CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1475244 Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek

Gemeenteraad 25 september 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Omgevingsvergunning bouwen woning Daniël Ockersestraat 1 te Dreischor (1475244)12.919 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

LET OP!

Dit is niet een volledige valide T101 toetsing. Op de achtergrond wordt de huidige T1 toetsing aangeroepen bij BoToVa. Wat wij doen zijn de Oordelen en Conclusies omzetten volgens de documentatie van Rijkswaterstaat. https://www.bodemplus.nl/bibliotheek/@287157/factsheet-botova-wijzigingen-omgevingswet/

Tabel 1: Gemeten concentraties in grondwater met beoordeling conform de Wet Bodembescherming Watermonster Datum Filterdiepte (m -mv) Datum van toetsing Monsterconclusie

01-1-1 14-2-2024 1,10 - 2,10 19-2-2024 Overschrijding Streefwaarde Meetw

METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Molybdeen Nikkel Lood Zink

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

<20 <0,20 <2,0 3,4 <0,050 14 3,3 <2,0 13

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40 µg/l <50 Minerale olie C10 - C12 µg/l <10 Minerale olie C12 - C16 µg/l <10 Minerale olie C16 - C21 µg/l <10 Minerale olie C21 - C30 µg/l <15 Minerale olie C30 - C35 µg/l <10 Minerale olie C35 - C40 µg/l <10 GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN cis + trans-1,2µg/l Dichlooretheen 1,1-Dichlooretheen µg/l <0,10 cis-1,2-Dichlooretheen µg/l <0,10 trans-1,2-Dichlooretheen µg/l <0,10 Dichloormethaan µg/l <0,20 Trichloormethaan µg/l <0,20 (Chloroform) Tribroommethaan µg/l <0,20 (bromoform) Tetrachloormethaan µg/l <0,10 (Tetra) 1,1-Dichloorethaan µg/l <0,20 1,2-Dichloorethaan µg/l <0,20 1,2-Dichloorpropaan µg/l <0,20 1,1,1-Trichloorethaan µg/l <0,10 1,1,2-Trichloorethaan µg/l <0,10 Trichlooretheen (Tri) µg/l <0,20 Tetrachlooretheen (Per) µg/l <0,10 Vinylchloride µg/l <0,10 Dichloorpropanen (0,7 µg/l 0,42 som, 1,1+1,2+1,3) Dichloorpropaan µg/l 1,3-Dichloorpropaan µg/l <0,20 CKW (som) µg/l <1,6 1,1-Dichloorpropaan µg/l <0,20 PAK Naftaleen PAK 10 VROM

µg/l -

AROMATISCHE VERBINDINGEN BTEX (som) µg/l Benzeen µg/l Ethylbenzeen µg/l Tolueen µg/l Xylenen (som) µg/l meta-/para-Xyleen (som) µg/l

Projectcode: 24MCG028.10

<0,020

<0,90 <0,20 <0,20 0,22 <0,20

GSSD

Index

<14 <0,14 <1,4 3,4 <0,035 14 3,3 <1,4 13

-0,06 -0,05 -0,23 -0,19 -0,06 0,03 -0,19 -0,23 -0,07

<35 7(6) 7(6) 7(6) 11(6) 7(6) 7(6)

-0,03

<0,14

0,01

<0,07 <0,07 <0,07 <0,14 <0,14

0,01 0 -0,01

<0,14(14) <0,07

0,01

<0,14 <0,14 <0,14 <0,07 <0,07 <0,14 <0,07 <0,07

-0,01 -0,02

<0,42 <0,14

-0

0 0 -0,05 0 0,01

<0,14 <0,014 <0,00020(11)

