het plaatsen een melding kan het Meldpunt geconsulteerd worden of een melding Wvggz aan de orde is. In het eerste half jaar zijn er 51 consultaties geweest door gemeenten, maatschappelijk werk, het netwerk van de client of gemeentelijke toegangsloketten. In het eerste half jaar zijn er 41 meldingen geweest over 34 unieke personen. In het eerste kwartaal betrof dit 18 meldingen over 15 unieke cliënten. Bij 41 meldingen was er 28 keer aanleiding om verdiepend verkennend onderzoek te doen. Het verkennend onderzoek is gericht op de onderbouwing van drie kernvragen: • • •

(vermoeden van) ernstig nadeel, en het (vermoeden van) psychische stoornis; noodzaak van verplichte zorg, inclusief deelvragen over bereidheid van de cliënt om vrijwillige zorg te accepteren of te behouden).

De verkennende onderzoeken leidden 18 keer tot overdracht aan de bestaande hulpverlening en/of lokale procesregisseur. Voor 10 cliënten is er een zorgmachtiging aangevraagd bij de Officier van Justitie. Vier ervan zijn na in behandeling name door de Officier afgewezen, vier zijn er nog in behandeling en voor twee aanvragen is een zorgmachtiging voorbereid. Dit betekent dat de Officier de aanvraag doorzet aan de rechter. Een van de goed gekeurde aanvragen is voortijdig afgebroken. Het voortijdig afbreken van een aanvraag zorgmachtiging kan bijvoorbeeld omdat er gedurende het aanvraagproces een crisismaatregel of een strafmaatregel is afgegeven of omdat de cliënt alsnog vrijwillige zorg accepteert. Op basis van de landelijke adviezen is in beginsel ingeschat dat ca 60% van de meldingen leidt tot een verkennend onderzoek. Zeeuws breed leidt ca 68% van het aantal meldingen tot een verkennend onderzoek. De meldingen die bij het Regionaal Meldpunt komen, zijn inhoudelijk steeds gerichter op een mogelijke noodzaak tot verplichte zorg. Inhoudelijk kunnen we op basis van deze aantallen nog geen conclusies formuleren. De onderstaande tabel geeft inzicht in de verdeling van de meldingen, verkennende onderzoeken en aanvraag zorgmachtiging per gemeente. Deze gegevens betreffen het tweede kwartaal 2020, op basis van de managementrapportage van Khonraad.

6

Verdeling meldingen, verkennende onderzoeken een aanvragen Zorgmachtiging 6 5 4 3 2 1 0

Meldingen

VO

Aanvraag ZM

3.2. Aandachtspunten uit het tweede kwartaal 2020 3.2.1. Toeleiding naar verplichte zorg Het aantal meldingen in het kader van de Wet verplichte ggz kwam in het tweede kwartaal ‘later’ op gang. In tegenstelling tot de verwachte toestroom als gevolg van de beperktere ambulante zorg die geleverd werd door de Covid-19 maatregelen. Eenzelfde beeld was zichtbaar in andere regio’s. 3.2.2. Kennis van de Wvggz Uit analyse blijkt dat de kennis van de Wet verplichte ggz niet meer paraat is en opnieuw aandacht vraagt. Kennis van de Wvggz dient te leiden tot een vroegtijdige aanpak en tijdige toeleiding naar passende zorg en ondersteuning. Door Covid-19 maatregelen lag de focus begrijpelijk elders en werden we beperkt in het kennis maken met verwijzende samenwerkingspartners, alsook in het delen van kennis tijdens werksessies. In afstemming met deze organisaties en de OGGZ-netwerken worden informatiebijeenkomsten voor professionals opnieuw ingepland. 3.2.3. Samenhang Jeugdhulp Vanuit een integrale aanpak op gezins- en cliëntniveau en vanuit de doorontwikkelingen in het Jeugd veiligheidsveld, vraagt samenwerking met Veilig Thuis en de gecertificeerde instellingen extra aandacht. De Wet verplichte ggz is ook voor jeugdigen van toepassing: van preventie tot zorg. In samenwerking met ‘Groeiruimte’ vinden in oktober twee werksessies plaats, gericht op de Wet verplichte ggz Jeugd.

