1475244 Bijlage 7b Ruimtelijke onderbouwing Daniel Ockersestraat juli 25 geel gearceerd
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Daniël Ockersestraat 1 Dreischor Gemeente Schouwen-Duiveland
Juli 2025
Buro Kours Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Tel 06 466 27 079
www.burokours.nl
Ruimtelijke onderbouwing- Daniël Ockersestraat 1- Dreischor
Titel
Ruimtelijke onderbouwing Daniël Ockersestraat 1 Dreischor
Kenmerk
: 2024.273. 02
Gemeente
: Schouwen- Duiveland
Datum
: 23 Juli 2025
Auteur
: F.G.P. Savelkouls MSc. Buro Kours: Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Ruimtelijke onderbouwing- Daniël Ockersestraat 1- Dreischor
Ruimtelijke onderbouwing- Daniël Ockersestraat 1- Dreischor
-INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING ................................................................................................. 6
1.1 1.2 1.3 1.4
AANLEIDING EN DOEL................................................................................ 6 LIGGING EN KADASTRALE BEGRENZING ...................................................... 6 GEBIEDSOMSCHRIJVING ............................................................................ 7 BESTAANDE EN BEOOGDE SITUATIE ............................................................ 9
2.
BELEIDSKADER......................................................................................... 11
2.1 2.2
RIJKSBELEID .......................................................................................... 11 PROVINCIAAL BELEID .............................................................................. 12
2.3
GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................ 13
3.
RUIMTELIJKE EN MILIEUKUNDIGE ASPECTEN .......................................... 22
3.1 3.2
BODEM .................................................................................................. 22 WEGVERKEERSLAWAAI ............................................................................ 22
3.3 3.4 3.5
MOBILITEIT EN PARKEREN ....................................................................... 23 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .............................................................. 24 LUCHTKWALITEIT .................................................................................... 25
3.6 3.7 3.8
FLORA EN FAUNA .................................................................................... 26 ARCHEOLOGIE ........................................................................................ 28 CULTUURHISTORIE .................................................................................. 29
3.9 3.10 3.11
EXTERNE VEILIGHEID .............................................................................. 31 WATER................................................................................................... 33 VORMVRIJE MER -BEOORDELING............................................................... 36
4.
UITVOERBAARHEID .................................................................................. 37
4.1 4.2 4.3
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ........................................................... 37 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID .................................................... 37 PROCEDURE ........................................................................................... 38
BIJLAGEN ........................................................................................................... 39
Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
5
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
Het besluitgebied is gelegen aan de Daniël Ockersestraat 1, 4315 AR in Dreischor. De locatie bevindt zich binnen het cultuurhistorisch waardevolle gedeelte van de kern. Ter plaatse is een karakteristieke Zeeuwse schuur aanwezig. De initiatiefnemer beoogt om de schuur aan te passen en te gaan gebruiken als gezinswoning voor kleinere huishoudens. Ter plaatse is het bestemmingsplan ‘Bebouwde kom Brouwershaven, Dreischor en Noordgouwe’ uit 2013 van toepassing. De projectlocatie beschikt over de bestemming ‘Wonen’ met een bouwvlak en onder meer de dubbelbestemming ‘Waarde- Beschermd Stads- dorpsgezicht’. Binnen de geldende woonbestemming zijn uitsluitend hoofdgebouwen toegestaan binnen een aanduiding die de bouwwijze vastlegt. Ter hoogte van de bestaande schuur is geen dergelijke aanduiding opgenomen. De gewenste ontwikkeling is mogelijk op basis van een omgevingsvergunning waarmee wordt afgeweken van de geldende regeling. Voor een dergelijke procedure is medewerking nodig van het College van Burgemeester & Wethouders van de gemeente Schouwen- Duiveland. Per brief van 4 december 2023 heeft de gemeente Schouwen- Duiveland aangegeven dat ze in principe en onder voorwaarden positief staat ten opzichte van het transformeren van de karakteristieke schuur naar een zelfstandige wooneenheid.
Eén van de voorwaarden is dat het huidige karakter en de geslotenheid van de bestaande gevels en het dakvlak zo veel mogelijk behouden blijft. In december 2023 is een omgevingsvergunningaanvraag ingediend op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo. Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag dient de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing te bevatten.
1.2
Ligging en kadastrale begrenzing
De projectlocatie bevindt binnen de bebouwde kom van Dreischor. Kadastraal is het perceel bekend als Brouwershaven, sectie K, nummer 163. Op onderstaande kaarten wordt de bestaande situatie van het besluitgebied en de kadastrale begrenzing weergegeven.
Figuur 1 Locatie besluitgebied rood gemarkeerd (ruimtelijkeplannen.nl)
Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
6
Figuur 2 Omgeving projectgebied
1.3
Gebiedsomschrijving
De projectlocatie bevindt zich binnen de historische dorpskern van Dreischor, direct ten zuiden van de Kerkring. Dreischor is met circa 1000 inwoners één van de kleinere kernen van de gemeente Schouwen- Duiveland. De historische dorpskern heeft de stedenbouwkundige structuur van een ringdorp. Centraal in het dorp staat de wat hoger gelegen Sint- Adriaans kerk met het bijbehorende kerkhof en een gracht. De gracht in Dreischor is één van laatste bewaard gebleven ringdorpgrachten van Schouwen- Duiveland. De kerk dateert van omstreeks de 14e eeuw. Rondom de kerk ligt een ring met bebouwing. De bebouwingsstructuur rondom de historische dorpsstraten zoals de Ring en de Weststraat is erg compact. De bebouwing was van oorsprong agrarisch. In de loop der jaren zijn de boerderijen verdwenen en zijn deze vervangen door woonbebouwing. De woningen in het dorpshart zijn veelal aaneengesloten gebouwd en staan met de voorgevel dicht op de straat. Achter de eerste ring is een eveneens ringvormig stratenpatroon van achterstraten ontstaan waar in de loop der tijd nieuwe huizen werden gebouwd die niet meer binnen de eerste ring pasten. Tussen de Ring en de achterstraat zijn een aantal korte radiale dwarsverbindingen gelegen. De middeleeuwse ringdorp-structuur van het huidige Dreischor staat bekend als één van de best bewaarde ringdorpen van Zeeland.
De kerkring, de achterstraten en het gebied direct ten zuiden daarvan zijn in 1972 aangewezen als beschermd stads- en dorpsgezicht. Behalve de kerk zijn er nog een dertigtal rijksmonumenten aanwezig in Dreischor. Het merendeel hiervan bevindt zich binnen de historische kern. De kern Dreischor is van oudsher een vlasdorp. In de polders om de kern werd vlas verbouwd en vervolgens in kleine boerderijen in de directe omgeving bewerkt en verwerkt voor de productie van onder meer linnen en lijnzaadolie. Met name aan de zuidzijde van de kern, in de richting van de Bogerdweg zijn een aantal vlasboerderijen bewaard gebleven. Met name na de Tweede Wereldoorlog en de Watersnoodramp is nieuwe bebouwing aan de kern toegevoegd langs, en in aansluiting op, de achterstraten. De huidige kern Dreischor wordt ontsloten via de Zuidstraat, naar de Welleweg en de Stoofweg in noordelijke richting en via onder meer de Molenweg en de Bogerdweg naar de Rijksweg N59 in zuidelijke richting.
Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
7
De compacte stedenbouwkundige structuur van de historische kern onderscheidt zich sterk van de latere, veel ruimer opgezette dorpsuitbreidingen aan met name de noordwestzijde van de kern. Binnen de kern zijn hoofdzakelijk woonfuncties gelegen. Binnen de dorpskern is een beperkt aanbod aan sociaal- maatschappelijke en commerciële functies aanwezig. Verspreid over de kern zijn verder een aantal kleinschalige bedrijfsmatige functies gevestigd. Het aanbod aan maatschappelijke en commerciële functies in de huidige kern is zeer beperkt. In Dreischor zijn onder meer een dorpshuis, een basisschool en een (vrijwillige) brandweerpost gelegen. Veel van de overige aanwezige voorzieningen zijn kleinschalig en gericht op toerisme. De Daniël Ockersestraat is één van de historische achterstraten ten zuiden van de kerkring. De straat is met een breedte van circa 6 meter een smalle straat. De bestrating bestaat uit klinkers en heeft geen wegmarkering. De straat is verkeersluw en functioneert als woonstraat/ erftoegangsweg. Het merendeel van de bebouwing staat direct aan de straat. Behalve de gronden direct om de kerk, is binnen de openbare ruimte van het historische centrum zeer beperkt groen aanwezig. De bebouwing is evenwijdig aan de straat georiënteerd.
Door de smalle straten, de korte afstand van gevels tot de weg en het nagenoeg ontbreken van openbaar groen, heeft het historische deel van de kern een gesloten en compact karakter.
1925
1950
1975
2000
Figuur 3 Ontwikkeling omgeving besluitlocatie (Topotijdreis)
Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
8
1.4 -
-
-
-
-
-
Bestaande en beoogde situatie De projectlocatie bevindt zich binnen de cultuurhistorisch waardevolle dorpskern van Dreischor, aan een achterstraat achter de kerkring; Binnen het besluitgebied is een karakteristieke Zeeuwse schuur gelegen (MIP-object 3021); De schuur wordt gebruikt als garage en voor de opslag van huisraad; De huidige bebouwing heeft een oppervlakte van circa 70m2 en bestaat uit een enkele verdieping met kap. De schuur is opgebouwd uit zwart gepotdekseld houtwerk met luiken, rode dakpannen en traditionele elementen zoals houten windveren. Het bijbehorende perceel is volledig verhard met bestrating; De locatie maakt onderdeel uit van het beschermde dorpsgezicht van Dreischor. De besluitlocatie ligt in een dorpse omgeving met overwegend woonfuncties; Ter plaatse is op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Bebouwde kom Brouwershaven, Dreischor en Noordgouwe’ uit 2013 de bestemming ‘Wonen’ van kracht en is aan het hele woonperceel een bouwvlak toegekend; De initiatiefnemer wenst om de bestaande schuur te transformeren door deze te slopen en te herbouwen om deze te kunnen gebruiken als woning. Het aanzicht van de bebouwing blijft in de beoogde situatie zo veel mogelijk gelijk aan de historische situatie.
Om de beoogde ontwikkeling te realiseren wordt op basis van een omgevingsvergunningaanvraag afgeweken van het geldende bestemmingsplan ‘Bebouwde kom Brouwershaven, Dreischor en Noordgouwe’; De beoogde woning betreft een vrijstaande gezinswoning en wordt gerealiseerd op basis van particulier opdrachtgeverschap. De nieuwe woning zal levensloopbestendig worden gerealiseerd. Alle primaire voorzieningen bevinden zich op één woonlaag; Er zal worden voldaan aan de geldende duurzaamheidsvereisten. Er wordt energieneutraal, zonder gasaansluiting gebouwd en worden verwarmd met behulp van een warmtepomp; In de beoogde situatie heeft de woning een oppervlakte van circa 84m2, een bouwhoogte van circa 8 meter en een goothoogte van circa 4 meter; De woning voorziet voor de lange termijn in de actuele lokale behoefte aan levensloopgeschikte woningen voor kleinere huishoudens; Het historische karakter van de schuur waaronder de gevelindeling met gepotdekselde gevels met luiken en het rode pannendak met traditionele elementen blijft ook in de nieuwe situatie behouden. De beoogde situatie is meermaals ter advisering voorgelegd aan de Commissie ruimtelijke kwaliteit. De Commissie heeft in april 2025 een positief advies uitgebracht; De locatie wordt ook in de nieuwe situatie ontsloten via de Zuidstraat; Op eigen terrein worden 2 parkeerplaatsen aangelegd.
Hiermee wordt de parkeerbehoefte op eigen perceel opgevangen. Er is als gevolg van de nieuwe woonfunctie geen sprake van een grote verkeersaantrekkende werking.
Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een afwijking nodig van het bestemmingsplan ‘Bebouwde kom Brouwershaven, Dreischor en Noordgouwe’ op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo. In het volgende hoofdstuk wordt de ruimtelijke en de milieukundige inpasbaarheid nader onderzocht.
Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
9
Figuur 4 Uitgangssituatie Schuur Daniël Ockersestraat
Figuur 5 Voorgevel beoogde situatie (Erik van den Bos Architect April 2025)
Figuur 6 Impressie beoogde situatie (Erik van den Bos Architect April 2025)
Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
10
2.
BELEIDSKADER
2.1
Rijksbeleid
2.1.1 NOVI Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld door de Tweede Kamer. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving tot 2050. De NOVI benoemt nationale belangen en geeft richting ten aanzien van vier prioritaire opgaven. Tevens is er ruimte voor regionaal maatwerk en een gebiedsgerichte uitwerking. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal de omgevingsvisie de status hebben van een Nationale Omgevingsvisie. Nationale belangen bestaan onder meer uit het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie en de ontwikkeling van een circulaire economie met behoud van onder meer biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoogde ontwikkeling De ontwikkeling is kleinschalig van aard en niet strijdig met het Rijksbelang. Het ontwikkelen van een kleinschalige gezinswoning binnen de bebouwde kom past binnen de kernprioriteit ‘sterke en gezonde steden en regio’s’. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen het Rijksbeleid zoals opgenomen in de NOVI.
2.1.2 Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening Voor de bescherming van de nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening stelde de minister regels aan de inhoud van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen. Dit is gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro komen de nationale belangen als titels terug. Verdere uitwerking vindt plaats in de onderliggende ministeriële Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. De regels in het besluit zijn concreet normstellend en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. Conclusie Voor het besluitgebied zijn er geen nationale belangen in het geding.
2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op basis van artikel 3.1 lid 6 Bro dient een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren op welke wijze er toepassing is gegeven aan de voorwaarde van duurzaam ruimtegebruik. Op deze manier wordt een zorgvuldige en transparante afweging bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd en wordt de aanwezige ruimte in stedelijk gebied optimaal benut. Een stedelijke ontwikkeling is gemotiveerd als (artikel 1.1.1 lid 1, aanhef en onder i Bro): 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling die voorziet in niet meer dan 11 woningen of een nieuw ruimtebeslag van minder dan 500m2, niet als een stedelijke ontwikkeling aangemerkt kan worden.
Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
11
De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen de bebouwde kom. Met het (her)ontwikkelen van een schuur naar een woning, is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening. De Ladder voor Duurzame verstedelijking is voor onderhavig project niet van toepassing. Conclusie De beoogde ontwikkeling is wat betreft aard en omvang niet aan te merken als een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor Duurzame verstedelijking is voor onderhavig project niet van toepassing.
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1 Zeeuwse Omgevingsbeleid De Gedeputeerde Staten hebben op 12 november 2021 de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie is een strategisch lange termijn kader waarin de lange termijn ambities tot 2050 en de Zeeuwse kernkwaliteiten zijn weergegeven. Deel A omvat de beleidsdoelstellingen bestaande uit vier ambities en 27 bouwstenen. De vier ambities sluiten aan bij de prioriteiten van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De vier centrale ambities tot 2050 zijn geformuleerd als: Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; Balans in de grote wateren en het landelijk gebied; Een duurzame en innovatie economie; Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. De vier ambities sluiten aan bij de prioriteiten van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat deze de karakteristieke eigenheid van het landschap niet mogen aantasten. Tot de kernkwaliteiten van het Zeeuwse landschap behoren combinaties van functies waar zowel economische, natuurlijke als culturele elementen deel van uitmaken. Het uitdragen van de Zeeuwse identiteit draagt bij aan het versterken van het vestigingsklimaat en een aantrekkelijke woonomgeving. De juridische vertaling van het ruimtelijke provinciale beleid vindt plaats in de Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018.
