1661002 RVS IHP Onderwijshuisvesting Schouwen-Duiveland
Tekst van het document
Raadsvoorstel Urgentie
Onderwerp Zaaknummer Datum Openbaarheid Afdeling Portefeuillehouder Opdrachtgever
Hoog, Het voorstel heeft hoge urgentie, omdat de keuzes die hierin worden gevraagd rechtstreeks bepalend zijn voor de koers en prioriteiten van het Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2026–2041. Het IHP bevat omvangrijke investeringen in schoolgebouwen en voorzieningen voor de komende 15 jaar. De gebouwkwaliteit van veel scholen is op dit moment onvoldoende en vraagt dringend om aandacht. Bijvoorbeeld, de problematiek met het dak van de IKC Jan Wouter van den Doel laat zien dat uitstel niet zonder risico is. Zonder duidelijke kaderstelling van de raad kan de uitwerking van projecten, financiële planning en samenwerking met schoolbesturen en maatschappelijke partners vertraging oplopen. IHP Onderwijshuisvesting Schouwen-Duiveland 1661002 20 januari 2026 Werken, Wonen en Leven (WWL) A.A. ten Cate Afdelingshoofd WWL
Voorstel
1. Het ‘Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting 2026-2041 (IHP)’ vast te stellen dat daarmee dient als herijking van het bestaande ‘Meerjaren uitvoeringsplan en –programma 2020 – 2028’. 2. De gemeenteraad jaarlijks te informeren over de voortgang en uitvoering van het IHP. 3. Het IHP eens per vier jaar te actualiseren en opnieuw vast te stellen. 4. De voorziene beheersmaatregelen, zoals jaarlijkse rapportage aan de raad en vierjaarlijkse actualisatie van het IHP, verder uit te werken in concrete werkwijzen, formats en besluitvormingsmomenten, in overeenstemming met het concerncontrolleradvies. 5. Door dit raadsvoorstel met bijlagen vast te stellen worden de moties ‘Wensen en bedenkingen eindrapport onderzoek Regioschool cluster Noord - West’ (9 juli 2020) en ‘Georganiseerd professioneel vervoer’ (4 juli 2022) beantwoord en bestuurlijk afgehandeld. 6. Een overgangsbudget van € 250.000 per jaar te reserveren voor tijdelijke huisvestingsmaatregelen in bestaande scholen die wachten op grootschalige verbouwing, voor de jaren 2027 en 2028, te dekken uit de middelen die zijn gereserveerd voor het bestaande IHP. 7. In te stemmen met het vormen van een bestemmingsreserve IHP. 8.
Deze bestemmingsreserve te voeden met € 21.710.077 door: (a.) Een overheveling vanuit de reserve strategische visie van € 7.269.808 en (b.) Een overheveling vanuit de algemene reserve van € 13.010.977 en (c.) De restantmiddelen vanuit het bestaande IHP voor de jaren 2027 en 2028 na aftrek van het overgangsbudget zoals bedoeld onder 5. Ad respectievelijk € 708.821 en € 720.472 toe te voegen. 9. De incidentele lasten vanuit het IHP van € 6.880.079 te dekken uit de bestemmingsreserve IHP. 10. Het restant van de bestemmingsreserve IHP van € 13.806.758 na aftrek van de incidentele kosten vanuit dit voorstel en het raadsvoorstel ‘Huisvesting scholen Jenaplanschool JL de Jonge en St. Willibrordusschool’ in te zetten ter structurele dekking van een deel van de afschrijvingslasten door dit gefaseerd over te hevelen naar de reserve dekking afschrijvingslasten.
Pagina 1 van 8
11. De niet gedekte afschrijvingslasten en de volledige rentelasten van in totaal € 919.846 in 2030 oplopend tot € 1.886.772 in 2035 te dekken uit de budgettaire ruimte.
