1585463 Bijlage 6 Actualisatie financiele positie 2026-2029
Tekst van het document
MEMO – Actualisatie financië le positie (2026–2029) Aan: Gemeenteraad Schouwen-Duiveland Van: Team Financiën / Planning & Control Datum: 20 januari 2026 Onderwerp: Inzicht in investeringsvolume, schuldpositie, reservepositie, kengetallen en budgettaire ruimte Bijlage bij: Raadsvoorstel 1661002- IHP Onderwijshuisvesting Schouwen-Duiveland en Raadsvoorstel 1585463- Huisvesting scholen Jenaplanschool JL de Jonge en St. Willibrordusschool
Aanleiding en doel In artikel 5 lid 7 van de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie staat: Voor een investering waarvan het investeringskrediet niet met het vaststellen van de begroting is geautoriseerd, leggen burgemeester en wethouders voorafgaand aan het aangaan van verplichtingen een investeringsvoorstel met een voorstel voor het vaststellen van een investeringskrediet aan de raad voor. Bij investeringen groter dan 500.000, informeren burgemeester en wethouders de raad in het voorstel over het effect van de investering op de schuldpositie van de gemeente De raad stelt bij grote investeringsbesluiten de vraag wat de gevolgen zijn voor de financiële positie van de gemeente. In de programmabegroting worden de meerjarige kengetallen opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en risicobeheersing. Daarnaast geven de paragraaf Financiering en de (meerjaren)balans inzicht in de liquiditeits- en schuldpositie. Met deze memo wordt een actueel overzicht gegeven van: A. B. C. D. E. F.
Investeringsvolumes Schuldpositie Reservepositie Kengetallen Budgettaire ruimte Conclusie en aandachtspunten
Kanttekening: Deze memo is gebaseerd op de actuele, vastgestelde meerjarenraming en de bijbehorende liquiditeitsprognose. Daarbij geldt dat het begrotingsbeeld gedurende het jaar kan veranderen. Historisch zien we dat het saldo van baten en lasten tussentijds vaak verbetert en dat investeringen regelmatig worden gefaseerd of doorgeschoven, waardoor de feitelijke kasuitstroom later of lager kan uitvallen dan in de primitieve raming. Tegelijkertijd blijft het noodzakelijk om investeringsbesluiten te beoordelen op basis van het actuele, vastgestelde kader, omdat dit het formele stuur- en verantwoordingsdocument is. Momenteel werkt de organisatie aan de doorontwikkeling van de P&C-cyclus en het verder verbeteren van realistisch begroten, zodat ramingen beter aansluiten op de uitvoeringspraktijk.
A. Investeringsvolumes Het investeringsvolume bepaalt in belangrijke mate de kasuitstroom (liquiditeitsbehoefte) en daarmee de mogelijke behoefte aan externe financiering. Onderstaande tabellen tonen het investeringsvolume uit de primitieve begroting en de huidige stand van zaken (t/m heden, vóór nieuwe investeringen).
A.1 Investeringsvolumes primitieve begroting en huidige situatie (afgerond) Jaar 2026 2027 2028 2029
Investeringsvolume primitieve begroting € 27.600.000 € 30.600.000 € 11.700.000 € 3.800.000
Investeringsvolume t/m heden (vóór nieuwe investeringen) € 46.100.000 € 40.800.000 € 25.300.000 € 6.900.000
Ter vergelijking, de werkelijke investeringen (inclusief bijdragen van derden en desinvesteringen) bedroegen in 2021 tot en met 2024 (afgerond) Jaar 2021 2022 2023 2024
Werkelijke investeringen € 21.800.000 € 10.100.000 € 8.400.000 € 16.400.000
A.2 Nieuwe investeringen (voorstel) Het nieuwe investeringsvoorstel betreft de volgende investeringen: IHP Jaar 2026 2027 2028 2029 2030
Investering 1.661.000 15.215.750 10.807.500 9.394.917
Direct in exploitatie
854.083
Totaal 1.812.000 16.599.000 11.790.000 10.249.000
Totaal
37.079.167
3.730.833
40.450.000
Direct in exploitatie
Totaal 499.920 499.920 7.623.780 3.874.380 12.498.000
151.000
1.383.250 982.500
JldJ & Willibrordusschool Jaar 2026 2027 2028 2029 Totaal
Investering 458.260 458.260 6.988.465 3.551.515 11.456.500
41.660 41.660 635.315 322.865
1.041.500
Zie bijlage 8-Financiële gevolgen bij raadsvoorstel 1661002 voor het totale investeringsoverzicht, inclusief de jaren 2030 en verder.
