1709942 Bijlage 1 Notitie participatie ambities voor commissie SenB
Tekst van het document
Notitie Aan: Datum: Onderwerp:
Commissie Samenleving en Bestuur 5 juni 2026 Welke ambitie op het gebied van participatie vormt de basis voor het participatiebeleid?
1. Aanleiding De gemeente Schouwen-Duiveland werkt aan participatiebeleid en een participatieverordening. Daarbij is richting gewenst over de ambitie die de gemeente wil hanteren op het gebied van inwonersparticipatie. Op basis van inbreng van inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties en medewerkers, zijn twee mogelijke ambities uitgewerkt. Een derde ambitie uit het raadsakkoord van de vorige bestuursperiode is toegevoegd, om ook daarvan de consequenties inzichtelijk te maken. Deze notitie is bedoeld om de commissie te helpen richtinggevende uitspraken te doen over welke ambitie het beste past bij Schouwen-Duiveland. De voorkeursambitie van het college wordt beargumenteerd in het bijbehorende commissievoorstel.
2. Doel Deze notitie brengt de drie verschillende participatieambities overzichtelijk in beeld. Per thema worden overwegingen, mogelijke denkrichtingen en argumenten weergegeven. De vragen zijn bedoeld om de discussie in de commissie te ondersteunen en richting te geven aan de verdere uitwerking van het participatiebeleid.
3. Vervolg De bespreking in de commissie geeft richting aan de verdere uitwerking van het participatiebeleid en de participatieverordening. Op basis van de bespreking werkt het college de gekozen richting verder uit. De raad ontvangt het participatiebeleid en de participatieverordening vervolgens ter besluitvorming in het najaar van 2026.
4. De drie ambities in het kort Hieronder staat een korte omschrijving van de drie ambities. Een nadere uitwerking van de betekenis van deze ambities staat in paragraaf 6. Ambitie 1: We maken beleid en plannen samen Duiding: We werken met inwoners, ondernemers en organisaties samen aan beleid en plannen - van idee tot uitvoering Ambitie 2: Participatie is ons vertrekpunt, tenzij… Duiding: Participatie is de standaard bij ontwikkeling (en/of evaluatie) van visies, beleid en projecten, tenzij er zwaarder wegende redenen zijn om dat niet te doen. Ambitie 3: Altijd participatie bij grote impact Duiding: Bij onderwerpen met aanzienlijke impact op de leefomgeving kiezen we altijd voor participatie
5. Thema’s / bespreekonderdelen In deze paragraaf stellen we drie vragen, met mogelijke denkrichtingen, die kunnen helpen bij het bepalen welke van de bovenstaande ambities goed past bij de gemeente Schouwen-Duiveland. Per denkrichting zijn ook argumenten en kanttekeningen geformuleerd. Thema 1: Voorspelbaarheid en duidelijkheid naar de samenleving Vraag
Overwegingen
Mogelijke denkrichtingen 1.
Hoe voorspelbaar en duidelijk willen wij als gemeente zijn over participatie?
Inwoners willen weten wanneer en hoe zij betrokken worden. Tegelijk vraagt participatie om maatwerk. De keuze voor een ambitie bepaalt hoeveel voorspelbaarheid de gemeente wil bieden aan inwoners en hoeveel ruimte er is voor afweging per dossier.
Denkrichtingen
Argumenten
Voorspelbaar en samenwerkingsgericht Voorspelbaar met participatie als vaste basis
Minder voorspelbaar: per onderwerp een afweging
2.
3.
Heel voorspelbaar en samenwerkingsgericht. We betrekken de samenleving altijd en streven naar een hoge mate van invloed en samenwerking. → Past vooral bij: we maken beleid en plannen samen. Heel voorspelbaar met participatie als vaste basis. Inwoners die een belang hebben worden altijd betrokken bij beleid en projecten. De intensiteit, de manier waarop en de mate van invloed kan wel verschillen. → Past vooral bij: Participatie is ons vertrekpunt, tenzij… Minder voorspelbaar: We willen per onderwerp de afweging kunnen maken over de inzet van participatie. Zo kunnen we participatie inzetten waar het er het meest toe doet. → Past vooral bij: Altijd participatie bij grote impact.
