CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1475244 Bijlage 5a Quickscan flora en fauna

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Omgevingsvergunning bouwen woning Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor (1475244)6.790 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Quickscan flora en fauna t.b.v sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor Definitief

Februari 2024 P24-016 / W2405 Auteur: M. van Drongelen Natuur-Wetenschappelijk Centrum 078-6213921 info@nwcadvies.nl www.nwcadvies.nl

Quickscan flora en fauna t.b.v sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor Definitief

Natuur-Wetenschappelijk Centrum, Noorderelsweg 4A, 3329 KH Dordrecht

Quickscan flora en fauna t.b.v sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

Opdrachtgever:

Erik van den Bos Architect b.v.

Uitvoering:

Natuur-Wetenschappelijk Centrum

Veldwerk:

M. van Drongelen, E. van der Keur

Samenstelling:

M. van Drongelen

Foto’s:

NWC

Quickscan flora en fauna t.b.v sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

[Samenst.: Van Drongelen, M.] [Foto’s: NWC] Met lit. opg., Dordrecht: Strix/NWC.

Trefw.: Wet natuurbescherming, sloop, Dreischor

P24-0016 / W2405

Niets uit deze uitgave mag openbaar worden gemaakt of verveelvoudigd, door middel van; druk, fotokopie, microfilm of op enige andere wijze, zonder toestemming van de uitgever of de opdrachtgever.

Dordrecht, februari 2024

Inhoud 1

Inleiding

5

2

Gebiedsbeschrijving

7

3

Wettelijk kader

11

4

Methode

17

5

Resultaten

19

6

Effecten, verplichtingen en aanbevelingen

21

Bijlagen: Bijlage 1: Foto’s van het plangebied Bijlage 2: Beschermde soorten Wet natuurbescherming Bijlage 3: Vleermuizen en ruimtelijke ingrepen Bijlage 4: Verspreidingsatlassen soorten omgeving plangebied Bijlage 5: Huidige medewerkers NWC en hun kwalificaties

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

1. Inleiding Er zijn plannen om het pand aan de Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor te slopen. De geplande werkzaamheden kunnen van invloed zijn op de aanwezige beschermde flora en fauna in het plangebied. In het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) dient hiervoor daarom eerst een quickscan (en mogelijk aanvullend onderzoek) naar de aanwezigheid van beschermde natuurwaarden plaats te vinden en moet een beoordeling van de effecten op deze natuurwaarden gemaakt worden, inclusief maatregelen om eventuele schade en verstoring te verzachten en er zorg voor te dragen dat de functionaliteit van het gebied voor aanwezige beschermde soorten gewaarborgd blijft. Erik van den Bos Architect B.V. het Natuur-Wetenschappelijk Centrum (NWC) gevraagd een quickscan flora en fauna op deze locatie uit te voeren en om te adviseren omtrent de relevante natuurwetgeving.

5

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

6

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor 2.

Gebiedsbeschrijving en voorgenomen plannen Het plangebied bestaat uit een schuur aan de Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor (figuur 1).

Figuur 1: Ligging van het plangebied (zwart).

7

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

Figuur 2: Tekening van het bestaande gebouw

8

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor Beschermde gebieden Het plangebied ligt op 1,5 kilometer afstand van het Natura 2000 gebied de Grevelingen en op 9,2 kilometer afstand van het Natura 2000 gebied de Oosterschelde. Vanwege de aard van de werkzaamheden en de afstand tot een Natura 2000 gebied valt niet uit te sluiten dat er een significante toename in stikstofdepositie plaats gaat vinden. De voorgenomen plannen dienen daarom getoetst te worden met een AERIUS berekening.

Figuur 3: Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van Natura 2000-gebied (groen).

9

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

Het plangebied grenst niet aan het Natuurnetwerk Nederland (NNN) (figuur 3). Hierdoor is een toetsing aan de wet- en regelgeving omtrent het NNN niet nodig.

Figuur 4: Ligging van het plangebied (rood) ten opzichte van NNN-gebied (groen).

10

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

3.

Wettelijk kader

In Nederland is de bescherming van belangrijke natuurwaarden vanaf 2017 wettelijk vastgelegd in de Wet natuurbescherming (Wnb). Het gaat hierbij zowel om bescherming van soorten als bescherming van gebieden. Onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming De provincies zijn sinds 1 januari 2017 verantwoordelijk voor de uitvoering van de Wet natuurbescherming en dus ook voor ontheffingsaanvragen. Om een ontheffingsaanvraag in behandeling te nemen, dient het onderzoek aan goedgekeurde voorwaarden (o.a. ten aanzien van methode, intensiteit, periode, tijd tussen onderzoeksmomenten) te voldoen. Slechts als het onderzoek volgens deze voorwaarden uitgevoerd is, kan volgens de wetgever een goed onderbouwde uitspraak gedaan worden over; - de aanwezigheid van beschermde soorten; - de functie van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor deze beschermde soorten; - het belang van een gebied of onderdelen binnen een gebied voor aanwezige beschermde soorten; - de effecten van plannen op deze soorten; - de keuze voor te nemen (mitigerende- en/of compenserende) maatregelen. De voorwaarden waaraan onderzoek moet voldoen, staan beschreven in de kennisdocumenten die in opdracht van de wetgever door BIJ12 opgesteld zijn en de inventarisatieprotocollen van het Netwerk Groene Bureaus.