Inleiding In 2017 stelde uw gemeenteraad het eerste Integraal Huisvestingsplan Onderwijshuisvesting (IHP) vast. In 2021 volgde een herijking om budgetten en planningen te actualiseren. Sindsdien zijn meerdere haalbaarheidsonderzoeken uitgevoerd. Bij enkele projecten is de planvorming gestart, maar nieuwe inzichten bij schoolbesturen en gemeente maken een nieuwe actualisatie van het IHP noodzakelijk. Aan de hand van de raadsbrief van 23 april 2024 (zie bijlage 1) is uw raad geïnformeerd over dit voornemen. Het hernieuwde IHP richt zich vooral op het thema 'omvang en spreiding', maar ook de bekostiging en de planning zijn geactualiseerd. ICSadviseurs is gevraagd om deze actualisatie uit te voeren. Het IHP is opgesteld in nauwe samenwerking met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. Deze partijen hebben actief meegedacht, input geleverd en keuzes gemaakt. We hebben samen consensus bereikt over de koers die we willen varen. Het plan sluit goed aan bij onze gezamenlijke ambities voor goed, toegankelijk en toekomstgericht onderwijs in Schouwen-Duiveland. Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst van 2 oktober 2025 is het concept IHP toegelicht. Uw raad is daar geïnformeerd over de inhoud en uitgangspunten van het plan. In de commissie van 4 december 2025 gaf uw raad nadrukkelijk richting aan de verdere uitwerking van het plan.
De voorkeuren en overwegingen van de commissie zijn verwerkt in een definitief IHP (zie bijlagen 2 en 3). Beoogd resultaat Uw raad stelt kaders vast voor goede en toekomstgerichte onderwijshuisvesting in Schouwen-Duiveland. Het IHP geeft richting aan spreiding, omvang, planning en financiering van schoolgebouwen. Zo zorgen we samen met de schoolbesturen en de kinderopvang voor passende huisvesting voor álle kinderen op het hele eiland. Argumenten 1.1 Het IHP is een gezamenlijk gedragen document. Het IHP is opgesteld in nauwe samenwerking en overleg met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties. Deze partijen hebben actief meegedacht en keuzes gemaakt. Hierdoor is het plan breed gedragen en sluit het goed aan bij onze gezamenlijke ambities voor goed, toegankelijk en toekomstgericht onderwijs in Schouwen-Duiveland. 1.2 Met het IHP stelt uw raad ook het Meerjarenplan en -programma 2026–2041 vast. Het IHP bevat een nieuw Meerjarenplan en -programma. Dit staat in de paragrafen 5.1 (Fasering en planning) en 7.2 (Totale investering IHP). Hierin staat welke voorzieningen in aanmerking komen voor bekostiging, en wanneer. Volgens artikel 6 van de Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs (2020) is dit plan de juridische grondslag. Daarmee maakt de gemeente kenbaar welke projecten financiering kunnen krijgen.
Het college heeft dit programma al vastgesteld, onder voorbehoud van het besluit van uw raad. 1.3 Per cluster is een voorkeurscenario gekozen door de schoolbesturen. De schoolbesturen hebben per cluster een duidelijke voorkeur uitgesproken. Deze voorkeuren zijn gebaseerd op onderwijskundige, ruimtelijke en financiële overwegingen. Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst gaven raadsleden aan deze voorkeuren graag te willen kennen. Door deze nu expliciet op te nemen, versterken we de onderbouwing van het IHP. De keuzes sluiten aan bij de visie van de besturen én bij de behoeften van de kernen in Schouwen-Duiveland. 1.4 Voorkeursscenario Bruinisse aangepast van nieuwbouw naar vernieuwbouw. In het concept-IHP stond nieuwbouw als voorkeursscenario voor Bruinisse. Dit bleek onjuist, door miscommunicatie tussen gemeente en schoolbesturen. De scholen Op Dreef en De Meerpaal geven de voorkeur aan vernieuwbouw. In het definitieve IHP is dit aangepast: vernieuwbouw is nu als maatregel opgenomen. 1.5 Dorpsraden steunen behoud van basisscholen in eigen dorp. De dorpsraden van Burgh-Haamstede, Renesse en Scharendijke zijn bevraagd en allen geen voorstander van de komst van een regioschool bij de Schelphoek; de dorpsraden steunen het behoud van een
Pagina 2 van 8
basisschool in het eigen dorp (zie bijlage 4a-c). Ook de dorpsraad van Bruinisse heeft voor haar dorp eenzelfde uitspraak gedaan (zie bijlage 4d). 1.6 Het IHP sluit aan op afspraken uit het Onderwijsakkoord. Het IHP ondersteunt de gezamenlijke doelen uit het Onderwijsakkoord en helpt deze in praktijk te brengen. 1.7 Het IHP sluit aan bij de Strategische Visie 'Tij van de Toekomst'. Het IHP sluit aan op de Strategische Visie Tij van de Toekomst – Schouwen-Duiveland 2040 . Binnen het thema Leven: samen genieten en zorgen speelt goed en bereikbaar onderwijs een belangrijke rol. Het IHP sluit aan bij de visie “Kiezen voor onderwijs thuisnabij” door per kern of wijk te kijken naar maatwerkoplossingen, zoals behoud of clustering van scholen. Ook het thema Wonen: duurzame groei en behoud van eigenheid komt terug in het IHP. Door de spreiding van scholen over het eiland te behouden, blijven dorpen leefbaar en aantrekkelijk voor gezinnen. Zo dragen we bij aan vitale dorpen, met voorzieningen die passen bij het karakter en de schaal van Schouwen-Duiveland. 1.8 Een eenduidige ruimtenorm voor onderwijshuisvesting zorgt voor heldere kaders en eerlijke afwegingen. Tijdens de raadsinformatiebijeenkomst is gesproken over de landelijke VNG-norm van 5,03 m² per leerling. De vraag was of deze norm niet te laag is.
