CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1519673 Bijlage 3 - Advies ontwerpverordening jeugdhulp

Commissie Samenleving en Bestuur 11 september 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: CVS Ontwerpverordening jeugdhulp Schouwen Duiveland 2026 (1519673)1.076 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Aan het College van B&W Zierikzee, 3 juni 2025 Betreft: Uw adviesaanvraag inzake [znr 1463101] Ontwerpverordening Jeugdhulp SchouwenDuiveland 2026 Geacht college, Op 25 april jl. heeft de Adviesraad Sociaal Domein (ASD) uw verzoek ontvangen om advies uit te brengen over de ontwerpverordening Jeugdhulp Schouwen-Duiveland 2026 en de bijbehorende toelichting. Deze ontwerpverordening is tot stand gekomen met ondersteuning van het landelijke document Verkenning afbakening jeugdhulpplicht en de modelverordeningen van Schulinck en de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG). De ontwerpverordening en bijbehorende toelichting is besproken en ASD komt tot de conclusie dat het een gedegen stuk en zorgvuldig opgesteld document is. De inhoud is op cruciale punten aangescherpt en draagt bij aan een heldere afbakening en uitvoering van de jeugdhulpplicht. Op basis hiervan geven wij een positief advies met onderstaande aandachtspunten. De rol van de huisarts en gemeentelijke toegang Wij merken op dat de rol van de huisarts van cruciaal belang is in het proces van jeugdhulpverlening. De huisarts is vaak het eerste aanspreekpunt, beoordeelt de situatie en verzorgt de verwijzing naar passende hulp. Tegelijkertijd heeft de gemeente contractuele afspraken met jeugdhulpaanbieders en voert de gemeentelijke toegang een systeemgericht onderzoek uit om te bepalen welke hulp het meest passend is.

Het roept echter vragen op dat de medewerker binnen de gemeentelijke toegang de verwijzing van de huisarts beoordeelt en uiteindelijk beslist welke specifieke hulp wordt ingezet. Wij gaan er dan ook vanuit dat dergelijke toewijzingen plaatsvinden binnen een multidisciplinair team, waarin ook de huisarts betrokken is. Daarnaast pleiten wij voor verdere ontwikkeling van de ingezette samenwerkingslijn tussen de Wmoconsulent en de huisarts. Ook het sociaal medisch overleg, waarbij de huisarts is betrokken, levert een belangrijke bijdrage aan een integrale aanpak van hulpverlening. Binnenkort start in Bruinisse een pilot waarbij de arts die ouders en jongeren ziet, direct kan doorverwijzen naar een jeugdconsulent. Deze consulent zal enkele dagdelen per week aanwezig zijn in de huisartsenpraktijk. We zijn benieuwd naar de resultaten van deze pilot en ontvangen graag terugkoppeling over wat deze werkwijze oplevert voor gezinnen. Ook wanneer verwijzingen plaatsvinden via gecertificeerde instellingen, de strafrechter, het Openbaar Ministerie of functionarissen binnen justitiële inrichtingen, zien wij dat de uitvoering terecht wordt belegd bij gecontracteerde jeugdhulporganisaties. Een positieve ontwikkeling daarbij is dat de gemeente steeds vaker onderzoekt of er een samenhang is tussen de problematiek van het kind en bredere gezinsproblemen.

Dit vraagt om een systeemgerichte benadering, waarbij zorgvuldig wordt gekeken naar de volgorde en aard van de in te zetten hulp. Vaak is het zinvol om te starten met kortdurende, laagdrempelige en praktische ondersteuning, gericht op het stabiliseren van de situatie op meerdere leefgebieden. Pas daarna kan meer gespecialiseerde jeugdhulp effectief worden ingezet, in lijn met de behoeften hiërarchie zoals beschreven in de piramide van Maslow.