Hiervoor zijn de jeugdzorgpartners en gemeentelijke vertegenwoordigers uitgenodigd om samen tot een doorlopende borging van zorg te komen. 3.2.4. Samenhang Veiligheid en Sociaal domein Sommige aanvragen worden door de Officier afgewezen omdat de veiligheidsvragen voorliggend zijn geworden of dat een cliënt geen verplichte zorg krijgt omdat er geen huisvesting beschikbaar is waar de nazorg geboden kan worden. Dit aandachtspunt bespreken we ambtelijk op 22 september.

3.2.5. Communicatie Omdat er landelijk nog geen communicatiecampagne komt rondom de start van het Landelijk Meldpunt “Niet-acuut”, geven we regionaal vorm aan een doelgroepgerichte communicatie voor zowel professionals, 7

melders als cliënten. Het communicatieplan wordt op 22 september ambtelijk besproken in de werkgroep. 3.2.6. Samenwerking implementatie De vertaalslag van de Wvggz is continu in ontwikkeling. Dat blijft aandacht vragen van alle partijen. In de rest van 2020 en in 2021 ligt de focus op het versterken van de samenwerking in het voorkomen van verplichte zorg. Waar nodig wordt verplichte zorg aangevraagd en zorgen we samen voor een zo goed mogelijke nazorg om herhaling te voorkomen. Alle betrokkenen doen dit vanuit de eigen professionele kaders en verantwoordelijkheden. De aansluiting op de jeugdhulp is eveneens agendapunt. De Wvggz is van toepassing voor jeugdigen en volwassenen. ‘Samen’ is de kernboodschap voor de ontwikkelingen in de Wvggz. 3.2.7. Wachtlijsten in het proces na aanvraag zorgmachtiging Het proces van aanmelding tot aanvraag van een zorgmachtiging vindt plaats binnen de wettelijke termijn van 14 dagen. Ondanks de korte communicatielijnen met de Officieren van Justitie, de politie en Emergis, duurt de toetsing en het al dan niet toekennen van de aanvragen zorgmachtiging langer dan wettelijk beoogd. Deels heeft dit te maken met de hoeveelheid aanvragen binnen ons arrondissement Zeeland- WestBrabant in relatie tot personele beschikbaarheid, prioriteringen van oa de rechtspraak, maar ook het moeilijker kunnen bereiken van de cliënten door de Covid-19 maatregelen.

Zonder medische beoordeling op de noodzaak van verplichte zorg is het niet mogelijk om verplichte zorg toe te kennen. Er zijn vanuit het Meldpunt continu korte communicatielijnen met de Officieren van Justitie en de terugkoppeling verloopt goed.

3.3. Crisismaatregelen, Inbewaringstelling en hoorplicht Bijgaand treft u de crisismaatregelen die genomen zijn vanuit de Wet verplichte ggz, aangevuld met het aantal besluiten voor Inbewaringstelling onder de Wet Zorg en Dwang. In tegenstelling tot de eerste kwartaalrapportage zijn de gegevens niet meer uitgesplitst per gemeente. Elke gemeente heeft via het eigen Khonraad account inzicht in de crisismaatregelen, de inbewaringstelling en het aantal gehoorde cliënten. 3.3.1. Crisismaatregelen

Aantal Crisismaatregelen Zeeland 35 30 25 20 15 10 5 0 jan

febr

mrt

april

mei

juni

3.3.2. Analyse crisismaatregelen In het eerste half jaar 2020 zijn er op Zeeuws niveau 122 crisismaatregelen genomen, waarvan er 58 in het tweede kwartaal. Landelijk zijn dit er in het eerste half jaar 4923 crisismaatregelen genomen. In het tweede kwartaal zijn alle crisismaatregelen genomen met een positieve medische verklaring en een positief besluit. 8

De gemiddelde doorlooptijd vanaf de eerste melding tot het besluit van een crisismaatregel is 1,8 uur. Landelijk licht de gemiddelde doorlooptijd op 2,9 uur. Hieruit is te concluderen dat het proces efficiënt is ingericht door de psychiaters van Emergis, de Zeeuwse burgemeesters en loco’s en de Nationale Hoorservice. Aangezien deze wetten pas een half jaar geleden zijn ingegaan en er te veel diversiteit zit in de geleverde managementinformatie, zijn er geen inhoudelijke conclusies noch trends te destilleren.

