CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1622997 Bijlage 5 Notitie Advies- en richtinggevende keuzes IHP 2025-2041

Commissie Samenleving en Bestuur 4 december 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: CVS IHP Onderwijshuisvesting Schouwen Duiveland (1622997)2.519 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Notitie commissie Samenleving & Bestuur Advies- en richtinggevende keuzes IHP 2025–2041 0

Advies- en richtinggevende keuzes IHP 2025–2041 Aanleiding Het concept Integraal Huisvestingsplan (IHP) 2025–2041 beschrijft hoe we in SchouwenDuiveland de komende jaren investeren in goede, toekomstbestendige schoolgebouwen. Het gaat om belangrijke keuzes voor spreiding, samenwerking, duurzaamheid en voorzieningen. Om de gemeenteraad uitvoerig te betrekken bij de strategische keuzes die hierin besloten liggen, wordt naast het concept IHP deze aparte notitie voorgelegd. Doel Deze notitie brengt per thema de hoofdpunten uit het IHP overzichtelijk in beeld. Daarbij worden steeds de belangrijkste overwegingen en keuzemogelijkheden genoemd. Zo kan de raad zijn voorkeuren en aandachtspunten meegeven. Die input helpt het college en de schoolbesturen om het IHP verder uit te werken op een manier die past bij de wensen van de raad én de mogelijkheden in de praktijk. De opgenomen vragen zijn niet allesomvattend; er kunnen meer vragen aan de orde komen. Ze zijn primair bedoeld om de discussie op gang te brengen. In het concept IHP worden een aantal voorstellen gedaan voor nieuw beleid (hoofdstuk 2). De belangrijkste beleidskeuzes zijn in deze notitie samengevat, die mogelijk financiële consequenties voor de gemeente hebben:  §2.2 Inclusiever onderwijs – mogelijkheden om meer leerlingen op het eiland te houden door gebouwaanpassingen en extra ruimte (“inclusieve meters”).

 §2.4 Brede voorzieningen – samenwerking tussen onderwijs, opvang en soms zorg, met aandacht voor multifunctioneel gebruik van gebouwen.  §2.5 Bewegingsonderwijs en bewegend leren – keuzes rond de omvang van gymzalen, vergroening van schoolpleinen en ruimte voor bewegen.  §2.7 Type ingrepen in het IHP – verschillende varianten van nieuwbouw, vernieuwbouw, renovatie en aanpassingen, afgestemd op prognoses en gebouwkwaliteit. Om richting te geven aan de verdere uitwerking van het IHP, wordt de commissie ook gevraagd om voorkeuren en overwegingen uit te spreken bij de volgende thema’s:  Hoofdstuk 4. Oplossingsrichtingen – per cluster is een voorkeurscenario voorgesteld. De commissie wordt gevraagd of zij zich hierin kan vinden en of er aanvullende aandachtspunten zijn per locatie.  Hoofdstuk 5. Uitvoering - de planning loopt tot 2041, maar de schoolbesturen willen sneller. De commissie wordt gevraagd hoe zij aankijkt tegen de voorgestelde fasering en of aanvullende uitgangspunten gewenst zijn voor prioritering, tempo en samenwerking. Vervolg De uitkomsten van de bespreking in de commissie vormen richtinggevende kaders voor het college en de betrokken schoolbesturen bij de verdere uitwerking van een definitief IHP. Daarmee wordt de basis gelegd voor een breed gedragen en uitvoerbare koers voor de komende jaren.

1

Thema

Overwegingen

Concept IHP

2.2 Inclusiever onderwijs

Doel om leerlingen met diverse ondersteuningsbehoeften zoveel mogelijk op het eiland te houden. Dit vraagt om gebouwaanpassingen (o.a. prikkelarme ruimtes) en mogelijk meer vierkante meters. Tegelijk is het belangrijk om goed af te wegen onder welke voorwaarden deze extra ruimte bekostigd kan worden.

Concept IHP stelt een beleidsregel voor om “inclusieve meters” toe te kennen op basis van onderbouwing door het schoolbestuur; kosten voor gemeente, exploitatie voor schoolbestuur. Als uitgangspunt geldt dat per project standaard 50 m² bvo extra kan worden toegevoegd voor inclusief onderwijs, tenzij maatwerk nodig is.

