CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1639122 Bijlage 5 BOPA - Verkennend archeologisch onderzoek, Vestigia

Gemeenteraad 29 januari 2026, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Adviesrecht omgevingsvergunning tijdelijke huisvesting basisscholen en kinderopvang Oosterland (1639122)8.778 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-Duivenland Ruimtelijk advies op basis van bureauonderzoek

Rapportnummer:

V2829

Projectnummer:

V25-6013

Status en versie:

Definitief, Versie 2.0

In opdracht van:

KuiperCompagnons

Rapportage:

W.J. Weerheijm, A. de Gast, S. van Scheijndel

Plaats en aanleverdatum:

Amersfoort, 16 oktober 2025

Datum en autorisatie:

W.A.M. Hessing Senior KNA Archeoloog / Senior KNA Prospector, actor 97049866, 16 oktober 2025

Niets uit dit werk mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke andere wijze dan ook, daaronder mede begrepen gehele of gedeeltelijke bewerking van het werk, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Vestigia BV Vestigia BV Spoorstraat 5 3811 MN Amersfoort telefoon 033 277 92 00 info@vestigia.nl

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

RD-coördinaten van het plangebied

Locatiegegevens Weelstraat e.o. Oosterland Schouwen-Duiveland Zeeland Ca. 2 ha Plangebied plus een buffer van 500 meter rondom Nog onbekend (nieuwbouw, aanleg infra etc.), max. ca. 1 tot 1,5 m -mv Grotendeels bebouwd en verhard, noordzijde in gebruik als sportpark 61.527 407.872

Initiatiefnemer Opdrachtgever Contactpersoon Contactgegevens

Opdracht Gemeente Oosterland KuiperCompagnons Mevr. F. Fresen 010-4330099

Toponiem / locatie Plaats Gemeente Provincie Oppervlakte plangebied Oppervlakte onderzoeksgebied Diepte grondwerkzaamheden Huidige grondgebruik

Datum uitvoering onderzoek

Uitvoering BO - Bureauonderzoek 5836831001 Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie mr. W.J. Weerheijm MA, sr. KNA archeoloog/ sr. Prospector MA (38767204) A. de Gast, KNA Archeoloog MA (76008127) S. van Scheijndel MSc, Prospector in opleiding Mr. W.J. Weerheijm MA, sr. KNA archeoloog/ Prospector MA (38767204) September 2025

Bevoegd Gezag Contactpersoon Adviseur Depot

Bevoegd Gezag Gemeente Schouwen-Duiveland Dhr. R. de Winter Dhr. G. Besuijen Provinciaal Archeologisch Depot Zeeland

Soort onderzoek Zaakidentificatienummer (Archis) Uitvoerder Beheerdocumentatie Projectleider Projectmedewerkers

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

2

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

Inhoudsopgave Samenvatting en advies (LS06) .......................................................................................................................................... 5 Advies ................................................................................................................................................................................. 5 Onderbouwing advies ..........................................................................................................................................................7 1 Projectomgeving...........................................................................................................................................................7 1.1 Afbakening plangebied en consequenties toekomstig gebruik (LS01) ...................................................7 1.2 Onderzoeksdoel en -methode .........................................................................................................................7 2 Beleidskader ................................................................................................................................................................. 9 2.1 Wettelijk kader ..................................................................................................................................................

9 2.2 Gemeentelijk beleid (LS01) ............................................................................................................................. 9 3 Verwachtingsmodel.................................................................................................................................................. 10 3.1 Natuurlijk landschap (LS04) ......................................................................................................................... 10 3.2 Historisch landschap (LS02, LS03, LS04) .................................................................................................... 14 3.3 Archeologische waarden (LS04) .................................................................................................................. 22 3.4 Gespecificeerde archeologische verwachting (LS05) ...............................................................................25 4 Advies vervolgonderzoek (LS06)............................................................................................................................27 Literatuur .............................................................................................................................................................................

28 Digitale bronnen ................................................................................................................................................................. 28 Lijst van afbeeldingen ....................................................................................................................................................... 29 Bijlagen en kaarten ............................................................................................................................................................ 29

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

3

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

Afbeelding 1 Ligging plangebied op de meest actuele luchtfoto. Bron: PDOK.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

4

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

Samenvatting en advies (LS06) In opdracht van KuiperCompagnons heeft Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd ten behoeve van het plangebied Weelstraat e.o. in Oosterland, gemeente Schouwen-Duiveland (afbeelding 1, zie ook kaart 1 achterin het rapport). Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 2 hectare waar momenteel meerdere schoolgebouwen staan. Men is voornemens de bestaande schoolgebouwen te slopen. Binnen het plangebied zal een gezondheidscentrum en een nieuw schoolgebouw worden gerealiseerd, inclusief bijbehorende voorzieningen zoals schoolpleinen en een parkeerplaats. Momenteel is alleen nog een conceptontwerp bekend dat nog kan wijzigen (afbeelding 2). Op het noordelijke deel van het plangebied zal bijvoorbeeld ook tijdelijke huisvesting voor de scholen worden gerealiseerd. De exacte locaties en diepte van ingrepen zijn daarom nog niet bekend, maar gezien het gaat om nieuwbouw en aanleg van gerelateerde infra (wegen, parkeerplaatsen, kabels en leidingen) zal de verstoringsdiepte naar verwachting ca. 1-1,5 m -mv bedragen. Voorafgaand aan de ingrepen dient in kaart te worden gebracht of bij de ingrepen eventueel archeologische waarden worden bedreigd. Gezien de aard van de ingrepen (m.n. de ontgraving voor de fundering) zullen deze mogelijk tot in de archeologisch relevante niveaus reiken.

Het plangebied heeft in een opeenvolging van een getijdengebied, een kwelder en een veengebied gelegen. Dergelijke gebieden waren vanwege de lage en natte ligging niet geschikt voor bewoning. In de Vroege Middeleeuwen zijn veel (veen)lagen weggeslagen door getijdengeulen en was het gebied wederom onbewoonbaar. Enkele eeuwen later komt de zee tot rust en is de polder Oosterland rond 1354 bedijkt. Hierna is het dorp Oosterland ontstaan. Hoewel op basis van het beschikbare historisch kaartmateriaal tot ver in de 20e eeuw geen aanwijzingen zijn voor bebouwing binnen het plangebied, zijn er mogelijk nog bewoningsresten te verwachten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Daadwerkelijke archeologische resten geven aan dat in ieder geval in de Nieuwe Tijd in de directe omgeving van het plangebied aantoonbaar sprake is van menselijke aanwezigheid. Mogelijk is het plangebied of delen daarvan verstoord door de huidige bebouwing, egalisaties, ruilverkaveling en/of moernering. Advies Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge archeologische verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Eventuele archeologische resten kunnen door de geplande ingrepen worden bedreigd.

Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert dan ook om voor het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie - 7’ te handhaven, waarvoor geldt dat bij ingrepen groter dan 5.000 m2 en dieper dan 50 cm -mv nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Indien er ingrepen plaatsvinden die de vrijstellingsgrens overschrijden -en dan gaat het niet alleen om de nieuwbouw, maar bijvoorbeeld ook de aanleg van de bijbehorende infrastructuur zoals cunetten voor wegen, parkeerplaatsen, en kabels en leidingen- dan dient in eerste instantie een verkennend booronderzoek te worden uitgevoerd om het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen, en de mate van verstoring vast te stellen. Geadviseerd wordt om te boren in een verkennend grid van ca. 30 x 40 m (ca. 8 boringen/ha), wat met de vorm en oppervlak van het gehele plangebied neerkomt op ca. 16 boringen. Het verdient de voorkeur om eerst op basis van het VO/DO te bepalen welke delen van het plangebied daadwerkelijk verstoord worden, om daar dan het onderzoek op te kunnen richten. Voorafgaand aan het veldonderzoek dient eerst een Plan van Aanpak te worden opgesteld dat dient te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag, de gemeente Schouwen-Duiveland.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

5

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Schouwen-Duiveland, om een besluit te nemen ten aanzien van het beëindigen of verder laten verlopen van het onderzoeksproces. Dit besluit kan afwijken van het bovenstaande advies. Ook wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het onderzochte gebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Schouwen-Duiveland, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

6

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

Onderbouwing advies 1 1.1

Projectomgeving Afbakening plangebied en consequenties toekomstig gebruik (LS01)

In opdracht van KuiperCompagnons heeft Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie een archeologisch bureauonderzoek uitgevoerd ten behoeve van het plangebied Weelstraat e.o. in Oosterland, gemeente Schouwen-Duiveland (afbeelding 1, zie ook kaart 1 achterin het rapport). Het plangebied heeft een oppervlakte van ca. 2 hectare waar momenteel meerdere schoolgebouwen staan. Men is voornemens de bestaande schoolgebouwen te slopen. Binnen het plangebied zal een gezondheidscentrum en een nieuw schoolgebouw worden gerealiseerd, inclusief bijbehorende voorzieningen zoals schoolpleinen en een parkeerplaats. Momenteel is alleen nog een conceptontwerp bekend dat nog kan wijzigen (afbeelding 2). Op het noordelijke deel van het plangebied zal bijvoorbeeld ook tijdelijke huisvesting voor de scholen worden gerealiseerd. De exacte locaties en diepte van ingrepen zijn daarom nog niet bekend, maar gezien het gaat om nieuwbouw en aanleg van gerelateerde infra (wegen, parkeerplaatsen, kabels en leidingen) zal de verstoringsdiepte naar verwachting ca. 1-1,5 m -mv bedragen. Voorafgaand aan de ingrepen dient in kaart te worden gebracht of bij de ingrepen eventueel archeologische waarden worden bedreigd. Gezien de aard van de ingrepen (m.n. de ontgraving voor de fundering) zullen deze mogelijk tot in de archeologisch relevante niveaus reiken. 1.2

Onderzoeksdoel en -methode

Doel van het archeologisch vooronderzoek is vast te stellen of in het plangebied sprake is (of kan zijn) van (de kans op) archeologische resten die door de ingrepen verstoord dreigen te worden en, indien mogelijk, uitspraken te doen over de waarde hiervan in termen van fysieke en inhoudelijke kwaliteit zoals zeldzaamheid en gaafheid. Hiertoe is eerst een bureauonderzoek verricht, waarbij voor het plangebied een specifiek archeologisch verwachtingsmodel is opgesteld. Op basis van dit onderzoek is een advies geformuleerd in het kader van de cyclus van de Archeologische Monumentenzorg (AMZ). Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA, versie 4.2, protocol 4002 Bureauonderzoek en de Provinciale Regeling met aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland.1 Opgemerkt dient te worden dat in afwijking van deze provinciale richtlijnen het archeologisch verwachtingsmodel (nog) niet is getoetst door middel van verkennende boringen, dit vanwege de initiële verkenningsfase fase waarin het plan zich bevindt. Een aanvullend onderzoek door middel van boringen zal naar verwachting worden uitgevoerd zodra er meer duidelijkheid is omtrent de aard en locatie van de ingrepen, op de betreffende te verstoren locatie.

1

Besluit van gedeputeerde staten van Zeeland, houdende de Regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland 2019 | Lokale wet- en regelgeving (overheid.nl).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

7

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

Afbeelding 2 Concept ontwerp (kan nog wijzigen). Bron: Opdrachtgever.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

8

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

2 2.1

Beleidskader Wettelijk kader

Vanaf 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Met de komst van de Omgevingswet is de zorg voor het behouden en ontwikkelen van cultureel erfgoed in twee wetten geregeld, in plaats van in een aantal verschillende wetten. Hierbij geldt dat de regels ten aanzien van de omgang met het cultureel erfgoed in de fysieke leefomgeving in de Omgevingswet is geregeld, en de duiding van cultureel erfgoed en de zorg voor cultuurgoederen in overheidsbezit in de Erfgoedwet. Voor de archeologie is de verdeling grofweg: het certificeringsstelsel en het aanwijzen van archeologische rijksmonumenten staat in de Erfgoedwet en de omgang met archeologie in de fysieke leefomgeving (de vergunningverlening en de integratie in de planvorming) in de Omgevingswet. De lokale invulling van de bescherming, zorg en aanwijzing van het archeologie-beleid, of voor het aanwijzen en beschermen van gemeentelijke monumenten en provinciale monumenten wordt ingekaderd door de Omgevingswet en de AmvB’s, waarbij vooral het Omgevingsbesluit, het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal) en Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) van belang zijn. Centraal instrument op lokaal niveau is het Omgevingsplan.

Dit plan beziet alle aspecten van de fysieke leefomgeving op integrale wijze, inclusief cultureel erfgoed en is daarmee het eerstaangewezen instrument om uitvoering te geven aan het archeologie-beleid, of voor het aanwijzen en beschermen van gemeentelijke monumenten en provinciale monumenten. De bekende en aantoonbaar te verwachten archeologische waarden kunnen dan opgenomen worden in het omgevingsplan door bijvoorbeeld archeologie als functie op te nemen en bepaalde activiteiten toe te staan of juist te verbieden. Met uitzondering van een aantal complexe activiteiten is de gemeente doorgaans bevoegd gezag, in dit geval de gemeente Schouwen-Duiveland. Ten aanzien van complexe activiteiten of activiteiten op toebedeelde taken zijn de Gedeputeerde Staten bevoegd gezag. De minister van Infrastructuur en Waterstaat blijft bevoegd gezag ten aanzien van de bodem en oevers van rijkswateren op grond van de Waterwet. Rijkswaterstaat treedt daarbij op namens de Minister van Infrastructuur en Waterstaat. 2.2

Gemeentelijk beleid (LS01)

Op de Beleidskaart van de gemeente Schouwen-Duiveland (2008) ligt het plangebied binnen ‘Onderzoeksgebied B’ waarvoor geldt dat bij ingrepen groter dan 5.000 m2 en dieper dan 50 cm -mv archeologisch onderzoek moet plaatsvinden (Kaart 6). Uit de Archeologische waarden- en verwachtingskaarten voor het buitengebied die per periode zijn beschreven blijkt dat het plangebied ligt in een zone met een (zeer) lage of onbekende archeologische verwachting voor alle perioden tot aan de Late Middeleeuwen wanneer de bedijking van Oosterland plaatsvindt. De verwachting voor de periode Late Middeleeuwen – Nieuwe Tijd is onbekend.2 In het (verouderde) bestemmingsplan Nieuwerkerk en Oosterland (vastgesteld 2014) is een dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie - 7’ opgenomen, waarvoor geldt dat bij ingrepen groter dan 5.000 m2 en dieper dan 50 cm -mv archeologisch onderzoek moet plaatsvinden. Het bestemmingsplan volgt daarmee de beleidskaart. Bij de overgang naar de Omgevingswet per 1 januari 2024 is het bestemmingsplan van rechtswege opgegaan in het (tijdelijke deel van het) Omgevingsplan van de gemeente.

