1585191 Bijlage 1 - Concept Treasurystatuut 2026
Tekst van het document
Treasurystatuut 2026 Schouwen-Duiveland
Intitulé Treasurystatuut 2026
De gemeenteraad van de gemeente Schouwen-Duiveland, gelet op de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Schouwen-Duiveland 2024 (ex artikel 212 van de Gemeentewet), de Wet financiering decentrale Overheden (Fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDO), en de Regeling schatkistbankieren,
besluit vast te stellen het navolgende:
Treasurystatuut 2026
I.
Inleiding
Bij het opstellen van het Treasurystatuut 2026 zijn de wettelijke kaders en regelgeving in acht genomen. De basis van het opstellen van het treasurystatuut vloeit voort uit de Verordening financieel beleid, beheer en organisatie Schouwen-Duiveland 2024 (artikel 212 Gemeentewet). Ten behoeve van de financieringsfunctie biedt het College van burgemeester en wethouders eens in de vier jaar een Treasurystatuut aan de Gemeenteraad aan. Het treasurybeleid van de gemeente is vastgelegd in dit statuut. Het Treasurystatuut geeft de doelstellingen en de taken aan van de financieringsfunctie en gaat in op het beheersen van de financiële risico’s. In de bijlage is een artikelsgewijze toelichting gegeven. II.
Begrippenkader
Artikel 1
- BNG
Bank Nederlandse Gemeenten.
- Daggeld
Dit is een deposito voor één dag tegen de op de betreffende dag geldende rente (ook wel Call-geld genoemd.
- Deposito
Is een niet-verhandelbare belegging bij een bank, waarbij een bedrag voor een vaste periode tegen een vast rentepercentage wordt weggezet.
- Duurzaam bankieren
Bij duurzaam bankieren wordt expliciet aandacht besteed aan de duurzame ontwikkeling van het gemeentelijk werkveld en de toegang tot financiële markten.
- Derivaten
Dit zijn financiële instrumenten in de vorm van contracten waarin de voorwaarden zijn vastgelegd waartegen een transactie op een bepaald moment zal of kan plaatsvinden en waarvan de waarde afhankelijk is van één of meer onderliggende activa, referentieprijzen of indices. Derivaten worden onder andere gebruikt om renterisico’s te sturen en financieringskosten te minimaliseren.
- Financiering
Wil zeggen het aantrekken van benodigde financiële middelen voor een periode van minimaal één jaar of langer. Deze middelen bestaan uit vreemd vermogen en zijn gericht op lange financiering. Korte financiering daarentegen is het aantrekken van middelen voor een periode korter dan een jaar.
- Garantstellingen
Bij garantstellingen staat de gemeente als achtervanger garant voor de aanvrager jegens de geldverstrekker. Als de aanvrager waarvoor de gemeente garant staat niet meer kan voldoen aan zijn financiële verplichtingen, dan dient de gemeente als garantsteller de verplichtingen (i.c. betaling van de contractuele rente- en aflossingsverplichtingen) aan de geldverstrekker te voldoen.
- Geldstromenbeheer
Tot het geldstromenbeheer behoren al die activiteiten die nodig zijn om liquide middelen te transfereren zowel binnen de organisatie als tussen de organisatie en derden (betalingsverkeer).
- Liquiditeitsrisico
Dit is het risico van mogelijke wijzigingen in de liquiditeitenplanning en meerjaren investeringsplanning waardoor financiële uitkomsten kunnen afwijken van de verwachtingen.
- Kasgeldlimiet
De kasgeldlimiet heeft als doel een grens te stellen aan korte financiering. Juist voor korte financiering geldt dat het renterisico aanzienlijk kan zijn, aangezien fluctuaties in de rente bij korte financiering direct invloed hebben op de rentelasten. De kasgeldlimiet geeft aan dat het tekort aan vlottende middelen niet meer mag zijn dan een wettelijk vastgesteld percentage van het totaal van de lasten van de begroting per 1 januari van het begrotingsjaar. Bij overschrijding van de kasgeldlimiet dient de gemeente maatregelen te nemen. In de meeste gevallen komt dit neer op het aangaan van een langlopende geldlening. Zie voor het vigerende percentage de Wet Fido. Door gebruik te maken van de liquiditeitenplanning wordt de kasgeldlimiet gemonitord.
- Klantbeheerder
Dit is de geautoriseerde medewerker van de gemeente voor klantbeheer banken.