Naast aanpassingen binnen bestaande scholen wordt ook gedacht aan een regionaal expertisecentrum, dat als spil kan functioneren voor speciaal en inclusief onderwijs op SchouwenDuiveland.

Daarnaast wordt onderzoek voorgesteld naar een regionaal expertisecentrum voor speciaal en inclusief onderwijs. Dit centrum bundelt voorzieningen, expertise en begeleiding, en kan ook een belangrijke rol spelen in kennisdeling tussen scholen en jeugdhulp. Doel is onder meer om verwijzingen naar buiten het eiland te beperken en de samenwerking op het eiland te versterken.

Commissie: 1. Vraag: Hoe ruimhartig of terughoudend wilt u dat de gemeente omgaat met het toekennen van ‘inclusieve meters’? Vindt u het wenselijk dat de gemeente in specifieke gevallen extra ruimte financiert voor inclusiever onderwijs? 2. Vraag: Hoe staat u tegenover het uitvoeren van een onderzoek naar de haalbaarheid van een regionaal expertisecentrum voor speciaal en inclusief onderwijs in Zierikzee? Keuzeopties: 1. Ruimhartig extra ruimte (“inclusieve meters”) toekennen. 2. Beperkt extra ruimte toekennen, strikte criteria. 3. Realisatie van een regionaal expertisecentrum, waarin voorzieningen en expertise voor een inclusievere leeromgeving worden gebundeld. Optie Ruimhartig

Beperkt

Regionaal expertisecentrum

Argumenten (pro) Meer leerlingen kunnen in eigen omgeving blijven, versterkt passend onderwijs, betere leerresultaten. Beheersbare kosten, stimuleert efficiënt gebruik bestaande ruimte. Meer kinderen kunnen op het eiland blijven; betere maatwerkvoorzieningen dichtbij. Bundeling van expertise en structurele kennisdeling; sterkere samenwerking met jeugdhulp.

Tegenargumenten (con) Hogere investerings- en exploitatielasten, kans op onderbenutting bij dalende instroom. Risico dat leerlingen toch uitstromen naar buiten het eiland, minder inclusief karakter. Afhankelijk van samenwerking; risico op spanning rond schoolidentiteit en autonomie. Hoge investeringskosten; risico op centralisatie ten koste van kleine kernen.

Sluit aan bij Onderwijsakkoord; toekomstbestendige huisvesting en spilfunctie voor passend onderwijs.

2

Thema

Overwegingen

Concept IHP

2.4 Brede voorzieningen

De ontwikkeling van brede voorzieningen (zoals Integrale Kindcentra – IKC’s) is een belangrijk thema binnen het IHP. Hierbij wordt gestreefd naar nauwe samenwerking tussen onderwijs, kinderopvang, peuteropvang en soms zorg. Het doel is een doorlopende ontwikkellijn voor kinderen van 0 tot 12 jaar en een optimaal gebruik van maatschappelijke gebouwen.

Het concept IHP vertaalt deze overwegingen in de volgende uitgangspunten: 1. Samenwerking onder één dak wordt gestimuleerd, mits dit past binnen de lokale vraag en wettelijke kaders (zoals de Wet Markt en Overheid en het Didamarrest). 2. Kinderopvang in iedere kern is het uitgangspunt, maar concentratie is mogelijk waar exploitatie structureel niet haalbaar is. 3. De gemeente kan onder voorwaarden investeren of voorfinancieren in aanvullende ruimten binnen brede voorzieningen, bijvoorbeeld door middel van kostprijsdekkende huur en langdurige samenwerkingsovereenkomsten. 4. Er wordt gestreefd naar multifunctioneel gebruik van gebouwen voor onderwijs, opvang, sport en maatschappelijke activiteiten, om leegstand te beperken en de leefbaarheid te versterken.

De gemeente streeft ernaar dat in elke kern waar onderwijs aanwezig is ook opvangvoorzieningen beschikbaar blijven, maar erkent dat dit in kleine kernen financieel of organisatorisch lastig kan zijn. Concentratie van voorzieningen in grotere kernen kan leiden tot efficiënter gebruik van middelen en betere kwaliteit, maar kan ook gevolgen hebben voor leefbaarheid en bereikbaarheid in kleinere dorpen.

Deze aanpak vraagt per kern om een afweging tussen maatschappelijke waarde, exploitatie, samenwerking en ruimtelijke haalbaarheid.