•
Meer invloed en eigenaarschap voor inwoners. Sterkere samenwerking met de samenleving.
•
Duidelijkheid, voorspelbaarheid en minder willekeur
•
Per onderwerp de afweging maken betekent participatie inzetten waar het er het meest toe doet.
Kanttekeningen • •
Kost veel tijd en capaciteit Risico dat een heel selecte groep participeert
•
Risico op afvinkgedrag als kwaliteit onvoldoende aandacht krijgt. Van belang om goede kwaliteitscriteria op te stellen.
•
Discussie mogelijk over wat wel/niet impact heeft. Een duidelijke impactscan en communicatie nodig.
Thema 2: Rol van de gemeenteraad Vraag
Overwegingen
Welke rol past het beste bij de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland op het gebied van participatie?
In algemene zin heeft de gemeenteraad een kaderstellende en controlerende rol. De invulling daarvan kan verschillen. De keuze voor een ambitie bepaalt hoeveel ruimte de gemeenteraad wil geven aan de samenleving, en hoeveel invloed zij zelf wil behouden.
Denkrichtingen
Argumenten
Ruimte geven
•
Meer eigenaarschap en samenwerking
Toetsen op kwaliteit en proces
•
Meer sturend
•
Mogelijke denkrichtingen 1.
2.
3.
Ruimte geven aan plannen die vanuit en samen met de samenleving worden gemaakt. De raad stelt vooraf kaders en geeft vervolgens regie uit handen en de ruimte om het verder op te pakken. → Past vooral bij: we maken beleid en plannen samen Vooral toetsen op kwaliteit en proces. De raad wil vooral toetsen of participatie zorgvuldig en voldoende heeft plaatsgevonden en niet steeds vooraf een discussie voeren over of participatie wel of niet moet plaatsvinden. → Past vooral bij: Participatie is ons vertrekpunt, tenzij… De gemeenteraad wil een meer sturende rol aan de voorkant over wanneer participatie wel en niet gewenst is en maakt vaker een afweging per dossier. → Past vooral bij: Altijd participatie bij grote impact
Kanttekeningen •
Lastiger om achteraf nog sterk af te wijken; er is veel tijd in gestoken. Afwijken in de besluitvorming kan het vertrouwen schaden.
Minder discussie vooraf, meer focus op kwaliteit
•
Minder sturing voorafgaand aan het proces
Meer grip per dossier
•
Meer discussie over wel/niet participatie en wat impact heeft; dit vraagt tijd
Thema 3: Verandergerichtheid Vraag
Hoe verandergericht willen wij als gemeente zijn in participatie?
Denkrichtingen Fundamenteel anders samenwerken Vanzelfsprekend onderdeel van ons handelen Meer sturend
Overwegingen
Participatie vraagt niet alleen om verankering in werkprocessen, maar ook om een andere manier van samenwerken met inwoners en samenleving. De ambities verschillen in de mate van verandering die zij vragen van de organisatie en bestuur.
Mogelijke denkrichtingen 1. We willen als gemeente fundamenteel anders samenwerken met inwoners, ondernemers en organisaties: niet alleen meepraten, maar samen beleid en plannen maken. Dat vraagt de grootste verandering in houding, vaardigheden en werkwijze. → Past vooral bij: we maken beleid en plannen samen 2. Participatie wordt een vanzelfsprekend onderdeel van ons handelen. We willen participatie breed verankeren in onze manier van werken en zien dit als onderdeel van modern gemeente-zijn. De intensiteit kan verschillen per onderwerp. We rusten medewerkers toe en bieden tools om op veel onderwerpen met participatie aan de slag te kunnen. → Past vooral bij: Participatie is ons vertrekpunt, tenzij… 3. Gericht en pragmatisch verbeteren: We zetten capaciteit en middelen vooral in op onderwerpen met veel maatschappelijke impact. Voor medewerkers die het meest met impactvolle onderwerpen te maken hebben, zorgen we voor passende training, ondersteuning en middelen → Past vooral bij: Altijd participatie bij grote impact.
