1475244 Bijlage 5c Activiteitenplan ontheffingsaanvraag
Tekst van het document
Activiteitenplan t.b.v. vergunningaanvraag Omgevingswet Vleermuizen Daniel Ockersestraat 1, Dreischor Kadastrale percelen Gemeente Schouwen-Duiveland, BWH00-K-163
Versie 0.0, definitief
Bron: google earth, 2021
Veldbiologische Werken Ecologisch onderzoek en advies VBW r 2025-103 r
Colofon
Opdrachtgever
Erik van den Bos, Architect vof Keersweel 6 4311CT Bruinisse
Rapportage
J.C. Knotters
Status rapportage
versie 0.0 definitief
Datum rapportage
06 juni 2025
Rapportnummer
VBW 2025-103-r
Aantal pagina’s
27 (exclusief bijlagen)
Foto’s/Afbeeldingen
J.C. Knotters (tenzij anders vermeld)
2de Lezing
R.K. van Ast
Rapportage citeren
ACTIVITEITENPLAN VLEERMUIZEN D. OCKERSESTRAAT 1, 4315 AR DREISCHOR RAPPORT VBW 2025-103 R - VELDBIOLOGISCHE WERKEN, ROOSENDAAL
Administratieve bedrijfsinformatie Veldbiologische Werken vof Contactpersoon Email: http:
Coen Knotters (ing. J.C. Knotters) info@veldbiologischewerken.eu www.veldbiologischewerken.eu
KVK-nummer:
84188812
Veldbiologische Werken is een ecologisch onderzoeks- en adviesbureau dat werkt conform de werkwijzen welke voorgeschreven worden in Kennisdocumenten, Soortenprotocollen en onderzoeksrichtlijnen Netwerk Groene Bureaus. Veldbiologische Werken werkt objectief en consequent, is natuurlijk praktisch en pragmatisch met oog voor communicatie en educatie ten behoeve van bescherming, behoud, beheer en ontwikkeling van onze levende natuur. Ondanks de zorgvuldigheid waarmee dit rapport is samengesteld, zijn Veldbiologische Werken V.O.F. en de auteurs niet aansprakelijk voor eventuele fouten of onvolkomenheden en eventueel daaruit voortvloeiende schade.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
2 van 25
Inhoud 1.
Inleiding .....................................................................................................................................4 1.1
Aanleiding en doel .............................................................................................................4
1.2
Inhoud en status rapport ....................................................................................................5
2.
Beschrijving van het plangebied .................................................................................................6
3.
Voorgenomen activiteit ..............................................................................................................7 3.1
Voorgenomen activiteit......................................................................................................7
3.2
Planning werkzaamheden ..................................................................................................7
3.3
Recente inrichtingsplannen en tekeningen .........................................................................7
3.4
Keuze tijdelijke verblijven vleermuizen ...............................................................................8
3.5
Keuze permanente verblijven in nieuwbouw ......................................................................8
3.6
Alternatieven afweging ......................................................................................................9
4.
Wettelijke belang ..................................................................................................................... 10
5.
Verspreiding van Vleermuizen binnen en nabij het plangebied ................................................. 12
6.
7.
5.1
Verspreiding nabij het plangebied gewone dwergvleermuis ............................................. 12
5.2
Verspreiding binnen het plangebied gewone dwergvleermuizen ...................................... 13
5.3
Onderzoeksmethodiek Vleermuizen ................................................................................. 13
5.4
Gunstige staat van Instandhouding – Gewone dwergvleermuis ........................................ 13
5.5
Noodzaak behoud gunstige staat van instandhouding – Gewone dwergvleermuis............ 14
5.6
Gunstige staat van instandhouding – overige ................................................................... 14
Passende preventieve maatregelen .......................................................................................... 15 6.1
Wat zijn passende preventieve maatregelen .................................................................... 15
6.2
Passende preventieve maatregelen gewone dwergvleermuizen ....................................... 15
Uitwerking passende preventieve maatregelen D. Ockersestraat 1, Dreischor .......................... 16 7.1
Inleiding ........................................................................................................................... 16
7.2
Gewone dwergvleermuis – verblijf binnen plangebied ..................................................... 16
7.3
Werkwijze en planning t.a.v. gewone dwergvleermuis ..................................................... 16
7.4
Bewonersparticipatie ....................................................................................................... 19
8.
Ecologisch werkprotocol gewone dwergvleermuis .................................................................... 22
9.
Eindoordeel in het kader van de Omgevingswet – activiteit flora en fauna ............................... 25
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
3 van 25
1. Inleiding 1.1 Aanleiding en doel Binnen het perceel BWH00-K-163 aan de Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor, gemeente SchouwenDuiveland ligt binnen het perceel een voormalige vlasschuur behorend bij het beschermd dorpsgezicht van deze plaats. Het voornemen is om deze schuur om te vormen tot een woning, waarbij het beschermd dorpsgezicht zoveel als mogelijk behouden blijft. Architect E. van den Bos heeft het ontwerp voor de woning gemaakt. Aan de hand van een Quickscan flora en fauna, uitgevoerd door NWC Advies, rapportage P24-016 is verdiepend onderzoek uitgevoerd naar de functie van het plangebied voor strikt beschermde soorten als: • Huismus • Gierzwaluw • Vleermuizen De resultaten van deze verdiepende onderzoeken zijn weergegeven in het rapport van Veldbiologische Werken: RESULTATEN VERDIEPEND ONDERZOEK - HUISMUS, GIERZWALUW EN VLEERMUIZEN PLANGEBIED DANIËL OCKERSESTRAAT 1, DREISCHOR (RAPPORT VBW 2024-193 R VELDBIOLOGISCHE WERKEN, ROOSENDAAL) Samengevat zijn de resultaten van de verdiepende onderzoeken als volgt:
Huismus (incl. Ringmus) [CITAAT] Tijdens het verdiepende onderzoek naar huismussen werden er geen gebouwgebonden
activiteiten van huismussen vastgesteld in, op of bij de schuur. Plaatsen voor het nemen van zand-/stofbaden zijn niet vastgesteld binnen het plangebied. Het plangebied is verder geheel bebouwd/verhard. Nesten- of nestindicerend gedrag werd binnen het plangebied niet waargenomen. Rust-/schuil-/slaap- en/of clusterplaatsen zijn binnen het plangebied niet vastgesteld. De huismus werd rondom het plangebied waargenomen bij diverse woningen in het dorp ten zuidwesten, westen, ten noorden, ten oosten en ten zuiden van het plangebied. Deze huismussen vertoonden baltszang en nestindicerend gedrag maar bevinden zich niet binnen de invloedsfeer van de geplande werkzaamheden aan de woning.