Commissie: 1. Vraag: Vindt u dat elke kern met een school ook een opvangvoorziening moet behouden, of kan concentratie in grotere kernen aanvaardbaar zijn als dat financieel en organisatorisch efficiënter is? 2. Vraag: Wilt u dat de gemeente (onder voorwaarden) mag voorfinancieren in niet-onderwijsruimten binnen brede voorzieningen of IKC’s, zoals opvang of zorg? Keuzeopties:  Overal opvang in iedere kern met school.  Concentreren opvanglocaties in grotere kernen.  Wel/niet investeren in de niet onderwijsruimten binnen deze brede voorzieningen of (I)KC’s door middel van voorfinanciering. Optie Overal opvang

Argumenten (pro) Voorzieningen dichtbij, versterkt leefbaarheid kleine kernen.

Tegenargumenten (con) Negatieve exploitatie en alsnog sluiten van de voorziening, kan leiden tot een leeg gemeentelijk deel van het gebouw, of verzoek tot aanvullende subsidies van kdv aan gemeente voor instandhouding.

Concentreren

Efficiënter gebruik ruimtes en middelen, hogere bezetting, betere kwaliteit door schaalgrootte.

Minder thuisnabij opvang, kan aantrekkelijkheid van kleine kernen verminderen.

Voorfinancieren

Snelle realisatie, opvang kan meeliften met schoolbouw. Brede voorzieningen onder één dak, versterkt leefbaarheid.

Financieel risico en druk op begroting. Publiek geld voor private exploitatie, risico op leegstand.

3

Thema

Overwegingen

Concept IHP

2.5 Bewegingsonderwijs en bewegend leren

Bewegingsonderwijs is essentieel voor de fysieke en sociale ontwikkeling van kinderen. Sinds 2023 is 1,5 uur bewegingsonderwijs per week per groep wettelijk verplicht.

Het IHP stelt voor om per project de meest passende norm voor gymzalen te bepalen: de wettelijke minimumnorm (252 m²) of de KVLO-norm (308 m²).

De gemeente streeft ernaar dat alle leerlingen binnen redelijke afstand gebruik kunnen maken van een gymzaal of speellokaal. In een aantal kernen is die afstand echter groot, wat leidt tot tijdverlies, logistieke uitdagingen extra kosten en veiligheidsrisico’s bij vervoer van leerlingen. Voor jonge kinderen is nabijheid van belang. Daarnaast wil de gemeente dat schoolomgevingen bijdragen aan een gezonde leefstijl en klimaatadaptatie. Buiten bewegen en vergroening van schoolpleinen sluiten hierop aan.

Ook wordt het concept ‘speellokaal+’ geïntroduceerd: een vergrote speelruimte waar ook oudere leerlingen (tot groep 5) kunnen bewegen, vooral op locaties met meerdere scholen en met beperkte toegang tot een gymzaal. Voor schoolpleinen geldt een richtlijn van minimaal 3 m² per leerling en geen maximum van 600 m² te hanteren, zodat ook grotere scholen voldoende ruimte houden. Het vergroenen van schoolpleinen wordt gekoppeld aan renovatie of nieuwbouw als die binnen vijf jaar gepland staat.

Commissie: 1. Vraag: Vindt u het wenselijk dat we onderzoek doen naar de realisatie van vergrote speellokalen op locaties waar scholen kunnen samenwerken én de afstand tot het bewegingsonderwijs meer dan 1 km is, zodat jonge kinderen dichter en vaker bij school kunnen gymmen/bewegen? 2. Vraag: Hoe weegt u hogere bouw- of investeringskosten voor grotere gymzalen/speellokalen of vergroende en verruimde schoolpleinen af tegen de maatschappelijke meerwaarde van gezondheid, duurzaamheid en leefbaarheid? Keuzeopties:  Standaard KVLO-norm voor gymzalen (308 m²).  Wettelijke minimumnorm (252 m²).  Aanvullende m2 voor vergroot speellokaal  Vergroenen van schoolpleinen standaard meenemen bij (ver)nieuwbouw en renovatie.  Norm hanteren van 3 m² per leerling zonder maximum in plaats van een vaste bovengrens. Optie KVLO-norm

Wettelijke norm

Vergroenen

Argumenten (pro) Tegenargumenten (con) Beter voor bewegingsonderwijs, Hogere bouwkosten en exploitatielasten, multifunctioneel gebruik, mogelijk overcapaciteit. toekomstbestendig. Lagere bouw- en exploitatiekosten, Minder geschikt voor bewegend leren en past bij huidige minimale verplichting. multifunctioneel gebruik, mogelijk snel verouderd. Gezonde en klimaatadaptieve speelomgeving; stimuleert bewegen en leren; draagt bij aan duurzaamheid en biodiversiteit.

