CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1583371 BIJLAGE 7 AB Voorstel 1e voortgangsrapportage 2025

Gemeenteraad 30 oktober 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Zienswijze 2e begrotingswijziging 2025 RUD Zeeland (1583371)1.316 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Voorstel AB Onderwerp: 1e voortgangsrapportage 2025 Zaaknummer: Portefeuillehouder MT: Staf

Terneuzen, 8 september 2025 Opsteller: Control

______________________________________________________________________________ Aan het algemeen bestuur van RUD Zeeland, 1. Gevraagd besluit a. Kennisnemen van de 1e voortgangsrapportage 2025. Als bijlage van dit voorstel is de 1e voortgangsrapportage 2025 opgenomen. 2. Effect van het besluit Informeren van bestuur en deelnemers van de RUD Zeeland over de stand van zaken van de voortgang van productie en financiën in 2025. 3. Argumenten of Overwegingen De voortgangsrapportage wordt opgesteld om de deelnemers inzicht te geven in de realisatie van de doelstellingen en activiteiten van de RUD Zeeland gedurende het jaar. Het biedt een actueel overzicht van de productie, de inzet van middelen, en de voortgang ten opzichte van de oorspronkelijke planning. Dit stelt de organisatie en haar stakeholders in staat om bij te sturen en verantwoording af te leggen over de inzet van publieke middelen. De RUD Zeeland zal 2025 naar verwachting met een negatief resultaat afsluiten van circa € 2,3 miljoen. Dit is het gevolg van het niet volledig inzetten van de capaciteit van de robuuste RUD en incidentele lasten als gevolg van de diensteverlening en huisvesting. Tevens betekent het per saldo een lager dan afgesproken bijdrage van de deelnemers, die deels samenhangt met een hogere bijdrage voor de incidentele lasten als gevolg van de diensteverlening en huisvesting.

Over een deel van de formatie ten behoeve van de robuuste RUD moet intern nog een besluit worden genomen over de wijze van inzet. Deze formatie is daarom op dit moment nog niet ingevuld. De verwachting is dat hierover in het 3e kwartaal 2025 duidelijkheid ontstaat, waarna de wervingsprocedure zal worden gestart. Aangezien dit procestijd vergt, is het zeer aannemelijk dat dit formatiedeel in 2025 niet tot nauwelijks meer bijdraagt aan de productie. De formatie voor de robuuste RUD waar nog niet over besloten is qua wijze van inzet omvat circa 9 tot 10 fte voor 2025. Dit zal resulteren in een lagere deelnemersbijdrage aan het einde van het jaar. Daarnaast is een ander deel geprioriteerd, echter zijn deze functies niet in zijn geheel bezet over heel 2025. Dit leidt eveneens tot een lagere deelnemersbijdrage. Dit betekent dus dat de salariskosten niet of niet geheel gemaakt worden voor een deel van de formatie met betrekking tot de robuuste RUD. Echter zou deze formatie ook een deel van de overheadkosten dekken op basis van het gehanteerde tarief (overhead wordt via een opslag op het uurtarief doorberekend aan de deelnemers). Dit wordt nu niet gedaan door het niet of niet geheel invullen van deze formatie, waardoor er een tekort ontstaat op de dekking van de overheadkosten van circa € 0,7 miljoen.

In 2026 staat de geplande verhuizing naar Middelburg op de agenda, waarbij tevens de dienstverlening zal worden overgenomen door de Provincie Zeeland. Ter voorbereiding op dit proces worden in 2025 de noodzakelijke werkzaamheden verricht, zodat een soepele overgang per 1 januari 2026 gewaarborgd is en de continuïteit van de werkzaamheden behouden blijft. De incidentele kosten in dit kader hebben hoofdzakelijk betrekking op de voorbereiding van de dienstverlening. Hiervoor is een bedrag van circa € 1,5 miljoen geraamd. Daarnaast is circa € 0,1 miljoen voorzien voor de voorbereiding op de nieuwe huisvesting. In totaal komt dit neer op een bedrag van € 1.597.150 aan incidentele kosten in 2025. In de ABvergadering van 24 maart 2025 is besloten om deze incidentele kosten te dekken uit de budgetten voor de Robuuste RUD. Dit besluit is verwerkt in de 1e voortgangsrapportage 2025. Uit deze voortgangsrapportage blijkt het volgende: • € 1,3 miljoen van de incidentele kosten kan daadwerkelijk worden gedekt uit de beschikbare budgetten voor de Robuuste RUD. • Deze € 1,3 miljoen is opgenomen in het totaal gepresenteerde tekort van € 2,3 miljoen in de voortgangsrapportage. • Hiertegenover staat dat de deelnemers een lagere deelnemersbijdrage van circa € 2 miljoen betalen, als gevolg van de lagere structurele kosten voor de Robuuste RUD.

