1639122 Bijlage 6 BOPA - Stikstofberekening Tijdelijke huisvesting, KuiperCompagnons
Tekst van het document
Stikstofdepositie-onderzoek 'Tijdelijke Huisvesting Scholen / Kinderopvang, Oosterland' Gemeente Schouwen-Duiveland
STIKSTOFDEPOSITIE-ONDERZOEK 'TIJDELIJKE KINDEROPVANG, OOSTERLAND' GEMEENTE SCHOUWEN-DUIVELAND Werknummer
625.125.20
Opdrachtgever
Gemeente Schouwen-Duiveland
Contactpersoon
de heer R. de Winter
Datum
18 november 2025
HUISVESTING
SCHOLEN
/
Projectverantwoordelijke:
mevrouw F.M. Fresen BBE
Behandeld door:
de heer ir. M.J. van Wijngaarden
Telefoonnummer
010 - 433 00 99
File: j:\625\125\20\3 projectresultaat\milieu\stikstof\rapport\62512520 stikstof tijdelijke huisvesting 20251118.docm
Inhoudsopgave
blz
1
Inleiding ......................................................................................................................................... 1
2
Wettelijk kader .............................................................................................................................. 2 2.1 Habitatrichtlijn ............................................................................................................................ 2 2.2 Omgevingswet ............................................................................................................................ 2 2.3 Vergunningplicht ......................................................................................................................... 3 2.4 Effectbeoordeling ....................................................................................................................... 3
3
Situatiebeschrijving ........................................................................................................................ 4 3.1 Projectbeschrijving...................................................................................................................... 4 3.2 Ligging project ten opzichte van Natura 2000-gebieden ............................................................ 4
4
Uitgangspunten .............................................................................................................................. 5 4.1 Algemeen .................................................................................................................................... 5 4.2 Gebruiksfase algemeen ............................................................................................................... 6 4.3 Aanlegfase algemeen .................................................................................................................. 7 4.4 Aanleg en gebruik jaar 1 (juni 2026 - mei 2027) ......................................................................... 7 4.5 Aanleg en gebruik jaar 2 (juni 2027 - mei 2028) ......................................................................... 8 4.6 Gebruik en demontage jaar 3 (juni 2028 - begin 2029) .............................................................. 9
5
Berekeningsresultaten ................................................................................................................. 11
6
Conclusie ...................................................................................................................................... 12
Bijlagen Bijlage 1 Inzet mobiele installaties en verkeersproductie in de aanlegfase Bijlage 2 AERIUS-berekening jaar 1 Bijlage 3 AERIUS-berekening jaar 2 Bijlage 4 AERIUS-berekening jaar 3
1
Inleiding In opdracht van de gemeente Schouwen-Duiveland is door KuiperCompagnons een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd voor het project 'Tijdelijke Huisvesting Scholen / Kinderopvang, Oosterland' in Schouwen-Duiveland. Het voornemen is om aan de Weelstraat in Oosterland tijdelijke huisvesting voor een tweetal scholen en voor kinderopvang te realiseren. In afbeelding 1 is de ligging van het project weergegeven.
Afbeelding 1: Ligging project.
In deze rapportage is de stikstofdepositie in zowel de aanlegfase als gebruiksfase van de tijdelijke huisvesting beschouwd. Beoordeeld is of sprake is van een toename van de stikstofdepositie ter plaatse van stikstofgevoelige habitats gelegen binnen Natura 2000-gebieden in de omgeving van het project. Leeswijzer Dit rapport bestaat uit zes hoofdstukken, waarvan hoofdstuk 1 deze inleiding is. In hoofdstuk 2 is het wettelijk kader beschreven. In hoofdstuk 3 is de situatiebeschrijving gegeven voor wat betreft het project en de situatie ten opzichte van Natura 2000-gebieden. De uitgangspunten van het onderzoek zijn in hoofdstuk 4 opgenomen, waarna de resultaten in hoofdstuk 5 zijn beschreven. Het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 6 waarin de conclusies van het onderzoek zijn beschreven.