3.3.3. Bereikbaarheid en betrokkenheid burgemeesters bij het aanvragen van een crisismaatregel (CM) of inbewaringstelling (IBS) In de praktijk is dit een heel intensief proces wat met name gecentreerd is in Goes omdat de SPOR daar gevestigd is. Anders dan deze wet beoogt, is er nog nauwelijks sprake van ambulante verplichte zorg, noch van ambulante crisismaatregelen of IBS’en. Dit is een landelijk beeld, waarbij de druk vooral ligt op de gemeenten waar de beoordelingslocatie SPOR is gehuisvest. De meeste spoedbeoordelingen vinden plaats buiten kantoortijden. Het niet koppelen van een aanvraag voor CM of IBS leidt eveneens tot dubbele werkprocessen, extra overleggen en onduidelijkheden als de cliënt in gemeente A woont en tijdelijk in gemeente Goes verblijft voor behandeling of voor beoordeling in de SPOR. Aangezien het verblijf altijd tijdelijk is, is het cruciaal dat de burgemeester van de woonplaats waar de cliënt verbleef voor de opname betrokken is bij de maatregel. De kennis van de context waarin de client leeft kan cruciaal zijn voor de beoordeling van de CM of IBS. Alleen dan kunnen een goede integrale nazorg en de veiligheid in de woonomgeving geborgd worden. Na overleg met de stuurgroep Wvggz-Aanpak personen met verward gedrag is aan Emergis gevraagd om het werkproces ‘besluit crisismaatregel’ aan te passen.

Concreet betekent dit dat de burgemeester van de gemeente waar de client woont, wordt benaderd door de psychiater. De betrokkenheid tussen de gemeente van herkomst en de cliënt voor en na een crisismaatregel of gedurende en na verplichte behandeling staat voorop. Dit is eveneens van toepassing voor het besluit Inbewaringstelling onder de Wet Zorg & Dwang.

3.3.4. Hoorplicht De hoorplicht is onderdeel van het besluit tot een crisismaatregel door de burgemeesters. Het horen is in 2020 belegd bij de Nationale hoorservice van Khonraad. In de rapportages is er geen splitsing gemaakt naar regio. Deze splitsing wordt later vorm gegeven. Van de 2542 crisismaatregelen in het tweede kwartaal, is 36% (910 CM) gekoppeld aan de Nationale Hoorservice. Deze hoorservice bereikt 47,47 % van het aantal te horen cliënten in de aangesloten regio’s. Hiermee behoren ze landelijk tot de top 4 van hoorservices. Landelijk ligt het gemiddelde op 42,88%. De gemiddelde doorlooptijd van het horen in minuten is 9 minuten, conform landelijk gemiddelde. Dit is de gemiddelde tijd tussen het ondertekenen van de Medische Verklaring en het afronden van het Horen. Na dit proces neemt de Burgemeester het besluit over een crisismaatregel. 3.3.5. Evaluatie Hoorplcht Eind 2019 is afgesproken dat uitvoering van de hoorplicht door de Nationale hoorservice wordt geëvalueerd. e Deze evaluatie geeft input oor het uitvoeringsbesluit en de begroting 2021. De regionale evaluatie start in september en wordt gekoppeld aan de landelijke evaluatie van de hoorplicht.

9

De landelijke evaluatie richt zich vooral op de uitvoeringservaringen en het beoogde doel van de hoorplicht. Om een goed beeld te krijgen van de ervaringen met de hoorplicht worden Emergis, de patiëntvertrouwenspersoon en Khonraad bij de evaluatie betrokken. Conform afspraak worden regionale mogelijkheden voor de uitvoering van de hoorplicht verkend. De invulling van de hoorplicht 2021 wordt uiterlijk in november 2020 besloten.

4. Wet Zorg en Dwang Zeeland 4.1 Inbewaringstelling In het tweede kwartaal 2020 zijn er Zeeuws breed twee besluiten tot Inbewaringstelling genomen. Dit is verplichte zorg onder de Wet Zorg en Dwang. De managementrapportage hierover was in het eerste kwartaal nog niet bekend. Elke gemeente heeft via het eigen Khonraad account inzicht in het aantal Inbewaringstellingen.

