1442304 Bijlage 3 Beleidsuitgangspunten dorps- en gemeenschapshuizen (was-wordt overzicht)
Tekst van het document
Bijlage 3: Beleidsuitgangspunten dorps- en gemeenschapshuizen (overzicht was-wordt) Beleidsuitgangspunten 2008 1. De dorpshuizen/MFC’s in de stads- en dorpskernen blijven als sociaal-culturele en educatieve accommodatie minimaal 10 jaar in stand; 2. Woningbouwvereniging Zeeuwland draagt zorg voor adequate instandhouding van de dorpshuizen. 3. Inwoners zijn primair verantwoordelijk voor beheer en exploitatie; 4. Het beleid is erop gericht dat dorpshuizen ruimte bieden voor alle vormen van activiteiten op het gebied van zorg, recreatie, educatie en cultuur. Verder hebben dorpsactiviteiten voorrang boven niet dorp gebonden activiteiten en commerciële en/of horeca-activiteiten; 5. De gemeente faciliteert en ondersteunt het beheer en exploitatie, maar heeft hierin een regierol (geen uitvoerende taken); 6. De gemeente, Zeeuwland en welzijnsorganisatie het Welzijnshuis vormen een partnerschap om de leefbaarheid in de dorpen te vergroten in aansluiting op activiteiten door bewoners; 7. De gemeente ondersteunt (de oprichting van) een visionair en daadkrachtig stichtingsbestuur voor alle dorpshuizen; 8. De gemeente subsidieert de activiteiten van het nieuwe stichtingsbestuur tot maximaal de bedragen die in de begroting zijn opgenomen; 9. De huurbedragen die de gemeente vraagt voor de dorpshuizen zijn vastgesteld, waarbij is geanticipeerd op synergievoordelen; 10.
Het gemeentelijk subsidie-instrument draag mede bij aan het realiseren van de doelen van het dorpshuizenbeleid. Beleidsuitgangspunten 2025 1. De dorpshuizen in de dorpskernen blijven - als sociale, culturele en educatieve accommodatie & laagdrempelige en inclusieve plek voor ontmoeting - in stand; 2. De gemeente subsidieert de instandhouding van de dorpshuizen; 3. De dorpshuizen bieden ruimte voor alle vormen van activiteiten op het gebied van zorg, recreatie, educatie en cultuur; 4. Dorpsactiviteiten hebben voorrang boven niet dorps gebonden activiteiten en commerciële activiteiten; 5. In iedere kern wordt de mogelijkheid tot ontmoeting gefaciliteerd; 6. Het realiseren van een goede spreiding en bezettingsgraad is geen doel op zich. Echter monitoring van zowel de bezettingsgraad als de herkomst van de bezoekers per dorpshuis is nodig om in te spelen op de behoefte van inwoners; 7. Inwoners zijn medeverantwoordelijk voor beheer en exploitatie; 8. De gemeente heeft een regierol (geen uitvoerende taken) en faciliteert en ondersteunt het beheer en exploitatie; 9. De gemeente, Zeeuwland en de welzijnsorganisatie(s) op Schouwen-Duiveland vormen een partnerschap om de leefbaarheid in de dorpen te vergroten in aansluiting op activiteiten door bewoners.
De besturen van de dorpshuizen en de dorpsraden hebben hierin ook een verantwoordelijkheid; 10.De gemeente ondersteunt een visionair en daadkrachtig bestuur voor de dorpshuizen; 11.De gebouweigenaar draagt zorg voor adequate instandhouding van de gebouwen; 12.Het gemeentelijk subsidie-instrument vormt de basis voor het verder vormgeven van de geformuleerde uitgangspunten binnen het beleid voor de dorps- en gemeenschapshuizen.