Gierzwaluw Tijdens de verdiepende onderzoeken naar gierzwaluwen werd geen gebouwgebonden activiteit (in-/uit-vliegen, nestindicerend gedrag) van deze soort in het plangebied waargenomen. Echter bevindt zich een kolonie van gierzwaluw (met gemiddeld >10 exemplaren / 1,5 = gemiddeld 7 exemplaren) in de daken van Ring 3 en Ring 4 achterzijde van de woningen. Deze dieren komen laag over het plangebied heen aanvliegen naar de nesten met jongen (vanuit het zuidoosten) naar de onder de dakpannen van Ring 3 en Ring 4 aanwezige nesten. Na het uitvliegen van de eerste jongen blijven de dieren aanvliegen, laag gieren en bouncen bij de nestopening waarbij het bij het invliegen veelvuldig misgaat, en de vlucht opnieuw start. Aanvliegen gebeurt laag over het plangebied heen vanuit het westen. Dit aanvliegen vanuit het westen gebeurt met hoge snelheid en laag over het dak van het plangebied, de vogels kunnen 200 km/u vliegen.
Vleermuizen Met het verdiepend onderzoek naar vleermuizen is vastgesteld dat er binnen het plangebied in het gebouw 3 zomerverblijven van 1 solitaire gewone dwergvleermuis aanwezig is. Bij uitvoering van de voorgenomen plannen zullen drie (3) zomerverblijven, van gewone dwergvleermuis worden vernietigd. Gewone dwergvleermuis is een beschermde soort binnen de Habitatrichtlijn, bijlage IV. Dit betekent dat voor deze soort, het verblijf en / of voortplantingsplaatsen beschermingsmaatregelen gelden. Het opzettelijk vernietigen van de soort, het opzettelijk vernietigen/verstoren van verblijf-
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
4 van 25
en/of voortplantingsplaatsen is een strafbare handeling conform Artikel 11.46 van het Besluit activiteiten leefomgeving. Een vergunning Omgevingswet – activiteit flora en fauna t.a.v. gewone dwergvleermuis is aan de orde waarbij de schadelijke handelingen lid 1 – a, b en d niet kunnen worden uitgesloten (voor het opzettelijk doden (a), opzettelijk verstoren, vernielen en/of beschadigen (b) en het opzettelijk vernietigen of beschadigen van voortplantingsplaatsen (d) ). Een dergelijke aanvraag vergunning – activiteit flora en fauna kan ingediend worden bij het bevoegd gezag in dit geval, Provincie Zeeland. 1.2 Inhoud en status rapport Om een vergunning omgevingswet – activiteit flora en fauna aan te vragen is een activiteitenplan nodig hierin wordt naast het beantwoorden van onderstaande vragen, de staat van instandhouding van gewone dwergvleermuis, besproken. Bovendien dient een activiteitenplan duidelijk te maken welke maatregelen worden getroffen om moedwillige schade en het doden van gewone dwergvleermuis, voorkomen. In het activiteitenplan wordt gespecificeerd met welke maatregelen de schade van het plan wordt verzacht of zelfs volledig teniet wordt gedaan ten aanzien van gewone dwergvleermuis en diens verblijf.
In een aanvraag vergunning – activiteit flora en fauna dient minimaal de volgende aspecten te worden opgenomen (Omgevingsregeling 7.197o + 7.197q): Gewone dwergvleermuis • een onderbouwing waarom de activiteit nodig is (wettelijk belang, nader uitgewerkt in hoofdstuk 5): o 1°.in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; o 2°. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; of o 3°.in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten; • een beschrijving van: o 1°.de locatie en het gebied rondom de locatie waarop de activiteit wordt verricht; (nader uitgewerkt in hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3.) o 2°.de verspreiding van habitatrichtlijnsoorten en hun functies in en rondom dat gebied, inclusief het onderzoek dat daarnaar verricht is; (nader uitgewerkt in hoofdstuk 6.) o 3°.de functies van de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van habitatrichtlijnsoorten en hoe essentieel deze zijn voor de gunstige staat van instandhouding van betreffende soorten; (nader uitgewerkt in hoofdstuk 6) o 4°.de wijze waarop de activiteit wordt verricht;
(nader uitgewerkt in hoofdstuk 7, hoofdstuk 8 en hoofdstuk 9). o 5°.de mitigerende maatregelen die worden getroffen om schade aan de habitatrichtlijnsoort te voorkomen; (nader uitgewerkt in hoofdstuk 7, hoofdstuk 8 en hoofdstuk 9). o 6°.de compenserende maatregelen die worden getroffen om onvermijdelijke schade aan de habitatrichtlijnsoort te herstellen. (nader uitgewerkt in hoofdstuk 7, hoofdstuk 8 en hoofdstuk 9).
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
5 van 25
2. Beschrijving van het plangebied Het plangebied met de zwart gepotdekselde schuur deze ligt aan de rand van de bebouwde kom van Dreischor en maakt onderdeel uit van de bebouwing op de hoek van de Daniël Ockersestraat en Zuidstraat. De Daniël Ockersestraat ligt parallel aan de centrumring van Dreischor. Deze ring is een van de mooiste historische uitvoeringen van een ringdorp in Zeeland. De ring is gelegen rondom de St Adriaanskerk, zie plattegrond 1. Binnen de bebouwde kom van Dreischor ligt beschermd dorpsgezicht waarbinnen ook het plangebied gesitueerd is.
Plattegrond 1: ligging plangebied Daniël Ockersestraat 1, Dreischor
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
6 van 25
3. Voorgenomen activiteit 3.1 Voorgenomen activiteit De voormalige vlasschuur wordt omgebouwd naar een woning. Binnen het plangebied wijzigt de ligging van het huidige bouwvlak van de schuur niet. De schuur wordt teruggebracht naar een reeds bestaande vorm van de ouder vlasschuur, zie plattegrond 2.
Plattegrond 2: Voorkeursmodel, Daniël Ockersestraat 1, Dreischor. Bron: Achitect E. van den Bos vof.
Foto 1: schuur in voormalige opzet, gezien van hoek D. Ockersestraat en Zuidstraat
Foto 2: huidige ontwerp voor ombouw van schuur, voorgevel. Bron; architect
.