Analyse leert dat het ruimtegebrek bij het Pieter Zeeman Lyceum en de Theo Thijssenschool niet kwam door de norm, maar doordat deze scholen direct na oplevering meer leerlingen trokken dan voorzien. Het belangstellingspercentage was hoger dan vooraf ingeschat, waardoor de gebouwen te klein zijn gebouwd en later moesten worden uitgebreid. In het bestuurlijk overleg met de schoolbesturen en kinderopvangorganisaties is daarom afgesproken om vast te houden aan de bestaande VNG-norm. Ruimtebehoefte moet worden gebaseerd op betrouwbare leerlingenprognoses, niet op het structureel verruimen van de norm. Er blijft ruimte voor maatwerk via aanvullende vierkante meters voor inclusie of multifunctioneel gebruik. 1.9 We willen vanaf de start aandacht voor inclusief onderwijs. Door vanaf de start aandacht te besteden aan inclusie en expertise op het eiland, kunnen de noodzakelijke aanpassingen aan gebouwen en voorzieningen vroegtijdig worden meegenomen in het planproces. 1.10 We stimuleren meer integrale kindcentra (IKC's) op het eiland. Het IHP legt de basis voor het combineren van onderwijs, opvang en zorg, wat past binnen de ambitie om multifunctioneel ruimtegebruik te stimuleren. 1.11 We willen duurzame en gezonde schoolgebouwen als norm.
Door duurzame, energiezuinige en gezonde gebouwen als richtinggevend thema op te nemen, wordt het IHP toekomstgericht en in lijn met landelijke duurzaamheidsdoelen. 1.12 Het bouwheerschap ligt bij het schoolbestuur volgens de WPO. Volgens de Wet op het Primair Onderwijs (WPO) is het schoolbestuur verantwoordelijk voor de uitvoering van de bouw. De gemeente stelt kaders vast en kent middelen toe, maar voert de bouw zelf niet uit. Het schoolbestuur is dus bouwheer en beslist over ontwerp, aanbesteding en uitvoering. De gemeente blijft betrokken om te zorgen dat de uitvoering past binnen de vastgestelde kaders. Hoewel het bouwheerschap in beginsel bij het schoolbestuur ligt, treden partijen per project in overleg. Samen spreken zij af wie het bouwheerschap op zich neemt, binnen de ruimte die de WPO biedt. In het geval van nieuwbouw spelen vaak bredere belangen in de kern, zoals dorpsvoorzieningen of maatschappelijke functies. Het is dan belangrijk om een zorgvuldige afweging te maken over wie het bouwheerschap op zich neemt. We gaan hierover in overleg met de schoolbesturen. 1.13 Locatiekeuze blijft in lijn met het amendement van de raad. Het IHP is een kaderstellend plan. Veranderingen in de komende jaren, zoals aangepaste leerlingprognoses, kunnen invloed hebben op de uitvoering.
Ons college zal plannen voor realisatie van schoolgebouwen in lijn met het IHP middels een raadsvoorstel ter besluitvorming voorleggen aan uw raad. Bij lichte renovatie of vernieuwbouw is de bestaande locatie uitgangspunt. Uw raad houdt invloed bij afwijkingen van het plan ten opzichte van het IHP. Elk raadsvoorstel bevat in ieder geval een kredietvoorstel met dekking en indien nodig extra te voteren middelen buiten het vastgestelde meerjarige investeringsplan om. In geval van nieuwbouw ook het voorstel tot de locatiekeuze.
