1519504 bijlage 10 Ruimtelijke Onderbouwing Achterstraat 9 Nieuwerkerk
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Achterstraat 9, Nieuwerkerk
Versie: ontwerp Datum: maart 2025
1
Ruimtelijke onderbouwing
‘Achterstraat 9, Nieuwerkerk’
Datum: Auteur: Korte omschrijving:
maart 2025 Tom de Koster Ruimtelijke onderbouwing voor de realisatie van een woning op het perceel Achterstraat 9 te Nieuwerkerk
2
3
Inhoud 1 Inleiding ................................................................................................................................................ 5 1.1 Voorgeschiedenis en aanleiding .................................................................................................... 5 1.2 Ligging en begrenzing plangebied ................................................................................................. 5 1.3 Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden .................................................................................... 5 1.4 Strijdigheden te vergunnen activiteiten in relatie tot het bestemmingsplan ............................... 5 1.5 Leeswijzer ...................................................................................................................................... 6 2. Huidige en beoogde situatie................................................................................................................ 7 2.1 Huidige situatie ............................................................................................................................. 7 2.2 Nieuwe situatie..............................................................................................................................
8 3 Toetsing aan het beleid ...................................................................................................................... 10 3.1 Rijksbeleid en Rijksregels............................................................................................................. 10 3.2 Provinciaal beleid en provinciale regels ...................................................................................... 10 3.3 Gemeentelijk beleid .................................................................................................................... 11 4. Omgevingsaspecten .......................................................................................................................... 14 4.1 Duurzaamheid ............................................................................................................................. 14 4.2 Cultureel erfgoed......................................................................................................................... 14 4.3 Weging van het waterbelang ...................................................................................................... 15 4.4 Verkeer en parkeren....................................................................................................................
16 4.5 Ecologie ....................................................................................................................................... 17 4.6 Gezondheid en milieu.................................................................................................................. 18 4.7 Waarborgen omgevingsveiligheid ............................................................................................... 19 4.8 M.E.R. beoordeling ...................................................................................................................... 19 5 Financiële haalbaarheid...................................................................................................................... 20 Bijlage 1 | AERIUS stikstofberekening ................................................................................................... 21 Bijlage 2 | | Quickscan beschermde flora en fauna .............................................................................. 23 Bijlage 3 | Bodemonderzoek ................................................................................................................. 25
4
1 Inleiding 1.1 Voorgeschiedenis en aanleiding Op het perceel aan de Achterstraat 9 te Nieuwerkerk staan momenteel vier garageboxen. De oppervlakte van het perceel is eigenlijk relatief groot voor dit gebruik. Voor het perceel is een plan opgesteld om een vrijstaande woning te bouwen, hiervoor dienen twee van de vier bestaande garages te worden gesloopt. De overige twee garages worden onderdeel van het nieuwe plan. De gemeente Schouwen-Duiveland heeft ingestemd met dit bouwplan.
1.2 Ligging en begrenzing plangebied Het plangebied bestaat uit de gronden thans bekend als Achterstraat 9 te Nieuwerkerk en kadastraal bekend als Duiveland, sectie A, nummer 1177. Het perceel heeft een oppervlakte van 442 m2. Op het perceel staat een gebouw met daarin vier garages. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven. Het plangebied is rood omkaderd.
Figuur 1.1: Ligging van het plangebied te Nieuwerkerk
1.3 Huidige bouw- en gebruiksmogelijkheden Ter plaatse geldt het bestemmingsplan ‘Nieuwerkerk en Oosterland’ vastgesteld door de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland op 27 november 2014. Hierin zijn de gronden bestemd als ‘wonen’, met om de garageboxen de functieaanduiding ‘garageboxen’. Op het perceel is geen bouwvlak aanwezig. Tevens geldt de dubbelbestemming ‘Waarde Archeologie 6’ en de gebiedsaanduiding ‘vrijwaringszone – molenbiotoop’.
1.4 Strijdigheden te vergunnen activiteiten in relatie tot het bestemmingsplan Binnen de woonbestemming is vanwege het ontbreken van een bouwvlak de bouw van een woning niet rechtstreeks toegestaan. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken zal van het geldende bestemmingsplan moeten worden afgeweken. De beoogde afwijking is mogelijk door middel van een omgevingsvergunningprocedure (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo). Onderdeel hiervan is een ruimtelijke onderbouwing. Dit document voorziet hierin. 5
afbeelding 1.2, regels op de kaart Achterstraat 9, NIeuwerkerk
1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 van dit document een beschrijving van de huidige en beoogde situatie toegelicht. Hierna volgt in hoofdstuk 3 een toets aan het beleidskader. In hoofdstuk 4 volgt de toetsing aan de omgevingsaspecten. In hoofdstuk 5 wordt de financiële uitvoerbaarheid van het project beschreven.
