CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1639122 Bijlage 7 BOPA - Rapport nader onderzoek ecologie Weelstraat en omgeving Oosterland

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Adviesrecht omgevingsvergunning tijdelijke huisvesting basisscholen en kinderopvang Oosterland (1639122)4.428 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Rapport nader onderzoek ecologie Weelstraat en omgeving te Oosterland

Status van het document:

Definitief Datum:

13-11-2025

Sweco Nederland B.V. Onderwerp Projectnummer Klant Auteur Kwaliteitscontrole Vrijgegeven door Datum Documentreferentie

Handelsregister 30129769 Nader onderzoek ecologie 51030301-001 Gemeente Schouwen-Duiveland Izak Weststrate Daniëlle Koopman Olaf Streng 01-07-2025 NL25-648800269-154244

2/19

Inhoudsopgave 1 2

Inleiding ......................................................................................................................... 4 Gebiedsbeschrijving ...................................................................................................... 5 2.1 Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving ................................................. 5

3

Onderzoeksmethodiek .................................................................................................. 6 3.1 Methodiek huismus ............................................................................................. 6 3.2 Methodiek vleermuizen ....................................................................................... 6 3.3 Methodiek kleine marterachtigen ........................................................................ 7

4

Onderzoeksresultaten ................................................................................................... 8 4.1 Huismus .............................................................................................................. 8 4.2 Vleermuizen ........................................................................................................ 9 4.2.1 Paarterritoria binnen de onderzoekslocatie ........................................... 9 4.2.2 Verblijfplaatsen op de onderzoekslocatie .............................................. 9 4.3 Kleine marterachtigen ....................................................................................... 10

5

Toetsing aan wet- en regelgeving ............................................................................... 12 5.1 Huismus ............................................................................................................ 12 5.2 Vleermuizen ...................................................................................................... 12 5.3 Kleine marterachtigen ....................................................................................... 13 5.4 Algemene zorgplicht .......................................................................................... 13

6

Conclusies en aanbevelingen ..................................................................................... 14 Geraadpleegde bronnen ............................................................................................. 16 Verklarende woordenlijst ............................................................................................. 17

3/19

1

Inleiding

Sweco heeft van gemeente Schouwen-Duiveland het verzoek gekregen voor het uitvoeren van een nader onderzoek ecologie aan de Weelstraat e.o. in Oosterland.

Het onderzoek wordt uitgevoerd in het kader van de voorgenomen herontwikkeling, sloop en nieuwbouw op de onderzoekslocatie en het onderzoek wordt uitgevoerd naar aanleiding van de resultaten van de quickscan natuurwaarden die Sweco in 2025 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 51030301, versie 2, d.d. 7 mei 2025).

Sweco is lid van de branchevereniging Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens de door het Netwerk opgestelde gedragscode en protocollen. Sweco werkt volgens een dynamisch kwaliteits- en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits- en milieuhandboek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001.

Sweco | Rapport nader onderzoek ecologie Weelstraat en omgeving te Oosterland Datum 13-11-2025 Documentreferentie NL25-648800269-154244

2

Gebiedsbeschrijving

2.1

Huidig gebruik onderzoekslocatie en omgeving

De onderzoekslocatie (± 1,9 ha) ligt aan de Weelstraat en omgeving te Oosterland. In figuur 2.1 is de onderzoekslocatie weergegeven.

Figuur 2.1

Topografische ligging van de onderzoekslocatie.

De onderzoekslocatie betreft een terrein bebouwd met twee basisscholen en een kinderopvang. De Oosterburcht (zuidelijke gebouw) is gelijkvloers en is opgetrokken uit baksteen. De school heeft een plat bitumen dak. De school die ten noorden van de sporthal ligt (Bogermanschool) is opgetrokken uit bakstenen. Het grootste gedeelte van de school heeft een plat, bitumen dak. Verspreid over de school zijn enkele ‘koepels’ aanwezig die boven het platte dak uitsteken. Rondom beide scholen bevindt zich een schoolplein met speeltoestellen en wat groen. Daarnaast is aan de randen van de pleinen een groenstrook met bomen en struiken aanwezig. Ten westen, zuiden en oosten zijn woonwijken gelegen. Dit betreffen voornamelijk rijtjeswoningen en twee-onder-een-kapwoningen met een dakpannen zadeldak.

De initiatiefnemer is voornemens de huidige bebouwing te slopen en nieuwbouw te realiseren.

