CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1495805 Bijlage 1 Kadernota programmabegroting 2026-2029

Gemeenteraad 3 juli 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Kadernota 2026 2029 (1495805)13.595 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

KADERNOTA PROGRAMMABEGROTING 2026-2029

Inhoudsopgave KADERNOTA PROGRAMMABEGROTING 2026-2029................................................................................................ 1 INHOUDSOPGAVE ................................................................................................................................................... 2 AANBIEDINGSBRIEF ................................................................................................................................................ 4 INLEIDING ............................................................................................................................................................... 5 BEGROTINGSCIRCULAIRE 2026 PROVINCIE ZEELAND .............................................................................................. 7 FINANCIEEL PERSPECTIEF ........................................................................................................................................ 8 HUIDIGE STAND BUDGETTAIRE RUIMTE 2026 - 2029 ............................................................................................................. 8 VOORJAARSNOTA ............................................................................................................................................................

9 Ontwikkeling gemeentefonds voor Schouwen-Duiveland .................................................................................... 10 Invloed voorjaarsnota op de prognose budgettaire ruimte .................................................................................. 13 LOON- EN PRIJSINDEXATIE PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 .......................................................................................... 13 ONTWIKKELINGEN BESTAAND BELEID ................................................................................................................................. 15 Onontkoombare ontwikkelingen .......................................................................................................................... 15 Invloed onontkoombare ontwikkelingen bestaand beleid op prognose budgettaire ruimte ............................... 17 Risicovolle ontwikkelingen bestaand beleid ......................................................................................................... 17 Masterplannen stads- en dorpsvisies ................................................................................................................... 18 UITBREIDINGSINVESTERINGEN..........................................................................................................................................

19 INZICHT IN BESLAG UITBREIDINGSINVESTERINGEN OP DE BUDGETTAIRE RUIMTE .......................................................................... 21 DEKKINGSMOGELIJKHEDEN.............................................................................................................................................. 23 TARIEVEN TOERISTEN- EN WATERTOERISTENBELASTING 2026 ............................................................................. 26 2

BIJLAGE 1 BESTAAND BELEID - ONONTKOOMBAAR .............................................................................................. 27 ONONTKOOMBAAR PROGRAMMA 2 WONEN ...................................................................................................................... 28 ONONTKOOMBAAR BEDRIJFSVOERING............................................................................................................................... 31 ONONTKOOMBAAR GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN ........................................................................................................ 31 BIJLAGE 2 BESTAAND BELEID - RISICOPARAGRAAF ............................................................................................... 33 RISICOPARAGRAAF PROGRAMMA 1 WERKEN ...................................................................................................................... 34 RISICOPARAGRAAF PROGRAMMA 2 WONEN ....................................................................................................................... 37 RISICOPARAGRAAF PROGRAMMA 3 VERBLIJVEN .................................................................................................................. 41 RISICOPARAGRAAF BEDRIJFSVOERING ................................................................................................................................

42 BIJLAGE 3 UITBREIDINGSINVESTERINGEN GEPRIORITEERD ................................................................................... 45 BIJLAGE 4 UITBREIDINGSINVESTERINGEN NIET GEPRIORITEERD ........................................................................... 47

3

Aanbiedingsbrief Voor u ligt de Kadernota voor de programmabegroting 2026-2029. In deze kadernota bieden wij u een uitgebreide toelichting op het financiële perspectief voor de programmabegroting 2026-2029. Net als voorgaande jaren maken de uitbreidingsinvesteringen integraal onderdeel uit van de kadernota, met als doel tijdig en gedetailleerd inzicht te verschaffen in de financiële huishouding van de gemeente. De definitieve integrale afweging met betrekking tot deze uitbreidingsinvesteringen vindt plaats bij de programmabegroting 2026-2029. Pas is de definitieve budgettaire ruimte bekend. Daarnaast informeren wij u over de ontwikkelingen in het bestaand beleid, die van belang zijn voor de programmabegroting 2026-2029. Dit omvat tevens ontwikkelingen waarvan de financiële gevolgen ten tijde van het opstellen van deze kadernota nog niet volledig inzichtelijk zijn. Hiermee wordt de raad tijdig geïnformeerd over toekomstige uitdagingen en mogelijkheden. Tot slot stelt u met de Kadernota ook de tarieven en verordeningen voor de toeristen- en watertoeristenbelasting vast. Zierikzee, burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland

mr. S.J.A. Bronsveld

J. Chr. van de Hoek MBA

gemeentesecretaris

burgemeester

4

Inleiding SCHERPE KEUZES ZIJN NODIG Uit de voorjaarsnota is gebleken dat het ravijnjaar 2026 twee jaar wordt uitgesteld door extra compensatie via het gemeentefonds in de jaren 2026 en 2027. Desondanks laat deze Kadernota zien dat er meerjarig grote tekorten ontstaan, wanneer we alle ontwikkelingen in het bestaande beleid en alle uitbreidingsinvesteringen in de programmabegroting opnemen. Om een sluitende programmabegroting te realiseren zullen dus keuzes moeten worden gemaakt. Keuzes die ook nodig zijn om de doelen uit de herijkte Strategische visie te kunnen realiseren.

INZETTEN OP REALISTISCH BEGROTEN EN PLANNEN We zien al vele jaren dat we aanzienlijke bedragen aan investeringen doorschuiven en dat we vele miljoenen overhouden in onze jaarrekening. Ook zien we dat in de Lange termijnagenda met regelmaat planningen worden doorgeschoven. Tegelijkertijd wordt er een hoge werkdruk ervaren door de hoeveelheid aan ambities en te weinig beschikbare realisatiekracht. Dit laat zien dat onze ambities niet in balans zijn met onze realisatiekracht. Ook onze accountant geeft al een aantal jaar aan dat de ambities niet in balans zijn met de realisatiekracht. Daarin zijn we niet uniek. Ditzelfde beeld ervaren anderen gemeenten ook. Behalve door beschikbare realisatiekracht blijft uitvoering van ambities ook achter als gevolg vertraging door te doorlopen procedures, stikstofproblematiek en problematiek rondom de netcongestie. Ieder jaar worden bij de Kadernota en Programmabegroting weer nieuwe investeringen en activiteiten, met bijbehorende middelen, toegevoegd. Het is belangrijk dit patroon te doorbreken. Dit vraagt voor de komende periode een gezamenlijke opgave voor bestuur en organisatie om inzichtelijk te maken welke lopende investeringen, lopende activiteiten, welke budgetten echt nodig zijn en welke capaciteit dit vraagt. En daarmee te komen tot een realistische begroting en planning.

Deze opgave sluit aan bij het advies van de accountant, als ook bij aan de Motie creëren balans tussen ambities en realisatiekracht. Deze motie nam de raad aan bij de Programmabegroting 2025-2029 (motie M2). In deze motie vraagt de raad het college om in 2025 voortvarend aan de slag te gaan met het verkrijgen van inzicht in welke wettelijke en autonome taken wij uitvoeren en welke middelen hiervoor nodig zijn en dit uiterlijk in het 4° kwartaal van 2025 op te leveren aan de gemeenteraad. Om daarna met de uitkomsten hiervan in het 2° kwartaal van 2026 gezamenlijk met de nieuwe gemeenteraad een tweede stap te zetten in het vinden van ruimte voor nieuwe ambities en welke andere keuzes daarbij gemaakt zouden kunnen worden. Het resultaat van deze gezamenlijke opgave levert, naast een duurzame financiële planning, tevens een vermindering van werk- en sturingsdruk. Vanuit deze opgave betrekken we de financiële gevolgen van de onontkoombare ontwikkelingen in het bestaand beleid en de onontkoombare en urgente uitbreidingsinvesteringen bij de prognose van de 5

budgettaire ruimte in deze Kadernota . Voor de overige uitbreidingsinvesteringen geven we nog geen richtinggevende keuzes mee.

6

Begrotingscirculaire 2026 Provincie Zeeland Door de daling van de algemene uitkering vanaf 2026 presenteerden veel gemeenten een niet (structureel) sluitende meerjarenraming (2026-2028) bij de begroting 2025. De daling van de algemene uitkering is een omstreden onderwerp. De toezichthouder heeft een onafhankelijke rol en beoordeelt de begroting op basis van het wettelijke criterium van structureel en reëel evenwicht. Dit betekent dat de toezichthouder eraan vasthoudt dat de begroting 2026 of de meerjarenraming, uiterlijk in 2029, structureel en reëel moet sluiten. De circulaire is opgenomen onder bijlage B.