- Koersrisico
Tot dit risico wordt de waardevermindering van de financiële activa gerekend als gevolg van negatieve koersontwikkelingen.
- Kredietinstelling
De organisatie die tot primair doel het verlenen van kredieten heeft.
- Kredietrisico
Het risico op een waardedaling van een vordering ten gevolge van het niet, niet volledig of niet tijdig na kunnen komen van de verplichtingen door de tegenpartij als gevolg van insolventie (faillissement, surseance van betaling of schuldsanering).
- Lidstaat
Hiertoe worden gerekend de staat die lid is van de Europese Unie of een andere staat die partij is bij de overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (EER). Dit zijn de lidstaten van de Europese Unie uitgebreid met Noorwegen, IJsland en Liechtenstein.
- Liquiditeitenbeheer
Tot het liquiditeitenbeheer behoort het aantrekken en uitzetten van middelen voor een periode tot één jaar.
- Liquiditeitenplanning
Dit is een gestructureerd overzicht van de toekomstige inkomsten en uitgaven ingedeeld naar aard en tijdseenheid.
- Onderhandse lening
Een onderhandse lening wordt direct bij marktpartijen geplaatst waarbij een looptijd van langer dan twee jaar behoort.
- Rating
Een rating is de inschatting van de kans op eventuele wanbetalingen bij toekomstige rente- en aflossingsbetalingen op schuldpapier.
- Rentecompensatie circuit Dit is een systeem waarbij de (valutaire) debet en creditsaldi van alle rekeningen van de gemeente worden samengevoegd tot één gecombineerd saldo, waarover de rente wordt berekend. Dit soort systemen zijn niet in gebruik bij de gemeenten. - Renterisico
Tot het renterisico behoren ongewenste veranderingen van de (financiële) resultaten van de gemeente door rentewijzigingen.
- Renterisiconorm
De renterisiconorm is een bij de aanvang van enig jaar op basis van de Wet Fido gefixeerd percentage van het totaal van de lasten van de gemeente dat bij realisatie niet mag worden overschreden. De renterisiconorm heeft als doel om het renterisico bij herfinanciering te beheersen. De jaarlijks verplichte aflossingen en de renteherzieningen mogen niet meer bedragen dan een bepaald percentage van het
begrotingstotaal. Voor het vigerende percentage zie de Wet Fido. - Rentetypische looptijd
De rentetypische looptijd heeft betrekking op het tijdsinterval gedurende de looptijd van een geldlening waarin op basis van de leningsvoorwaarden van de geldlening sprake is van een door de verstrekker van de geldlening niet beïnvloedbare constante rentevergoeding.
- Rentevisie
Een rentevisie is de toekomstverwachting met betrekking tot de renteontwikkeling.
- Saldobeheer
Het saldobeheer gaat over de dagelijkse saldi op de rekeningen.
- Solvabiliteitsratio
Dit is de status die door een bancaire toezichthouder in een lidstaat van de Europese Economische Ruimte aan het schuldpapier van een instelling kan worden toegekend.
- Schatkistbankieren
Schatkistbankieren is een verplichting tot het aanhouden van (overtollige) liquide middelen bij het Rijk door gemeenten, provincies, waterschappen en gemeenschappelijke regelingen.
- Treasuryfunctie
De treasuryfunctie omvat alle activiteiten die zich richten op het besturen en beheersen van, het verantwoorden over en het toezicht houden op de financiële vermogenswaarden, de financiële stromen, de financiële positie en de hieraan verbonden risico’s. De treasuryfunctie bestaat uit vier deelfuncties: risicobeheer, gemeentefinanciering, kasbeheer en debiteuren- en crediteurenbeheer.
- Uitzetting
Dit is het tijdelijk uitlenen van liquiditeiten aan derden tegen vooraf overeengekomen condities en bedingen. Kortlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode tot één jaar en langlopende uitzettingen hebben betrekking op een periode van één jaar en 1 dag of langer.
- Werkkapitaal
Het werkkapitaal is het verschil tussen de vlottende activa (voorraden, debiteuren, liquide middelen) op de balans van een organisatie en de vlottende passiva (crediteuren en overige kortlopende schulden). Decentrale overheden zijn verplicht (tijdelijk) overtollige middelen in ’s Rijksschatkist aan te houden op het werkkapitaal na. Het drempelbedrag wordt bepaald op basis van het begrotingstotaal. Zie voor de vigerende drempelbedragen de Wet Fido.
