1699610 Bijlage Nota uitgangspunten Programmabegroting 2027 - 2030
Tekst van het document
NOTA UITGANGSPUNTEN PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030
2
Inhoudsopgave NOTA UITGANGSPUNTEN PROGRAMMABEGROTING 2027 - 2030 ......................................................................... 2 INHOUDSOPGAVE .................................................................................................................................................. 3 AANBIEDINGSBRIEF ................................................................................................................................................ 4 INLEIDING .............................................................................................................................................................. 5 BEGROTINGSCIRCULAIRE 2027 PROVINCIE ZEELAND .............................................................................................. 8 FINANCIEEL PERSPECTIEF ..................................................................................................................................... 10 BUDGETTAIRE RUIMTE 2027-2030 .................................................................................................................................. 11 INDEXERINGSPERCENTAGES ............................................................................................................................................. 13 TARIEVEN TOERISTEN- EN WATERTOERISTENBELASTING 2027 ............................................................................
18 TOEREKENING PERSONEELSKOSTEN ..................................................................................................................... 19 AANPASSINGEN BEGROTING 2027 ....................................................................................................................... 20
3
Aanbiedingsbrief Voor u ligt de Nota Uitgangspunten Programmabegroting (hierna: NUP) 2027-2030. In de bestuursopdracht “Doorontwikkeling P&C-cyclus” heeft uw raad besloten om in een verkiezingsjaar, zoals 2026, geen kadernota op te stellen. In plaats daarvan worden in de NUP de uitgangspunten voor de programmabegroting ter besluitvorming aan u voorgelegd. Deze nota biedt een overzicht van de financiële kaders die nodig zijn voor het opstellen van de programmabegroting 2027-2030, zoals de loonontwikkeling, prijsinflatie, indexeringen en rentepercentages. De prioritering van middelen vindt plaats bij het opstellen van het coalitieakkoord en binnen de beleidscyclus. Deze prioritering wordt vervolgens financieel vertaald in de programmabegroting. Tot slot stelt u met de NUP 2027-2030 ook de tarieven en verordeningen voor de toeristen- en watertoeristenbelasting vast en stemt u in met de indexerings- en rentepercentages, de stelselwijziging voor het toerekenen van personeelskosten en de wijziging in de programma's & paragrafen in de programmabegroting 2027-2030. Zierikzee, 12 mei 2026 burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland
mr. S.J.A. Bronsveld
J. Chr. van de Hoek MBA
gemeentesecretaris
burgemeester
4
Inleiding INLEIDING Met ingang van december 2025 wordt vanuit de bestuursopdracht “Doorontwikkeling P&C-cyclus” gewerkt aan de hervorming van de P&C-cyclus, met als doel een betere aansluiting van de begroting op de realisatie. De lage realisatiegraad wordt onderschreven door zowel de externe accountant als de provincie. Uit de begroting 2026, na amendementen, blijkt dat de begroting 2027-2030 nog niet sluitend is en een tekort vertoond van €2,5 miljoen in 2027oplopend tot 4 miljoen in 2030. Het effect van de voorjaarsnota van het rijk op het tekort is beperkt en nog niet geheel duidelijk. De cijfers, zoals opgenomen in de NUP, geven inzicht in de omvang van de huidige begrotingsopgave en dienen daarmee als basis voor verdere besluitvorming. Ontwikkeling prijzen De NUP bevat de financiële uitgangspunten die nodig zijn voor het opstellen van de programmabegroting, waaronder loonontwikkelingen, prijsinflatie en indexeringen. Bij de bepaling van de prijsontwikkeling wordt aangesloten bij de landelijke inflatie- en indexontwikkelingen. Hoewel de inflatie is gedaald, blijft deze vanwege de krappe arbeidsmarkt en de sterke vraag naar producten hoger dan de landelijke doelstellingen. Voor de komende begroting stellen wij voor rekening te houden met de volgende indexeringspercentages:
5
Realistisch en wendbaar begroten Nederlandse gemeenten staan voor uiteenlopende realisatie-uitdagingen. In het eerste halfjaar van 2026 wordt de bestaande begroting integraal beoordeeld op zowel financiële als organisatorische haalbaarheid. Als uitgangpunten gelden een sluitend meerjarig saldo en de beschikbare ambtelijke capaciteit. Bestaande en nieuwe ambities worden uitsluitend voorgesteld indien sprake is van een realistische planning, voldoende capaciteit en een gedegen financiële onderbouwing. Niet-bestede budgetten worden opnieuw beoordeeld, zodat de inzet kan worden versterkt of de planning kan worden bijgesteld. Deze maatregelen dragen bij aan het realiseren van een sluitende begroting. Tegelijkertijd vraagt het opstellen van de programmabegroting om afwegingen bij de prioritering van bestaand beleid. Ontwikkelingen voorjaarsnota 2026 van het Rijk Het coalitieakkoord van het Rijk brengt nog veel (financiële) onzekerheden voor gemeenten. De onlangs gepubliceerde Voorjaarsnota van het Rijk heeft financieel brede consequenties voor gemeenten. De belangrijkste ontwikkelingen zijn: •
De ontwikkeling van de algemene uitkering uit het gemeentefonds;
•
Stijgende kosten en wijzigingen binnen het sociaal domein (zoals Wmo en jeugd);
•
Prijs- en loonontwikkelingen;
•
Aanvullende beleidsopgaven en uitvoeringskosten van het Rijk;
•
Veranderingen in het BTW-compensatiefonds.
Aanpassing paragrafen in de begroting In de doorontwikkeling van de P&C cyclus kijken wij ook naar het efficiënter in richten van onze P&C documenten. Dit om de leesbaarheid te vergroten en informatie slim te presenteren. Als gevolg hiervan is de programma indeling van onze begroting herzien. Daarnaast worden het aantal paragrafen terug gebracht naar de verplicht voorgeschreven paragrafen vanuit het BBV. Hierop aangevuld wordt enkel nog een paragraaf opgenomen voor stads- en dorpsvisies. De informatie uit de overige paragrafen wordt opgenomen in de uitwerking van de programma’s. In de NUP opgenomen voorstellen voor de raad In de NUP 2027-2030 zijn vijf voorstellen opgenomen welke wij aan uw raad voorleggen: 1. Instemmen met de indexerings- en rentepercentages ten behoeve van het opstellen van de Programmabegroting 2027-2030; 2. Instemmen met de nieuwe tarieven toeristen- en watertoeristenbelasting 2027; 3. Vaststellen van de verordening toeristenbelasting 2027 en watertoeristenbelasting 2027; 6
4. Instemmen met de stelselwijziging voor het toerekenen van personeelskosten; 5. Instemmen met de wijzigingen in de programma's en paragrafen in de Programmabegroting 2027-2030. Zierikzee, 12 mei 2026 burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland
mr. S.J.A. Bronsveld
J. Chr. van de Hoek MBA
gemeentesecretaris
burgemeester
7
Begrotingscirculaire 2027 Provincie Zeeland De belangrijkste punten uit de Begrotingscirculaire uit het gezichtspunt van de provincie zijn; Dividend deelneming Dividend Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij De Zeeuwse gemeenten ontvangen de komende jaren dividenden vanuit de Zeeuwse Energie Houdstermaatschappij (ZEH). In het ondernemingsplan geeft ZEH een inschatting van de te verwachten dividenduitkeringen. Zoals in het ondernemersplan ZEH 2025 is aangekondigd zijn de dividenduitkeringen naar beneden bijgesteld. De komende jaren gaat het om de volgende uitkeringen: -
2026 - €145 mln.
-
2027 - €156 mln.
-
2028 - €177 mln.