7

Financieel perspectief Huidige stand budgettaire ruimte 2026-2029 In de raadsvergadering van 17 april 2025 stelde de raad de actuele budgettaire ruimte vast. Dit is het startpunt van de prognose van de budgettaire ruimte in de Kadernota 2026-2029. De huidige budgettaire ruimte 2026-2029 betreft: 2026

2027

2028

2029

Stand budgettaire ruimte na vaststelling Programmabegroting 2025-2028

923.174

-469.987

-518.090

-437.439

Raadsbesluiten tot en met april 2025

-86.459

571.487

431.527

553.148

Stand budgettaire ruimte na besluit Raad 17 april 2025

836.715

101.500

-86.563

115.709

8

Voorjaarsnota VOORJAARSNOTA 2025 Op 18 april 2025 publiceerde de Tweede Kamer de Voorjaarsnota 2025. In de Voorjaarsnota geeft het Rijk een vooruitblik op de Rijksbegroting voor de komende jaren. De afgelopen maanden voerden het Rijk en medeoverheden intensieve gesprekken om invulling te geven aan de gezamenlijke verantwoordelijkheid. Jeugdzorg en de financiële situatie van gemeenten waren daarbij nadrukkelijk onderwerp van gesprek. Het kabinet zet in op goede en beheersbare jeugdzorg en een gezonde financiële positie voor gemeenten. De belangrijkste financiële punten uit de Voorjaarsnota 2025 die van invloed zijn op de financiële positie van gemeenten zijn: 

Het Rijk stelt structureel € 424 miljoen beschikbaar voor de terugval in het Gemeentefonds vanaf 2026. Van de terugval van ongeveer € 2,4 miljard blijft dus nog ongeveer € 2 miljard ravijn in 2026 over.

De structurele tekorten jeugd neemt het Rijk voor de helft, zijnde € 414 miljoen voor haar rekening.

Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt verzacht. Dit betekent in 2026 en 2027 een incidentele toevoeging aan het gemeentefonds.

Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. De maatregel moet het Rijk € 260 miljoen opleveren, wat wordt gekort op het gemeentefonds.

Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe we beter kunnen sturen op trajectduur Jeugdzorg. Deze maatregel moet het Rijk € 68 miljoen opleveren vanaf 2028, wat wordt gekort op het gemeentefonds.

De besparingsopgave van de Hervormingsagenda is in prijs- en volumepeil 2019 ingeboekt. Er is een hogere besparing te veronderstellen aangezien prijs en volume sinds 2019 zijn gestegen. Voor deze besparing boekt het Rijk vanaf 2028 een structurele korting op het gemeentefonds in van € 507 miljoen.

In de volgende paragrafen nemen we u mee in de effecten van de Voorjaarsnota voor onze gemeente. Dit splitsen we in het effect op het algemene deel van het gemeentefonds en het jeugddeel van het gemeentefonds.

9

Ontwikkeling gemeentefonds voor Schouwen-Duiveland

EFFECT VOORJAARSNOTA OP ONS ALGEMENE DEEL VAN HET GEMEENTEFONDS De doorrekening van de Voorjaarsnota laat het volgende effect zien op het algemene deel van de algemene uitkering aan onze gemeente. Onder de tabel leest u de toelichting daarop. Mutaties gemeentefonds

2026

2027

2028

2029

Demping terugval gemeentefonds

765.000

799.000

788.000

782.000

Bijstelling volume accres o.b.v. CEP 2025

88.000

187.000

162.000

229.000

Bijstelling LPO accres o.b.v. CEP 2025

859.000

841.000

909.000

1.006.000

Totale mutatie Voorjaarsnota 2025

1.712.000

1.827.000

1.859.000

2.017.000

DEMPING TERUGVAL GEMEENTEFONDS IN 2026 In de Voorjaarsnota 2025 zijn structurele middelen opgenomen om de terugval van het gemeentefonds in 2026 te dempen. Voor onze gemeente levert dit gemiddeld ongeveer € 783.000 per jaar op. Dit voordeel nemen we mee in de prognose van de budgettaire ruimte in de Kadernota programmabegroting 2026-2029.

BIJSTELLING ACCRES OP BASIS VAN CEP 2025 In de Voorjaarsnota is het accres geactualiseerd voor de macro-economische cijfers van het Centraal Economisch Plan (CEP) 2025. Het volume accres wordt gebaseerd op een 8-jaars (t-9 t/m t-2) historisch gemiddelde van de ontwikkeling van het bbp. Het LPO accres wordt gebaseerd op de prijs bruto binnenlands product (pbbp). De bijstelling van het LPO accres zetten wij in om de indexatie van onze begroting uit te dekken. Deze indexatie berekenen we bij het opstellen van de Programmabegroting 2026-2029. De bijstelling van het accres betrekken wij nu dus niet bij de prognose van de budgettaire ruimte in deze Kabdernota. De bijstelling van het volume accres nemen we wel mee in de prognose van de budgettaire ruimte.

EFFECT VOORJAARSNOTA OP ONS AANDEEL IN HET GEMEENTEFONDS VOOR JEUGD De financiële gevolgen uit de Voorjaarsnota die betrekking hebben op jeugd hebben voor onze gemeente de volgende invloed op de uitkering uit het gemeentefonds. Onder de tabel leest u de toelichting daarop.

10

Mutaties gemeentefonds (Jeugd)

2026

2027

2028

2029

Tekort voor rekening rijk

700.000

800.000

800.000

800.000

Groeipad maatregelen Hervormingsagenda

900.000

800.000

-

-

Hervormingsagenda Jeugd - aanvullende post

143.000

161.000

198.000

198.000

Eigen bijdrage Jeugdzorg

-

-

-500.000

-500.000

Sturen optrajectduur Jeugdzorg

-

-

-100.000

-100.000

Indexeren opbrengst Hervormingsagenda

-

-

-1.000.000

-1.000.000

1.743.000

1.761.000

-602.000

-602.000

Totale mutatie Voorjaarsnota 2025 (Jeugd)

TEKORTEN VOOR REKENING VAN HET RIJK De deskundigencommissie Van Ark adviseerde op 30 januari 2025 om het structurele tekort in de jeugdzorg van gelijk te verdelen over Rijk en gemeenten. In de Voorjaarsnota 2025 is hiervoor in het gemeentefonds vanaf 2025 structureel extra geld opgenomen. Voor onze gemeente loopt dit op naar € 0,8 miljoen per jaar.

GROEIPAD MAATREGELEN HERVORMINGSAGENDA Het ingroeipad van de maatregelen van de Hervormingsagenda wordt voor de jaren 2026 en 2027 verzacht. Voor onze gemeente levert dit gemiddeld € 850.000 op in 2026 en 2027. Wij zetten deze extra baten in om de in de begroting opgenomen taakstelling vanuit de Hervormingsagenda te verlagen.

HERVORMINGSAGENDA JEUGD, AANVULLENDE POST De bedragen, die bij het Ministerie van Financiën op de Aanvullende Post (AP) voor de Hervormingsagenda Jeugd waren gereserveerd, worden nu toegevoegd aan het gemeentefonds. Het gaat voor onze gemeente om gemiddeld ongeveer € 575.000 per jaar. Wij hielden in de begroting al voor € 400.000 rekening met deze baten. Wij zetten deze extra baten in om de taakstelling vanuit de Hervormingsagenda te verlagen.

EIGEN BIJDRAGE JEUGDZORG Er wordt een eigen bijdrage ingevoerd voor jeugdzorg per 1 januari 2028. Met deze maatregel verlaagt ons aandeel in het gemeentefonds vanaf 2028 met € 500.000 per jaar. We ramen hier de inkomsten uit eigen bijdragen tegenover, zodat dit geen budgettair effect heeft.

STUREN OP TRAJECT DUUR JEUGDZORG Rijk en gemeenten gaan met de sector afspraken maken over hoe beter te sturen op trajectduur. In de verwachting dat dit kosten gaat besparen, verlaagt het Rijk het gemeentefonds. Dit betekent voor onze gemeenten ongeveer € 100.000 vanaf 2028. We nemen hiervoor een taakstelling op, zodat dit geen budgettair effect heeft.