3.2 Planning werkzaamheden Het initiatief van de eigenaar om de schuur aan de D. Ockersestraat 1 om te vormen tot een woning stuit in de buurt op verzet. Het is daarom nog niet duidelijk wanneer de werkzaamheden gaan starten. 3.3 Recente inrichtingsplannen en tekeningen Het voorkeursmodel voor de schuur welke wordt omgevormd tot woonhuis is te vinden op de plattegrond 2 en foto 1 en foto 2.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
7 van 25
3.4 Keuze tijdelijke verblijven vleermuizen Bij het uitvoeren van verdiepend onderzoek naar vleermuizen binnen en nabij de planlocatie zijn binnen het gebouw 3 solitaire verblijven gewone dwergvleermuis aangetroffen. De verblijven bevinden zich in de daklijst voorzijde gebouw en in de noklijst achterzijde gebouw. Deze verblijven zullen met de verbouwwerkzaamheden worden vernietigd. Het betreft voornamelijk drie zomerverblijven voor één gewone dwergvleermuis. Door middel van tijdelijke voorzieningen dient de schade aan de strikt beschermde gewone dwergvleermuis te worden voorkomen. Bovendien hebben de tijdelijke voorzieningen tot doel om de staat van instandhouding minstens gelijk te houden of zelfs in de toekomst (in de nieuwbouw) te verbeteren met behulp van permanente voorzieningen. De tijdelijke voorzieningen bestaan uit tijdelijke vleermuiskasten welke geschikt zijn voor het vervangen van de verblijven die worden gesloopt. Bij een consultatie van de buurt hebben meerdere bewoners in de omgeving van de schuur aangeboden om tijdelijke vleermuisvoorzieningen aan hun woning te laten plaatsen. 3.5 Keuze permanente verblijven in nieuwbouw Samen met de architect van de nieuwbouw wordt bepaald welke permanente voorzieningen worden opgenomen in de schuur. De aantallen, typen en positionering dient vergelijkbaar te zijn aan de huidige verblijven. Zie plattegrond 3 voor positionering.
Plattegrond 3: Ontwerp ‘transformatie schuur naar woning’ met ingetekend de locatie permanente voorzieningen gewone dwergvleermuis.
De permanente voorzieningen gaan bestaan uit een vleermuissteen achter de gepotdekselde houten structuur. In de gepotdekselde houten structuur wordt een uitsparing opengehouden waardoor de vleermuis de ingemetselde vleermuissteen kan bereiken. De positionering vindt plaats aan 3 verschillende gevels, namelijk de voorzijde en beide zijgevels (rechts en links). Met een invliegopening op 3 meter of hoger.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
8 van 25
3.6 Alternatieven afweging Het huidige gebouw is niet geschikt voor permanente bewoning, het gebouw is wat inrichting en nutsvoorzieningen niet geschikt om permanente bewoning toe te staan. Het gebouw voldoet niet aan de huidige bouwnormen en materialen zijn niet voorzien van energiezuinige mogelijkheden. Wegens gemeentelijke en provinciale doelen heeft inbreiding van nieuwe locaties een grote voorkeur. Verder heeft inbreiding het voordeel dat stikstoftoename, geluidstoename en verkeersdrukte bij nieuwbouwwijken in het buitengebied, door inbreiding minimaal blijft. Vernieuwing en aanpassingen aan het huidige bouwbesluit (het bewoonbaar maken) is voor het plangebied en initiatiefnemer het enige alternatief. De planlocatie is in eigendom van de huidige initiatiefnemer en plannen zijn daarmee strikt aan de locatie gebonden. De werkzaamheden zijn gebonden aan de locatie. Het gebouw wordt niet meer als schuur benut en wordt ook niet industrieel benut voor vlasteelt. De wanden zijn éénsteens dik met houten potdeksel wat jaarlijks moet worden bijgehouden. De schuur oogt goed onderhouden. Hierdoor is het geen optie om de werkzaamheden niet uit te voeren. De geschiktheid van het gebouw kan voor gewone dwergvleermuis op de lange termijn afnemen door leegstand of verminderd beheer. Het huidige gebouw staat niet op de monumentenlijst.
De wijzigingen aan het uiterlijk van de schuur (bouwtekeningen van de architect), zouden een transformatie naar woning niet in de weg hoeven staan. De schuur als woning blijft ogen als inpasbaar in het beschermde dorpsgezicht van Dreischor. Door de aanpassingen tot woning voldoet het gebouw meer aan de huidige voorwaarden van milieueisen en duurzaamheidsinitiatieven. De schuur wordt getransformeerd naar woning, er wordt niet gekozen voor renovatie van de schuur: omdat er daarbij zoveel wijzigingen moeten worden uitgevoerd dat deze methode niet kosten- en energie-efficiënt is. Bovendien zullen de verblijfplaatsen in het geval van een grootschalige renovatie ook worden vernietigd, omdat ingrijpende gevelwijzigingen en dakherstel dan moeten plaatsvinden. Gezien het bovenstaande blijkt dat er geen redelijke andere alternatieven mogelijk zijn, die zouden leiden tot een kwalitatief gelijkwaardig resultaat. Bij de alternatievenafweging is gekozen de werkzaamheden zo te plannen dat tijdige mitigerende maatregelen getroffen kunnen worden voor gewone dwergvleermuis. De werkzaamheden rond de vleermuisverblijven worden begeleid door een deskundige op het gebied van gewone dwergvleermuis en de werkzaamheden gaan plaatsvinden buiten de kwetsbare periode van de soort. Tijdelijke voorzieningen zullen de verblijven dienen te vervangen totdat permanente en duurzame voorzieningen t.a.v.
