CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1442304 Bijlage 2 - Nota Dorps- en Gemeenschapshuizen 2025

Gemeenteraad 26 juni 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Evaluatie en actualisatie Dorpshuizenbeleid (1442304)12.377 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Nota Dorps- en Gemeenschapshuizen Schouwen-Duiveland 2025 Versie 14 mei 2025

Inhoudsopgave 1.

Inleiding: toegankelijke dorps- en gemeenschapshuizen

3

1.1

Aanleiding

3

1.2

Opzet onderzoek

3

1.3

Uiteenzetting nota per hoofdstuk

4

2.

Nota Dorpshuizenbeleid 2008 “Leefbare stads- en dorpskernen Schouwen-Duiveland”

5

2.1

Algemeen

5

2.2

Uitgangspunten huidige dorpshuizenbeleid (2008)

5

3.

Trends, ontwikkelingen en beleidscontouren

6

3.1

Demografische context

6

3.2

Maatschappelijke trends en ontwikkelingen

6

3.3

Accommodatie gerelateerde ontwikkelingen

6

3.4

Rol woningcorporaties

7

3.5

Wet- en Regelgeving

7

3.6

Gemeentelijke beleidskaders

7

3.7

Spreiding van voorzieningen

8

4.

Inventarisatie en evaluatie

9

4.1

Aanpak

9

4.2

Kenmerken Dorpshuizen

9

4.3

Bestaande situatie dorpshuizen

9

4.4

Inventarisatie en evaluatie uitgangspunten

10

4.4.1

Functie en gebruik

10

4.4.2

Bezetting (capaciteit) en spreiding

11

4.4.3

Eigendom, exploitatie en beheer

12

4.4.4

Kwaliteit en functionaliteit

13

4.4.5

Financiën

14

5.

Onderzoek en evaluatie Wijkcentra Zierikzee

16

5.1

Motie Wijkcentra Zierikzee

16

5.2

Onderzoek ontmoetingsplekken Zierikzee

16

5.3

Overzicht en bevindingen per wijk

16

5.4

Bevindingen onderzoek ontmoetingsplekken Zierikzee

17

6.

Conclusies, nieuwe beleidsuitgangspunten en uitvoeringsplan

19

6.1

Algemene conclusies

19

6.2

Nieuwe beleidsuitgangspunten dorps- en gemeenschapshuizen

19

6.3

Uitvoeringsplan

20

Bijlage 1 Dashboard (kenmerken) per dorpshuis

21

Bijlage 2 Overzicht ontmoetingsplekken Zierikzee

36

1.

Inleiding: toegankelijke dorps- en gemeenschapshuizen

1.1 Aanleiding In 2008 is de Nota dorpshuizenbeleid vastgesteld. Verschillende ontwikkelingen rond dorpshuizen maken het nodig dat het bestaande beleid geëvalueerd wordt met als doel de uitgangspunten opnieuw te formuleren en vast te stellen. Een actueel en gedragen dorpshuizenbeleid biedt een kader. Dit is behulpzaam in het gesprek over de toekomst van dorpshuizen in het algemeen en de actuele vraagstukken van de afzonderlijke dorpshuizen. In de motie “Wijkcentra Zierikzee” van 9 november 2023 heeft de gemeenteraad aangegeven van mening te zijn dat in Zierikzee in beginsel in iedere wijk gelijksoortige voorzieningen dienen te zijn als in de dorpen. Vandaar dat het college is verzocht om het onderzoek naar wijkcentra als integraal onderdeel te verwerken bij de actualisatie van het dorpshuizenbeleid. In hoofdstuk 5 wordt hier nader op ingegaan. Het doel van de actualisatie van het dorpshuizenbeleid is het opstellen van een kader met nieuwe beleidsuitgangspunten om te zorgen dat doelstellingen geborgd en gemonitord kunnen worden. In het verlengde van de nieuwe nota zal een uitvoeringsplan worden opgesteld.

1.2 Opzet onderzoek Voor het onderzoek zijn relevante documenten bestudeerd, waaronder het coalitieakkoord en de relevante beleidsplannen van de gemeente. Tijdens het onderzoek is er regelmatig afgestemd met de projectgroep van de gemeente, waarin de betrokken ambtenaren deelnemen. Met de betrokken wethouders is voorafgaand aan het onderzoek gesproken om verwachtingen te bespreken. Via de betrokken ambtenaren zijn zij op de hoogte gehouden van de vorderingen. Daarnaast zijn er één-op-één gesprekken gevoerd met alle stichtingsbesturen/exploitanten/besturen van de dorpshuizen en ook met Zeeuwland als eigenaar van 13 van de dorpshuizen. Er is per dorpshuis een enquête uitgezet onder de georganiseerde gebruikers om de tevredenheid onder deze gebruikers te peilen en de mogelijke kansen en knelpunten in kaart te brengen. Het eindresultaat is in nauwe samenwerking en coöperatie met de betrokken ambtenaren tot stand gekomen.

Figuur 1 - Schematische weergave van het onderzoek

3

1.3 Uiteenzetting nota per hoofdstuk In hoofdstuk 2 wordt ingegaan op trends en ontwikkelingen die relevant zijn voor het actualiseren van het beleid voor de dorpshuizen en wijkcentra in de kernen. Hoofdstuk 3 beschrijft de contouren waarbinnen de beleidsontwikkeling plaats dient te vinden: wet- en regelgeving, normen en kengetallen en gemeentelijke beleidskaders en -ambities. Vervolgens gaan we in hoofdstuk 4 in op de daadwerkelijke evaluatie van het dorpshuizenbeleid, gerelateerd aan de trends en ontwikkelingen en contouren zoals beschreven in respectievelijk hoofdstuk 2 en hoofdstuk 3. Hoofdstuk 5 gaat in op het onderzoek wijkcentra Zierikzee en de genomen stappen tot nu toe. In hoofdstuk 6 worden de nieuwe uitgangspunten van het beleid rondom dorps- en gemeenschapshuizen beschreven.

4

2.

Nota Dorpshuizenbeleid 2008 “Leefbare stads- en dorpskernen Schouwen-Duiveland”

2.1 Algemeen In het dorpshuizenbeleid 2008 is ingegaan op de wens tot harmonisatie. Behoud van de dorpshuizen was hierbij het uitgangspunt. Hierbij is onderkend dat de bewoners niet alleen een belangrijke rol spelen bij de instandhouding, maar dat ze daarin ook een verantwoordelijkheid hebben. De gemeente heeft hierin een regierol, waarin handhaving en toezicht essentieel zijn. De dorpsraden hebben een nadrukkelijke rol in de communicatie met de dorpshuizen en het verbeteren van de leefbaarheid van de stads- en dorpskernen. Een dorpshuis vormt het hart van de leefbaarheid. In de dorpshuizen moeten alle inwoners terecht kunnen voor activiteiten en het organiseren ervan. Het beleid moet inwoners verleiden om zich in te zetten voor het dorp en het dorpshuis. Ook de gemeente (vanuit WMO-beleid) en haar bij de leefbaarheid betrokken partners woningcorporatie Zeeuwland en welzijnsorganisatie het Welzijnshuis 1 zijn benoemd om een (inhoudelijke) bijdrage te leveren en liefst bestaande activiteiten uit te breiden. De wens tot harmonisatie vertaalt zich ook in een eenduidig beleid tot instandhouding van de dorpshuizen. Hierbij wordt een rol bij Zeeuwland gezien. Ook bundeling van kennis en expertise ten aanzien van het beheer in een stichting biedt kansen om tot een gezamenlijke en eenduidige aanpak te komen.

De gemeente houdt hierbij de eerdergenoemde regierol om te ondersteunen en faciliteren.

2.2 Uitgangspunten huidige dorpshuizenbeleid (2008) De volgende (beleidsmatige) hoofduitgangspunten voor de dorpshuizen zijn in 2008 vastgesteld: 1. De dorpshuizen/MFC’s in de stads- en dorpskernen blijven als sociaal-culturele en educatieve accommodatie minimaal 10 jaar in stand; 2. Woningbouwvereniging Zeeuwland draagt zorg voor adequate instandhouding van de dorpshuizen. 3. Inwoners zijn primair verantwoordelijk voor beheer en exploitatie; 4. Het beleid is erop gericht dat dorpshuizen ruimte bieden voor alle vormen van activiteiten op het gebied van zorg, recreatie, educatie en cultuur. Verder hebben dorpsactiviteiten voorrang boven niet dorp gebonden activiteiten en commerciële en/of horeca-activiteiten; 5. De gemeente faciliteert en ondersteunt het beheer en exploitatie, maar heeft hierin een regierol (geen uitvoerende taken); 6. De gemeente, Zeeuwland en welzijnsorganisatie het Welzijnshuis vormen een partnerschap om de leefbaarheid in de dorpen te vergroten in aansluiting op activiteiten door bewoners; 7. De gemeente ondersteunt (de oprichting van) een visionair en daadkrachtig stichtingsbestuur voor alle dorpshuizen; 8. De gemeente subsidieert de activiteiten van het nieuwe stichtingsbestuur tot maximaal de bedragen die in de begroting zijn opgenomen; 9.