6
2. Huidige en beoogde situatie In dit hoofdstuk worden de hoofdlijnen beschreven van het relevante beleid van het Rijk, provincie en gemeente.
2.1 Huidige situatie Nieuwerkerk is een typisch kerkringdorp. Vanaf deze kerkring vertrekt de Wethouder van Klinkenstraat in noordelijke richting. Het plangebied is gelegen op de hoek Achterstraat/Wethouder van Klinkenstraat, direct buiten de kerkring. De Achterstraat is de eerstvolgende straat die parallel aan de Kerkring loopt. Het perceel is momenteel bebouwd met vier garageboxen, welke allevier een rechtstreeks toegang hebben tot de Achterstraat. Het overige deel van het perceel is privé in gebruik en is ingericht als tuin. De staat van onderhoud van het perceel is goed.
afbeelding 2.1, bestaande situatie planlocatie (bron: Google Streetview)
7
afbeelding 2.2, bestaande situatie met de 4 garageboxen
2.2 Nieuwe situatie Nadat de twee garageboxen zijn gesloopt, wordt op het perceel een nieuwe woning gebouwd bestaande uit twee bouwlagen, waarvan één bouwlaag de kap is. Het ontwerp van de woning is van het type ‘notariswoning’. De woning wordt gesitueerd aan de Wethouder van Klinkenstraat. Aan de Achterstraat blijft van het bestaande bouwwerk een dubbele garage behouden. Zowel de woning, als de garage staan parallel ten opzichte van de openbare weg, waardoor de gebouwen niet exact haaks op elkaar staan.
8
afbeelding 2.3, toekomstige situatie voorgevel
Afbeelding 2.4, toekomstige inpassing planlocatie
9
3 Toetsing aan het beleid 3.1 Rijksbeleid en Rijksregels 3.1.1 Nationale Omgevingsvisie Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld. De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is geheel opgenomen in deze nieuwe visie. De NOVI biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan het Rijk inspelen op de grotere uitdagingen die voor hen liggen. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op de leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgaven. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want ruimte, zowel boven- als ondergronds, is schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken. Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt.
Met de NOVI zet het Rijk een proces in gang waarmee keuzes voor de leefomgeving sneller en beter kunnen worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Deze belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; 2. Duurzaam economisch groeipotentieel; 3. Sterke en gezonde steden en regio's; 4. Toekomstbestendige ontwikkelingen van het landelijk gebied. Door het nationale karakter van de NOVI en de schaal van onderhavig project, heeft het voornemen nauwelijks raakvlak met dit nationale kader. Op de locatie spelen geen nationale belangen. Met onderhavige project zijn geen nationale belangen in het geding. Conclusie Het rijksbeleid vormt geen belemmering voor de uitvoering van het project.
3.2 Provinciaal beleid en provinciale regels 3.2.1. Zeeuwse Omgevingsvisie Op 12 november 2021 heeft Provinciale Staten de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie geeft aan de hand van 27 bouwstenen de provinciale visie en provinciale belangen op Zeeland weer, waar de Provincie Zeeland een (groot) belang aan hecht. Per bouwsteen worden de beleidsdoelstellingen voor 2030 beschreven, de acties die daaraan bijdragen en welke partijen daar een rol bij spelen. In de Omgevingsvisie zijn de volgende vier Zeeuwse ambities omschreven voor de provincie in 2050. • • • •
Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; Balans in de grote wateren en het landelijk gebied; Een duurzame en innovatieve economie; Klimaatbestendig en CO2 neutraal Zeeland.
10
Het benoemen en beschrijven van uitdagingen en ambities is geen garantie voor het maken van de beste keuzes voor Zeeland. Bij het kiezen en prioriteren wil de provincie zowel de Zeeuwse kernkwaliteiten behouden als kansen en mogelijkheden benutten. Hiervoor dienen de volgende afwegingsfactoren: • • • •
Doe meer met minder grond; Werk samen en deel kosten en baten; Maak gebruik van de Zeeuwse kernkwaliteiten; Denk aan de toekomst en aan de rest van de wereld.
Nieuwe ontwikkelingen moeten passen binnen de kernkwaliteiten van Zeeland. • • • •
Genieten en opladen; Waarderen en beschermen van het mooie Zeeuwse landschap; We voelen ons verbonden met de historie; Kernkwaliteitswens: passende werkgelegenheid en ontwikkelmogelijkheden voor iedereen in Zeeland.