<0,14 <0,14 0,22 <0,21 <0,14

0

-0 -0,03 -0,01 0

Watermonster 01-1-1 Datum 14-2-2024 Filterdiepte (m -mv) 1,10 - 2,10 Datum van toetsing 19-2-2024 Monsterconclusie Overschrijding Streefwaarde ortho-Xyleen µg/l <0,10 <0,07 Styreen (Vinylbenzeen) µg/l <0,20 <0,14 -0,02 Som 16 Aromatische µg/l 0,85(2,14) oplosmiddelen < : kleiner dan de detectielimiet 8,88 : <= Streefwaarde 8,88 : > Streefwaarde >T : Groter dan Tussenwaarde 8,88 : > Interventiewaarde 11 : Enkele parameters ontbreken in de berekening van de somfractie 14 : Streefwaarde ontbreekt zorgplicht van toepassing 2 : Enkele parameters ontbreken in de som 6 : Heeft geen normwaarde # : verhoogde rapportagegrens GSSD : Gestandaardiseerde meetwaarde Index : (GSSD - S) / (I - S) - Getoetst via de BoToVa service, versie 3.2.0 -

Tabel 2: Normwaarden conform de Wet Bodembescherming S METALEN Barium Cadmium Kobalt Koper Kwik Molybdeen Nikkel Lood Zink

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

OVERIGE (ORGANISCHE) VERBINDINGEN Minerale olie C10 - C40 µg/l

50 0,4 20 15 0,05 5 15 15 65

S Diep

Indicatief

200 0,06 0,7 1,3 0,01 3,6 2,1 1,7 24

I 625 6 100 75 0,3 300 75 75 800

50

600

0,01 0,01 0,01 6

GECHLOREERDE KOOLWATERSTOFFEN cis + trans-1,2-Dichlooretheen µg/l 1,1-Dichlooretheen µg/l Dichloormethaan µg/l Trichloormethaan (Chloroform) µg/l Tribroommethaan (bromoform) µg/l Tetrachloormethaan (Tetra) µg/l 1,1-Dichloorethaan µg/l 1,2-Dichloorethaan µg/l 1,1,1-Trichloorethaan µg/l 1,1,2-Trichloorethaan µg/l Trichlooretheen (Tri) µg/l Tetrachlooretheen (Per) µg/l Vinylchloride µg/l Dichloorpropaan µg/l

0,01 7 7 0,01 0,01 24 0,01 0,01 0,8

20 10 1000 400 630 10 900 400 300 130 500 40 5 80

PAK Naftaleen

µg/l

0,01

70

AROMATISCHE VERBINDINGEN Benzeen Ethylbenzeen Tolueen Xylenen (som) Styreen (Vinylbenzeen) Som 16 Aromatische oplosmiddelen

µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l µg/l

0,2 4 7 0,2 6

30 150 1000 70 300

Projectcode: 24MCG028.10

150

BIJLAGE 7 Toetsingskader

Toetsingskader

De analyseresultaten van de grond(meng)monsters worden sinds 1 januari 2024 beoordeeld aan de hand van de grenswaarden zoals gesteld in de tabel in bijlage IIA vanuit het geconsolideerde versie van het Besluit Activiteit Leefomgeving (BAL) in de Omgevingswet en Bijlage B uit de Regeling bodemkwaliteit 2022. De analyseresultaten van de grondwatermonsters worden vooralsnog vanaf 1 januari 2024 beoordeeld aan de hand van de grenswaarden zoals gesteld in bijlage 1 van de Circulaire Bodemsanering uit 2013. Grond De betekenis van de richtwaarden genereren verschillende kwaliteitsklassen zoals: Landbouw/natuur; Wonen; Industrie; Matig verontreinigd; Sterk verontreinigd. Bij de toetsing aan de richtwaarden wordt uitgegaan van een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij grond worden de analyseresultaten hierbij omgerekend aan de hand van het organische stof- en/of lutumgehalte. Bij de beoordeling van de gehalten naar de verschillende kwaliteitsklassen wordt rekening mee gehouden wanneer parameters van de grondmengmonsters kwaliteitsklasse >Industrie zijn, worden deze indien noodzakelijk uitgesplitst en de separate deelmonsters worden dan geanalyseerd op de betreffende parameter om een eventuele matige en/of sterke verontreiniging te kunnen lokaliseren. Grondwater - Streefwaarden (S): - Interventiewaarden (I):

de concentraties zoals die op dit moment voorkomen in het grondwater van natuur- en landbouwgronden waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door lokale verontreinigingsbronnen. geven aan wanneer de functionele eigenschappen die de bodem heeft voor mens, dier en plant ernstig dreigen te worden verminderd.