2

De Boer 2008.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

9

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

3 3.1

Verwachtingsmodel Natuurlijk landschap (LS04)

Het plangebied ligt in het zuidwestelijk zeekleigebied.3 De hoogte van het plangebied varieert tussen 0,40 m -NAP en 0,70 m +NAP (afbeelding 3). Er is in dit geval een verschil tussen het zuidwestelijke deel van het plangebied, waar de hoogte verschilt tussen -0,40 m -NAP en 0,10 m +NAP en de rest van het plangebied, waar de hoogte varieert tussen 0,20 en 0,70 m +NAP. Het noordelijke deel van het plangebied (bij de sportvelden) lijkt geëgaliseerd. Op de geomorfologische kaart (kaart 2), is het zuidwestelijke deel gekarteerd als een getij-kreekbedding (code R71), wat een dalvormige laagte vormt in het landschap, terwijl de rest is gekarteerd als bebouwde kom. Dit zou het verschil in hoogte kunnen verklaren.

Afbeelding 3 Uitsnede plangebied op AHN4. Bron: AHN.

Het landschap van het zuidwestelijke zeekleigebied is in hoge mate bepaald door relatieve zeespiegelstijging gedurende het Holoceen. Aan het einde van het Pleistoceen (11.700 jaar geleden) begon door temperatuurstijging het landijs af te smelten, met als gevolg dat de zeespiegel sterk begon te stijgen. Gepaard met het stijgen van de zeespiegel, begon de grondwaterspiegel ook te stijgen. Met de stijgende grondwaterspiegel, begon de grond van Nederland natter te worden. Onder natte en vochtige omstandigheden, gaat de afbraak van dood plantmateriaal langzamer dan de ophoping van het dode materiaal, waardoor veen ontstaat. In Nederland begon veen te ontwikkelen aan het begin van Holoceen, op de Pleistocene zandgronden. Dit veen wordt ook wel het Basisveen genoemd. Het Basisveen is in

3

Berendsen 1997

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

10

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

boringen in het plangebied niet teruggevonden. In een boring ca. 200 m ten oosten van de noordoost grens van het plangebied is het Basisveen terug gevonden op 13,70 m -mv.4 Tijdens het Atlanticum, begon een periode van snelle zeespiegelstijging. Gedurende deze tijd waren al buiten de huidige kustvlakte strandwallen gevormd. Achter deze strandwallen werden vanuit zeegaten, getijdeafzettingen van het laagpakket van Wormer, formatie van Naaldwijk, afgezet op het Basisveen.5 Het plangebied verandert in deze tijd (tussen 9000 en 5500 v. Chr.) van een veengebied, naar een getijdenzone met wadden en slikken (afbeelding 4). Het laagpakket van Wormer is in het noorden van het plangebied teruggevonden in DINOloket boringen op een diepte van 3,70 m -mv.6 Het laagpakket van Wormer in deze boring bestaat uit uiterst fijn zand, wat aangeeft dat in deze boring de bovenste laag van het laagpakket van Wormer in een getijdengeul of op een zandplaat is afgezet.7 Aan het begin van het Subboreaal (ca. 3000 - 900 v. Chr.) had de kust zijn maximale uitbreiding bereikt. Gedurende deze tijd begon de zeespiegel minder snel te stijgen. Rond 2750 v. Chr. was er genoeg sediment afgezet in het plangebied, dat het niet meer in een getijdengebied lag, maar een kwelder (afbeelding 4).

Kwelders zijn stukken land nabij getijdengebied die alleen nog bij hoog water (stormvloeden of springtij) onder water komen te liggen. In Zeeland sloeg de balans tussen zeespiegelstijging en de aanvoer van sedimenten rond 2550 v. Chr. om in het voordeel van de aanvoer van sedimenten.8 Als gevolg slibde de zeegaten dicht en verzandden de getijsystemen. Verder begon de kust zich uit te breidden. Bij deze uitbreiding ontstond een complex van strandwallen met daarop lage duinen (de Oude Duinen). Door middel van grote zandaanvoer kon het strandwallensysteem zich westwaarts uitbreiden, ondanks de nog steeds stijgende zeespiegel. Door dit strandwallen systeem, werd het land achter de strandwallen goed beschermd tegen inbraken van de zee. De lagune achter de strandwallen kon daardoor verzoeten en als gevolg kon er veenvorming plaatsvinden. Dit veen wordt het Hollandveen genoemd.9 Het plangebied zelf lag vanaf ergens tussen 2750 en 1500 v. Chr. in dit veengebied (afbeelding 4). Het Hollandveen is in boringen in het noordoosten en het centrum van het plangebied terug gevonden. Het ligt hier 3,60 – 3,70 m -mv in het noordoosten en 2,90 m -mv in het centrum van het plangebied. In het zuidwesten van het plangebied is het Hollandveen of weggeslagen, of ligt dieper dan 4 m -mv.10 Voor het Mesolithicum (8.800 v. Chr.) tot aan de Romeinse tijd (12 v.

Chr.) zijn in Zeeland weinig archeologische vondsten gedaan. In het Neolithicum (5.300 v. Chr. – 2.000 v. Chr.) zijn de meeste vondsten gedaan bij het strandwallen systeem aan de kust of de dekzandruggen in het zuiden van Zeeuws-Vlaanderen. Het plangebied ligt echter ver achter het strandwallen systeem en heeft in een opeenvolging van een getijdengebied, een kwelder en een veengebied gelegen. Dergelijke gebieden waren vanwege de lage en natte ligging niet geschikt voor nederzettingen. Vanaf de Midden-Bronstijd (1.800 v. Chr.) waren er echter wel mogelijkheden om het kwelderlandschap in gebruik te nemen en vanaf de IJzertijd (800 – 12 v. Chr.) zou er bewoning op ontwaterde hoogveenkussens moeten zijn geweest. Echter zijn er voor de Bronstijd en de IJzertijd buiten de strandwallen weinig vondsten. Voor de Bronstijd zou dit verklaard kunnen worden door ontwikkelingen in de Laat-Romeinse tijd (270 – 450 n. Chr.), wanneer zones met Bronstijd bewoning voor een groot deel zijn weggespoeld of afgedekt. Voor nederzettingen op hoogveenkussens was ontwatering essentieel, wat potentieel tijdens de IJzertijd nog minder grootschalig

4

https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens boringen. Boring B43C1177

5

Berendsen 1996

6

https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens boringen. Boringen B43C1040

7

De Mulder et al. 2003

8

Boschloo 2013

9

Berendsen 1996

10

https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens boringen. Boringen B43C1022 en B43C1040

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

11

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

zou hebben plaatsgevonden. Pas vanaf de Romeinse tijd (12 v. Chr. – 450 n. Chr.) is bewoning op het Hollandveen evident. Er zijn in Zeeland dan ook meer vondsten gedaan uit deze periode, buiten alleen de strandwallen.11 Aan het begin van het Subatlanticum (900 v. Chr. – 200 n. Chr.) is er weinig verandert in het plangebied en heeft het in een veengebied gelegen. Na 200 n. Chr. begon echter de invloed van de zee weer sterk toe te nemen. De veenstromen op Schouwen-Duiveland veranderden in getijkreken en vanuit deze getijkreken werd klei werd afgezet op het Hollandveen. Deze getijde-afzettingen behoren tot het laagpakket van Walcheren, formatie van Naaldwijk. Ergens vanaf 200 - 800 n. Chr. ligt het plangebied weer in een getijdenzone (afbeelding 4). Het laagpakket van Walcheren ligt in het plangebied aan het oppervlak. In het noordoosten en het centrum van het plangebied bevindt de ondergrens van het laagpakket van Walcheren op 2,90 – 3,60 m -mv. In de boring in het zuidwesten van het plangebied ligt de ondergrens van het laagpakket van Walcheren > 4 m -mv. In elke boring bestaat een groot gedeelte van het laagpakket uit uiterst fijn zand. De ondergrens van deze laag zand ligt tussen 2,90 – > 4,00 m mv.