Pagina 3 van 8
2.1 De raad blijft betrokken bij de uitvoering van het IHP. Het IHP is kaderstellend, maar de uitvoering vraagt meerdere jaren. Zo kunnen ontwikkelingen, knelpunten en afwijkingen tijdig besproken worden. Voor de uitvoering is langdurige inzet nodig van mensen, middelen en samenwerking. Veel scholen in het IHP worden gerenoveerd (vernieuwbouw). Daarbij ligt het bouwheerschap bij de schoolbesturen, waardoor de inzet van de gemeente beperkt blijft. Toch blijft de gemeente onmisbaar voor de uitvoering: bij vergunningen, ruimtelijke inpassing, afstemming met beleid en ondersteuning van processen. Daarnaast, het huisvesten van leerlingen is en blijft een wettelijke zorgplicht van de gemeente. Daarom blijft zij optreden als initiator en aanjager, en zet zij zich actief in om schoolbesturen te ondersteunen bij een goede en tijdige uitvoering. Doordat we u jaarlijks informeren over deze voortgang versterkt dat uw rol in de verdere uitvoering van het IHP. 3.1 Het wetsvoorstel Wet planmatige aanpak onderwijshuisvesting (36692) heeft geen invloed op het IHP. Met dit IHP lopen we vooruit op nieuwe landelijke wetgeving. Het wetsvoorstel heeft geen invloed op onderhavig voorstel; het IHP behoeft geen aanpassingen. 3.2 Regelmatige actualisatie houdt het IHP actueel en uitvoerbaar. Het aantal leerlingen, de staat van gebouwen en beleidskeuzes veranderen in de tijd.
Door het IHP elke vier jaar te actualiseren, kunnen we inspelen op nieuwe ontwikkelingen. We doen dit samen met schoolbesturen en kinderopvang. Zo blijft het plan realistisch, haalbaar en afgestemd op de actuele situatie in SchouwenDuiveland. 4.1 Nadere uitwerking geeft grip op uitvoering en keuzes. De raad kiest voor een jaarlijkse rapportage en vierjaarlijkse actualisatie van het IHP. Deze afspraken zorgen voor overzicht en sturing. Om die afspraken goed te kunnen uitvoeren, is verdere uitwerking nodig. Denk aan formats voor rapportages, go/no-go-momenten en heldere afspraken over prioriteiten. Zo houdt ons college en uw raad grip op inhoud, risico's, financiën en planning. Dit maakt tijdig bijsturen mogelijk als de situatie verandert. 5.1 Twee moties worden met dit IHP afgehandeld. Met dit raadsvoorstel en het herijkte IHP kunnen twee moties worden afgehandeld:
• •
de motie 'Wensen en bedenkingen eindrapport onderzoek Regioschool cluster Noord - West’ (9 juli 2020, bijlage 5). de motie ‘Georganiseerd professioneel vervoer’ (4 juli 2022, bijlage 6).
Beide moties stonden in het teken van het streven naar regioscholen waarbij uw raad voor de totstandkoming daarvan nader onderzoek wenste én dit wilde faciliteren via vervoersoplossingen. In het nieuwe IHP is gekozen voor behoud van scholen in de kernen. Daarmee is het uitgangspunt van regioscholen verlaten. Toekomstig onderzoek richt zich op het vernieuwbouwen van de bestaande locaties, niet op verplaatsing. Ook is er geen maatschappelijke vraag meer naar vervoer, zoals eerder bij Zonnemaire. Omdat het idee van regioscholen niet verder is uitgewerkt, is het gevraagde onderzoek naar vervoer niet uitgevoerd. Mocht zich in de toekomst een nieuw (schoolvervoer)initiatief voordoen, dan beoordelen we dat op dat moment. 6.1 Overgangsbudget helpt scholen in afwachting van verbouwing. In het Onderwijsakkoord 2025–2028 is afgesproken dat scholen die wachten op nieuwbouw ondersteuning krijgen. Sommige gebouwen verkeren in zeer slechte staat. Dit belemmert goed onderwijs. Om tijdelijke oplossingen mogelijk te maken, reserveren we een overgangsbudget van € 500.000. Dit overgangsbudget helpt scholen om de periode tot (ver)nieuwbouw te overbruggen. Dit overgangsbudget kan alleen via een voorziening in de zin van de verordening materiële en financiële gelijkstelling onderwijs Schouwen-Duiveland 2010 aan betreffende scholen worden toegekend.