11

INDEXEREN OPBRENGST HERVORMINGSAGENDA De besparingsopgave van de Hervormingsagenda heeft het Rijk met het prijspeil van 2019 ingeboekt. Het Rijk verwacht vanaf 2028 een hogere besparing, aangezien het prijspeil sinds 2019 is gestegen. Met deze verwachting boekt het Rijk een hogere besparing in. Dit betekent voor onze gemeente een uitname uit het gemeentefonds van ongeveer € 1.000.000 vanaf 2028. We verhogen de taakstelling vanuit de Hervormingsagenda met dit bedrag, zodat dit geen budgettair effect heeft. Onderstaande tabel geeft het budgettaire effect weer van deze verwerking in onze begroting: Verwerking Voorjaarsnota 2025 (Jeugd)

2026

2027

2028

2029

Tekort voor rekening rijk

700.000

800.000

800.000

800.000

Groeipad maatregelen Hervormingsagenda

900.000

800.000

-

-

Verlagen taakstelling Hervormingsagenda

-900.000

-800.000

-

-

Hervormingsagenda Jeugd - aanvullende post

143.000

161.000

198.000

198.000

Verlagen taakstelling Hervormingsagenda

-143.000

-161.000

-198.000

-198.000

Eigen bijdrage Jeugdzorg

-

-

-500.000

-500.000

Raming eigen bijdrage Jeugdzorg

-

-

500.000

500.000

Sturen optrajectduur Jeugdzorg

-

-

-100.000

-100.000

Taakstelling besparing sturen op trajectduur

-

-

100.000

100.000

Indexering Hervormingsagenda

-

-

-1.000.000

-1.000.000

Verhogen taakstelling Hervormingsagenda

-

-

1.000.000

1.000.000

470.000

440.000

-440.000

-430.000

1.170.000

1.240.000

360.000

370.000

Vrijval stelpost Jeugdhulp Totale mutatie Voorjaarsnota 2025

VERWACHT TEKORT JEUGDZORG Wij verwachten – op dit moment - een structureel tekort op de kosten van de jeugdzorg van € 1,6 miljoen per jaar. Wij zetten het budgettair voordeel vanuit de voorjaarsnota voor het onderdeel jeugd in ter dekking van dit verwachte structurele tekort. Wij komen hierop terug bij het onderdeel invloed ontwikkelingen binnen ons bestaand beleid op de budgettaire ruimte.

TAAKSTELLING HERVORMINGSAGENDA JEUGD Uw raad heeft eerder besloten tot het opnemen van een taakstelling Hervormingsagenda Jeugd en deze taakstelling voor 50% af te dekken met de stelpost Jeugd. Na verwerking van bovenstaande mutaties loopt de taakstelling Hervormingsagenda Jeugd in 2029 op van € 1,8 miljoen naar € 2,6 miljoen en bedraagt de stelpost Jeugd € 1,3 miljoen. Dit betekent dat er een risico van € 1,3 miljoen structureel in de begroting zit indien de taakstelling van de Hervormingsagenda niet wordt gerealiseerd.

12

Invloed voorjaarsnota op de prognose budgettaire ruimte

PROGNOSE BUDGETTAIRE RUIMTE NA EFFECT VOORJAARSNOTA De ontwikkeling van ons gemeentefonds op grond van de voorjaarsnota 2025 geeft de volgende prognose van de budgettaire ruimte: Mutaties Voorjaarsnota 2025

2026

2027

2028

2029

Stand budgettaire ruimte na besluit raad 17 april 2025

836.715

101.500

-86.563

115.709

Demping terugval gemeentefonds

765.000

799.000

788.000

782.000

Bijstelling volume accres o.b.v. CEP 2025

88.000

187.000

162.000

229.000

1.689.715

1.087.500

863.437

1.126.709

Totale mutatie Voorjaarsnota 2025

VOORSTEL 1 Kennisnemen van de invloed van Voorjaarsnota op de taakstelling hervormingsagenda Jeugd en de prognose van de budgettaire ruimte 2026-2029.

LOON- EN PRIJSINDEXATIE PROGRAMMABEGROTING 2026-2029 LOON- EN PRIJSINDEXERING Jaarlijks stelt uw raad via de Kadernota vast met welke indexerings- en rentepercentages de budgetten in de begroting stijgen en met welk indexeringspercentage de tarieven voor de belastingen worden verhoogd. De basis voor deze percentages halen wij uit het Centraal Economisch Plan (CEP) dat het Centraal Planbureau ieder jaar in maart publiceert. Ook het Rijk maakt gebruik van deze percentages bij het vaststellen van de loon- en prijsbijstelling van de algemene uitkering. Wij stellen het volgende voor: 1. In de Programmabegroting 2026-2029 rekening te houden met het door het CPB geraamde prijsontwikkeling in maart 2025 voor het jaar 2026 van 2,1%; 2. In de Programmabegroting 2026-2029 rekening te houden met het door het CPB geraamde loonontwikkeling in maart 2025 voor het jaar 2026 van 2%; 3. Voor de raming van de jaren 2027-2029 de loon- en prijsontwikkelingen vanuit het CEP van maart 2025 aan te houden. Bij het aanbieden van de Programmabegroting 2026-2029 eind september 2025 informeren we de raad over de effecten van deze indexeringen in relatie tot de compensatie daarvan via de meicirculaire 2025.

13

INDEXERING GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN In de algemene bestuursvergadering van december 2024 heeft de Vereniging van Zeeuwse Gemeenten (VZG) de richtlijn voor de begroting 2026 voor de gemeenschappelijke regelingen vastgesteld. De strikte richtlijn gaat uit van een toegestane inflatiecorrectie in de GR-begroting 2026 van -2,2 %.

RENTEPERCENTAGES De rentepercentages worden beïnvloed door verschillende factoren, waaronder de inflatie, het monetair beleid van de centrale banken en de algemene economische situatie. De Europese Centrale Bank (ECB) heeft het monetair beleid in de afgelopen tijd bijgesteld en door de daling van de inflatie zijn de de kapitaalmarktrentes gedaald. We verwachten dat de kapitaalmarktrentes in 2026 niet verder zullen dalen. Hierbij is geen rekening gehouden met de beleidsmatige ontwikkelingen die thans vanuit de Verenigde Staten op de wereldeconomie van invloed zijn. Binnen de Rijksschatkist houden wij de overtollige middelen aan ter financiering van toekomstige uitgaven. Extra financiering in de vorm van het aantrekken van leningen behoeft in het komende begrotingsjaar niet plaats te vinden. De extra rentebaten voegen wij toe. De renteopbrengsten evalueren wij via de Bestuursrapportages. De voor onze gemeente relevante rentepercentages vindt u terug in bijlage A. In deze bijlage zijn ook de rentepercentages opgenomen van de geldleningen die verstrekt zijn op grond van de Verordening Stimuleringslening voor Bedrijven en Verenigingen Schouwen-Duiveland 2023, de Verordening Lening Duurzaam en Langer Thuis gemeente Schouwen-Duiveland 2023 en de Verordening Starterslening gemeente Schouwen-Duiveland 2022.

VOORSTEL 2 Instemmen met de in bijlage A Uitgangspunten begroting 2026-2029 opgenomen indexerings- en rentepercentages.

14

Ontwikkelingen bestaand beleid ONONTKOOMBARE ONTWIKKELINGEN INLEIDING Voor de prognose van de budgettaire ruimte 2026-2029 brengen wij de ontwikkelingen in beeld die, op basis van bestaand beleid, een financieel onontkoombaar gevolg hebben. Per lasten en baten geven we in deze paragraaf een toelichting op de onontkoombare ontwikkelingen in het bestaand beleid:

ONTWIKKELINGEN BESTAAND BELEID - LASTEN Wij zien een aantal financieel te kwantificeren ontwikkelingen binnen ons bestaand beleid op ons afkomen die onontkoombaar zijn. Deze zijn van invloed op de prognose van de budgettaire ruimte 2026-2029. In onderstaande tabel ziet u welke dit zijn: Omschrijving

2026

2027

2028

2029

Gemeenschappelijke regelingen

273.000

210.000

308.000

390.000

Gladheidsbestrijding UOR

200.000

200.000

200.000

200.000

-

250.000

230.000

215.000

Gebiedsvisies Zuid-Oostflank/Zierikzee Noordwest

260.000

260.000

260.000

260.000

Financiële vertaling cultuurvisie

200.000

165.000

165.000

165.000

Huur bewegingsonderwijs primair- en voortgezet onderwijs

70.000

45.000

45.000

45.000

SWVO wachtlijsten Wmo

67.000

195.000

110.000

230.000

Eigen bijdrage WMO

121.000

-

-

-

Aanbesteding Jeugdhulp 2026

1.605.000

1.605.000

1.605.000

1.605.000

Aanbesteding Jeugdhulp 2026 - compensatie voorjaarsnota

-1.170.000

-1.240.000

-360.000

-370.000

Totaal onontkoombare ontwikkelingen bestaand beleid

1.626.000

1.690.000

2.563.000

2.740.000

Huisvesting medewerkers UOR

In bijlage 1 vindt u een toelichting op deze onontkoombare ontwikkelingen.