verblijfsplaatsen voor gewone dwergvleermuis in de nieuwbouw worden gerealiseerd. NB Er zijn geen grote problemen met de volksgezondheid in de oude schuur. Echter dit gebouw is niet in gebruik, slecht geïsoleerd, voldoet niet meer aan de eisen en wensen van de moderne mens. Het gebouw is deels voorzien van enkel glas. De gevels kennen vele koude-bruggen waardoor vochtdoorslag en plaatselijk schimmelvorming voorkomt. De daklijsten zijn niet meer aansluitend. De renovatie van het huidige gebouw laat na-isoleren niet toe zonder dat er grote bouwfysische problemen ontstaan. NB De nieuwe woning wordt gasloos, goed geïsoleerd en zeer energiezuinig (nul-op-de-meter is hierin geen doel). Voldoen aan BENG. Zie: https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaamondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/nieuwbouw/energieprestatie-BENG
NB Binnen het plangebied komt er ruimte voor groenvoorzieningen en krijgen beschermde soorten een permanente verblijfplaats. Aan te brengen groen, zal worden aangeplant met inheemse soorten, bestaande uit hagen en lage struiken.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
9 van 25
4. Wettelijke belang Een vergunning Omgevingswet activiteit flora en fauna kan alleen worden verleend als er een geldend wettelijk belang wordt gediend. De vergunning wordt aangevraagd in het kader van ‘de volksgezondheid of de openbare veiligheid en economisch/maatschappelijk belang.’ zoals genoemd in 8.74j Besluit activiteit leefomgeving (geldt voor Vogels) en 8.74k Besluit activiteit leefomgeving (Habitatrichtlijn). Belangrijke argumenten binnen het kader van bovengenoemd wettelijk belang zijn: ✓
Inbreiding vindt plaats (hergebruik van een bouwvlak) en daarmee vindt er geen toename plaats van stikstof, geluid, vervoersbewegingen: milieu-wezenlijke gunstige effecten.
✓
Inbreiding vindt plaats en daarmee verdwijnen er geen landschappelijke waarden die afnemen of beeldbepalende kenmerken van het Zeeuwse landschap: ruimteclaims woningbouw.
✓
Het architectonische ontwerp wijkt weinig af van het huidige beeld van de gepotdekselde schuur waarbij de historische maatschappelijke waarde, economische eigenheid van de streek behouden blijft. Zie foto 1 en foto 2.: historisch tijdsbesef, sociale aard
✓
De lege schuur wordt in gebruik genomen, waarmee verwaarlozing of verval, inbraak gevoeligheid en vandalisme wordt tegengegaan: kwaliteit van wonen in de omgeving, veiligheidsgevoel, sociale aard
✓
Vlasteelt wordt niet beoefend in de schuur, waarmee geen nadeel wordt optreedt voor deze industrie: economische aard Streekeigen uiterlijk van de schuur wijzigt bij transformatie tot woning enigszins, maar niet zodanig dat het toerisme in Dreischor zal teruglopen: economische aard.
✓
a Wettelijk belang – Gewone dwergvleermuis o o o
1°.in het belang van de bescherming van de wilde flora of fauna, of in het belang van de instandhouding van de natuurlijke habitats; 2°. ter voorkoming van ernstige schade aan met name de gewassen, veehouderijen, bossen, visgronden, wateren of andere vormen van eigendom; of 3°. in het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten;
ad 3 Wettelijk belang onderbouwd (samenvattend)– Gewone dwergvleermuis Begrippen: ➢ milieu wezenlijke gunstige effecten: klimaatonbestendige buurt met wateroverlast in de vorm van overstromingen, hittestress, droogte en bodemdaling. ➢ Emissies en geluidshinder: Vooral verkeer, huishoudens, landbouw en industrie stoten verschillende schadelijke stoffen uit, zoals fijnstof, zwaveloxide, kooldioxide, stikstofoxiden en ammoniak. De uitstoot van deze stoffen is reeds flink afgenomen maar nog altijd kunnen mensen toch ziek worden of eerder sterven door luchtvervuiling en hebben de emissies negatief effect op biodiversiteit. In Nederland gaat vooral de biodiversiteit van heiden, duinen en agrarisch gebied nog steeds verder achteruit (PBL 2020). Door intensiever gebruik en de verwachte groei van de steden vooral de druk van de luchtverontreiniging en geluidsoverlast op de gezondheid zal toenemen. Volgens nationaal belang 4 van de NOVI is de opgave ‘de veiligheid en gezondheid van onze leefomgeving zodanig te verbeteren dat in 2050 negatieve omgevingseffecten op onze gezondheid naar verwaarloosbaar laag niveau zijn gebracht, De verbetering van de luchtkwaliteit in de stedelijke gebieden vergt een afname van de uitstoot van het verkeer, de industrie, de scheepvaart, de landbouw en de houtstook, Opgemerkt wordt dat vlasteelt ook een industrie betreft met kenmerkende vervuilingen.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
10 van 25
➢ Stikstof vermindering door inbreiding en aanpassen van woning. En klimaatbestendige energiezuinige woning: goede isolatie van de woning wordt toegepast, warmtepomp wordt geïnstalleerd, gasloos, koeling zonder opwarming van de omgeving wordt toegepaste en alle andere bouwmaterialen voldoen aan het bouwbesluit of Bbl. ➢ Inbreiding, ruimteclaims woningbouw: Met lokaal, regionaal, beleid wordt nu sterker dan 30 jaar geleden ingezet op concentratie van nieuwe verstedelijking binnen het bestaand bebouwd gebied’. Bron: Atlas voor de regio, provincie Zeeland, versie 10 november 2020. De verdichting in stedelijk gebied moet gekoppeld worden aan groen en water, om duurzaam en met kwaliteit te kunnen verstedelijken. Compacte verstedelijking in combinatie met voorbereiding op de gevolgen van klimaatverandering vragen om een doordachte en afgewogen invulling van het openbare en private ruimtegebruik. Ongunstige locaties voor waterhuishouding of bodemdaling moet worden gemeden (diepe polders, slappe grond, verdroging, zoute kwel) of het effect moet worden gemitigeerd. ➢ Historische waarde blijft behouden door het toepassen van een passend architectonisch ontwerp welke de kenmerkende beeldbepalende eigenschappen van de vlasschuur behouden laat blijven in de transformatie tot woning. ➢ Vlasteelt industrie : landbouw is al eeuwen beeld bepaler van het Nederlandse landschap.