Momenteel werken we deze voorziening uit en leggen we u deze later dit jaar voor ter bekrachtiging. 7.1 De bestemmingsreserve IHP zorgt voor transparante reservering van middelen voor het IHP. Hierdoor kan de raad beter sturen en volgen welke middelen beschikbaar zijn voor IHP-doelen (incidentele kosten en afschrijvingsdekking), zonder vermenging met algemene middelen. Dit versterkt de financiële beheersing en de verantwoording over de inzet van IHP-middelen. Voor het instellen van een nieuwe reserve gelden conform de nota reserves en voorzieningen een aantal criteria, namelijk:
•
Het soort reserve Pagina 4 van 8
• • • •
Het doel van de reserve De gewenste omvang De wijze van toevoegen en onttrekken Eventuele looptijd
In bijlage 7 hebben we deze criteria voor de bestemmingsreserve IHP onderbouwd. 8.1 Hierbij hebben we 50% van de beschikbare algemene reserves ingezet per 31-12-2029. Zoals ook besproken in de commissievergadering van 4 december 2025 is het uitgangspunt dat we de structurele afschrijvingslasten deels dekken uit reserves. We stellen voor om als uitgangspunt te hanteren maximaal 50% van de beschikbare algemene reserves in te zetten voor dekking van afschrijvingslasten, zodat er voldoende vrije weerstandscapaciteit overblijft om andere financiële tegenvallers op te vangen en om de financiële wendbaarheid van de gemeente te behouden. Daarnaast voegen we het restant van de jaren 2027 en 2028 vanuit het bestaande IHP toe aan de bestemmingsreserve IHP. 9.1 Incidentele kosten kunnen we volledig dekken uit reserves. Deze incidentele kosten bestaan uit:
• • •
Incidentele randvoorwaardelijke kosten van € 4.145.500 Incidentele rentelasten van € 1.440.606 Afboeking van bestaande boekwaardes van € 1.293.973
De incidentele rentelasten hebben betrekking op het financieren van de investeringen voordat de investeringen gereed zijn waarna de structurele kapitaallasten ontstaan. Dit is vervolgens afgezet tegen de rente die wij ontvangen op de bank door het lenen van deze middelen. Daarnaast hebben we een analyse gemaakt van de huidige boekwaardes op de scholen. Deze boekwaardes boeken we af zodra we met een school aan de slag gaan. Door deze incidentele kosten te dekken uit de bestemmingsreserve IHP hebben we geen schommelingen in de budgettaire ruimte. 10.1 Dit vermindert het beslag op de budgettaire ruimte. Het overige deel van de bestemmingsreserve IHP van € 13.865.258 zetten we in om de structurele afschrijvingslasten deels te dekken. Uiteindelijk zal er bij de individuele raadsvoorstellen per school een overheveling plaatsvinden vanuit de bestemmingsreserve IHP naar de reserve dekking afschrijvingslasten. Via de reserve dekking afschrijvingslasten dekken we vervolgens (een deel) van de afschrijvingslasten zodat het structurele beslag op de budgettaire ruimte vermindert wordt. 11.1 Een deel van de afschrijvingslasten en de volledige rentelasten kunnen niet worden gedekt uit de reserves. Omdat niet alle afschrijvingslasten kunnen worden gedekt uit de reserves komt een deel ten laste van de budgettaire ruimte.
