1575963 Bijlage 10 - Zienswijze onteigening reclamant 2 geanonimiseerd
Tekst van het document
HOOGLANDER-
Hooglander B.V. Postbus 97), 5700 AZ Helmond KVK: 92079709 BTW: NL865876708B01 IBAN: N1441NGB0104964286 www.hooglander-ad vocaten.nl
Gemeente Schouwen-Duiveland Gemeenteraad Laan van St. Hilaire 2
4301 SH Zierikzee AANTEKENEN
Helmond, 4 augustus 2025
Onze ref. : D20250809 Kingdom Holding B.V. / Gemeente Schouwen-Duiveland | onteigening Uw ref. : 1417627 Behandelaar : Niels Crooijmans E-mail direct : niels@hooglander-advocaten.nl Geachte heer/mevrouw, Namens cliënte. Kingdom Holding BV, gevestigd aan de Kastanjelaan 2 te 2061 ER Bloemendaal en eigenaar van het perceel kadastraal bekend te Zierikzee, sectie N, nummer 273, vraag ik uw aandacht voor het volgende. Voorgeschiedenis/situatieschets U bent voornemens om het bovengenoemde perceel te onteigenen nu u stelt dat er geen sprake is van overeenstemming. Ook stelt u dat er sprake is geweest van serieus minnelijk overleg en dat het overleg niet heeft geleid tot overeenstemming. Om die reden meent u over te kunnen gaan tot onteigening.
Cliënte is van mening dat er geen sprake is van noodzaak. U heeft in uw logboek weliswaar opgenomen dat er vanaf 31 augustus 2023 gesprekken plaatsvinden maar cliënte wenst daaraan toe te voegen dat de gesprekken tot op heden allesbehalve constructief te noemen zijn. Sterker nog, cliënte is van mening dat u de gesprekken heeft gevoerd puur ten behoeve van de vulling van het logboek terwijl de gesprekken nooit serieus zijn geweest in die zin dat u daadwerkelijk overeenstemming wilde bereiken. De minnelijke fase: geen serieus minnelijk overleg voor eigendomspercelen Cliënte heeft kennisgenomen van het logboek dat onderdeel is van de onteigeningsstukken. Cliënte constateert dat het logboek een zeer eenzijdig verhaal weergeeft en sterk de indruk wekt dat cliënte op geen enkele wijze wenst mee te werken met de onderhandelingen. Dit is niet juist.
E: info@hooglander-advocoten.nl T: 088 0034 300 Schootense Dreef 33 - 5708HZ - Postbus 971 - 5700AZ - Helmond Eindhoven - Helmond - Deume
HOOGLANDEPCliënte heeft altijd kenbaar gemaakt dat zij bereid is om in overleg te treden mits u serieus in overleg zou treden aangaande de schadeloosstelling. Daar is geen sprake van. Sterker nog, cliënte heeft gevoel dat geen overleg heeft plaatsgevonden maar slechts een briefwisseling heeft plaatsgevonden met een herhaling van het aanbod. Inmiddels is de adviseur van cliënte ook al meerdere malen benaderd door TenneT aangezien TenneT zelf niet mag onteigenen op basis van de afspraken met uw gemeente. In het kader van de samenwerking voert u de bestemmingsplanprocedure en de onteigeningsprocedure en betaalt TenneT een bepaalde vaste prijs aan uw gemeente. Aangezien TenneT wel zo spoedig mogelijk aan de slag wenst te gaan loopt zij in de praktijk vast op het feit dat er geen overeenstemming is bereikt en ook no geen duidelijkheid is over de planologische procedure. TenneT ziet in feite van een afstand dat u onvoldoende serieuze pogingen treft om tot overeenstemming te komen en het project van TenneT steeds meer vertraging op gaat lopen. Voor uw beeldvorming wijst cliënte erop dat, mocht u geen overeenstemming bereiken met cliënte, u en of TenneT voorlopig geen hoogspanningsstation kan ontwikkelen omdat cliënte zich zal verzetten tegen uw voorgenomen onteigening. Cliënte heeft immers nu de gelegenheid om zienswijzen in te dienen.
Vervolgens heeft cliënte, nadat de gemeenteraad het besluit zou vaststellen, de gelegenheid om bedenkingen in te dienen bij de rechtbank. Mocht de rechtbank uw besluit bekrachtigen dan heeft cliënte nog de gelegenheid om hoger beroep aan te tekenen bij de Afdeling bestuursrechtspraak waar op dit moment de behandeling van zaken enorm oploopt. Zodra de Afdeling bestuursrechtspraak een uitspraak doet en tot de conclusie zou komen dat er sprake is van o.a. noodzaak voor onteigening dan betekent dat nog steeds niet dat de gronden in eigendom overgaan. De gemeente moet dan immers middels een verzoekschriftprocedure de rechtbank verzoeken om de schadeloosstelling vast te stellen. Via de onteigeningsakte kunnen de percelen pas in eigendom overgaan. De notaris kan deze akte echter pas opmaken zodra het bestemmingsplan onherroepelijk is, de onteigeningsbeschikking onherroepelijk is én de voorlopige schadeloosstelling is betaald.