De huurbedragen die de gemeente vraagt voor de dorpshuizen zijn vastgesteld, waarbij is geanticipeerd op synergievoordelen; 10. Het gemeentelijk subsidie-instrument draag mede bij aan het realiseren van de doelen van het dorpshuizenbeleid. Voor het beheer en de exploitatie van de dorpshuizen zijn prijsafspraken opgenomen. Deze afspraken zijn vertaald in tripartiete samenwerkings- en huurovereenkomsten tussen gemeente, de gebouweigenaren en besturen van de dorpshuizen.

1

Het Welzijnshuis Schouwen-Duiveland is in 2007 opgericht om een pakket aan voorzieningen aan te bieden die inwoners begeleiden van kinderopvang tot en met ouderenwerk. In 2013 heeft deze stichting faillissement aangevraagd vanwege de terugloop in de vraag naar kinderopvang. In datzelfde jaar is de stichting Maatschappelijk Werk & Welzijn Oosterschelderegio (SMWO) opgericht om diensten te leveren op het gebied van maatschappelijk werk, clientondersteuning, welzijn, sport en bewegen. Kinderopvang behoort niet tot de taken van SMWO.

5

3.

Trends, ontwikkelingen en beleidscontouren

De evaluatie van het dorpshuizenbeleid kan niet los worden gezien van ontwikkelingen die zich voorgedaan hebben sinds de vaststelling in 2008. Daarom gaan we in dit hoofdstuk in op trends en ontwikkelingen alsmede de gewijzigde kaders in weten regelgeving en beleidskaders . Voor de beschrijving van deze trends zijn, naast bureau-informatie, onder meer publicaties gebruikt van het Sociaal Cultureel Planbureau en het Centraal Bureau voor de Statistiek.

3.1 Demografische context De gemeente Schouwen-Duiveland telt ruim 34.500 inwoners, verspreid over 17 kernen. De groei concentreert zich voornamelijk in Zierikzee en de verwachting is dat deze groei de komende jaren doorzet. In de dorpen blijft de bevolkingssamenstelling grotendeels stabiel. De vergrijzing op Schouwen-Duiveland is aanzienlijk: 28% is 65-plus, ver boven het landelijk gemiddelde. Ook de grijze druk (het aantal 65-plussers ten opzichte van mensen in de werkzame leeftijd van 20-65 jaar) neemt al jaren toe. Tevens is er sprake van dubbele vergrijzing: het percentage inwoners ouder dan 80 jaar is toegenomen. Dit vraagt om toegankelijke, nabijgelegen ontmoetingsplekken, zeker voor minder mobiele inwoners.

3.2 Maatschappelijke trends en ontwikkelingen Mobiliteit en bereikbaarheid staan onder druk, door een afname van het aantal haltes en verschraling van openbaar vervoer. Buurtbussen, hubs en flextaxi's bieden een alternatief, maar vragen meer planning en eigen inzet. Individualisering en veranderende motivatie beïnvloeden het vrijwilligerswerk. Hoewel de sociale cohesie en vrijwilligersinzet op Schouwen-Duiveland nog hoog is, staat deze onder druk. Dorpshuizen, die deels draaien op vrijwilligers, merken dit direct. Vrijetijdsbesteding is versnipperd: mensen doen meer activiteiten in minder tijd, met minder binding. Tegelijk groeit de behoefte aan nieuwe vormen van gemeenschapszin (‘nieuw collectivisme’). Ook flexibel werk en deeltijd zorgen voor meer spreiding van vrijetijdsmomenten en toenemende vraag naar individuele activiteiten. Langer thuis wonen en zorg dichtbij huis wordt belangrijker door de Wmo en vergrijzing. Dorps- en gemeenschapshuizen kunnen hier een rol in spelen als laagdrempelige ontmoetings- en ondersteuningsplekken. Het creëren van netwerken om passende zorg aan mensen te kunnen leveren, wordt daardoor steeds belangrijker. De toenemende druk op mantelzorgers vormt een bedreiging voor door vrijwilligers gerunde maatschappelijke accommodaties, omdat mantelzorgers daardoor minder tijd beschikbaar hebben voor vrijwilligersactiviteiten.

Economische onzekerheid (o.a. inflatie, energieprijzen) zet druk op gemeentelijke budgetten en investeringen in accommodaties. De vergrijzing biedt ook kansen: meer senioren met tijd en behoefte aan ontmoeting, die mogelijk ook vrijwillig bijdragen. De groep wekelijks sportende senioren groeit bijvoorbeeld sterk in Nederland. Voor senioren interessante en geschikte accommodaties worden meer gebruikt. Voor organisaties is het van belang dat zij hun faciliteiten en activiteiten meer af gaan stemmen op de behoeften van senioren.

3.3 Accommodatie gerelateerde ontwikkelingen Een belangrijke ontwikkeling in het beperken van investerings- en exploitatiekosten van maatschappelijke accommodaties is het clusteren van functies. Anders dan bij de realisatie van multifunctionele voorzieningen wordt hiermee gedoeld op het samengaan van meerdere afzonderlijke voorzieningen in één accommodatie. Bijvoorbeeld een sportkantine die overdag ook voor welzijnsdoeleinden wordt gebruikt (bijvoorbeeld: de sport-BSO op het terrein van MZC’11 in Zierikzee). Clustervorming biedt schaalvoordelen: één entree, horecavoorziening en beheer levert kostenbesparing op. Ook kan het de aantrekkingskracht en opbrengsten vergroten. Tegelijk kan clustering leiden tot minder spreiding van voorzieningen, waardoor de bereikbaarheid afneemt en het gebruik daalt – vooral als voorzieningen geen wijkfunctie meer hebben. Daarnaast stimuleert het autogebruik, wat extra parkeerruimte en dus hogere kosten met zich meebrengt. Het onderscheid tussen publieke en private accommodaties vervaagt. Door commerciële functies toe te voegen, worden maatschappelijke voorzieningen aantrekkelijker en financieel sterker. Samenwerking met private partijen kan gemeenten helpen maatschappelijke functies goedkoper te realiseren. Wel blijft het belangrijk om de balans tussen commercieel en maatschappelijk belang goed te bewaken.

6

3.4 Rol woningcorporaties De rol van woningcorporaties is continu aan verandering onderhevig. Mede door de Vestia-affaire uit 2012 werden corporaties onder verscherpt toezicht gesteld en werden investeringsregels aangescherpt. Dit zorgde ervoor dat veel woningcorporaties zich beperkten tot de kerntaken. Dit betekent dat zij vaak minder betrokken zijn bij stedelijke ontwikkeling en maatschappelijk vastgoed. De rol die Zeeuwland speelt en heeft aangegeven te willen blijven spelen als eigenaar van de dorpshuizen op Schouwen-Duiveland wijkt af van deze landelijke trend. In het bod van Zeeuwland voor 2024 staat echter niets over dorpshuizen of de rol van Zeeuwland om voorzieningen nabij te behouden. Alleen dat ze de bijdrage voor het project “thuis in je dorpshuis” continueren. Uit de financiële paragraaf is niet op te maken welk deel wordt ingezet voor leefbaarheid.

3.5 Wet- en Regelgeving Op verschillende terreinen is wet- en regelgeving van toepassing op maatschappelijke accommodaties, waaronder dorpshuizen. Wettelijke voorschriften en regelgevingen die van toepassing zijn op het beheer, de exploitatie en het gebruik van maatschappelijke accommodaties zijn: Alcoholwet, Algemene Plaatselijke Verordening (APV), Arbowet, geldende CAO, Verordening brandveiligheid en hulpverlening, Wet Milieubeheer, Besluit bouwwerken leefomgeving en de Warenwet. Het faciliteren van dorps-en gemeenschapshuizen binnen een gemeente is geen wettelijke taak. Wel zijn er wetten die nauw verband houden met dorps- en gemeenschapshuizen. Deze worden hieronder kort toegelicht. Daarnaast staan we kort stil bij de integrale regelingen voor een duurzaam preventief gezondheidsbeleid, waarover het rijk, gemeenten en zorgverzekeraars afspraken hebben gemaakt, het zogenaamde Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA). Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015): Gemeenten zijn verantwoordelijk voor een breed pakket van maatschappelijke ondersteuning van haar inwoners. De ondersteuning is erop gericht dat mensen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen blijven en actief kunnen meedoen in de samenleving.