Hogere investerings- en onderhoudskosten; minder flexibiliteit om dit per project af te wegen.

Eerlijke verdeling; meer ruimte voor bewegen, spel en buitenonderwijs; toekomstbestendiger.

Hogere grondbehoefte en kosten bij grotere scholen; niet altijd ruimtelijk haalbaar binnen de kernen.

Omvang buitenruimte

4

Thema

Overwegingen

Concept IHP

2.7 Type ingrepen IHP

Bij elk schoolgebouw wordt gekeken welk type ingreep het meest passend is. Deze keuze hangt af van de bouwkundige staat, de ruimtebehoefte en de verwachte levensduur van het gebouw. Een zorgvuldige afweging per locatie is nodig, met oog voor kwaliteit, kosten en duurzaamheid.

Het IHP stelt voor om per locatie op basis van objectieve criteria te kiezen voor een passend type ingreep. In de afweging worden meegenomen: technische staat, ruimtebehoefte, onderwijsvisie, duurzaamheid, kosten en ruimtelijke ordening (incl. kansen voor woningbouw). Niet elk gebouw wordt automatisch vervangen of uitgebreid. Bij meerdere scholen op één locatie wordt nadrukkelijk gekeken naar samenwerkingskansen. Ook wordt rekening gehouden met het bouwheerschap: bij nieuwbouw voert de gemeente de regie, bij renovatie ligt deze bij het schoolbestuur.

Type ingrepen IHP: In het Integraal Huisvestingsplan worden vier typen ingrepen onderscheiden. Onderstaand worden deze begrippen kort toegelicht. Vervangende nieuwbouw Volledige vervanging van het bestaande schoolgebouw middels nieuwbouw, wanneer de noodzaak daartoe is vastgesteld. Het nieuwe gebouw wordt gerealiseerd volgens het Kwaliteitskader Huisvesting, voldoet aan de ENG-/ZEB-ambities en kent een levensduur van circa 40 jaar. Vernieuwbouw (= verbouwen tot nieuwbouw) Een ingreep die gelijkwaardig is aan vervangende nieuwbouw. Het bestaande gebouw wordt zodanig ingrijpend vernieuwd/verbouwd door middel van grootschalige renovatie dat het weer voldoet aan nieuwbouwkwaliteit, eveneens met een levensduur van circa 40 jaar. Lichte renovatie Een minder ingrijpende vernieuwing gericht op verlenging van de levensduur met circa 20 jaar. De ingreep omvat verbeteringen op het gebied van duurzaamheid, binnenklimaat (Frisse Scholen B) en functionaliteit. De gemeente draagt 50% van het normatieve nieuwbouwbudget bij; het schoolbestuur levert een aanvullende bijdrage vanuit onderhoudsmiddelen. In stand houden Voor gebouwen waar geen grootschalige ingreep is voorzien. Het schoolbestuur blijft verantwoordelijk voor regulier onderhoud en het uitvoeren van verplichte duurzaamheidsmaatregelen, met als doel de gebouwen richting 2050 energie-neutraal te maken. Commissie: 1.

Vraag: Vindt u dat vernieuwbouw (grootschalige renovatie) een volwaardig alternatief moet zijn voor nieuwbouw? 2. Vraag: In hoeverre vindt u dat bij gelijkblijvend budget de keuze voor nieuwbouw of vernieuwbouw vooral moet worden gestuurd door duurzaamheid, onderwijskwaliteit of ruimtelijke kansen? Keuzeopties: 1. Nieuwbouw bij veroudering. 2. Vernieuwbouw als alternatief. 3. Renovatie/functionele aanpassing.

5

Optie Nieuwbouw Vernieuwbouw

Lichte renovatie

Argumenten (pro) Meest toekomstbestendig, optimale indeling, energiezuinig. Grootschalige renovatie duurzamer dan nieuwbouw, behoud karakter gebouw, kortere bouwtijd.

Laagste kosten, beperkte verstoring onderwijs.