De landbouw heeft daarmee sterk verschillende regionale identiteiten bepaald. (atlas van de regio pagina 63) Zeeland kenmerkt zich door veel landbouw, wel tot 70% van Zeeland bestaat uit landbouwgrond. Door de geschikte bodemgesteldheid en naburige afzetmarkten (Vlaanderen) is Zeeland al sinds de 14e eeuw bekend met de vlasteelt. Vlas wordt gebruikt in de textielindustrie en linnen wordt uit vlas vervaardigd. De vlasteelt kent hoogtij en minder goede tijden met krimp van productie en verwerkingsindustrie. De bloeitijd van de vlasproductie ligt in de periode 1820-1840 (garenspinnerijen in vlaanderen). In de 19e eeuw begint de krimp van de vlasteelt door te zetten door import van o.a. katoen. De bekende vlasschuren met karakteristieke luiken stammen uit de bloeitijd van de vlasteelt, in Deischor uit begin 20e eeuw. Bron: Zeeuwse Ankers. Frankrijk, Belgie en Nederland produceren gezamenlijk 80% van de wereldmarkt aan vlas, zeker nu vlas ook als duurzaam bouwmateriaal kan worden ingezet is er een lichte toename zichtbaar. Binnen Nederland levert de provincie zeeland hieraan een aandeel van 75%. (Bron: Wur.nl en Akkerbouw.nl). ➢ Toerisme: Uit een enquete gehouden door Kenniscentrum kusttoerisme ‘Toerisme op SchouwenDuiveland: de mening van de inwoner’, wordt binnen Dreischor het toeristenbezoek aan hun dorp als negatief ervaren.
[citaat] ‘Zij ervaren sommige voordelen van het toerisme wat minder, maar vooral een aantal nadelen juist meer dan gemiddeld. Ook kijken zij vaker negatief tegen de drukte aan. Met name in Dreischor leidt dit ook daadwerkelijk tot een relatief lage steun (slechts 38% van de respondenten steunt het toerisme, terwijl dit in Ellemeet en Burgh-Haamstede nog 45% is). ➢ Kwaliteit van wonen in de omgeving, veiligheidsgevoel, sociale aard: leegstand trekt vaak ongewenst bezoek aan, een veilig gevoel in de leefomgeving is van groot belang. Langdurige leegstand is niet bevorderlijk voor een behagelijke woonomgeving.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
11 van 25
5. Verspreiding van Vleermuizen binnen en nabij het plangebied 5.1 Verspreiding nabij het plangebied gewone dwergvleermuis Landelijk is de gewone dwergvleermuis een van de meest voorkomende vleermuizen. Bijna, elke straat kent wel een bouwwerk waar een gewone dwergvleermuis verblijft. Gewone dwergvleermuis is een echte gebouwbewonende vleermuis en gebruikt spouwgaten, daklijsten, dakpannen, schoorsteenlood en vele andere openingen in een woning om in de eventueel aanwezige tussenmuren te verblijven. Zie kaart 1.
Kaart 1: Verspreiding Gewone dwergvleermuis. Bron: Zoogdiervereniging.nl
5.1.1 Regionaal In de omgeving van Dreischor (ca 985 inwoners) liggen meerdere dorpsgemeenschappen met een vergelijkbaar inwoneraantallen, bijvoorbeeld Noordgouwe (ca. 789 inwoners) of met net wat meer inwoners: Brouwershaven (1291 inwoners) of inwoners in Kerkwerve (1051 inwoners). Uit de gegevens van inventarisaties opgevoerd in de NDFF-ecogrid database blijkt dat binnen elk dorp activiteit van gewone dwergvleermuizen is waargenomen. De aantallen verschillen door de verschillende objecten van onderzoek en aantal onderzoeken in de laatste 5 jaar. Toch is er een vergelijk te trekken, vergelijken wij de dorpen van gelijke grootte dan valt op dat Dreischor (50 waarnemingen gewone dwergvleermuizen kent) een gemiddeld met meer waarnemingen dan een dorp als Kerkwerve (31 waarnemingen) of gemiddeld meer waarnemingen kent dan een dorp met ong. twee keer zoveel inwoners Brouwershaven (0 waarnemingen). Een conclusie is op basis van deze gegevens ten aanzien van Gewone dwergvleermuis is niet te maken, maar het geeft wel aan dat er binnen Dreischor een levendige populatie gewone dwergvleermuis voorkomt.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
12 van 25
5.1.2 Plaatselijk In de directe omgeving van het plangebied zijn meerdere gewone dwergvleermuizen waargenomen. In het gebied tussen de kerkring en de buitenranden van het dorp is veel acitiviteit. Daarbij dient de Zuidstraat vaak als afvliegroute naar de bomenrijen aan de rand van het dorp. Gemiddeld bevindt zich met enige regelmaat ten minste 1 tot 2 verblijven per straat (onderzoek Veldbiologische Werken in 2024). Er zijn binnen het dorp meerdere winterclusters aangetroffen van meerdere dieren (>20 exemplaren). Een kraamkolonie van ong. 35-40 stuks gewone dwergvleermuis wordt vermoed in een aantal woningen aan de Ring. Daarmee wordt benadrukt hoe belangrijk het juist treffen van de juiste maatregelen voor de locatie is, ter ondersteuning van de staat van instandhouding voor de gewone dwergvleermuizen in Dreischor. 5.2 Verspreiding binnen het plangebied gewone dwergvleermuizen Het plangebied betreft één schuur met potdeksel en dak- en noklijsten, regengoot en pannendak. Met name de lijst over de nok en de daklijst zijn in gebruik als verblijf voor solitaire gewone dwergvleermuizen (3 verblijven voor 3 gewone dwergvleermuizen). Het betreft dan met name zomerverblijf, er is geen balts- of paargedrag waargenomen.
Meer informatie over de resultaten van het vleermuisonderzoek zijn uitgewerkt in het rapport: ‘Resultaten verdiepend onderzoek huismus, gierzwaluw en vleermuizen, ref.nr.2024-193, d.d. 22 oktober 2024’.
5.3 Onderzoeksmethodiek Vleermuizen Onderzoek naar vleermuizen heeft binnen en nabij het plangebied plaatsgevonden door het toepassen van het Vleermuisprotocol 2021. Dit protocol geeft voorschriften voor een minimale inspanningsverplichting bij onderzoek naar vleermuissoorten en -aantallen en de functie die een plangebied kan hebben voor vleermuizen. De resultaten van het onderzoek zijn uitgewerkt in de rapportage: ‘Resultaten verdiepend onderzoek huismussen, gierzwaluw en vleermuizen. Plangebied D. Ockersestraat 1, Dreischor’, met ref.nr. VBW r 2024-193 r, d.d. 22 oktober 2024. 5.4 Gunstige staat van Instandhouding – Gewone dwergvleermuis De staat van instandhouding van Gewone dwergvleermuis is in Nederland ongunstig. Ongunstig voor de populatiegrootte, verspreidingsgebieden, omvang en kwaliteit van het beschikbare habitat en het toekomstperspectief. Door het slopen of verbouwen van het gebouw binnen het plangebied verdwijnen er drie zomerverblijven voor gewone dwergvleermuis. Gezien het eerder geschatte aantal van gemiddeld twee tot drie vleermuisverblijven per straat in deze buurt, kan worden gesteld dat het vervallen van de verblijven binnen dit plangebied een kleine impact heeft op de plaatselijke populatie. Voorbereiding van alternatieve maatregelen moeten weliswaar passend worden gemaakt.
