1632111 RVS Verordening Jeugdhulp gemeente Schouwen-Duiveland 2026
Tekst van het document
Raadsvoorstel Urgentie Onderwerp Zaaknummer Datum Openbaarheid Afdeling Portefeuillehouder Opdrachtgever
Hoog, Het is zeer wenselijk dat dit raadsvoorstel nog door de zittende raad wordt behandeld. Verordening Jeugdhulp gemeente Schouwen-Duiveland 2026. 1632111 20 januari 2026 Actief openbaar Werken, Wonen en Leven (WWL) C.H. Poortvliet Afdelingshoofd WWL
Voorstel 1. Kennis te nemen van de ingediende zienswijzen van de raadscommissies/gemeenteraden en het advies van Adviesraad sociaal domein Schouwen-Duiveland met de reactie van het college op het ontwerp van de Verordening jeugdhulp gemeente Schouwen-Duiveland 2026. 2. De Verordening jeugdhulp gemeente Schouwen-Duiveland 2026 vast te stellen met inachtneming van de zienswijzen en reactie als bedoeld onder 1.
Inleiding Eind 2023 stelden alle 13 Zeeuwse gemeenteraden de Regiovisie jeugdhulp Zeeland 2023-2028 vast. Op basis van de regiovisie is een uitvoeringsagenda opgesteld. Die is onderdeel van het meerjarig uitvoeringsprogramma Zeeuwse Samenwerking Sociaal Domein (ZSSD). Een van de speerpunten in het uitvoeringsprogramma is een integraal en dekkend (jeugd)hulpaanbod, efficiënt georganiseerd. Een bijbehorende actie is het afbakenen van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht. Dit betekent dat bepaald wordt welke ondersteuning valt onder jeugdhulp en welke onder een algemene voorziening. Na het portefeuillehoudersoverleg Jeugd van 27 maart 2025 heeft het college de commissie Samenleving en Bestuur gevraagd een zienswijze naar voren te brengen over het ontwerp van de verordening jeugdhulp gemeente Schouwen-Duiveland 2026 en de bijbehorende toelichting. De fractie van de Christen Unie diende een zienswijze in. De Adviesraad sociaal domein heeft advies uitgebracht op de ontwerpverordening. Op basis van de ingediende zienswijzen van de commissies/raden (bijlage 3a) heeft het portefeuillehoudersoverleg Jeugd op 20 november 2025 de definitieve tekst van de verordening (bijlage 1) en bijbehorende toelichting (bijlage 2) opgesteld.
Beoogd resultaat We willen dat jeugdhulp in de toekomst beschikbaar blijft voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen, of jeugdigen en gezinnen in de meest kwetsbare situaties. Met het afbakenen van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht in de verordening dragen we bij aan een inhoudelijk en financieel toekomstbestendig jeugdhulplandschap in Zeeland. Het gezamenlijk optrekken in het aanpassen van de verordening is een actie in de uitvoeringsagenda bij de Regiovisie jeugdhulp Zeeland 2023-2028. Argumenten 1.1 De ingediende zienswijzen en reacties zijn waardevol, maar leiden niet tot aanpassing van de ontwerpverordening. Vanuit commissies van 2 gemeenten is een zienswijze naar voren gebracht over de ontwerpverordening en toelichting. Er is advies uitgebracht door de Adviesraad sociaal domein Schouwen-Duiveland. De raden van 6 gemeenten hebben een positieve (geen) zienswijze naar voren gebracht. De ingediende zienswijzen en reacties geven de Zeeuwse gemeenten meer richting over (het beleid voor) jeugdhulp in brede zin, maar leiden niet tot aanpassing van de ontwerpverordening. De ingediende zienswijzen zijn opgenomen in bijlage 3a en het advies van de Adviesraad sociaal domein Schouwen-Duiveland met de reactie van het college is opgenomen in bijlage 3b. Pagina 1 van 3