Sweco | Rapport nader onderzoek ecologie Weelstraat en omgeving te Oosterland Datum 13-11-2025 Documentreferentie NL25-648800269-154244

3

Onderzoeksmethodiek

Uit de quickscan Wet natuurbescherming die Sweco in 2025 op de onderzoekslocatie heeft uitgevoerd (rapport 51030301, versie 2, d.d. 7 mei 2025) blijkt dat er nader onderzoek benodigd is naar vleermuizen, huismus en kleine marters.

Vanwege opdrachtverlening kort op het veldwerkseizoen van de vleermuis zijn de zomer- en kraamrondes voor de vleermuizen alleen uitgevoerd op het zuidwestelijke deel van de onderzoekslocatie bij de Oosterburcht en Kibeo. De paarrondes in het najaar zijn wel uitgevoerd op de volledige onderzoekslocatie. De zomer- en kraamrondes op het noordoostelijke deel (Bogermangschool en Elorah) zullen in het voorjaar van 2026 worden uitgevoerd. Dan zal deze rapportage worden aangevuld met de nieuwe gegevens. Dit betreft alleen het onderzoek voor vleermuizen. Het marteronderzoek en huismusonderzoek is voor de volledige onderzoekslocatie uitgevoerd.

3.1

Methodiek huismus

Voor het onderzoek naar de huismus werden tussen 1 april en 15 mei twee veldbezoeken uitgevoerd. Tijdens de veldbezoeken werd gezocht naar roepende huismussen. Mannetjes huismussen roepen met name in het voorjaar ('s ochtends) vaak vanaf de dakranden/goten waar hun nesten zich bevinden. Bij het aantreffen van roepende mannetjes wordt aangenomen dat zich onder het betreffende dak één of meerdere nesten bevinden. Tevens is tijdens de rondes in de ochtend gelet op huismussen die (met nestmateriaal) onder dakpannen of andere nestlocaties verdwijnen. Behalve op de onderzoekslocatie, is ook de directe omgeving onderzocht op de aanwezigheid of geschiktheid van de bebouwing voor huismussen. De onderzoeksopzet is conform hetgeen wat voorgeschreven is in het kennisdocument voor de huismus (BIJ12, versie 2.1 februari 2023).

Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van huismussen gunstig. De windsnelheid was tijdens beide rondes onder de 4 Bft. Daarnaast was er tijdens de veldbezoeken geen sprake van temperaturen onder nul of hittegolven. In tabel 4.1 zijn de weersomstandigheden per veldbezoek weergegeven. Tabel 4.1

Omstandigheden nader onderzoek huismus.

Datum

Tijd

Temperatuur

Weersomstandigheden

25 april 2025

08:00 - 9:00

7 oC

helder, wind 5 m/s, droog

12 mei 2025

08:00 – 9:00

9 oC

helder, wind 9 m/s, droog

3.2

Methodiek vleermuizen

Voor het onderzoek naar vleermuizen zijn in de periode half april tot oktober in totaal zes veldbezoeken in de avonduren en/of ochtenduren uitgevoerd. De onderzoeksinspanning is gebaseerd op de functies zomerverblijfplaats, kraamverblijf en paarverblijf/baltsplaats voor de gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, meervleermuis (sattelietverblijf), gewone grootoorvleermuis en laatvlieger. Het protocol heeft tot doel het belang van de functies van onderzoekslocaties voor soorten vleermuizen effectief en efficiënt vast te stellen dan wel uit te sluiten. Doordat vleermuizen iedere (verblijfs)functie slechts een beperkte periode van het jaar gebruiken, is onderzoek naar alle op de onderzoekslocatie mogelijke functies noodzakelijk. Iedere (verblijfs)functie afzonderlijk geniet een jaarronde bescherming. De

Sweco | Rapport nader onderzoek ecologie Weelstraat en omgeving te Oosterland Datum 13-11-2025 Documentreferentie NL25-648800269-154244

inventarisatiemethode is conform het protocol voor vleermuisonderzoek (versie juli 2021), dat is opgesteld door het vleermuisvakberaad van het Netwerk Groene Bureaus.

Voor het onderzoek is gebruik gemaakt van professionele batdetectors met opnamemogelijkheid. Op basis van de geluidsfrequenties en ritmes kunnen verschillende soorten vleermuizen worden onderscheiden. De opnamemogelijkheid is belangrijk omdat de geluidsopnames kunnen worden gebruikt voor het determineren van soorten die op basis van hun geluid moeilijk zijn te onderscheiden (met name Myotis-soorten) en waarbij het sonogram uitsluitsel kan geven. Hierbij is gebruik gemaakt van analyseprogramma Batexplorer.