In de aandeelhoudersvergadering gedurende het jaar maakt ZEH het definitieve dividend bekend. Gezien alle onzekerheden bij toekomstige uitkeringen doet de provincie de oproep om het dividend zorgvuldig in te zetten zodat deze leiden tot structurele opbrengsten. Stelpost onderuitputting Middels de motie De Vries, Van Eijk, Sneller en Wingelaar is in 2025 een oproep gedaan aan het kabinet om onderuitputting bij gemeenten toe te staan. Op 10 december 2025 heeft de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) gereageerd op deze motie middels een kamerbrief. In deze brief geeft hij aan dat een algemene stelpost onderuitputting niet past binnen de uitgangspunten van het realistisch ramen en daarom niet is toegestaan. Wel is het volgens de minister mogelijk om specifieke stelposten voor onderuitputting te ramen wanneer deze nauwkeurig te ramen zijn, goed onderbouwd zijn en aansluiten bij reële verwachtingen. De minister onderschrijft dat het aan de toezichthouder is om te beoordelen of de stelposten voldoende realistisch zijn. Daarnaast bestaat de mogelijkheid om de onderuitputting bij realisatie toe te voegen aan de reserves en in volgende jaren, onder voorwaarden, in te zetten als structureel dekkingsmiddel.
8
Op dit moment werken de twaalf provincies aan een kader voor het toetsen van specifieke stelposten voor onderuitputting. Daarin zullen de aansluiting op eerdere realisaties, aansluiting op (nieuw) beleid en vragen over het aanpassen van (investerings)plannen onder andere terugkomen. Naar verwachting zullen deze kaders voor de zomer formeel worden vastgesteld in de twaalf colleges van Gedeputeerde Staten. Bij de beoordeling van de begroting 2027 zullen deze kaders worden toegepast. Kapitaallasten De afgelopen jaren zien we in veel gemeentelijke jaarrekeningen dat onderuitputting van kapitaallasten wordt gerapporteerd. Dit wordt veroorzaakt doordat de geplande investeringen niet tijdig kunnen worden gerealiseerd. Als toezichthouder adviseren we om in de begroting zeer kritisch te kijken naar de realiteit van de investeringsplanning en de bijhorende ambities. In de huidige marktomstandigheden waarbij krapte van personeel aan de orde van de dag is, dient te worden overwogen welke (grote) projecten in het begrotingsjaar kunnen worden gerealiseerd. En gebaseerd op ervaringen van de afgelopen jaren een realistische planning op te nemen door de projecten te spreiden over de komende jaren. Investeringen waar de gemeenteraad over heeft besloten dienen volledig verwerkt te zijn in de begroting en meerjarenraming.
Van de hieruit voortvloeiende kapitaallasten dienen zowel rente- als de afschrijvingslasten over de gehele looptijd te worden geraamd. Onder voorwaarden staat de provincie een stelpost onderuitputting toe. Wel is het van belang om te weten dat het opnemen van deze stelpost een gemeente niet van haar verplichting ontslaat om een realistische investeringsplanning op te nemen in haar begroting. Dit is en blijft de basis van een reële begroting. BCF-plafond Met ingang van het begrotingsjaar 2019 is de wijze van verwerking van de ruimte onder het plafond van het btw-compensatiefonds (BCF) in de raming van de algemene uitkering in de circulaires gewijzigd. Het ministerie van BZK heeft daarom in afstemming met de VNG en de provinciale toezichthouders een advies opgesteld. Hierin staat op welke wijze gemeenten de ruimte onder het plafond van het BCF kunnen opnemen als verwachte baat in hun begroting. Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het BCF-plafond mag maximaal de meest recente gerealiseerde ruimte onder het plafond ramen in uw begroting en meerjarenraming. Voor de begroting 2027 dient de raming te gebaseerd te worden op de definitieve afrekening van de ruimte onder het plafond in 2025 die in de meicirculaire 2026 wordt gepubliceerd. Wij wijzen u erop dat dit kan betekenen dat u de betreffende ramingen in alle begrotingsjaren moet bijstellen.