ONTWIKKELINGEN BESTAAND BELEID - BATEN Ook aan de batenkant zien wij een aantal ontwikkelingen die de prognose van de budgettaire ruimte raken. Deze betreffen: Aanpassing ruimte onder plafond Btw compensatiefonds (BCF) Gezien de onzekerheid over de toekomstige ontwikkeling van de ruimte onder het BCF-plafond, mogen wij van onze toezichthouder de Provincie Zeeland maximaal de meest recente gerealiseerde ruimte onder het plafond ramen in onze begroting. Voor de raming in de begroting 2026 en meerjarenraming 2027-2029 wordt dus de definitieve afrekening van de ruimte onder het BCF-plafond gebruikt van het jaar 2024. Dit komt voor onze gemeente ongeveer uit op een bedrag van € 638.000. Eerder hebben wij voorzichtigheidshalve € 15

500.000 structureel verwerkt in de budgettaire ruimte. Wij stellen voor het restant ad € 138.000 toe te voegen. Structurele meeropbrengsten forensenbelasting Vanuit de concept-jaarrekening 2024 constateren wij een meeropbrengst van de forensenbelasting met een structureel karakter. Het gaat hierbij om een bedrag van € 182.000. Verwachte renteopbrengst 2026 schatkistbankieren In 2022 besloten we vanwege een lage rentestand tot het aantrekken van een geldlening van € 34 miljoen voor de financiering van onze, veelal ruimtelijke, projecten. Onder andere door incidentele middelen die wij vanuit het Rijk ontvingen, als ook door vertraging in de uitvoering van deze projecten beleggen wij een hoog liquiditeitssaldo in de schatkist van het Rijk. Daarvoor ontvingen wij in 2024 € 1,7 miljoen aan rente en de verwachting is dat dit in 2025 rond ditzelfde bedrag zal zijn. De voortgang van de projecten blijft de afgelopen jaren achter op de gestelde ambitie. Zoals in de inleiding aangegeven is naast het hebben van een hoge ambitie ook het gevolg van onvoldoende beschikbare realisatiekracht en vertraging als gevolg te doorlopen procedures, stikstofproblematiek en problematiek rondom de netcongestie. Indien de realisatie van de projecten wederom achterblijft zullen de rentebaten in 2026 vergelijkbaar zijn met eerdere jaren.

Uitgaande van de huidig financiële planning van onze projecten en rekening houdend met een lagere rentevergoeding, houden wij in deze Kadernota voorzichtigheidshalve in 2026 rekening met een verwachte renteopbrengst van € 700.000 als incidentele dekking. Bij het aanbieden van de Programmabegroting 2026-2029 maken wij deze inschatting reëel op basis van de financiële doorvertaling van de planning van de projecten zoals wij daar de raad over informeerden in de raadsbrief Planning OW / R&M 2025 van 28 januari 2025. Samengevat hebben de ontwikkelingen in onze bestaande baten de volgende invloed op de prognose van de budgettaire ruimte: Beleidsmatige ontwikkelingen - Baten

2026

2027

2028

2029

Aanpassing opbrengsten BCF

138.000

138.000

138.000

138.000

Structurele meeropbrengsten forensenbelasting

182.000

182.000

182.000

182.000

Verwachte renteopbrengsten schatkistbankieren 2026

700.000

-

-

-

1.020.000

320.000

320.000

320.000

Totaal beleidsmatige ontwikkelingen - Baten

16

Invloed onontkoombare ontwikkelingen bestaand beleid op prognose budgettaire ruimte

PROGNOSE BUDGETTAIRE RUIMTE NA ONTWIKKELINGEN BESTAAND BELEID De invloed van deze onontkoombare ontwikkelingen in onze bestaande baten en lasten laat de volgende prognose van de budgettaire ruimte zien. Dit overzicht laat zien dan onze structurele begroting op basis van bestaand beleid in 2029 een structureel tekort heeft van circa € 1, 3 miljoen. 2026

2027

2028

2029

Stand budgettaire ruimte na voorjaarsnota

1.689.715

1.087.500

863.437

1.126.709

Beleidsmatige ontwikkelingen onontkoombaar - Lasten

-1.626.000

-1.690.000

-2.563.000

-2.740.000

Beleidsmatige ontwikkelingen - Baten

1.020.000

320.000

320.000

320.000

Prognose budgettaire ruimte na ontwikkelingen bestaand beleid

1.083.715

-282.500

-1.379.563

-1.293.291

VOORSTEL 3 De onontkoombare ontwikkelingen in het bestaand beleid en de invloed daarvan op de prognose van de budgettaire ruimte 2026-2029 te verwerken in de Programmabegroting 2026-2029.

RISICOVOLLE ONTWIKKELINGEN BESTAAND BELEID Daarnaast zien wij ontwikkelingen waar we een mogelijk financieel risico in de toekomst zien en/of keuzes in te maken hebben. We hebben deze risico’s tijdig in beeld, zodat we er ook tijdig beheersmaatregelen voor kunnen treffen. Ook hiervan is een aantal onontkoombaar. Op dit moment zijn deze risico’s nog niet te kwantificeren. Doen zijn zich echter voor, zeker de onontkoombare, betekent dit een verdere vergroting de prognose van het structurele tekort, zoals u dat in de vorige paragraaf kon lezen. Deze risicovolle ontwikkelingen vindt u in bijlage 2.

VOORSTEL 4 Kennisnemen van de risicovolle ontwikkelingen in het bestand beleid die mogelijk van invloed kunnen zijn op de budgettaire ruimte 2026-2029.

17

Masterplannen stads- en dorpsvisies

BUDGETTEN UITVOERING MASTERPLANNEN STADS- EN DORPSVISIES Bij de Programmabegroting 2023-2026 nam de raad de motie ‘Budgetten uitvoering masterplannen en stads- en dorpsvisies’ aan. Met deze motie gaf de raad het college de opdracht bij het opstellen van de eerstvolgende Kadernota in 2024 te onderzoeken of in de Programmabegroting 2024-2027 een substantieel extra bedrag kan worden toegevoegd aan de budgetten voor de uitvoering van masterplannen en stads- en dorpsvisies. In de Kadernota 2024 hebben we aangegeven dat uitvoering van diverse nog op te stellen stads- en dorpsvisie extra middelen vergt. Dit betrof in totaal € 20 miljoen. Daarbij hebben we gemeld de keuze tot verhoging van het budget voor de uitvoering van stads- en dorpsvisies voor de kleine kernen pas te betrekken bij de Kadernota 2026 voor de programmabegroting 2026-2029. Dit omdat: 

Onze gemeente tot en met 2025 nog volop bezig is met de uitvoering van de lopende stads- en dorpsvisies;

We de uitvoering van de nieuwe projecten pas vanaf 2026 oppakken (omdat dorpsvisies en/of uitvoeringsprogramma’s voor diverse kernen nog opgesteld moeten worden);

En onze huidige financiële ruimte krap is en de inkomsten vanuit het rijk grillig.

Zoals u eerder kon lezen gaan we de komende periode aan de slag met de gezamenlijke opgave om inzichtelijk te maken welke lopende investeringen, lopende activiteiten en welke budgetten echt nodig zijn, dan wel waar andere keuzes in gemaakt kunnen worden. Dit ook in aansluiting bij de Motie creëren balans tussen ambities en realisatiekracht. Deze opgave heeft als doel te komen tot een realistische begroting en planning en inzicht in de daarvoor benodigde realisatiekracht. We betrekken de planning en benodigde budgetten voor het uitvoeren van nieuwe stads- en dorpsvisies in de kleine kernen bij deze opgave. Het opnemen van extra budget betrekken er bij de Kadernota 2027.

18

Uitbreidingsinvesteringen TOTAAL UITBREIDINGSINVESTERINGEN Door de uitbreidingsinvesteringen in de Kadernota inzichtelijk te maken krijgen wij, als ook uw raad, al in een vroeg stadium inzichtelijk wat er nodig is om aan onze wettelijke taken te blijven voldoen en om onze ambities vanuit het coalitieakkoord, raadsakkoord, moties en amendementen waar te kunnen blijven maken. De financiële gevolgen van deze uitbreidingsinvesteringen geven ons ook inzicht in hoe deze zich verhouden tot de prognose van de budgettaire ruimte 2026-2029. De integrale afweging van deze uitbreidingsinvesteringen vindt plaats bij de Programmabegroting 2026-2029, omdat pas dan de definitieve budgettaire ruimte bekend is. Het budgettaire beslag van alle uitbreidingsinvesteringen laat zien dat geprognosticeerde budgettaire ruimte fors wordt overschreden. Daartoe hebben wij voor de Kadernota, in aanloop naar de programmabegroting 2026-2029, een afwegingskader toegepast, die bijdraagt aan het maken van keuzes. Dit afwegingskader onderscheidt de uitbreidingsinvesteringen in: 1. Onontkoombaar (wettelijk, medebewind); 2. Belangrijk en al gestart urgent* (in lijn met coalitieakkoord, strategische visie, amendement, verregaande overeenstemming met derden); 3. Belangrijk en al gestart (in lijn met coalitieakkoord, strategische visie, amendement, verregaande overeenstemming met derden); 4.