Ten gunste van de staat van instandhouding kan aangedragen worden dat de aangebrachte tijdelijke voorzieningen (12 stuks) ruimschoots binnen de voorgeschreven afstand zullen worden geplaatst aan particuliere woningen, waarbij de tijdelijke kasten worden gericht aan gevels met verschillende exposities. Het aanbieden van verschillende microklimaten worden hiermee gewaarborgd. Om de staat van instandhouding gunstig te behouden voor de plaatselijke vleermuispopulatie van Dreischor worden tijdelijke vleermuiskasten aangeboden in de directe omgeving van het plangebied (50 m- 200m). Daarna volgt in de nieuwbouw de inbouw van permanente voorzieningen.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
13 van 25
5.5 Noodzaak behoud gunstige staat van instandhouding – Gewone dwergvleermuis ‘Iedereen draagt zorg voor een goede leefomgeving. Ook voor een goede omgevingskwaliteit, ook vanwege de intrinsieke waarde van de natuur. ‘Bron: Omgevingswet’ Verder heeft Nederland in de Habitatrichtlijn afgesproken Gewone dwergvleermuis en het leefgebied dat daarbij hoort te beschermen. Gewone dwergvleermuis is een insectenetende soort. Ze eten voornamelijk muggen, dansmuggen, schietmotten, haften gaasvliegen, nachtvlinders en soms kevers. Gewone dwergvleermuis kan worden ingezet bij de bestrijding van schadelijke insectensoorten als buxusmot en eikenprocessiemot. Bovendien is bij een gunstige staat van instandhouding de biodiversiteit in evenwicht. Waarbij Gewone dwergvleermuis zich kan voeden en er geen overschot aan schadelijke insecten ontstaat. Beheer van omliggende laanbomen, beheer van struwelen rond grasvelden, sportvelden, waterpartijen en verstoring of blokkering van vliegroutes naar waterpartijen in de omgeving of het afsluiten van vliegroutes naar tuinen of veranderingen in het verlichtingsplan kunnen in de actieve periode van vleermuizen tijdens de sloop- en verbouwfase binnen het plangebied, nadelig zijn voor de gunstige staat van instandhouding van gewone dwergvleermuis ter plaatse.
Dit moet daarom worden voorkomen, of er moet worden gewacht tot de bouwactiviteiten zijn afgerond of er moet worden gewacht tot de actieve periode van vleermuizen is afgerond of moet met maatregelen worden omkleed. 5.6 Gunstige staat van instandhouding – overige De gunstige staat van instandhouding wordt voor overige gebouwbewonende soorten zoals ruige dwergvleermuis en laatvlieger niet aangetast. Verblijfsplaatsen van boombewonende soorten zijn binnen het plangebied niet aangetroffen. Er zijn geen boomholtes, kieren en/of spleten in de stam aanwezig in bomen nabij het plangebied aangetroffen. De boom in de naburige tuin kan incidenteel worden bezocht door vleermuizen, maar heeft geen aanwijsbare functie voor vleermuizen binnen het plangebied. De boom wordt door het werk binnen het plangebied ongemoeid gelaten. Extra aandacht is er voor het gebruiken van bouwverlichting, deze mag niet op deze boom worden gericht in de periode half april – half oktober.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
14 van 25
6. Passende preventieve maatregelen 6.1 Wat zijn passende preventieve maatregelen Passende preventieve maatregelen worden genomen om nadelige gevolgen uit te sluiten voor vleermuizen die mogelijk door de planactiviteit worden veroorzaakt. Nadelige gevolgen zijn onder andere doden, verwonden, schaden of opzettelijk verstoren van verblijf of van exemplaren. Als de genomen passende preventieve maatregelen niet werken, wordt de initiatiefnemer geacht te stoppen met de activiteit en herstelmaatregelen te treffen.
6.2 Passende preventieve maatregelen gewone dwergvleermuizen De nadelige gevolgen voor gewone dwergvleermuis zijn niet uit te sluiten. Door de sloop of verbouw van de voormalige vlasschuur verdwijnt er zomerverblijf. Daarmee wordt de soort opzettelijk verstoord, geschaad en mogelijk verwond of gedood. Om te voorkomen dat er nadelige gevolgen optreden door de planactiviteit voor deze beschermde soorten, dient de initiatiefnemer al het mogelijk te doen door middel van passende preventieve maatregelen om de schade te beperken. Passende preventieve maatregelen worden gevonden in het B12 Kennisdocument – Gewone dwergvleermuis. Als passende preventieve maatregelen worden tijdelijke en permanente verblijven aangeboden ter compensatie van het verlies van bovengenoemde verblijven zomerverblijf van gewone dwergvleermuis. De passende preventieve maatregelen voor genoemde vleermuizen binnen het plangebied zijn opgenomen in het activiteitenplan van Hoofdstuk 7.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
15 van 25
7. Uitwerking passende preventieve maatregelen D. Ockersestraat 1, Dreischor 7.1 Inleiding Op basis van de in deze rapportage beschreven hoofdstukken is in de volgende paragrafen beschreven welke passende preventieve maatregelen getroffen dienen te worden om de negatieve effecten ten aanzien van het leefgebied en verblijven gewone dwergvleermuis te minimaliseren die het gevolg zijn van de uitvoering van werkzaamheden binnen het plangebied. 7.2 Gewone dwergvleermuis – verblijf binnen plangebied Met het verdiepend onderzoek naar vleermuizen is vastgesteld dat er onder de daklijst en noklijst op diverse plaatsen zomerverblijf aanwezig is van solitaire gewone dwergvleermuizen. Achter de daklijst aan de voorzijde van het plangebied bevinden zich zomerverblijven voor solitaire vleermuizen. Deze zomerverblijven vervullen geen andere functie. In het totaal bevinden zich in het gebouw drie (3) zomerverblijfplaats van elk één (1) exemplaar gewone dwergvleermuis, Op onderstaande kaart (Kaart 5 pagina 18) zijn de aangetroffen uit-/invliegplaatsen van de vleermuisverblijven weergegeven. 7.3 Werkwijze en planning t.a.v. gewone dwergvleermuis Voor realisatie van de voorgenomen sloop/verbouw gebouw worden de verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis vernietigd. Daarmee zullen de vastgestelde verblijfsplaatsen van gewone dwergvleermuis komen te vervallen.