Kortom: het niet constructief handelen in een onteigeningsprocedure leidt ertoe dat TenneT de gewenste opgave niet kan realiseren en het plan tot extra kosten leidt vanwege de ambtelijke capaciteit, inschakeling van adviseurs en het tijdsverloop. Juist gelet op die factoren zou van uw gemeente verwacht mogen en moeten worden dat meer aandacht besteed zou worden aan de minnelijke fase. /s er sprake van serieus minnelijk overleg?
De noodzaak voor onteigening is geregeld in artikel 11.7 van de omgevingswet. Op grond van dit artikel ontbreekt de noodzaak voor onteigening indien: a.de onteigenaar geen redelijke poging heeft gedaan tot minnelijke verwerving van de onroerende zaak vrij van rechten en lasten,
Pagina 2 van 5
HOOGLANDEPb.de onteigenaar geen redelijke poging heeft gedaan om overeenstemming te bereiken over het vervallen van zakelijke of persoonlijke rechten op de onroerende zaak, c.aannemelijk is dat op afzienbare termijn alsnog overeenstemming kan worden bereikt over de minnelijke verwerving van de onroerende zaak vrij van rechten en lasten en die overeenstemming zal leiden tot een spoedige levering daarvan, of d.aannemelijk is dat op afzienbare termijn alsnog overeenstemming kan worden bereikt over het vervallen van zakelijke of persoonlijke rechten op de onroerende zaak en die overeenstemming zal leiden tot het spoedig vervallen van die rechten. In deze casus is met name sub A van toepassing omdat cliënte betwist dat de gemeente serieus minnelijk overleg heeft gevoerd. De vraag die vervolgens op komt is de vraag wanneer er sprake is van serieus minnelijk overleg onder de Omgevingswet. De wetgever heeft die taak overgelaten aan de bestuursrechter:
"Ten eerste ontbreekt de noodzaak tot onteigening in ieder geval als de onteigenaar geen redelijke paging heeft ondernomen om de onroerende zaak in minnelijkheid te verwerven. Het minnelijk overleg datvolqens de Kroon onder de huidiae Onteiaeninaswet in de bestuursrechtelijke fase moet worden gevoerd, blijft ook in de Omaevinaswet een essentieel onderdeel van de voorbereidmg van de
onteiqeninqsbeschikking. Zo wordt het ultimum remedium-karakter van het onteigeningsinstrument gewaarborgd. Daarbij moet het minnelijk overleg een reëel en serieus overleg inhouden, waarbij wordt geprobeerd tot overeenstemming te komen. Wat onder een redelijke poainq moet worden verstaan, hanqt onder andere af van de omstandioheden van het aeval. Het is niet moqeliik om dit in
algemene termen aan te aeven. Afhankelijk van de situatie kunnen de onderhandelingen ook betrekking hebben op de verwerving van een groter geheel dan de benodigde gronden, het toestaan van voortgezet gebruik, een aanbod van ruilgronden, de vestiging van een gebruiksrecht of de aanleg van bijkomende voorzieningen. Omdat de eigenaar in het stelsel van de onteigening niet verplicht kan warden om een schadeloosstelling anders dan in geld te aanvaarden, moet in ieder geval een aanbod in geld worden gedaan dat betrekking heeft op de onroerende zaak zoals deze bij de beschikking zal warden aangewezen. In het geval er naast de eigenaar andere rechthebbenden zijn en de eigenaar niet in staat of bereid is om de betrokken zaak vrij van lasten en rechten te leveren, zal de onteigenaar net als onder het huidige recht ook met die andere rechthebbenden moeten onderhandelen. Dit is in de voorgestelde regeling tot uitdrukking gebracht door te bepalen dat het minnelijk overleg gericht moet zijn op verwerving «vrij van alle lasten en rechten».