Toets Er is sprake van een stedelijke herontwikkeling. De locatie wordt gesaneerd. Er is derhalve geen sprake van extra ruimtebeslag. De nieuwe woning wordt duurzaam en gasloos gebouwd. De Zeeuwse Omgevingsvisie staat de ontwikkeling niet in de weg.
3.2.2 Omgevingsverordening Zeeland 2024 Op 1 januari 2024 is de Omgevingsverordening Zeeland 2024 in werking getreden. In deze verordening zijn vrijwel alle provinciale regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving opgenomen. Het gaat hierbij om regels op het gebied van ruimtelijke ordening, maar ook op het gebied van mobiliteit, milieu, natuur, water en bodem. Ten aanzien van de bouw van een woning binnen stedelijk gebied kent de Omgevingsverordening Zeeland 2024 geen instructieregels.
3.2.3 Conclusie Het provinciale beleid staat de nieuwe ontwikkeling niet in de weg.
3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Woonvisie 2018-2027 In 2013 is de Woonvisie 2013–2022 vastgesteld door de gemeenteraad. In 2018 zijn de eerste 5 jaren van deze Woonvisie geëvalueerd, om vervolgens deze informatie te gebruiken in de nieuwe woonvisie. In februari 2018 heeft de raad de nieuwe onafhankelijke woningmarktanalyse ‘Solide basis onder actueel woonbeleid en woonafspraken’ (2017–2027) onderschreven en vastgesteld. De uitkomsten van deze woningmarktanalyse en de trends en ontwikkelingen geven aanleiding om de Woonvisie te herzien. Deze Woonvisie, Woonvisie 2018–2027 vastgesteld op 28 juni 2018, moet ervoor zorgen dat we tot 2027 de juiste keuzes maken om in 2040 het strategische doel te hebben bereikt: We wonen prettig naar wens en behoefte. Een prettig woon- en leefklimaat zijn essentieel om het perspectief uit het Tij van de Toekomst te bereiken. Om dit te bereiken moet er de komende jaren veel aandacht zijn voor het behouden en versterken van de woonkwaliteit en de leefbaarheid in de kernen. Het gaat om minder en kwalitatief 11
betere nieuwbouw en om veel aandacht voor de vitaliteit van de bestaande voorraad. Daarbij functioneert Schouwen-Duiveland als 1 samenhangende woningmarkt. Dat betekent dat een ingreep in de ene kern, in meer of mindere mate effect heeft op de nadere kernen in de gemeente. Maar het gaat niet alleen om de woning. Woonkwaliteit heeft ook te maken met de directe woonomgeving zoals de aanwezigheid van voldoende parkeerplaatsen. Om dit strategische doel te bereiken stelt de gemeente tot 2027 de volgende doelen: 1. Verbeteren van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad; 2. Onttrekken van woningen die verouderd of incourant zijn; 3. Toevoegen van woningen, waar er te weinig van zijn.
3.3.2 Structuurvisie Wonen In februari 2023 heeft de gemeenteraad van Schouwen-Duiveland de Structuurvisie Wonen vastgesteld. Op Schouwen-Duiveland heeft men de ambitie ieder huishouden naar wens te kunnen laten wonen. Om dit te kunnen bewerkstelligen zijn er maatregelen nodig om opgaven op de woningmarkt structureel aan te kunnen pakken. Maatregelen om te kunnen blijven werken aan wonen krijgen handen en voeten in de visie. Het gaat daarbij om het toevoegen van woningen die in een kwalitatieve behoefte voorzien met aandacht voor balans tussen vraag en aanbod op middellange termijn. In de bebouwde kom zijn in beginsel beperkt mogelijkheden voor toevoegen van woningen. De focus van nieuwe ontwikkelingen ligt in eerste instantie op vrijvallende locaties in de kernen en op het herbestemmen van bestaande (beeldbepalende) panden. Inbreiding gaat voor uitbreiding. Huishoudens van 1 of 2 personen van de leeftijdscategorie 55 plus zijn aangemerkt als prioritaire doelgroep. Toets Op het perceel Nieuwstraat 9 wordt een nultredenwoning ontwikkeld. Dat betekent een woning met naast de keuken en de woonkamer, ook tenminste één slaap- en badkamer op dezelfde verdieping. Dit past binnen het beleid om te bouwen voor senioren. Daarnaast is er sprake van een inbreidingslocatie. Het toevoegen van woningen is goed voor de leefbaarheid van de kern Nieuwerkerk.
Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling past binnen de ‘Structuurvisie Wonen’.