- Wet Fido
Wet Financiering decentrale overheden.
III.
De treasuryfunctie
Artikel 2 De treasuryfunctie van de gemeente heeft tot doel: 1. Het verzekeren van duurzame toegang tot financiële markten tegen acceptabele condities; 2. Het beschermen van gemeentelijke vermogens- en (rente-)resultaten tegen ongewenste financiële risico’s, zoals renterisico’s, koersrisico’s, kredietrisico’s en liquiditeitsrisico’s; 3. Het minimaliseren van de interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en de financiële posities;
4. Het optimaliseren van de renteresultaten binnen de kaders van de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), de Regeling uitzettingen en derivaten decentrale overheden (RUDO) en de limieten en richtlijnen van het Treasurystatuut; 5. Het waarborgen dat de taken en verantwoordelijkheden op dit onderdeel duidelijk worden geregeld.
IV.
Taken
Artikel 3 Binnen de treasuryfunctie zijn de volgende taken te onderscheiden: 1. Het beheren van geldmiddelen, rekening-courantsaldi, en andere financiële vermogenswaarden van de gemeente; 2. Het beheren van de portefeuille van opgenomen geldleningen en het aantrekken van kort- en langlopende leningen; 3. Het uitlenen van geldmiddelen aan andere publiekrechtelijke lichamen en bankinstellingen en overige organisaties; 4. Het voorkomen of beperken van financiële risico’s en het treffen van beheersmaatregelen; 5. Het beheer van contracten met bankinstellingen met betrekking tot de geldmiddelen en het voeren van een adequaat relatiebeheer met partijen binnen de treasuryfunctie.
V.
Risicobeheersing
Artikel 4 Uitgangspunten risicobeheer: 1. De gemeente kan middelen uitzetten uit hoofde van de treasuryfunctie met betrekking tot het publieke belang met een prudent karakter en niet zijn gericht op het genereren van inkomen door het lopen van overmatig risico. Het prudente karakter van deze uitzettingen wordt gewaarborgd met de richtlijnen, normen en limieten van het treasurybeleid; 2. Gemeenten mogen alleen garanties en borgstellingen verstrekken en aangaan voor het behartigen van het publiek belang; 3. Het gebruik van derivaten is niet toegestaan; 4. Uitzettingen mogen enkel plaatsvinden in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het einde van de looptijd nog intact is en worden uitgezet bij een financiële instelling met een minimale A-rating, genoemd in onderdeel XII Relatiebeheer, artikel 13; 5. Ter beheersing van de risico’s moet te allen tijde aan de gestelde limieten -en normen worden voldaan zoals bepaald is in de Wet Fido.
VI.
Renterisicobeheer
Artikel 5 Met betrekking tot het risicobeheer gelden de volgende uitgangspunten: 1. De kasgeldlimiet en de renterisiconorm worden niet overschreden conform de Wet Fido; 2. Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquiditeitenplanning; 3. De gemeente streeft naar spreiding in de rentetypische looptijden van de leningenportefeuille. 4. De rentetypische looptijd en het renteniveau van de betreffende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevisie;
5. De rentevisie van de gemeente wordt jaarlijks opgesteld op basis van de rentevisie van één of meer vooraanstaande financiële instellingen.
VII.
Koersrisicobeheer
Artikel 6 De gemeente voorkomt het lopen van koersrisico’s door bij uitzettingen uitsluitend gebruik te maken van producten welke geen koersrisico kennen zoals bepaald is in artikel 3 van de Regeling (RUDO). Hierbij zijn producten zoals, een rekening courant, spaarrekening, daggeldlening, onderhandse geldlening of deposito’s van toepassing. Daarbij wordt de looptijd van de uitzettingen in acht genomen en afgestemd op de liquiditeitenplanning.
VIII.
Kredietrisicobeheer
Artikel 7 Ter beheersing van de kredietrisico’s dienen bij uitzettingen minimaal de volgende uitgangspunten gehanteerd te worden: 1. Uitzettingen mogen enkel plaatsvinden in producten waarbij de hoofdsom tenminste aan het einde van de looptijd nog intact is; 2. Uitzettingen uit hoofde van Treasury vinden uitsluitend plaats bij: - Financiële instellingen met een minimale A-rating van één van de volgende erkende ratingbureaus: Moody's, Standard & Poors of Fitch IBCA; - Financiële instellingen die onder volledig toezicht vallen van de Nederlandsche Bank of onder EER-toezicht; - Overtollige middelen worden over het algemeen eerst afgeroomd en uitgezet binnen het schatkistbankieren van ‘s Rijks schatkist; 3. Uitzonderingen hierop worden via besluitvorming door het college voorgesteld en door de gemeenteraad vastgesteld; 4. Om het kredietrisico te beperken of uit te sluiten kunnen zekerheden worden gesteld.