Conform Kennisdocument BIJ12 gewone dwergvleermuis zullen tijdelijke voorzieningen in de nabijheid van de planlocatie worden aangebracht en zal bij realisatie van de verbouwing in de vernieuwde situatie permanente voorzieningen voor verblijf van vleermuizen worden aangebracht. Het Kennisdocument BIJ12, gewone dwergvleermuis stelt randvoorwaarden ten aanzien van type verblijven en plaatsing van de verblijven, deze randvoorwaarden zijn overgenomen in het activiteitenplan van deze planlocatie, specifiek is rekening gehouden met de volgende randvoorwaarden: • • • • • • • • •
De vervangende zomer/balts/paar en kleinwinterverblijfplaatsen worden bij voorkeur dichter dan 50-200 meter bij de huidige verblijven opgehangen (bij voorkeur aan gevels); De alternatieve verblijfplaatsen dienen altijd voor minimaal eenzelfde aantal vleermuizen dezelfde functie te kunnen vervullen; Per vastgestelde (zomer)verblijfsplaats dienen 12 tijdelijke en 12 permanente verblijfsplaatsen gecreëerd te worden (mitigatiefactor 4); De tijdelijke en permanente verblijfplaatsen worden aangeboden met verschillende microklimaten, dit wordt uitgevoerd door de verblijven in verschillende windrichtingen aan verschillende gevels aan te bieden. Bij een nog niet of onvoldoende bewezen geschiktheid van een vervangende kast kan monitoring van de effectiviteit aan de orde zijn; Nieuwe verblijfplaatsen (t.b.v. zomerverblijfplaats) moeten voldoen aan de gewenningsperiode van 3 maanden gedurende het actieve seizoen. Voorkom dat de invliegopening dicht groeit met groen uit de omgeving. Houdt de invliegopening vrij. Voorkom dat de invliegopening wordt aangelicht met een lamp, gewone dwergvleermuizen zijn licht intolerant op vliegroutes en verkiezen de donkerte, ook bij het invliegen van het verblijf. Voorkom predatie mogelijkheid van bijvoorbeeld kat (vanaf een naburig dak).
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
16 van 25
Waarnemingen van vleermuizen binnen het plangebied en in de omgeving van het plangebied.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
17 van 25
Tabel 2: Overzicht van het gebruik van vleermuisvoorzieningen door Gewone dwergvleermuis. (bron: Kennisdocument BIJ12 Gewone dwergvleermuis
Tabel 3: Overzicht van maten vleermuisvoorzieningen door Gewone dwergvleermuis. (bron: Kennisdocument BIJ12 Gewone dwergvleermuis
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
18 van 25
Foto 3: Zwart tijdelijk vleermuisverblijf van houtbeton (andere kleuren mogelijk; afhankelijk van expositie ter voorkomen oververhitting)
Foto 3 toont een tijdelijke vleermuiskast van houtbeton. Een duurzame kast die voldoet aan de maatvoering van het Kennisdocument BIJ12 gewone dwergvleermuis of de genoemde maten in tabel 3. Van deze kast zijn er twaalf exemplaren binnen een maximale zone van 200 m rondom het plangebied geplaatst. Locaties van de tijdelijke kasten zijn: ✓ ✓ ✓ ✓
4 of 5 stuks op zwarte schuur zuidstraat 5, kleur zwart 2 stuks op zijgevel ring 39, kleur zwart 1 stuks bij buurman ring 39, kleur zwart 4 of 5 stuks op Daniel Ockersestraat 7, brandweer, kleur zwart.
7.4 Bewonersparticipatie Omdat er een grote hoeveelheid tijdelijke vleermuiskasten ter compensatie noodzakelijk is, is onder de bewoners van Dreischor de vraag uitgezet of er bereidheid is voor het plaatsen van tijdelijke vleermuiskasten aan de gevels van de eigen woning. Bewoners in de omgeving van het plangebied hebben daarop positief gereageerd. Samen met een ecoloog van Traas Nature Care is een bezoek gebracht aan alle aangemelde adressen en is onderzocht of de aangeboden locaties geschikt zijn voor het plaatsen van tijdelijke vleermuiskasten. In kaart 6 is het resultaat verwerkt.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
19 van 25
Foto 4a: Zuidstraat 5, Dreischor. Foto’s 4b: Zuidstraat 5 inclusief vleermuiskasten
Foto 5a: Ring 39, Dreischor + buurman, Foto 5b: Ring 39, Dreischor + buurman inclusief vleermuiskasten
Foto 6a: D. Ockersestraat 7, Dreischor, Foto 6b: D Ockersestraat 7 inclusief vleermuiskasten
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
20 van 25
Van het type vleermuiskast zwart, houtbeton zoals op foto 3, zijn er in de week 14, 2025 twaalf stuks geplaatst binnen een cirkel van maximaal 200 meter van het plangebied. De tijdelijke kasten voor het zomerverblijf zijn geplaatst in de gevels van de woningen en schuren met een verschillende expositie ten opzichte van zon en wind. Op die wijze wordt een diversiteit aan microklimaten aangeboden in de kasten.
Kaart 6: Locaties plaatsen tijdelijke vleermuiskasten (12 stuks).
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
21 van 25
8. Ecologisch werkprotocol gewone dwergvleermuis Voorbereidingsfase - uitgangspunten • • • • • • • • •
Ongeschikt maken en of andere verstorende werkzaamheden aan of rondom de vleermuisverblijven dienen plaats te vinden na het verkrijgen van een vergunning omgevingswet activiteit flora en fauna. De meest kwetsbare periode is de kraamperiode (15 mei t/m 15 juli en de overwinteringsperiode (1 december – 31 maart). Voor zomerverblijf zijn de maanden april tot en met oktober de maanden dat het verblijf in gebruik is. Ongeschikt maken dient te gebeuren in het actieve seizoen (voor 1 oktober) 2026 maar buiten de meest kwetsbare perioden, maar alleen als er een vergunning activiteit flora en fauna is verkregen; Ongeschikt maken dient te gebeuren door middel van de plaatsing van borstels bij de verblijfsplaatsen langs de daklijsten en noklijsten bij het te slopen gebouw. Controle op de werking van de borstels wordt uitgevoerd door vleermuisdeskundige om vast te stellen dat vleermuizen daadwerkelijk verdwenen zijn uit de verblijfsplaatsen; Het onklaarmaken kan plaatsvinden. Bij het onklaar maken van het gebouw dient dit zodanig te worden uitvoeren dat vleermuizen niet het gebouw opnieuw gaan bewonen. Na het onklaarmaken dient de sloop van het gebouw zo spoedig mogelijk/aansluitend plaats te vinden.