Afbakening jeugdhulpplicht en preventieve ondersteuning De ontwerpverordening geeft aan dat geen jeugdhulpplicht geldt voor hulp die door ouders zelf, vanuit hun netwerk of ‘eigen kracht’, kan worden georganiseerd. De gemeente kan hierin faciliterend optreden door ouders te verwijzen naar vrij toegankelijke voorzieningen. In een eerder advies heeft de ASD geadviseerd tot de inrichting van een TEJO-huis (therapeutische eerstelijns jeugdopvang). Deze laagdrempelige voorziening biedt jongeren tijdige en tijdelijke ondersteuning en voorkomt dat relatief eenvoudige problemen escaleren tot zorgvragen binnen de keten. Toegang tot jeugdhulp en het familiegroepsplan In paragraaf 2, artikel 4, wordt de toegang tot jeugdhulp via de gemeente beschreven. In lid 3 staat dat een familiegroepsplan moet leiden tot een hulpverleningsplan of plan van aanpak, opgesteld door de ouder(s) samen met familieleden of het sociale netwerk. Dit plan dient als basis voor de begeleiding door de jeugdhulpaanbieder. Wij signaleren dat in de wet is opgenomen dat ouders de mogelijkheid hebben om gebruik te maken van een vertrouwenspersoon/cliëntondersteuner. De vraag is of de gemeente de ouders proactief informeert en stimuleert om hier gebruik van te maken. Juist deze persoon is van groot belang om gezinnen gedurende het traject bij te staan en hun stem te versterken.

Juist omdat de aanpak is ‘één gezin, één plan’ wordt het mogelijk om zorgafspraken en hulpverlening beter af te stemmen. Onderzoek en ondersteuningsplan In artikel 7, lid 1, stap 2, wordt terecht benadrukt dat de problematiek moet worden geïnventariseerd en vastgelegd. Wij waarderen de keuze voor een aanpak waarin de problematiek in de context van gezinsdynamiek wordt bekeken. Deze benadering vanuit de systeemtheorie en de piramide van Maslow is laagdrempelig, snel inzetbaar, preventief en waarschijnlijk kostenbesparend. Belangrijk is het om rust en stabiliteit in het gezin te creëren. Het gezin is gebaat bij praktische hulp en ondersteuning op de gebieden waar het niet goed gaat; daarna is er ruimte voor gespecialiseerde jeugdhulp die dan ook echt effect kan hebben. Individuele voorzieningen en reikwijdte In artikel 9, lid 2 en 3, wordt de grens aangegeven van wat de gemeente kan bieden. Wij constateren dat gezinnen vaak meerdere stappen doorlopen hebben – van laagdrempelige hulp tot meer intensieve ondersteuning – voordat zij bij een individuele voorziening uitkomen. Het is schrijnend wanneer blijkt dat de benodigde hulp niet is ingekocht of slechts met lange wachttijden beschikbaar is. Wij roepen de gemeente op om, indien nodig, ook samenwerking met niet-gecontracteerde partijen aan te gaan om tijdige en passende hulp te kunnen garanderen.

In lid 4 en 5 van artikel 9 wordt gesteld dat voorzieningen zonder wetenschappelijke onderbouwing geweigerd kunnen worden. Hoewel wij het belang van toezicht en effectiviteit onderschrijven, pleiten wij voor ruimte om innovatieve methodieken in te zetten – ook als deze nog niet wetenschappelijk zijn bewezen. Een voorbeeld hiervan is de inmiddels bewezen Triple-C methodiek, die in de praktijk is ontstaan als antwoord op het falen van andere interventies. Voorschoolse voorzieningen en laaggeletterdheid Artikel 31 behandelt de afstemming tussen voorschoolse voorzieningen, onderwijs en leerplicht. In een eerder advies wezen wij al op het belang van het voorkomen van taalachterstand. Taalontwikkeling moet starten vanaf jonge leeftijd, idealiter vanaf nul jaar. Wij benadrukken het belang van het actief betrekken van ouders – autochtoon én met een migratieachtergrond – bij deze ontwikkeling, zeker wanneer sprake is van laaggeletterdheid.

Overgang van 18- naar 18+ Artikel 35 gaat in op de overgang van jeugdhulp naar volwassenheid. Het is zeer positief dat het college erkent dat niet alle jongeren op hun achttiende zelfstandig verder kunnen. Verlengde jeugdhulp en andere ondersteuningsvormen zijn daarom essentieel om deze jongeren in staat te stellen een stabiel en zelfstandig leven op te bouwen. Wij hopen u van dienst te zijn met dit advies en wachten uw reactie met belangstelling af. Met vriendelijke groet, Ada Overwater Voorzitter

Coby van Haasteren secretaris

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15720800/1