IX.
Intern liquiditeitsrisicobeheer
Artikel 8 1. De gemeente beperkt haar interne liquiditeitsrisico's door haar treasuryactiviteiten te baseren op een actuele liquiditeitsbehoefte op basis van een meerjarige liquiditeitsplanning. 2. De planning is gebaseerd op de jaarbegroting en het meerjarig perspectief van drie jaar.
X.
Valutarisicobeheer
Artikel 9 Valutarisico's worden in de gemeente uitgesloten door uitsluitend leningen te verstrekken, leningen aan te gaan of het verstrekken van garanties in euro’s.
XI.
Financiering en garanties
Artikel 10
Bij het aantrekken van financieringen gelden de volgende uitgangspunten: 1. Financieringen worden enkel aangetrokken ten behoeve van de uitoefening van de publieke taak; 2. Financiering met externe financieringsmiddelen wordt zoveel mogelijk beperkt door primair de beschikbare eigen liquiditeiten te gebruiken om de renterisico´s te minimaliseren en het renteresultaat te optimaliseren en niet ten behoeve van een hoger rendement; 3. Naast financiële instellingen die vallen onder het Nederlands toezicht of EER-toezicht kunnen gelden volgens artikel 2 lid 3 van Wet Fido ook bij een decentrale overheid aangetrokken worden; 4. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van financieringen zijn daggeld, kasgeld, kredietfaciliteit rekening courant, spaarrekening, deposito’s onderhandse leningen; 5. Bij het aantrekken van gelden voor een periode van 1 jaar of langer worden minimaal 2 offertes aangevraagd; 6. Het aantrekken van financiering geschiedt tegen zo gunstig mogelijke condities en de financiering wordt zodanig gekozen dat deze past binnen het risicobeleid. Artikel 11 Bij het uitzetten van middelen uit hoofde van de treasuryfunctie gelden de volgende uitgangspunten: 1. Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode tot één jaar zijn daggeld, spaarrekeningen en deposito's; 2.
Bij het extern uitzetten van gelden korter dan één jaar zijn slechts de in artikel 13 genoemde bankrelatie, financiële instellingen en tussenpersonen toegestaan; 3. Overige uitzettingen worden uitsluitend gedaan onder de voorwaarden, zoals genoemd in de onderdelen V t/m VIII; 4. Alvorens een langlopende uitzetting wordt gedaan vraagt de gemeente bij minimaal twee bankinstellingen offertes op. Artikel 12 Voor het verstrekken van garanties en borgstellingen gelden de onderstaande uitgangspunten: 1. Gemeenten mogen alleen garanties en borgstellingen verstrekken en aangaan voor het behartigen van een publiek belang (artikel 2 van de Wet Fido); 2. Bij het verstrekken van garanties en het verstrekken van risicodragend kapitaal bedingt het college als mogelijk zekerheden; 3. Ter beperking van het financieel risico wordt waar mogelijk een beroep gedaan op een voorziening in de vorm van een (nationaal) waarborgfonds; 4. De verlener van de bankgarantie heeft een minimale A-rating van één van de volgende erkende ratingsbureaus, Moody’s, Standard & Poors of Fitch IBCA; 5. De verlener van de bankgarantie valt onder volledig toezicht van de Nederlandsche Bank of EER-toezicht.
XII. Relatiebeheer Artikel 13 De gemeente beoogt het realiseren van gunstige condities voor het afnemen van financiële diensten. Hiervoor gelden de volgende uitgangspunten: 1. Bestaande bankrelaties en hun bijbehorende bancaire condities dienen wat betreft hun kredietwaardigheid minimaal te voldoen aan de eisen die zijn gesteld in de Wet Fido; 2. Financiële instellingen moeten onder Nederlands -toezicht of EER-toezicht vallen, zoals De Nederlandsche Bank en De Verzekeringskamer en dienen te beschikken over een minimale A-rating van de erkende ratingbureaus, Moody’s, Standard & Poors of Fitch IBCA;
3. Ten behoeve van uitzettingen dienen ingeschakelde tussenpersonen geregistreerd te staan bij de Autoriteit Financiële Markten (AFM).