Goed bereikbare, toegankelijke, laagdrempelige (multifunctionele wijk- of kerngerichte) dorps- en gemeenschapshuizen kunnen een bijdrage leveren aan de zelfredzaamheid en participatie van mensen. Daarnaast vervullen dorps- en gemeenschapshuizen een belangrijke rol binnen de sociale infrastructuur en dragen zij bij aan de sociale samenhang en leefbaarheid van een kern. Omgevingswet (2024): Met de Omgevingswet zijn de structuurvisies en de bestemmingsplannen verdwenen en vervangen door één omgevingsvisie en één omgevingsplan per gemeente. Waar bij de structuurvisie en het bestemmingsplan gekeken werd naar de goede ruimtelijke ordening staat bij de nieuwe omgevingsvisie en het omgevingsplan de fysieke leefomgeving met een evenwichtige toedeling van functies en locaties centraal. Het formuleren van integraal beleid wordt zodoende verplicht. Door meer de nadruk te leggen op een omgevingsgerichte visie, flexibilisering en de faciliterende rol van de overheid, kan de Omgevingswet helpen om knelpunten ten aanzien van maatschappelijke accommodaties aan te pakken. Bijvoorbeeld op het gebied van de regionale afstemming (één regionale omgevingsvisie) en herbestemming van accommodaties (wijzigen of verruimen van de gebruiksmogelijkheden bij leegstand).

Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA, 2023): Binnen deze regeling werken Rijk en gemeenten aan preventie, gezondheid en een sterke sociale basis. In dit akkoord zijn 15 lopende programma’s over het stimuleren van gezondheid, sport en bewegen, cultuurparticipatie en het versterken van de sociale basis samengevoegd. Dorps- en gemeenschapshuizen spelen hierin een rol, zeker met het oog op een gezonde, actieve en vitale oudere generatie.

3.6 Gemeentelijke beleidskaders Strategische visie 2040 “Tij van de Toekomst”: Een belangrijk uitgangspunt in deze visie is dat we streven naar bevolkingsgroei. Daarnaast willen we een zorgzaam eiland zijn. Sterke gemeenschappen in dorpen en wijken, ondersteund door goede (zorg)voorzieningen, verhogen de leefbaarheid van ons eiland. Dorps- en gemeenschapshuizen spelen hier een belangrijke rol in. 7

Coalitieakkoord 2022–2026: In het coalitieakkoord wordt gestreefd naar een afgestemd en kwalitatief voorzieningenniveau en het daarmee behouden van de leefbaarheid. Vooral als het gaat om het zo lang mogelijk zelfredzaam houden van inwoners is de bereikbaarheid van passende voorzieningen op het gebied van ontmoeting, welzijn en zorg daarbij van belang. Daarnaast wordt ingezet op het versterken van de rol van de Stads-, Dorps- en Wijkraden als schakel tussen gemeente en inwoners en het uitbreiden van de wijkraden in Zierikzee. Routekaart verduurzaming Gemeentelijk Vastgoed (2020): In de routekaart verduurzaming gemeentelijk vastgoed wordt invulling gegeven aan de ambities uit het coalitieakkoord 20182022, waarin de gemeente aangeeft het goede voorbeeld te willen geven. Bij het opstellen van deze routekaart worden ook gebouwen binnen onderwijs, sport, cultuur en monumentenzorg meegenomen, voor zover ze onder gemeentelijke invloed vallen. Hoewel sommige gebouwen, zoals scholen en sportcomplex Laco, door derden worden beheerd, blijft de gemeente eigenaar. Voor deze panden wordt aangesloten bij landelijke routekaarten en strategieën. Verduurzamingsmaatregelen worden uitgevoerd op natuurlijke vervangingsmomenten binnen de duurzame meerjarenonderhoudsplannen (DMJOP). Dorpshuizen vallen niet binnen deze routekaart.

Kerkenvisie (2022): De kerkenvisie biedt handvatten voor gemeente en eigenaren om kerkgebouwen toekomstbestendig te maken. Deze visie vormt de basis voor een gezamenlijk actieplan dat inzet op behoud en herbestemming. Door ontkerkelijking is de toekomst van veel kerken onzeker. Eén van de aanbevelingen is om kansen te onderzoeken voor kerken in relatie tot de leefbaarheid van kernen. De gemeente kan hierbij integraal kijken naar ruimtevragen binnen het sociaal en cultureel domein, wat mogelijk leidt tot een nieuwe invulling van kerkgebouwen. Dit vraagt om verder onderzoek.

3.7 Spreiding van voorzieningen Het aanbod van maatschappelijke accommodaties in gemeenten is afhankelijk van de omvang en samenstelling van de gemeente, en de diversiteit van het verenigingsleven. Schouwen-Duiveland beschikt over een groot aantal kernen. Daarom is het logisch dat er een vertakt netwerk is van (basis) accommodaties, aangevuld met enkele kern overstijgende gemeentelijke voorzieningen. Deze kern overstijgende voorzieningen treffen we in de grotere kernen en met name in Zierikzee. In de in 2017 gemaakte inventarisatie ten behoeve van het Programma Maatschappelijke Voorzieningen is dit verschil duidelijk te zien.

Figuur 2: Inventarisatie maatschappelijke voorzieningen Schouwen-Duiveland

Dorpshuizen zijn in de kern vooral basisvoorzieningen gericht op de lokale gemeenschap. Voor de doelgroepen die hiervan gebruikmaken is een goede bereikbaarheid essentieel. Voor senioren wordt vaak het begrip ‘pantoffelafstand’ gebruikt – de afstand die gemakkelijk te voet of met een rollator kan worden afgelegd. Voor mensen met een specifieke zorgvraag is nabijheid minder bepalend; voor hen is vooral de beschikbaarheid van passende ondersteuning van groter belang.

8

4.

Inventarisatie en evaluatie

4.1 Aanpak Voor de evaluatie van het huidige beleid is het belangrijk om dit te toetsen aan recente beleidskaders én om de uitvoering hiervan te analyseren. Daarbij zijn ook betrokkenen geraadpleegd. De informatie is verzameld via: Desktopresearch; Gesprekken met stakeholders; Enquête onder gebruikers. Met desktopresearch is informatie verzameld over de functies, bezetting, eigendom, exploitatie, kwaliteit en financiën van de accommodaties, beschikbaar gesteld door stichtingsbesturen en/of de gemeente Schouwen-Duiveland. Daarna zijn gesprekken gevoerd met stichtingen, gemeentevertegenwoordigers en partners zoals woningcorporatie Zeeuwland en welzijnsstichting SMWO. Voor elk dorpshuis, met uitzondering van Bruinisse, is een enquête uitgezet naar gebruikers, zoals verenigingen, stichtingen en clubs. Bruinisse werd uitgesloten vanwege het onderzoek naar mogelijkheden voor renovatie en nieuwbouw (business case SMC Bruinisse). In totaal zijn er 46 reacties ontvangen. Hiervoor waren meerdere herinneringen nodig. De grootste respons is met 8 reacties uit Burgh-Haamstede gekomen. Uit Scharendijke, Zonnemaire en Oosterland kwam 1 reactie binnen. Uit Ellemeet is geen respons gekomen. De lage respons maakt niet mogelijk om de tevredenheid per dorpshuis, maar wel de algemene tevredenheid, te beoordelen. Er is geen enquête uitgezet onder individuele bewoners.

Een dergelijk onderzoek is voor deze fase van de herijking niet nodig, maar kan voor de verdere uitwerking van onderdelen, zoals het in kaart brengen van latente behoefte, wellicht interessant zijn. Tenslotte werden drie discussiesessies georganiseerd: één over het gebruik van dorpshuizen met een breed scala aan betrokkenen, en één over de gebouwen met eigenaren en Zeeuwland. Bij beide sessies waren ook ambtenaren van de gemeente aanwezig. Enkele maanden later is nog een laatste discussiesessie georganiseerd met beheerders en stichtingen van de dorpshuizen. In deze sessie zijn uitgangspunten (nogmaals) getoetst bij de aanwezigen.

4.2 Kenmerken Dorpshuizen In deze rapportage beperken we ons tot een globaal beeld van de dorpshuizen. Specifieke informatie over het dorpshuis is opgenomen in het dashboard per dorpshuis (bijlage 1). Hieraan is aanvullende informatie toegevoegd over andere voorzieningen in de betreffende kern en het ruimtegebruik van het dorpshuis.

