CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1585191 Bijlage 2 - Artikelsgewijze toelichting

Gemeenteraad 30 oktober 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Treasurystatuut 2026 (1585191)1.569 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Toelichting Treasurystatuut 2026 Schouwen-Duiveland

Toelichting

Het Treasurystatuut vloeit voort vanuit de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie. De verordening geeft aan dat eens in de vier jaar het college van burgemeester en wethouders een nota met het Treasurystatuut ter vaststelling aan de gemeenteraad aanbiedt. In het Treasurystatuut is het beleid van de treasuryfunctie van de gemeente vastgelegd. Het statuut biedt voor de gemeente waarborgen dat op een duurzame wijze de voor haar activiteiten benodigde financiële middelen kunnen worden uitgezet en/of worden aangetrokken op de financiële markten. De condities die daarbij worden bedongen dienen, onder gebruikelijke condities te worden afgesloten, acceptabel en marktconform te zijn. Het aantrekken en uitzetten van de geldmiddelen geschiedt uit hoofde van het publieke belang. Binnen het Treasurystatuut worden het doel en de taken van de treasuryfunctie benoemd. Verder geeft het statuut aan binnen welke richtlijnen en limieten de doelstellingen van de treasuryfunctie dienen te worden gerealiseerd. De richtlijnen en limieten vloeien voor een belangrijk deel voort uit de Wet Financiering decentrale overheden (Wet Fido). Door middel van de richtlijnen en limieten wordt het ‘risicoprofiel’ van de gemeente bepaald.

Een richtlijn is een bindend voorschrift voor een handelswijze die gevolgd dient te worden (bij voorbeeld het opvragen van twee offerten bij een lening) en een limiet is een type richtlijn die een uiterste grens aangeeft (zie bij voorbeeld de kasgeldlimiet). In dit statuut wordt eveneens ingegaan op de beheersing van de risico’s en is opgenomen onder afdeling V van het Treasurystatuut. De paragraaf Financiering vormt in de begrotingen en jaarrekeningen een belangrijk onderdeel die de beleidsplannen voor de treasuryfunctie en de verantwoording beschrijft. Het bevat onder meer gegevens over de specifieke beleidsvoornemens en de beleidsuitvoering op het gebied van de treasuryfunctie. Verder krijgt de ontwikkeling van het risicobeheer in de paragrafen de aandacht en wordt ingegaan op de financieringspositie binnen de gemeente, alsmede de renteontwikkelingen op de financiële markten. Per artikel van het Treasurystatuut wordt hieronder een korte toelichting gegeven.

Artikelen 1. Dit artikel beschrijft de verschillende begrippen die binnen de treasuryfunctie voorkomen. 2. In artikel 2 wordt ingegaan op de doelstellingen van de treasuryfunctie, waaronder de condities op de financiële markten, de risico’s, de minimalisatie van de kosten, de optimalisatie van de renteresultaten binnen de regelgeving en het waarborgen van de taken en verantwoordelijkheden. 3. Artikel 3 gaat in op de diverse taken binnen de treasuryfunctie, zoals het beheer van de geldmiddelen, de leningenportefeuille, het aantrekken van kort- en langlopende leningen, het uitlenen van geldleningen, de financiële risico’s en het treffen van beheersmaatregelen, het beheer van de contracten en het voeren van het relatiebeheer. 4. Binnen dit artikel en in relatie met de richtlijnen in de Wet Fido wordt aangegeven dat de middelen worden uitgezet met een prudent karakter en uit hoofde van de publieke taak. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan. Verder mag het uitzetten van middelen niet gericht zijn op het generen van inkomen en dient de instelling of organisatie te beschikken over een minimale Arating. Het gemeentebestuur geeft aan wat tot de publieke taak behoort. De begroting van de gemeente vermeldt het budgettaire kader.

De adviseur Treasury binnen de afdeling Financiën en Juridische zaken adviseert het gemeentebestuur voordat zij beslist over het verstrekken van leningen en garanties. De adviseur betrekt bij de aanvraag de financieringsvoorwaarden en de financiële positie van de gemeente op basis van de liquiditeitspositie. 5. Binnen het renterisicobeheer wordt zoveel mogelijk grote fluctuaties in de rentelasten voorkomen. Vanuit de Wet Fido zijn de kasgeldlimiet en de renterisiconorm van toepassing om dit te beperken of uit te sluiten. De kasgeldlimiet wordt berekend als een percentage van het totaal van de jaarbegroting en geeft de grens aan van het rood staan op de banksaldi. Bij overschrijding dient een geldlening te worden aangegaan. De renterisiconorm wordt eveneens berekend met een

percentage van het totaal van de jaarbegroting en biedt de mogelijkheid spreiding in de looptijden binnen de leningenportefeuille aan te brengen. Op basis van de financiële positie vindt aan de hand van de liquiditeitenplanning afstemming plaats bij het aangaan van nieuwe leningen of uitzettingen. Hierbij wordt rekening gehouden met de actuele rentestand en de rentevisie. De rentevisie vinden we terug in de financieringsparagraaf van de begroting en de jaarrekening en gaat uit van verklaringen van vooraanstaande financiële instellingen. De rentevisie wordt betrokken bij het vaststellen van het al of niet aangaan of uitzetten van geldmiddelen. 6. In dit artikel zijn de producten opgenomen die binnen de gemeente worden gehanteerd ter voorkoming van het te lopen koersrisico. Gangbaar zijn: Een rekening courant, spaarrekening, daggeldleningen, onderhandse geldlening of deposito’s van toepassing. Bij het aangaan wordt de looptijd van de uitzettingen in acht genomen en afgestemd op de liquiditeitenplanning. 7. Ter beperking van de kredietrisico’s zijn in dit artikel richtlijnen opgenomen voor de uitzetting van gelden en de minimale kredietwaardigheid van partijen. De richtlijnen gaan uit van een hoofdsom die aan het einde van de looptijd nog in tact is.