A.3 Investeringsvolumes na nieuw investeringsvoorstel (afgerond) Jaar 2026 2027 2028 2029
Investeringsvolume € 48.200.000 € 40.800.000 € 47.500.000 € 21.300.000
De investeringsvolumes in A.3 zijn de som van A.1 (huidige situatie) en A.2 (nieuw voorstel) per jaar.
B. Schuldpositie Naast het investeringsvolume is het relevant om de ontwikkeling van de langlopende schulden te betrekken bij de beoordeling van de financierbaarheid. Een stijging van de langlopende schulden betekent dat de gemeente investeringen in toenemende mate extern financiert. Dit heeft effect op de rentelasten en de financiële wendbaarheid in de meerjarenraming. Jaar 2026 2027 2028 2029
Primitieve begroting € 102.600.000 € 123.000.000 € 127.800.000 € 122.200.000
Huidige situatie € 99.900.000 € 131.200.000 € 149.400.000 € 148.800.000
Na nieuw voorstel € 102.000.000 € 133.800.000 € 174.200.000 € 187.900.000
Op basis van deze doorrekening nemen de langlopende schulden vooral in 2028 en 2029 fors toe. In 2029 stijgen de langlopende schulden met € 39,1 miljoen van € 148,8 miljoen (huidige situatie) naar € 187,9 miljoen. Deze stijging is het cumulatieve gevolg van het investeringsprogramma in 2026–2029, met name de investeringen in 2026–2028.
C. Reservepositie Elk jaar muteert het eigen vermogen met het saldo van baten en lasten. Bij een positief saldo van baten en lasten stijgt het eigen vermogen, en bij een negatief saldo daalt het eigen vermogen. Let op: dit is wat anders dan de jaarlijks beschikbare budgettaire ruimte. De budgettaire ruimte is het saldo van baten en lasten minus begrote reservemutaties.
C.1 Algemeen De investeringen zelf raken primair de balans en leiden niet direct tot een lagere reserve. De structurele effecten zitten vooral in afschrijvingen en rente (kapitaallasten) en in onderdelen die direct in de exploitatie worden geboekt. In de actuele meerjarenraming bedraagt het eigen vermogen eind 2029 circa € 98 miljoen (vóór het nieuwe investeringsvoorstel). Dit betekent echter niet dat dit bedrag ook als direct beschikbare liquiditeit (kasgeld) op de bankrekening staat. Eigen vermogen en reserves zijn namelijk grotendeels ‘vastgelegd’ in bezittingen en verplichtingen, zoals investeringen in gebouwen en infrastructuur, gronden, (bestemmings)reserves met een specifieke bestemming en overige balansposten. Hierdoor is het eigen vermogen niet één-op-één inzetbaar als betaalmiddel op het moment dat investeringen moeten worden betaald. Het investeringsvolume bepaalt de kasuitstroom. Als de kasuitstroom hoger is dan de beschikbare kasmiddelen, moet de gemeente (tijdelijk) extra lenen — ook bij een hoog eigen vermogen.
C.2 Verloop van reserves Dit voorstel heeft invloed op de standen van de volgende reserves: -
Algemene reserve Reserve uitvoering Strategische visie Bestemmingsreserve IHP (nieuw te vormen)
Met dit voorstel zijn de standen per 31-12-2029 als volgt (afgerond): Omschrijving Primitief
Algemene reserve € 20.600.000
Strategische visie € 38.600.000
IHP €-
Huidig saldo Onderlinge overboekingen Overige toevoegingen Onttrekking incidentele lasten Nieuw saldo
€ 25.900.000 € 13.000.000 -/-
€ 26.300.000 € 7.300.000 -/-
€€ 20.300.000 € 1.500.000 € 7.900.000 -/-
€ 12.900.000
€ 19.000.000
€ 13.900.000
In het saldo van de reserve uitvoering Strategische visie is er al € 11.750.000 gereserveerd voor de Masterplannen. Dit betekent dat er nog € 7.250.000 in deze reserve beschikbaar is voor overige dekkingen. De bestemmingsreserve IHP van € 13.900.000 gebruiken we voor de dekking van structurele lasten (via de reserve afschrijvingslasten). Dit bedrag wordt meerjarig dus volledig benut. Zie bijlage 8-Financiële gevolgen bij raadsvoorstel 1661002 voor de totale impact op de algemene reserve en reserve Uitvoering Strategische visie.