Tijdens de veldbezoeken waren de weersomstandigheden voor het waarnemen van vleermuizen gunstig. Tijdens geen van de veldbezoeken was de temperatuur lager dan 14 ºC. De windsnelheid lag beneden de 3 Bft. en er was geen sprake van neerslag. In tabel 4.2 zijn de weersomstandigheden per veldwerkronde weergegeven.

Tabel 4.2

Omstandigheden nader onderzoek vleermuis

Soort (groep)

Datum

Tijd

Temperatuur o

Weersomstandigheden

vleermuizen

19 juni 2025

22:05 - 00:35

21 C

droog, helder, wind 3 bft

vleermuizen

20 juni 2025

02:25 - 05:25

16 oC

droog, helder, wind 2 bft

vleermuizen

14 juli 2025

22:09 - 00:39

16 oC

droog, helder, wind 3 bft

02:29 - 05:29

o

14 C

droog, helder, wind 3 bft

o

vleermuizen

15 juli 2025

vleermuizen

19 augustus 2025

21:58 - 00:13

17 C

droog, half bewolkt, wind 3 bft

vleermuizen

18 september 2025

20:51 - 22:51

18 oC

droog, bewolkt, wind 3 bft

3.3

Methodiek kleine marterachtigen

Voor het onderzoek naar de bunzing, hermelijn en wezel zijn wildcamera’s verspreid over het onderzoeksgebied geplaatst. In het eerste veldbezoek is gekeken waar potentiële essentiële verbindingszones zich bevinden. Vervolgens zijn wildcamera’s strategisch geplaatst om de functie van het onderzoeksgebied voor kleine marterachtigen aan te tonen dan wel uit te sluiten. Met twee wildcamera's (struikrover en mostella) gedurende 8 weken in de periode 12 september 2025 tot en met 7 november 2025 is de functie van het plangebied onderzocht. Na 4 weken (op 10 oktober 2025) zijn de camera’s verplaatst. Het onderzoek is uitgevoerd conform het kennisdocument kleine marterachtigen (BIJ12, 2024).

Sweco | Rapport nader onderzoek ecologie Weelstraat en omgeving te Oosterland Datum 13-11-2025 Documentreferentie NL25-648800269-154244

4

Onderzoeksresultaten

4.1

Huismus

In het onderzoeksgebied zijn tijdens beide veldbezoeken huismussen waargenomen op de onderzoekslocatie. Op de onderzoekslocatie zijn echter geen nestlocaties aanwezig. Wel worden de bosschages op de onderzoekslocatie (zie figuur 4.1) gebruikt als kwetterplek en wordt het schoolplein rondom de Bogermanschool gebruikt als foerageerplek. Aan de overzijde van de Weelstraat, tegenover de Bogermanschool zijn rijtjeshuizen (zie figuur 4.2) aanwezig waar een kolonie huismussen aanwezig is. Rondom deze huizen is relatief weinig groen aanwezig. Deze huismussen maken gebruik van de groenstroken en bosschages op de onderzoekslocatie als foerageerlocatie en als kwetterplaats.

Figuur 4.1 Waarnemingen huismus tijdens veldwerkseizoen 2025.

Sweco | Rapport nader onderzoek ecologie Weelstraat en omgeving te Oosterland Datum 13-11-2025 Documentreferentie NL25-648800269-154244

Figuur 4.2 De Weelstraat met rechts de Ds. J. Bogermanschool en links de woningen waarin zich een huimussenkolonie bevindt.

4.2

Vleermuizen

4.2.1

Paarterritoria binnen de onderzoekslocatie

Tijdens de vleermuisonderzoeksrondes in de paarperiode (19 augustus en 18 september 2025) zijn op de onderzoekslocatie twee paarterritoria van de gewone dwergvleermuis aangetroffen (figuur 4.3). Door het constante geroep en het eenduidige vliegpatroon van de paarroepende gewone dwergvleermuizen kan er worden gesproken van twee paarterritoria op de onderzoekslocatie (figuur 4.3). Tijdens deze rondes zijn geen invliegende vleermuizen waargenomen. Wel zijn enkele foeragerende gewone dwergvleermuizen waargenomen rondom de groenstroken. Deze vleermuizen vertoonden geen gebouwgebonden gedrag en maakten geen paarroepjes.