Onderzoeken die niet volgens deze voorwaarden uitgevoerd zijn, kunnen volgens het bevoegd gezag geen basis en onderbouwing vormen van ontheffingsaanvragen en aanvragen zullen om die reden afgewezen worden. Het NWC is aangesloten bij het Netwerk Groene Bureaus en werkt volgens boven-genoemde kennisdocumenten en inventarisatieprotocollen. Soortbescherming Voor dier- en plantensoorten zijn in de Wnb een aantal verbodsbepalingen opgenomen, waarvan vooral de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 belangrijk zijn in het kader van flora- en faunaonderzoek bij onder andere ruimtelijke ontwikkelingen (tekstvak 1). De verbodsbepalingen uit de artikelen gelden overal in Nederland, ongeacht het type of de omvang van de werkzaamheden of activiteiten die uitgevoerd worden. De bepalingen uit de Wnb kunnen daarom van invloed zijn op ruimtelijke ingrepen, zoals het aanleggen van infrastructuur, het slopen en realiseren van bebouwing, het uitbreiden van industriegebieden en het kappen van bomen. 11

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor Tekstvak 1: Verbodsbepalingen Wet natuurbescherming

Artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 Wet natuurbescherming: Artikel 3.1 1. Het is verboden opzettelijk van nature in Nederland in het wild levende vogels van soorten als bedoeld in artikel 1 van de Vogelrichtlijn te doden of te vangen. 2. Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels weg te nemen. 3. Het is verboden eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid te rapen en deze onder zich te hebben. 4. Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Artikel 3.5 1. Het is verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te doden of te vangen. 2. Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren. 3. Het is verboden eieren van de dieren als bedoeld in het eerste lid in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen. 4. Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid te beschadigen of te vernielen. 5.

Het is verboden planten van soorten, genoemd in bijlage IV bij de Habitatrichtlijn of bijdrage I bij het Verdrag van Bern, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen of af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Artikel 3.10 1. Het is verboden: a) In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten genoemd in de bijlage, onderdeel A bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen; b) De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te vernielen; c) Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen.

Ook bij het opstellen of herzien van bestemmingsplannen zijn de bepalingen uit de Wnb van belang. In het kader van het zorgvuldigheidsbeginsel en het voorzorgsbeginsel (Algemene Wet Bestuursrecht) dient bij het opstellen en herzien van bestemmingsplannen en bij (ruimtelijke) activiteiten een toetsing aan de Wnb plaats te vinden. Deze toetsing moet de volgende onderdelen bevatten: 12

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor - Een inventarisatie van het voorkomen van wettelijk beschermde dier- en plantensoorten in het plangebied en binnen de invloedssfeer van de activiteit; - Een inventarisatie en beoordeling van (significant) nadelige effecten als gevolg van de activiteit, op beschermde soorten die binnen het plangebied en/of binnen de invloedssfeer van de activiteit aanwezig zijn; - Indien nodig een opname van maatregelen die de negatieve effecten op de beschermde soorten en hun leefgebieden mitigeren en/of compenseren. De Wnb kent drie categorieën van beschermde soorten die ook terug te vinden zijn in de artikelen met verbodsbepalingen: alle vogels uit de Europese Vogelrichtlijn (artikel 3.1), alle soorten die in de Europese Habitatrichtlijn vermeld worden (artikel 3.5) en “overige soorten” (artikel 3.10) die alleen op nationaal niveau beschermd worden. Provincies mogen afwijken van de lijst met “overige soorten” door vrijstelling te verlenen voor bepaalde soorten. Hierdoor kan deze lijst per provincie verschillen. Een overzicht van alle beschermde soorten is te vinden in bijlage 1.

Soorten Europese Vogelrichtlijn en -Habitatrichtlijn Wanneer één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.1 en/of artikel 3.5 Wnb overtreden worden door de voorgenomen activiteit, dient een ontheffing aangevraagd te worden bij de provincie waarin de activiteit plaatsvindt. Een ontheffing voor het overtreden van verbodsbepalingen wordt voor soorten uit de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn alleen verleend wanneer voldaan wordt aan elk van de volgende voorwaarden: - Er bestaat geen andere bevredigende oplossing; - Zij is nodig: a) In het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid; of b) In het belang van een dwingende reden van groot openbaar belang; of c) In het belang van de veiligheid van het luchtverkeer; - Er wordt geen afbreuk gedaan aan het streven de populaties van de betrokken soort in hun natuurlijke verspreidingsgebied in een gunstige staat van instandhouding te laten voortbestaan. Voor vogels kan echter geen beroep gedaan worden op belang “dwingende reden van groot openbaar belang”. Wanneer overtreding van de verbodsbepalingen voorkomen kan worden door het treffen van mitigerende maatregelen, is het aanvragen van een ontheffing niet nodig. Wel kan in dergelijke gevallen toch ontheffing aangevraagd worden om de te treffen maatregelen goed te laten keuren.

Indien het bevoegd gezag de maatregelen goedkeurt, wordt door hen een “positieve afwijzing” afgegeven.

13

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor Bij de aanvraag van een ontheffing in het kader van de Wnb zijn een activiteitenplan en, in sommige gevallen, een compensatieplan noodzakelijk. Hierin staan de bevindingen uit de flora- en faunatoets vermeld en worden maatregelen beschreven die uitgevoerd zullen worden om ervoor te zorgen dat de nadelige effecten op beschermde plant- en diersoorten in en binnen de invloedssfeer van de activiteit zoveel mogelijk voorkomen, dan wel beperkt worden. Overige soorten Voor de soorten uit deze categorie geldt een vrijstelling van de verbodsbepalingen uit artikel 3.10 mits een door het ministerie van LNV goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit. Indien aantoonbaar gewerkt kan worden volgens een dergelijke gedragscode, hoeft geen ontheffing aangevraagd te worden voor het overtreden van één of meerdere verbodsbepalingen uit artikel 3.10 van de Wnb. Indien er geen goedgekeurde gedragscode van toepassing is op de activiteit of het niet mogelijk is om volgens een dergelijke gedragscode te werken, dient bij overtreding van verbodsbepalingen wel een ontheffing aangevraagd te worden. De ontheffing kan voor deze soorten echter op grond van meer belangen verleend worden dan het geval is voor de Vogel- en Habitatrichtlijnsoorten.

Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht uit artikel 1.11 van de Wet natuurbescherming. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden en hun bijzondere natuurwaarden vindt onder de Wet natuurbescherming plaats via (Europese) Natura 2000-gebieden. De Wet natuurbescherming regelt de bescherming van specifieke natuurwaarden in gebieden die in het kader van de Europese Vogel- en -Habitatrichtlijn aangewezen en/of aangemeld zijn als speciale beschermingszone (Natura 2000-gebieden). Voor deze beschermde gebieden zijn aanwijzingsbesluiten opgesteld waarin beschreven staat voor welke (natuurlijke) habitats en dier- en plantensoorten het gebied aangewezen is. Voor deze kwalificerende waarden zijn instandhoudingsdoelen opgesteld. Projecten, plannen en andere handelingen die nadelige effecten hebben op één of meerdere instandhoudingsdoelstellingen van een Natura 2000-gebied, zijn vergunning plichtig of moeten de goedkeuring, een “bestuurlijk oordeel”, van het bevoegd gezag hebben (in veel gevallen zijn dit Gedeputeerde Staten en in andere gevallen is dit de minister van Economische Zaken). Zij oordelen dan dat een vergunning niet nodig is.

Of deze goedkeuring wordt gegeven, is afhankelijk van de uitkomst van de zogenaamde habitattoets. 14

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor Uit de habitattoets kunnen drie mogelijkheden volgen: - Er is zeker geen nadelig effect. In dit geval is er geen vergunning nodig in het kader van de Wet natuurbescherming; - Er is sprake van een nadelig effect in de vorm van verstoring, maar dit is niet significant en er is geen sprake van verslechtering van aangewezen habitats. Hieruit volgt dat een vergunningaanvraag niet aan de orde is. Wel is een bestuurlijk oordeel van het bevoegd gezag nodig; - Er is sprake van een mogelijk significant nadelig effect in de vorm van verstoring en/of er is sprake van verslechtering van aangewezen habitats. In dit geval dient een passende beoordeling opgesteld te worden en is een vergunning nodig. Een ‘passende beoordeling’ is een rapport waarin (de zo exact mogelijke omvang van) de effecten, afzonderlijk of in combinatie met andere activiteiten, van een plan, project of handeling op een Natura 2000-gebied beschreven staan. Deze nadelige effecten worden in relatie tot de instandhoudingsdoelen bepaald. Indien uit de passende beoordeling volgt dat er significant nadelige gevolgen op zullen treden, moeten de plannen getoetst worden aan de zogenaamde ADC-criteria; 1. Zijn er Alternatieven? 2. Is er sprake van een Dwingende reden van groot openbaar belang? 3.

Zijn er Compenserende maatregelen voorzien? Wanneer er een alternatief bestaat voor de voorgenomen plannen dat niet tot significant nadelige effecten op instandhoudingsdoelstellingen leidt, moet dit alternatief gekozen worden. De ecologische belangen hebben in dit geval voorrang op de economische belangen. Wanneer er geen alternatieven voorhanden zijn, er sprake is van een dwingende reden van groot openbaar belang en/of er voldoende compenserende maatregelen getroffen worden, kan vergunning voor de voorgenomen plannen verleend worden. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Het Natuurnetwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) is een Nederlandnetwerk van bestaande en nieuw aan te leggen natuurgebieden. De provincies zijn verantwoordelijk voor de begrenzing en de ontwikkeling van dit Natuurnetwerk. De bescherming van het Natuurnetwerk is opgenomen in de Verordening Ruimte van de desbetreffende provincie en valt hiermee buiten de Wet natuurbescherming. Natuurwaarden van het NNN worden afgemeten aan doelsoorten. Het is belangrijk dat verlies van en winst aan belangrijke natuurwaarden hieraan worden afgemeten. Ruimtelijke ingrepen moeten vooraf worden getoetst op hun effect op het areaal, de samenhang en de kwaliteit van het NNN. Ingrepen die geen significant negatief effect op wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN hebben, kunnen in principe doorgang vinden.

Als echter het tegenovergestelde geldt, hangt doorgang van de plannen onder meer 15

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor af van het belang van de plannen en van de mogelijkheden voor mitigatie en compensatie. Hierbij geldt het 'Nee, tenzij-regime'. Per saldo dient de kwaliteit en/of kwantiteit van het NNN te verbeteren. Waar Natura 2000-gebieden met het NNN overlappen, blijft ook het NNN-regime gelden. Houtopstanden Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het periodiek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan bij gedeputeerde staten. houtopstand: zelfstandige eenheid van bomen, boomvormers, struiken, hakhout of griend, die: a. een oppervlakte grond beslaat van tien are (1000 m2) of meer, of b. bestaat uit een rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat, gerekend over het totaal aantal rijen; Er zijn uitzonderingen: a. houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b. houtopstanden op erven of in tuinen; c. fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d. naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e. kweekgoed; f. uit populieren of wilgen bestaande: i. wegbeplantingen; ii. beplantingen langs waterwegen, en iii. eenrijige beplantingen langs landbouwgronden; g. het dunnen van een houtopstand; h.

uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen die kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: i. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; ii. bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aaneengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en iii. zijn aangelegd na 1 januari 2013.

16

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

4.