Bij de toetsing aan de streef- en interventiewaarden wordt uitgegaan van een gestandaardiseerde meetwaarde (GSSD). Bij het toetsingsresultaat is de zogeheten bodemindex van toepassing: (GSSD - S) / (I - S) - index grondwater: Bij de beoordeling van de concentraties wordt de volgende terminologie aangehouden: gehalte < S / detectiegrens - index = 0: gehalte ≥ S (licht verontreiniging) - 0 ≤ index < 0,5: gehalte ≥ tussenwaarde T (matig verontreinigd) - 0,5 ≤ index < 1,0: gehalte ≥ I (sterk verontreinigd) - Index ≥ 1,0: Toetsingscriteria PFAS In december 2023 is de geactualiseerde versie van het “Handelingskader voor hergebruik van PFAS-houdende grond en baggerspecie” gepubliceerd door het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat. Deze publicatie dient gezien te worden als een vooraankondiging van de wijziging van het Besluit bodemkwaliteit waarbij PFAS opgenomen gaan worden als genormeerde stoffen. Per 1 oktober 2019 dient van grond en baggerspecie die wordt toegepast, de gehalten PFOA, PFOS en overige PFAS te worden bepaald. Omdat PFAS nog niet zijn opgenomen in de Regeling bodemkwaliteit dienen de normen uit het handelingskader te worden gehanteerd. Er hoeft geen correctie naar standaardbodem te worden toegepast, indien het gehalte organische stof minder dan 10 % bedraagt. In onderstaande tabellen zijn de toetsingswaarden van PFAS weergegeven.

Tabel 11: Toetsingsnormen PFAS landbodem (µg/kgds)

Toepasbaar op landbodem: Landbouw/natuur (AW) Wonen en Industrie, of Landbouw/natuur (AW) als PFAS < lokale achtergrondwaarde Baggerspecie verspreiden, als bedoeld in artikel 4. 1269, derde lid onder a van het Bal (verspreiden inclusief verspreiden in weilanddepots van baggerspecie afkomstig uit regionale wateren op aangrenzende percelen of op landbouwgronden gelegen tot 10 km afstand van de plaats van vrijkomen) Grond en baggerspecie grootschalig toepassen Grond en baggerspecie toepassen in grondwaterbeschermingsgebieden Niet toepasbaar

PFOA (som) ≤ 1,9 1,9-7 ≤7

Overige PFAS ≤ 1,4 1,4-3 ≤3

≤7 ≤3 Gebiedskwaliteit, Gebiedskwaliteit, indien niet bekend indien niet bekend ≤ 0,1 ≤ 0,1 >7 >3

Tabel 12: Toetsingsnormen PFAS oppervlaktewater (µg/kgds)

Toepassingssituatie Baggerspecie verspreiden in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam of aansluitende (sedimentdelende)(10) stroomafwaarts gelegen oppervlaktewaterlichamen (als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid onder b en c van het Bal) Baggerspecie toepassen in hetzelfde oppervlaktewaterlichaam in toepassingen, als bedoeld in artikel 4.1269, tweede lid onder f, g en h van het Bal Het in een ander oppervlaktewaterlichaam uitgezonderd een diepe plas: - verspreiden van baggerspecie (bij niet-sedimentdelende oppervlaktewaterlichamen) als bedoeld in artikel 4.1269, derde lid onder b van het Bal en het toepassen van baggerspecie en grond in toepassingen als bedoeld in artikel 4.1269, tweede lid onder f, g en h van het Bal. Baggerspecie en grond toepassen in niet-vrijliggende diepe plassen die in open verbinding staan met een rijkswater Baggerspecie en grond toepassen in andere diepe plassen dan bovenstaand wordt bedoeld

Toepassingsnorm Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters Toepasbaar, wel meten en toetsen op uitschieters Rijkswater: PFAS = 0,8 PFOS = 3,7 Anders: PFAS = 0,8 PFOS = 1,1 PFAS = 0,8 PFOS = 3,7 PFAS = 0,8 PFOS = 1,1