Samengevat: • Deelnemers betalen € 1,3 miljoen minder via de reguliere bijdrage (voordeel). • Daartegenover betalen zij € 1,6 miljoen aan incidentele kosten via het ontstane tekort (nadeel). • Dit leidt per saldo tot een niet-gedekte post van circa € 290.000 aan incidentele kosten. Hierbij dient wel de kanttekening te worden gemaakt dat een en ander samenhangt met het tijdstip waarop de invulling daadwerkelijk zal plaatsvinden. Voor nu is de aanname gedaan dat dit formatiedeel in 2025 niet tot nauwelijks meer bijdraagt aan de productie, maar een afwijking van deze aanname leidt ook tot een andere uitkomst. Bij de 2e voortgangsrapportage zal hier meer duidelijkheid over zijn en zal de actuele situatie worden opgenomen. Er is sprake van het achterblijven van de directe inzet in 2025. Dit is grotendeels het gevolg van een lagere productiviteit van de eigen medewerkers. Dit wordt veroorzaakt door de instroom van nieuwe medewerkers op bestaande vacatures die nog moeten worden ingewerkt. Daarnaast zijn eind 2024 en begin 2025 veel nieuwe medewerkers ingestroomd wat leidt tot veel opleiding en cursus wat ten koste gaat van het uitvoeren van directe milieuwerkzaamheden. Hierdoor zijn deze nieuwe medewerkers in eerste instantie aanzienlijk minder productief. Daarnaast kost het inwerken en begeleiden van de nieuwe medewerkers inzet van de ervaren medewerkers.

Hierdoor zijn deze ervaren medewerkers ook minder productief. Daarnaast heeft de uitvoering van generieke taken, die meer tijd en inzet vergden dan verwacht, een lager aantal directe uren tot gevolg. Hierdoor is een deel van de capaciteit verschoven van directe naar generieke uren, wat de realisatie van de directe productie verder heeft belemmerd. Ook zijn begin van het jaar meer medewerkers ziek geweest dan begroot wat ook ten koste is gegaan van de productiviteit. 4. Uitvoering en communicatie a. Aanpak Over de eerste vier maanden van 2025 is een voortgangsrapportage opgesteld. b. Planning n.v.t. c. Communicatie n.v.t.

d. Route en planning verdere besluitvorming: OR, Deelnemersoverleg, begeleidingscommissie, DB, AB Begeleidingscommissie: 9 juli 2025 DB: 18 augustus 2025 AB: 8 september 2025 5. Risico’s, kosten, baten en dekking (restant budget) a. Risico’s: (kosten-baten), niet gehonoreerd wat dan + risico’s besluit Niet tijdig informeren van betrokkenen en belanghebbenden over de afspraken jaarplannen en de financiële gevolgen daarvan. b. Organisatorisch (wat betekent dit voor de organisatie) n.v.t. c. Juridisch n.v.t. d. Financiën Uit de voortgangsrapportage blijkt dat het begrote resultaat over 2025, na verwerking van de eerste begrotingswijziging en de actuele stand van zaken, uitkomt op een negatief saldo van € 2,337 miljoen. Dit resultaat wordt in belangrijke mate verklaard door meerdere samenhangende factoren. Ten eerste is het plan van aanpak voor de Robuuste RUD nog niet volledig ingevuld, waardoor een deel van de formatieplaatsen (fte’s) niet bezet is. Als gevolg hiervan blijven de loonkosten achter bij de begroting. Deze onderuitputting aan personele inzet leidt er echter ook toe dat een substantieel deel van de begrote deelnemersbijdrage niet wordt gerealiseerd. Immers, de formatie die niet is ingevuld, levert geen productieve uren op, en dus kunnen deze ook niet aan de deelnemers worden doorbelast.

Daarbovenop heeft dit ook een negatief effect op de dekking van de overheadkosten. Overhead wordt gedekt via een opslag op de directe inzet. Doordat deze inzet achterblijft, blijft ook de dekking van de overheadkosten achter, wat bijdraagt aan het negatieve resultaat. Daarnaast is in de loop van het jaar een incidentele post van € 1,597 miljoen aan huisvestingskosten toegevoegd, die eveneens een aanzienlijke impact heeft op het totaalresultaat. Hoewel de algemene deelnemersbijdrage circa € 2 miljoen lager uitvalt dan begroot, staat hier het negatieve resultaat van € 2,337 miljoen tegenover. Dit impliceert dat het aanvankelijke voordeel van een lagere bijdrage mogelijk teniet wordt gedaan wanneer het negatieve resultaat aan het eind van het jaar (conform de verdeelsleutel) alsnog aan de deelnemers wordt toegerekend. Het uiteindelijke verschil van circa € 337.000 zou er dan toe kunnen leiden dat de lasten per deelnemer alsnog hoger uitvallen dan de oorspronkelijke deelnemersbijdragen in de begroting. e. Indicatie urenbesteding n.v.t. f. Overige consequenties n.v.t.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15977666/1