Methode In het kader van de Wnb is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Deze quickscan bestond uit een literatuuronderzoek en een veldbezoek. Voor het literatuuronderzoek is gebruikgemaakt van verspreidingsgegevens van soorten verzameld door de verschillende soortenorganisaties. Op basis van het literatuuronderzoek is o.a. bepaald voor welke soortgroepen de aanwezigheid en/of de geschiktheid van het plangebied onderzocht diende te worden. Tijdens de quickscan is rekening gehouden met de mogelijke aanwezigheid van vleermuizen, vogels met een vaste verblijfplaats, algemene broedvogels, grondgebonden zoogdieren en beschermde planten. Het veldbezoek is uitgevoerd op 6-2-2024 door medewerkers van het NWC. De temperatuur tijdens het veldbezoek bedroeg ongeveer 10 °C, de wolkenbedekking was ongeveer 7/8 en de wind had een kracht van 5 Bft. Tijdens het veldbezoek was er geen regen. Literatuuronderzoek Aan de hand van literatuuronderzoek is er nagegaan welke soorten die beschermd worden door de Wnb in een straal van 4 kilometer rond het plangebied voorkomen. Hierbij is gebruik gemaakt van de data van NDFF, Waarneming.nl en van Sovon. Vleermuizen Alle vleermuissoorten worden beschermd door de Wnb. Het plangebied is daarom beoordeeld op de mogelijke waarde voor vleermuizen.

Hierbij is beoordeeld in hoeverre de bomen en de bebouwing binnen het plangebied geschikt zijn als verblijfplaats voor vleermuizen. Er is onder andere gelet op de aanwezigheid en kenmerken van holtes in de bomen. Ook is gelet op sporen van vleermuizen, zoals keuteltjes, afgebeten insectenvleugels en aanwezigheid van meststrepen bij eventuele invliegopeningen. Daarnaast is er tijdens het veldbezoek beoordeeld of de bomen in het gebied en de directe omgeving van het plangebied potentieel belangrijke vliegroutes en/of foerageergebied vormen. Hierbij is tevens gelet op het aanbod van geschikt foerageergebied in en in de omgeving van het plangebied. Vogels met een vaste verblijfplaats Vogels met een vaste verblijfplaats worden jaarrond beschermd door de Wnb. Dit geldt ook voor hun functionele leefomgeving. Voorbeelden van deze soorten zijn de Buizerd (Buteo buteo), de Huismus (Passer domesticus) en de Gierzwaluw (Apus apus). Tijdens de quickscan is het plangebied onderzocht op de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vogels met een vaste verblijfplaats en is bepaald welke gevolgen de voorgenomen plannen voor deze vogels met zich meebrengen (zoals verstoring door geluid).

17

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor Tijdens het veldbezoek is beoordeeld in hoeverre broedvogels in het plangebied aanwezig zijn en of zij een nest hebben of nestindicatief gedrag vertonen. Naast vogels met een vaste verblijfplaats, gaat het hier om vogelsoorten die elk broedseizoen een nieuw nest maken of goed in staat zijn een nieuw nest te maken. Vogelnesten van algemene broedvogels vallen alleen onder de bescherming van de Wnb wanneer ze in gebruik zijn (tijdens het broedseizoen). Broedvogels Tijdens het veldbezoek is beoordeeld in hoeverre broedvogels in het plangebied aanwezig zijn en of zij een nest hebben of nestindicatief gedrag vertonen. Naast vogels met een vaste verblijfplaats, gaat het hier om vogelsoorten die elk broedseizoen een nieuw nest maken of goed in staat zijn een nieuw nest te maken. Vogelnesten van algemene broedvogels vallen alleen onder de bescherming van de Wnb wanneer deze in gebruik zijn (tijdens het broedseizoen). Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek is beoordeeld of het plangebied geschikt leefgebied vormt voor strikt beschermde grondgebonden zoogdieren. Naast geschiktheid als leefgebied en de aanwezigheid van functionele leefomgeving, is gelet op het voorkomen van sporen van deze soorten (holen, geurmerken, vraatsporen, uitwerpselen en loopsporen).

Amfibieën Tijdens het veldbezoek is er een inventarisatie gedaan naar de amfibieën die in het plangebied aanwezig zijn. Flora Er is tijdens het veldonderzoek een inventarisatie uitgevoerd naar de vegetatie die in het plangebied groeit.

18

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

5.

Resultaten

5.1. Resultaten Literatuurstudie In bijlage 4 worden de verspreidingskaarten weergegeven van soorten die beschermd zijn door de Wnb en die in de omgeving van het plangebied voorkomen. Vleermuizen Uit literatuuronderzoek blijkt dat de volgende vleermuissoorten in de omgeving van het plangebied kunnen voorkomen: Gewone dwergvleermuis, Gewone grootoorvleermuis, Ruige dwergvleermuis, Laatvlieger en Watervleermuis. De kans dat er Watervleermuis en Ruige dwergvleermuis in het gebouw verblijfplaatsen hebben is vrij klein, omdat dit geen gebouwbewonende soorten zijn. Vogels met vaste verblijfplaatsen Uit literatuuronderzoek blijkt dat de volgende vogelsoorten met vaste verblijfplaats (categorie 1 tot en met 4; nesten van soorten die jaarrond beschermd zijn) in de omgeving van het plangebied kunnen voorkomen: Buizerd, Gierzwaluw, Havik, Huismus, Kerkuil, Ransuil, Roek, Sperwer en Wespendief. Van deze soorten is het plangebied alleen geschikt voor Huismus en Kerkuil. Grondgebonden zoogdieren Uit literatuuronderzoek blijkt dat de volgende, door de Wnb niet-vrijgestelde, grondgebonden zoogdiersoorten in de omgeving van het plangebied voorkomen: Bunzing, Hermelijn, Noordse woelmuis, Wezel en Wolf. Aangezien het plangebied een schuur is, zullen deze soorten hier niet voorkomen. Amfibieën Uit literatuuronderzoek blijkt dat de rugstreeppad voorkomt in de omgeving van het plangebied.

In het plangebied zelf is echter momenteel geen geschikt leefgebied aanwezig. Flora Uit de literatuurstudie blijkt dat er geen beschermde flora in de omgeving van het plangebied voorkomen.