Argumenten • •
Toekomstgericht Sterkere samenwerking en eigenaarschap/betrokkenheid
•
Consistente werkwijze die duidelijk is voor medewerkers, voor de samenleving en de politiek Maatwerk in vorm, mate van invloed e.d. blijft mogelijk; participatie hoeft niet altijd intensief te zijn.
• •
Efficiënte inzet van tijd en middelen
Kanttekeningen • Grootste druk op tijd en capaciteit: hoger participatieniveau vraagt meer tijd. • Nu zeker nog geen standaard werkwijze. Dus meer investering nodig op houding en vaardigheden. • Participatie moet goed geborgd worden in werkprocessen en organisatieontwikkeling. • Kwaliteitscriteria nodig om te voorkomen dat participatie alleen voor de vorm plaatsvindt. •
Het bepalen van impact is in zekere mate subjectief.
6. Betekenis van de drie ambities In paragraaf 4 staat een korte omschrijving van de drie geformuleerde ambities. Hieronder wordt per ambitie iets verder uitgewerkt wat deze betekent. 1. We maken beleid en plannen samen We werken met inwoners, ondernemers en organisaties samen aan beleid en plannen – van idee tot uitvoering. Deze ambitie is opgenomen in het raadsakkoord van de vorige raadsperiode. Hij helpt bij het overbruggen van de kloof tussen overheid en samenleving, en maakt beleid toegankelijker, effectiever en beter te verantwoorden. Deze ambitie gaat uit van een hogere trede op de participatieladder, en vergroot daarmee betrokkenheid en eigenaarschap. Kanttekeningen: Participatie vraagt tijd, en hoe hoger de trede op de participatieladder, hoe meer tijd, zowel van de organisatie als de externe betrokkenen. Daarnaast kan en wil niet iedereen op dit niveau meedoen. Dat geeft een risico op participatie voor een selecte groep. Niet elk onderwerp leent zich voor participatie op dit niveau. Voor de organisatie betekent deze ambitie dat medewerkers naast beleidsmaker of uitvoerder ook meer netwerker, procesbegeleider en verbinder worden. Het betekent een meer integrale manier van werken, en ambtenaren die dicht op de samenleving zitten moeten binnen bepaalde kaders beslisruimte krijgen om voortgang te kunnen boeken.
Deze ambitie vraagt investeren in vaardigheden als: netwerken, faciliteren, omgaan met tegengestelde belangen en conflicten, loslaten van controle en maakbaarheid en luisteren. Voor de organisatie is dit de meest vergaande ambitie die de meeste capaciteit kost. Voor het college betekent deze ambitie ruimte geven aan samenwerking, zonder volledig los te laten. Het managen van verwachtingen en opstellen van kaders is belangrijk. Voor de gemeenteraad betekent deze ambitie dat ze moet kunnen omgaan met plannen die (deels) van buiten komen. Er komen vaker plannen waar inwoners veel tijd in hebben gestoken en waarvan ze zich al mede-eigenaar voelen; het wordt politiek lastiger om daar nog sterk van af te wijken; dat kan het vertrouwen schaden. De raad moet eerder in het proces betrokken zijn om tijdig kaders te kunnen stellen. 2. Participatie is ons vertrekpunt, tenzij… Participatie is de standaard bij ontwikkeling (en/of evaluatie) van visies, beleid en projecten, tenzij er zwaarder wegende redenen zijn om dat niet te doen. Deze ambitie maakt participatie tot een vanzelfsprekend onderdeel bij ontwikkeling (en/of evaluatie) van visies, beleid en projecten, en biedt duidelijkheid aan inwoners, medewerkers en bestuur.