4.3 Bestaande situatie dorpshuizen In 16 van de 17 kernen van Schouwen-Duiveland is een dorpshuis aanwezig. Zeeuwland is eigenaar van de meeste dorpshuizen. Alleen SMC Bruinisse is zelf eigenaar en exploitant van dorpshuis en sporthal de Vanger. Zij hebben een beheerder in loondienst. In Ouwerkerk en Noordwelle is respectievelijk de dorpsraad Ouwerkerk en Stichting Leefbaarheid Noordwelle exploitant. Deze dorpshuizen worden momenteel uitsluitend met vrijwilligers gerund. De Stichting Dorps- en Gemeenschapshuizen (SDGH) exploiteert de overige 13 dorpshuizen. Deze dorpshuizen worden beheerd door een beheerder, vaak met ondersteuning van de vele vrijwilligers in de kernen.

9

Tabel 1 - Overzicht van de dorps- en gemeenschapshuizen op Schouwen-Duiveland

Kern Brouwershaven Bruinisse Burgh-Haamstede Dreischor Ellemeet Kerkwerve Nieuwerkerk Noordgouwe Noordwelle Oosterland Ouwerkerk Renesse Scharendijke Serooskerke Sirjansland Zonnemaire

Dorpshuis Het Tonnenmagazijn De Vanger De Schutse

Exploitant Stichting Dorps- en Gemeenschapshuizen Stichting Multifunctioneel Centrum (SMC) Bruinisse Stichting Dorps- en Gemeenschapshuizen

Eigenaar Zeeuwland SMC Bruinisse Zeeuwland

Trefpunt De Dorsvloer ’t Durpsuus ’t Zuudènde Ons Dorpshuis Dorpshuis Noordgouwe Ons Dorpshuis Noordwelle Dorpshuis De Oosterhof Dorpshuis Ouwerkerk Dorpshuis Renesse Dorpshuis De Putmeet Dorpshuis Serooskerke Dorpshuis Sirjansland Dorpshuis Zonnemaire

Stichting Dorps- en Gemeenschapshuizen Stichting Dorps- en Gemeenschapshuizen Stichting Dorps- en Gemeenschapshuizen Stichting Dorps- en Gemeenschapshuizen Stichting Dorps- en Gemeenschapshuizen Stichting Leefbaarheid Noordwelle Stichting Dorps- en Gemeenschapshuizen Dorpsraad Ouwerkerk Stichting Dorps- en Gemeenschapshuizen Stichting Dorps- en Gemeenschapshuizen Stichting Dorps- en Gemeenschapshuizen Stichting Dorps- en Gemeenschapshuizen Stichting Dorps- en Gemeenschapshuizen

Zeeuwland Zeeuwland Zeeuwland Zeeuwland Zeeuwland Zeeuwland Zeeuwland Zeeuwland Zeeuwland Zeeuwland Zeeuwland Zeeuwland Zeeuwland

4.4 Inventarisatie en evaluatie uitgangspunten De uitgangspunten uit het dorpshuizenbeleid zijn per thema geclusterd en van een beknopte evaluatie voorzien. De eerdergenoemde (10) uitgangspunten van het dorpshuizenbeleid komen per thema aan de orde en zijn verdeeld zoals achter de thema’s cursief is weergegeven. Het betreft de volgende thema’s: Functie en aard van gebruik (4) Bezetting (capaciteit) en spreiding Eigendom, exploitatie en beheer (1, 3, 5, 6, 7) Kwaliteit en functionaliteit (2) Financiën (subsidies en tarieven) (8, 9, 10). In onderstaande inventarisatie wordt ingegaan op de situatie in algemene zin en worden specifieke situaties aangehaald. Het benoemen van de specifieke situaties is slechts ter illustratie en niet als beoordeling/waardering. 4.4.1 Functie en gebruik “Het beleid is erop gericht dat dorpshuizen ruimte bieden voor alle vormen van activiteiten op het gebied van zorg, recreatie, educatie en cultuur. Verder hebben dorpsactiviteiten voorrang boven niet dorpsgebonden activiteiten en commerciële en/of horeca-activiteiten” (Dorpshuizenbeleid 2008, uitgangspunt 4). Uit de analyse blijkt dat het aanbod aan activiteiten het brede scala van zorg, recreatie, educatie of cultuur beslaat. Alle ondervraagden geven aan ook het belang te zien van prioritering van dorpsactiviteiten.

Over het algemeen lijkt ook prioriteit aan deze activiteiten te kunnen worden gegeven. Toch leeft er in enkele dorpshuizen het gevoel dat er onvoldoende mogelijkheden worden geboden om laagdrempelige of maatschappelijke activiteiten te organiseren. Hoewel er niet per dorpshuis een score kan worden opgesteld is er wel een gemiddelde score van de gebruikers van de dorpshuizen opgesteld. Dit laat het volgende beeld zien: Toegankelijkheid (gemiddeld)

8,3

Ruimte (gemiddeld)

8,1

Overige faciliteiten (gemiddeld) 7,9 Service beheerder

8,2

Huurtarief

7,8 10

Prijs consumpties2

8,0

Bij toegankelijkheid gaat het om ligging, bereikbaarheid, parkeren, voorzieningen voor mensen met een beperking, et cetera. Bij ruimte gaat het zowel om de grootte van de ruimte als om de sfeer en uitstraling. Bij overige faciliteiten valt te denken aan de aanwezigheid van een podium, scherm en beamer, geluidsinstallatie, speelhoek, sfeerverlichting, airco, etc. Deze scores komen overeen met het landelijke beeld en worden vooral beïnvloedt door de persoonlijke betrokkenheid van gebruikers met het dorpshuis of de persoonlijke affiniteit met de beheerder. Ruimtes die minder schoon zijn krijgen vaak nog een goede beoordeling omdat gebruikers de leeftijd van het gebouw in ogenschouw nemen en/of zien dat er sprake is van overmacht bij de beheerder. Overige overwegingen en bevindingen met betrekking tot functie en gebruik: De dorpshuizen hebben met name een verhuurfunctie. Verenigingen en maatschappelijke organisaties kunnen ruimtes huren om hun activiteit te kunnen organiseren. Deelname is meestal verbonden aan lidmaatschap. Voor spontane en incidentele activiteiten van ongebonden gebruikers (denk bijvoorbeeld aan buurtbewoners in Malta die in de Ruilwinkel komen om te tekenen en schilderen) is minder ruimte in de programmering. De huurkosten zijn voor deze activiteiten vaak ook een hoge drempel.

In het dorpshuizenbeleid wordt benoemd dat een dorpshuis een ontmoetingsruimte is voor sociale contacten van inwoners. In de dorpshuizen vindt echter slechts een beperkt aantal activiteiten plaats die voor iedereen laagdrempelig toegankelijk zijn, zogenaamde inloopmomenten. In de dorpshuizen die in beheer zijn bij de stichting Dorps- en Gemeenschapshuizen Schouwen Duiveland (SDGH) is onduidelijkheid over de verantwoordelijkheid voor maatschappelijke activiteiten in het algemeen en inloopmomenten in het bijzonder. In sommige dorpshuizen ervaren de beheerders de verantwoordelijkheid voor deze activiteiten, maar geven aan ook financiële belemmeringen te ondervinden. SDGH geeft aan dat welzijnsstichting SMWO hiervoor verantwoordelijk is. De rol die de dorpsraden hierin voelen en nemen is per dorp verschillend. Met het faillissement van het Welzijnshuis is het periodiek strategisch overleg van het partnerschap leefbaarheid (uitgangspunt 6) vervallen. Wel zijn de afgelopen jaren enkele initiatieven ontwikkeld in samenwerking tussen de gemeente Schouwen-Duiveland, SDGH, Zeeuwland en SMWO, zoals Thuis in je Dorpshuis en Tafelen in de Buurt. Het succes van deze initiatieven verschilt per dorpshuis.

Geïnterviewden geven aan dat in sommige gevallen geen vrijwilligers konden worden gevonden om het initiatief voort te zetten of dat het onduidelijk was wie verantwoordelijk was voor de organisatie. Dat deze initiatieven wel inspelen op een behoefte blijkt uit het feit dat een aantal van dit soort inloopmomenten ook inwoners uit andere dorpen aantrekt. Evaluatie van deze initiatieven tussen de partners heeft niet plaatsgevonden. Grotere evenementen zoals Koningsdag en Sinterklaas worden als waardevol gezien voor de saamhorigheid in het dorp en is belangrijk voor de exploitatie van de dorpshuizen. Initiatief voor deze activiteiten ligt over het algemeen bij de dorpsraad of Oranjevereniging. 4.4.2 Bezetting (capaciteit) en spreiding In het Dorpshuizenbeleid 2008 wordt de bezettingsgraad benoemd als graadmeter voor het succes. Aan deze bezettingsgraad zijn echter geen normen gekoppeld. Ook in de later opgestelde samenwerkingsovereenkomsten met de stichtingen ontbreekt een kwantificering, maar wordt wel genoemd dat tegenvallende bezetting reden kan zijn tot ontbinding van de overeenkomst. SDGH geeft aan dat de beheerders gevraagd worden om de bezetting vast te leggen, maar dat deze getallen vooral een signaalfunctie hebben. Deze cijfers maken geen onderdeel uit van het afsprakenkader binnen het dorpshuizenbeleid en/of de jaarlijkse verantwoording.

