15. 7897033 1687859500231 3.1 Verkennend bodemonderzoek 3905-20150-37-RAP-MOZ-01-v2.0
Tekst van het document
Pagina 31 van 38
Versie 2.0 11 april 2023
Ondergrond diverse wegen Roterijdijk Het zand direct onder het asfalt is niet verontreinigd met de onderzochte parameters en indicatief altijd toepasbaar (mengmonster G4001). De onderliggende zandlaag is licht verontreinigd met kobalt en matig verontreinigd met nikkel en indicatief toepasbaar als klasse industrie (mengmonster G4002). Pad Roterie Het zand onder het pad naar de Roterie (mengmonsters mm54) is niet verontreinigd met de onderzochte parameters en indicatief altijd toepasbaar. Zuiddijk Het zand onder de Zuiddijk (mengmonsters mm52, mm53 en G4003 t/m G4005) is maximaal licht verontreinigd met lood, nikkel of PCB en indicatief altijd toepasbaar. Kruising Zuiddijk / Roterijdijk Het zand direct onder het asfalt is licht verontreinigd met kobalt en matig verontreinigd met nikkel en indicatief toepasbaar als klasse industrie (mm55). De onderliggende zandlaag is enkel licht verontreinigd met nikkel en indicatief altijd toepasbaar (mm56). Aansluitingen Zuiddijk met Platteweg en Zuid Langeweg Het zand direct onder het asfalt en de onderliggende zandlaag niet verontreinigd met de onderzochte parameters en indicatief altijd toepasbaar (mm57, mm58). Zuid Langeweg / Stoofweg Het zand direct onder het asfalt en de onderliggende zandlaag zijn boven de tussenwaarde verontreinigd met PAK en indicatief toepasbaar als klasse industrie (mm59, mm60).
Grondwater De analyseresultaten van de grondwatermonsters zijn opgenomen in Tabel 15 en bijlage E. De volledig getoetste resultaten, inclusief CROW 400 toetsing, zijn opgenomen in bijlage D. Tabel 15
Analyseresultaten grondwateronderzoek.
Deellocatie
Peilbuis
Peilfilter
Overige grond
P01 P02 P03 P04 P05 P06 P07 P08 P09 P010
P01-1-1 P02-1-1 P03-1-1 P04-1-1 P05-1-1 P06-1-1 P07-1-1 P08-1-1 P09-1-1 P010-1-1
Filterstelling [m-mv] 1,90 - 2,90 3,00 - 4,00 1,70 - 2,70 2,00 - 3,00 2,20 - 3,20 1,60 - 2,60 2,50 - 3,50 2,40 - 3,40 2,20 - 3,20 1,60 - 2,60
>S
>T
>I
Molybdeen Molybdeen Molybdeen Molybdeen Molybdeen Molybdeen
-
-
In het grondwater zijn enkel streefwaardeoverschrijdingen voor molybdeen gemeten. Asbest in grond In de tabel in bijlage J3.3 zijn de resultaten van het asbestonderzoek in grond weergegeven. De volledige resultaten zijn opgenomen in bijlage I.
Pagina 32 van 38
Versie 2.0 11 april 2023
Uit de analyseresultaten blijkt dat in twee (meng)monsters (asb07 en asbG08) een (zeer) klein gehalte asbest gemeten is. Het gehalte is kleiner dan 2 mg/kgds. De waarde die aanleiding geeft tot het uitvoeren van een nader asbestonderzoek (50 mg/kgds) wordt niet overschreden. In de overige (meng)monsters is geen asbest gedetecteerd of gemeten. Er is geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen. Geotechnisch onderzoek De resultaten van het geotechnisch onderzoek zijn opgenomen in Tabel 16. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage H. Tabel 16
Resultaten geotechnisch onderzoek.