19

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

5.2 Resultaten veldonderzoek Vleermuizen Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen aangetroffen van vleermuizen. Het plangebied bestaat uit een houten schuur met dakpannen, een dakgoot en een daklijst (zie bijlage 1). Ook zijn er enkele gaten aanwezig in het dak. Het kan niet worden uitgesloten dat vleermuizen gebruik maken van de desbetreffende schuur. Vogels met een vaste verblijfplaats Tijdens het veldbezoek zijn geen vogels met een vaste verblijfplaats aangetroffen, wel is er nestmateriaal gevonden op een plek waar een gat zit in het dak (zie bijlage 1). Door de aanwezigheid van gaten in het dak en ruimte tussen de dakpannen is de schuur geschikt voor huismussen. Algemene broedvogels Tijdens het veldbezoek zijn geen broedvogels aangetroffen die een nest hebben of nestindicatief gedrag vertoonden. Er zijn geen algemene broedvogels aangetroffen tijdens het projectbezoek. Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen sporen gevonden die wijzen op de aanwezigheid van strikt beschermde zoogdieren. Amfibieën Tijdens het projectbezoek is geen Rugstreeppad aangetroffen. Flora Tijdens het projectbezoek is geen beschermde flora aangetroffen.

20

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

6.

Effecten, verplichtingen en aanbevelingen

6.1. Effecten Vleermuizen Door de aanwezigheid van openingen in het dak van de schuur kan de aanwezigheid van vleermuizen niet worden uitgesloten. De voorgenomen werkzaamheden leiden daarom mogelijk tot verstoring van vleermuizen of vernietiging van functioneel leefgebied van deze soortgroep. Vogels met een vaste verblijfplaats Vanwege openingen in het dak en ruimte tussen de dakpannen kan niet worden uitgesloten dat huismussen gebruik maken van de schuur. De voorgenomen werkzaamheden leiden daarom mogelijk tot verstoring van huismussen of vernietiging van functioneel leefgebied van de Huismus. Algemene broedvogels Algemene broedvogels zijn beschermd tijdens het broedseizoen wanneer deze een nest met eieren en/of jongen hebben. In het plangebied is alleen één verlaten nest gevonden onder het dak. Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen aanwijzingen van de aanwezigheid van beschermde grondgebonden zoogdieren aangetroffen binnen het plangebied. Amfibieën Tijdens het veldbezoek zijn geen aanwijzingen van de aanwezigheid van beschermde amfibieën aangetroffen binnen het plangebied. Flora Het plangebied bevat geen beschermde flora. Hierdoor zijn er vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen ten aanzien van flora. Gebiedsbescherming Het plangebied bevindt zich niet in het Natuurnetwerk Nederland (NNN), er wordt dus niet verwacht dat er effect is op het NNN.

Het plangebied ligt op 1,5 kilometer afstand van het Natura 2000 gebied de Grevelingen en op 9,2 kilometer afstand van het Natura 2000 gebied de Oosterschelde. Vanwege de aard van de werkzaamheden en de afstand tot een Natura 2000 gebied valt niet uit te sluiten dat er een significante toename in stikstofdepositie plaats gaat vinden. 21

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

6.2. Verplichtingen en mitigatie Vleermuizen Het kan niet worden uitgesloten dat er vleermuizen aanwezig zijn in het plangebied, daarom moet er aanvullend onderzoek worden uitgevoerd om de aan- of afwezigheid van soorten uit deze soortgroep vast te stellen. Vogels met vaste verblijfplaats Tijdens het veldbezoek zijn geen aanwijzingen gevonden voor de aanwezigheid van vogels met een vaste verblijfplaats of functionele leefomgeving. Het gebouw is echter wel geschikt voor huismussen. Daarom zal er aanvullend onderzoek naar deze soortgroep uitgevoerd moeten worden om de aan- of afwezigheid van (functionele leefomgeving van) de huismus in het plangebied vast te stellen. Algemene broedvogels Voor broedvogels geldt voor de werkzaamheden enkel de zorgplicht volgens de Wnb. Voor de beoogde plannen zijn geen verdere verplichtingen van toepassing. Grondgebonden zoogdieren Tijdens het veldbezoek zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van strikt beschermde grondgebonden zoogdieren gevonden. Voor grondgebonden zoogdieren geldt voor de werkzaamheden enkel de zorgplicht volgens de Wnb. Voor de beoogde plannen zijn geen verdere verplichtingen van toepassing. Vissen en amfibieën Voor vissen en amfibieën geldt voor de werkzaamheden enkel de wettelijke zorgplicht. Voor de beoogde plannen zijn geen verdere verplichtingen van toepassing.

Reptielen Voor reptielen geldt voor de werkzaamheden enkel de zorgplicht. Voor de beoogde plannen zijn geen verdere verplichtingen van toepassing. Ongewervelden Voor ongewervelden geldt voor de werkzaamheden enkel de zorgplicht volgens Wnb. Voor de beoogde plannen zijn geen verdere verplichtingen van toepassing Amfibieën Voor amfibieën geldt voor de werkzaamheden enkel de zorgplicht volgens Wnb. Voor de beoogde plannen zijn geen verdere verplichtingen van toepassing.

22

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor Flora Het plangebied bevat geen beschermde flora. Hierdoor zijn er vanuit de Wnb geen verdere verplichtingen ten aanzien van flora. Gebiedsbescherming Vanwege de aard van de werkzaamheden en de afstand tot een Natura 2000 gebied valt niet uit te sluiten dat er een significante toename in stikstofdepositie plaats gaat vinden. De voorgenomen plannen dienen daarom getoetst te worden met een AERIUS berekening.