De bezetting verschilt per dorpshuis net als het aantal inwoners. Sommige dorpshuizen worden ook gebruikt door verenigingen uit andere dorpen of Zierikzee. Per dorpshuis verschilt de bezetting van de verschillende ruimtes. Hoewel de gebruikers aangeven goed uit de voeten te kunnen met de beschikbare voorzieningen en de capaciteit per dorpshuis, ervaren sommige gebruikers dat niet altijd de gewenste tijdstippen beschikbaar zijn of dat de programmering onvoldoende ruimte biedt om aanvullende ad hoc

2

Bij de prijs van de consumpties moet worden opgemerkt dat 44 van de 46 respondenten gebruik maken van de horeca.

11

aanvragen in te willigen. Tegelijkertijd moet worden opgemerkt dat andere dorpshuizen juist vanuit het beperkte aantal activiteiten nog mogelijkheden hebben om efficiënter te plannen en daarmee te kunnen besparen op gebruikskosten en inzet van de exploitant. Voor sommige activiteiten zijn de beschikbare voorzieningen (vooral ruimte) belangrijker dan nabijheid. Leden van een vereniging zijn bereid een afstand te overbruggen voor hun activiteiten. Ook voor het culturele aanbod, zoals bijvoorbeeld in Renesse, zijn bezoekers bereid een grotere afstand te overbruggen. Daar staan de inloopmomenten voor buurtbewoners tegenover. Hiervoor is de nabijheid essentieel. De ruimtebehoefte is nu en waarschijnlijk ook in de komende 5 jaar, voldoende. Er is één respondent die aangeeft wel eens (ad hoc) gebruik te willen maken van een ruimte die vast wordt gehuurd door een andere vereniging. Die andere vereniging zou het liefst in Zierikzee een ruimte huren. De meeste dorpshuizen hebben zelfs voldoende ruimte voor uitbreiding van activiteiten. Door efficiënt te plannen zouden een aantal dorpshuizen met minder ruimte uit de voeten kunnen. Tabel 2 - Ruimtebehoefte volgens respondenten Ontwikkeling deelnemers Stijging Gelijk en ruimtebehoefte Afgelopen 5 jaar 41% 43% Komende 5 jaar (verwachting) 31%

65%

Daling 15% 4%

Opvallend is dat 15 procent van de respondenten ook gebruik maakt van andere gebouwen. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om sportclubjes of een theatergezelschap die hun activiteiten op meerdere plekken aanbiedt. Nabijheid is voor 65% van de gebruikers een noodzaak. Voor 22% zijn de beschikbare voorzieningen belangrijker.

4.4.3 Eigendom, exploitatie en beheer “De dorpshuizen/MFC’s in de stads- en dorpskernen blijven als sociaal-culturele en educatieve accommodatie minimaal 10 jaar in stand.” (Dorpshuizenbeleid 2008, uitgangspunt 1) Dit uitgangspunt is gerealiseerd voor de dorpshuizen. In het geval van het MFA in Zierikzee moet worden geconstateerd dat de doelstelling niet is gehaald. Binnen de actualisatie moet worden beoordeeld of een algemene termijn wenselijk is, of dat een specifieke termijn per dorpshuis nodig is. “Inwoners zijn primair verantwoordelijk voor beheer en exploitatie” (Dorpshuizenbeleid 2008, uitgangspunt 3); Het succes van het dorpshuis wordt bepaald door de activiteiten die worden georganiseerd maar ook door de wijze waarop inwoners worden betrokken. Wel is er verschil van inzicht over degene die verantwoordelijk is voor de organisatie van activiteiten. Bij de oprichting van SDGH is ervoor gekozen om betrokken inwoners van Schouwen-Duiveland in het bestuur op te nemen. Hiermee zijn de inwoners, indirect, verantwoordelijk voor beheer en exploitatie. Daar staat tegenover dat het bestuur sinds de oprichting zelfstandig haar werkzaamheden uitvoert en dat hierbij inspraak of betrokkenheid van inwoners geen actief onderdeel uitmaakt van het beleid. Bij sommige dorpshuizen is de dorpsraad ook (indirect) betrokken bij de exploitatie van het dorpshuis.

Daarmee is de betrokkenheid van de inwoners groter. De rol van dorpsraden bij de dorpshuizen verschilt per kern.

12

“De gemeente faciliteert en ondersteunt het beheer en exploitatie, maar heeft hierin een regierol (geen uitvoerende taken).” (Dorpshuizenbeleid 2008, uitgangspunt 5)

De gemeente Schouwen-Duiveland heeft een regierol genomen, waarbij er periodiek tripartiet overleg wordt gevoerd over de exploitatie en het beheer van de dorpshuizen. Hierbij wordt gestuurd op de adequate instandhouding en de financiële kaders. “De gemeente, Zeeuwland en welzijnsorganisatie het Welzijnshuis vormen een partnerschap om de leefbaarheid in de dorpen te vergroten in aansluiting op activiteiten door bewoners.” (Dorpshuizenbeleid 2008, uitgangspunt 6) Met het faillissement van het Welzijnshuis is het partnerschap beëindigd. Hiermee ontbreekt het overleg over de inhoudelijke aanpak van leefbaarheid en een mogelijkheid om taken en verantwoordelijkheden vast te leggen en verwachtingen te managen. “De gemeente ondersteunt (de oprichting van) een visionair en daadkrachtig stichtingsbestuur voor alle dorpshuizen.” (Dorpshuizenbeleid 2008, uitgangspunt 7)

Met de oprichting van SDGH is nadere invulling gegeven aan dit uitgangspunt. Over de wijze waarop dit wordt ingevuld zijn geen specifieke afspraken gemaakt. Uit de gesprekken komt naar voren dat er op sommige onderdelen verschil van inzicht is over de wederzijdse rolinvulling en verwachtingen. Tijdens de interviews wordt door de diverse stakeholders aangegeven dat de overdracht van het beheer van de dorpshuizen van de gemeente naar de stichtingen betekent dat: Vrijwilligers beter worden bereikt; Zelfwerkzaamheid wordt verbeterd (activiteiten en onderhoud/beheer); Er aanvullende mogelijkheden zijn voor subsidie. Overige overwegingen en bevindingen met betrekking tot eigendom, exploitatie en beheer: In het dorpshuizenbeleid wordt benoemd dat dorpsactiviteiten boven niet dorpsgebonden maatschappelijke activiteiten gaan en dat maatschappelijke activiteiten boven commerciële activiteiten gaan. Daarbij wordt aangetekend dat commerciële activiteiten vaak op gespannen voet staan met de maatschappelijke activiteiten. Nadere afspraken over de voorwaarden wanneer en hoe de commerciële activiteiten zich verhouden tot de maatschappelijke activiteiten kunnen de onderlinge verwachtingen en begrip vergroten. Het succes van de betrokkenheid van de inwoners en het bezoek aan de dorpshuizen valt samen met de inzet, ambitie en passie van de beheerders.

De beheerder is regelmatig niet alleen horeaca-exploitant en facilitor van ontmoeting, maar vaak ook organisator van activiteiten. In het geval van opvolging is het de vraag of hetzelfde brede takenpakket en maatschappelijke betrokkenheid kan worden verwacht. Andere organisatievormen, waarbij de gastvrijheid van de ontmoetingsplekken, de horeca, los staat van de organisatie van activiteiten zou dan een optie zijn. 4.4.4 Kwaliteit en functionaliteit “Woningbouwvereniging Zeeuwland draagt zorg voor adequate instandhouding van de dorpshuizen.” (Dorpshuizenbeleid 2008, uitgangspunt 2)

Bij het opstellen van de Tripartiete Huur- en Samenwerkingsovereenkomsten heeft Zeeuwland een meerjaren onderhoudsplan (MJOP) voor alle dorpshuizen opgesteld. Op basis van dit MJOP wordt jaarlijks in overleg afgestemd welke onderhoudswerkzaamheden precies uitgevoerd worden. Inhoudelijke afspraken ten aanzien van verduurzaming, toegankelijkheid of functionele aanpassingen om de programmering te optimaliseren zijn hierin niet opgenomen. Binnen de begroting van SDGH worden reserveringen gepleegd ten behoeve van het huurdersonderhoud, verbetering van de verhuurbaarheid en terugdringen van de exploitatielasten. Een omschrijving van het beoogde kwaliteitsniveau en een demarcatie tussen deze investeringen en reserveringen is niet specifiek gemaakt. Voor het huurdersonderhoud ontbreekt een meerjarenplan en/of visie op vervanging en upgrade van het interieur en andere gebruikersvoorzieningen. Overige overwegingen ten aanzien van kwaliteit en functionaliteit: Er zit een groot verschil in de bouwkundige en ruimtelijke kwaliteit van de dorpshuizen. Van nog geen 300 m2 bruto vloeroppervlak in Serooskerke tot bijna 1.700 m2 bruto vloeroppervlak (waarvan bijna 700 m2 sportzaal) in Bruinisse en van het monumentale Tonnenmagazijn in Brouwershaven tot gebouwen als het dorpshuis Dreischor uit 1996.