Dit zand is waarschijnlijk in getijdengeulen of op zandplaten afgezet.12 In de boring in het noordoosten ligt tussen 3,40 en 3,60 m -mv een dunne laag matig humeuze, sterk siltige klei tussen het Hollandveen en de zandlaag van het laagpakket van Walcheren. Op 0,60 – 0,75 m -mv gaat het zand naar boven over in zwak siltige klei. Deze zwak siltige kleien liggen tot aan het oppervlak. In het zuidwesten van het plangebied ligt van 0 – 0,60 m -mv een laag gyttja.13 Gyttja vormt in eutrofe plassen. In deze plassen treedt overvloedige algengroei op. In ondiepe plassen zal ook plantengroei plaatsvinden. Wanneer dit afsterft, dan bezinkt het materiaal en wordt er organisch sediment gevormd. Dit sediment heet Gyttja.14 Dit deel van het plangebied is gekarteerd als een getij-kreekbedding/zee-erosiegeul (kaart 2, code R71). Getij-kreekbeddingen zijn gevormd in geulen, die in verbinding staan of hebben gestaan met de zee, onder invloed van het getij. De aanwezigheid van gyttja geeft aan dat deze getij-kreek niet meer in contact staat met de zee en langzaam is verland. Dit gedeelte van het plangebied ligt, zoals aan het begin van het hoofdstuk is genoemd, lager in het land. De rest van het plangebied is gekarteerd als bebouwde kom. Echter aan de noordoost grens ligt een vlakte van getij-afzettingen (kaart 2, code M72).

Gezien aan het oppervlak klei ligt in de boringen in het centrum en het noordoosten van het plangebied, is het zeer waarschijnlijk dat de rest van het plangebied ook op een vlakte van getij-afzettingen ligt. Zoals eerder vermeld begon vanaf de Romeinse tijd het veen meer bewoond te worden. Met de toenemende invloed van de zee rond 200 n. Chr. zijn de meeste gebieden op het veen weer verlaten. In de vroege Middeleeuwen zijn de enige archeologische vondsten op Schouwen-Duiveland gevonden aan de kust in het westen. Het gebied rondom het plangebied was waarschijnlijk niet of nauwelijks bewoond. Gedurende de Middeleeuwen begint Zeeland wel meer bewoond te worden. Rond 700 n. Chr. waren de meeste kreken al verland. Rond 1.000 n. Chr. was onder andere Schouwen dicht bewoond. Het plangebied zelf lag nog tot na 1.250 n. Chr. in een getijdengebied. Aan het eind van de 13e eeuw echter zijn de bedijkingsactiviteiten gestart en ergens tussen 1.250 en 1.500 is het plangebied ingedijkt, sinds wanneer het in een bedijkte kwelder ligt.15 De bodem van het plangebied bestaat uit kalkrijke poldervaaggronden met een bouwvoor die bestaat uit lichte zavel (Mn12A en Mn15A). Dit zijn zeekleigronden zonder een minerale eerdlaag en met roest en grijze vlekken beginnend binnen 50 cm. De bodem in het grootste deel van het plangebied heeft een

11

Müller et al. 2022

12

De Mulder et al. 2003

13

https://www.dinoloket.nl/ondergrondgegevens boringen. Boringen B43C1021, B43C1022 en B43C1040.

14

Berendsen 1996

15

Müller et al. 2022 & Boschloo 2013

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

12

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

homogene, aflopende of oplopende profielbouw (Mn15A). De bodem in het meest noordwestelijke deel van het plangebied heeft een zandlaag met een dikte van meer dan 20 cm, beginnend tussen 25 en 80 cm -mv (code Mn12A). Grondwaterstand is bekend in delen van het plangebied. Waar het bekend is, is de Gemiddeld Hoogste Grondwaterdiepte (GHG) 74 cm -mv en de Gemiddeld Laagste Grondwaterdiepte (GLG) 152 cm -mv. Dit komt overeen met een grondwatertrap van VIo. Hoewel in delen van het plangebied de grondwaterdiepte niet bekend is, zal het niet erg verschillen met de delen waar het wel bekend is, aangezien de gebieden rondom het plangebied overal een grondwatertrap van VIo heeft, met ongeveer dezelfde GHG en GLG.

Afbeelding 4 Uitsneden van de Paleogeografische kaarten van Vos et al. (2018). De locatie van het plangebied is in donkerblauw aangegeven. VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

13

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

3.2

Historisch landschap (LS02, LS03, LS04)

Historisch-geografische ontwikkeling (LS03) Het plangebied ligt ten noorden van de dorpskern van Oosterland, een plaats die is ontstaan nadat rond 1354 de slikken die oostelijk van het toenmalige eiland Duiveland lagen werden bedijkt. De nieuwe polder werd Oosterland genoemd en was eeuwenlang een heerlijkheid. In het zuiden van de heerlijkheid lag het klein-ambacht Oosterstein met het gelijknamige kasteel dat aan het einde van de 14de eeuw is gebouwd. In Oosterland zelf stond het Heerenhof, een buitenplaats uit de 17de eeuw.16 Voor de historisch-geografische ontwikkeling van het plangebied zijn o.a. het Zeeuws Archief17, het Nationaal Archief, de kaartenserie van Topotijdreis18 en de Cultuurhistorische Kaart van de provincie Zeeland19 geraadpleegd, waar samen vele tientallen geo-gerefereerde kaarten vanaf de 16e eeuw te raadplegen zijn. De oudste kaart waarop Oosterland is afgebeeld is de kaart uit het midden van de 17e eeuw van Nicolaes Visscher (afbeelding 5). Het plangebied ligt ten noorden van de dorpskern van Oosterland. Binnen het plangebied is geen bebouwing ingetekend en het land heeft waarschijnlijk een agrarische functie. Op de kaart van A. Hattinga van ca. 1750 lijkt het plangebied wederom in gebruik als agrarische grond en ontbreekt nog steeds bebouwing (afbeelding 6).

De eerste echt gedetailleerde en betrouwbare kaart is de Kadastrale Minuutplan van 1811-1832, minuutplan Oosterland, Zeeland, sectie F, blad 01 (MIN09073F01)(afbeelding 7). Op deze kaart is te zien dat het plangebied zich bevindt in een onbebouwd agrarisch gebied. Het plangebied blijft in de jaren die volgen onbebouwd en in agrarisch gebruik. Op de Topografische Kaart uit 1980 is voor het eerst bebouwing aanwezig binnen het plangebied. Dit betreft de huidige schoolgebouwen. De noordzijde van het plangebied wordt later in gebruik genomen als sportpark (afbeelding 8 t/m 16).