6.3. Aanbevelingen Er wordt aangeraden om geen gebruik te maken van kunstmatige verlichting aangezien dit verstorend werkt voor zoogdieren en andere fauna. Dit kan door niet te werken tussen zonsondergang en zonsopkomst. Vleermuizen Om eventuele vleermuizen in het plangebied zoveel mogelijk te beschermen tijdens de uitvoering van de beoogde plannen wordt aangeraden om zoveel mogelijk buiten de actieve periode te werken. Deze loopt grofweg van 15 april tot en met 1 oktober. Daarnaast wordt aangeraden om enkel overdag werkzaamheden uit te voeren en het gebruik van felle lampen of geluidsapparatuur zoveel mogelijk tot het noodzakelijke te beperken. Indien lampen nodig zijn wordt aanbevolen deze na zonsondergang te doven. Vogels met vaste verblijfplaats en broedvogels Het wordt aanbevolen om de werkzaamheden zoveel mogelijk buiten het broedseizoen voor aanvang van de werkzaamheden uit te voeren. Als dit niet mogelijk is moet er mogelijk een broedvogelcheck gedaan worden.

23

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

6.4. Zorgplicht Tenslotte geldt voor alle plant- en diersoorten (ook de onbeschermde) de zorgplicht. Deze houdt in dat mogelijke nadelige gevolgen voor planten en dieren, voor zover redelijk, zoveel mogelijk vermeden moeten worden. Manieren om aan de zorgplicht te voldoen zijn bijvoorbeeld: −

Er wordt gelegenheid gegeven aan amfibieën en grondgebonden zoogdieren, die tijdens de werkzaamheden worden gevonden, te vluchten of zich te verplaatsen naar een schuilplaats buiten het bereik van de werkzaamheden. Dit gebeurt door onder andere vegetatie of bodemmateriaal (takken, stronken, steenhopen) gefaseerd te verwijderen;

−

In verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk overdag uitgevoerd;

−

In verband met verstoring van aanwezige dieren worden de werkzaamheden zoveel mogelijk buiten het broedseizoen (15 maart - 15 juli) uitgevoerd;

−

In verband met verstoring van aanwezige dieren wordt er zo min mogelijk verlichting gebruikt, wordt er gebruik gemaakt van rode verlichting en zijn de lichtbronnen naar beneden gericht;

−

Waar nodig kan er gebruik gemaakt worden van ecologische begeleiding tijdens de werkzaamheden voor bijvoorbeeld het herkennen van een beschermde plant, het aanwijzen van een exacte locatie van een nest, groei-, of rustplaats, het op juiste wijze plaatsen of verwijderen van amfibieschermen, nestkasten, etc..

Tabel 1 Samenvatting effecten en verplichtingen alle soortgroepen Soortgroep

Effecten (beschermde) soorten Mogelijke aantasting verblijfplaats Mogelijke aantasting verblijfplaats Huismus

Verplichtingen

Algemene broedvogels Grondgebonden zoogdieren Amfibieën

Geen effecten

Flora

Geen effecten

Zorgplicht, bij voorkeur werken buiten kwetsbare periode Zorgplicht, bij voorkeur werken buiten kwetsbare periode Zorgplicht, bij voorkeur werken buiten kwetsbare periode Zorgplicht

Vleermuizen Vogels vaste Verblijfplaats

Geen effecten Geen effecten

24

Aanvullend onderzoek, bij voorkeur werken buiten kwetsbare periode Aanvullend onderzoek, bij voorkeur werken buiten kwetsbare periode

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

Referenties Database NWC Websites: www.sovon.nl www.verspreidingsatlas.nl www.vleermuis.net www.waarneming.nl www.zoogdiervereniging.nl

25

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

Bijlage 1: Foto’s van het plangebied

26

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

27

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

Gat dichtgemaakt met gaas, nog steeds toegankelijk voor vogels en vleermuizen

28

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

Gat in het dak, met nestmateriaal

29

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

Bijlage 2: Beschermde soorten Wet natuurbescherming In het kader van de Wnb worden alle in Europa voorkomende en in het wild levende vogels beschermd en onderstaande soorten uit overige soortgroepen:

Amfibieën Alpenwatersalamander

Heikikker

Poelkikker

Bastaardkikker1 Boomkikker

Kamsalamander Kleine watersalamander1

Rugstreeppad Vinpootsalamander

Bruine kikker1

Knoflookpad

Vroedmeesterpad

Geelbuikvuurpad Gewone pad1

Meerkikker1 Middelste groene kikker

Vuursalamander

Aardbeivlinder Apollovlinder

Grote vos Grote weerschijnvlinder

Spiegeldikkopje Tijmblauwtje

Bosparelmoervlinder Boszandoog

Iepenpage Kleine heivlinder

Veenbesblauwtje Veenbesparelmoervlinder

Bruin dikkopje

Kleine ijsvogelvlinder

Veenhooibeestje

Bruine eikenpage Donker pimpernelblauwtje

Kommavlinder Moerasparelmoervlinder

Veldparelmoervlinder Zilveren maan

Duinparelmoervlinder Gentiaanblauwtje

Pimpernelblauwtje Sleedoornpage

Zilverstreephooibeestje

Dagvlinders

Grote parelmoervlinder

Haften Oeveraas

Kevers Brede geelrandwaterroofkever

Vermiljoenkever

Gestreepte waterroofkever Juchtleerkever

Vliegend hert

Kreeftachtigen Europese rivierkreeft

Landzoogdieren Aardmuis1 Bever

Gewone zeehond Grote bosmuis

Rosse woelmuis1 Steenmarter4

Boommarter Bosmuis1

Haas6 Hamster

Tweekleurige bosspitsmuis3 Veldmuis1

Bunzing2 Damhert

Hazelmuis Hermelijn2

Veldspitsmuis Vos1

Das

Huisspitsmuis1

Waterspitsmuis

Dwergmuis1 Dwergspitsmuis1

Konijn7 Lynx

Wezel10 Wilde kat

30

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor Edelhert

Molmuis

Wild zwijn5

Eekhoorn Egel9

Noordse woelmuis Ondergrondse woelmuis7

Woelrat8 Wolf

Eikelmuis Gewone bosspitsmuis1

Otter Ree1

Libellen Beekrombout

Gevlekte Witsnuitlibel

Noordse winterjuffer

Bosbeekjuffer Bronslibel

Gewone Bronlibel Groene glazenmaker

Oostelijke witsnuitlibel Rivierrombout

Donkere waterjuffer Gaffellibel

Kempense heidelibel Mercuurwaterjuffer

Sierlijke witsnuitlibel Speerwaterjuffer

Gevlekte glanslibel

Hoogveenglanslibel

Nachtvlinders Teunisbloempijlstaart

Reptielen Adder

Kemp’s zeeschildpad

Ringslang

Dikkopschildpad Gladde slang

Lederschildpad Levendbarende hagedis

Soepschildpad Zandhagedis

Hazelworm

Muurhagedis

Sporenplanten Varens

Bladmossen

Kleine vlotvaren

Geel schorpioenmos

Blaasvaren Groensteel

Tonghaarmuts

Schubvaren

Vissen Beekdonderpad

Gestippelde alver

Kwabaal

Beekprik

Grote modderkruiper

Europese steur

Elrits

Noordzeehouting

Weekdieren Bataafse stroommossel

Platte schijfhoren

Vaatplanten Akkerboterbloem Akkerdoornzaad

Groenknolorchis Groot spiegelklokje

Pijlscheefkelk Roggelelie

Akkerogentroost

Grote bosaardbei

Rood peperboompje

Beklierde ogentroost Berggamander

Grote leeuwenklauw Honingorchis

Rozenkransje Ruw parelzaad

31

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor Bergnachtorchis

Kalkboterbloem

Scherpkruid

Blauw guichelheil Bokkenorchis

Kalketrip Kartuizer anjer

Schubzegge Smalle raai

Bosboterbloem Bosdravik

Karwijselie Kleine ereprijs

Spits Havikskruid Steenbraam

Brave hendrik

Kleine schorseneer

Stijve wolfsmelk

Brede wolfsmelk Breed wollegras

Kleine wolfsmelk Kluwenklokje

Stofzaad Tengere distel

Bruinrode wespenorchis Dennenorchis

Knollathyrus Knolspirea

Tengere veldmuur Trosgamander

Dreps Drijvende waterweegbree

Korensla Kranskarwij

Veenbloembies Vliegenorchis

Echte gamander

Kruipend moerasscherm

Vroege ereprijs

Gevlekt zonneroosje Glad biggenkruid

Kruiptijm Lange zonnedauw

Wilde averuit Wilde ridderspoor

Gladde zegge Groene nachtorchis

Liggende raket Naaldenkervel

Wilde weit Zomerschroeforchis

Baardvleermuis

Grote hoefijzerneus

Mopsvleermuis

Bechsteins vleermuis Bosvleermuis

Grote rosse vleermuis Ingekorven vleermuis

Noordse vleermuis Rosse vleermuis

Brandts vleermuis Franjestaart

Kleine dwergvleermuis Kleine hoefijzerneus

Ruige dwergvleermuis Tweekleurige vleermuis

Gewone dwergvleermuis Gewone grootoorvleermuis

Laatvlieger Meervleermuis

Vale vleermuis Watervleermuis

Bruinvis Bultrug

Gewone vinvis Griend

Spitsdolfijn van gray Tuimelaar

Butskop Dwergpotvis

Grijze dolfijn Kleine zwaardwalvis

Walrus Witflankdolfijn

Dwergvinvis

Narwal

Witsnuitdolfijn

Gestreepte dolfijn Gewone dolfijn

Noordse vinvis Orka

Witte dolfijn

Gewone spitsdolfijn

Potvis

Vleermuizen

Grijze grootoorvleermuis

Zeezoogdieren

1

Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies.

2 Voor deze soort geldt een vrijstelling in Limburg, Utrecht en Zuid-Holland 3

Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Zuid-Holland.

4 Voor deze soort geldt enkel in Friesland een vrijstelling.

32

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor 5 Voor deze soort geldt enkel in Noord-Brabant een vrijstelling. 6 7

Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Groningen en Zeeland Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Friesland, Overijssel en Zuid-Hol-

land. 8 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Gelderland. 9 Voor deze soort geldt een vrijstelling in alle provincies m.u.v. Overijssel. 10 Voor deze soort geldt een vrijstelling in Groningen, Limburg, Utrecht en Zuid-Holland

33

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

Bijlage 3: Vleermuizen en ruimtelijke ingrepen Vleermuizen en hun leefgebied worden beschermd door de Wet natuurbescherming. In deze wet is bepaald dat in het geval van een ruimtelijke ingreep ruim van tevoren bekeken moet worden of de ingreep nadelige invloed kan hebben op vleermuizen en hoe hiermee omgegaan moet worden. Verblijfplaatsen Vleermuizen maken het hele jaar door gebruik van verschillende verblijfplaatsen (o.a. in bomen en gebouwen). Vleermuisverblijfplaatsen zijn op te delen in verschillende typen: winterverblijfplaats (waar overwinterd wordt), dagkwartieren (waar de mannetjes in de kraamkolonieperiode overdag zitten, alleen of in kleine groepjes), kraamkolonies (vrouwtjes en hun jongen, vaak in grote groepen), paar-verblijven (waar gepaard wordt, vaak in het najaar, soms gelijk aan de winterverblijfplaats) en tussenkwartieren (gebruikt in de periode tussen overwinteren en de zomerperiode in). Per type verblijfplaats gebruiken vleermuizen vaak meerdere verblijven waar tussen gewisseld wordt, bijvoorbeeld wanneer elders het klimaat geschikter is of om aan parasieten te ontkomen. Vleermuizen zijn wel zeer honkvast wat betreft de typen verblijven die ze gebruiken. Dit betekent dat hun verblijven belangrijk zijn voor instandhouding van de populatie en dat deze daarom beschermd worden door de wet. Sinds mei 2009 is het Vleermuisprotocol vastgesteld.