Stikstofdepositie-onderzoek 'Tijdelijke Huisvesting Scholen / Kinderopvang, Oosterland' Gemeente Schouwen-Duiveland 625.125.20 / 18 november 2025
1
2
Wettelijk kader Onderzoek naar stikstofdepositie is noodzakelijk om aan te tonen dat een project of plan niet leidt tot negatieve effecten op het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van Natura 2000-gebieden. In veel Natura 2000-gebieden is door een overbelasting van stikstof een probleem met de realisatie van de instandhoudingsdoelstellingen. Nieuwe projecten of plannen kunnen uitsluitend doorgang vinden indien significante effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten, of wanneer na het nemen van mitigerende maatregelen uit een passende beoordeling kan worden geconcludeerd dat de ontwikkeling niet leidt tot negatieve effecten.
2.1
Habitatrichtlijn De juridische basis wordt gevormd door de Europese Habitatrichtlijn (1992). Het eerste lid van artikel 6 legt lidstaten een verplichting op om de nodige instandhoudingsmaatregelen vast te stellen en uit te voeren. Het tweede lid, van de Habitatrichtlijn bepaalt dat er passende maatregelen genomen moeten worden om ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van de soorten niet verslechtert en er geen storende factoren optreden voor de soorten waarvoor de gebieden zijn aangewezen. Artikel 6, derde en vierde lid, bevat de zogenaamde habitattoets. Deze toets houdt in dat er een passende beoordeling gemaakt moet worden als een activiteit afzonderlijk of in combinatie met andere activiteiten significante gevolgen kan hebben voor een Vogel- of Habitatrichtlijngebied. Artikel 6 lid 3: “Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied, rekening houdend met de instandhoudingsdoelstellingen van dat gebied.
Gelet op de conclusies van de beoordeling van de gevolgen voor het gebied en onder voorbehoud van het bepaalde in lid 4, geven de bevoegde nationale instanties slechts toestemming voor dat plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat het de natuurlijke kenmerken van het betrokken gebied niet zal aantasten en nadat zij in voorkomend geval inspraakmogelijkheden hebben geboden.” Lid 4 gaat over de mogelijkheden om door middel van een zogenoemde ADC-toets en compenserende maatregelen alsnog tot toestemming te komen.
2.2
Omgevingswet De artikelen 3 en 4 van de Habitatrichtlijn hebben een directe doorwerking in de Omgevingswet (verder OW). In artikel 16.53c lid 1 is opgenomen dat: Artikel 16.53c: “Voor een plan of een project als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn maakt het bestuursorgaan dat het plan vaststelt, de aanvrager van de betrokken omgevingsvergunning, of het bevoegd gezag voor het projectbesluit een passende beoordeling als bedoeld in artikel 6, derde lid, van die richtlijn, van de gevolgen voor het Natura 2000-gebied.”
Stikstofdepositie-onderzoek 'Tijdelijke Huisvesting Scholen / Kinderopvang, Oosterland' Gemeente Schouwen-Duiveland 625.125.20 / 18 november 2025
2
Indien uit een stikstofdepositie-onderzoek blijkt dat effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten is een passende beoordeling niet noodzakelijk. Een passende beoordeling is wel noodzakelijk indien sprake is van mitigerende maatregelen. 2.3
Vergunningplicht Artikel 5.1 sub e Ow stelt dat het verboden is zonder omgevingsvergunning een Natura 2000-activiteit te verrichten. In de Omgevingswet is een Natura 2000-activiteit gedefinieerd als: Natura 2000-activiteit: activiteit, inhoudende het realiseren van een project als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de habitatrichtlijn dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van een Natura 2000-gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor een Natura 2000gebied; Een omgevingsvergunning is niet noodzakelijk indien negatieve effecten op voorhand kunnen worden uitgesloten.