XIII. Geldstromenbeheer Artikel 14 Om de kosten van het geldstromenbeheer te beperken wordt het liquiditeitsgebruik beperkt door de geldstromen op gemeenteniveau op elkaar en in samenhang met de liquiditeitenplanning af te stemmen. Hierbij wordt erop toegezien dat de liquiditeitspositie voldoende is om te garanderen dat de verplichtingen tijdig kunnen worden nagekomen.
XIV. Saldo- en liquiditeitenbeheer Artikel 15 Voor het saldobeheer en het liquiditeitenbeheer gelden de volgende specifieke richtlijnen: 1. De gemeente streeft zoveel mogelijk om overtollige middelen in ‘s Rijksschatkist aan te houden; 2. Toegestane instrumenten bij het aantrekken van kortlopende middelen zijn daggeld, kasgeld en kredietfaciliteit op de rekening-courant en onderhandse leningen; 3. Toegestane instrumenten bij het uitzetten van gelden voor een periode korter dan één jaar zijn: rekening-courant, daggeld, spaarrekeningen en deposito´s en onderhandse leningen; 4. Bij het extern uitzetten van gelden zijn de uitgangspunten zoals genoemd in onderdeel V t/m VIII van toepassing; 5. Voor de uitgangspunten voor het extern aantrekken van gelden korter dan één jaar wordt verwezen naar onderdeel XI Financiering en garanties.
XV. Uitgangspunten administratieve organisatie en interne controle Artikel 16 In het kader van de treasuryfunctie gelden de volgende algemene uitgangspunten op het gebied van administratieve organisatie en interne controle: 1. De verantwoordelijkheden en bevoegdheden van treasuryactiviteiten zijn op eenduidige wijze schriftelijk vastgelegd; 2. Bevoegdheden via delegatie en mandaat zijn in dit statuut nader uitgewerkt en schriftelijk vastgelegd; 3. Bij de uit te voeren treasuryactiviteiten is functiescheiding doorgevoerd met als belangrijke voorwaarden: a. Iedere transactie wordt door minimaal twee functionarissen geautoriseerd (het vier-ogenprincipe); b. De uitvoering en controle geschiedt door afzonderlijke functionarissen; c. De uitvoering en registratie in de financiële administratie geschiedt door afzonderlijke functionarissen; 4. Tegenpartijen wordt opdracht gegeven de bevestigingen van leningen en uitzettingen te versturen aan de gemeente; 5. Na ontvangst van de transactiebevestiging wordt de transactie gecontroleerd door de medewerker van de afdeling financiën en geregistreerd; 6. De administratieve organisatie en interne controle waarborgen dat: a. De uitvoering rechtmatig en doelmatig is; b. De Treasury activiteiten adequaat kunnen worden uitgevoerd en bijgestuurd; c. De juistheid, tijdigheid en volledigheid van de informatie verzekerd zijn.
XVI. Informatievoorziening Artikel 17 De ontwikkelingen binnen de uitvoering van het Treasury beleid worden in diverse planning- en control documenten en door middel van prognoses weergegeven: 1. De informatievoorziening met betrekking tot de activiteiten op het gebied van het Treasury beleid en de verantwoording daarover geschiedt in de begroting en de jaarrekening; 2. Tussentijdse verantwoordingen vinden plaats via managementrapportages; 3. Ten behoeve van de liquiditeitspositie van de gemeente wordt jaarlijks en tussentijds de liquiditeitsprognose opgesteld en bijgesteld. De prognose dient ter onderbouwing van verwachte financieringen en uitzettingen.
XVII. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden Artikel 18 Verantwoordelijkheden
De gemeenteraad
Vaststellen van de publieke taak; Het vaststellen van Treasury doelstellingen, het treasurybeleid, beleidskaders en limieten, in de financiële verordening; Het vaststellen van de paragraaf financiering in de begroting en de jaarrekening; Het houden van toezicht op het treasurybeleid en de uitvoering hiervan; Het evalueren en als gevolg daarvan (eventueel) bijstellen van het treasurybeleid.