4.2.2

Verblijfplaatsen op de onderzoekslocatie

Tijdens de vleermuisrondes in de kraam/zomerperiode zijn de volgende vleermuissoorten waargenomen: gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger. Tijdens de avondbezoeken in de kraam- en zomerperiode (19 juni, 14 juli 2025) zijn binnen de onderzoekslocatie geen aantikkende, invliegende, uitvliegende en/of zwermende vleermuizen waargenomen bij de aangewezen potentiële verblijfplaatsen. Wel zijn enkele overvliegende vleermuizen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis en laatvlieger) waargenomen. Deze vleermuizen vertoonden geen gebouwgebonden gedrag. Tijdens het ochtendbezoek in de kraam- en zomerperiode op 15 juli 2025 zijn vier invliegende gewone dwergvleermuizen waargenomen op het binnenplein van de Oosterburcht onder hetzelfde boeiboord (zie figuur 4.3). Over het algemeen worden de jongen in een kraamverblijf om de paar uur gezoogd. Dit betekent dat de vleermuizen meerdere keren tijdens een onderzoeksronde in- en uitvliegend waargenomen kunnen worden, wat hier bij geen enkele ronde het geval is geweest. Tevens zijn tijdens de twee avondbezoeken op 19 juni en 14 juli over de gehele avond geen vleermuizen in- en uitvliegend waargenomen bij de desbetreffende panden. Zoals gesteld in het Kennisdocument Gewone dwergvleermuis van BIJ12 bestaan kraamverblijfplaatsen namelijk typerend uit 20 tot 120 individuen.

Er wordt vanuit gegaan dat het om een zomerverblijf gaat en geen kraamverblijf van de gewone dwergvleermuis. Een deel van het onderzoek naar kraam- en zomerverblijfplaatsen (ter plaatse van de Ds. J. Bogermanschool) naar vleermuizen wordt uitgevoerd tijdens het veldseizoen van 2026. Deze rapportage zal worden aangevuld met de resultaten van dit veldwerk.

Sweco | Rapport nader onderzoek ecologie Weelstraat en omgeving te Oosterland Datum 13-11-2025 Documentreferentie NL25-648800269-154244

Figuur 4.3 Resultaten vleermuisonderzoek veldwerkseizoen 2025.

4.3

Kleine marterachtigen

Binnen het plangebied zijn een mostela en een struikrover geplaatst. In figuur 4.4 is weergegeven waar de camera’s zijn geplaatst. Op beide camera’s zijn geen marterachtigen waargenomen. Ook zijn er tijdens het veldonderzoek geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van kleine marterachtigen. Wel zijn de volgende soorten waargenomen: egel, heggenmus, zanglijster, koolmees en roodborst. Deze dieren kunnen tijdens de sloopwerkzaamheden aanwezig zijn in het plangebied. In het kader van de zorgplicht dient er rekening te worden gehouden met aanwezige fauna in het plangebied tijdens de werkzaamheden

Sweco | Rapport nader onderzoek ecologie Weelstraat en omgeving te Oosterland Datum 13-11-2025 Documentreferentie NL25-648800269-154244

Figuur 4.4 Plaatsing wildcamera’s ten behoeve van onderzoek naar kleine marterachtigen in het veldwerkseizoen van 2025.

Sweco | Rapport nader onderzoek ecologie Weelstraat en omgeving te Oosterland Datum 13-11-2025 Documentreferentie NL25-648800269-154244

5

Toetsing aan wet- en regelgeving

5.1

Huismus

De huismus valt onder het beschermingsregime van de Vogelrichtlijn ondergebracht in paragraaf 11.2.2 (Bal). Het is verboden de voortplantings- en rustplaatsen te beschadigen of te vernielen en de nesten mogen niet worden weggenomen.

Uit het uitgevoerde onderzoek is gebleken dat er op de onderzoekslocatie geen nestlocaties van de huismus aanwezig zijn. Wel zijn op de onderzoekslocatie een kwetterplaats en foeragerende huismussen aangetroffen. De kwetterplaats en het foerageergebied zullen door de sloop en nieuwbouw op de onderzoekslocatie niet verdwijnen, aangezien deze bomen en struiken niet worden gekapt. Mogelijk zal er enige mate van verstoring plaatsvinden tijdens de werkzaamheden. In de omgeving is echter voldoende alternatief aanwezig, zoals de groenstroken aan de noordzijde van de onderzoekslocatie, waardoor het foerageergebied en de kwetterplaats niet als essentieel worden beschouwd.