2.4
Effectbeoordeling Effecten van een plan of een project op de stikstofdepositie kunnen ontstaan tijdens de aanlegfase en/of de gebruiksfase. Met het rekenmodel AERIUS Calculator kan deze stikstofdepositie op de stikstofgevoelige habitattypen en stikstofgevoelige leefgebieden van soorten binnen Natura 2000-gebieden worden berekend. Indien uit de berekeningen met AERIUS blijkt dat er geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie (kleiner dan of gelijk aan 0,00 mol N/ha/jaar), kunnen significante effecten ten gevolge van stikstofdepositie op voorhand worden uitgesloten. Voor het onderdeel stikstofdepositie is er dan geen vergunningplicht. Indien uit de berekening blijkt dat er sprake is van een toename aan stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol N/ha/jaar) maar wordt voldaan aan één van onderstaande voorwaarden is er ook geen vergunningplicht: Verslechtering van stikstofgevoelige habitattypen of habitats van soorten kan, ondanks een toename van de depositie, volledig uitgesloten worden in een ecologische beoordeling. Als uit een ecologische beoordeling blijkt dat de tijdelijke effecten niet leiden tot negatieve effecten. Indien uit de berekening blijkt dat er sprake is van een toename van stikstofdepositie (groter dan 0,00 mol N/ha/jaar), en niet aan één van bovenstaande voorwaarden wordt voldaan, is er sprake van een vergunningplicht op grond van de OW.
Een vergunning kan worden verleend als uit een passende beoordeling, eventueel inclusief extern salderen, en eventueel na het succesvol doorlopen van de ADC-toets, blijkt dat er geen risico’s zijn voor het behalen van de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende Natura 2000-gebieden.
Stikstofdepositie-onderzoek 'Tijdelijke Huisvesting Scholen / Kinderopvang, Oosterland' Gemeente Schouwen-Duiveland 625.125.20 / 18 november 2025
3
3
Situatiebeschrijving
3.1
Projectbeschrijving Het project bestaat uit de realisatie van een tijdelijke huisvesting voor een tweetal scholen en een kinderopvang, inclusief het bijbehorende tijdelijke schoolplein en een tijdelijke parkeerplaats.
3.2
Ligging project ten opzichte van Natura 2000-gebieden Rondom het project zijn diverse Natura 2000-gebieden gelegen. Voor de gebieden Haringvliet (circa 16 km afstand), Veerse Meer (circa 17 km afstand), Zoommeer (circa 18 km afstand) en Markiezaat (circa 23 km afstand) geldt dat binnen deze gebieden geen stikstofgevoelige habitats aanwezig zijn, zodat het onderzoek geen betrekking heeft op deze natuurgebieden. De meest nabij gelegen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden zijn Oosterschelde (minder dan 1 km afstand), Grevelingen (circa 3 km afstand), Krammer-Volkerak (circa 9 km afstand), Yerseke en Kapelse Moer (circa 17 km afstand), Voordelta (circa 18 km afstand), Kop van Schouwen (circa 18 km afstand) Duin Goeree & Kwade Hoek (circa 18 km afstand), Voornes Duin (circa 20 km afstand) en Westerschelde & Saeftinge (circa 22 km afstand).