Een gelijke verplichting geldt wanneer de onteigenaar al wel eigenaar is van de te onteigenen onroerende zaak, maar met de onteigening de onroerende zaak wenst te bevrijden van zakelijke of persoonlijke rechten op die zaak." De bestuursrechter zal een volle toets uit moeten voeren over het gevoerde minnelijk overleg op basis van de bewijsstukken in het dossier. Dat betekent dat uw gemeente bij het verzoek aan de rechtbank het volledige dossier moet toesturen inclusief bijbehorende stukken. Het toesturen van het logboek is niet voldoende. In dat kader wijst cliënt erop, en hij zal hier in deze zienswijze nader op ingaan, dat het logboek geen juist en volledig beeld laat zien van de gevoerde gesprekken. Sterker nog, op basis van het logboek wordt het beeld geschetst dat de gemeente alles heeft geprobeerd om
Pagina 3 van 5
HOOGLANDERminnelijk tot overeenstemming te komen en cliënte geen medewerking wilde verlenen. Dat is niet juist.
In het logboek is zichtbaar dat er vanaf 31 augustus 2023 gesprekken zijn gevoerd met cliënte omtrent de verwerving van het perceel. Cliënte is echter van mening dat deze gesprekken niet als serieus zijn aan te merken. Uw gemeente heeft immers een voorstel gedaan voor wat betreft de grondprijs en is daar niet meer vanaf geweken. Dat betekent dat cliënte een paar aanbiedingen heeft gekregen met vergelijkbare aanbiedingen. Door uw gemeente wordt gesteld dat de gemeente niets anders kan dan over te gaan tot onteigening. Cliënte is van mening dat er geen reden voor is. Cliënte heeft in de gesprekken namelijk kenbaar gemaakt dat de schadeloosstelling werd gedaan zonder onderbouwing. Ook heeft cliënte kenbaar gemaakt dat een reactie zou volgen. Deze reactie is inmiddels ingediend. Geen sprake van noodzaak voor gronden ten behoeve van het kabeltracé Mocht u van mening zijn dat het college wel serieus minnelijk overleg heeft gevoerd dan wijst cliënte erop dat de percelen buiten het hoogspanningsstation niet voor onteigening in aanmerking komen omdat er geen sprake is van noodzaak voor onteigening Als uitgangspunt heeft immers te gelden dat noodzaak tot onteigening enkel bestaat in die gevallen
waarin aanleg en instandhouding van een werk het huidige gebruik van de betreffende onroerende zaak onmogelijk maakt dan wel in belangrijke mate vermindert als gevolg van een wijziging van de fysieke gesteldheid van de grond. Daarbij is tevens van belang welk deel van het totale perceel wordt belemmerd en of het huidige gebruik van de grond nog mogelijk is, waarbij mede in aanmerking wordt genomen of rechthebbende aangrenzende percelen in eigendom heeft. Hiervoor verwijst cliënte bijvoorbeeld naar de uitspraak van het gerechtshof Amsterdam van 26 april 20216 (ECLI:NL:GHAMS:2016:1624). Cliënte is van mening dat het huidige gebruik als gevolg van de aanleg en instandhouding niet onmogelijk wordt gemaakt dan wel in belangrijke mate wordt verminderd dat er een noodzaak tot onteigening bestaat.
Ter plaatse van de percelen buiten het hoogspanningsstation wordt immers enkel een kabeltracé gerealiseerd. Dit brengt naar mening van cliënte niet zodanig belemmering met zich mee dat het gebruik het behoeve van akkerbouw niet meer kan worden voortgezet. Daarbij is van belang dat het kabeltracé voor een groot deel langs de perceelsgrens zal worden gerealiseerd. Zowel de aanlegfase (inclusief werkzaamheden) als de instandhouding zullen geen reële belemmering vormen voor het huidige gebruik (akkerbouw). Ook na de bestemmingswijziging zal het actuele gebruik immers kunnen worden voortgezet. Uw stelling dat het de primaire wens is om te allen tijde met zekerheid over de kabelstroken te kunnen beschikken en dat de kabels in verschillende fasen zullen worden
aangelegd, maakt dit naar mening van cliënt niet anders. Dit brengt immers alsnog niet zodanig beperkingen met zich mee dat het huidige gebruik ten behoeve van akkerbouw niet meer kan worden voortgezet.
Pagina 4 van 5
HOOGLANDERGelet op het bovenstaande bestaat er naar mening van cliënte voor wat betreft de percelen gelegen buiten het hoogspanningsstation dan ook geen noodzaak tot onteigening. De belangen vorderen immers geen onteigening, waardoor dient te worden volstaan met een minder ingrijpend middel te weten een gedoogplicht. Conclusie
Cliënte komt primair tot de conclusie dat er geen noodzaak voor onteigening bestaat omdat er geen serieus minnelijk overleg is gevoerd. Subsidiair is cliënte van mening dat er geen noodzaak voor onteigening bestaat omdat volstaan kan worden met een lichter middel te weten de gedoogplichtprocedure. Cliënte verzoekt u om het besluit tot onteigening niet vast te stelten. Met vriendelijke groet, Hooglander B.V.
^
Niels Crooijmans Advocaat
Pagina 5 van 5