Belangrijk en nog niet gestart; 5. Wenselijk (niet genoemd in het coalitieakkoord, niet in lijn van reeds vastgesteld beleid, dan wel kan in de fasering ook later). * Ingrijpende consequenties nodig indien verplichting (juridisch, technisch of financieel) wordt teruggedraaid. Onderstaande tabellen geven inzicht in de budgettaire lasten van alle uitbreidingsinvesteringen. De hiervoor reeds aanwezige dekkingsmiddelen, zijn in het budgettaire beslag verwerkt. Hierbij ziet u tevens wat daarvan structureel is en wat incidenteel is.

19

Uitbreidingsinvesteringen - totaal

2026

2027

2028

2029

Onontkoombaar

1.094.724

1.282.194

1.249.488

1.249.323

Belangrijk en al gestart urgent

1.526.162

1.782.724

1.693.607

1.711.562

Belangrijk en al gestart

140.500

334.165

400.551

396.538

Belangrijk en nog niet gestart

181.500

296.327

260.285

248.231

Wens

69.198

73.182

73.103

73.024

Eindtotaal

3.012.084

3.768.592

3.677.034

3.678.678

Uitbreidingsinvesteringen - structureel

2026

2027

2028

2029

816.124

1.094.344

1.181.588

1.181.423

1.235.712

1.539.274

1.600.157

1.663.112

Belangrijk en al gestart

140.500

334.165

400.551

396.538

Belangrijk en nog niet gestart

154.000

223.827

250.285

248.231

Wens

69.198

73.182

73.103

73.024

Eindtotaal

2.415.534

3.264.792

3.505.684

3.562.328

Uitbreidingsinvesteringen - incidenteel

2026

2027

2028

2029

Onontkoombaar Belangrijk en al gestart urgent

Onontkoombaar

278.600

187.850

67.900

67.900

Belangrijk en al gestart urgent

290.450

243.450

93.450

48.450

-

-

-

-

27.500

72.500

10.000

-

-

-

-

-

596.550

503.800

171.350

116.350

Belangrijk en al gestart Belangrijk en nog niet gestart Wens Eindtotaal

20

Inzicht in beslag uitbreidingsinvesteringen op de budgettaire ruimte PROGNOSE BUDGETTAIRE RUIMTE NA UITBREIDINGINVESTERINGEN Door het afzetten van het budgettaire beslag van de alle uitbreidingsinvesteringen tegen de prognose van de budgettaire ruimte, wordt zichtbaar dat er in 2026 een financieel tekort ontstaan, dat in 2029 oploopt naar € 5 miljoen: 2026

2027

2028

2029

Budgettaire ruimte na ontwikkelingen bestaand beleid

1.083.715

-282.500

-1.379.563

-1.293.291

Uitbreidingsinvesteringen

-3.012.084

-3.768.592

-3.677.034

-3.678.678

Prognose budgettaire ruimte na uitbreidingsinvesteringen

-1.928.369

-4.051.092

-5.056.597

-4.971.969

SCHERPE KEUZES ZIJN NODIG Bij de prognose van de budgettaire ruimte 2026-2029 nemen we in deze Kadernota daarom alleen de onontkoombare en urgente uitbreidingsinvesteringen op . Hiervoor nemen wij het Coalitieakkoord als leidraad en maken de lopende projecten en ambities eerst af. De overige uitbreidingsinvesteringen nemen we in overweging bij het opstellen van de Programmanbegroting 2026-2029.

PROGNOSE BUDGETTAIRE RUIMTE NA ONONTKOOMBARE EN URGENTE UITBREIDINGSINVESTERINGEN Met het opnemen van de onontkoombare en urgente uitbreidingsinvesteringen geeft de prognose van de budgettaire ruimte het volgende beeld. Dit beeld laat zien dat het structurele tekort in 2029 oploopt naar € 4,2 miljoen. 2026

2027

2028

2029

Budgettaire ruimte na ontwikkelingen bestaand beleid

1.083.715

-282.500 -1.379.563 -1.293.291

Onontkoombaar

-1.094.724 -1.282.194 -1.249.488 -1.249.323

Belangrijk en gestart met urgentie

-1.526.162 -1.782.724 -1.693.607 -1.711.562

Prognose budgettaire ruimte na onontkoombare en urgente uitbreidingsinvesteringen

-1.537.171 -3.347.418 -4.322.658 -4.254.176

In bijlage 3 vindt u de onontkoombare en belangrijke urgente uitbreidingsinvesteringen die we , ter integrale afweging, voorstellen te verwerken in de Programmabegroting 2026-2029. In bijlage 4 vindt u de overige uitbreidingsinvesteringen die we nader overwegen bij het opstellen van de Programmabegroting 2026-2029.

VOORSTEL 5 De onontkoombare en urgente uitbereidingsinvesteringen, ter integrale afweging, te verwerken in de Programmabegroting 2026-2029.

21

VOORSTEL 6 Kennisnemen van de overige uitbreidingsinvesteringen, die we nader overwegen bij het opstellen van de Programmabegroting 2026-2029.

INZETTEN OP REALISTISCH BEGROTEN EN PLANNEN Zoals wij in de inleiding al aangaven, vraagt de negatieve prognose van de budgettaire ruimte alleen al op basis van de onontkoombare en urgente ontwikkelingen in het bestaand beleid en in de uitbreidingsinvesteringen dat we ons gezamenlijk moeten inzetten op een realistische begroting en planning. Dat we als bestuur en organisatie inzichtelijk maken welke lopende investeringen, lopende activiteiten en welke budgetten echt nodig zijn, dan wel waar andere keuzes in gemaakt kunnen worden. Hiermee krijgt ook de Motie creëren balans tussen ambities en realisatiekracht haar uitwerking. Deze motie nam de raad aan bij de Programmabegroting 2025-2029 (motie M2), waarin de raad het college vraagt om in 2025 voortvarend aan de slag te gaan met het verkrijgen van inzicht in welke wettelijke en autonome taken wij uitvoeren en welke middelen hiervoor nodig zijn. Deze opgaven pakken wij in 2025 op, om met de uitkomsten hiervan in het 2° kwartaal van 2026 gezamenlijk met de nieuwe gemeenteraad een tweede stap te zetten in het vinden van ruimte voor nieuwe ambities.

22

Dekkingsmogelijkheden INLEIDING Vooruitlopend op de gezamenlijke opgave om te komen tot een realistische begroting en planning zien wij voor dekkingsmogelijkheden. Dit zien wij enerzijds in de stelpost algemene uitkering voor het onderzoek naar overige eigen middelen (OEM) en anderzijds in de algemene reserve.

STELPOST ALGEMENE UITKERING VOOR ONDERZOEK OVERIGE EIGEN MIDDELEN (OEM) Onderzoeksbureau CEBEON voert in opdracht van het Rijk onderzoek uit naar de overige eigen middelen (OEM) van gemeenten. Een mogelijke uitkomst van dit onderzoek kan zijn dat het Rijk besluit tot een verevening van de verschillende OEM-componenten in het gemeentefonds. Dat kan betekenen dat het Rijk onze uitkering vanuit het gemeentefonds verlaagt. De OZB is hierop uitgezonderd, maar de toeristen- en forensenbelasting liggen in dit onderzoek onder een vergrootglas. Met een opbrengst van € 10 miljoen aan toeristenbelasting is dit een groot risico binnen onze begroting. De conclusie van het onderzoek is dat volgens CEBEON voor de toeristen- en forensenbelasting goede mogelijkheden zijn om deze inkomsten op geschikte wijze in het gemeentefonds te verevenen. Maar dat dit nog wel verfijningen vraagt in onder andere de beschikbare gegevens. Het verevenen op grond van de toeristenbelasting heeft niet de voorkeur van de fondsbeheerders, er is namelijk slechts een beperkt aantal gemeenten dat echt substantiële inkomsten heeft uit de toeristenbelasting. Daarom zal in 2025 worden verkend of er alternatieve manieren zijn om de overige eigen middelen te verevenen. Dit betekent dus nog steeds een risico in onze begroting.