Afbeelding 2: Ligging van het project ten opzichte van Natura 2000-gebieden
Stikstofdepositie-onderzoek 'Tijdelijke Huisvesting Scholen / Kinderopvang, Oosterland' Gemeente Schouwen-Duiveland 625.125.20 / 18 november 2025
4
4
Uitgangspunten
4.1
Algemeen Fasering Het project start (voor stikstof) met de plaatsing van de tijdelijke huisvesting voor de Oosterburcht en de kinderopvang in juni 2026, zodat deze bij de start van het schooljaar 2026-2027 in gebruik genomen kan worden. Vervolgens start in juni 2027 de plaatsing van de tijdelijke huisvesting voor de Bogermanschool, zodat deze bij de start van het schooljaar 2027-2028 in gebruik genomen kan worden. Eind 2028 kan de nieuwbouw in gebruik genomen worden, waarmee de tijdelijke huisvesting begin 2029 gedemonteerd kan worden. Dit betekent dat sprake is van een drietal rekenjaren waarin per jaar sprake is van een gecombineerde aanleg- en gebruiksfase. In het navolgende zijn de uitgangspunten per jaar verder uitgewerkt. Routing verkeer Op basis van verkeersintensiteiten rijdt 65% van het verkeer over de Molenweg en de Van de Abeelestraat en 35% over de Oude Heiligeweg en de Leuvenstraat van en naar de Rijksweg (N59). Op basis van de handreiking “Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025” van Bij12 en recente jurisprudentie moet het verkeer worden meegenomen tot het is opgegaan in het heersende verkeersbeeld. Opgenomen in het heersend verkeersbeeld Een algemeen criterium voor verkeer van en naar inrichtingen is dat de gevolgen niet meer aan de inrichting worden toegerekend wanneer het verkeer is opgenomen in het heersende verkeersbeeld.
Dit is het geval op het moment dat het aan- en afvoerende verkeer zich door zijn snelheid en rij- en stopgedrag niet meer onderscheidt van het overige verkeer dat zich op de betrokken weg kan bevinden. Hierbij weegt ook mee hoe de verhouding is tussen de hoeveelheid verkeer dat door de voorgenomen ontwikkeling wordt aangetrokken en het reeds op de weg aanwezige verkeer. In de regel wordt het verkeer meegenomen tot het zich verdund heeft tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. Bron: Instructie gegevensinvoer voor AERIUS Calculator 2025, Bij12
Op 24 januari 2024 heeft de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State in de uitspraak m.b.t. “Landgoed Paleis Soestdijk” (ECLI:NL:RVS:2024:249) aangegeven dat het verkeer voldoende is verdund en is opgenomen in het heersende verkeersbeeld als de bijdrage aan het totaal minder is dan 5%. Uitgangspunt is dat dit het geval is zodra het verkeer zich op de Rijksweg (N59) bevindt. Mobiele installaties Het dieselgebruik van de mobiele installaties is bepaald op basis van het TNO-onderzoek AUB (AdBlue verbruik, Uren, en Brandstofverbruik): een robuuste schatting van NO x en NH3 uitstoot van mobiele werktuigen van 10 december 2021. Er is voor het berekenen van het dieselgebruik van de verschillende mobiele installaties met een gemiddelde motorlast van 35% gebruik gemaakt van de formule: Liter diesel / uur = 0,095 * Pmax [kW] + 0,54. Voor het AdBlue gebruik kan op basis van ditzelfde onderzoek worden uitgegaan van 3% (categorie C) respectievelijk van 6% (categorie D) AdBlue-gebruik ten opzichte van het dieselgebruik van de betreffende mobiele installatie. Categorie C betreft Stage III-B installaties met een vermogen van 75 tot 560 kW en Stage V installaties met een vermogen van 560 kW of meer. Categorie D betreft Stage IV en Stage V Stikstofdepositie-onderzoek 'Tijdelijke Huisvesting Scholen / Kinderopvang, Oosterland' Gemeente Schouwen-Duiveland 625.125.20 / 18 november 2025
5
installaties met een vermogen van 56 tot 75 kW alsmede Stage IV en Stage V installaties met een vermogen van 75 tot 560 kW. Voor alle installaties met een vermogen van meer dan 56 kW geldt dat deze voorzien zijn van SCR (selective catalytic reduction). 4.2
Gebruiksfase algemeen De gebruiksfase is aan de orde nadat de tijdelijke huisvesting (deels) is opgeleverd. Omdat de tijdelijke huisvesting gasloos is, veroorzaakt deze zelf geen emissie tijdens het gebruik. De emissie wordt bepaald door de verkeersbewegingen van en naar het project en door de ‘koude start’. Verkeersgeneratie Door Juust is een onderbouwing aangeleverd voor de verkeersgeneratie. Samengevat bedraagt deze: Oosterburcht: 65,2 per dag; Bogermanschool 130,4 per dag; Kinderdagverblijf 126 per dag. Naast het lichte verkeer is verondersteld dat de tijdelijke huisvesting (als geheel) wekelijks door één middelzware en door één zware vrachtwagen wordt bezocht. Koude start Naast rijdend verkeer wordt in AERIUS uitgegaan van een zogenaamde koude start. Er is sprake van een koude start wanneer motorvoertuigen gestart worden nadat ze 2 uur of langer stil gestaan hebben. De katalysator functioneert dan niet gelijk. Hierdoor komt tijdens de koude start relatief meer emissie vrij dan tijdens het rijden met een warme motor (rijdend verkeer emissie). Het uitgangspunt is dat de hogere koude start-emissies in de eerste 10 tot 30 seconden na de start plaatsvinden (voor zowel lichte, middelzware als zware voertuigen).