3.3.3 Milieubeleidsplan Het milieubeleid van de gemeente Schouwen-Duiveland is vastgelegd in het milieubeleidsplan. Dit plan is opgedeeld in een aantal modules die elke een apart milieuthema behandelen. Hierna volgen de belangrijkste aandachtspunten uit de diverse modules. Module Bodem/Nota bodembeheer In een Nota bodembeheer is beleidsmatig vastgelegd binnen en tussen welke zones vrij grondverzet mogelijk is en welke voorwaarden hierbij gelden: in welke delen van het bodembeheergebied wordt het generieke kader uit het Besluit bodemkwaliteit aangehouden en voor welke gebieden wordt een gebiedsspecifeke invulling van het lokale bodembeleid gekozen. De Nota bodembeheer beschrijft de regels voor het toepassen van grond en bagger op de landbodem in de gemeente SchouwenDuiveland, gebaseerd op de in deze nota geactualiseerde bodemfunctieklassenkaart en de in 2018 geactualiseerde bodemkwaliteitskaart van de gemeente. Voor het toepassen van grond en bagger hanteert de gemeente Schouwen-Duiveland in een deel van de gemeente gebiedsspecifek beleid. De gemeente Schouwen-Duiveland erkent een aantal bodemkwaliteitskaarten van buiten haar eigen bodembeheergebied als milieuhygiënische verklaring. Ook dit geldt als een vorm van gebiedsspecifek beleid. Daarnaast erkent de gemeente SchouwenDuiveland de waterbodemkwaliteitskaart van Schouwen-Duiveland en overige door waterschap 12
Scheldestromen vastgestelde waterbodemkwaliteitskaarten als bewijsmiddel voor het toepassen van bagger. Module Energie en Klimaat De Gemeente Schouwen-Duiveland streeft naar een ruimtelijke inrichting waarmee we ons kunnen aanpassen aan de klimaatverandering. Anders gezegd: het is de bedoeling dat de gemeente Schouwen- Duiveland klimaatbestendig wordt. Bovendien wil de gemeente dat de uitstoot van broeikasgassen vermindert, zodat Schouwen-Duiveland op den duur ook energieneutraal wordt. Module Geluid en Stilte Voor de module Geluid & Stilte is een langetermijnbeleid omschreven voor de periode tot 2030. Op die manier wordt duidelijk waar de gemeente naartoe wil op het gebied van geluid en stilte. Schouwen- Duiveland is een gemeente met weinig geluidhinder en dat willen ze zo houden. Module Licht en Duisternis In de gemeente Schouwen-Duiveland kan de kwaliteit duisternis nog volop worden ervaren. Vergeleken met andere gemeenten neemt Schouwen-Duiveland daarmee een bijzondere plaats in. De gemeenteraad van Schouwen-Duiveland wil de duisternis beschermen door nieuwe ontwikkelingen te toetsen op hun lichtverspreiding. Zo nodig kan de gemeente aanvullende eisen stellen aan de verlichting en de hoeveelheid licht die deze verspreidt. Module Luchtkwaliteit De luchtkwaliteit op Schouwen-Duiveland is, zeker vergeleken met andere gebieden in Nederland, goed.
Die bijzondere positie wil de gemeente zien te behouden. Waar mogelijk willen ze de luchtkwaliteit zelfs nog verbeteren. Het verminderen van autoverkeer kan daarbij helpen. Autoverkeer is namelijk een belangrijke vervuilingsbron. Voor een uitvoerige behandeling van genoemde modules wordt verwezen naar hoofdstuk 4 van deze toelichting.
13
4. Omgevingsaspecten 4.1 Duurzaamheid 4.1.1 Ladder van duurzame verstedelijking De ladder voor duurzame verstedelijking is in het leven geroepen om zorgvuldig ruimtegebruik te bevorderen en het voorkomen van over programmering. Dit betekent dat bij ruimtelijke besluiten (zoals bij een BOPA) moet worden gemotiveerd hoe een zorgvuldige afweging is gemaakt van het ruimtegebruik. Deze procesvereiste is alleen van toepassing op ruimtelijke besluiten die voorzien in een stedelijke ontwikkeling. Voor ontwikkelingen buiten bestaand stedelijk gebied geldt een uitgebreide motiveringsplicht. Toets Het voorliggende plan voorziet in de realisatie van een woning binnen stedelijk gebied. Uit jurisprudentie is inmiddels gebleken dat de ladder voor duurzame verstedelijking niet van toepassing is voor zeer kleinschalige ontwikkelingen. Een ontwikkeling van minder dan twaalf woningen wordt niet gezien als een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Voorliggend initiatief is zonder meer kleinschaliger dan de ondergrens die in jurisprudentie gehanteerd wordt en zodoende is een nadere laddertoetsing niet noodzakelijk.
4.1.2 Positieve gezondheid en toegankelijkheid De locatie is niet openbaar toegankelijk. Er is sprake van een nultredenwoning.