16

https://www.zeeuwsarchief.nl/ en https://dorpsraadoosterland.nl/Geschiedenis/

17

https://www.zeeuwsarchief.nl/

18

https://www.topotijdreis.nl/.

19

https://kaarten.zeeland.nl/map/cultuurhistorie

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

14

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

Afbeelding 5 Het plangebied, globale ligging aangegeven in rood, omstreeks 1680 op de Kaart van Walcheren uit Atlas van der Hagen/Atlas Beudeker door N. Visscher. Schaal en oriëntatie zijn niet exact. Bron: Cultuurhistorie Zeeland.

Afbeelding 6 Het plangebied, globale ligging aangegeven in blauw, op een topografische kaart van Walcheren door D.W.C. Hattinga en A. Hattinga uit 1750. Schaal en oriëntatie zijn niet exact. Bron: Cultuurhistorie Zeeland.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

15

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

Afbeelding 7 Het plangebied geprojecteerd op de kadastrale grenzen van 1811-1832. Bron: RCE.

Afbeelding 8 Uitsnede historische kaart 1850. Bron: TopoTijdReis.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

16

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

Afbeelding 9 Uitsnede Topografische kaart 1900. Bron: TopoTijdReis.

Afbeelding 10 Uitsnede Topografische kaart 1915. Bron: TopoTijdReis.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

17

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

Afbeelding 11 Uitsnede Topografische kaart 1940. Bron: TopoTijdReis.

Afbeelding 12 Uitsnede Topografische kaart 1962. Bron: TopoTijdReis.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

18

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

Afbeelding 13 Uitsnede Topografische kaart 1970. Bron: TopoTijdReis.

Afbeelding 14 Uitsnede Topografische kaart 1980. Bron: TopoTijdReis.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

19

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

Afbeelding 15 Uitsnede Topografische kaart 1990. Bron: TopoTijdReis.

Afbeelding 16 Uitsnede Topografische kaart 2009. Bron: TopoTijdReis.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

20

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

Bouwhistorische waarden (LS04) Voor eventuele bouwhistorische waarden zijn de volgende bronnen geraadpleegd: • het Rijksmonumentenregister; • de Cultuurhistorische Kaart Zeeland20; • Militaire Landschapskaart; • lijst gemeentelijke monumenten Schouwen-Duiveland; • de kadastrale minuut 1811-1832; • de BAG-viewer. Binnen het plangebied liggen geen Rijksmonumenten of gemeentelijke monumenten. In een straal van 500 m rondom het plangebied liggen meerdere Rijksmonumenten. Op ca. 180 m ten zuidwesten van het plangebied staat een korenmolen uit 1752 (monumentnr. 14163) en ca. 400 m ten noordwesten staat een vrijstaande langgevelwoning die rond 1905 is gebouwd (monumentnr. 496150). Ten zuiden van het plangebied liggen nog drie Rijksmonumenten; het gebouw van de Nederlandse Hervormde Kerk uit ca. 1500 (monumentnr. 14160), een gasthuis uit 1754 (monumentnr. 14161) en een kerktoren met zadeldak en een westgevel daterend rond 1400 (monumentnr. 14162). Daarnaast staan op de Cultuurhistorische Kaart Zeeland ten zuiden en zuidwesten van het plangebied meerdere historische boerderijen, woningen en andere historische panden weergegeven. Deze gebouwen dateren overwegend in het eerste kwart van de 20ste eeuw en enkelen rond het midden van de vorige eeuw. Op de Cultuurhistorische Kaart Zeeland ligt het plangebied binnen een historische polder uit de 14de eeuw, genaamd Borrenbrood.

Volgens de BAG-viewer dateren de panden binnen het plangebied in de periode 1968 - 1975. De direct omliggende gebouwen dateren in het begin van de jaren 70. De Militaire Landschapskaart toont het militaire erfgoed in Nederland. Binnen het plangebied en in de direct omgeving van het plangebied is geen militair erfgoed aanwezig. Huidige situatie (LS02) Momenteel is het plangebied grotendeels bebouwd en verhard. Het noordelijke deel is in gebruik als sportpark. Historische situatie en mogelijke verstoringen (LS03) Op de Verstoringsbronnenkaart van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en BIS Nederland zijn ter hoogte van het plangebied geen vergraven gronden gekarteerd. Wel ligt het plangebied volgens de Verstoringsbronnenkaart binnen een vlak dat is aangeduid als ‘20e-eeuwse landinrichtingsprojecten’ met als toelichting ‘ruilverkaveling Schouwen-Duiveland 1954-1967’.21 Bij het Bodemloket is voor het plangebied informatie over saneringen geregistreerd.22 In 2007 is een Verkennend onderzoek NEN 5740 uitgevoerd in een kleine zone binnen het plangebied (afbeelding 17). De status van dit onderzoek is ‘Hbb-cluster-inactief’; op basis van informatie uit het Historisch BodemBestand is op deze locatie pas op termijn, of eerder bij locatieontwikkeling een vervolgonderzoek noodzakelijk om de aard en ernst van de mogelijke verontreiniging vast te stellen.

20

https://kaarten.zeeland.nl/map/cultuurhistorie

21

https://bodemdata.nl/themakaarten, https://rce.webgispublisher.nl/Viewer.aspx?map=Verstoringsbronnenkaart; deze kaart is een selectie uit het bestand 'Vergraven Gronden', van WUR. In 2012 is er door Alterra een GIS-bestand samengesteld met een overzicht van grondbewerkingen, ophogingen en afgravingen, waarbij de opbouw van het bodemprofiel tot ten minste 40 cm diepte is gewijzigd. Hiervoor is informatie opgevraagd bij instanties en organisaties die werkzaamheden (laten) uitvoeren en/of administreren in verband met vergunningverlening en instanties die landgebruik in kaart brengen. 22

https://www.bodemloket.nl/.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

21

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

Verder zijn er geen aanwijzingen voor grootschalige verstoringen, met dien verstande dat het agrarisch gebruik (ploegen) in de 19e- en 20ste eeuw, en mogelijk ook eerder, voor bodemroering zal hebben gezorgd. Het noordelijke deel van het plangebied lijkt op basis van het AHN te zijn opgehoogd/ geëgaliseerd.

Afbeelding 17 Het plangebied op de kaart van het Bodemloket met bodeminformatie. Binnen het plangebied is een lichtblauwe zone aangeduid. Bron: Bodemloket.