Dit betekent in de praktijk dat de emissies door koude start veelal optreden voordat een voertuig van zijn plaats is gekomen en koude start emissies kunnen daarmee veelal gekoppeld worden aan de locatie waar het voertuig langer dan twee uur geparkeerd staat. Er wordt in AERIUS onderscheid gemaakt in koude starts in parkeergarages en overige situaties. In dit geval is sprake van overige situaties en wordt de emissiebron gedefinieerd als vlakbron en worden bronkenmerken gebruikt die standaard in AERIUS zijn opgenomen. Voor de scholen en kinderopvang geldt dat een groot deel van de verkeersbewegingen wordt veroorzaakt door ouders die hun kinderen brengen en ophalen. Deze voertuigen staat dus minder dan 2 uur stil. Voor personeelsleden geldt dat deze in het algemeen langer dan 2 uur aanwezig zullen zijn en dus bij vertrek een koude start zullen hebben. Volgens de CROW publicatie 744 ‘Parkeerkencijfers, basis voor parkeernormering’ heeft bij een kinderdagverblijf 91% van de bewegingen betrekking op bezoekers. Worstcase is uitgegaan dat bij 10% van de het totaal aantal bewegingen sprake is van een koude start. Voor basisscholen zijn geen kencijfers bekend. Uitgegaan is van circa 2 koude starts per lokaal (1 docent en 1 ondersteuner of bezoeker), ofwel 12% van het totaal aantal bewegingen.
Voor de middelzware en zware verkeersbewegingen is niet uitgegaan van een koude start, omdat het laden en lossen binnen een periode van 2 uur plaatsvindt en de vrachtwagen binnen dit tijdsvenster weer
Stikstofdepositie-onderzoek 'Tijdelijke Huisvesting Scholen / Kinderopvang, Oosterland' Gemeente Schouwen-Duiveland 625.125.20 / 18 november 2025
6
is vertrokken. Het betreft hier bijvoorbeeld het afleveren van pakketjes, het ophalen van huisvuil en dergelijke. 4.3
Aanlegfase algemeen In de aanlegfase vinden meerdere activiteiten plaats waarbij sprake is van stikstofemissie. Mobiele installaties Voor de uitvoering van dit stikstofdepositie-onderzoek was bij de opdrachtgever niet bekend welke mobiele installaties in de aanlegfase worden ingezet bij de bouwwerkzaamheden. Dit betekent dat over het dieselverbruik, de draai-uren, het bouwjaar en vermogen van deze installaties nog geen specifieke informatie beschikbaar is. De in dit onderzoek gehanteerde inzet van de mobiele installaties is daarom een worst-case inschatting op basis van bureauexpertise en informatie van vergelijkbare bouwprojecten. In bijlage 1 is de verwachte inzet van de mobiele installaties gepresenteerd. Koude start In de aanlegfase is alleen sprake van een koude start voor de voertuigen waarmee de bouwvakkers op het eind van de dag vertrekken. De aankomst van het voertuig op de bouwplaats vindt immers plaats vanaf een plek waar de koude start heeft plaatsgevonden zodat alleen de vertrekkende voertuigen een koude start hebben. Voor de zware vrachtwagenbewegingen is niet uitgegaan van een koude start, omdat het laden en lossen binnen een periode van 2 uur plaatsvindt en de vrachtwagen binnen dit tijdsvenster weer is vertrokken.