D. Kengetallen De onderstaande kengetallen zijn relevante indicatoren voor de ontwikkeling van de schuldpositie en de financiële weerbaarheid. De categorie-indeling (A/B/C) is gebaseerd op de in de gemeente gehanteerde bandbreedtes: • Netto schuldquote: A < 90%, B 90–130%, C > 130% • Solvabiliteitsratio: A > 50%, B 20–50%, C < 20%
D.1 Kengetallen vastgestelde primitieve begroting Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteitsratio
2026 62,4% (A) 57,0% (A)
2027 74,2% (A) 68,8% (A)
2028 81,2% (A) 75,6% (A)
2029 76,8% (A) 71,2% (A)
37,4% (B)
35,2% (B)
34,5% (B)
35,2% (B)
D.2 Kengetallen huidige situatie (incl. eerdere investeringen en financiële rapportage) Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteitsratio
2026 60,4% (A) 55,1% (A)
2027 79,2% (A) 74,0% (A)
2028 96,9% (B) 91,3% (B)
2029 94,9% (B) 89,3% (A)
38,3% (B)
34,4% (B)
32,0% (B)
31,8% (B)
Het verschil tussen de netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd wordt verklaard door de correctie voor verstrekte leningen/uitzettingen.
D.3 Kengetallen na verwerking nieuw investeringsvoorstel Kengetal Netto schuldquote Netto schuldquote gecorrigeerd Solvabiliteitsratio
2026 61,6% (A) 56,3% (A)
2027 80,7% (A) 75,4% (A)
2028 112,2% (B) 106,6% (B)
2029 118,8% (B) 113,2% (B)
37,9% (B)
34,1% (B)
29,6% (B)
28,2% (B)
De stijging van de netto schuldquote (gecorrigeerd) in 2028 en 2029 is het gevolg van het hoge investeringsvolume in deze jaren, dat op basis van de huidige liquiditeitsprognose naar verwachting extern gefinancierd moet worden.
E. Budgettaire ruimte Jaar
Budgettaire ruimte primitieve begroting
Budgettaire ruimte actueel
2026 2027 2028 2029
€ 0 (sluitend) € 2.226.819 -/- (negatief) € 3.608.385 -/- (negatief) € 3.509.265 -/- (negatief)
€ 0 (sluitend) € 2.540.000 -/- (negatief) € 3.900.000 -/- (negatief) € 3.800.000 -/- (negatief)
Zie bijlage 8-Financiële gevolgen bij raadsvoorstel 1661002 voor de totale impact op de meerjarige budgettaire ruimte. Dit loopt op van € 1.036.911 in 2030 tot € 1.965.449 in 2035. De budgettaire ruimte is in de huidige meerjarenraming al negatief. Dit voorstel leidt aanvullend tot extra structurele lasten en zet de budgettaire ruimte verder onder druk.
F. Conclusie en aandachtspunten Het nieuwe investeringsvoorstel vergroot, bovenop het reeds hoge investeringsvolume in de actuele meerjarenraming, de druk op de financierbaarheid in met name 2028 en 2029. Door het hoge investeringsvolume in deze jaren neemt de kasuitstroom toe en ontstaat extra externe financieringsbehoefte. Dit vertaalt zich in een oplopende schuldpositie: in 2029 stijgen de langlopende schulden in de doorrekening naar € 187,9 miljoen. Deze stijging is het cumulatieve gevolg van het investeringsprogramma in 2026–2029 (met name de investeringen in 2026–2028) en niet uitsluitend van het investeringsvolume in 2029 zelf. De kengetallen bevestigen dit beeld. De netto schuldquote verschuift in 2028 en 2029 naar categorie B (90–130%). De solvabiliteitsratio blijft in categorie B (20–50%), maar daalt richting de onderkant van de bandbreedte. Daarmee blijft de gemeente binnen de gehanteerde normen, maar neemt de financiële wendbaarheid af en worden toekomstige keuzes beperkter. Voor de besluitvorming zijn daarom met name de volgende aandachtspunten relevant: -
Effect op rentelasten en kapitaallasten en daarmee op de beschikbare budgettaire ruimte; Prioritering binnen het totale investeringsprogramma, inclusief samenloop met andere grote opgaven; Fasering/realisatietempo (kasritme) om pieken in financieringsbehoefte te beperken.
Samengevat: -
Investeringspiek 2028–2029 zorgt voor hogere kasuitstroom en meer lenen. Schuldpositie stijgt cumulatief waardoor de netto schuldquote verslechtert naar categorie B. Reserves zijn niet hetzelfde als liquiditeit. De financierbaarheid is bepalend.