9
Financieel perspectief
10
Budgettaire ruimte 2027-2030 Onderstaand de ontwikkeling van de budgettaire ruimte. In het overzicht is inzichtelijk gemaakt welke mutaties hebben plaatsgevonden na het vaststellen van de Programmabegroting 2026-2029. 2027
2028
2029
2030
Stand budgettaire ruimte na vaststelling Programmabegroting 2026-2030
-2.226.788
-3.609.263
-3.511.055
-2.636.068
Raadsbesluit Gedragscode integriteit raadsleden (1533769) december 2025
-91.044
-91.044
-91.044
-91.044
Raadsbesluit Financiële rapportage 2025 (1610856) december 2025
-222.106
-192.106
-192.106
-192.106
Raadsbesluit Decembercirculaire (1654682) maart 2026
-47.367
-48.551
-50.062
-48.710
Raadsbesluit IHP Onderwijshuisvesting (1661002) maart 2026
-
-
-
-919.846
Raadsbesluit Huisvestingsplan JLDJ / WSZ (1585463) maart 2026
-
-
-
-117.065
-2.587.305
-3.940.964
-3.844.267
-4.004.839
Stand budgettaire ruimte na besluitvorming raadsvergadering 5 maart 2026
TOELICHTING Algemeen Bij het opstellen van de NUP is gekozen om de werkelijke stand van de budgettaire ruimte te presenteren op basis van de door uw raad genomen besluiten. Ontwikkelingen Bestaand en Nieuw Beleid (BNB) Voorheen werden de financiële gevolgen van de beleidsmatige ontwikkelingen (bestaand beleid) en de uitbreidingsinvesteringen (nieuw beleid) opgenomen en financieel verwerkt in de Kadernota. In verband met de gemeenteraadsverkiezingen op 18 maart 2026 is besloten deze ontwikkeling los van de NUP te inventariseren. Na het opstellen van het coalitieakkoord worden de opgehaalde ontwikkelingen vergeleken met de geïnventariseerde ontwikkeling in beleid. De integrale afweging van deze aanvullende ontwikkelingen (bestaand en nieuw beleid) zal plaatsvinden bij het behandelen van de Programmabegroting 2027-2030 tijdens de Begrotingsraad in november.
11
Overig Daarnaast zijn er ontwikkelingen waarvan de omvang nog niet bekend is, maar wel van invloed zijn op de budgettaire ruimte bij het opstellen van de concept Programmabegroting 2027-2030. Normaal worden deze ontwikkelingen verwerkt in de Kadernota. Dit jaar wordt dit op aparte momenten gecommuniceerd met uw raad. Denk hierbij aan; •
Structurele effecten nav de jaarrekening 2025
•
Meicirculaire 2026
•
(Jeugd)zorg, etc
12
Indexeringspercentages Algemeen
2027
2028
2029
2030
A
Loonontwikkeling: personeelslasten (salarissen)
4,20%
4,00%
3,60%
3,50%
B
Prijsgevoelige lasten (kostencategorie 3)
2,10%
2,60%
2,30%
2,50%
C
Bijdrage gemeenschappelijke regelingen
3,30%
3,43%
3,17%
3,17%
D
Subsidies
3,15%
3,30%
2,95%
3,00%
E
Belastingen en overige gemeentelijke heffingen
3,15%
3,30%
2,95%
3,00%
F
Verhuur gemeentelijke objecten
1,90%
2,30%
2,10%
2,10%
G
Pachten
1,90%
2,30%
2,10%
2,10%
H
Grondexploitatie
2,00%
2,00%
2,00%
2,00%
A. LOONONTWIKKELING Vanuit een bestendige gedragslijn volgen we de indexering van het CPB (raming CEP maart 2026) meerjarig, loonvoet sector overheid. Deze indexering is terug te vinden op de website van CEP (link)
B. PRIJSINFLATIE In het CEP wordt de verwachte prijsindexering voor 2027 geraamd op 2,20%. Meerjarig gaan wij uit van de ramingen volgens het CPB (raming CEP maart 2026), prijs overheidsconsumptie, netto materieel (imoc).