Omdat de onderzoekslocatie geen beschermde functie heeft voor de huismus is er geen sprake van overtreding van de Omgevingswet ten aanzien van de huismus als gevolg van de werkzaamheden. De werkzaamheden kunnen uitgevoerd worden zonder verdere maatregelen te treffen ten aanzien van de huismus.

5.2

Vleermuizen

Alle vleermuissoorten vallen onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn en de conventie van Bonn, in de Omgevingswet ondergebracht in paragraaf 11.2.3 (Bal). De schadelijke handelingen die van toepassing zijn op de vleermuizen betreffen het opzettelijk verstoren, doden of vangen van de dieren en het beschadigen of vernielen van de rust- en voortplantingsplaatsen.

Bij de sloop van de bebouwing is het niet te voorkomen dat wegnemen, vernielen of beschadigen optreedt, van een zomerverblijfplaats van vier gewone dwergvleermuizen en twee paarterritoria met daarbij behorende paarverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis waardoor artikel 11.46, lid 1d (Bal) wordt overtreden. Door het treffen van maatregelen kan de functionaliteit voor de soort behouden blijven. Hiermee wordt overtreding van de Omgevingswet echter niet voorkomen en is een omgevingsvergunning noodzakelijk.

Artikel 11.46 lid 1b betreft het opzettelijk verstoren van dieren. Bij het wegjagen van een vleermuis, als gevolg van de sloop/renovatie is sprake van voorwaardelijke opzet is het artikel van kracht, echter heeft het verjagen niet tot doel om de staat van instandhouding negatief te beïnvloeden, maar juist om doden en verwonden te voorkomen. Juridisch gezien is sprake van overtreding van het verbodsartikel, zodat een omgevingsvergunning noodzakelijk is.

In de omgeving kunnen vleermuizen foerageren. Om verstoring van potentieel essentieel foerageergebied te voorkomen dienen maatregelen getroffen te worden. Deze maatregelen worden beschreven in hoofdstuk 6.

Sweco | Rapport nader onderzoek ecologie Weelstraat en omgeving te Oosterland Datum 13-11-2025 Documentreferentie NL25-648800269-154244

5.3

Kleine marterachtigen

Kleine marters zijn beschermde inheemse diersoorten volgens artikel 11.54 van de Omgevingswet. Het is hierdoor verboden om de soorten in hun natuurlijk verspreidingshabitat opzettelijk te doden en vangen, alsook om vaste rustplaatsen en essentieel functioneel leefgebied van de soorten te beschadigen of vernielen.

Uit het verrichte onderzoek is gebleken dat geen van de onderzochte soorten op de onderzoekslocatie aanwezig zijn. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden is daarom geen sprake van het optreden van schadelijke handelingen die leiden tot een vergunningsplichtig geval ten aanzien van kleine marterachtigen.

5.4

Algemene zorgplicht

Het is in het kader van de zorgplicht noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen.

Sweco | Rapport nader onderzoek ecologie Weelstraat en omgeving te Oosterland Datum 13-11-2025 Documentreferentie NL25-648800269-154244

6

Conclusies en aanbevelingen

Sweco heeft in opdracht van gemeente Schouwen-Duiveland een nader onderzoek ecologie uitgevoerd aan de Weelstraat en omgeving in Oosterland.

De onderzoekslocatie betreft een terrein bebouwd met twee basisscholen en een kinderopvang. De Oosterburcht (zuidelijke gebouw) is gelijkvloers en is opgetrokken uit baksteen. De school heeft een plat bitumen dak. De school die ten noorden van de sporthal ligt (Bogermanschool) is opgetrokken uit bakstenen. Het grootste gedeelte van de school heeft een plat, bitumen dak. Verspreid over de school zijn enkele ‘koepels’ aanwezig die boven het platte dak uitsteken. Rondom beide scholen bevindt zich een schoolplein met speeltoestellen en wat groen. Daarnaast is aan de randen van de pleinen een groenstrook met bomen en struiken aanwezig. Ten westen, zuiden en oosten zijn woonwijken gelegen. Dit betreffen voornamelijk rijtjeswoningen en twee-onder-een-kapwoningen met een dakpannen zadeldak.