De financiële instellingen dienen minimaal te beschikken over een A-rating van een erkend rating bureau of onder toezicht staan van de Nederlandsche Bank of EER toezicht. Een A-rating staat als zeer kredietwaardig. Hierbij wordt in acht genomen dat overtollige middelen eerst worden afgeroomd ten gunste van ’s Rijksschatkist. De Wet Fido stelt geen eisen aan de kredietwaardigheid van de debiteuren in het kader van het publieke belang. De gemeenteraad bepaalt het publieke belang op basis van het advies van de adviseur Treasury binnen de afdeling Financiën en Juridische zaken. De leningen of garanties worden alleen verstrekt aan door de gemeenteraad goedgekeurde partijen. Ter beperking of het uitsluiten van het kredietrisico kunnen zekerheden worden gesteld. Dit kunnen zijn hypotheek, pandrecht, borgstellingen of garanties. 8. De gemeente baseert haar financiële transacties op basis van een meerjarige liquiditeitenplanning. Om aansluiting te houden met de investeringsplanning van de gemeente is gekozen de liquiditeitenplanning van de jaarbegroting en het meerjarig perspectief aan te houden. Jaarlijks wordt de investeringsplanning bijgesteld. De afdeling Financiën en Juridische zaken worden juist, tijdig en volledig geïnformeerd door de overige afdelingen. 9. Valutarisico’s zijn niet aanwezig omdat de Treasuryactiviteiten in euro’s worden verricht. 10.

Geldleningen worden aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak. Voordat een geldlening wordt aangegaan wordt bepaald of dit met eigen financiering kan plaatsvinden. Hierdoor worden renterisico’s geminimaliseerd en het renteresultaat geoptimaliseerd. Het aantrekken van de geldmiddelen mag niet dienen voor de realisatie van een hoger rendement. Naast de genoemde instellingen mag ook bij andere overheden gelden worden aangetrokken met uitzondering van de provincie Zeeland (toezichthouder). Toegestane financieringen zijn de onderhandse leningen, de kasgeldleningen en de rekening-courant leningen. Er worden minimaal twee offerten aangevraagd. De adviseur Treasury brengt naar aanleiding van de offerten een advies uit. Hierbij wordt rekening gehouden met gunstige condities en het risicobeleid. 11. Dit artikel geeft aan welke richtlijnen gelden bij het uitzetten van gelden. Allereerst wordt aangegeven dat tot de instrumenten korter dan een jaar behoren, daggeld, spaarrekeningen en deposito’s. Verder zijn de tegenpartijen die aan de voorwaarden voldoen van artikel 13 (A-rating) genoemd. Uitzettingen geschieden op basis van het beperken of uitsluiten van de risico’s genoemd in afdeling V t/m VIII, de artikelen 4 t/m 7 zijn van toepassing. 12. Naast de uitzettingen kunnen garanties en borgstellingen worden verstrekt.

Hierbij geldt eveneens dat dit in kader van het publieke belang geschiedt. Ter voorkoming van risicodragend kapitaal kunnen op advies van de adviseur Treasury van Financiën en Juridische zaken zekerheden of een waarborgfonds worden gesteld. De instelling dient te beschikken over een minimale A-rating en valt onder het toezicht van de Nederlandsche Bank of EER-toezicht Door het eisen van een minimale rating van A voldoet de kredietwaardigheid aan hoge eisen. 13. De gemeente streeft naar gunstige condities bij het afsluiten van diverse financiële diensten. Hierbij geldt ten behoeve van de kredietwaardigheid de Wet Fido. Evenals het toezicht door de Nederlandsche Bank of het EER-toezicht. Verder is van belang de minimale A-rating. Ook indien

sprake is van het inroepen van een intermediair geldt als extra eis dat deze tussenpersonen geregistreerd staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM). 14. Het handelen met contant geld wordt tot een minimum beperkt. 15. Overtollige middelen afgeroomd ten gunste van ’s Rijks schatkist. Voor het aantrekken van kortlopende middelen dienen daggeld, kasgeld en kredietfaciliteit op de rekening-courant en onderhandse leningen. Voor het uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn dienen de volgende instrumenten: rekening-courant, daggeld, spaarrekeningen en deposito´s en onderhandse leningen. 16. Binnen de verantwoordelijkheden en de bevoegdheden lijst zijn functionarissen benoemd die belast zijn met de uitvoering van de treasuryactiviteiten. In dit artikel zijn mede opgenomen de functiescheidingen die van belang zijn bij de uitvoering van de diverse treasuryactiviteiten. Ook ten aanzien van de interne controle zijn in het kader van de rechtmatigheid en doelmatigheid, de treasuryactiviteiten en de informatie waarborgen benoemd. 17. In dit artikel wordt ingegaan op de informatie verstrekking via de jaarbegroting, de jaarrekening en de tussentijdse verantwoording met betrekking tot de treasuryactiviteiten en de liquiditeitsprognose. 18.

De verantwoordelijkheden binnen de gemeenteraad, college van burgemeester en wethouders, het hoofd van de afdeling Bedrijfsvoering 2, team Financiën, adviseur Treasury, financieel medewerker, externe accountant zijn in dit artikel opgenomen. 19. De bevoegdheden van diverse functionarissen en de autorisatie van diverse treasuryactiviteiten komen in dit artikel aanbod. 20. De inwerkingtreding geschiedt vanaf 1 januari 2026. Het Treasurystatuut van 2011 vervalt vanaf dat moment.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15977617/1