4.1.3 Duurzaamheid De woning dient te voldoen aan de actuele eisen van het bouwbesluit. Hiermee is sprake van een ‘Bijna Energieneutraal Gebouwde’ woning.
4.2 Cultureel erfgoed 4.2.1 Archeologie In het omgevingsplan Schouwen-Duiveland is in artikel 5.20 vastgelegd dat het verboden is om een gebied waar archeologische vondsten of waarden worden verwacht de grond te verstoren. De projectlocatie kent een dubbele bestemming: ‘Waarde – archeologie 6’. Dit is een lage archeologische verwachtingswaarde. Op basis van de bij deze dubbelbestemming horende regels, is het verplicht om een vooronderzoek plaats te laten vinden wanneer er een grotere verstoring dan 2.500 m2 plaats vindt. Dit is ruim onder de oppervlakte van de toekomstige woning. Conclusie Gelet op de lage archeologische verwachting is een nader onderzoek niet noodzakelijk. Het is echter niet uit te sluiten dat ondanks de vrijstelling op archeologisch onderzoek, toch relevante archeologische sporen en vondsten in de bodem verborgen zijn en dat deze in de uitvoeringsfase van de toekomstige graafwerkzaamheden aan het licht komen. Voor dergelijke vondsten bestaat een wettelijke meldingsplicht op grond van artikel 53 van de Monumentenwet.
4.2.2 Cultuurhistorie Binnen het plangebied zijn geen cultuurhistorische waarden aanwezig. Direct aangrenzend aan het plangebied zijn twee voor deze ontwikkeling relevante cultuurhistorische elementen, namelijk het dorpstype van Nieuwerkerk en de molenbiotoop. Ringdorp Het ringdorp is één van de oudste dorpstypen en zeer karakteristiek voor Zeeland. De ringdorpen 14
dateren in een aantal gevallen uit de periode voor de systematische bedijkingen en komen voor in de oudlandgebieden van Schouwen-Duiveland, Tholen, Walcheren en Zuid-Beveland en in westelijk Zeeuws-Vlaanderen. De dorpen liggen, net als de meeste oude wegen, op de kreekruggen. De dorpskern bezit een min of meer ronde vorm met de kerk in het midden. Een belangrijk onderdeel van het ringdorp is de kerkring. Binnen in de ring bevond zich het vaak hoger gelegen kerkhof met de kerk. Aan de buitenzijde bezit de ring een meestal gesloten bebouwing. De meeste andere dorpswegen komen op de ring uit. De ringdorpen bestonden aanvankelijk uit agrarische bebouwing. Over het algemeen zijn de boerderijen inmiddels uit de bebouwde kom verdwenen en is de vrijgekomen grond in beslag genomen door niet-agrarische bebouwing. Buiten de eerste ring loopt soms nog een tweede ring van straten en huizen. Toets Ringdorp De Achterstraat is de eerste ring buiten de Kerkring. De Achterstraat is niet helemaal rondom de Kerkring gelegen, maar slechts een kwart, het noordwestelijk deel. De straat doet zijn naam eer aan, voornamelijk de achterkanten van percelen grenzen aan deze straat. In de nieuwe situatie grenst de dubbele garage aan de Achterstraat. Dit past in het straatbeeld. De nieuwe woning wordt met de voorgevel gesitueerd aan de Wethouder van Klinkenstraat. Dit past eveneens in het straatbeeld.
De ontwikkeling vindt plaats aan de bestaande infrastructuur. Geconcludeerd kan worden dat de nieuwe ontwikkeling de structuur van het ringdorp niet aanpast en vanuit stedenbouwkundig oogpunt passend is. Molenbiotoop Een molenbiotoop is het gebied rondom de molen dat van essentieel belang is voor de vrije windvang en het zicht op de molen. De molen in Nieuwerkerk is echter ingebouwd en ingegroeid geraakt, wat de molenbiotoop niet ten goede komt. De molen is een ronde stenen korenmolen, type grondzeiler en gebouwd in 1844 op een 1,5 m hoge molenberg. Het verving een houten voorganger die als gevolg van een blikseminslag was afgebrand (deze molen stond 125 m ten noordwesten van de huidige molen). De molen werkte gedurende de twintigste eeuw ook met elektriciteit als hulpkracht. Tijdens de jaren ’70 onderging de molen een omvangrijke restauratie. Toets Molenbiotoop De planlocatie ligt op zo’n 270 meter van de molen van Nieuwerkerk. Om de windvang van de molen te garanderen zijn er binnen de molenbiotoop regels ten aanzien van de bouwhoogte vastgelegd. Artikel 26.1.3 van onderliggend bestemmingsplan ‘Nieuwerkerk en Oosterland’ is van toepassing. In lid a staat dat de hoogte van een bouwwerk niet hoger mag zijn dan de afstand van het bouwwerk tot de molen (270 meter), gedeeld door 50 plus 2,3 meter. Voor de planlocatie geldt dan een maximale bouwhoogte van 7,7 meter.