Mocht dit risico zich voordoen, voorziet onze begroting daarvoor in een stelpost algemene uitkering van structureel € 850.000. Gezien het feit dat het onderzoek nog steeds loopt, stellen we voor deze stelpost vooralsnog intact te houden ter dekking van dit mogelijke risico. Gezien de doorlooptijd van het onderzoek verwachten wij dat een eventueel negatief effect op de algemene uitkering zich op zijn vroegst vanaf 2027 voordoet en kunnen wij de jaarschijf 2026 laten vrijvallen in de algemene reserve en deze daarmee in te zetten als incidenteel dekkingsmiddel.

INCIDENTELE INZET ALGEMENE RESERVE Binnen de algemene reserve is voldoende ruimte om de incidentele uitbreidingsinvesteringen uit te dekken. Het saldo is aanzienlijk hoger dan vastgelegd in ons beleid (minimum € 4,0 miljoen) en ons weerstandsvermogen blijft ruim boven het vereiste van 1,5 keer het gekwantificeerde risicoprofiel.

23

DEKKING INCIDENTELE UITBREIDINGSINVESTERINGEN Dekking van de incidentele onontkoombare en urgente uitbreidingsinvesteringen met bovenstaande mogelijke incidentele dekkingsmiddelen geeft het volgende beeld: Dekking incidentele onontkoombare en urgente uitbreidingsinvesteringen

2026

2027

2028

2029

Onontkoombaar - incidenteel

278.600

187.850

67.900

67.900

Belangrijk en al gestart urgent - incidenteel

245.450

198.450

48.450

48.450

Inzet algemene reserve

-524.050

-386.300

-116.350

-116.350

-

-

-

-

Saldo

PROGNOSE BUDGETTAIRE RUIMTE NA DEKKING STRUCTURELE UITBREIDINGSINVESTERINGEN Dekking van de structurele onontkoombare en urgente uitbreidingsinvesteringen laat de volgende prognose van de budgettaire ruimte zien.

Budgettaire ruimte na ontwikkelingen bestaand beleid

2026

2027

2028

1.083.715

-282.500

2029 -

-

1.379.563 1.293.291 Onontkoombaar - structureel

-816.124

-

-

-

1.094.344 1.181.588 1.181.423 Belangrijk en gestart met urgentie – structureel

-1.235.712

-

-

-

1.539.274 1.600.157 1.663.112 Prognose budgettaire ruimte na structurele onontkoombare en urgente

-968.121 -2.916.118 -4.161.308 -4.137.826

uitbreidingsinvesteringen

MOGELIJKHEID INZETTEN ZEH DIVIDEND De prognose van de budgettaire ruimte laat zien, dat we vanaf 2026 een negatief structureel begrotingssaldo hebben. Hierin is nog geen rekening gehouden met mogelijk financiële gevolgen van de ontwikkelingen opgenomen in de risicoparagraaf. Inzetten op de gezamenlijke opgave om te komen tot een realistische begroting en planning is de komende maanden dus belangrijk voor het duurzaam financieel in evenwicht brengen van de begroting. Als ook dat het belangrijk is dat we gezamenlijk hierin in het 2e kwartaal 2026 keuzes maken. Als de effectuering van deze keuzes tijd vraagt in de financiële realisatie hiervan, waardoor we in de eerste jaren nog geen sluitende begroting hebben, zou de inzet van de ZEH dividendmiddelen een tijdelijke overbrugging kunnen zijn. In de begrotingscirculaire 2026 heeft onze toezichthouder de provincie Zeeland opgenomen dat dat tot een maximum van 75% van uw aandeel van € 100 miljoen dividenduitkering als structureel dekkingsmiddel in de begroting worden opgenomen. De gemeente bezit 3,9% van de aandelen. Concreet komt dit voor onze gemeente neer op maximaal € 2,9 miljoen. 24

Daartegenover staat een risico dat afgedekt dient te worden in de risicoparagraaf. Het is van belang dat de totale risico’s minimaal gedekt worden door het weerstandsvermogen. De dividenden van ZEH zijn eindig en lopen vooralsnog tot eind 2033. Indien de dividenden van ZEH structureel als dekkingsmiddel worden ingezet, vraagt de provincie om aan te geven hoe wij stapsgewijs de structurele inzet van het dividend richting 2033 naar 0 terugbrengen. De inzet van het ZEH-dividend als dekkingsmiddel voor structurele tekorten brengt een financieel risico met zich mee. Het dividend is niet gegarandeerd en kan variëren afhankelijk van de financiële prestaties van ZEH en externe marktomstandigheden, zoals fluctuaties in energieprijzen, wijzigingen in overheidsbeleid en economische schommelingen. Bovendien geeft het structureel dekken van onze begrotingstekorten met dividendmiddelen een verkeerd signaal af naar het Rijk. De VNG onderhandelde voor de Voorjaarsnota 2025 stevig met het Rijk over de ontstane tekorten bij gemeenten. Tekorten als gevolg van kortingen door het Rijk op aan gemeenten overgedragen taken. Het is belangrijk, ook Zeeuwsbreed, dat we door de tekorten in beeld te brengen de gevolgen van de korting van het Rijk, zowel financieel als inhoudelijk, zo scherp mogelijk blijven presenteren.

VOORSTEL 7 Kennisnemen van het financiële perspectief van deze Kadernota en de gezamenlijke opgave voor bestuur en organisatie om te komen tot een realistische begroting en planning.

25

Tarieven toeristen- en watertoeristenbelasting 2026 Het is gebruikelijk dat u via de Kadernota de tarieven toeristen- en watertoeristenbelasting voor het volgende jaar vaststelt. Dit om de recreatiebranche daar op tijd over te informeren. Vorig jaar besloot u bij de behandeling van de Kadernota 2025 – 2028 het in 2021 genomen besluit tot het hanteren van gedifferentieerde tarieven toeristenbelasting terug te draaien door:  

Vanaf 2025 geen onderscheid te hanteren tussen hoog- en laagseizoen Binnen twee jaar (2025 en 2026) stapsgewijs toe te groeien naar een en hetzelfde tarief voor alle sectoren.

In dit onderdeel vragen wij u eerst het tarief (water)toeristenbelasting voor 2026 te bepalen. Met voorstel 8 leggen wij u vervolgens de op basis van dat tarief opgestelde belastingverordeningen voor komend belastingjaar voor. Wel wijzen wij u erop dat u gedurende het lopende jaar alsnog de mogelijkheid heeft gewijzigde verordeningen vast te stellen. Stapsgewijze groei naar een en hetzelfde tarief voor alle sectoren. Aan de hand van een vorig jaar uitgevoerde evaluatie naar gedifferentieerde tarieven toeristenbelasting besloot u terug te gaan naar de vóór 2022 geldende situatie van een gelijk jaarrond tarief voor alle sectoren. Dit door de tarieven zodanig te middelen, dat aan de uitkomst ervan een gelijkblijvende opbrengst hangt. Met als doel de tariefsverhoging voor minicampings geleidelijk te laten verlopen, besloot u deze middeling in twee gelijke stappen door te voeren. De eerste verhoging vond plaats voor 2025, vanaf 2026 maken we dan in de tariefstelling geen onderscheid meer tussen het soort accommodatie waar verblijf wordt genoten. Tarieven toeristen- en watertoeristenbelasting. Voor 2026 stellen wij voor de tarieven te verhogen waarbij we uitgaan van het voorheen bestendige beleid door hierbij aansluiting te zoeken met het indexatiecijfer voor belastingtarieven. Voor 2026 betreft dit dan een verhoging van 2,1 % (zie bijlage A).

De tarieven voor de toeristen- en watertoeristenbelasting 2026 bedragen met deze indexatie, ongeacht het soort accommodatie waar verblijf wordt genoten, per persoon per overnachting/etmaal € 2,06 (2025: € 2,02, per overnachting op een kleinschalig kampeerterrein € 1,79).

VOORSTEL 8 Instemmen met de nieuwe tarieven toeristenbelasting 2026.

Wij stellen u voor aan de hand hiervan de betreffende belastingverordeningen voor 2026 vast te stellen.

VOORSTEL 9 De verordening toeristenbelasting 2026 en de verordening watertoeristenbelasting 2026 vast te stellen.

26

Bijlage 1 Bestaand beleid onontkoombaar INLEIDING Voor de prognose van de budgettaire ruimte 2026-2029 brengen wij per sub-programma in deze bijlage de ontwikkelingen in beeld die, op basis van bestaand beleid, een financieel onontkoombaar gevolg hebben.