De Omgevingsverordening is op 21 september 2018 vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten en is vervolgens een aantal maal op onderdelen gewijzigd. De laatste wijziging is vastgesteld op 29 juni 2023. In het bijbehorende Omgevingsplan staan de vier belangrijkste strategische opgaven tot 2040 centraal. De doorwerking van de hoofddoelstellingen naar concrete en bindende beleidsopgaven vindt plaats in de Omgevingsverordening. De strategische opgaven van de provincie zijn geformuleerd als: -
-
-
Duurzame en concurrerende economie: kerndoelstellingen zijn hierbij onder meer de ontwikkeling van een circulaire economie, vraaggerichte programmering van bedrijventerreinen en specifieke bedrijfstakken, stimuleren van de vrijetijdssector en het ontwikkelen van natuurbeleving. Ruimtelijke ontwikkelingen vinden zo veel mogelijk plaats binnen de begrenzing van de bestaande stedelijke structuur; Klimaatbestendige en -neutrale samenleving: de Provincie zet in op hernieuwbare vormen van energie, verbetering van de waterkwaliteit en waterveiligheid (klimaatadaptatie). Verdichting van de bestaande stedelijke structuur biedt mogelijkheden voor verduurzaming van de woningvoorraad; Waardevolle leefomgeving: hierin staan de provinciale ambities met betrekking tot behoud en versterking van kenmerkende landschapselementen, biodiversiteit, cultuurhistorische waarden en duurzaam bodemgebruik centraal. Ontwikkelingen dienen een bijdrage te leveren aan het versterken van het Zeeuwse landschap en de Zeeuwse identiteit; Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
12
-
Toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfomgeving: centraal binnen deze opgave staat het streven naar een woningvoorraad die aansluit bij actuele woonbehoeften, het behoud van voorzieningenniveau, behoud van het vestigingsklimaat en herstructurering en inbreiding van bestaand stedelijk gebied. Nieuwe woningbouwontwikkelingen dienen bovendien te passen binnen de regionale woningbouwprogrammering. De focus in de regionale afspraken ligt op herstructurering van de bestaande voorraad. Door concentratie van voorzieningen en woningbouw binnen de kern, wordt het draagvlak voor voorzieningen versterkt. Transformatie van leegstaande bebouwing, de herontwikkeling van cultureel erfgoed en het tegengaan van verval van bebouwing door leegstand zijn belangrijke ruimtelijke opgaven.
Besluitgebied In de beoogde situatie wordt karakteristieke bebouwing op een woonperceel in een cultuurhistorisch waardevolle woonomgeving getransformeerd voor gebruik als woning. Het aanzicht, waaronder het gesloten karakter, de situering en het kleur- en materiaalgebruik van de bebouwing blijft hierbij zo veel mogelijk behouden. Het ontwerp van de woning is ter beoordeling voorgelegd aan de Commissie ruimtelijke kwaliteit. De Commissie heeft in april 2025 een positief advies uitgebracht. Met het toevoegen van een woonfunctie binnen een woonbestemming en binnen de bebouwde kom is sprake van duurzaam ruimtegebruik. De nieuwe bebouwing sluit aan bij de hedendaagse duurzaamheidsdoelstellingen. Met de beoogde ontwikkeling wordt een middeldure woning aan de woningvoorraad toegevoegd. Het toevoegen van middeldure woningen voor kleinere huishoudens past binnen de afspraken over de beschikbare regionale plancapaciteit. Het herinvullen van bebouwd gebied binnen de bebouwde kom als een kleinschalige woonfunctie, past binnen de strategische opgaven ‘Waardevolle leefomgeving’ en ‘Toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfomgeving’. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de strategische opgaven zoals vastgelegd in het omgevingsbeleid van de Provincie Zeeland.
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1 Strategische visie ‘Tij van de toekomst 2011- 2040’ Op 3 oktober 2011 is de gemeentelijke ruimtelijke ontwikkelingsvisie tot 2040 vastgesteld. Voor het gebied Schouwen- Duiveland spelen een aantal maatschappelijke opgaven die rechtstreeks doorwerken in het ruimtelijke beleid. In de strategische visie worden thema’s als wonen, werken, verblijven in samenhang met behoud van het karakteristieke landschap en bescherming van de natuur benaderd. Op de middellange termijn spelen in de gemeente onder meer de volgende thema’s. - het ontwikkelen van een goed voorzieningenniveau; - het behouden van een prettig woonklimaat dat aansluit bij de woonbehoeften; - het behoud van de sociale samenhang en de leefbaarheid in de kernen; - een betaalbaar en goed zorgaanbod dat aansluit bij de behoefte. In de strategische visie stelt de gemeente Schouwen- Duiveland zichzelf de doelstelling om als vakantie-eiland een toonaangevende watereconomie te ontwikkelen die een duurzame verbinding vormt tussen wonen, werken, zorgen en genieten. Dit betekent dat om het karakteristieke kustlandschap te kunnen behouden, nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in eerste instantie binnen de bebouwde kom worden geconcentreerd. Met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen buiten de bebouwde kom wordt terughoudend omgegaan.
Door concentratie en transformatie van bebouwing worden leegstand en verpaupering zo veel mogelijk voorkomen. Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
13
Als gevolg van vergrijzing verandert de woningvraag in de vorm van huishoudensverdunning en krimp. Dit brengt uitdagingen met zich mee voor de beschikbare beroepsbevolking en het voorzieningenaanbod. (Verblijfs)recreatie is van groot economisch belang voor de regio. Een deel van de aanwezige verblijfsrecreatie sluit onvoldoende aan bij de actuele vraag. Toename aan bebouwing en intensivering van gebruik heeft negatieve gevolgen voor de herkenbaarheid van het Zeeuwse landschap en de kwetsbare natuur in het gebied. Voor het eiland is een toeristische hoofdstructuur opgesteld (THS). Verblijfsrecreatieve voorzieningen concentreren zich voornamelijk in het noordwestelijke deel van het eiland. Nieuwe ontwikkelingen dienen te passen in het landschap en over voldoende draagvlak in de samenleving te beschikken. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen dient zorgvuldig omgegaan te worden met de landschappelijke kwaliteiten. Onderdeel hiervan is dat bebouwing zoveel mogelijk wordt geconcentreerd binnen bestaand bebouwd gebied. Besluitgebied Met het ontwikkelen van een middeldure gezinswoning voor kleinere huishoudens wordt bijgedragen aan het behouden van een gedifferentieerde woningvoorraad. Er is op regionale schaal een grote behoefte aan grondgebonden gezinswoningen voor kleinere huishoudens.
Met het realiseren van een gezinswoning binnen de dorpskern wordt bijgedragen aan het behouden van een vitale dorpskern met voldoende draagvlak voor voorzieningen. Binnen de kern zijn een (beperkt) aantal primaire voorzieningen (waaronder een basisschool) aanwezig. Voor een deel van de dagelijkse behoefte zijn inwoners afhankelijk van andere kernen in de omgeving zoals Brouwershaven en Zierikzee. Met hergebruik en transformatie van bebouwing wordt leegstand voorkomen en wordt de beschikbare ruimte binnen de kern zo optimaal mogelijk benut. De bebouwing zal in de beoogde situatie voldoen aan de hedendaagse duurzaamheidsdoelstellingen en gebruikswensen. Het karakter van de huidige bebouwing, blijft zo veel mogelijk gelijk aan de historische situatie. Conclusie De ontwikkeling is kleinschalig en sluit aan bij de aard en karakteristiek van de cultuurhistorisch waardevolle (woon)omgeving. De ontwikkeling sluit aan bij de lange termijn ruimtelijke doelstellingen uit de structuurvisie.