Deel locatie Zuiddijk aansluitingen
Monster code mmA
Roterijdijk
mmB
Zuiddijk
mmC
Deelmonsters [m-mv] 4001 (0,22 - 0,72) 4002 (0,27 - 0,70) 4003 (0,19 - 0,69) 4004 (0,14 - 0,25) 4005 (0,18 - 0,27) 4006 (0,20 - 0,28) 4008 (0,22 - 0,45) 4009 (0,21 - 0,27) 4010 (0,21 - 0,50) 4011 (0,23 - 0,45) 4012 (0,23 - 0,75) 4013 (0,22 - 0,30) 4014 (0,23 - 0,50)
Grond soort Zand
Zintuiglijke waarneming -
Resultaten
Zand
-
Zand geschikt voor zand in aanvulling en ophoging
Zand
-
Zand geschikt voor zand in aanvulling en ophoging
Zand geschikt voor zand in aanvulling en ophoging
Uit de resultaten blijkt dat het zand geschikt is voor zand in aanvulling en ophoging. Het zand voldoet niet aan de eisen voor ‘zand in zandbed’, zoals gesteld in artikel 22.06.03 van de Standaard RAW Bepalingen 2020.
6.2
Fundering en (half)verharding De resultaten van het samenstellings- en uitlogingsonderzoek van de fundering zijn opgenomen in de tabel in bijlage J3.4. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage G. De volledig getoetste resultaten zijn opgenomen in bijlage F. Wegfunderingen (mmf08 t/m mmf13 en F4001 t/m F4003) Onder de diverse wegen en/of aansluitingen zijn funderingen van kasseien/natuursteen, grind, beton, slakken of klinkers aangetroffen. De funderingsmaterialen zijn op basis van het samenstellings- en uitlogingsonderzoek (of enkel samenstellingsonderzoek in het geval van kasseien/natuursteen en grind) allen indicatief toepasbaar. (half)Verharde puinlagen wegbermen (mmf01 t/m mmf07) De (half)verharde puinlagen die in de wegbermen aangetroffen werden zijn op basis van het samenstellings- en uitlogingsonderzoek plaatselijk indicatief toepasbaar met IBC (isolatie-, beheers- en controlemaatregelen) vanwege een te hoge uitlogingswaarde voor de parameter chloride (mmf03, mmf05). De overige mengmonsters zijn beoordeeld als indicatief toepasbaar. Asbest in (half)verharding van puin De resultaten van het asbestonderzoek in puin zijn opgenomen in de tabel in bijlage J3.5. De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage I. Uit de analyseresultaten blijkt dat in één (meng)monster (asbP04) een (zeer) klein gehalte asbest gemeten is. Het gehalte betreft 2,3 mg/kgds.
De waarde die aanleiding geeft tot het uitvoeren van een nader asbestonderzoek (50 mg/kgds) wordt niet overschreden. In de overige (meng)monsters is geen asbest gedetecteerd of gemeten. Er is geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen.
Pagina 33 van 38
Versie 2.0 11 april 2023
7.
Conclusies en advies
7.1
Conclusies bodem Grond Uit de analyseresultaten blijkt dat de bodem ter plaatse over het algemeen licht verontreinigd is met de onderzochte parameters, waarbij de eventuele verontreinigingen niet geheel te relateren zijn aan de aangetroffen antropogene bijmengingen. Plaatselijk, in zowel de wegbermen als op het agrarisch land, is PFAS boven de achtergrondwaarde gemeten. Ter plaatse van de wegbermen van delen van de Zuiddijk, de Zuid Langeweg en met name de Stoofweg is de grond zeer heterogeen matig tot sterk verontreinigd met PAK. Deze verontreinigingen zijn eveneens niet te relateren aan de bodemvreemde bijmengingen. Uit onderhavig verkennend bodemonderzoek blijkt dat er op de volgende locaties sprake is van een sterke verontreiniging dan wel een geval van ernstige bodemverontreiniging. PAK verontreiniging boring 060 De oppervlakte van de contour bedraagt 228 m 2 en de ontgravingsdiepte betreft 0,5 m-mv. Het maximaal volume sterk verontreinigde grond betreft 114 m 3. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK. PAK verontreiniging boring 079 De oppervlakte van de contour bedraagt 239 m2 en de ontgravingsdiepte betreft 0,5 m-mv. Het maximaal volume sterk verontreinigde grond betreft 120 m 3. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK.