C. BIJDRAGE GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN De Vereniging van Zeeuwse Gemeenten (VZG) heeft op 16 december 2025 de richtlijnen voor de begroting 2027 vastgesteld. Deze richtlijnen zijn gebaseerd op de septembercirculaire van 2025 en de gemiddelde ontwikkeling van de algemene uitkering. De gemaakte afspraken worden verwerkt in het rapport over samenwerking met gemeenschappelijke regelingen in Zeeland. De VZG heeft ook besloten om de richtlijnen voor indexering en bezuinigingen te combineren met de Zeeuwse richtlijnen voor 2027. Dit besluit is getroffen op basis van de cijfers uit de septembercirculaire van 2025. Deze richtlijnen zijn van belang voor de gemeenschappelijke regelingen in Zeeland en zijn een resultaat van de samenwerking tussen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen. De Zeeuwse richtlijn gaat uit van een toegestane inflatiecorrectie 2027 van +3,3 %.
13
D. SUBSIDIES Het gemiddelde van de loon- en prijsstijgingen is de basis voor het stijgingspercentage van de subsidies. Voor 2027: 50% van (loonindex 2,1 % + prijsindex 4,20%) = 3,15 %.
E. BELASTINGEN EN OVERIGE GEMEENTELIJKE HEFFINGEN Voor 2027 stellen wij voor de tarieven van belastingen en overige gemeentelijke heffingen te verhogen waarbij we uitgaan van het voorheen bestendige beleid door dit indexatiecijfer te bepalen op het gemiddelde van de loon- en prijsstijgingen volgens CEP-indexatiecijfers maart 2026. Voor 2027: 50% van (loonindex 2,1 % + prijsindex 4,20%) = 3.15 %.
F. VERHUUR GEMEENTELIJKE OBJECTEN De indexering van de verhuur van de gemeentelijke objecten baseren we op het consumentenprijsindexcijfer (cpi) volgens het CEP van maart 2026.
G. PACHTEN Jaarlijks wordt voor de reguliere pacht de hoogst toelaatbare pachtprijs vastgesteld. Dit kan leiden tot een stijging of daling van de pachtprijs. De hoogte is afhankelijk van de bedrijfsresultaten van middelgrote en grote ondernemingen in een voorliggende periode van vijf jaar en is dus vooraf lastig in te schatten. De geliberaliseerde pacht is gekoppeld aan het prijsindexcijfer. Voor beide pachtenvormen gaan we uit van het consumentenprijsindexcijfer (cpi).
H. PARAMETERS GRONDEXPLOITATIE Voor de bouwgrondexploitaties wordt uitgegaan van het rapport “Onderbouwing parameters kosten- en opbrengststijging in grondexploitaties Schouwen-Duiveland; 2025 en 2026”. De geraamde stijging van de bouwkosten met 2% houdt rekening met recente marktontwikkelingen en overige relevante invloedsfactoren. Stijgingspercentages
2027
2028
2029
2030
Kosten
2,0%
2,0%
2,0%
2,0%
Opbrengsten woningbouw
1,0%
1,0%
1,0%
1,0%
Opbrengsten bedrijventerreinen
1,0%
1,0%
1,0%
1,0%
14
RENTEPERCENTAGES De rente vormt een belangrijk onderdeel binnen de gemeentelijke financiën, waarbij zowel de renteinkomsten als de rente -uitgaven een rol spelen in de begroting en de voorliggende kadernota. De gemeente ontvangt rente over hun tegoeden en betalen rente over de leningen die zij zijn aangegaan voor investeringen en exploitatie. De ontwikkeling van de rente wordt sterk beïnvloed door de inflatie en het beleid van de centrale banken in de Verenigde Staten (Federal Reserve, FED) en in Europa (Europese Centrale Bank, ECB). Wanneer de inflatie stijgt verhogen de centrale banken doorgaans de rente om de economie af te remmen, hetgeen leidt tot hogere financieringskosten. Omgekeerd kunnen verlagingen leiden tot lagere financieringslasten. Op dit moment beschikt de gemeente over 38 miljoen aan liquide middelen (geld wat op de bankrekening staat). Hierdoor hoeven wij naar verwachting in het nieuwe begrotingsjaar geen nieuwe leningen aan te gaan. Deze middelen worden aangehouden in ’s Rijksschatkist* ter financiering van de toekomstige uitgaven die reeds in de begroting zijn opgenomen. De extra rentebaten worden net zoals in voorgaande jaren toegevoegd aan de baten in de begroting. Het periodiek monitoren van de renteontwikkelingen en de inflatie is een essentieel onderdeel binnen de planning en control cyclus van de gemeente.