27

Onontkoombaar programma 2 wonen SUB-PROGRAMMA 2.1 GOED EN REALISTISCH VOORZIENINGENNIVEAU FINANCIËLE VERTALING CULTUURVISIE Op 27 februari heeft de gemeenteraad de cultuurvisie 2025-2028 vastgesteld, hiervoor stelden wij ook het uitvoeringsprogramma bij de cultuurvisie vast. Op verzoek van de raad is de cultuurvisie en de uitvoeringsnota hierbij op hoofdlijnen vertaald in een werkprogramma "Van Ambitie naar Realisatie”. De financiële vertaling daarvan is vervat in een meerjarenbegroting 2025-2028. Hierin is per onderdeel een budget geraamd bij de verschillende beleidsvoornemens. Een deel van deze beleidsvoornemens verwerken we al financieel via de Kadernota 2026-2029.

HUUR BEWEGINGSONDERWIJS PRIMAIR- EN VOORTGEZET ONDERWIJS Met Stichting VOOR (voorheen Pontes) zijn afspraken gemaakt over het gymonderwijs. Een aantal onderbouwklassen van het primair onderwijs gymt bij het Pieter Zeeman Lyceum (PZL). Reden hiervoor is dat het PZL op loopafstand is. De gemeente betaalt hiervoor een klokuurvergoeding aan het PZL. Leerlingen van het PZL gymmen nu bij Laco. PZL betaalt hiervoor huur aan Laco. In de 'Overeenkomst kleine gymzaal Pieter Zeeman Lyceum' is afgesproken dat de gemeente het verschil betaalt tussen de huur aan Laco en de klokuurvergoeding aan PZL. Het blijkt dat de gymzalen bij Laco niet voldoen aan de norm voor bewegingsonderwijs voor middelbare scholieren. Daarom is Laco genoodzaakt om materiaal aan te schaffen. Zij verrekenen dit met de huurprijs. Het verschil betaalt de gemeente. De exacte bedragen zijn nog niet bekend. We maakten een inschatting hiervan.

SUB-PROGRAMMA 2.2 WONEN NAAR WENS GEBIEDSVISIE ZUID-OOSTFLANK Op 11 april 2023 heeft de gemeenteraad de gebiedsvisie Zuidoostflank Zierikzee vastgesteld. Deze gebiedsvisie bevat het kader voor een integrale gebiedsontwikkeling, met nieuwe bedrijfsmatige ontwikkelingen met bijbehorende infrastructuur, waarbinnen ook het nieuwe 150 KV station past. We zijn aan de slag met de grondverwerving. Met één grondeigenaar zijn we, ambtelijk, tot overeenstemming kunnen komen over aankoop. De financiële consequenties nemen we mee in deze kadernota. Met andere grondeigenaren zijn we nog niet tot overeenstemming kunnen komen. Het verder tot ontwikkeling brengen van dit gebied heeft komende jaren financiële consequenties en brengt financiële risico's met zich mee.

GEBIEDSVISIE ZIERIKZEE NOORDWEST We hebben een (concept) gebiedsvisie gemaakt om een verantwoorde groei van de stad Zierikzee mogelijk te maken. De concept-visie geeft antwoord op de vraag waar we losstaande ontwikkelingsmogelijkheden zien voor onder meer betaalbaar wonen, uitbreiding parkeerbehoefte en verdere clustering van de sportvoorzieningen. We zijn al het participatietraject voor deze visie gestart. We hebben ook de 28

grondverwerving op gepakt. Met één grondeigenaar zijn we, ambtelijk, tot overeenstemming kunnen komen over aankoop van gronden voor Wonen, Parkeren en Hoofdinfra (RWS opgave). De financiële consequenties nemen we mee in deze kadernota. Het verder tot ontwikkeling brengen van dit gebied heeft komende jaren financiële consequenties en brengt financiële risico's met zich mee.

GLADHEIDSBESTRIJDING UOR Op dit moment is de gladheidsbestrijding voor een gedeelte (in de kernen) in eigen beheer van de gemeente en wordt op de hoofdwegen verzorgd door het Samenwerkingsverband gladheidbestrijding. Rijkswaterstaat is sinds 2021 trekker van dit samenwerkingsverband. Het contract met het samenwerkingsverband loopt af op 1 mei 2026. Daarom is nu het moment om keuzes te maken of wij de huidige werkwijze/gebiedsverdeling willen behouden. Overwegingen daarbij zijn onder andere de volgende ontwikkelingen die op ons afkomen: •

Het materieel om de gladheid te bestrijden is technisch versleten en bovendien niet gedigitaliseerd,

waardoor de routes in de hoofden van de chauffeurs moeten zitten en wegbreedtes handmatig ingesteld moeten worden. Dit leidt tot zoutschade. •

8 van de 11 medewerkers die nu de gladheidsbestrijding uitvoeren is binnen 10 jaar met pensioen.

•

Het gedeelte van het terrein dat gebruikt wordt voor de opslag van het zout moet vernieuwd worden

omdat deze in slechte staat verkeerd. Ook moet geïnvesteerd worden in een installatie om zout op te lossen om nat te kunnen strooien. We zijn in overleg over de mogelijkheden om na 1 mei 2026 de gladheidsbestrijding in zijn geheel over te dragen aan het samenwerkingsverband. Rijkswaterstaat heeft aangegeven dat de interesse bij lokale ondernemers om in te schrijven op dit gladheidsbestrijdingsproject minimaal is en dat uit recente aanbestedingstrajecten blijkt dat de inschrijfprijzen 30 a 40% duurder uitvallen. Als we de gladheidsbestrijding in de kernen in eigen beheer houden, is gezien bovenstaande ontwikkelingen extra investering in materieel en huisvesting nodig. In beide scenario’s staan we onontkoombaar voor hogere lasten.

SUB-PROGRAMMA 2.4 GOED EN BETAALBAAR AANBOD VAN ZORG EN WELZIJN SWVO WACHTLIJSTEN WMO Voor de voorzieningen Hulp bij het Huishouden (HH), Begeleiding Thuis (BT) en Dagbesteding (DB) zijn de ramingen voor 2025 en 2026 geactualiseerd. Deze herberekeningen zijn gebaseerd op de realisatiecijfers over 2024 en de door SWVO verstrekte indexcijfers. Daarnaast is bij de berekening rekening gehouden met de effecten van het afnemen van wachtlijsten en de overgang van lumpsumfinanciering naar een systematiek op basis van prijs maal hoeveelheid (p x q). Het afnemen van de wachtlijst veroorzaakt een kostenstijging. De overgang van lumpsum naar p x q brengt naar verwachting geen grote kostenstijgingen met zich mee. Dit komt doordat niet alle geïndiceerde uren worden gedeclareerd en er beheersmaatregelen van kracht zijn. Wel moet worden opgemerkt dat, wanneer de arbeidsmarktkrapte afneemt of een van de 29

grote aanbieders meer dan 90% van de geïndiceerde zorg structureel weet te leveren, een stijging van de kosten alsnog aannemelijk is. Op basis van deze actualisatie vallen de verwachte kosten voor BT en DB lager uit dan eerder door SWVO geraamd. Voor HH wordt een licht hogere uitkomst voorzien. Deze is voornamelijk het gevolg van de toe te passen indexaties voor kostprijs en volumestijging als gevolg van de vergrijzing. Daarnaast stijgen de kosten van de hulpmiddelen in 2025 met ongeveer 8%. Voor 2026 wordt bij de hulpmiddelen een stijging van ca. 25% verwacht.

EIGEN BIJDRAGE WMO De hoogte van de eigen bijdrage gaat volgens de hiervoor geldende nieuwe planning per 1-1-2027 veranderen. De verandering was oorspronkelijk bedoeld voor 1-1-2026. Deze datum wordt niet gehaald en is losgelaten. De eigen bijdrage wordt inkomens-en vermogensafhankelijk en zal stijgen voor mensen met een inkomen hoger dan 120% van het minimum en oplopen naar maximaal € 298 (prijspeil 2024). Mensen met een inkomen tot 120% blijven de bestaande bijdrage van ca. € 21 per maand betalen. Dit betekent dat we vanaf 2027 een hogere eigen bijdrage zullen ontvangen en er mogelijk minder mensen gebruik gaan maken van met name huishoudelijke ondersteuning. Hoeveel meer in € en hoeveel minder in aantallen valt nu niet te voorspellen. Hiervoor hebben we meer informatie nodig over de inkomenssamenstelling van de gebruikers. Het grootste effect zal naar verwachting komen uit de stijging van de eigen bijdrage en in mindere mate door de daling van het aantal gebruikers. We moeten ons niet rijk rekenen hiermee. Zeker in het licht van de dubbele vergrijzing en de stijgende tarieven.