Omdat de planlocatie is gelegen op -0,5 NAP en de molen op -0,2 NAP (bron: AHN) heeft de hoogte van het perceel ook geen negatieve invloed op de bouwhoogte van de nieuwe woning. De nieuwe woning krijgt een bouwhoogte van 6,38 meter, waardoor deze ruim binnen de maximale toegestane bouwhoogte blijft en dus geen invloed heeft op de windvang van de molen van Nieuwerkerk.
4.3 Weging van het waterbelang 4.3.1 Waterkering De locatie is niet gelegen in of nabij een waterkering.
15
4.3.2 Waterkwaliteit Het afvalwater wordt aangesloten op het bestaande riolering. Er is ter plaatse sprake van een gemengd stelsel. Het hemelwater wordt apart aangesloten. In de bestaande situatie wordt het hemelwater van de garages ook op het gemengd stelsel aangeboden. De ontwikkeling heeft geen invloed op de waterkwaliteit.
4.3.3 Waterkwantiteit Er is sprake van een toename van de verharding op het perceel. Het bestaande rioolstelsel kan deze extra afvoer van hemelwater aan.
4.3.4 Onderhoudslegger Waterschap De nieuwe ontwikkeling vindt niet plaats binnen de keurzone van het waterschap Scheldestromen.
4.4 Verkeer en parkeren 4.4.1 Verkeersgeneratie Voor het berekenen van de verkeersgeneratie voor de nieuwe functie wordt door aangesloten bij de kengetallen van de CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren’. De ontwikkeling is gelegen in ‘rest bebouwde kom’ in ‘niet stedelijk gebied’. De ontwikkeling gaat uit van een verkeersgeneratie tussen 7,8 en 8,6 verkeersbewegingen per dag. Daar staat tegenover dat twee garageboxen worden gesaneerd. De publicatie kent hier geen kencijfers voor, maar feit is dat het slopen van deze garageboxen zorgt voor een afname van het aantal verkeersbewegingen. In de nieuwe situatie ligt het aantal verkeersbewegingen dus per saldo lager dan het kencijfer van de CROW. Gelet op de ligging in stedelijk gebied en de relatief lage verkeersintensiteit van de omliggende straten kunnen deze straten makkelijk de bescheiden toename van het aantal verkeersbewegingen aan, zonder dat hier additionele verkeersmaatregelen voor nodig zijn.
4.4.2 Parkeren In het gemeentelijk parkeerbeleid van Schouwen-Duiveland wordt verwezen naar de parkeernormen van het CROW (publicatie 317). Voor vrijstaande woningen wordt een bandbreedte van 1,9 - 2,7 parkeerplekken per woning (rest bebouwde kom, niet stedelijk gebied) gehanteerd. Verder voorziet het plan in het opheffen van een tweetal garageboxen. Een garagebox telt op basis van de CROW-publicatie mee als 0,4 parkeerplaats. In theorie neemt de parkeerbehoefte in de openbare ruimte hierdoor toe met 2 x 0,4 parkeerplek = 0,8 parkeerplek. Opgemerkt wordt dat deze in de praktijk niet voor het stallen van auto’s zijn gebruikt. De garageboxen zijn privé in gebruik geweest. Verhuur aan derden heeft uitsluitend voor opslag plaats gevonden. Het slopen van een tweetal garageboxen heeft derhalve geen invloed op de parkeerdruk in de openbare ruimte. Ook betekent de realisatie van een oprit aan de noordzijde van de woning dat een openbare parkeermogelijkheid komt te vervallen. Deze wordt gecompenseerd aan de zuidzijde van de woning op de locatie waar de twee garageboxen komen te vervallen. De parkeerplaats aan de noordzijde heeft een breedte van 5 meter aan de straatzijde, deze loopt tabs toe. De oprit is breed genoeg om twee auto’s naast elkaar te parkeren en de oprit wordt lang genoeg gerealiseerd dat het ook mogelijk is om twee auto’s achter elkaar te parkeren.
Op basis van de gehanteerde CROW-standaard is bij woningen met een enkele oprit (lengte minimaal 5 meter) er sprake van 1,0 parkeerplaats, bij een lange oprit is er sprake van 1,3 parkeerplaats en bij een dubbele oprit (minimaal 4,5 meter breed) 1,8 parkeerplaats. 16
In totaal kan de oprit als 2,1 parkeerplaats worden gerekend. Dit is binnen de gehanteerde CROWbandbreedte en hiermee wordt voldaan aan het gemeentelijk parkeerbeleid. Het aspect parkeren vormt geen belemmering voor de ontwikkeling.