PAK verontreiniging boring 087 De oppervlakte van de contour bedraagt 384 m 2 en de ontgravingsdiepte betreft 0,5 m-mv. Het maximaal volume sterk verontreinigde grond betreft 192 m 3. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK. PAK verontreiniging boring 100 De oppervlakte van de contour bedraagt 254 m 2 en de ontgravingsdiepte betreft 0,5 m-mv. Het maximaal volume sterk verontreinigde grond betreft 127 m 3. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK. PAK verontreiniging boring 103 / 3025 De oppervlakte van de contour bedraagt 493 m 2 en de ontgravingsdiepte betreft 0,5 m-mv. Het maximaal volume sterk verontreinigde grond betreft 247 m 3. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK. PAK verontreiniging boring 106 De oppervlakte van de contour bedraagt 24 m 2 en de ontgravingsdiepte betreft 0,5 m-mv. Het maximaal volume sterk verontreinigde grond betreft 12 m3. Er is dan ook geen sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK. Wel moet worden opgemerkt dat deze contour enkel door boring 3026 (tussenwaarde PAK) gescheiden is van de contour van boring 103 / 3025. Het is niet uitgesloten dat beide contour in feite onderdeel uit maken van hetzelfde geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK.
Pagina 34 van 38
Versie 2.0 11 april 2023
PAK verontreiniging boring 3023 De oppervlakte van de contour bedraagt 75 m2 en de diepte van de verontreiniging betreft 0,5 m-mv (verticaal afgeperkt door boring G039 van 0,50 tot 1,0 m-mv, PAK > achtergrondwaarde). Het maximaal volume sterk verontreinigde grond betreft 37,5 m3. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK. PAK verontreiniging boring 111 t/m 302 De oppervlakte van de contour bedraagt 98 m 2 en de ontgravingsdiepte betreft 0,5 m-mv. Het maximaal volume sterk verontreinigde grond betreft 49 m 3. Er is sprake van een geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK. Grondwater In het grondwater zijn plaatselijk licht verhoogde concentraties molybdeen gemeten. Een oorzaak voor de lichte verontreinigingen met molybdeen is mogelijk gelegen in het (menselijke) gebruik van de locatie. Asbest in grond In de puinhoudende bodem is analytisch in twee (meng)monsters een (zeer) klein gehalte asbest gemeten. De waarde die aanleiding geeft tot het uitvoeren van een nader asbestonderzoek (50 mg/kgds) wordt niet overschreden. In de overige (meng)monsters is geen asbest gedetecteerd of gemeten en er is geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen.
7.2
Conclusie fundering en (half)verharding Wegfunderingen Onder de diverse wegen en/of aansluitingen zijn funderingen van kasseien/natuursteen, grind, beton, slakken of klinkers aangetroffen. De funderingsmaterialen zijn op allen indicatief toepasbaar. (Half)verharde puinlagen wegbermen De (half)verharde puinlagen die in de wegbermen aangetroffen werden zijn plaatselijk indicatief toepasbaar met IBC (isolatie-, beheers- en controlemaatregelen) vanwege een te hoge uitlogingswaarde voor de parameter chloride. De overige (half)verhardingspuinlagen zijn beoordeeld als indicatief toepasbaar. Asbest in (half)verharding van puin In de (half)verharding van puin is in één (meng)monster een (zeer) klein gehalte asbest gemeten is. De waarde die aanleiding geeft tot het uitvoeren van een nader asbestonderzoek (50 mg/kgds) wordt niet overschreden. In de overige (meng)monsters is geen asbest gedetecteerd of gemeten. Er is geen asbestverdacht (plaat)materiaal aangetroffen.
7.3
Toetsing hypothese(s) Bodem De hypothese verdachte locatie kan aangenomen worden. Gemiddeld genomen is de grond licht verontreinigd met zware metalen, PAK, PCB en/of minerale olie. Plaatselijk zijn matige tot sterke verontreinigingen met PAK vastgesteld, waarvan de omvang worst-case bepaald is. Verder onderzoek naar de verontreinigingen wordt derhalve niet noodzakelijk geacht. Fundering en (half)verharding De hypothese verdacht kan strikt genomen aangenomen worden. Er zijn verontreinigingen gemeten bij het chemisch samenstellings- en uitlogingsonderzoek. Daarnaast is in het puinmateriaal plaatselijk analytisch asbest aangetoond. Het puin is plaatselijk verdacht op het voorkomen van asbest, maar niet op het voorkomen van een interventiewaarde overschrijding van asbest.