2.3.2 Woonvisie 2018- 2027 Op 28 juni 2018 heeft de gemeente Schouwen- Duiveland de regionale woonvisie vastgesteld. In de nieuwe woonvisie zijn de resultaten uit de woningmarktanalyse voor de periode 2017- 2027 en de evaluatie van de Woonvisie 2013- 2018 opgenomen. In de herziene woonvisie zijn de effecten van de actuele economische en demografische ontwikkelingen op de woningmarkt en de trends op de middellange termijn opgenomen. Trend In het woningbouwbeleid wordt de woningmarktontwikkeling op Schouwen- Duiveland als een integraal systeem benaderd. De verschillende kernen in de gemeente maken allemaal onderdeel uit van dezelfde woningmarkt. Een ontwikkeling in de ene kern heeft daardoor ook effect op andere kernen in de gemeente. Op basis van een woningmarktanalyse voor de periode 2017- 2027 wordt verwacht dat er op de lange termijn nauwelijks behoefte is aan structureel méér woningen. Wel is er een groeiende vraag naar levensloopbestendige en flexibele woningen voor kleinere huishoudens. Het woningbouwprogramma verschuift daarmee van een kwantitatieve naar een kwalitatieve opgave waarbij herstructurering centraal staat. Het huidige woningbouwprogramma richt zich met name op het versterken van de leefbaarheid in de kernen en het concentreren van voorzieningen.
Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
14
De strategische doelstellingen in het gemeenlijk woningbouwbeleid tot 2027 bestaan uit: -
Verbeteren van de kwaliteit van de bestaande woningvoorraad; Het onttrekken van woningen die verouderd of incourant zijn;
-
Het toevoegen van woningen waar er te weinig van zijn.
In het woningbouwbeleid wordt uitgegaan van een gebiedsgerichte benadering. Tot en met 2027 is ruimte voor het toevoegen van zo’n 480 woningen om invulling te kunnen geven aan de lokale woonbehoefte. De gemeente gaat bij de woningmarktontwikkeling uit van een categorisering in groeikernen, balanskernen en transitiekernen. In balans- en transitiekernen is geen kwantitatieve uitbreiding van de woningvoorraad nodig. Tot de groeikernen waar behoefte is aan netto meer woningen, behoren Zierikzee, Burg-Haamstede en Bruinisse. De huidige woningvoorraad bestaat met name in de kleinere kernen voor een groot deel uit eenvoudige woningen die zijn opgericht vóór 1950 of in de periode tussen 1950 en 1970. Deze woningen zijn het minst aantrekkelijk binnen de woningmarkt en hebben op de langere termijn een relatief grote kans op leegstand. Ook binnen balans- en transitiekernen is het hierdoor nodig om de lokale woningvoorraad te blijven vernieuwen om de kernen vitaal te kunnen houden. Er is sprake van een regionale transitieopgave. Om de bestaande diversiteit aan woonomgevingen ook in de toekomst te kunnen behouden en versterken, wordt in het woningbouwbeleid onderscheid gemaakt in verschillende woonmilieu’s. Binnen het woonmilieu ‘dorpswonen’ bestaat een regionale behoefte van ca 50 woningen. In de Woonvisie is een toetsingskader voor nieuwe woningbouwplannen opgesteld.
Bij een nieuwe ontwikkeling wordt getoetst in hoeverre deze invulling geeft aan de lokale woonbehoefte en bijdraagt aan een versterking van de woningvoorraad. Een nieuwe ontwikkeling dient invulling te geven aan de transitieopgave. Er bestaat binnen de gemeente een grote kwalitatieve behoefte aan grondgebonden koopwoningen en levensloopgeschikte woningen die zijn gelegen dichtbij voorzieningen en die sociaal veilig en goed ontsloten zijn. Een levensloopgeschikte woning kan worden bereikt zonder traptreden en heeft alle primaire voorzieningen op één woonlaag. Door levensloopgeschikt te bouwen, wordt bovendien de flexibiliteit in de hele woonvoorraad bevorderd. Door het realiseren van met name woningen voor de doelgroep kleinere huishoudens (jonge huishoudens, senioren) worden indirect mogelijkheden geboden voor meerdere doelgroepen binnen de woningmarkt om door te kunnen stromen. (Her)bouw vindt plaats op een structuurversterkende plek. Hiervan is onder meer sprake bij herstructurering van bestaande verouderde bebouwing, bij beeldbepalende locaties in het hart of zeer nabij het centrum, in de directe nabijheid van voorzieningen en met een goede bereikbaarheid. Inbreiding gaat hierbij voor uitbreiding. Dreischor De besluitlocatie bevindt zich binnen het woonmilieu ‘Dorps wonen’. Kenmerkend voor dit woonmilieu is de rust en ruimte en de stilte van de polders.
De kernen binnen dit woonmilieu hebben een relatief jonge leeftijdsopbouw. Voor de kern Dreischor wordt er volgens de verschillende prognosemodellen voor huishoudensontwikkeling in de periode tot en met 2027 een stagnatie tot een lichte afname van het aantal gevestigde huishoudens verwacht. Tevens wordt er geen grote vraag vanuit nieuwe vestigers verwacht. In Dreischor is de komende jaren daarom een stagnatie te verwachten van de vraag naar woningen. De kern is in het woningbouwbeleid aangemerkt als ‘balanskern’. Het toevoegen van woningen is hier alleen mogelijk als dit noodzakelijk is om op de middellange termijn de leefbaarheid te kunnen behouden en er wordt gebouwd op een structuurversterkende plek. Op basis van de te verwachten huishoudensverdunning is er binnen het woonmilieu ‘dorpswonen’ een kwalitatieve behoefte aan appartementen/ nultreden woningen in de middeldure huur, het betaalbare koopsegment en in beperkte mate aan grondgebonden (huur)woningen (waaronder levensloopbestendige en energiezuinige woningen). Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
15
Woningmarktanalyse Schouwen-Duiveland 2020 In 2021 is de Woningmarktanalyse Schouwen-Duiveland 2020 vastgesteld. Op basis van de actuele woningmarktanalyse zijn aanvullende regionale woningmarktafspraken gemaakt met de provincie. Uit de provinciale prognose van de regionale huishoudensontwikkeling blijkt namelijk dat het aantal huishoudens toeneemt en dat er met name een kwalitatieve woningmarktopgave bestaat. Binnen de gemeente is sprake van een krappe woningmarkt waarbij de mogelijkheid stagneert om kleinere huishoudens zoals starters en ouderen voldoende geschikte woningen te kunnen bieden. Er zijn een aantal structurele ingrepen nodig om de noodzakelijke doorstroming in de verhuisketen op gang te brengen: 1. Bevordering doorstroming door het toevoegen van zoveel mogelijk levensloopgeschikte woningen; 2. Tegengaan
van
verdringing
op
de
woningmarkt
door
middel
van
een
doelgroepenverordening en een zelfbewoningsplicht; 3. Het uitnutten van een flexibele schil door het realiseren van wooneenheden die bereikbaar en financierbaar zijn. Op basis van een Transitieprogramma worden 235 levensloopgeschikte woningen toegevoegd aan de woningvoorraad waarmee de noodzakelijke bewegingsruimte binnen de woningmarkt kan ontstaan. Onderdeel van het transitieprogramma is dat op de lange termijn tevens 235 woningen aan de voorraad worden onttrokken zodra zich negatieve effecten voordoen. De extra plancapaciteit kan zowel binnen groeikernen, balanskernen en transitiekernen worden gerealiseerd. Besluitgebied In de Woonvisie is een toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen opgesteld. Bij een nieuwe ontwikkeling wordt binnen het woningbouwbeleid getoetst in hoeverre deze invulling geeft aan de lokale woonbehoefte en bijdraagt aan een versterking van de woningvoorraad. Binnen kleine kernen is in beperkte mate behoefte aan levensloopbestendige woningen voor kleine huishoudens ter verbetering van de woningvoorraad van de kern. Met de beoogde ontwikkeling wordt de realisatie van één kleinschalige grondgebonden woning mogelijk gemaakt op een structuurversterkende locatie. De woning wordt levensloopgeschikt uitgevoerd met alle primaire voorzieningen op de begane grond. De woning wordt gasloos gerealiseerd en geïsoleerd volgens de actuele duurzaamheidsvereisten.