Het college van Burgemeester en Wethouders
Opstellen concept Treasurystatuut;
Het uitvoeren van de door de raad vastgestelde Treasury doelstellingen, het treasurybeleid en beleidskaders voor de financieringsfunctie (formele verantwoordelijkheid); Het in concept aanleveren van de financieringsparagraaf in de begroting; Het achteraf bekrachtigen van de afgesloten transacties met betrekking tot financiering en uitzetting (periode > 1 jaar); Het rapporteren aan de gemeenteraad over de uitvoering van het treasurybeleid via de financieringsparagraaf bij de jaarrekening.
De portefeuillehouder
Het uitvoeren van het treasurybeleid (bestuurlijke verantwoordelijkheid).
Het hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en teammanager Financiën & Inkoop
Het uitvoeren van de treasuryactiviteiten conform mandaat, het Treasurystatuut en de paragraaf financiering;
Autoriseren van financieringstransacties binnen de kaders van dit Treasurystatuut en de paragraaf financiering in de begroting; Het bewaken van de kwaliteit van de Treasury processen.
Adviseur Treasury
Het conform dit Treasurystatuut en de paragraaf financiering uitvoeren van de activiteiten met betrekking tot de volgende deelfuncties: het risicobeheer, gemeentefinanciering (financiering, uitzetting en relatiebeheer); Het opstellen van de rentevisie in de financieringsparagraaf van begroting en jaarrekening; Het aantrekken en uitzetten van gelden in het kader van het saldo- en liquiditeitenbeheer; Het beheren van de geldstromen; Het onderhouden van financiële contacten met banken en geldmakelaars; Het schriftelijk vastleggen van de treasurytransacties en het doorgeven aan de medewerker financiën; Het voorbereiden van beleidsvoorstellen op treasurygebied; Het aanleveren van tijdige volledige en juiste gegevens voor de gemeentelijke administratie; Het afleggen van verantwoording aan het hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop; Opstellen van de liquiditeitspositie.
Financieel medewerker binnen het team Financiën & Inkoop
Het ontvangen van de orderbevestiging van derden en het controleren of deze overeenkomt met de transactie-informatie zoals verstrekt door de medewerker belast met Treasury. Het voeren van de interne controle op de uitgevoerde treasurytransacties en hierover rapporteren aan teammanager Financiën & Inkoop.
De externe accountant Controleren omtrent de feitelijke naleving van het Treasurystatuut; Vanuit zijn adviesfunctie adviseren over Treasury.
Artikel 19
Bevoegdheden Daar waar het Mandaat- en volmachtsbesluit 2020 niet in voorziet bepaalt dit statuut de verantwoordelijkheden ten aanzien van de bevoegde en geautoriseerde functionarissen.
Treasuryactiviteiten Saldo-, liquiditeiten- en geldstromenbeheer
Bevoegde functionaris
Autorisatie door
Het aantrekken van middelen via daggeld of kasgeld of roodstand in rekening courant
Adviseur Treasury
Het uitzetten van middelen via daggeld, deposito en spaarrekening of rekening courant
Adviseur Treasury
Betalingsopdrachten voorbereiden Fiatteren betalingsopdrachten Betalingsopdrachten versturen
Medewerker crediteurenadministratie Ondertekeningsbevoegde 2e Ondertekeningsbevoegde Ondertekeningsbevoegde 2e Ondertekeningsbevoegde
Bankrelatiebeheer Bankrekening openen/sluiten/wijzigen
Adviseur Treasury
Bankcondities en tarieven afspreken
Adviseur Treasury
Financiering en uitzetting (periode 1 jaar of langer)
Adviseur Treasury
Het vaststellen van kredietfaciliteiten
Adviseur Treasury
Het aantrekken van middelen via onderhandse leningen
Adviseur Treasury
Het verstrekken van leningen aan derden uit hoofde van de publieke taak
Adviseur Treasury
Het garanderen van middelen uit hoofde van de publieke taak
Adviseur Treasury
XVIII.
Hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop Hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop Financieel medewerker
Hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop Hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop Hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop Hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop Hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop Hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop Hoofd afdeling Bedrijfsvoering 2 en/of teammanager Financiën & Inkoop
Inwerkingtreding
Artikel 20 Dit statuut treedt in werking vanaf 1 januari 2026 en vervangt het Treasurystatuut 2011 van 1 januari 2011. Het statuut wordt aangehaald als Treasurystatuut 2026.
Aldus vastgesteld in de openbare vergadering van de gemeenteraad van de gemeente Schouwen-Duiveland van 25 september 2025.