13

De stijgende kosten voor energieverbruik en daarmee de noodzaak voor energiebesparende maatregelen en verduurzaming is een belangrijk thema. In 2023 zijn er in dorpshuizen van SDGH zonnepanelen en Led-verlichting geplaatst. Zeeuwland geeft aan dat ondertussen 4 dorpshuizen een energielabel A hebben. Daarnaast heeft Duradis onderzoek uitgevoerd naar de verduurzaming van de dorpshuizen. Strategische afspraken over het te behalen energielabel en de duurzaamheid en daarmee het toekomstbestendig maken van de dorpshuizen zijn (nog) niet gemaakt. Om alle gebouwen toekomstbestendig te maken op basis van de rapporten van Duradis is een forse investering nodig. Zeeuwland geeft aan de bouwkundige aanpassingen te faciliteren, maar dat de (strategische) keuze voor het niveau van instandhouding en daarmee ook voor de aanpassingen ten aanzien van verduurzaming bij de gemeente ligt. De gemeente bekostigt immers de instandhouding. In het dorpshuis Noordwelle is bij de overdracht van het gebouw aan Zeeuwland door het stichtingsbestuur bedongen dat laatstgenoemde een groot deel van het onderhoud zelf uitvoert. De huur die wordt afgedragen aan Zeeuwland is lager dan de geharmoniseerde huurprijs. Daar staat tegenover dat ze een relatief hoge dotatie onderhoud opnemen voor het opstal en de inventaris.

Per dorpshuis spelen er zaken zoals het verbeteren van de toegankelijkheid of het opknappen van het interieur om de uitstraling te verbeteren en de schoonmaak efficiënt en effectief uit te laten voeren. Er is onderzoek gedaan naar het verbeteren van de integrale toegankelijkheid van de dorpshuizen. Hiervoor zijn forse investeringen nodig. In sommige gevallen is er sprake van het gedogen van de bestaande situatie in afwachting van een besluit over de functie en duurzaamheid van het gebouw en bijbehorende ruimtes. Voor Bruinisse is de gemeente hierover in gesprek met SMC Bruinisse. 4.4.5 Financiën “De gemeente subsidieert de activiteiten van het nieuwe stichtingsbestuur tot maximaal de bedragen die in de begroting zijn opgenomen.” (Dorpshuizenbeleid 2008, uitgangspunt 8) Er is open-einde constructie afgesproken met SDGH. Dit betekent dat de gemeente Schouwen-Duiveland het exploitatietekort van de dorpshuizen compenseert in de vorm van een subsidie. Over het te vergoeden bedrag is jaarlijks overleg tussen de gemeente en stichting op basis van de ingediende begroting. De overige stichtingen ontvangen jaarlijks een vast bedrag. “De huurbedragen voor de dorpshuizen zijn vastgesteld, waarbij is geanticipeerd op synergievoordelen.” (Dorpshuizenbeleid 2008, uitgangspunt 9)

In 2017 is er een nieuwe huurovereenkomst vastgesteld. De huurprijzen zijn gebaseerd op de meerjarenonderhoudsplannen van alle dorpshuizen. Hierbij is de vastgestelde huurprijs verhoogd van 32 naar 36 euro per vierkante meter. Daarnaast zijn er afspraken vastgelegd over de indexering. “Het gemeentelijk subsidie-instrument draagt mede bij aan het realiseren van de doelen van het dorpshuizenbeleid.” (Dorpshuizenbeleid 2008, uitgangspunt 10)

De wijze waarop op dit moment de subsidie wordt verstrekt zorgt ervoor dat de verschillende stichtingen de dorpshuizen kunnen exploiteren en instandhouden. Daarnaast is er sprake van een adequate instandhouding van de gebouwen door de eigenaren. Voor de gemeente is het op dit moment lastig om te monitoren en te sturen, omdat de huidige uitgangspunten binnen het dorpshuizenbeleid onvoldoende door vertaald zijn naar operationele doelen. Overige overwegingen ten aanzien van financiën: Ieder dorp en ieder dorpshuis heeft z’n eigen kenmerken. Het is daarom niet mogelijk om uitgangspunten voor exploitatie, de hierbij behorende kosten en baten, uniform te maken: In een vergelijking van de jaarrekeningen van 2022 zien we dat de omzet in Burgh-Haamstede het grootst is met ruim 65.000 euro en die in Nieuwerkerk het laagst met ruim 6.000 euro. De hoge omzet van Burgh-Haamstede is te verklaren doordat dit dorpshuis het grootste verhuurbare oppervlak heeft en een deel wordt verhuurd aan de bibliotheek. De omzet in Nieuwerkerk betrof de eerste omzet van het nieuwe bestuur. Ondertussen is de omzet hoger. Als we de omzet relateren aan de grootte van het dorpshuis, is de omzet per m2 het grootst in Noordwelle en Ouwerkerk. In Nieuwerkerk, Kerkwerve, Scharendijke en Oosterland is de omzet per m2 het laagst.

Daarbij moet worden opgemerkt dat in Noordwelle ongeveer 25% van de omzet uit subsidies bestaat, terwijl dit bij de overige dorpshuizen rond de 70% uit komt (in Ouwerkerk 80%). 14

De omzet in de jaarrekeningen laat maar een deel van het verhaal zien. Horeca-omzet van beheerders is hierin niet opgenomen. Het exploitatieresultaat per dorpshuis laat alleen in Noordwelle een batig saldo van bijna 10.000 euro zien. Hierin zijn echter wel de horeca-inkomsten verwerkt en is er geen sprake van personeel. Van de overige dorpshuizen is in Ouwerkerk het negatief exploitatieresultaat het laagst met bijna – 6.000 euro. Tegenover de hoge omzet in Burgh-Haamstede staat ook een negatief exploitatieresultaat van dezelfde orde (- 61.000 euro). In Brouwershaven is het exploitatieresultaat het laagst met ruim – 61.000 euro. Het verschil in exploitatieresultaat wordt vooral bepaald door de hoogte van de huisvestingslasten en de personeelslasten. De hoogste huisvestingslasten zijn voor het (monumentale) Tonnenmagazijn in Brouwershaven en De Schutse in BurghHaamstede. Dit zijn beide grote dorpshuizen. Het gebruiksoppervlak van ‘t Durps’uus De Vanger in Bruinisse is vergelijkbaar met De Schutse in Burgh-Haamstede. Het feit dat SMC Bruinisse de uitgaven bewust beperkt houdt in afwachting van de toekomstplannen kan dit verschil verklaren. Ook het verschil in personeelslasten is te verklaren door de lokale omstandigheden. In het geval van het dorpshuis Noordwelle zijn de personeelslasten nihil, omdat zij volledig op vrijwilligers draaien.

In Bruinisse zijn de personeelslasten het hoogst, want de beheerder is hier in loondienst. Gemiddeld bedragen de huisvestingslasten daar ruim 36.000 euro en de personeelslasten ruim 18.000 euro. Te zien is dat de kosten voor het in stand houden van de dorpshuizen voor SDGH gelijk lopen met de subsidievergoeding. Met andere woorden: De subsidie wordt inderdaad benut voor het in stand houden van de voorzieningen. Subsidie voor de culturele en maatschappelijke activiteiten is niet in deze tegemoetkoming opgenomen. Voor de andere dorpshuizen is te zien dat deze minder subsidie ontvangen dan dat ze nodig hebben voor het in stand houden van het dorpshuis. Vanuit inkomsten uit verhuur moet dit verschil worden overbrugd. De huurtarieven van SDGH zijn geharmoniseerd. De overige dorpshuizen hanteren andere tarieven. Zo kan een vereniging in Ouwerkerk een dagdeel de grote zaal inclusief podium huren voor € 58,- terwijl de grote zaal in Sirjansland € 176,kost. Door enkele beheerders is aangegeven dat de huurtarieven voor sommige ongeorganiseerde (kwetsbare) gebruikers niet zijn op te brengen. Hoewel men deze doelgroep juist wil bereiken, is het tegen een lager tarief of om niet aanbieden van ruimtes voor beheerders die van de inkomsten uit het dorpshuis rond moeten komen niet mogelijk. Beheerders van de SDGH hebben een verplichting om huurlasten door te berekenen bij alle activiteiten.