2.1 Er is een aantal technische wijzigingen gedaan aan de verordening ten opzichte van de ontwerpverordening. De technische wijzigingen zijn opgenomen in bijlage 4. 2.2 We willen een toekomstbestendig jeugdhulpstelsel in Zeeland. Op zowel landelijk als regionaal (Zeeuws) niveau zien we dat steeds meer jeugdigen en/of ouders een beroep doen op jeugdhulp. Het jeugdhulpstelsel staat inhoudelijk en financieel onder druk. Daarom is de landelijke Hervormingsagenda Jeugd vastgesteld. Een van de opgaven is om jeugdhulp in de toekomst beschikbaar te houden voor de meest kwetsbare jeugdigen en gezinnen, of jeugdigen en gezinnen in de meest kwetsbare situaties. 2.3 De Zeeuwse gemeenten kunnen en willen niet wachten op de landelijke afbakening van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht. Hoofdstuk 2.1 van de Hervormingsagenda Jeugd gaat over de reikwijdte van de jeugdhulpplicht. Hoofdstuk 2.1.4 gaat over het verduidelijken en afbakenen (het begrenzen) ervan. Het doel is om duidelijk te maken wat er wél onder de jeugdhulpplicht valt, in plaats van wat er niet onder valt. Het Rijk gaat de Jeugdwet daarvoor aanpassen. Het wetsvoorstel reikwijdte wordt naar verwachting in begin 2026 opengesteld voor consultatie. Het is nog niet bekend wanneer de aangepaste Jeugdwet in werking treedt, maar zeker niet eerder dan 1 januari 2027.
Aangezien de doelen vanuit de Hervormingsagenda in 2028 gerealiseerd moeten zijn, willen we niet wachten op het wetsvoorstel. Aanscherping ten opzichte van huidige verordening De afbakening van de reikwijdte van de jeugdhulpplicht komt met name terug in: Artikel 9 – Criteria individuele voorzieningen o Het vierde lid schrijft voor dat, waar beschikbaar en passend, er wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie. Het vijfde lid bevat een toelichting. Hiermee beogen we dat jeugdhulp wordt ingezet wanneer deze eerder effectief is gebleken. o In het zesde lid staat dat, in situaties waarbij de ouder(s)/verzorger(s) (ouders) begeleiding, behandeling of ondersteuning nodig hebben door maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen en er geen sprake is van een hulpvraag voor de jeugdige, de jeugdige en/of ouder(s) niet in aanmerking komen voor individuele voorziening. Het zevende lid bevat een uitzondering. o Het achtste lid schrijft voor dat een individuele voorziening niet met terugwerkende kracht wordt verstrekt. Behalve als sprake was of is van een crisissituatie en voor zover we de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kunnen beoordelen. Artikel 10 – Beoordeling (boven)gebruikelijke hulp en eigen kracht o In dit artikel is een uitgebreide definitie opgenomen van (boven)gebruikelijke hulp en eigen kracht.
Dit is een van de adviezen in het landelijke document ‘Verkenning afbakening jeugdhulpplicht’. Artikel 11 – Vervoer o Dit artikel stelt aanvullende eisen aan vervoer van de jeugdige naar en van de jeugdhulpaanbieder. Artikel 13 – Vaktherapie o Dit artikel stelt aanvullende eisen aan vaktherapie. Artikel 14 – Kinderopvang en buitenschoolse opvang o Dit artikel schrijft voor in welke situaties jeugdhulp kan worden ingezet in de kinderopvang en buitenschoolse opvang. 2.4 Afbakening van de jeugdhulpplicht staat los van de gemeentelijke zorgplicht voor haar inwoners. Om de doelen van de Hervormingsagenda te realiseren is het belangrijk om in de verordening duidelijker aan te geven wat wel en niet onder jeugdhulp valt. De gemeente blijft echter ten alle tijde een zorgplicht houden voor haar inwoners. Het is enkel de benadering van de hulpvraag en de geboden oplossing die in de verordening wordt aangescherpt. Wanneer bijvoorbeeld bij een jeugdige ontwikkelingsproblemen worden waargenomen zijn we geneigd om de jeugdige aan te melden voor jeugdhulp. Het is echter belangrijk uitvraag te doen naar de oorzaak hiervan. Wanneer er sprake blijkt van een complexe echtscheiding en schulden in het gezin, zijn het de ouders die ondersteuning nodig hebben, niet (enkel) de jeugdige. Hulp Pagina 2 van 3