4.2 Toegankelijkheid Wet Zorg en Dwang In de toegang tot de Wet Zorg en Dwang zijn er twee hiaten geconstateerd in de zorg continuïteit aan cliënten met een verstandelijke handicap: a/ Er zijn regionaal onvoldoende bedden beschikbaar om de crisiszorg voor zowel de volwassenen als jeugdigen met een verstandelijke beperking op Zeeuws niveau te borgen,. Dit is een landelijk beeld, wat we regionaal dienen op te lossen. Vanuit zorg continuïteit voor de Zeeuwse inwoners, gaan we hierover in gesprek met CZ en met de inkooporganisatie Jeugd. Dit hiaat is ambtelijk en bestuurlijk opgeschaald op arrondissementsniveau. Ambtelijk is opgeschaald op landelijk niveau via het Ketenbureau Wvggz van de Ministeries VWS en J&V. b/ Naast het kennishiaat van de Wet Zorg en Dwang bij veel verwijzende professionals, constateren we landelijk en regionaal een aandachtspunt voor gemeenten en zorgaanbieders in de zorgcontinuïteit voor de overgang van 18-/18+. Geregeld komt het voor dat jeugdigen en volwassenen een niet gediagnostiseerde verstandelijke handicap hebben of na het 18de jaar gediagnostiseerd zijn. Deze cliënten zijn reeds bekend in het jeugdveld, binnen de gemeentelijke maatwerkvoorzieningen of in de veiligheidsketen. Bij een besluit tot Inbewaringstelling geeft het niet (voor 18 jaar) tijdig gediagnostiseerd zijn grote problemen in de toegang tot de Wet Zorg en Dwang.

Het CIZ neemt deze aanvragen pas in behandeling als er een diagnose is. Alleen door een vroegtijdige signalering, een tijdige diagnose en het maken van een goede verbinding tussen partners, dossiers en stelsels kunnen we de zorg continuïteit borgen en veiligheidsescalaties reduceren. De aanwezigheid van voldoende ingekochte bedden in de sector verstandelijk gehandicapten regio Zeeland is echter een randvoorwaarde en draagt bij aan het voorkomen van opschaling naar dure langdurige zorg en het voorkomen van veiligheidsescalaties voor de cliënt en diens omgeving. Binnen de Wet Zorg en Dwang verloopt de samenwerking met de sector Verpleging en verzorging bij de doorstroom van cliënten met dementie goed. Dat geldt ook voor de samenwerking bij meldingen in het kader Wvggz.

Bijlage 1 Inzicht in de meldingen voor de periode januari tot en met juni 2020. 10

Aantal meldingen per maand - regio Zeeland 2020 200 150 100 50 0 jan

feb

mrt

apr

mei

juni

Aantal E33 meldingen per gemeente 400 350 300 250 200 150 100 50 0

2019

Q1 en Q2 2020

11

Aantal E33 meldingen per kwartaal en gemeente - 2020 120 100 80 60 40 20 0

Q1 2020

Q 2 2020

Aantal E33 meldingen per 10.000 inwoners tov landelijk gemiddelde Q4 2019 12 10 8 6 4 2 0

gemeente

landelijk

Het landelijk gemiddeld aantal meldingen per 10.000 inwoners is 4,79.

12

aantal meldingen per cliënt

unieke cliënten

Percentage van unieke cliënten

buiten Zeeland

Vlissingen

Veere

Tholen (vanaf 1 mei 2020)

Terneuzen

Sluis

SchouwenDuiveland

Reimerswaal

Noord-Beveland

Middelburg

Kapelle

Hulst

Goes

Borsele

Aantal meldingen per persoon per gemeente

1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 13 15 19 20 32 Aantal unieke cliënten

260 70 26 12 4 4 1 2 3 2 1 2 1 1 1

66% 29%

11 3 1

46 11 3 2 1

13 3 2 3

5 2

39 11 3 1 1 1

9 5 1

18 1 1 1

10 3 2 1

4 1 1

31 10 4

5

14 7 2 2

42 9 4 1 2

13 4 1 1

390

3%

1

1

1 1 1

1 1 1

1

2 1

2%

1 1 1

1 1

1 15

69

22

7

57

15

21

19

6

46

6

25

61

21

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/9565714/1