Rentelasten dekken we niet uit reserves, omdat we enkel een reserve dekking afschrijvingslasten hanteren. De rentelasten komen dus ook volledig ten laste van de budgettaire ruimte. Kanttekeningen 1.1 Herijking van de leerlingenprognose kan gevolgen hebben voor ruimtebehoefte. Het IHP is gebaseerd op de leerlingenprognose van 2024. De herziende leerlingenprognose wordt later opgeleverd. In februari 2026 stelt de Lokale Educatieve Agenda (LEA) de nieuwe prognose vast. Die kan afwijken van de laatste vastgestelde prognose. Dit kan gevolgen hebben voor de benodigde ruimte per school. We houden daar rekening mee bij de verdere uitwerking per locatie. De prognose kijkt naar onder andere herkomstgebieden van leerlingen, het aantal kinderen in de basisschoolleeftijd, en de belangstelling voor scholen. Ook houden we rekening met geplande woningbouwprojecten. Deze hebben direct invloed op het aantal leerlingen in de toekomst. De leerlingenprognose wordt iedere vier jaar herijkt. 1.2 Het rijksoverheidsbeleid kan invloed hebben op het IHP. Maatregelen zoals gratis kinderopvang of nieuwe richtlijnen voor (inclusief) onderwijs hebben directe invloed op ruimtebehoefte en samenwerking. Dit vraagt om monitoring van landelijke ontwikkelingen en flexibiliteit in het uitvoeringsplan.
Pagina 5 van 8
1.3 Zowel de gemeente als de schoolbesturen ontvangen vooralsnog geen aanvullende middelen voor het realiseren van de ambitie voor inclusief onderwijs. We streven naar inclusiever onderwijs en een inclusieve omgeving waarin elk kind zich kansrijk kan ontwikkelen. Inclusiever onderwijs vraagt om flexibele gebouwen waarin op eenvoudige wijze aanpassingen doorgevoerd kunnen worden. Hiervoor zijn extra vierkante meters en/of middelen nodig. Zowel gemeente als schoolbesturen ontvangen hiervoor geen aanvullende middelen, aanvullende voorzieningen en de financiering ervan is daarom maatwerk per situatie. 6.1 Onzekerheid over exacte inzet overgangsbudget. De inzet van het overgangsbudget is afhankelijk van de planning van de schoolbouwprojecten. Het is nu nog niet precies te zeggen waar, wanneer en hoeveel geld nodig is. Hierdoor bestaat het risico dat (een deel van) het budget voorlopig ongebruikt blijft. We volgen de inzet van het budget via de jaarlijkse rapportage over het IHP. Zo blijft de raad goed geïnformeerd en kan tijdig worden bijgestuurd. 11.1 Structurele lasten vragen om integrale financiële afweging Met de vaststelling van het IHP committeert de raad zich aan een aanzienlijke en langdurige investeringsopgave, die leidt tot structurele kapitaallasten. Deze lasten vergroten het reeds bestaande structurele begrotingstekort.
Wanneer deze keuze niet integraal wordt afgewogen in samenhang met andere investeringsopgaven en beleidsambities, wordt het structurele financiële probleem niet alleen groter, maar ook moeilijker oplosbaar. Het is daarom van groot belang dat de financiële gevolgen van het IHP nadrukkelijk worden betrokken bij de verdere doorontwikkeling van de P&C-cyclus en de afwegingen in toekomstige kadernota’s, zodat tijdig en integraal kan worden gestuurd op een duurzaam sluitende meerjarenbegroting. Financiën Begroting Begrotingswijziging Eenmalige lasten Structurele lasten Eenmalige baten Structurele baten Dekking
Niet binnen begroting Ja
Algemene reserve, reserve strategische visie en budgettaire ruimte.
Het Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2025–2041 leidt tot een omvangrijke, meerjarige investeringsopgave. In het financiële overzicht is onderscheid gemaakt tussen investeringen in onderwijshuisvesting (hierna: OND), kinderdagverblijven (KDV) en randvoorwaardelijke kosten (RVK). De RVK betreffen aanvullende kosten bovenop de reguliere investeringskosten, zoals tijdelijke huisvesting, interne uren en overige voorbereidingsen uitvoeringskosten. Voor een totaal financiële overzicht verwijzen we u graag naar bijlage 8. In dit overzicht hebben we ook rekening gehouden met het raadsvoorstel ‘Huisvesting scholen Jenaplanschool JL de Jonge en St. Willibrordusschool’, omdat we dan een totaalbeeld schetsen van de financiële gevolgen van het IHP. Investeringsvolume Het totale investeringsvolume voor het IHP bedraagt circa € 45,6 miljoen (prijspeil inclusief indexering). Dit bedrag is als volgt opgebouwd: • Onderwijshuisvesting (OND): circa € 41,4 miljoen (exclusief RVK); • Randvoorwaardelijke (RVK): circa € 8,3 miljoen, waarvan: • € 4,15 miljoen wordt aangemerkt als investeringslast (en meegenomen in het investeringsvolume); • € 4,15 miljoen wordt aangemerkt als incidentele exploitatielast. Daarnaast hebben we nog te maken met circa € 6,2 miljoen aan kosten voor kinderdagverblijven (KDV), inclusief 100% toerekening van randvoorwaardelijke kosten.