Door het beleid van de centrale banken te volgen kan de gemeente beter anticiperen op de toekomstige rente- en inflatiebewegingen en de financiële positie van de gemeente. De evaluatie van de renteontwikkelingen worden verwerkt in de bestuursrapportages. In onderstaande tabel de voorgestelde rentepercentages, inclusief de rentepercentages opgenomen van de leningen die verstrekt worden via het Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (SVn), de zogenaamde startersleningen en overige leningen.
* Rijksschatkistbankieren: Het schatkistbankieren houdt in dat geld op een centrale bankrekening bij de huisbankier van het Rijk wordt aangehouden. Het schatkistbankieren beoogt het doelmatig en risicoarm beheer van de liquide middelen van de rijksoverheid en rechtspersonen met een wettelijke of publieke taak.
15
Algemeen
2027
Vervangingsinvesteringen en uitbreidingsinvesteringen/nieuw beleid
3,50%
Financiering korte schuld
2,95%
Liquiditeitsoverschot (vanwege schatkistbankieren)
2,10%
Middelentoevoeging reserves en voorzieningen
0,00%
Bespaarde rente reserves en voorzieningen (*)
1,70%
Bouwgrondexploitaties
2,70%
(*) inclusief disconteringsvoet contante waarde voorziening verlies bouwgrondexploitatie
Stimuleringsfonds Volkshuisvesting (indicatief)
2027
op basis van de verordeningen SVn
Maatwerklening:
3,30%
5 jaar vast
3,60%
10 jaar vast
4,00%
15 jaar vast
Starterslening: 15 jaar vast
4,20%
Stimuleringslening:
3,30%
5 jaar vast
3,60%
10 jaar vast
4,00%
15 jaar vast
Duurzaamheidslening: 10 jaar vast
1,70%
15 jaar vast
1,70%
Persoonlijke lening: 10 jaar vast
2,30%
Hypothecaire lening: 10 jaar vast
1,00%
20 jaar vast
1,70%
16
VOORSTEL 1 Instemmen met de indexerings- en rentepercentages ten behoeve van het opstellen van de Programmabegroting 2027-2030.
17
Tarieven toeristen- en watertoeristenbelasting 2027 Algemeen Het is gebruikelijk dat u in deze periode de tarieven toeristen- en watertoeristenbelasting voor het volgende jaar vaststelt. Dit om de recreatiebranche daar op tijd over te informeren. Met voorstel 2 vragen wij u eerst het tarief (water)toeristenbelasting voor 2027 te bepalen. Met voorstel 3 leggen wij u vervolgens de op basis van dat tarief opgestelde belastingverordeningen voor komen belastingjaar voor. Wel wijzen wij u erop dat u gedurende het lopende jaar alsnog de mogelijkheid heeft gewijzigde verordeningen vast te stellen. Tarieven toeristen- en watertoeristenbelasting. Voor 2027 stellen wij voor de tarieven te verhogen waarbij we uitgaan van het voorheen bestendige beleid door hierbij aansluiting te zoeken met het indexatiecijfer voor belastingtarieven. Voor 2027 betreft dit dan een verhoging van 2,9% (zie onderdeel indexeringspercentages 2027-2030). De tarieven voor de toeristen- en watertoeristenbelasting 2027 bedragen met deze indexatie, ongeacht het soort accommodatie waar verblijf wordt genoten, per persoon per overnachting/etmaal € 2,12 (was 2026 € 2,06).