3.3

Archeologische waarden (LS04)

Voor de archeologische gegevens is het Archeologisch Informatiesysteem (Archis3) geraadpleegd, dat alle geregistreerde archeologische monumenten, onderzoeken en vondstlocaties bevat (kaart 5). Archeologische monumenten zijn terreinen met een (hoge/zeer hoge) archeologische waarde, die ofwel fysiek (wettelijk en juridisch) beschermd worden, ofwel een planologische bescherming hebben waarbij in het bestemmingsplan voorschriften voor het gebruik zijn opgenomen. Vondstlocaties zijn locaties waar archeologische vondsten zijn gedaan. Deze zijn al dan niet gekoppeld aan een archeologisch onderzoek. Binnen het plangebied zijn geen archeologische monumenten/AMK-terreinen geregistreerd. Binnen een buffer van 500 meter rondom het plangebied zijn twee AMK-terreinen gelegen. Het betreft een borg of versterkt huis uit de 17de eeuw met een hoge archeologische waarde (AMK-monumentnr. 11316) en het terrein met de oude dorpskern van Oosterland (AMK-monumentnr. 13484). Dit terrein is ook van hoge archeologische waarde en dateert mogelijk vanaf 1354, wanneer de bedijking van het dorp werd afgerond. AMK monumentnr Waarde 11316 Terrein van hoge archeologische waarde

Gemeente Schouwen-Duiveland

Plaats Oosterland

Complextype Borg/stins/versterkt huis

Periode - begin Nieuwe tijd B: 1650 - 1850 nC

Periode - eind Nieuwe tijd: 1500 - 1950

Nederzetting, onbepaald

Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC

Nieuwe tijd: 1500 - 1950

Toelichting

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

22

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

Terrein met resten van een versterkt huis uit de Nieuwe tijd. Het betreft de overblijfselen van wat door Van Beveren (1960) wordt aangeduid als een 17de-eeuws "heerlijk huis" (landhuis), dat moet zijn gebouwd na 1629. Door oorlogshandelingen is het uitgebrand in 1944. De ru�ne werd verder verwoest in 1953, tijdens de waternoodsramp. Volgens Van Beveren (1960) zijn de grachten nog zichtbaar. Op een foto (1953) in de betreffende publicatie zijn puinresten te zien, zodat er resten van muurwerk en funderingen in de bodem te verwachten zijn. Opmerking: deze veronderstelling strookt niet helemaal met een aantekening op een monumenten-fiche in het CAA: "Bezoek begin 1952. Van het huis is alleen een hek over en een stuk van de tuinmuur; de brug is verdwenen. Op de palen staat Oosterland en voorts 2 wapenleeuwen. Het terrein daar achter waar het huis gestaan heeft is uitgegraven [!] en gevuld met water. Wat puin is mogelijk van het huis." Het tot dan als terrein van Archeologische Waarde op de AMK aanwezige monument werd op basis van het bovenstaande (Van Beveren) op 14-10-2002 opgewaardeerd (ROB) tot HAW. Tevens werd de begrenzing aangepast. AMK monumentnr Waarde 13484 Terrein van hoge archeologische waarde Complextype Nederzetting, onbepaald

Gemeente Schouwen-Duiveland

Plaats Oosterland

Periode - begin Middeleeuwen laat: 1050 - 1500 nC

Periode - eind Nieuwe tijd: 1500 - 1950

Toelichting Terrein met de oude dorpskern van Oosterland. Het dorp werd gesticht na het gereedkomen van de bedijking in 1354. De kerktoren dateert uit de tweede helft van de 14de eeuw, het koor uit de 15de. Kasteel Oostersteyn (monument 43C-001; mon.nr 331) ligt circa 2 km naar het ZW en de restanten van het versterkte huis Heerenhof (monument 43C-004; mon.nr 11316) aan zuidrand van het dorp. Opmerking: uit het (oude) dorp zelf zijn anno 2003 geen vondsten bekend. Tabel 1 In Archis geregistreerde AMK-terreinen binnen een straal van 500 m rondom het plangebied. Bron: RCE/Archis.

Binnen het plangebied zijn geen vondstmeldingen bekend, maar binnen de buffer staan drie vondstmeldingen geregistreerd. Twee daarvan komen uit literatuur en hebben geen verdere omschrijving en datering. De derde vondstmelding is verbonden aan een archeologische begeleiding uit 2014 in het plangebied Groenendaal 21 die hieronder wordt besproken (ZaakID 2459544100). Hierbij zijn scherven van keramiek, een fragment dierenbot en een munt aangetroffen met een datering in de Nieuwe Tijd. Binnen de begrenzing van het onderhavige plangebied zijn geen archeologische onderzoeken uitgevoerd. In een straal van 500 meter rondom het plangebied zijn volgens Archis3 tien archeologische onderzoeken uitgevoerd; vier bureauonderzoeken, vijf booronderzoeken en een archeologische begeleiding (tabel 2).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

23

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

Archis meldingsnr 2155607100

Jaar Type onderzoek 2007 Booronderzoek

Toponiem Nieuwstraat 16

Plaats Oosterland

2217807100

2008 Bureauonderzoek

Sint Joostdijk 36-50

Oosterland

2223160100

2008 Booronderzoek

Lange Achterweg en Sint Joostdijk

Oosterland

2223169100

2008 Booronderzoek

Lange Achterweg en Sint Joostdijk

Oosterland

2223177100

2008 Booronderzoek

Sint Joostdijk

Oosterland

2259069100

2009 Bureauonderzoek

Oostkenshil

Oosterland

2325642100

2010 Bureauonderzoek

Oosterland, AMK 11316

Oosterland

2394655100

2013 Bureauonderzoek

Maatje Harings Jobsweg 2-6 en 3

Oosterland

2452731100

2014 Booronderzoek

Groenendaal 21

Oosterland

2459544100

2014 Begeleiding

Sdgr3

Oosterland

Tabel 2 In Archis geregistreerde onderzoeken binnen een straal van 500 m rondom het plangebied. Bron: RCE/Archis.

Voor de archeologische verwachting zijn de gravende onderzoeken het meest relevant. De uitgevoerde veldonderzoeken worden hieronder met de klok mee beschreven. ZaakID 2223160100, 2223169100 en 2223177100: Booronderzoek uitgevoerd in 2008 op verschillende locaties aan de Lange Achterweg en Sint Joostdijk, op ca. 200-250 m ten zuiden en zuidwesten van het plangebied gelegen. Uit het bureauonderzoek dat voorafgaand aan het booronderzoek is uitgevoerd blijkt dat de kans op het aantreffen van archeologische resten binnen het plangebied middelhoog is voor de perioden Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging aan een hoger gelegen inversierug en de archeologische waarnemingen en monumenten in de directe omgeving. Tijdens het booronderzoek zijn geen aanwijzingen gevonden van archeologische resten of vindplaatsen. De verwachting is daarom bijgesteld naar laag en het plangebied vrijgegeven voor verdere ontwikkeling.23 ZaakID 2155607100: In 2007 is aan de Nieuwstraat 16, op ca. 500 m ten zuiden van het plangebied, een booronderzoek uitgevoerd. Het rapport van dit onderzoek is niet aanwezig in Archis en Dans. ZaakID 2452731100 en 2459544100: In 2014 zijn een booronderzoek en archeologische begeleiding uitgevoerd in het plangebied Groenendaal 21 in Oosterland, op ca. 200 m ten zuidwesten van het onderhavige plangebied.

Door de ligging op een kreekgeul werden in het plangebied geen vindplaatsen uit de periode tot de Middeleeuwen verwacht. Voor de Middeleeuwen tot ca. 1354 geldt ook een lage archeologische verwachting door de afwezigheid van aanwijzingen van een archeologische vindplaats in de top van de kreekgeulafzettingen. Door de aanwezigheid van een antropogeen ophogingspakket dat vanaf ca. 1354 ontstaan kan zijn geldt een hoge verwachting voor resten vanaf deze periode tot en met de Nieuwe Tijd. Gezien de geringe omvang van de bodemingrepen is besloten de ondergrondse sloopwerkzaamheden archeologisch te begeleiden. Tijdens de archeologische begeleiding zijn negen grondsporen aangetroffen die dateren in de Nieuwe Tijd, waaronder twee funderingen, een (afval)kuil, twee waterputten en vier (water)kelders. De sporen en vondsten bevonden zich in een antropogeen ophoogpakket dat vrijwel direct onder het maaiveld lag (0 tot 25 cm – mv).24 Op basis van bovenstaande kan worden opgemaakt dat in de directe omgeving van het plangebied in ieder geval aantoonbaar sprake is van menselijke aanwezigheid in de Nieuwe Tijd.