4.4
Aanleg en gebruik jaar 1 (juni 2026 - mei 2027) In het eerste jaar wordt gestart met circa 2 maanden aanleg en volgt circa 10 maanden gebruik door de Oosterburcht en de kinderopvang. Voor de berekening is uitgegaan van het jaar 2026. Aanlegfase Tijdens de aanlegfase wordt het terrein geëgaliseerd, wordt de tijdelijke huisvesting geplaatst en worden het schoolplein en de parkeerplaatsen ingericht. Vervolgens worden de gebouwen ingericht. In bijlage 1 is de verwachte inzet van de mobiele installaties gepresenteerd. Ingeschat is dat in totaal 260 zware vrachtwagens noodzakelijk zijn voor de aanvoer van grond, de tijdelijke huisvesting en de overige onderdelen. Voor het lichte verkeer is uitgegaan van 10 personenwagens per dag gedurende 30 werkdagen (6 weken) en 5 personenwagens per dag gedurende 15 werkdagen (3 weken), ofwel 375 stuks. Stationair draaien vrachtwagens op de bouwlocatie Gedurende de aanlegfase is sprake van 260 vrachtwagens. Er is van de veronderstelling uitgegaan dat tijdens het laden of lossen de vrachtwagen gemiddeld 10 minuten stationair draait. Tijdens dit stationair draaien is ook sprake van een emissie van NO x en NH3. Voor het jaar 2026 zijn deze emissiefactoren in gram/uur weergegeven in de hierna opgenomen tabel. Daarnaast is in de volgende tabel ook de totale emissie berekend tijdens het stationair draaien welke ook in de AERIUS-berekening is betrokken.
Stikstofdepositie-onderzoek 'Tijdelijke Huisvesting Scholen / Kinderopvang, Oosterland' Gemeente Schouwen-Duiveland 625.125.20 / 18 november 2025
7
Tabel: Stikstofemissie tijdens stationair draaien vrachtwagens
Eigenschap Jaar: Aantal vrachtwagens: Draaitijd per vrachtwagen: Draaitijd totaal: Draaitijd totaal: Emissie NOx: Emissie NH3: Totale emissie NOx: Totale emissie NH3:
Waarde 2026 [-] 260 [-] 10 [minuten] 2600 [minuten] 43,34 [uren] 74,06088 [g/h] 0,99312 [g/h] 3,21 [kg] 0,05 [kg]
Gebruiksfase Omdat het exacte aantal weken afhangt van het moment waarop de schoolvakanties vallen is worstcase gerekend met 40 weken gebruik door de Oosterburcht en 45 weken gebruik door de kinderopvang. 4.5
Aanleg en gebruik jaar 2 (juni 2027 - mei 2028) In het tweede jaar is sprake van circa 2 maanden aanleg van de Bogermanschool en volgt circa 10 maanden gebruik door de Bogermanschool. Gelijktijdig zijn de Oosterburcht en de kinderopvang volledig in gebruik. Voor de berekening is uitgegaan van het jaar 2027. Aanlegfase Tijdens de aanlegfase wordt de tijdelijke huisvesting voor de Bogermanschool geplaatst en wordt het schoolplein ingericht. Vervolgens wordt het gebouw ingericht. In bijlage 1 is de verwachte inzet van de mobiele installaties gepresenteerd. Ingeschat is dat in totaal 130 zware vrachtwagens noodzakelijk zijn voor de aanvoer van grond, de tijdelijke huisvesting en de overige onderdelen. Voor het lichte verkeer is uitgegaan van 10 personenwagens per dag gedurende 30 werkdagen (6 weken) en 5 personenwagens per dag gedurende 15 werkdagen (3 weken), ofwel 375 stuks. Stationair draaien vrachtwagens op de bouwlocatie Gedurende de aanlegfase is sprake van 130 vrachtwagens. Er is van de veronderstelling uitgegaan dat tijdens het laden of lossen de vrachtwagen gemiddeld 10 minuten stationair draait. Tijdens dit stationair draaien is ook sprake van een emissie van NO x en NH3. Voor het jaar 2027 zijn deze emissiefactoren in gram/uur weergegeven in de hierna opgenomen tabel.