AANBESTEDING JEUGDHULP 2026 EN 2027 Op 31 december 2025 lopen de contracten voor jeugdhulp af. Daarom is eind 2023 gestart met de voorbereidingen van een nieuwe aanbesteding. Het Rijk legt gemeenten (regio’s) op om reële tarieven te hanteren voor de uitvoering van jeugdhulp. Aan de hand van een recent uitgevoerd kostprijsonderzoek is naar voren gekomen dat de kosten voor jeugdhulp fors stijgen. Deze kosten kunnen we gedeeltelijk opvangen met de compensatie voor jeugd die het Rijk in de Voorjaarsnota 2025 aankondigt en verwerkt in de meicirculaire 2025. De aanbesteding voor de jaren 2026 en 2027 is in volle gang.

30

Onontkoombaar Bedrijfsvoering (MOBIELE) HUISVESTING IN DE KERNEN MEDEWERKERS UOR Als werkgever zijn wij verantwoordelijk voor het zorgen voor de veiligheid en gezondheid van de medewerkers. Hierbij moeten wij voldoen aan een aantal verplichtingen uit de Arbowet. Ook vanuit meerdere medewerkers is de dringende behoefte uitgesproken om een eigen schaftruimte te hebben met een toiletvoorziening en een ruimte waar natte werkkleding gedroogd kan worden. De medewerkers hebben aangegeven dat er behoefte is aan een ruimte waar medewerkers tijdens de lunchpauze kunnen ontspannen en met elkaar in gesprek kunnen. Dit onderwerp is ook aangedragen door de preventiemedewerker en de ondernemingsraad. Voor de medewerkers van de buitendienst moeten er in de nabijheid daar waar de werknemers hun werkzaamheden verrichten voldoende aantal toiletten aanwezig zijn

ONONTKOOMBAAR GEMEENSCHAPPELIJKE REGELINGEN ONTWIKKELINGEN Muziekschool De Muziekschool trok inmiddels de conceptbegroting 2026 in vanwege technische onvolkomenheden. We verwachten voor 1 juli een aangepaste begroting te ontvangen. Naar verwachting wordt deze – evenals de ingetrokken versie - opgesteld met toepassing van de VZG-bezuinigingsrichtlijn van 2,2%. Voor onze gemeente levert dat een structureel voordeel op van € 6.125. VRZ Door de VZG richtlijn is er sprake van een niet sluitende begroting met een tekort van € 1.539.540. In het AB van 11 april is besloten een oplossingsrichting voor te leggen aan de deelnemende gemeenten. Met deze oplossingsrichting betekent dit samengevat dat de helft van het tekort bij de VRZ terecht komt (via een taakstelling in hun begroting) en de helft bij de deelnemers. Het verwerken van deze oplossingsrichting in onze begroting leidt tot een incidenteel voordeel van € 130.771 (jaren 2026 t/m 2028) en een structureel nadeel van € 81.860 (vanaf 2029). Dit laatste komt vooral door al in eerdere begrotingen aangekondigde stijging van kapitaallasten voor vervanging van materieel. RUD In de begroting van de RUD is opgenomen waarom men niet kan voldoen aan de VZG richtlijn.

Tevens is in de begroting het voldoen aan het plan van aanpak Robuuste RUD en de consequenties van de verhuizing naar Middelburg (inclusie de kosten voor het gebruik maken van de diensten van de provincie Zeeland voor de PIOFACH taken) verwerkt. Voor onze gemeente betekent bovenstaande een structureel nadeel van ruim € 430.000. GGD Zeeland Uit de begroting 2026 blijkt dat de GGD niet voldoet aan de bezuinigingsrichtlijn van 2,2% en ook afwijken 31

van de indexatierichtlijn van nihil door een percentage van 1,2% toe te passen. In onze raming hielden we echter rekening met een indexatie van 3,5%. Hieruit volgt een structureel voordeel van € 48.055. SWVO Uit de begroting 2026 van het SWVO volgt een structureel voordeel van € 55.582. Dit is een gevolg van het strikt toepassen van de VZG-bezuinigingsrichtlijn van 2,2% op de onderdelen educatie, regionaal preventiebeleid en secretariaat. Verder constateren we dat de kosten van leerlingenvervoer met name als gevolg van een lagere NEA-index (Nationale Energie Efficiency Index) minder hard stijgen dan de raming in de vorige begroting.

32

Bijlage 2 Bestaand beleid-Risicoparagraaf INLEIDING In de ontwikkelingen opgenomen in deze paragraaf zien wij mogelijke financiële risico’s die onontkoombaar zijn, dan wel waar keuzes in gemaakt moeten worden. De risico’s zijn nog niet te kwantificeren, maar doen zij zich voor, zeker de onontkoombare, betekent dit een verdere vergroting de prognose van het structurele tekort. We brengen de risico’s per sub-programma in beeld.

33

Risicoparagraaf programma 1 Werken SUB-PROGRAMMA 1.1 ECONOMIE STERK WATER GERELATEERD ZEEUWS TRANSITIEFONDS Het Zeeuws Transitiefonds is een essentieel initiatief om de energie- en grondstoffentransitie in de regio te versnellen. Marktonderzoek toont aan dat er een duidelijke behoefte is aan financiering oplopend tot € 5 miljoen per bedrijf of project. Terwijl in alle andere Nederlandse regio’s al succesvolle regionale energiefondsen actief zijn, ontbreekt in Zeeland een dergelijk fonds. Het Transitiefonds Zeeland richt zich op investeringen in de energietransitie, circulaire economie en mogelijk in de toekomst op de eiwittransitie (overgang naar meer plantaardige en minder dierlijke eiwitten). Het Transitiefonds start met een omvang van minimaal € 25 miljoen en kan doorgroeien naar €100 miljoen. Het fonds ondersteunt rendabele initiatieven met aantoonbare impact, zoals CO2-reductie en het oplossen van netcongestie, die niet volledig door private investeerders gefinancierd kunnen worden. Vanuit het Transitiefonds zal maximaal 50% van een project gefinancierd worden, met investeringsbedragen tussen €100.000 en maximaal 5-10% van de totale fondsomvang. Het fonds wordt opgezet als een B.V. en functioneert als een 100% dochteronderneming van Impuls Zeeland. De beoogde provinciale investering bedraagt €25 miljoen, waarvan €2 miljoen reeds is toegezegd vanuit de Regiodeal.

Aan de gemeente Schouwen-Duiveland wordt gevraagd om deel te nemen in het fonds met een bijdrage van € 464.000. Deze middelen worden als aandelenkapitaal ingebracht in het fonds en blijven in het fonds ter beschikking om te investeren in bedrijven of projecten in de regio. Het fonds zal geen rendement uitkeren. Deze financiële bijdrage kan ineens in 2025 of in een periode van meerdere jaren worden verstrekt.

SUB-PROGRAMMA 1.2 INNOVATIEVE LANDBOUW EN AQUACULTUUR DOORONTWIKKELING LIVING LAB SCHOUWEN-DUIVELAND De financiering voor het programmaonderdeel ‘broedplaats zoet water Schouwen-Duiveland' van Living Lab eindigt op 1 april. In 2025 starten we een nieuw programma Living Lab m.b.t. bodem, water, landbouw en natuur in het landelijk gebied. De doorontwikkeling van Living Lab en het nieuwe conceptprogramma is aangedragen voor de Regiodeal Zeeuws-Vlaanderen / Zeeland (6e tranche gericht op brede welvaart en vitale regio's in de periferie van NL). Deze heeft een looptijd van 4 jaar en de uitvoering start in najaar 2025. De doelen van het Living Lab dragen bij aan de doelen van deze Regiodeal (thema fysieke leefomgeving). We zetten in op innovatie, kennis en governance met betrekking tot een klimaat robuuste toekomstbestendige inrichting van het landelijk gebied dat bijdraagt aan verschillende opgaven en samenhangende doelen. Doelen op het gebied van voedselproductie/voedselzekerheid, aantrekkelijke en ecologische landschapsontwikkeling. Deze dragen bij aan economische vitaliteit en leggen verbindingen binnen en buiten de regio, ook met het onderwijs en studenten. Hiervoor willen € 1 miljoen inbrengen als cofinanciering, dat verdubbeld wordt door rijksgeld uit de Regiodeal. Hiervoor is reeds tot en met 2028 €0,77 miljoen beschikbaar.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15722542/1