Voor de investeringen in kinderdagverblijven wordt ervan uitgegaan dat de daaruit voortvloeiende kapitaallasten volledig worden gedekt door het in rekening brengen van een kostendekkende huur aan de gebruikers. Overgangsbudget Voor noodzakelijk onderhoud aan bestaande schoolgebouwen wordt een overgangsbudget van € 250.000 per jaar gereserveerd voor de jaren 2027 en 2028. Deze lasten worden gedekt uit de voor het bestaande IHP gereserveerde middelen. De resterende middelen ter hoogte van € 1.429.293 worden toegevoegd aan de bestemmingsreserve IHP.
Pagina 6 van 8
Incidentele lasten De volgende lasten worden als incidenteel aangemerkt:
• • •
50% van de randvoorwaardelijke kosten die worden aangemerkt als incidentele exploitatielasten: € 4.145.500; Incidentele financieringslasten: € 1.440.606; Afboekingen van boekwaarden op bestaande schoolgebouwen: € 1.293.973.
Deze incidentele lasten dekken we volledig uit de bestemmingsreserve IHP. Structurele lasten De structurele kapitaallasten die voortvloeien uit het totale investeringsvolume bedragen bij volledige realisatie maximaal circa € 2,5 miljoen per jaar. Deze lasten bouwen zich geleidelijk op gedurende de uitvoeringsperiode en bereiken hun maximale niveau vanaf circa 2035. Dekking Wij stellen u voor om 50% van het totaal van de algemene reserves (algemene reserve en reserve Strategische Visie) in te zetten ter dekking van het IHP 2025–2041. Dit betreft 50% van € 40.561.568, zijnde de geprognosticeerde stand van deze reserves per ultimo 2029. Van dit bedrag van € 20.280.784 wordt:
• •
een bedrag van € 13.010.977 onttrokken aan de algemene reserve, en een bedrag van € 7.269.808 onttrokken aan de reserve Strategische Visie.
Door het IHP gedeeltelijk te dekken uit deze reserves wordt de druk op de structurele begrotingsruimte vermindert, terwijl tegelijkertijd voldoende financiële weerbaarheid behouden blijft. Deze dekkingswijze sluit aan bij de richtinggevende uitspraak van de commissie Samenleving en Bestuur van 1 december 2025, gedaan op basis van de afwegingen zoals opgenomen in bijlage 6 – Financiële overwegingen bij het IHP 2025–2041. Na deze overheveling blijven de vrij aanwendbare reserves op een niveau dat voldoende is om de in de Programmabegroting 2026–2029 financieel gekwantificeerde risico’s en de daarvoor benodigde weerstandscapaciteit te kunnen opvangen. Uit de bestemmingsreserve IHP worden vervolgens de incidentele lasten gedekt, ter hoogte van € 6.880.079. Daarnaast worden de incidentele lasten van het raadsvoorstel ‘Huisvesting scholen Jenaplanschool JL de Jonge en St. Willibrordusschool’ van € 964.739 gedekt uit de bestemmingsreserve IHP. Verder voegen we het incidentele restantbudget vanuit het vorige IHP van in totaal € 1.429.293 (€ 708.821 in 2027 en € 720.472 in 2028) toe aan de bestemmingsreserve IHP. Daarmee resteert een bedrag van € 13.865.258 in de bestemmingsreserve IHP. In de verdere uitvoering wordt vanuit deze bestemmingsreserve, per feitelijke investering in onderwijshuisvesting, een bedrag overgeheveld naar de reserve dekking afschrijvingslasten.