Pagina 35 van 38
Versie 2.0 11 april 2023
7.4
Advies Op basis van de resultaten van dit onderzoek is er milieuhygiënisch gezien geen bezwaar tegen de geplande reconstructiewerkzaamheden. Geadviseerd wordt de eventueel vrijkomende sterk verontreinigde en/of niet toepasbare grond af te voeren naar een erkend verwerker. Ter plaatse van het geval van ernstige bodemverontreiniging met PAK wordt geadviseerd de eventueel vrijkomende sterk verontreinigde grond onder saneringscondities af te voeren naar een erkend verwerker. Een BUS melding tijdelijk uitplaatsen of immobiel dient bij het bevoegd gezag ingediend te worden. Op basis van een goedgekeurde BUS melding is er doorgaans geen bezwaar tegen de uitvoering van de werkzaamheden. Opgemerkt wordt dat voor de oppervlakte bepaling deels uitgegaan is van de begrenzing van de scope in dit onderzoek. Het is mogelijk dat de sterke verontreinigingen zich tevens in de grond buiten de onderzoekslocatie bevindt. Geadviseerd wordt om de resultaten van funderings- en (half)verhardingsonderzoek te overleggen met de acceptant van de eventueel vrijkomende partij fundering en/of (half)verharding. Eventuele vrijkomende materialen kunnen in hetzelfde werk worden hergebruikt of worden afgevoerd naar een erkend verwerker. Om de materialen elders her te gebruiken (als bouwstof) is een formeel AP04 onderzoek noodzakelijk.
7.5
Aanbevelingen m.b.t. Arbo technisch veilig werken (conform CROW 400) Op basis van de resultaten van het onderzoek is er bij de grondwerkzaamheden geen aanleiding te werken met een veiligheidsklasse, anders dan de Basishygiëne. Hierover dient een Hoger Veiligheidskundige echter een uitspraak te doen. De verantwoordelijkheid voor het hanteren van de juiste veiligheidsklasse ligt uiteindelijk bij de uitvoerende aannemer.
Pagina 36 van 38
Versie 2.0 11 april 2023
8.
Referenties Bronnen historisch onderzoek [ref 2.]
ArcGIS Online;
[ref 3.]
Bodemloket;
[ref 4.]
Streetsmart by Cyclomedia;
[ref 5.]
Toptijdreis;
[ref 6.]
Dinoloket;
[ref 7.]
Basisadministratie Adressen en Gebouwen (BAG);
[ref 8.]
Digitale bodeminformatie Nazca Zeeland;
[ref 9.]
Bodemkwaliteitskaart: Zeeuws bodemvenster;
[ref 10.] Voormalige boomgaarden: Zeeuws bodemvenster, [ref 11.] Verkennend bodem- en asbestonderzoek, inclusief PFAS en indicatief funderingsonderzoek, Roterijdijk in Noordgouwe, 19 juni 2020, Unihorn B.V., kenmerk 3905-20150-05-RAP-MOZ-01v1.0. Normatief en wetgevend De volgende documenten zijn onmisbaar voor de leesbaarheid van dit document. Bij gedateerde verwijzingen is alleen de aangehaalde versie van toepassing. Bij ongedateerde verwijzingen is de laatste versie van het document (met inbegrip van wijzigings- en correctiebladen) waarnaar is verwezen van toepassing. [ref 12.] NEN 5104 Geotechniek, Classificatie van onverharde grondmonsters, Nederlands Normalisatie Instituut.