De woning voorziet voor de lange termijn in de actuele lokale behoefte aan levensloopgeschikte en woningen voor kleinere huishoudens en draagt bij aan de benodigde doorstroming binnen de woningmarkt. Kleinschalige woningbouwontwikkelingen dragen bij aan het versterken van het draagvlak voor bestaande dorpsvoorzieningen en daarmee aan het lange termijn behoud van de vitaliteit en leefbaarheid van de kern. De locatie is goed ontsloten en ligt nabij de dorpsvoorzieningen van de kern Dreischor. De beoogde woning sluit zo veel mogelijk aan op het karakter van de historische bebouwing wat betreft gevelbeeld, dakvlak, situering en het kleur-, en materiaalgebruik. Conclusie De beoogde situatie past binnen de doelstellingen van het woningbouwbeleid.
2.3.3 Vigerend bestemmingsplan Ter hoogte van de projectlocatie is het bestemmingsplan ‘Bebouwde kom Brouwershaven, Dreischor en Noordgouwe’ van toepassing (vastgesteld op 30 mei 2013). Het perceel beschikt over de bestemming ‘Wonen’ behorende bij de woning aan de Ring 5, welke volledig is voorzien van een bouwvlak. Binnen de woning aan de Ring 5 is op basis van de functieaanduiding ‘bed & breakfast’ tevens een bed & breakfast toegestaan. Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
16
De bijzondere cultuurhistorische waarden van het historische gedeelte de kern Dreischor worden beschermd op basis van de dubbelbestemming ‘Waarde- Beschermd Stads- dorpsgezicht’. Ter hoogte van het besluitperceel is de gebiedsaanduiding ‘zone-b’ toegekend. In bijlage 1 van de planregels is een kappenkaart opgenomen voor de bebouwing binnen het beschermd dorpsgezicht. In deze bijlage zijn tevens de gebouwen met een monumentale status weergegeven. De dakvorm, bouwhoogte en goothoogte van bebouwing mag niet afwijken van de bouwwijze in bijlage 1. De schuur ter plaatse dient te zijn uitgevoerd met een dwarskap. De bestaande schuur is niet aangemerkt als monument. Met de beoogde woonfunctie wordt aangesloten op de karakteristiek van het beschermde dorpsgezicht. Zie tevens paragraaf 3.8. De besluitlocatie ligt binnen de gebiedsaanduiding ‘Vrijwaringszone – molenbiotoop’ van de korenmolen ‘Aeolus’ aan de Molenweg 17. Ter bescherming van de windvang van de molen zijn beperkingen gesteld aan de maximale bouwhoogte van bouwwerken. Het perceel ligt op meer dan 300 meter afstand van de molen aan de Molenweg. Binnen een afstand van 100 tot 400 meter van mag geen bebouwing worden opgericht die invloed kan hebben op de vrije windvang van de molen. De besluitlocatie ligt binnen het dorpscentrum van Dreischor.
De bestaande bebouwing direct ten zuiden van de Daniël Ockersestraat heeft op basis van het bestemmingsplan reeds een bouwhoogte van 7,7 tot 8,5 meter. De beoogde ontwikkeling maakt geen hogere bouwwerken mogelijk en heeft daardoor geen invloed op de windvang van de molen (zie tevens onder paragraaf 3.8). Ter hoogte van de projectlocatie geldt de dubbelbestemming ‘Waarde- Archeologie- 5’ ter bescherming van mogelijk in de ondergrond aanwezige archeologische relicten. Bij bodem verstorende activiteiten met een grondoppervlak vanaf 250m2 en een bewerkingsdiepte vanaf 50 cm– mv is een verkennend archeologisch onderzoek noodzakelijk. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot bodemverstorende werkzaamheden boven de vrijstellingsgrens.
Figuur 5 Uitsnede
bestemmingsplan
‘Bebouwde
kom
Brouwershaven,
Dreischor
en
Noordgouwe’:
enkelbestemming ‘Wonen (besluitgebied gemarkeerd met rode aanwijzer).
Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
17
Figuur 6 Uitsnede Bijlage 1 regels: Kappenkaart: dwarskap
Conclusie In het geldende bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen om ter hoogte van de huidige schuur een zelfstandige woonfunctie mogelijk te maken. Om de beoogde ontwikkeling mogelijk te maken zal van het geldende bestemmingsplan moeten worden afgeweken op basis van een omgevingsvergunningprocedure (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo). Hierbij dient tevens sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening.
2.3.4 Welstandsbeleid De gemeente Schouwen-Duiveland heeft in 2012 de Welstandsnota 2012 vastgesteld. In 2023 is de Welstandnota herzien. Op basis van het welstandsbeleid wordt invulling gegeven aan het beleidsdoel uit de strategische visie ‘Tij van de Toekomst’ om de cultuurhistorische kwaliteit te verbeteren. In de nota staan kaders voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen binnen cultuurhistorisch waardevolle objecten en gebieden. Complexe ruimtelijke ontwikkelingen worden getoetst door de Commissie ruimtelijke kwaliteit. Het welstandsbeleid maakt onderscheid in gebiedsgerichte en objectgerichte criteria. Er wordt onderscheid gemaakt in vier welstandsniveaus: 1. Beschermde stads- en dorpsgezichten en monumenten 2. Bijzondere welstandsgebieden 3. Reguliere welstandsgebieden 4. Welstandsvrije gebieden. Binnen de gemeente Schouwen-Duiveland zijn twee beschermde stadsgezichten en twee beschermde dorpsgezichten aangewezen. Aan de historische kern van Dreischor is op basis van de Erfgoednota de status van Beschermd stads- en dorpsgezicht toegekend. De gebieden en objecten aangemerkt als welstandsniveau 1 hebben een zeer hoge kwaliteit en krijgen extra bescherming gericht op behoud en herkenbaarheid van de historische context. De gebieds- en objectgerichte welstandscriteria worden in deze gebieden door de welstands-/ monumentencommissie nauwgezet toegepast.
Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
18
De kern Dreischor wordt gezien als het meest herkenbare en best bewaarde ringdorp van Zeeland. De historische kern is om deze reden aangewezen als beschermd dorpsgezicht. De Hervormde Kerk met de omliggende gracht en de vrijwel geheel aaneengeschakelde bebouwing rond de ring zijn van bijzondere cultuurhistorische waarde. De bebouwing rond de ring heeft een sterke samenhang en staat overwegend in één rooilijn zonder voortuin. De verschillende panden zijn individueel van karakter met een grote variatie in bouwhoogte, gevel- en kapvorm en toepassing van kleur- en materiaalgebruik. Veel percelen zijn lang en smal en doorlopen door tot aan de tweede ring. Hierdoor is in de tweede ring een grote variatie aan bebouwing ontstaan met afwisselend schuren en woningen die veelal parallel aan de straat zijn gesitueerd. Het merendeel van de bebouwing in de historische kern bestaat uit een eenvoudige baksteenarchitectuur, met individueel onderscheidende gevels met een verticale geleding en een sterke detaillering. Verspreid rond de kerkring liggen een aantal gepotdekselde schuren die herinneren aan de vroegere vlasteelt. De kern is individueel onderscheidend door de afwijkende openbare ruimtes, waaronder de smalle dreefjes, accenten en individueel herkenbare bebouwing binnen een samenhangend gevelbeeld rond de ring.
De achterstraten vormen een rommelig beeld door de diverse en uiteenlopende aan- en uitbouwen en erfafscheidingen. Nieuwe ontwikkelingen dienen te passen binnen de bestaande cultuurhistorische waarde waaronder begrepen het samenhangende straatbeeld. Voor ontwikkelingen in de achterstraten geldt dat deze bij dienen te dragen aan het versterken van de eenheid in het straatbeeld. Ruimtelijke ontwikkelingen welke tot veranderingen in het aanzicht van het object of een verandering in het samenhangende dorpsgezicht kunnen leiden, worden gedetailleerd getoetst door de Commissie ruimtelijke kwaliteit. Beoordeling De huidige schuur betreft een karakteristieke Zeeuwse schuur opgericht omstreeks 1910. De schuur is uitgevoerd als een zwarte gepotdekselde schuur en herinnert aan de vlasindustrie. De schuur ligt vanaf de kerkring gezien aan de achterzijde van de woning aan de Ring 5. Aan de woning aan de Ring 5, evenwijdig aan de Zuidstraat is een aangebouwde hoge gepotdekselde schuur gerealiseerd. Achter deze aangebouwde schuur bevindt zich een tuin met veel groen die uitloopt op de karakteristieke schuur aan de Daniël Ockersestraat 1. De woningen aan de overzijde van de hoge aangebouwde schuur aan de Zuidstraat, aan de zijde van de kerkring, hebben een compact en dorps karakter.
Deze woningen staan dicht op de straat, hebben vrijwel aaneengesloten voorgevels, zijn veel kleinschaliger van opzet zijn en hebben individueel vormgegeven gevels met een rijke detaillering. Deze dorpse woningen bestaan overwegend uit lichte bakstenen gevels. Verder richting het zuiden van de straat worden de woningen breder, zijn de voorgevels soberder en minder gedetailleerd. Tussen het karakter van de bebouwing van de Zuidstraat en de Daniël Ockersestraat bestaat een groot verschil. De bebouwing in de Daniël Ockersestraat bestaat ter hoogte van de kruising met de Zuidstraat uit woningen met een meer landelijk karakter en met aangebouwde zwart gepotdekselde schuren. De bebouwing staat parallel aan de straat met de zijgevels dicht op het openbaar gebied. Veel van de schuren zijn voorzien van luiken. De gevels van de woningen zijn veelal opgebouwd uit rode baksteen met houten luiken en een breed dakoverstek met gedetailleerde houten windveren. De Daniël Ockersestraat heeft gezien vanaf de Zuidstraat het karakter van een achterstraat. De karakteristieke schuur binnen het besluitgebied bevindt zich op de kruising van de Daniël Ockersestraat met de Zuidstraat. De bestaande bebouwing ligt aan de achtergrens van het perceel waardoor er sprake is van een relatief ruim voorerf.
Het terrein is in de uitgangssituatie ingericht als logistieke ruimte, volledig verhard en is afgebakend van de openbare ruimte met een tuinhek. Op de hoek van het perceel, op de kruising met de Zuidstraat zijn een aantal verkeersborden geplaatst.
Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
19
In de beoogde situatie wordt de ingang van de woning gesitueerd in de richting van de Zuidstraat, zoals dit bij de woning aan de Zuidstraat 3 het geval is. Het huidige logistieke voorerf krijgt een functie als woonerf. De huidige volledig houten schuur is in een slechte bouwkundige staat en wat betreft bouwkundige kwaliteit niet geschikt om als woonruimte te dienen. De huidige schuur wordt gesloopt, de spanten worden zoveel mogelijk hergebruikt in de nieuwe bebouwing. Doordat de spanten de basis vormen van de nieuwe woning, zal ook de afmeting van de woning zo veel mogelijk overeenkomen met de historische bebouwing. Doordat de wanden worden geïsoleerd, zal de afmeting niet exact hetzelfde zijn. Het pand wordt 2x een wanddikte dieper. De te realiseren woning wordt in vrijwel dezelfde massa teruggebouwd en behoud het dezelfde situering op het perceel. Daarnaast blijft het huidige karakter en de geslotenheid van de traditionele gepotdekselde gevels, de gevelindeling met luiken, het rode pannendak, de kaprichting en het kleur-, en materiaalgebruik zo veel mogelijk gelijk aan de historische situatie. Het aanzicht van de beoogde bebouwing benadert de historische situatie zo dicht mogelijk. Hierdoor wordt ook in de beoogde situatie aangesloten op het karakter van het beschermde dorpsgebied van Dreischor.
Het ontwerp van de woning is voor advies en ter beoordeling voorgelegd aan de Commissie ruimtelijke kwaliteit. De Commissie heeft in april 2025 een positief advies uitgebracht op het ontwerp. Hiermee wordt de aansluiting op het bijzondere karakter van de historische dorpskern ook in de beoogde situatie voldoende geborgd. Het beoogde gebruik is kleinschalig en past in schaal en functie bij een gemengd dorpsgebied. Het transformeren van een karakteristieke schuur met een opslagfunctie naar een kleinschalige woning past in principe binnen het beleid van de gemeente om ontwikkelingen in een passende schaal toe te staan. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de doelstellingen van het beschermde dorpsgezicht van Dreischor. Het aanzicht van de bebouwing sluit ook in de beoogde situatie aan op het karakteristieke straatbeeld van sobere achterstraten en past daarmee voor de lange termijn binnen de beoogde belevingswaarde van de historische dorpskern.
2.3.5 Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland Met het bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeernormen’ zijn
de
parkeernormen
uit
het
beleidsdocument ‘Parkeerbeleid 2017-2020’ voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen planologisch verankerd. Op eigen perceel is voldoende ruimte voor het parkeren van voertuigen. Een uitgebreide afweging is opgenomen in paragraaf 3.3.
2.3.6 Gemeentelijk milieu- en duurzaamheidsbeleid De gemeente heeft haar beleid omtrent milieukwaliteit en duurzaamheid vastgelegd in het Milieubeleidsplan 2008-2010. Het milieubeleidsplan is opgebouwd uit verschillende modules. De Energie-agenda 2018-2023 en de Klimaatadaptiestrategie vervangen de modules Energie en Klimaat uit het Milieubeleidsplan. Kringloopeconomie Centraal in het milieubeleid staat het streven naar een circulaire economie. Het uitgangspunt hierbij is dat producten en grondstoffen binnen het economische systeem zo veel mogelijk worden hergebruikt en daardoor waarde behouden. Dit in tegenstelling tot een lineaire economie waarbij Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
20
het uitgangspunt is dat grondstoffen in waarde afnemen en aan het einde van de levensduur van een product worden vernietigd. Geluid en stilte Binnen het algemene streven naar zo veel mogelijk rust en stilte is voor het woonklimaat relevant dat overlast wordt voorkomen. Dit betekent onder meer dat nieuwe wegen op voldoende afstand van woningen worden gesitueerd en dat geluidsoverlast door evenementen bijzondere aandacht heeft. Licht en duisternis De algemene doelstelling van de gemeente is om slechts te verlichten wanneer dit echt nodig is. Dit betekent onder meer dat openbare verlichting, terreinverlichting en veldverlichting zo gericht mogelijk worden ingezet. Luchtkwaliteit De regionale luchtkwaliteit is goed. Het streven is dit zo te houden door autoverkeer zo veel mogelijk te minimaliseren. Bodem Door de kwaliteit van de ondergrond bij ruimtelijke ontwikkelingen in een vroeg stadium in beeld te brengen, worden toekomstige kosten vroegtijdig in beeld gebracht en kan deze onderdeel uitmaken van de afwegingen. Energie-agenda 2018-2023 De Energie-agenda is op 21 december 2017 vastgesteld. De agenda geeft de gemeentelijke ambities weer ten aanzien van energiegebruik, energiebesparing en de omschakeling naar duurzame energie.