4.5 Ecologie 4.5.1 Quickscan flora en fauna Op het terrein wordt een bestaand gebouw met hierin garageboxen deels gesloopt. Voor deze activiteit is door het bureau Melk en Honingh een quickscan flora en fauna opgesteld. De volledige quickscan is als bijlage 2 bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd. Uit de quickscan blijkt dat met betrekking tot soortenbescherming er geen noodzaak is om nader onderzoek te verrichten naar vaste stand- of verblijfplaatsen van vogels, grondgebonden zoogdieren, amfibieën, bijzondere beschermde planten- en overige soorten. Het is wel noodzakelijk om nader onderzoek te verrichten naar de aanwezigheid van (verblijfplaatsen) van vleermuizen (gewone dwergvleermuis en laatvlieger) indien het hele garagegebouw wordt gesloopt. Dit is echter niet het geval en daarom kan vooralsnog nader onderzoek naar (verblijfplaatsen) van vleermuizen achterwege blijven. Er is eveneens geen extra nader onderzoek nodig om te bepalen wanneer de werkzaamheden van start kunnen gaan zonder (dodelijke) slachtoffers te maken of de verblijfplaatsen te verstoren als buiten het broedseizoen (ruwweg vóór 1 maart en ná 31 juli) wordt begonnen met de werkzaamheden.
4.5.2 Bescherming van Natura 2000-gebieden De dichtstbijzinde Natura 2000 gebieden zijn de ‘Oosterschelde’ (hemelsbreed op 3,4 kilometer), en het ‘Grevelingen’ (op 3 km). Allebei deze Natura2000 gebieden liggen, in verhouding tot de ontwikkeling, al op een relatief grote afstand van de projectlocatie in Nieuwerkerk. Overige gebieden liggen op meer dan tien kilometer afstand van de projectlocatie. Bij de verbouwingswerkzaamheden en het daaropvolgende gebruik van het pand komt stikstof vrij. Met behulp van de in oktober 2024 geüpdate versie van de AERIUS-calculator is een berekening gemaakt wat de stikstofuitstoot is op omliggende gebieden. Deze volledige stikstofberekeningen zijn als bijlage 3 bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd. De uitkomst is dat er geen rekenresultaten hoger dan 0,00 mol/ha/j zijn. Het project heeft daarmee geen negatief effect op de instandhoudingsdoelstelling van de Natura2000-gebieden. Er is geen vergunning van de provincie Zeeland op grond van de Wet natuurbescherming nodig, er geldt ook geen ‘aanhaakplicht’ in het kader van het verlenen van een omgevingsvergunning.
4.5.3 Natuurnetwerk In de quickscan flora en fauna uit bijlage 2 is eveneens onderzocht naar de invloed op de gebieden die onderdeel zijn van het Natuurnetwerk Zeeland (NNZ). Binnen de kern Nieuwerkerk liggen geen gronden welke onderdeel zijn van het NNZ. Tussen de ontwikkelingslocatie en de gebieden van het NNZ ligt een grote hoeveelheid bestaande bebouwing en infrastructuur. Gelet op de locatie, de afstand tot het NNZ en de grote hoeveelheid omliggende bebouwing kan worden uitgesloten dat deze ontwikkeling invloed heeft op de werking van de gebieden uit het NNZ. Vanwege de (tijdelijke en beperkte) omvang van de bouwactiviteiten en de aard van de natuurwaarden, zullen de geplande activiteiten geen negatieve uitstraling (externe werking van geluid, versnippering of belichting) hebben op de nabijgelegen beschermde gebieden. 17
4.5.4 Houtopstanden Op het perceel bevinden zich geen beschermde houtopstanden. Ten behoeve van de ontwikkeling hoeven er geen kapwerkzaamheden plaats te vinden.
4.6 Gezondheid en milieu 4.6.1 Bodemkwaliteit Door MCG Zuidswest is op de locatie eerst een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het volledige bodemonderzoek is als bijlage 1 bij deze toelichting gevoegd. Op basis van de resultaten van het bodemonderzoek zijn er geen belemmeringen om het perceel te gebruiken voor wonen. Een aanvullend bodemonderzoek wordt niet noodzakelijk geacht. Indien grond wordt afgevoerd van het terrein dient nader onderzoek plaats te vinden.