voor ouders is dan passender dan jeugdhulp voor het kind. Dit past goed bij het reeds vastgestelde Beleidskader breed sociaal domein waarbij we meer inzetten op het systeem rondom een kind dan enkel het kind. Een ander voorbeeld is een jongere met een risico op game verslaving. In de nieuwe verordening is opgenomen dat ondersteuning bij verslaving een algemene voorziening is en geen individuele voorziening (jeugdhulp). De jongere krijgt geen jeugdhulp, maar wordt doorgeleid naar de algemene voorziening. Een algemene voorziening betekent dat (in principe) elke inwoner hier gebruik van kan maken. Kanttekeningen 2.1 De Jeugdwet schrijft voor te doen wat nodig is voor de jeugdige en/of ouders. Vooralsnog moeten gemeenten volgens de Jeugdwet doen wat nodig is zodat de jeugdige gezond en veilig opgroeit, naar zelfstandigheid groeit, voldoende zelfredzaam is en maatschappelijk participeert, rekening houdend met zijn leeftijd en ontwikkelingsniveau. Dat maatwerk sluit niet aan op het afbakenen van voorzieningen. Toch is het goed om de toegangs(organisatie) meer handvatten te geven om de hulpvraag van de jeugdige en/of ouders te onderzoeken. Want een individuele voorziening is niet altijd het beste antwoord. Jeugdigen en/of ouders hebben – eventueel samen met hun sociale netwerk – soms meer eigen mogelijkheden en probleemoplossend vermogen dan ze in eerste instantie denken.
2.2 Alleen het aanpassen van de verordening leidt niet tot betere sturing. De Vereniging Nederlandse Gemeenten stelt in een bespreeknotitie voor de commissie Zorg, Jeugd en Onderwijs over het wetsvoorstel reikwijdte: de transformatie van de jeugdhulp en de sturing van de overheid daarop vraagt veel meer dan slechts het aanpassen van de verordening. In Schouwen-Duiveland werken we aan een betere sturing op jeugdhulp door onder andere de introductie van de methodiek 1Gezin1Plan1Regisseur. Hierin werken de toegangsmedewerkers meer uniform en volgen casuïstiek nauw op. We verbeteren de samenwerking met huisartsen en Gecertificeerde instellingen. We positioneren de algemene voorzieningen beter, zodat deze toegankelijker zijn. We vormen Stevige Lokale Teams zodat we dichtbij de inwoners zijn en passende ondersteuning kunnen bieden. Communicatie Het college maakt de reactie op de ingediende zienswijzen van de raadscommissies/ gemeenteraden en het advies van de Adviesraad sociaal domein bekend aan de indiener. Bij vaststelling van De Verordening jeugdhulp gemeente Schouwen-Duiveland 2026, wordt de Verordening jeugdhulp gemeente Schouwen-Duiveland 2021 tegelijkertijd ingetrokken. De Verordening jeugdhulp gemeente Schouwen-Duiveland 2026 en bijbehorende toelichting wordt gepubliceerd in het digitale Gemeenteblad en opgenomen in overheid.nl/lokale wet en regelgeving.
Uitvoering Nvt Bijlagen • Bijlage 1 Verordening Jeugdhulp gemeente Schouwen-Duiveland 2026. • Bijlage 2 Toelichting op Verordening gemeente Schouwen- Duiveland 2026. • Bijlage 3a Overzicht zienswijzen en reacties raden/commissies op ontwerpverordening. • Bijlage 3b Advies Adviesraad sociaal domein op ontwerpverordening en reactie van het college van Burgemeester en Wethouders. • Bijlage 4 Technische wijzigingen na ontwerpverordening.
Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland, S.J.A. Bronsveld
J.Chr. van der Hoek MBA
Secretaris
Burgemeester
Pagina 3 van 3