Daarnaast is in de volgende tabel ook de totale emissie berekend tijdens het stationair draaien welke ook in de AERIUS-berekening is betrokken.
Stikstofdepositie-onderzoek 'Tijdelijke Huisvesting Scholen / Kinderopvang, Oosterland' Gemeente Schouwen-Duiveland 625.125.20 / 18 november 2025
8
Tabel: Stikstofemissie tijdens stationair draaien vrachtwagens
Eigenschap Jaar: Aantal vrachtwagens: Draaitijd per vrachtwagen: Draaitijd totaal: Draaitijd totaal: Emissie NOx: Emissie NH3: Totale emissie NOx: Totale emissie NH3:
Waarde 2027 [-] 130 [-] 10 [minuten] 1300 [minuten] 21,67 [uren] 70,40976 [g/h] 0,97464 [g/h] 1,53 [kg] 0,03 [kg]
Gebruiksfase Omdat het exacte aantal weken gebruik door de Bogermanschool afhangt van het moment waarop de schoolvakanties vallen is worstcase gerekend met 40 weken gebruik. Voor de Oosterburcht is uitgegaan van een volledig gebruik gedurende een heel schooljaar (40 weken) en voor de kinderopvang gedurende een heel jaar (52 weken). 4.6
Gebruik en demontage jaar 3 (juni 2028 - begin 2029) In het laatste jaar is sprake van ten hoogste 25 weken gebruik door beide scholen en de kinderopvang. Daarna vinden nog 2 maanden werkzaamheden plaats waarbij de tijdelijke huisvesting gedemonteerd wordt. Voor de berekening is uitgegaan van het jaar 2028. Aanlegfase (demontage) Nadat de nieuwbouw in gebruik genomen is wordt de tijdelijke huisvesting gedemonteerd en wordt het terrein opnieuw ingericht. In bijlage 1 is de verwachte inzet van de mobiele installaties gepresenteerd. Ingeschat is dat in totaal 250 zware vrachtwagens noodzakelijk zijn voor de afvoer van grond, de tijdelijke huisvesting en de overige onderdelen. Voor het lichte verkeer is uitgegaan van 10 personenwagens per dag gedurende 30 werkdagen (6 weken), ofwel 300 stuks. Stationair draaien vrachtwagens op de bouwlocatie Gedurende de aanlegfase (demontage) is sprake van 250 vrachtwagens. Er is van de veronderstelling uitgegaan dat tijdens het laden of lossen de vrachtwagen gemiddeld 10 minuten stationair draait. Tijdens dit stationair draaien is ook sprake van een emissie van NO x en NH3. Voor het jaar 2028 zijn deze emissiefactoren in gram/uur weergegeven in de hierna opgenomen tabel. Daarnaast is in de volgende tabel ook de totale emissie berekend tijdens het stationair draaien welke ook in de AERIUS-berekening is betrokken.