Ze geven aan dat dit nieuwe maatschappelijk waardevolle initiatieven en inloopmomenten belemmerd: De kosten voor deze activiteiten zijn hoger dan de inkomsten en hebben daarmee consequenties op de inkomsten van de beheerder. Er is op dit moment een groot verschil tussen de wijze waarop het beheer van de dorpshuizen is georganiseerd en de bestaanszekerheid van de beheerders. Beheerders van SDGH krijgen een vergoeding op basis van de dorpsgrootte en zijn daarnaast aangewezen op inkomsten uit evenementen en horeca. Bij SMC Bruinisse is ervoor gekozen om personeel van een salaris te voorzien. In Noordwelle en Ouwerkerk is sprake van inzet van vrijwilligers. In alle gevallen moet goed worden bekeken in hoeverre bestaanszekerheid kan worden gegarandeerd.

15

5.

Onderzoek en evaluatie Wijkcentra Zierikzee

5.1 Motie Wijkcentra Zierikzee In november 2023 heeft de gemeenteraad heeft het college bij motie verzocht om het volgende: een overzicht te maken van beschikbare ruimtes in Zierikzee die door verenigingen en particulieren te huren zijn en daarover actief te communiceren; in samenwerking met relevante partijen een plan van aanpak te maken voor de realisering van met dorpshuizen vergelijkbare voorzieningen in de verschillende wijken van Zierikzee (Poortambacht, Binnenstad, Malta en Noorderpolder); te komen tot een integratie van het dorpshuizenbeleid (in 2024 te actualiseren/herijken) en het beleid ten aanzien van wijkcentra in Zierikzee; Het onderzoek motie wijkcentra Zierikzee bestaat uit de volgende stappen: Enerzijds het verkrijgen van inzicht in en het vervaardigen van een totaal overzicht van het aantal en soorten ontmoetingsplekken binnen Zierikzee. Op deze wijze ontstaat een beeld in hoeverre deze ontmoetingsplekken in aanmerking komen als wijkcentrum. Anderzijds het doen van een behoeftenonderzoek wijkcentra onder de inwoners van Zierikzee. Het onderzoek naar de ontmoetingsplekken in Zierikzee is afgerond en de bevindingen worden in dit hoofdstuk uiteengezet. Het behoefteonderzoek is inmiddels opgestart (loopt parallel aan een behoeftenonderzoek wijkraden Zierikzee).

De totaalanalyse van het onderzoek naar de ontmoetingsplekken en het behoeftenonderzoek, inclusief conclusies & aanbevelingen en vervolgaanpak, zal naar verwachting in het 4e kwartaal 2025 aan de raad worden gepresenteerd.

5.2 Onderzoek ontmoetingsplekken Zierikzee Voor de wijken Poortambacht, Binnenstad, Malta en Noorderpolder zijn overzichten gemaakt van de gebouwen waar activiteiten plaats vinden of te huren zijn (zie Bijlage 2). Per wijk is inzichtelijk gemaakt welke voorzieningen aanwezig zijn en het type ontmoeting dat plaats kan vinden. Naast gebouwen die in eigendom zijn van de gemeente is inzichtelijk gemaakt of er ruimtes van particulieren zijn die kunnen worden gehuurd voor maatschappelijke activiteiten. De aan te geven manieren van ontmoeting zijn: ontmoeting algemeen; kunst, cultuur en ontspanning; informatie en kennis; zorg en welzijn.

5.3 Overzicht en bevindingen per wijk Poortambacht De wijk Poortambacht ligt ten westen van de binnenstad. De wijk heeft ongeveer 4.600 inwoners en is daarmee niet alleen de grootste wijk van Zierikzee, maar ook groter dan Bruinisse met ongeveer 3.800 inwoners en Burgh Haamstede met ongeveer 4.200 inwoners. Ten opzichte van het gemiddelde van de gemeente Schouwen Duiveland heeft de wijk een lager aantal senioren. Ook de woningwaarde is lager dan het gemiddelde binnen de gemeente. Ruim 40% van de woningen wordt verhuurd, waarvan twee derde door de woningcorporatie. Ten opzichte van het gemiddelde van Nederland ligt het percentage senioren hoger en de gemiddelde woningwaarde lager (bron: allecijfers.nl). In Poortambacht zijn diverse locaties waar bewoners van de wijk elkaar kunnen ontmoeten. De ontmoetingsruimtes in en nabij de bibliotheek spreken aan voor culturele activiteiten. Helaas is de Campus Cultura onvoldoende succesvol gebleken voor laagdrempelige ontmoeting. De aanwezigheid van een veelheid aan voorzieningen in en nabij de bibliotheek (denk bijvoorbeeld aan de keuken- en techniekvoorziening in de Pontes Pieter Zeeman) maakt de locatie aantrekkelijk om maatschappelijke activiteiten te organiseren met een wat meer regionale aantrekkingskracht.

16

Voorheen maakten groepen inwoners ook gebruik van ruimtes bij de locatie van Gors aan de Scheldestraat. Echter sinds de nieuwbouw van deze locatie (2025) zijn de ruimtes die door andere partijen kunnen worden gehuurd beperkt. Er is wel een lunchroom (Koek&Zo de Punt) waar inwoners elkaar kunnen ontmoeten. Binnenstad De binnenstad heeft ongeveer 3.500 inwoners. Het percentage senioren is gemiddeld voor de gemeente Schouwen-Duiveland. De woningwaarde is een stuk lager dan gemiddeld binnen de gemeente, maar hoger dan Malta. Ruim 40% van de woningen wordt verhuurd, waarvan ruim 80% door de woningcorporatie. Ten opzichte van het gemiddelde van Nederland ligt het percentage senioren hoger en de gemiddelde woningwaarde lager (bron: allecijfers.nl). In de binnenstad zijn ook diverse locaties waar bewoners elkaar kunnen ontmoeten. Een groot deel van de ontmoetingsplekken zijn echter niet openbaar toegankelijk en bijvoorbeeld in eigendom van een kerk. Er zijn echter ook drie basisscholen in de binnenstad die wellicht ook ruimte (na schooltijd) kunnen bieden voor ontmoeting. Afhankelijk van de behoefte tot ontmoeten en/of de te organiseren activiteiten zou onderzocht kunnen worden of een van deze gebouwen ook als wijkcentrum geschikt is.

In de binnenstad is ook zorgcentrum De Wieken met een restaurant waar op dit moment al diverse activiteiten voor senioren (bewoners en buurtbewoners) worden georganiseerd. De activiteiten worden vooral georganiseerd door zorginstelling Eilandzorg. Malta De wijk Malta ligt ten oosten van de binnenstad. De wijk heeft ongeveer 1.500 inwoners. Ten opzichte van het gemiddelde van de gemeente Schouwen Duiveland heeft de wijk een hoger aantal senioren. Ook de woningwaarde is een stuk lager dan het gemiddelde binnen de gemeente. Relatief kent de wijk een groot aantal huurwoningen. Ten opzichte van het gemiddelde van Nederland ligt het percentage senioren hoger en de gemiddelde woningwaarde lager (bron: allecijfers.nl). Net als de wijk Poortambacht zijn er in de wijk diverse mogelijkheden tot ontmoeting. De locatie van de ruilwinkel en het jongerencentrum, Centrum 4SD, lijkt uitermate geschikt om als wijkcentrum te gebruiken. Er worden immers al diverse activiteiten georganiseerd en er is al sprake van diverse inloopmomenten voor buurtbewoners. Sommige inloopmomenten zijn algemeen, anderen richten zich op een speciale doelgroep. Ook buurtbewoners weten dit centrum steeds beter te vinden, zowel individueel als georganiseerd. De gebruikersgroep van het Centrum 4SD is daarom erg divers van jong tot oud.

