CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1555859 Bijlage 5b 1551745 nota van antwoord bij advies ASD

Gemeenteraad 30 oktober 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vaststellen addendum Regiovisie en Actieplan Dakloosheid (1555859)1.115 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

1551745 Advies ASD: addendum Regiovisie BW MO en Actieplan Dakloosheid Concept nota van antwoord De Adviesraad gaat in zijn bijdrage in op beide regionale beleidsdocumenten. Hij onderschrijft de aanpak die wordt voorgesteld om verdere ontwikkeling en concretisering van de regiovisie in de komende jaren verder te brengen. Daarbij meent de Adviesraad uit de documenten op te maken dat in de afgelopen jaren in Zeeland samenwerking en sluitende ketens nog onvoldoende zijn ontwikkeld. Daardoor blijven resultaten beperkt. We denken dat deze opmerking een grond van waarheid heeft. In de voorbije vier jaren hadden de gemeenten in de uitvoering van de regiovisie te maken met drie bewegingen tegelijk, die het krachtenveld ingewikkeld maken. In de eerste plaats: ambitieuze beleidsvoornemens van het Rijk (het voornemen tot doordecentralisatie van beschermd wonen naar de gemeenten, het actieplan dakloosheid) die door de laatste kabinetten niet of maar deels werden doorgezet. Daarnaast bij de gemeenten zelf, een grotere druk op de ambtelijke organisatie door de veelheid van taken en door een wat trage besluitvorming. Alle 13 gemeenten hebben immers over alle voornemens zeggenschap. Tenslotte in de samenleving een groeiende groep burgers die problemen stapelen waardoor hun zorgvraag steeds complexer wordt. Het is in deze omstandigheden ook best lastig om de gewenste resultaten te behalen.

We zien daarbij overigens wel degelijk vooruitgang en kwalitatieve verbetering. In onze eigen gemeente kunnen we wijzen op de grote en constructieve rol van ‘Ammekare’, de inloopfunctie van Stichting Hersteltalent die veel burgers uit de doelgroep bereikt. Ook zien we een betere toerusting en groeiende expertise bij onze toegangsconsulenten die direct met kwetsbare burgers in gesprek zijn. Ook konden we, mede met inzet van regionale middelen, goede lokale projecten onderhouden. We wijzen op ‘kansrijk wonen’ en sinds dit voorjaar de succesvolle inzet van ‘wijk-GGD’ers’ die preventief interveniëren bij verward gedrag, dreigende verwaarlozing of crisis. Bij dit alles is positief dat het aantal cliënten in beschermd wonen in Zeeland niet stijgt. Er is een licht dalende trend zichtbaar. We kunnen nog niet met zekerheid zeggen dat dit het effect is van een beter vangnet of beschermd thuis. Door de lastige woningmarkt is uitstroom uit een voorziening naar een eigen woning nog maar mondjesmaat mogelijk. Hierop kunnen we helaas weinig invloed uitoefenen. Ditzelfde probleem ondervinden we ook bij de hervorming van de maatschappelijke opvang. De Adviesraad wijst op de noodzaak om niet alleen tussen en binnen gemeenten beleidsmatig samen te werken. Samenwerking zou op alle niveaus beter uit de verf moeten komen, ook met de gemeentelijke uitvoering en met lokale partners.

De samenleving als geheel zou meer betrokken moeten worden. We denken dat we juist op dit vlak in onze gemeente in de goede richting werken. Positief is hier de ‘WijkGGD’er’ – die nadrukkelijk niet alleen de cliënt maar ook de omgeving in zijn interventie betrekt. De vraag van de raad naar de werking van het sociaal-medisch overleg (SMO) willen we ook graag positief beantwoorden; het SMO komt tegemoet aan veel vragen vanuit de huisartsenzorg en het maatschappelijk werk. Onze toegangsorganisatie kan daarmee direct op cliëntniveau schakelen. Ook hebben we een robuust OGGZ-netwerk onder leiding van onze procesregisseurs, waarin woningcorporatie, hulpverleners, politie en gemeente nauw samenwerken rond burgers met complexe problematiek. Tenslotte zetten we dit jaar forse stappen naar een fundamenteel anders gerichte werkwijze in onze toegang tot zorg en dienstverlening. Daarvoor zijn nu ‘sterke lokale teams’ in opbouw. Ingegeven door eisen vanuit de Jeugdwet willen we deze werkwijze de komende jaren centraal stellen in onze dienstverlening naar de burgers toe. In een nieuw ‘beleidskader sociaal domein’ geven we prioriteit aan de ontwikkeling van betrokkenheid van inwoners op elkaar binnen wijken en kernen (‘zorgzame buurten’). We willen hierin als gemeente vormgeven en regisseren, maar vooral ook ruimte laten aan spontane netwerken en zelforganisatie.