Op de onderzoekslocatie zijn geen verblijfplaatsen van huismus aangetroffen. Wel wordt de onderzoekslocatie gebruikt als foerageergebied en zijn er kwetterplaatsen aanwezig op de onderzoekslocatie. Deze kwetterplaatsen en dit foerageergebied is niet essentieel voor de huismus. Daarnaast zullen er voor de ingreep geen bomen of struiken worden verwijderd, waardoor de kwetterplaatsen niet verloren zullen gaan. Op de onderzoekslocatie zijn twee paarterritoria met twee paarverblijven (Bogermanschool) en één zomerverblijfplaats met daarin vier gewone dwergvleermuizen (Oosterburcht) van de gewone dwergvleermuis aanwezig op de onderzoekslocatie.

De onderzoekslocatie vervult geen functie voor kleine marterachtigen.

Conclusie Oosterburcht Er dient een Omgevingsvergunning te worden aangevraagd voor een flora- en fauna-activiteit (artikel 11.46 lid 1, Bal) ten aanzien van het verstoren en/of het beschadigen of verwijderen van vier zomerverblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis ter plaatse van de Oosterburcht.

Algemene aanbevelingen Het wordt aangeraden vleermuisvriendelijke verlichting toe te passen gedurende de actieve periode van vleermuizen (april t/m oktober) tussen zonsondergang en zonsopkomst tijdens de werkzaamheden en in de voorgenomen nieuwe situatie, om verstoring van in de omgeving verblijvende en foeragerende vleermuizen te voorkomen. Vleermuisvriendelijke verlichting kan toegepast worden door verlichtingsarmaturen te gebruiken die naar beneden schijnen en daarmee zo min mogelijk strooilicht veroorzaken, of andere vleermuisvriendelijke verlichting (amberkleurig) toe te passen.

Voor de algemene broedvogelsoorten die op de onderzoekslocatie zijn te verwachten geldt dat, indien de werkzaamheden buiten het broedseizoen worden uitgevoerd, er geen overtredingen plaats zullen vinden met betrekking tot deze soorten. Artikel 11.37 (Bal) (Het is verboden nesten te beschadigen, te vernielen of weg te nemen) is van toepassing. De nesten mogen echter wel worden weggenomen wanneer deze op dat moment niet in gebruik zijn. In de Omgevingswet wordt geen vaste periode gehanteerd voor het broedseizoen. Globaal kan voor het broedseizoen de periode maart tot eind augustus worden aangehouden. Geldend is echter de aanwezigheid van een broedgeval op het moment van ingrijpen.

Sweco | Rapport nader onderzoek ecologie Weelstraat en omgeving te Oosterland Datum 13-11-2025 Documentreferentie NL25-648800269-154244

Voor de te verwachten algemene amfibieën en zoogdieren geldt dat de werkzaamheden mogelijk verstorend kunnen werken. Als gevolg van graafwerkzaamheden kunnen dieren verwond of gedood worden en holen kunnen worden verwijderd. Dit houdt een overtreding van artikel 11.54 (Bal) in. Voor de te verwachten soorten geldt, op grond van het provinciale soortenbeleid, bij ruimtelijke ontwikkelingen echter een vrijstelling, waardoor geen vergunning hoeft te worden aangevraagd. Het is echter in het kader van de zorgplicht wel noodzakelijk om voldoende zorg te dragen voor de aanwezige individuen en al het redelijkerwijs mogelijke dient gedaan te worden om het doden van individuen te voorkomen.

Ondanks dat aan de vereiste onderzoeksinspanning is voldaan, kan het nooit volledig worden uitgesloten dat een incidentele verblijfsfunctie van één of enkele beschermde individuen wordt gemist. Het protocollair onderzoek blijft een reeks van momentopnamen, waardoor niet elke avond en/of ochtend gedurende het seizoen onderzoek plaats kan vinden. Wanneer tijdens de werkzaamheden onverhoopt toch (verblijfplaatsen van) één of meerdere huismussen of vleermuizen worden aangetroffen op onverwachte plekken, dienen de verstorende renovatiewerkzaamheden ter plaatse tijdelijk te worden gestaakt en dient in eerste instantie contact te worden opgenomen met Sweco of een lokale huismus- en/of vleermuisdeskundige. In overleg zal vervolgens worden bepaald hoe verder gehandeld dient te worden en welke eventuele maatregelen getroffen moeten worden.