23

Van Weenen 2008.

24

Warning 2014, Verschoof-van der Vaart 2016.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

24

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

Tweede Wereldoorlog (LS04) Het plangebied ligt op de Indicatieve Kaart Militair Erfgoed (IKME) niet binnen een zone met een bijzondere aanduiding die verband houdt met linies of gevechtshandelingen.25 In het Verliesregister zijn geen vliegtuigcrashes geregistreerd in of nabij Oosterland.26 Binnen het plangebied kunnen theoretisch nog resten worden verwacht van kleinere objecten en structuren zoals crashlocaties, veldgraven en onderduikholen; hiervoor bestaat echter geen enkele concrete aanwijzing. Ook overige websites geven geen indicaties dat er dergelijke objecten of structuren binnen de grenzen van het plangebied verwacht kunnen worden.27

3.4

Gespecificeerde archeologische verwachting (LS05)

Het plangebied heeft in een opeenvolging van een getijdengebied, een kwelder en een veengebied gelegen. Dergelijke gebieden waren vanwege de lage en natte ligging niet geschikt voor bewoning. In de Vroege Middeleeuwen zijn veel (veen)lagen weggeslagen door getijdengeulen en was het gebied wederom onbewoonbaar. Enkele eeuwen later komt de zee tot rust en is de polder Oosterland rond 1354 bedijkt. Hierna is het dorp Oosterland ontstaan. Hoewel op basis van het beschikbare historisch kaartmateriaal tot ver in de 20e eeuw geen aanwijzingen zijn voor bebouwing binnen het plangebied, zijn er mogelijk nog bewoningsresten te verwachten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Daadwerkelijke archeologische resten geven aan dat in ieder geval in de Nieuwe Tijd in de directe omgeving van het plangebied aantoonbaar sprake is van menselijke aanwezigheid. Mogelijk is het plangebied of delen daarvan verstoord door de huidige bebouwing, egalisaties, ruilverkaveling en/of moernering. De gespecificeerde archeologische verwachting voor het plangebied kan puntsgewijs als volgt worden samengevat: 1. Datering Binnen het plangebied kunnen de volgende archeologische resten worden aangetroffen: Lage verwachting op het aantreffen van resten van bewoning en menselijke voor de periode tot aan de Late Middeleeuwen (tot ca. 1354).

Middelhoge verwachting op het aantreffen van resten van bewoning voor de periode Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd (vanaf ca. 1354). Middelhoge verwachting voor resten van het agrarisch cultuurlandschap uit de Late Middeleeuwen - Nieuwe tijd (vanaf ca. 1354). 2. – -

Complextype Nederzetting (Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd) Agrarisch cultuurlandschap (Late Middeleeuwen/Nieuwe Tijd)

3. -

Omvang Huisplaats (Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd): doorgaans ca. 50-2000 m2. Agrarisch cultuurlandschap: lineaire objecten van verkavelingssloten/percelering, ca. 1-2 m breed kunnen binnen het hele plangebied worden aangetroffen.

25

http://www.ikme.nl/.

26

https://verliesregister.studiegroepluchtoorlog.nl/ahome/lossregister/

27

https://www.tracesofwar.nl; http://www.vergeltungswaffen.nl/;

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

25

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

4. Diepteligging Eventuele resten van bewoning en menselijke activiteit uit de Late Middeleeuwen - Nieuwe Tijd liggen waarschijnlijk direct onder de bouwvoor. 5. Gaafheid, conservering De conservering van organisch materiaal is vanwege de relatief hoge grondwaterstand (70-80 cm -mv) waarschijnlijk redelijk tot goed. Anorganische resten kunnen eveneens goed geconserveerd zijn, mogelijk fragmentarisch. 6. Locatie Archeologische resten kunnen binnen het gehele plangebied worden aangetroffen. 7. -

-

Uiterlijke kenmerken. Nederzetting/huisplaats: een spreiding van vondstmateriaal zoals keramiek (aardewerk/steengoed/porselein), bouwmateriaal (baksteen/dakpan), dierlijk bot, metaal, glas, natuursteen en sporen zoals (verkavelings)greppels, paalgaten en afvalkuilen. Organische materialen, zoals leer, bewerkt of constructiehout, en textiel zijn waarschijnlijk alleen in diepe sporen goed bewaard gebleven. Agrarisch cultuurlandschap: verkavelingsgreppels en sloten, en recente verstoringen die te maken hebben met de ontginning of agrarische bedrijfsvoering.

8. Mogelijke verstoringen Binnen het plangebied heeft de bouw van de huidige schoolgebouwen mogelijk tot verstoringen geleid. Het is niet duidelijk tot hoe diep deze verstoringen hebben plaatsgevonden. Daarnaast kunnen binnen het plangebied mogelijke verstoringen voorkomen die verband houden met het eerdere agrarisch gebruik (ruilverkaveling, ploegen, egalisatie). Het noordelijke deel van het plangebied lijkt op basis van het AHN te zijn opgehoogd/ geëgaliseerd. 9. Bedreiging van eventueel aanwezige archeologische waarden Een concreet inrichtingsplan is nog niet voorhanden, maar aangezien de plannen bestaan uit nieuwbouw en aanleg infrastructuur zullen de ingrepen waarschijnlijk minimaal tot 80 tot 120 cm -mv reiken. Gezien het feit dat er ingrepen plaatsvinden binnen een gebied met een middelhoge archeologische verwachting, worden mogelijk archeologische waarden bedreigd.

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

26

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

4

Advies vervolgonderzoek (LS06)

Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een middelhoge archeologische verwachting voor resten uit de Late Middeleeuwen en Nieuwe Tijd. Eventuele archeologische resten kunnen door de geplande ingrepen worden bedreigd. Vestigia Archeologie & Cultuurhistorie adviseert dan ook om voor het plangebied de dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie - 7’ te handhaven, waarvoor geldt dat bij ingrepen groter dan 5.000 m2 en dieper dan 50 cm -mv nader archeologisch onderzoek noodzakelijk is. Indien er ingrepen plaatsvinden die de vrijstellingsgrens overschrijden -en dan gaat het niet alleen om de nieuwbouw, maar bijvoorbeeld ook de aanleg van de bijbehorende infrastructuur zoals cunetten voor wegen, parkeerplaatsen, en kabels en leidingen- dan dient in eerste instantie een verkennend booronderzoek te worden uitgevoerd om het archeologisch verwachtingsmodel te toetsen, en de mate van verstoring vast te stellen. Geadviseerd wordt om te boren in een verkennend grid van ca. 30 x 40 m (ca. 8 boringen/ha), wat met de vorm en oppervlak van het gehele plangebied neerkomt op ca. 16 boringen. Het verdient de voorkeur om eerst op basis van het VO/DO te bepalen welke delen van het plangebied daadwerkelijk verstoord worden, om daar dan het onderzoek op te kunnen richten.