De gemeente Schouwen-Duiveland streeft naar volledige energieneutraliteit voor 2040, het bereiken van een energiebesparing van 3% ten opzichte van het gebruik in 2017 en een aandeel van 16% van de energiebehoefte die duurzaam wordt opgewekt. Ten aanzien van de bebouwde omgeving gelden de doelstellingen zowel voor de bestaande bouw als nieuwbouw. Klimaatadaptiestrategie Op basis van het nationale Deltaplan Ruimtelijke Adaptie is in samenwerking tussen overheden, private
partijen
en
maatschappelijke
organisaties
afgesproken
dat
Nederland
in
2050
klimaatbestendig en water-robuust is ingericht. Dit betekent dat alle partijen zich inzetten om schade door hittestress, wateroverlast, droogte en overstromingen wordt geminimaliseerd. Beoordeling en conclusie In onderliggende ruimtelijke onderbouwing zijn tevens de waarden zoals geformuleerd in het milieuen duurzaamheidsbeleid beoordeeld. De wijze waarop de voorgenomen ontwikkeling bijdraagt aan het behouden van een goed woon- en leefklimaat, het voorkomen van overlast, hydrologisch neutraal bouwen en duurzaam bouwen zijn opgenomen in hoofdstuk 3.
Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
21
3.
RUIMTELIJKE EN MILIEUKUNDIGE ASPECTEN
3.1
Bodem
Duurzaam bodemgebruik De ondergrond biedt zowel kansen als belemmeringen. Door in een vroeg stadium van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling rekening te houden met de lokale bodemsituatie, kan duurzaam bodemgebruik worden gerealiseerd. Onder duurzaam bodemgebruik valt onder meer de wijze waarmee wordt omgegaan met zettingsgevoeligheid, bodemsoort, kabels en leidingen en grondwater. De gronden binnen de kern Dreischor zijn volgens de Atlas Cultuurhistorie Zeeland niet aangemerkt als aardkundig waardevol gebied. Milieuhygiënische bodemkwaliteit Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient op basis van artikel 3.1.6 van het Bro (Besluit ruimtelijke ordening) rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. In de beoogde situatie zullen mensen ter plaatse gemiddeld langer dan 2 uur per dag verblijven. Hiermee is sprake van een milieugevoelige functie. De Woningwet (artikel 8) staat niet toe dat er gebouwd wordt op verontreinigde grond. Binnen het besluitgebied is een Zeeuwse schuur aanwezig uit circa 1910. De schuur is in gebruik als berging bij een woning. Op het perceel hebben voor zover bekend geen bodembedreigende activiteiten plaatsgevonden. Om de milieuhygiënische geschiktheid van de ondergrond aan te kunnen tonen, is in februari 2024 door M.C.G. Zuidwest Bv een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd.
Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de bovengrond en de ondergrond licht verontreinigd zijn met zware metalen (onder meer zink, lood, kobalt, koper, nikkel, kwik, molybdeen), minerale olie en PAK. Het grondwater is licht verontreinigd met molybdeen. De aangetroffen lichte verontreinigingen zijn te herleiden tot het langdurige gebruik van de locatie en vormen geen risico voor de volksgezondheid of het milieu. De milieuhygiënische gesteldheid van de bodem vormt geen belemmering voor het beoogde gebruik. Wel zal bij een eventuele afvoer van grond naar buiten de besluitlocatie rekening gehouden moeten worden met de toepassingscriteria uit het Besluit bodemkwaliteit. De rapportage is toegevoegd in bijlage 4. Conclusie De milieuhygiënische gesteldheid van de bodem vormt geen belemmering voor het beoogde gebruik.
3.2
Wegverkeerslawaai
Geluid is van belang vanwege mogelijke geluidsoverlast van wegverkeer. Akoestisch onderzoek naar verkeerslawaai is noodzakelijk indien binnen de geluidzones van spoor- of verkeerswegen sprake is van projectie van geluidsgevoelige bebouwing. Uitgezonderd hierop zijn woonerven, 30 km zones en op basis van een geluidsniveaukaart gedezoneerde wegen. Op basis van artikel 74 van de Wet geluidhinder gelden de onderstaande normen voor geluidzones: Tabel 1: Geluidszone wegverkeerslawaai
Gebied
Aantal rijstroken
Breedte
Stedelijk
1 of 2
200
3 of meer
350
1 of 2
250
3 of 4
400
5 of meer
600
geluidzone
in
meters
Buitenstedelijk
Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
22
De geluidsbelasting op gevels van geluidsgevoelige objecten mag in beginsel op grond van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschrijden. Voor binnenstedelijke gebieden geldt bij nieuwbouw een maximale ontheffingswaarde tot 63 dB (wegen) op de gevel van een woning. Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, maar de geluidbelasting op de gevel binnen de maximaal toelaatbare waarde blijft, kan het College van B&W via een besluit tot vaststelling hogere waarden een ontheffing verlenen. Bovendien dienen maatregelen genomen te worden om zeker te stellen dat de geluidsbelasting op de binnengevel van geluidgevoelige objecten maximaal 33 dB bedraagt. Besluitgebied Een woning is een geluidgevoelig object volgens de systematiek van de Wet geluidhinder. De locatie ligt niet in de geluidszone van een weg zoals bedoeld in artikel 74 van de Wet geluidhinder. Het perceel wordt ontsloten via de Zuidstraat. Een woonfunctie is geen activiteit waar een grote geluiduitstraling van uitgaat. Een woning heeft geen grote verkeersaantrekkende werking. Het extra verkeer als gevolg van de ontwikkeling is beperkt en gaat op in het heersende verkeersbeeld.
Gezien de afstand tot wegen waarvoor een geluidzone is vastgesteld, de beperkte hoeveelheid verkeer in de directe omgeving van het besluitgebied en de geldende bouwtechnische vereisten, is er geen aanleiding om te verwachten dat ter plaatse niet kan worden voldaan aan een goed woon- en leefklimaat wat betreft het aspect wegverkeerslawaai. Conclusie Er zijn geen akoestische belemmeringen voor het beoogde gebruik als woonfunctie ten aanzien van het milieuaspect geluid op basis van de Wet geluidhinder. Er is tevens geen sprake van een verkeersaantrekkende werking die een grote geluidsuitstoot zal veroorzaken.