Conclusie Bogermanschool en overige terrein Ter plaatse van de Bogermanschool zijn tijdens de veldwerkrondes in het paarseizoen twee paarverblijfplaatsen aangetroffen. Het veldwerk tijdens de zomer/kraam periode zal volgend jaar worden uitgevoerd. Deze gegevens zullen daarna worden toegevoegd aan deze rapportage. Voor het verlies van de twee paarverblijfplaatsen door de geplande sloop van de Bogermanschool zal in de toekomst, los van de aanvraag voor de Oosterburcht, een Omgevingsvergunning moeten worden aangevraagd.

Sweco | Rapport nader onderzoek ecologie Weelstraat en omgeving te Oosterland Datum 13-11-2025 Documentreferentie NL25-648800269-154244

Geraadpleegde bronnen BIJ12 (2023a). Kennisdocument huismus. Opgehaald van https://www.bij12.nl/wpcontent/uploads/2023/02/Kennisdocument -Huismus-versie-2.1-februari-2023.pdf

BIJ12 (2023b). Kennisdocument gierzwaluw. Opgehaald van https://www.bij12.nl/wp-content/uploads/ 2023/07/ Kennisdocument-Gierzwaluw-2.0-juli-2023.pdf

BIJ12 (2024). Kennisdocument gewone dwergvleermuis. Opgehaald van https://www.bij12.nl/wpcontent/uploads/2024/04/Kennisdocument-Gewone-dwergvleermuis-versie-2.0.pdf

BIJ12 (2024). Kennisdocument kleine marterachtigen. Opgehaald https://www.bij12.nl/wpcontent/uploads/2024/01/Kennisdocument-kleine-marterachtigen-v1-1-2.pdf

Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus (2021). Vleermuisprotocol 2021. Opgehaald van https://netwerkgroenebureaus.nl/vleermuisprotocol.

Sweco | Rapport nader onderzoek ecologie Weelstraat en omgeving te Oosterland Datum 13-11-2025 Documentreferentie NL25-648800269-154244

Verklarende woordenlijst Activiteitenplan Een activiteitenplan dient als begeleidend document voor een vergunningssaanvraag. In het activiteitenplan zijn maatregelen verwoord waarmee de functionaliteit van een rust- of voortplantingsplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen.

Broedseizoen Voor het broedseizoen staat in de wet geen vaste periode. De looptijd verschilt per soort en varieert per jaar. Veel vogelsoorten broeden ongeveer tussen 15 maart 1 september.

Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring.

Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000-gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" genoemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstellingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied.

Foerageergebied Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt.

Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied).

Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of voortplantingsplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wanneer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eieren te leggen en jongen groot te brengen.

Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype.

Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten.

Kraamkolonie De kraamkolonie bestaat uit alle vruchtbare vrouwtjes binnen een kolonie vleermuizen een kraamkolonie bestaat uit meerdere kraamgroepen.

Kraamverblijfplaats

Sweco | Rapport nader onderzoek ecologie Weelstraat en omgeving te Oosterland Datum 13-11-2025 Documentreferentie NL25-648800269-154244

Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de vrouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kan oplopen tot meerdere honderden exemplaren.

Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water. Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of opgaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelijke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat voldoet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap.

Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren.

Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen.

Omgevingsvergunning Het onderdeel soortbescherming onder de Omgevingswet heeft als om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Omgevingswet een aantal schadelijke handelingen. Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een omgevingsvergunning benodigd zijn. Een omgevingsvergunning is een besluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt.

Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijfplaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken.

Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïsoleerd is van andere zulke groepen.

Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zeldzaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen. Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Omgevingswet. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten.

Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Omgevingswet significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000-gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toepassing van het beschermingsregime voor Natura 2000gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of

Sweco | Rapport nader onderzoek ecologie Weelstraat en omgeving te Oosterland Datum 13-11-2025 Documentreferentie NL25-648800269-154244

kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhoudingsdoelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen.

Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de levenscyclus van een individu. De Omgevingswet omschrijft niet exact wat een vaste rust- of voortplantingsplaats is. Dit is soortafhankelijk.

Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden.

Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen.

Zomerverblijfplaats Buiten de kraamperiode worden deze door groepjes vrouwtjes en jongen gebruikt, in de kraamperiode door individuele mannetjes.

Sweco | Rapport nader onderzoek ecologie Weelstraat en omgeving te Oosterland Datum 13-11-2025 Documentreferentie NL25-648800269-154244

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16409583/1