Stikstofdepositie-onderzoek 'Tijdelijke Huisvesting Scholen / Kinderopvang, Oosterland' Gemeente Schouwen-Duiveland 625.125.20 / 18 november 2025
9
Tabel: Stikstofemissie tijdens stationair draaien vrachtwagens
Eigenschap Jaar: Aantal vrachtwagens: Draaitijd per vrachtwagen: Draaitijd totaal: Draaitijd totaal: Emissie NOx: Emissie NH3: Totale emissie NOx: Totale emissie NH3:
Waarde 2028 [-] 250 [-] 10 [minuten] 2500 [minuten] 41,67 [uren] 66,75864 [g/h] 0,95616 [g/h] 2,79 [kg] 0,04 [kg]
Gebruiksfase Worstcase is ervan uitgegaan dat beide scholen en de kinderopvang 25 weken in gebruik zijn.
Stikstofdepositie-onderzoek 'Tijdelijke Huisvesting Scholen / Kinderopvang, Oosterland' Gemeente Schouwen-Duiveland 625.125.20 / 18 november 2025
10
5
Berekeningsresultaten De resultaten van de berekeningen van de verschillende jaren zijn in respectievelijk bijlage 2, bijlage 3 en bijlage 4 gepresenteerd. Uit deze berekeningen blijkt dat in deze situaties geen toename van de stikstofdepositie plaatsvindt binnen de Natura 2000-gebieden.
Stikstofdepositie-onderzoek 'Tijdelijke Huisvesting Scholen / Kinderopvang, Oosterland' Gemeente Schouwen-Duiveland 625.125.20 / 18 november 2025
11
6
Conclusie In opdracht van de gemeente Schouwen-Duiveland is door KuiperCompagnons een stikstofdepositieonderzoek uitgevoerd voor het project 'Tijdelijke Huisvesting Scholen / Kinderopvang, Oosterland' in Schouwen-Duiveland. Het voornemen is om aan de Weelstraat in Oosterland tijdelijke huisvesting voor een tweetal scholen en voor kinderopvang te realiseren. Uit dit onderzoek wordt geconcludeerd dat met zekerheid kan worden gesteld dat geen sprake is van een toename van de stikstofdepositie binnen stikstofgevoelige habitats van Natura 2000-gebieden tijdens de aanleg en het gebruik van het project. Geconcludeerd kan worden dat significant negatieve effecten op de instandhouding van die gebieden kunnen worden uitgesloten en dat het aspect stikstofdepositie niet leidt tot belemmeringen voor de ontwikkelingen in dit project.
Stikstofdepositie-onderzoek 'Tijdelijke Huisvesting Scholen / Kinderopvang, Oosterland' Gemeente Schouwen-Duiveland 625.125.20 / 18 november 2025
12
Bijlage 1 Inzet mobiele installaties en verkeersproductie in de aanlegfase
Projectnaam: Jaartal aanlegfase: Nummer Omschrijving werktuig 1 Kraan/shovel grondwerk 2 Kleine shovel/minikraan 3 Trilplaat 4 Telescoopkraan 5 6 Kraan/shovel grondwerk 7 Kleine shovel/minikraan 8 Telescoopkraan 9 10 Kraan/shovel grondwerk 11 Kleine shovel/minikraan 12 Telescoopkraan 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30
BOPA Weelstraat en omgeving 2026/2027/2028 Stageklasse Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee
Vermogen (kW) 100 25 5 55
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee
100 25 55
Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW, diesel, SCR: ja Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee Stage-IV, 2014-2018, <= 56 kW, diesel, SCR: nee
100 25 55
Brandstofverbruik (l/j) 402 350 41 231 0 161 117 231 0 161 233 461 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0 0
Draaiuren (u/j) 40 120 40 40
AdBlue verbruik (l/j) 24 NIET INVULLEN NIET INVULLEN NIET INVULLEN
16 40 40
10 NIET INVULLEN NIET INVULLEN
16 80 80
10 NIET INVULLEN NIET INVULLEN
Bijlage 2 AERIUS-berekening jaar 1
Bijlage 3 AERIUS-berekening jaar 2
Bijlage 4 AERIUS-berekening jaar 3