Voor ons allemaal wordt dit in de komende jaren een grote opgave. In het bovenstaande hebben we een aantal vragen van de ASD in lopende tekst beantwoord. Hieronder gaan we puntsgewijs op nog een aantal andere vragen in. 

Kerngezond. We kennen dit initiatief, dat als onderdeel van het Integraal Zorgakkoord (IZA, nu opgevolgd door het AZWA) wordt geïmplementeerd in (ook Zeeuwse) gemeenten. Vooralsnog kiest onze gemeente hier om uitvoeringstechnische redenen niet voor. Met het Sociaal Medisch Overleg boeken wij goede resultaten; de afstand tussen medisch domein, zorg en samenleving wordt ook hierdoor verkleind.

  

Het ‘bouwdepot’. De doelgroep voor dit initiatief herkennen we ook in onze gemeente. Mede naar aanleiding van het gesprek hierover met uw raad oriënteren wij ons op het inzetten van bouwdepot in onze gereedschapskist. We betrekken dit bij de uitvoering van de Participatiewet. Wat betreft de telling van dak- en thuislozen: de deelname van de Zeeuwse gemeenten aan de landelijke ETHOS-telling gaat sowieso veel informatie opleveren die ons een beter beeld zal geven van specifieke problematiek binnen deze groep in Zeeland. De toegang tot maatwerkvoorzieningen zoals beschermd wonen is belegd bij de gemeenten. Dat betekent dat in elke gemeente beleidsmakers en uitvoerders een goed evenwicht moeten vinden tussen aan de ene kant eigen beleidsvrijheid en verantwoordelijkheid, en aan de andere kant bovenliggende, regionale afspraken. Over het algemeen zijn die duidelijk. Een format, waar de Adviesraad naar vraagt, is er ook al in de vorm van een regionaal afwegingskader. Bovendien adviseert de ‘regionaal expert’ van het CZWbureau de gemeentelijke toegangsorganisaties op casusniveau. In onze gemeente sluit de expert aan bij een tweewekelijks consulentenoverleg over BW. Wat betreft wonen gaan we als Zeeuwse gemeenten samen met zorgaanbieders een traject in onder leiding van een extern adviesbureau om te komen tot een ‘woon-en zorglandschap’ voor Zeeland.

In het schetsen van contouren hiervoor zijn wooncirkel-achtige vormen ook meegenomen. De zorgen die de Adviesraad uit bij de personeelsproblemen in instellingen zijn bekend. Concreet willen we in de aanbesteding 2026-2027 de aanbieders tegemoetkomen door het bieden van marktconforme tarieven zodat ze personeel aan zich kunnen blijven binden of aantrekken. We kunnen als gemeenten ook bijdragen aan vermindering van de druk op psychiatrische hulpverlening door meer preventie en door ondersteuning meer naar voren te organiseren. De partnerschapsafspraken functioneren goed en zijn toereikend voor de opgave die we hebben. Ook beschikken we over een ruim voldoende regiobudget met daarbij nog een stevige reserve als buffer. Er is ons veel aan gelegen om ook in de nieuwe GR dit goede samenspel te behouden. In dit verband zijn opnieuw heldere afspraken tussen de gemeenten noodzakelijk, ook als we financieel of anderszins in de uitvoering en financiering in zwaar weer terechtkomen. We zijn ons hiervan bewust. Monitoring van kengetallen zoals bezettingsgraad en verblijfsduur is nu lastig omdat registratiesystemen van verschillende gemeenten niet aansluiten op die van het CZW-bureau. We gaan ervan uit dat deze hindernis kan worden weggenomen wanneer een nieuwe GR is gevormd.

20250821 hl

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15949541/1