Bovenstaande normen gelden tenzij een lokale maximale waarde is vastgesteld. Indien de gebiedskwaliteit van een grondwaterbeschermingsgebied niet bekend is, dient de bepalingsgrens van 0,1 µg/kgds te worden aangehouden. Bij het toetsen aan de normwaarden voor PFOS en PFOA moet de som (vertakt plus lineair) worden getoetst aan de normwaarde. Bij die sommatie worden gehalten die zijn gerapporteerd als kleiner dan de bepalingsgrens meegenomen als getal door de bepalingsgrens met 0,7 te vermenigvuldigen. Bij het toetsen van PFOS en PFOA aan de norm van de bepalingsgrens hoeven alleen de individuele meetwaarden (lineair en vertakt afzonderlijk) getoetst te worden. De overige PFAS dienen getoetst te worden op de individuele analyseresultaten, er is dus geen somparameter. Toetsingskader verkennend asbest in grond onderzoek Voor asbest geldt alleen een interventiewaarde ofwel restconcentratienorm. Deze norm is vastgesteld op 100 mg/kg ds asbest (gewogen) en is gebaseerd op het verwaarloosbaar risiconiveau (VR). Het gewogen gehalte aan asbest betreft de som van eenmaal het gemeten gehalte aan serpentijn-asbest en tienmaal het gemeten gehalte aan (het meer carcinogene) amfibool-asbest. Wanneer de norm van 100 mg/kg ds (gewogen) asbest wordt overschreden is sprake van asbestverontreiniging.

In de meeste gevallen dient het gewogen gehalte conform de strategie voor nader onderzoek per te onderscheiden ruimtelijke eenheid te worden vastgesteld. Alleen na die onderzoeksfase mogen conclusies aan het onderzoek worden verbonden. In eerste instantie wordt gestart met het uitvoeren van verkennend onderzoek. Het onderzoek wordt in dat geval verricht om de te onderscheiden deellocaties binnen het projectgebied vast te stellen. Indien blijkt dat tijdens het verkennend onderzoek sprake is van een gewogen asbestgehalte van < 50 mg/kg ds is geen sprake van noodzaak tot nader onderzoek. Het is dan statistisch aannemelijk dat de interventiewaarde ook in een nader onderzoek niet zal worden overschreden. Wanneer deze grens wel wordt overschreden, dan dient aansluitend nader onderzoek te worden uitgevoerd om in beeld te brengen of sprake is van asbestverontreiniging. In tegenspraak met de interventiewaarde van 100 mg/kg ds gewogen aan asbest is de risicogrens voor de respirabele asbestvezels vastgesteld op 10 mg/kg ds gewogen. In theorie kan sprake zijn van een verontreiniging met meer dan 10 mg/kg ds aan respirabele asbestvezels, maar met een totaalgehalte aan asbest onder de interventiewaarde.

In de meeste gevallen, zo blijkt uit de onderbouwing van de interventiewaarde voor asbest (zie RIVM- rapport 7117011034/2003) zal, indien de interventiewaarde niet is overschreden, deze grens voor respirabele vezels ook niet worden overschreden. In specifieke gevallen, denk aan de druppelzone van asbesthoudende golfplatendaken zonder dakgoot, locaties waar leidingisolatie is toegepast en/of opgebracht havenslib, is het mogelijk dat ondanks dat de interventiewaarde niet wordt overschreden toch sprake is van risico als gevolg van een hoog gehalte aan respirabele vezels in de contactzone. Wanneer uit de analyseresultaten van de fijne fractie (< 20 mm) door het laboratorium wordt geconcludeerd dat sprake is van asbestbundels in de fractie < 0,5 mm (respirabele fractie) dient hier aanvullend onderzoek naar plaats te vinden.

BIJLAGE 8 Achtergrondinformatie

HISTORISCHE KAARTEN

1900

1920

1950

HISTORISCHE KAARTEN

1970

1990

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15852853/1