VOORSTEL 2 Voorstel 2: Instemmen met de nieuwe tarieven toeristen- en watertoeristenbelasting 2027
Wij stellen u voor aan de hand hiervan de betreffende belastingverordeningen voor 2027 vast te stellen.
VOORSTEL 3 Voorstel 3: Vaststellen van de verordening toeristenbelasting 2027 en de verordening watertoeristenbelasting 2027.
18
Toerekening personeelskosten TOEREKENING PERSONEELSKOSTEN Toerekening personeelskosten aan IV3-taakvelden en projecten (wijziging systematiek per 2027) Momenteel vindt de toerekening van personeelskosten aan IV3-taakvelden en projecten nog plaats volgens de huidige systematiek van verdeling, namelijk het totaal aan loonkosten delen door de toe te rekenen uren per product. Hierdoor zijn alle uren 'evenveel waard'. Deze werkwijze sluit onvoldoende aan bij verschillen in personele inzet en kostenniveau tussen functies/schalen, waardoor de projectmatige kostenverdeling minder representatief kan zijn. Vanaf begrotingsjaar 2027 wordt daarom een nieuwe systematiek ingevoerd waarbij personeelskosten worden toegerekend op basis van uurtarieven per schaal of per functie. Doel hiervan is: •
een realistischere kostprijs van projectinzet en activiteiten;
•
meer transparantie in de verdeling naar IV3-taakvelden en projecten;
•
betere sturing en verantwoording op projectkosten.
De uurtarieven worden opgebouwd uit de relevante loonkostencomponenten (onder andere salaris en werkgeverslasten) en worden jaarlijks geactualiseerd. We hanteren uniforme uurtarieven, zodat de werkwijze organisatiebreed eenduidig is en de financiële verwerking en rapportages daarop aansluiten.
VOORSTEL 4 Voorstel 4: In te stemmen met de stelselwijziging voor het toerekenen van personeelskosten
19
Aanpassingen begroting 2027 PROGRAMMA INDELING In mei 2025 stelde de raad de geactualiseerde strategische visie, 'Tij van de Toekomst' vast. Hiermee gaf de raad het college de opdracht om de indeling van de programmabegroting aan te passen aan de geactualiseerde indeling van de strategische visie. Deze opdracht namen wij op in de integrale opdracht doorontwikkeling P&C cyclus, welke de raad in december 2025 vaststelde. Het integrale plan kent 3 sporen: Spoor 1: Visie op en doorontwikkeling van P&C cyclus Spoor 2: Vertalen strategische visie in de indeling van de programmabegroting Spoor 3: Wendbaar (en realistisch) begroten en plannen Vanuit deze integrale opdracht zijn wij aan de slag gegaan met het onderzoeken van een programmaindeling die ondersteunend is aan de raad in haar ontwikkeling naar een maatschappelijke raad. Als ook een indeling die transparantie biedt aan de inwoners en organisatie van ons eiland. Daarbij zien we dat de huidige indeling op basis van de strategische visie een aantal nadelen kent. Zo is de naamgeving van de sub-programma’s is niet altijd direct herkenbaar, beperkt concreet en levert voor raad, inwoners en organisaties niet overal goed inzicht op wat er daadwerkelijk onder valt. Omdat de visie vooruit kijkt naar 2040, maakt dat de inhoud van de sub-programma’s mede daardoor voor de korte termijn vaag en te veelomvattend.