Wellicht zijn er nog mogelijkheden om bij het in plannen van de activiteiten het gebouw van de Harmonie aan de overzijde te betrekken. Hiermee kan beter worden ingespeeld op sport en bewegen. Noorderpolder De wijk Noorderpolder ligt ten noorden van de binnenstad. De wijk heeft ongeveer 1.000 inwoners en is daarmee de kleinste wijk met relatief nog nieuwe woningen. De woningwaarde is een stuk hoger dan het gemiddelde binnen de gemeente en vooral ten opzichte van de andere wijken van Zierikzee. Slechts 25% van de woningen wordt verhuurd, bijna allemaal door de woningcorporatie. Ten opzichte van het gemiddelde van Nederland ligt zowel het percentage senioren als de gemiddelde woning-waarde hoger (bron: allecijfers.nl). Hoewel er kwantitatief wellicht minder plekken zijn die in aanmerking komen als wijkcentrum, is er in de brede school Theo Thijssen al voorzien in een multifunctionele ruimte en ook het sportgebouw aan de Lange Blokweg geschikt voor activiteiten.

5.4 Bevindingen onderzoek ontmoetingsplekken Zierikzee Uit het onderzoek ontmoetingsplekken komen de volgende hoofdconclusies naar voren: •

Zierikzee heeft een breed scala aan ontmoetingsplekken;

•

Een groot deel is in handen van derden;

•

Ontmoetingsplekken van de gemeente hebben (nog) niet de “titel” wijkcentrum of zijn onvoldoende laagdrempelig.

17

Binnen de vier wijken zijn meerdere ontmoetingsplekken die in de basis uitgebouwd zouden kunnen worden tot een wijkcentrum. Met het inzichtelijk maken van de beschikbare ruimtes in Zierikzee is een overzicht verkregen van het aanbod van gebouwen dat een rol kan vervullen als wijkcentrum. Daarbij is duidelijk geworden dat er in iedere wijk een gebouw is dat in aanmerking zou kunnen komen als wijkcentrum. Er is echter nog niet inzichtelijk gemaakt wat de specifieke behoefte is aan activiteiten en in hoeverre deze in de huidige accommodatie ondergebracht kunnen worden. Dit inzicht dient te worden verkregen vanuit het behoeftenonderzoek wijkcentra Zierikzee dat nog loopt. De rol van de bereikbaarheid van wijkcentra is anders dan in het geval van dorpshuizen. Het is wel belangrijk dat iedere wijk een “eigen ontmoetingsplek” heeft. Voor sommige gebruikers is immers de zogenaamde “pantoffelafstand” essentieel. Hemelsbreed ben je echter binnen 3,5 kilometer van alle voorzieningen in Zierikzee. Voor sommige activiteiten zullen de gebruikers de kwaliteit van de ruimte en beschikbare voorzieningen of de aanwezigheid van gelijkgestemden prevaleren boven de afstand. In een ingezonden brief namens de uitvaartorganisaties in Zierikzee is gewezen op het ontbreken van een goede locatie om afscheid te kunnen nemen van dierbaren.

Er wordt aangegeven dat dit een locatie zou moeten zijn met bijpassende uitstraling, waar minimaal 60 personen bijeen kunnen komen. Bij de verdere uitwerking van de motie wijkcentra is het verstandig deze behoefte mee te nemen. Verder is het bij de realisatie van wijkcentra van belang dat rekening wordt gehouden dat een wijkcentrum een fysieke plek is waar, conform de uitgangspunten van het dorpshuizenbeleid (hoofdstuk 6): Bewoners elkaar kunnen ontmoeten. Alle bewoners welkom zijn (inclusie). Bewoners/verenigingen/organisaties ruimtes kunnen huren voor activiteiten op het gebied van zorg, recreatie, educatie en cultuur Inwoners zijn medeverantwoordelijk voor beheer en exploitatie; Wijkactiviteiten hebben voorrang hebben boven andere activiteiten; De gemeente faciliteert en ondersteunt het beheer en de exploitatie, daarbij zijn beherende en uitvoerende activiteiten uitgesloten. Dit heeft derhalve niet alleen consequenties voor de gebouwen die mogelijk als wijkcentrum kunnen worden gebruikt, maar ook voor de organisatie van de wijkcentra en de rol die de inwoners daarbij (moeten) spelen.

18

6.

Conclusies, nieuwe beleidsuitgangspunten en uitvoeringsplan

6.1 Algemene conclusies Op basis van de inventarisatie en evaluatie kunnen we concluderen dat de dorpshuizen als zeer waardevol worden gezien voor de leefbaarheid van de kernen. Het is de meest logische plek voor ontmoeting en het onderbrengen van allerlei soorten activiteiten die laagdrempelig en toegankelijk zijn voor alle inwoners en het bevorderen van sociale cohesie en gemeenschapszin. Aan de andere kant moeten we onze ogen niet sluiten voor toekomstige ontwikkelingen (denk aan onder andere de kerkenvisie). Andere plekken voor ontmoeting kunnen mogelijk ook geschikt zijn en passen binnen de visie op het dorpshuizenbeleid. Op dit moment speelt deze discussie niet en is het uitgangspunt de aanwezigheid van en invulling van activiteiten via de huidige dorpshuizen. Uit de evaluatie blijkt dat de huidige uitgangspunten op hoofdlijnen voldoen. Wel zijn verschillende aanscherpingen te maken, zodat doelstellingen geborgd en gemonitord kunnen worden. De geactualiseerde uitgangspunten zijn onder te verdelen in algemene en specifieke uitgangspunten. In de volgende paragraaf 6.2 staan de nieuwe beleidsuitgangspunten voor dorps- en gemeenschapshuizen geformuleerd. Deze zijn toepasbaar op de 16 bestaande dorps- en gemeenschapshuizen op Schouwen-Duiveland. In de toekomst kunnen deze uitgangspunten tevens gelden voor de (op te richten) wijkcentra in de stad Zierikzee.

6.2 Nieuwe beleidsuitgangspunten dorps- en gemeenschapshuizen Thema Algemeen

Uitgangspunt 1. De dorpshuizen in de dorpskernen blijven - als sociale, culturele en educatieve accommodatie & laagdrempelige en inclusieve plek voor ontmoeting - in stand. 2. De gemeente subsidieert de instandhouding van de dorpshuizen.

Functie en gebruik

3. De dorpshuizen bieden ruimte voor alle vormen van activiteiten op het gebied van zorg, recreatie, educatie en cultuur. 4. Dorpsactiviteiten hebben voorrang boven niet dorps gebonden activiteiten en commerciële activiteiten.

Bezetting en spreiding

5. In iedere kern wordt de mogelijkheid tot ontmoeting gefaciliteerd. 6. Het realiseren van een goede spreiding en bezettingsgraad is geen doel op zich. Echter monitoring van zowel de bezettingsgraad als de herkomst van de bezoekers per dorpshuis is nodig om in te spelen op de behoefte van inwoners.

Eigendom, beheer en 7. Inwoners zijn medeverantwoordelijk voor beheer en exploitatie. exploitatie 8. De gemeente heeft een regierol (geen uitvoerende taken) en faciliteert en ondersteunt het beheer en exploitatie. 9. De gemeente, Zeeuwland en de welzijnsorganisatie(s) op Schouwen-Duiveland vormen een partnerschap om de leefbaarheid in de dorpen te vergroten in aansluiting op activiteiten door bewoners. De besturen van de dorpshuizen en de dorpsraden hebben hierin ook een verantwoordelijkheid. 10. De gemeente ondersteunt een visionair en daadkrachtig bestuur voor de dorpshuizen. Kwaliteit en functionaliteit Financiën

11. De gebouweigenaar draagt zorg voor adequate instandhouding van de gebouwen. 12. Het gemeentelijk subsidie-instrument vormt de basis voor het verder vormgeven van de geformuleerde uitgangspunten binnen het beleid voor de dorps- en gemeenschapshuizen.

19

6.3 Uitvoeringsplan Na vaststelling van de nieuwe nota dorps- en gemeenschapshuizen zal een uitvoeringsplan worden uitgewerkt. Het uitvoeringsplan is bedoeld om de uitgangspunten te verdiepen en operationeel te maken. Waar nodig worden doelen (wat willen we bereiken?) benoemd en concreet (wat gaan we hier voor doen?) gemaakt. Het uitvoeringsplan biedt de basis voor de borging en periodieke monitoring van het beleid. De volgende zaken komen in ieder geval aan bod binnen het uitvoeringsplan: 1.

Bestaanszekerheid en toekomstperspectief (uitgangspunten 1 en 4);

2.

Monitoringsagenda (uitgangspunt 6);

3.

Randvoorwaarden medeverantwoordelijkheid inwoners voor beheer en exploitatie (uitgangspunt 7)

4.

Diverse rollen van de samenwerkende partijen die zorg dragen voor het beleid dorps- en gemeenschapshuizen (uit-

5.

Overlegstructuur samenwerkende partijen (uitgangspunt 9);

6.

Randvoorwaarden visionair en daadkrachtig bestuur dorpshuizen (uitgangspunt 10);

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15574443/1