4.6.2 Activiteiten in de omgeving: wederzijdse beïnvloeding De nieuwe woning wordt gerealiseerd aan de rand van het centrum van Nieuwerkerk. De woningen aan de Kerkring hebben de bestemming ‘centrumdoeleinden’. Deze bestemming staat diverse activiteiten toe, zoals wonen, dienstverlening, detailhandel en kantoor. De nieuwe woning heeft geen invloed op deze activiteiten. Het aannemingsbedrijf aan de Wethouder van Klinkenstraat 2 is inmiddels gestopt, de werkplaats is verbouwd tot woning. In planologische zin is het aannemingsbedrijf nog wel aanwezig. Na de verbouwing tot woning is het niet aannemelijk dat hier nog een aannemingsbedrijf zal worden opgericht. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt toch getoetst aan de planologische mogelijkheden die deze locatie biedt. De locatie wordt aan diverse zijden omsloten door woningen. Een eventuele vestiging van een aannemingsbedrijf dient dan in de bedrijfsvoering rekening te houden met de aanwezigheid van deze woningen van derden. Het toevoegen van een woning aan de Achterstraat 9 heeft geen invloed op de bedrijfsvoering van de mogelijke vestiging van een nieuw aannemingsbedrijf. Alle overige activiteiten zijn op ruime afstand gelegen van de planlocatie aan de Achterstraat 9.
4.6.3 Geluid door wegen, spoorwegen en industrieterreinen De nieuwe planontwikkeling bestaat uit de realisatie van een woning. Dit is een zogenaamd gevoelig object ten opzichte van omgevingslawaai afkomstig van wegen, spoorwegen, of industrieterreinen. De locatie ligt niet binnen een gezoneerd industrieterrein, of in de nabijheid van een spoor. De wegen in de nabijheid van het plangebied kennen een lage verkeersintensiteit en een 30 km/u snelheidsregime. Gelet op de beperkte verkeersintensiteit kan worden gesteld dat een nader onderzoek naar wegverkeerslawaai niet noodzakelijk wordt geacht.
4.6.4 Geluid door activiteiten Het perceel is gelegen in de bebouwde kom. Er worden twee garageboxen gesaneerd en een woning toegevoegd. De verkeersbewegingen en het gebruik van woningen en overige panden in de omgeving produceren reeds geluid welke past binnen de bebouwde kom. De ontwikkeling is passend in de omgeving en heeft geen invloed op het geluidsniveau in een groter gebied.
4.6.5 Licht en duisternis Er is sprake van een inbreidingslocatie. In de directe omgeving van het plangebied zijn al diverse lichtbronnen, waaronder omliggende woningen en openbare verlichting. De bouw van een extra woning heeft geen significante invloed op lichtvervuiling in een groter geheel. 18
4.7 Waarborgen omgevingsveiligheid Eén van de doel van de Omgevingswet is omgevingsveiligheid. Hiervoor dient onderzocht te worden of in de omgeving van de ontwikkellocatie vervoer van gevaarlijke stoffen plaats vindt en of er inrichtingen die werken met risicovolle stoffen. In de nabijheid van het plangebied vindt geen vervoer van gevaarlijke stoffen plaats via wegen, spoorwegen, of buisleidingen. Daarnaast zijn er geen bedrijven waar sprake is van het werken met gevaarlijke stoffen. Gelet op de ruime afstanden zijn risico’s bij transport, of bedrijven niet relevant voor beoogd initiatief wegens de ruime afstand tussen het plangebied en potentiële risicobronnen.
4.8 M.E.R. beoordeling De wetgeving omtrent de milieueffectrapportage (m.e.r) is opgenomen in afdeling 16.4 van de Omgevingswet en in hoofdstuk 11 en bijlage V bij het Omgevingsbesluit. In bijlage V van het Omgevingsbesluit zijn diverse activiteiten opgenomen waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Hierbij moet beoordeeld worden of er aanzienlijke milieueffecten te verwachten zijn. Voor een beschrijving van de milieueffecten op de omgeving wordt verwezen naar hoofdstuk 4 van deze goede onderbouwing. Het bouwen van woningen is een activiteit waarvoor een m.e.r.-beoordelingsplicht geldt. Echter, de bouw van één woning ligt dermate laag onder de grens van een m.e.r. plicht dat geen uitgebreide beoordeling hoeft te worden opgesteld. Geconcludeerd wordt dat voor de ontwikkeling geen m.e.r. dient te worden uitgevoerd.
19
5 Financiële haalbaarheid De beoogde ontwikkeling is een particulier initiatief. De kosten voor de ontwikkeling, alsmede de kosten voor deze goede onderbouwing en de procedure zijn voor rekening van de initiatiefnemer. Het plan is daarmee economisch uitvoerbaar.
20
Bijlage 1 | AERIUS stikstofberekening
21
22
Bijlage 2 | | Quickscan beschermde flora en fauna
23
24
Bijlage 3 | Bodemonderzoek
25
26