[ref 13.] NEN 5707 Bodem — Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond, Nederlands Normalisatie Instituut; [ref 14.] NEN 5717 Bodem – Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek, Nederlands Normalisatie Instituut; [ref 15.] NEN 5720 Bodem – Waterbodem – Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch onderzoek, Nederlands Normalisatie Instituut; [ref 16.] NEN 5725 Bodem — Landbodem — Strategie voor het uitvoeren van vooronderzoek bij verkennend en nader onderzoek, Nederlands Normalisatie Instituut; [ref 17.] NTA 5727 Bodem — Monsterneming en analyse van asbest in waterbodem en baggerspecie, Nederlands Normalisatie Instituut; [ref 18.] NEN 5740 Bodem - Landbodem, Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek, Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond, Nederlands Normalisatie Instituut; [ref 19.] NPR 5741 Bodem, Boorsystemen en monsternemingstoestellen voor grond, sediment en grondwater, die worden toegepast bij bodemverontreinigingsonderzoek, Nederlands Normalisatie Instituut; [ref 20.] NEN 5742 Bodem, Monsterneming van grond en sediment ten behoeve van de bepaling van metalen, anorganische verbindingen, matig-vluchtige organische verbindingen en fysisch-chemische bodemkenmerken, Nederlands Normalisatie Instituut; [ref 21.] NEN 5743 Bodem, Monsterneming van grond en sediment voor de
bepaling van vluchtige verbindingen, Nederlands Normalisatie Instituut; [ref 22.] NTA 5755 Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van nader onderzoek - Onderzoek naar de aard en omvang van bodemverontreiniging; [ref 23.] NEN 5896 Kwalitatieve analyse van asbest in materialen met polarisatiemicroscopie, Nederlands Normalisatie Instituut; [ref 24.] NEN 5897, Inspectie en monsterneming van asbest in bouw- en sloopafval en recyclinggranulaat, Nederlands Normalisatie Instituut
Pagina 37 van 38
Versie 2.0 11 april 2023
[ref 25.] NEN 5898, Bepaling van het gehalte aan asbest in grond, waterbodem, bouw- en sloopafval en granulaat, Nederlands Normalisatie Instituut; [ref 26.] Het stoffenpakket: https://www.sikb.nl/doc/ongestructureerd-2016-12-03/standaard%20stoffenpakket.pdf [ref 27.] Advieslijst voor PFAS, versie 12 juli 2019: https://www.bodemplus.nl/onderwerpen/wet-regelgeving/bbk/vragen/grond-baggerspecie-pfas-veldwerk-analyse-toetsing/faq/welke-pfas-verbindingen-geanalyseerd/; [ref 28.] Beoordelingsrichtlijn (BRL) 2000 Veldwerk milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer; [ref 29.] Protocol 2001, Plaatsen van handboringen en peilbuizen, maken van boorbeschrijvingen, nemen van grondmonsters en waterpassen, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer; [ref 30.] Protocol 2002, Het nemen van grondwatermonsters, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer; [ref 31.] Protocol 2003, Veldwerk bij milieuhygiënisch Waterbodemonderzoek, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer; [ref 32.] Protocol 2018, Maaiveldinspectie en monsterneming van asbest in bodem, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer; [ref 33.] CROW 210, Richtlijn omgaan met vrijgekomen asfalt - teerhoudendheid, onderzoek en selectieve verwijdering, uitgeven door het CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-,
Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek); [ref 34.] CROW 400, Werken in en met verontreinigde bodem, Richtlijn voor veilig, zorgvuldig en risicogestuurd werken, uitgeven door het CROW (Centrum voor Regelgeving en Onderzoek in de Grond-, Water- en Wegenbouw en de Verkeerstechniek); [ref 35.] Circulaire bodemsanering per 1 juli 2013, Staatscourant Jaargang 2013 Nr. 16675, 27 juni 2013 [ref 36.] Regeling bodemkwaliteit, Regeling van 13 december 2007, nr. DJZ2007124397 [ref 37.] AS 3000, Laboratoriumanalyses voor grond-, waterbodem- en grondwateronderzoek, Stichting Infrastructuur Kwaliteitsborging Bodembeheer [ref 38.] Activiteitenregeling Milieubeheer; [ref 39.] Activiteitenbesluit Milieubeheer; [ref 40.] Wet bodembescherming; [ref 41.] Besluit bodemkwaliteit; [ref 42.] Besluit asbestwegen milieubeheer, Besluit van 8 september 200 houdende regels voor wegen waarin asbestbevattend materiaal is verwerkt (Besluit asbestwegen Wms) [ref 43.] Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie; [ref 44.] Bemonstering PFAS-verbindingen in grond en grondwater, Het Expertisecentrum PFAS, juli 2019; Literatuur [ref 45.] Statistische analyse relatie puin in bodem en de aanwezigheid van asbest, TNO rapport 2018 R10825, TNO, 15 augustus 2018
Pagina 38 van 38