3.3
Mobiliteit en parkeren
Via het ‘Parapluplan parkeernormen Schouwen- Duiveland’ dienen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen te voldoen aan de vastgestelde parkeernormen. De gemeente heeft parkeernormen voor woonfuncties vastgelegd in het ‘Parkeerbeleid 2017- 2020’ (vastgesteld 28 september 2017). De Nota biedt voornamelijk actuele handvaten om de verkeerssituatie in Zierikzee en de Westhoek te verbeteren. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen wordt in paragraaf 5.5 van de nota verwezen naar de landelijke CROW- richtlijnen (publicatie 317, inmiddels publicatie 381) op basis van een ‘weinig stedelijk gebied’ gekenmerkt als ‘bebouwde kom’. Uitgangspunt van het parkeerbeleid is dat een ruimtelijke ontwikkeling niet mag leiden tot een tekort aan parkeerplaatsen. Als gevolg van de bouw van een woning neemt de parkeervraag toe. Bij de realisatie van een kleine tot middelgrote woning binnen de bebouwde kom kan op basis van de kencijfers parkeren kan een parkeerbehoefte van circa 1,9 auto’s worden verwacht. Dit is inclusief het aandeel bezoekers. Binnen de besluitlocatie kan op eigen terrein invulling worden gegeven aan de parkeerbehoefte voor 2 personenwagens. Het huidige woonperceel wordt reeds ontsloten door de Zuidstraat. Deze straat maakt samen met Mr. Pieter Moggréstraat onderdeel uit van de tweede ring om de kerk.
De Daniël Ockersestraat bestaat ter hoogte van het besluitgebied uit een smalle woonstraat in een rustige en dorpse woonomgeving. In noordelijke richting wordt via de Zuidstraat- Slotstraat- Stoofweg aangesloten op de Gaanderseweg richting de kern Zonnemaire. Via onder meer de Molenweg en de Bogerdweg sluit het perceel aan op de lokale en regionale infrastructuur zoals de Rijksweg N59 tussen Bruinisse en Zierikzee. De toevoeging van een enkele woonfunctie heeft geen grote verkeersaantrekkende werking. De beperkte extra verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling zijn goed inpasbaar in het verkeersbeeld ter plaatse. Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
23
Conclusie De parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
3.4
Bedrijven en milieuzonering
Voor een goede ruimtelijke ordening dient er voldoende afstand te bestaan tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. In de VNG- handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009 zijn richtafstanden voor functiescheiding opgenomen ten behoeve van het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen. De richtafstanden geven een algemene indicatie van de te verwachten milieubelasting per bedrijfscategorie. Van de algemene richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken wanneer milieuonderzoek naar de specifieke situatie een andere mate van milieubelasting aantoont. De richtafstanden uit de VNG- handreiking zijn gebaseerd op de omgevingskwaliteit die vergelijkbaar is met een rustige woonwijk. De indicatieve afstanden moeten worden aangehouden ten opzichte van de gevels van omliggende gevoelige objecten. Voor gevoelige functies in een gemengd gebied kan de richtafstand met één niveau worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat. Tabel 2: Richtafstandenlijst VNG 2009
Milieucategorie
Richtafstand omgevingstype woonwijk in meters
tot rustige
Richtafstand omgevingstype gebied in meters
1
10
0
2
30
10
3.1
50
30
3.2
100
50
4.1
200
100
4.2
300
200
tot gemengd
Besluitgebied Het besluitgebied maakt onderdeel uit van de bebouwde kom van Dreischor. In de directe omgeving van het besluitgebied bevinden zich hoofdzakelijk burgerwoningen en een aantal kleinschalige centrumgebonden activiteiten waaronder lichte horeca in combinatie met wonen. Het omgevingstype van het besluitgebied kan door de ligging in een woongebied worden aangemerkt als een rustige woonwijk. Een woonfunctie is geen activiteit met een grote milieu-uitstoot naar de omgeving. In de omgeving van de besluitlocatie, aan de Ring 4, is een horecabestemming van kracht. De horecabestemming grenst aan de woonbestemming behorende bij de woning aan de Ring 5 waar ook het besluitgebied onderdeel van uitmaakt. Binnen de horecabestemming zijn lichte tot middelzware horecafuncties toegestaan tot maximaal categorie 2 van de ‘Staat van Horecaactiviteiten’ zoals toegevoegd als bijlage aan de regels van het geldende bestemmingsplan. Binnen de horecabestemming zijn tevens reguliere woonfuncties toegestaan. De horecabestemming is op het moment van schrijven van deze onderbouwing niet ingevuld. De activiteiten behorende bij lichte horeca-categorieën zijn kleinschalig en gedurende het dagvenster geopend. Lichte horeca veroorzaakt beperkte hinder voor omwonenden. Middelzware horeca kan ook delen van de nacht geopend zijn en kan daardoor aanzienlijke hinder voor omwonenden veroorzaken.
De horecabestemming grenst direct aan de woonbestemmingen en de gevels van de woningen van onder meer de Ring 5 en 3. De achtergevel van het horecagebouw aan de Ring 4 ligt op een afstand van minimaal 18 meter van de gevel van de beoogde woning. Gezien de ligging in het historische dorpscentrum, de beperkte oppervlakte van de horecabebouwing binnen Ruimtelijke onderbouwing- Daniel Ockersestraat 1- Dreischor
24
de horecabestemming, het huidige gebruik als woning en de korte afstand tot omliggende woningen, leidt de beoogde ontwikkeling niet tot een verdere belemmering van de (toekomstige) invulling van de horecabestemming. Redelijkerwijs kan aangenomen worden dat er sprake zal zijn van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat voor de nieuwe bewoners. Aan de Daniël Ockersestraat 7 is een lokale kazerne van de regionale brandweer gevestigd. De gronden behorende bij de kazerne zijn voorzien van een bedrijfsbestemming met de functieaanduiding ‘brandweerkazerne’. Binnen een bedrijfsbestemming zijn activiteiten toegestaan binnen milieucategorie 1 van de ‘Staat van Bedrijfsactiviteiten stedelijk gebied’ zoals opgenomen in bijlage 3 van de regels van het geldende bestemmingsplan of de rechtstreeks aangeduide bedrijfsmatige activiteiten. Aan een gemiddelde brandweerkazerne is op basis van de systematiek van milieuzonering een richtafstand toegekend van 50 meter. Het maatgevende milieuaspect is de te verwachten geluiduitstraling. Tussen de bedrijfsbestemming van de kazerne en de woonbestemming van de besluitlocatie bestaat een afstand van circa 26 meter. Aan de voorgeschreven richtafstand wordt daarmee niet voldaan. De richtafstanden vormen een indicatie van de te verwachten milieuhinder op basis van een gemiddelde bedrijfsvoering van een type activiteit.
Van de richtafstand kan gemotiveerd worden afgeweken. De brandweerkazerne aan de Daniël Ockersestraat is sinds 1953 opgericht als een kleinschalige kazerne van de dorpsbrandweer (grondoppervlakte van circa 160m2) die momenteel wordt bemand door de vrijwillige brandweer. Ter plaatse zijn een tankspuitauto en een kantoorruimte gevestigd. De kazerne heeft een groot verzorgingsgebied dat voornamelijk bestaat uit landbouwgebied. De dorpsbrandweer rukt een aantal maal per jaar uit. Op termijn zullen de lokale brandweertaken worden overgenomen door andere, grotere posten in de regio. De lokale brandweerpost is van oudsher gevestigd in de woonomgeving van Dreischor. Door de beperkte schaal en het beperkte aantal uitrukken van de brandweerpost vormt deze geen belemmering voor de beoogde woonfunctie. Andersom vormt de woonfunctie geen aanvullende belemmering voor het functioneren van de dorpsbrandweer. In de omgeving van het besluitgebied komen direct naast woningen ook andere kleinschalige functies voor waaronder het Rijksmonumentale kerkgebouw van de Hervormde Kerk aan de Ring, een kleinschalige opslagfunctie aan de Daniël Ockersestraat 8a, een basisschool, een dorpshuis en een museum. Deze functies zijn kleinschalig van aard en inpasbaar in een dorpse woonomgeving.