De vertaling van de strategische visie in beleid en uitvoering in de komende jaren wordt daarmee niet zichtbaar. Ons voorstel is om de nieuwe programmastructuur aan te laten sluiten op concrete beleidsterreinen. Dit geeft duidelijk en concrete programma’s met herkenbare doelen en acties voor de komende jaren. Dit sluit bovendien aan bij de uitwerking van spoor 1 van de integrale opdracht doorontwikkeling P&C cyclus, waarin we toewerken naar een koppeling tussen de beleidscyclus en de P&C cyclus. Hiervoor ontvangt u na de zomer een verfijnde Visie op P&C.
20
Wij stellen de volgende programma-indeling voor:
Programma
Onderwerpen in programma
Wonen
Woningbouw inclusief opvang (huisvesting)
Ruimtelijke ordening
Omgevingsvisie, omgevingsplan en masterplannen stads- en dorpsvisies
Fysieke leefomgeving
Wegen, Openbaar groen, waterwegen en speelruimte
Mobiliteit & bereikbaarheid
Bereikbaarheid, verkeer en parkeren
Duurzaamheid & milieu
Spoorboekje milieu en duurzaamheid, reiniging, riolering, begraven
Lokale economie
Bedrijven, visserij en landbouw
Toerisme & vrije tijd
Agenda toerisme en recreatieve havens
Veiligheid & openbare orde
Openbare orde, VRZ, reddingsbrigade
Veerkrachtige & zorgzame buurten
SMWO, Sociale Wijkteams, Sociale inclusie, Stads-, dorps- en wijkraden
Bestaanszekerheid
Arbeidsparticipatie, minimabeleid, schuldhulpverlening
Opgroeien & opvoeden
Jeugdhulp en onderwijs
Mentale en fysieke gezondheid
Gezondheidszorg, WMO, sport
Kunst, cultuur & erfgoed
Kunst, cultuur en erfgoed
Bestuur & organisatie
Raad, college, burgerzaken en participatie, weerbare samenleving
21
PARAGRAFEN Het Besluit Begroten en Verantwoorden (BBV) stelt de gemeenten verplicht tot het opnemen van een 8-tal paragrafen. In de financiële verordening (artikel 2.4) is opgenomen dat de raad bij aanvang van iedere raadsperiode kan vaststellen over welke onderwerpen de raad via extra paragrafen in de begroting en de jaarstukken kaders wil stellen en over wil worden geïnformeerd. Hiertoe heeft de raad in de afgelopen raadsperiode 3 extra paragrafen aan de begroting en jaarstukken toegevoegd: De paragraaf Sociaal Domein, de paragraaf Demografische ontwikkelingen en de paragraaf Stads- en dorpsvisies. Spoor 1 van de integrale aanpak doorontwikkeling P&C cyclus omvat ook de opdracht van de raad aan college om de informatiewaarde van de P&C documenten te vergroten. Hiervoor hebben wij gekeken naar de informatiewaarde van de extra opgenomen paragrafen. Daarin constateren wij dat de informatie opgenomen in de paragraaf Sociaal Domein en Demografische ontwikkelingen ook onderdeel is van de programma’s. Daarnaast komt deze informatie ook terug in visies en in beleidsnota’s. Deze informatiestromen maken het opnemen van aparte paragrafen overbodig en stellen wij dan ook voor niet mee op te nemen vanaf de begroting 2027.
De paragraaf Stads- en dorpsvisies zien wij als een toegevoegde waarde vanuit het transparant zichtbaar houden van de uitvoering van de daarvoor beschikbaar gestelde investeringskredieten. Op basis van bovenstaande wordt voorgesteld vanaf 2027 de volgende paragrafen op te nemen in de begroting: Verplicht 1. Lokale heffingen 2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 3. Onderhoud kapitaalgoederen 4. Financiering / Treasury 5. Bedrijfsvoering 6. Verbonden partijen 7. Grondbeleid 8. Openbaarheid (WOO) Aanvullend 9. Stads- en dorpsvisies
22
VOORSTEL 5 Voorstel 5: In te stemmen met de aanpassing van de programma indeling en paragrafen vanaf de Programmabegroting 2027-2030
23