Dit is opgesteld door het Netwerk Groene Bureaus en de Zoogdiervereniging VZZ in overleg met de Dienst Landelijk Gebied (DLG) en de Gegevensautoriteit Natuur (GaN). Het protocol dient als leidraad voor het bepalen hoe en hoe vaak geïnventariseerd moet worden om te voldoen aan de wetgeving. Voor het bepalen of een gebouw of een potentieel geschikte boom van belang is als vleermuisverblijfplaats, is over het algemeen een langlopend onderzoek nodig (van april/mei t/m september/oktober) en zijn 4 tot 7 bezoeken nodig. Om onnodige vertraging te voorkomen, wordt daarom aangeraden om in de planning van de voorgenomen plannen rekening te houden met deze onderzoeksperiode. Maatregelen ten behoeve van vleermuizen zijn nodig: • indien sprake is van een verblijfplaats die van significant belang is of zou kunnen zijn en/of; • indien vleermuizen aangetroffen zijn. Er is sprake van een significant belangrijke verblijfplaats (ook wel vaste verblijfplaats genoemd, een verblijfplaats die van belang is voor een populatie) als: • er sprake is van een kraamkolonie; • er sprake is van een belangrijke overwinteringsplaats of paarplaats; • er geen alternatieve verblijfplaatsen in de directe omgeving beschikbaar zijn; • de gunstige staat van instandhouding van de (populatie van) de soort in het geding is bij het verdwijnen van de verblijfplaats.

De te nemen maatregelen moeten er voor zorgen dat verbodsbepalingen uit de Wet natuurbescherming niet overtreden worden. Dit betekent dat er geen dieren gedood, verwond of actief verstoord mogen worden en dat in geval van significant belangrijke verblijfplaatsen deze behouden moeten blijven of anders tijdig op een goede manier vervangen dienen te worden. De functie die het leefgebied voor de betreffende populatie vervult, moet onverminderd blijven bestaan.

34

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor Om te voorkomen dat dieren gedood, verwond of actief verstoord worden, kunnen de volgende mitigerende maatregelen nodig zijn: • niet slopen in de winterslaapperiode (in deze periode kan zelden met zekerheid worden vastgesteld dat vleermuizen afwezig zijn in een potentieel geschikt en onoverzichtelijk object, omdat ze dan ook ’s nachts passief zijn. Dat maakt ze in deze periode overigens extra kwetsbaar); • vlak voor de sloop onderzoeken of er individuen aanwezig zijn in het te slopen object. Zijn deze wel aanwezig dan geldt dat gewacht moet worden tot het dier of de dieren weg zijn. Om zeker te weten of de mitigerende maatregelen voldoende zijn kan een ontheffing aangevraagd worden bij de provincie waarin de ingreep plaatsvindt. Een afwijzingsbrief, die stelt dat geen ontheffing nodig is, ‘omdat als de voorgestelde maatregelen genomen worden er immers geen verboden overtreden worden’ geldt als goedkeuring van de voorgestelde maatregelen. Zijn de maatregelen niet voldoende, dan moeten deze aangepast worden. Als dat niet mogelijk is of wanneer compenserende maatregelen nodig zijn (bijvoorbeeld aanbieden van alternatieve verblijfplaatsen), is een ontheffing nodig. Deze wordt alleen verstrekt in geval van projecten waarbij sprake is van een groot openbaar belang.

Jachtgebied en vliegroutes Naast verblijfplaatsen bestaat het leefgebied van vleermuizen ook uit foerageergebied en vliegroutes (vaak bomenrijen of waterlopen). Deze zijn ook beschermd als zij van significant belang zijn. Zij gelden als significant belangrijk indien bij aantasting de functionaliteit van de verblijfplaats(en) in het geding komt. Is dat het geval, dan zijn maatregelen nodig die dit voorkomen, anders is een ontheffing nodig. Ook hier geldt dat deze alleen verstrekt wordt in geval van projecten waarbij sprake is van een groot openbaar belang.

35

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

Bijlage 4: Verspreidingsatlassen soorten omgeving plangebied Vleermuizen

36

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

37

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor Grondgebonden zoogdieren

38

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

39

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor Vogels met vaste verblijfplaatsen

40

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

41

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

42

Quickscan flora en fauna t.b.v. sloop van het gebouw aan Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor

Bijlage 5: Huidige medewerkers NWC en hun kwalificaties Rob Haan Werkzaam bij het NWC sinds 1986 Specialisatie: Zoogdieren, vogels, herpetofauna, dagvlinders, vleermuizen. Ing. Alexandra Haan Werkzaam bij het NWC sinds 1997 Specialisatie: Wet Natuurbescherming, zoogdieren, vogels, amfibieën, libellen, vleermuizen, ongewervelden. Drs. Hans Bruning Werkzaam bij het NWC sinds 2001 Specialisatie: Flora, schimmels, mossen, slakken, zoogdieren. Esmeralda van de Keur Werkzaam bij het NWC sinds 2021 Specialisatie: Vleermuizen, libellen, sprinkhanen, amfibieën, schimmels, waterslakken. Marijn van Drongelen Bsc Werkzaam bij het NWC sinds 2023 Specialisatie: Flora, vogels, vlinders, gis. Floor Konings Bsc Werkzaam bij het NWC sinds 2023 Specialisatie: Flora, zoogdieren, gis. Ir. Rayan Majoor Werkzaam bij het NWC sinds 2023 Specialisatie: Flora, insecten, ongewervelden, invasieve exoten, agrarische systemen. Roos Konings Werkzaam bij het NWC sinds 2023 Specialisatie: Flora, schimmels, mossen. Joost de la Mar Bsc Werkzaam bij het NWC sinds 2023 Specialisatie: Herpetofauna, vissen, aquatische flora en fauna.

43

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15852854/1