Hij sluit goed aan bij de geest van de wetgeving op het gebied van participatie (Wpdn en Omgevingswet), namelijk participatie als norm en vroegtijdige betrokkenheid en gaat iets verder dan vereist. Medewerkers hebben tijdens de interne participatieronde het meest voor deze ambitie gekozen. Er is minder discussie vooraf over wel/niet participatie, omdat het ons vertrekpunt is. Er blijft ruimte voor maatwerk: al is participatie de standaard, het hoeft niet altijd groots of intensief te zijn, en ook de mate van invloed kan per traject verschillen. En de ‘tenzij’ (waarvan de criteria goed moeten worden vastgelegd) kan ook leiden tot een besluit om niet te participeren.
Kanttekeningen: Er bestaat een risico op ‘participatie voor de vorm’, dus er moeten goede kwaliteitscriteria komen waar op getoetst wordt. De criteria om niet aan participatie te doen moeten helder zijn, en duidelijk worden vastgelegd in de verordening. Voor de organisatie betekent deze ambitie dat participatie een vast onderdeel van werkprocessen wordt. Participatie krijgt een vaste plek in voorstellen, startnotities en projectplannen, o.a. via een participatieplan en -verslag. Er zijn per onderwerp organisatorische consequenties qua tijd, geld, inzet. We moeten investeren in vaardigheden, competenties en houding op het gebied van participatie bij veel medewerkers (beleidsmedewerkers, projectleiders, adviseurs, communicatieteam enz.). Het college moet er op toezien dat participatie structureel en goed gebeurt; sturen op de kwaliteit van de participatie. Ook moet het college expliciet besluiten wanneer participatie niet gebeurt en dit goed motiveren richting raad. De gemeenteraad hoeft minder vaak vooraf te spreken over ‘moet hier participatie plaatsvinden’, want het antwoord is bijna altijd ja. De raad stelt de criteria voor ‘geen participatie’ vast via de participatieverordening. De raad toetst bij onderwerpen die een besluit van de raad vragen achteraf of participatie voldoende is geweest en bewaakt dat de uitzondering niet de regel wordt. 3.
Altijd participatie bij grote impact Bij onderwerpen/besluiten met aanzienlijke impact op de leefomgeving kiezen we altijd voor participatie. Bij deze ambitie wordt niet altijd participatie ingezet, maar daar waar het er het meest toe doet. Ook deze ambitie sluit goed aan bij wetgeving op het gebied van participatie (Wpdn en Omgevingswet). Bij minder impact kan uiteraard ook participatie plaatsvinden, maar vaak minder intensief. De impact bepalen we aan de hand van een impactscan. Ook deze ambitie werd door veel medewerkers gekozen tijdens de interne participatieronde. Kanttekeningen: Het inschatten van de impact heeft altijd een zekere mate van subjectiviteit in zich en moet goed afgewogen en uitgelegd worden. We moeten bereid zijn het traject aan te passen als blijkt dat de impact groter (of kleiner) is dan ingeschat. Voor de organisatie betekent deze ambitie dat bij de start van elk onderwerp met een impactscan bepaald wordt of participatie gewenst is. Deze afweging moet de medewerker onderbouwd inzichtelijk maken in de participatieparagraaf van college- of raadsvoorstellen. Het is net als bij de vorige ambitie van belang te investeren in participatievaardigheden bij medewerkers, vooral als ze betrokken zijn bij impactvolle onderwerpen (beleid, projecten, communicatie) en enkele participatie-experts.
Het college moet in de praktijk bepalen wat per dossier de impact is, en naar raad en inwoners verantwoorden waarom wel of niet participatie wordt toegepast. Is er sprake van impact, dan ziet het college toe op stevige participatie. De gemeenteraad moet zich uitspreken over ‘wat is grote impact’. Dat kan in het beleid en/of per dossier. De raad heeft soms een meer sturende rol aan de voorkant als de afweging op impact in bepaalde gevallen bij hen ligt. Het is van belang participatie zichtbaar mee te wegen in besluitvorming