Wij benadrukken hierbij expliciet dat de bestemmingsreserve IHP uitsluitend is bedoeld voor de dekking van de incidentele kosten en het faciliteren van de dekking van de afschrijvingslasten via overheveling naar de reserve dekking afschrijvingslasten voor zover deze voortvloeien uit investeringen binnen het IHP 2025– 2041. De rentelasten worden, conform de geldende financiële uitgangspunten, volledig gedekt uit de reguliere budgettaire ruimte. Dit geldt eveneens voor de afschrijvingslasten die niet kunnen worden gedekt uit de bestemmingsreserve IHP. Het structurele voordeel door het vervallen van afschrijvingslasten vanwege vervroegd afboeken van bestaande boekwaardes voegen we toe aan de budgettaire ruimte. De totale last per jaar voor de budgettaire ruimte bedraagt hiermee:
• • • • • •
2030: € 918.846 2031: € 1.255.342 2032: € 1.537.101 2033: € 1.616.721 2034: € 1.753.479 2035: € 1.886.772
Belangrijk is daarbij op te merken dat deze lasten grotendeels bestaan uit rentelasten. In het IHP wordt uitgegaan van een rekenrente van 2,7%, conform de Kadernota 2026–2029. Fluctuaties in deze rekenrente kunnen leiden tot substantiële verschuivingen in de kapitaallasten, zowel positief als negatief. Effect van de investeringen op de schuldpositie
Pagina 7 van 8
Onder bijlage 10 vindt u een uitwerking over het effect van de investeringen op de schuldpositie van de gemeente. Wij voldoen hiermee aan het bepaalde in artikel 5, lid 7, van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie van de gemeente Schouwen-Duiveland 2025. Communicatie Na vaststelling van het IHP informeren we de schoolbesturen, kinderopvangorganisaties en dorpsraden over het besluit. Ook ontvangen de direct betrokken partijen bericht over de vervolgstappen zoals weergegeven onder Uitvoering. De gemeente deelt het besluit openbaar via de website en gemeentepagina. In de jaarlijkse rapportage houden we de raad en partners op de hoogte van de voortgang. Uitvoering Het IHP 2026–2041 geeft richting voor de komende vijftien jaar. Voor de eerste vier jaar is een vast investeringsprogramma opgenomen. Na vaststelling van het IHP werkt de gemeente samen met schoolbesturen en kinderopvangorganisaties aan een projectorganisatie. De bedoeling is om samen één organisatie op te zetten die de uitvoering aanstuurt. In deze organisatie leggen we duidelijk vast wie welke rol en verantwoordelijkheid heeft. Dit doen we in lijn met de Wet op het Primair Onderwijs (WPO). De projectorganisatie wordt vóór het zomerreces van 2026 ingericht.
Na vaststelling van het IHP en in lijn met het Meerjarenplan en -programma 2026–2041, legt ons college in 2026 de eerste plannen voor de realisatie van schoolgebouwen, ter besluitvorming aan uw raad voor. Daarnaast wordt de verordening materiële en financiële gelijkstelling onderwijs Schouwen-Duiveland 2010 aangepast. Het IHP bevat nieuwe onderdelen die een plek moeten krijgen in de bijlage van deze verordening:
• • •
het overgangsbudget, om scholen tijdelijk te ondersteunen tot de vernieuwbouw. voorzieningen voor inclusief onderwijs, zoals toegankelijkheid en extra ondersteuning. het speellokaal+, een grotere en multifunctionele ruimte binnen het schoolgebouw.
Deze nieuwe voorzieningen zijn nu nog niet opgenomen in de bijlage van de verordening. Aanpassing is nodig om deze kosten rechtmatig te kunnen vergoeden. Momenteel werken we deze voorzieningen uit en leggen we u deze later dit jaar voor ter bekrachtiging. Bijlagen
• • • • • • • • • •
Bijlage 1_Raadsbrief Nieuw Integraal Huisvestingsplan onderwijs Bijlage 2_Definitief IHP d.d. 8 januari 2026 Bijlage 3_ IHP Schouwen Duivenland - factsheets Bijlage 4a-d_Reacties dorpsraden Bijlage 5_Motie Wensen en bedenkingen eindrapport onderzoek Regioschool cluster Noord - West Bijlage 6_Georganiseerd professioneel vervoer Bijlage 7_Onderbouwing bestemmingsreserve IHP 2026-2041 Bijlage 8_Financiële gevolgen IHP Bijlage 9_Memo Risico’s en aandachtspunten IHP Bijlage 10_Memo effecten op de schuldpositie en kengetallen
Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland, S.J.A. Bronsveld
J.Chr. van der Hoek MBA
Secretaris
Burgemeester
Pagina 8 van 8