Tegenargumenten (con) Langere doorlooptijd, grotere milieubelasting door materiaalgebruik. Mogelijk minder efficiënt qua indeling, minder ontwerpvrijheid, ruimtelijk en technische beperkingen. Bij behoud gehele gebouw grotere exploitatiekosten schoolbesturen en niet alle te vernieuwbouwen m2 worden bekostigd door gemeente. Kortere levensduurverlenging, gebouw blijft deels verouderd.

6

Thema

Overwegingen

Concept IHP

4. Oplossingsrichtingen

Gekeken moet worden naar leerlingprognoses, bestaande gebouwen, onderwijsvisies, leefbaarheid en spreiding.

Het concept IHP presenteert per cluster een voorkeurscenario, gekozen in overleg met schoolbesturen. Deze scenario’s zijn onderbouwd met leerlingaantallen, ruimtebehoefte en bouwkundige staat. De scenario’s bevatten zowel fysieke als organisatorische voorstellen, zoals het samenbrengen van scholen, verplaatsen van functies of bundelen van voorzieningen.

Doel is om per kern of cluster een passende, toekomstbestendige voorziening te realiseren. Belangrijke uitgangspunten zijn: voldoende spreiding over het eiland, samenwerking tussen scholen, efficiënt ruimtegebruik en behoud van kwaliteit. De voorkeur gaat uit naar scenario’s met brede voorzieningen en mogelijkheden voor inclusief onderwijs. In kleine kernen wordt gestreefd naar behoud van voorzieningen, maar dit hangt sterk af van de prognoses en (on)mogelijkheden in de gebouwen.

Het gaat nadrukkelijk om richtinggevende keuzes, die nog nader worden uitgewerkt. De gemeenteraad wordt gevraagd mee te denken over de koers, met oog voor lokale belangen en realistische uitvoerbaarheid.

Commissie: Om richting te geven aan de verdere uitwerking van het IHP, wordt de commissie gevraagd om voorkeuren en overwegingen uit te spreken bij de volgende vragen: 1. Vraag: Kunt u zich vinden in de voorgestelde voorkeurscenario’s per cluster, zoals uitgewerkt in het concept IHP? 2. Vraag: Zijn er specifieke aandachtspunten of overwegingen per cluster die volgens u nog onvoldoende zijn belicht?

7

Thema

Overwegingen

Concept IHP

5. Uitvoering

Het IHP is opgesteld voor de periode 2026 tot en met 2041. De schoolbesturen hebben de ambitie uitgesproken om hun schoolgebouwen sneller aan te pakken: bij voorkeur binnen nu en 8 jaar. Deze ambitie vraagt om scherpe keuzes in planning, capaciteit en financiering. Niet alles kan tegelijk.

In het IHP wordt voorgesteld om te werken met een meerjarenuitvoeringsplan en -programma van vier jaar. De kosten worden opgenomen in de gemeentebegroting. Dit sluit aan bij de afspraken in de verordening.

Daarom is het nodig om prioriteiten te stellen en flexibel te kunnen inspelen op ontwikkelingen, zoals leerlingenaantallen, gebouwkwaliteit en samenwerking. De uitvoering vraagt langdurige inzet van zowel gemeente als schoolbesturen. Bij renovatie ligt het bouwheerschap meestal bij de schoolbesturen; bij nieuwbouw voert de gemeente de regie. Toch blijft in alle gevallen afstemming nodig over ruimtelijke inpassing, vergunningen, beleid, communicatie en financiën.

Het college houdt de regie en legt jaarlijks verantwoording af aan de raad, raad beslist per project over investeringsbudget plus locatie. Voor nieuwbouw en vernieuwbouw wordt uitgegaan van een gelijkwaardig investeringsbudget. Per project wordt bekeken of aanvullende middelen nodig zijn, bijvoorbeeld voor inclusieve voorzieningen, duurzaamheid of tijdelijke huisvesting.

Commissie: Om richting te geven aan de verdere uitwerking van het IHP, wordt de commissie gevraagd om voorkeuren en overwegingen uit te spreken bij de volgende vragen: 1. Vraag: Kunt u zich vinden in de voorgestelde fasering en planning, zoals uitgewerkt in het concept IHP? 2. Vraag: Wilt u aanvullende uitgangspunten meegeven voor het verder uitwerken van de fasering, planning of organisatie van de uitvoering?

8

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/16252325/1