Voorafgaand aan het veldonderzoek dient eerst een Plan van Aanpak te worden opgesteld dat dient te worden goedgekeurd door het bevoegd gezag, de gemeente Schouwen-Duiveland. Het is aan het bevoegd gezag, de gemeente Schouwen-Duiveland, om een besluit te nemen ten aanzien van het beëindigen of verder laten verlopen van het onderzoeksproces. Dit besluit kan afwijken van het bovenstaande advies. Ook wanneer het bevoegd gezag besluit dat vervolgonderzoek niet noodzakelijk is en het onderzochte gebied wordt vrijgegeven voor de voorgenomen ontwikkelingen, blijft de meldingsplicht archeologische toevalsvondst of waarneming van kracht (Erfgoedwet, artikel 5.10 Archeologische toevalsvondst). Aangezien het nooit volledig is uit te sluiten dat tijdens eventueel grondverzet een archeologische ‘toevalsvondst’ wordt gedaan, is het wenselijk de uitvoerder van het grondwerk te wijzen op de plicht om hiervan zo spoedig mogelijk melding te doen bij het bevoegd gezag, de gemeente Schouwen-Duiveland, en de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed (RCE).

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

27

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

Literatuur BERENDSEN, H.J.A., 1996: De vorming van het land. Assen. BERENDSEN, H.J.A., 1997: Landschappelijk Nederland, Assen. DE MULDER, F.J./M.C. GELUK/I.L. RITSEMA/W.E. WESTERHOFF/T.E. WONG, 2003: De ondergrond van Nederland. Groningen. BOER, G.H. DE, 2008: Gemeente Schouwen-Duiveland; een archeologische waarden- en verwachtingskaart voor het buitengebied, Weesp (RAAP-Rapport 1453). BOSCHLOO, H.J., 2013: Rapport Archeologisch Bureauonderzoek Maatje Harings Jobsweg 2-6 en 3 te Oosterland gemeente Schouwen-Duiveland. Gemeente Schouwen-Duiveland; SMA Zeeland, ’s Heerenhoek. MÜLLER, A./J. DIJKSTRA/B. JANSEN/W.B. WALDUS/H.M. VAN DER VELDE, 2022: Dynamische Delta Synthese

onderzoek naar de archeologische bewoningsgeschiedenis en landschapsontwikkeling van de provincie Zeeland en het Zeeuws kleigebied. Nederlandse Archeologische Rapporten 078, Rijksdienst voor het

Cultureel Erfgoed, Amersfoort. VERSCHOOF-VAN DER VAART, W.B., 2016: Plangebied Groenendaal 21 in Oosterland, gemeente SchouwenDuiveland; een archeologische begeleiding, protocol opgraven, Weesp (RAAP-Notitie 5589). VOS, P./M. VAN DER MEULEN/H. WEERTS/J. BAZELMANS/, 2018: Atlas of the Holocene Netherlands. Landscape and habitation since the last Ice Age. Amsterdam University Press B.V., Amsterdam. WARNING, S., 2014: Plangebied Groenendaal 21 in Oosterland, gemeente Schouwen-Duiveland; archeologisch vooronderzoek: een bureau- en inventariserend veldonderzoek (verkennende fase), Weesp (RAAP-Notitie 4897). WEENEN, R.D. VAN, 2008: Archeologisch onderzoek Lange Achterweg en Sint Joostdijk te Oosterland (gemeente Schouwen-Duiveland). Inventariserend veldonderzoek met boringen, Capelle aan den IJssel (ArcheoMedia Rapport A08-458-I).

Digitale bronnen -

ACTUEEL HOOGTEBESTAND NEDERLAND: https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ ARCHEOLOGISCH INFORMATIESYSTEEM (ARCHIS): https://archis.cultureelerfgoed.nl/#/login BEELDBANK RIJKSDIENST VOOR HET CULTUREEL ERFGOED: http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl/ BODEMLOKET: http://www.bodemloket.nl/ CULTUURHISTORISCHE KAART ZEELAND: https://kaarten.zeeland.nl/map/cultuurhistorie DANS-EASY: https://easy.dans.knaw.nl/ DINOLOKET: https://www.dinoloket.nl/ HISTORICAL ATLAS OF THE LOW COUNTRIES: https://rombertstapel.com/2017/01/historical-atlas-of-thelow-countries/ KADASTER, BASISREGISTRATIES ADRESSEN EN GEBOUWEN (BAG): https://bagviewer.kadaster.nl/ KADASTER, TIJDREIS OVER 200 JAAR TOPOGRAFIE: http://topotijdreis.nl/ NATIONAAL ARCHIEF HTTP://www.nationaalarchief.nl RUIMTELIJKE PLANNEN: http://www.ruimtelijkeplannen.nl/web-roo/roo/ VERSTORINGSBRONNENKAART: https://archeologieinnederland.nl/verstoringsbronnenkaart ZEEUWS ARCHIEF: https://www.zeeuwsarchief.nl/

VESTIGIA Archeologie & Cultuurhistorie, rapport V2829 Definitief, versie 2.0, d.d. 16 oktober 2025

28

V25-6013: Archeologisch vooronderzoek voor het plangebied Weelstraat e.o. te Oosterland, gemeente Schouwen-

Duiveland

Lijst van afbeeldingen Afbeelding 1 Ligging plangebied op de meest actuele luchtfoto. Bron: PDOK. .................................................... 4 Afbeelding 2 Concept ontwerp (kan nog wijzigen). Bron: Opdrachtgever. ........................................................... 8 Afbeelding 3 Uitsnede plangebied op AHN4. Bron: AHN. ........................................................................................ 10 Afbeelding 4 Uitsneden van de Paleogeografische kaarten van Vos et al. (2018). De locatie van het plangebied is in donkerblauw aangegeven. .................................................................................................................. 13 Afbeelding 5 Het plangebied, globale ligging aangegeven in rood, omstreeks 1680 op de Kaart van Walcheren uit Atlas van der Hagen/Atlas Beudeker door N. Visscher. Schaal en oriëntatie zijn niet exact. Bron: Cultuurhistorie Zeeland. ........................................................................................................................................ 15 Afbeelding 6 Het plangebied, globale ligging aangegeven in blauw, op een topografische kaart van Walcheren door D.W.C. Hattinga en A. Hattinga uit 1750. Schaal en oriëntatie zijn niet exact. Bron: Cultuurhistorie Zeeland.

................................................................................................................................................... 15 Afbeelding 7 Het plangebied geprojecteerd op de kadastrale grenzen van 1811-1832. Bron: RCE. .................. 16 Afbeelding 8 Uitsnede historische kaart 1850. Bron: TopoTijdReis. ........................................................................ 16 Afbeelding 9 Uitsnede Topografische kaart 1900. Bron: TopoTijdReis. ................................................................. 17 Afbeelding 10 Uitsnede Topografische kaart 1915. Bron: TopoTijdReis. ................................................................. 17 Afbeelding 11 Uitsnede Topografische kaart 1940. Bron: TopoTijdReis. ................................................................ 18 Afbeelding 12 Uitsnede Topografische kaart 1962. Bron: TopoTijdReis. ................................................................ 18 Afbeelding 13 Uitsnede Topografische kaart 1970. Bron: TopoTijdReis.................................................................. 19 Afbeelding 14 Uitsnede Topografische kaart 1980. Bron: TopoTijdReis. ................................................................ 19 Afbeelding 15 Uitsnede Topografische kaart 1990. Bron: TopoTijdReis. ...............................................................

20 Afbeelding 16 Uitsnede Topografische kaart 2009. Bron: TopoTijdReis. .............................................................. 20 Afbeelding 17 Het plangebied op de kaart van het Bodemloket met bodeminformatie. Binnen het plangebied is een lichtblauwe zone aangeduid. Bron: Bodemloket. ...................................................................... 22

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16409580/1