Tabel 3: Kwetsbare periode van de Gewone dwergvleermuis. (bron: Kennisdocument BIJ12)
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
22 van 25
Tijdelijke maatregelen • • • • • • •
De tijdelijke kasten (12 stuks) worden eind juni 2025 opgehangen, maar uiterlijk voor 30 juni 2025. De gewenningsperiode t.a.v. tijdelijke vleermuiskasten betreft 3 maanden (zomerverblijf) gedurende het actieve seizoen. De tijdelijke kasten ter vervanging van zomerverblijf zijn van model A (enkellaags H 30cm x B 15cm x D 2 cm). De tijdelijke kasten worden op minimaal 3 meter hoogte (maar liefst hoger) en buiten bereik van predatoren (ratten, katten, etc.) opgehangen aan verschillende gevels in de nabije (maximaal 50 – 200 m. afstand) omgeving. De kasten worden op meerdere afwisselende plaatsen (windrichtingen/zonexpositie) opgehangen zodat deze meerdere klimaten in de kast aanbieden. De invliegopeningen dienen vrij te zijn van struweel of vrij te zijn van (straat)verlichting. Kasten welke op zonnige plaatsen (10 uur zonlicht) worden gehangen, dienen van lichtere kleur te zijn (ongelakt/blank) om oververhitting te voorkomen. Kasten die op minder door zon beschenen plaatsen worden gehangen dienen donker van kleur (antraciet/zwart) te zijn.
Permanente verblijfplaatsen • •
•
•
•
Duurzame permanente verblijfplaatsen worden in de nieuwbouw gerealiseerd. De permanente verblijfplaatsen worden gerealiseerd (in de gevels). Conform kennisdocument zullen dit ruime verblijfplaatsen worden en verdeeld over de vrije gevels (vergelijkbare positionering huidige verblijven) van de te realiseren gebouw en dusdanig verspreid naar verschillende zijden t.o.v. zonexpositie om zo een divers klimaataanbod te creëren. De permanente vleermuisvoorzieningen worden zodanig geplaatst (gevels nabij daklijsten) op punten waar geen verlichting (woningen/straatverlichting/gebouwverlichting) of anderszins kans op verstoring (o.a. ramen, balkons, schoorstenen, airconditioners) aanwezig is. Of vergissing bij invliegen in woning kan plaatsvinden. De permanente vleermuisvoorzieningen worden geplaats op voldoende hoogte (gevels nabij noklijsten allen op meer dan 3 meter hoogte), met vrije ruimte voor in- en uitvliegen en vrij van predatoren. Door de permanente vleermuisvoorzieningen te plaatsen op meerdere posities (maar vergelijkbaar met de huidige verblijven) wordt een variatie potentiële verblijfsplaatsen aangeboden (met verschillende microklimaten) waaruit vleermuizen kunnen kiezen en snel weer gewennen.
3x
Foto 8: Permanente voorzieningen Gewone dwergvleermuis/Ruige dwergvleermuis worden in de spouw gecreëerd. De invliegopeningen zijn via een ruime stootvoeg/entreegleuf.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
23 van 25
Afrondingsfase • • •
Tijdens de werkzaamheden worden de tijdelijke vleermuiskasten gemonitord op functionaliteit (conform Kennisdocument Gewone dwergvleermuis en Vleermuisprotocol 2021). Na afronding werkzaamheden zullen de permanente vleermuisvoorzieningen gedurende één jaar worden gemonitord op functionaliteit. Indien mogelijk blijven de tijdelijke kasten behouden. Indien dit niet mogelijk is zullen de tijdelijke kasten pas verwijderd worden na controle op het in gebruik zijn door vleermuizen én het in gebruik zijn van de permanente voorzieningen. Verwijderen van de tijdelijke kasten vindt plaats in de periode van december tot en met februari na controle afwezigheid vleermuizen.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
24 van 25
9. Eindoordeel in het kader van de Omgevingswet – activiteit flora en fauna Als gevolg van de sloop /verbouw van de voormalige vlasschuur aan de D. Ockersestraat 1 te Dreischor zullen drie (3) zomerverblijfplaatsen (van elk één (1) exemplaar) worden vernietigd van gewone dwergvleermuis. Preventieve passende maatregelen in de vorm van tijdelijke kasten (vleermuiskasten Model A), waarbij voldaan wordt aan de gewenningsperiode, worden in het gebied aangebracht alvorens het bestaande verblijf ongeschikt te maken. Bij realisatie van het nieuwbouwproject worden permanente voorzieningen ingebouwd. Dit volgens geldend Kennisdocument Gewone dwergvleermuis. Plaatsing van de permanente voorzieningen is weergegeven in plattegrond 3. Tijdens het project zal op meerdere punten expertise van een vleermuisdeskundige ingeschakeld worden. Controle op de functionaliteit van de maatregelen van ongeschikt maken gebouw en aanbouwen (plaatsen borstels) dient te worden uitgevoerd alsmede een monitoring van 1 jaar na realisatie van het project op genomen preventieve maatregelen, kunnen onderdeel zijn van de expertise inzet van de vleermuisdeskundige. Het goedkeuren van ingetekende permanente voorzieningen in de bouwtekening van de nieuwbouw van de architect kan een andere activiteit zijn die de vleermuisexpert kan uitvoeren.
Met in acht neming van onderliggend Activiteitenplan is er geen sprake van wezenlijke negatieve invloed op de instandhouding van de soorten. Er dient wel een Vergunning activiteit flora en fauna in het kader van de Omgevingswet te worden aangevraagd. Deze vergunningaanvraag is noodzakelijk omdat de Omgevingswet wordt overtreden ten aanzien van genoemde strikt beschermde soorten. Volgens het huidige beleid betreft de doorlooptijd van een procedure minimaal 8 weken met kans op verdere procedurevertraging.
Veldbiologische Werken / rapport VBW r 2025-103 r
Activiteitenplan; D. Ockersestraat 1, Dreischor
25 van 25