1398782 RVS Ontwikkelen participatiebeleid en - verordening
Tekst van het document
Raadsvoorstel
Urgentie
Onderwerp Zaaknummer Datum Openbaarheid Afdeling Portefeuillehouder Opdrachtgever
Hoog, In 2024 hebben we vertraging opgelopen in het oppakken van de bestuursopdracht doordat we prioriteit hebben gegeven aan de actualisatie van de strategische visie. Het is belangrijk dat we nu zo snel mogelijk concreet aan de slag gaan. Ontwikkelen participatiebeleid en - verordening 1398782 18 maart 2025 Actief openbaar Bestuursstaf H.L.K. Canters Gemeentesecretaris
Voorstel 1. Kennis te nemen van de 2-sporen aanpak. 2. Kennis te nemen van het Plan van aanpak opstellen participatiebeleid en participatieverordening. 3. Voor de basis-participatieverordening te kiezen voor variant 2 van de Modelverordening VNG. 4. De concept 'Participatieverordening Schouwen-Duiveland 2025' vast te stellen. 5. Het benodigde ontwikkelbudget van € 65.000 bij te ramen via de Bestuursrapportage 2025 Inleiding Er zijn diverse aanleidingen en wensen om te komen tot een participatiebeleid en een participatieverordening. Zo zijn er: • Wensen van betrokkenheid vanuit de samenleving. Kaders dragen bij aan duidelijkheid en consistentie in het betrekken van belanghebbenden. • Bestuurlijke wensen vanuit de raad en college, vanuit o.a. het coalitieakkoord en diverse door de raad aangenomen moties. • De conclusies vanuit het rekenkameronderzoek naar inwoners- en overheidsparticipatie. • Wettelijke verplichtingen vanuit de Gemeentewet en de Omgevingswet. In de programmabegroting 2025-2028 is in programma 4 Bestuur en Burgerzaken ook opgenomen dat we hiermee in 2025 aan de slag gaan. De Rekenkamer Schouwen-Duiveland concludeert dat ‘de beweging van participatieve samenwerking in Schouwen-Duiveland onmiskenbaar is: de gemeente is al geruime tijd aan de slag met participatie.
Er is een participatiepraktijk ontstaan, waarin wordt geëxperimenteerd en geleerd, maar dat is niet vastgelegd in een hanteerbaar kader met richtlijnen en spelregels.’ Er is inderdaad behoefte aan kaders. Dit wordt ook zo beleefd in de organisatie. In dit voorstel leggen we u een 2-sporen aanpak voor om te komen tot een participatiebeleid en verordening. Spoor 1 houdt in het, op korte termijn, vaststellen van een basis-participatieverordening. We zien hiervoor mogelijkheden. Onderdeel van de conclusies van de rekenkamer was dat het ons nog ontbreekt aan kaders. Op basis van de model verordening van de VNG kunnen we op korte termijn komen tot een basisparticipatieverordening. Dit leidt er toe dat we hiermee dan ook op korte termijn aan de slag kunnen. Dit geeft ook de mogelijkheid om daarmee te leren en verbeteren. Dat geeft vervolgens aanvullende input voor het participatiebeleid en de verordening in spoor 2. Voor dit spoor 2 stelden we een concept plan van aanpak op om tot het beleid en een verordening te komen. Belangrijk uitgangspunt hierbij is dat we dit doen met een participatieve aanpak. De kwaliteit van het beleid neemt toe door hierin de wensen en behoeften van alle betrokken partijen en (potentiële) belanghebbenden te horen en zoveel mogelijk te betrekken. Een participatief traject vraagt betrokkenheid en zorgvuldigheid en daarmee ook meer tijd. Pagina 1 van 4
Beoogd resultaat Een duidelijke koers voor participatie in Schouwen-Duiveland. We starten met een basisverordening. Daarna maken we samen met inwoners, ondernemers, organisaties en raad een breed gedragen beleid en verordening. Argumenten 1.1 Een participatief traject om te komen tot beleid en verordening vraagt kwaliteit en tijd. We vinden het belangrijk om inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties (meer) te betrekken bij de voorbereiding, uitvoering en evaluatie van beleid. De wensen van deze betrokkenen zijn daarbij belangrijk. Het participatiebeleid en –verordening stel je daarom logischerwijs ook participatief op. In het plan van aanpak zien we betrokkenheid van inwoners (waaronder jongeren), ondernemers, SDWraden, adviesraad, (soc.) maatschappelijke organisaties en ook raad, college, burgemeester en organisatie. Ervaringen met de participatieve insteek in andere gemeenten laten zien dat dit goed werkt en dat dit leidt tot goede inzichten en waardering bij de betrokkenen. Tevens laat dit zien dat een zorgvuldig participatief traject tijd vergt. Het vraagt dus een langere periode voordat er een participatiebeleid en - verordening kan worden vastgesteld. 1.2 De wens om richtinggevende kaders te kunnen hanteren is groot. De wens om te komen tot kaders en richtlijnen is al geruime tijd aanwezig bij samenleving, raad, college en organisatie.
En deze wens leeft dus ook breed. Het is wenselijk dat we, naast gewoon veel toepassen van participatie in de praktijk (zie conclusie rekenkamer), die kaders en richtlijnen opstellen en gaan toepassen. 1.3 Met een basisverordening op kortere termijn kunnen we sneller ervaring opdoen en leren en verbeteren. Vanwege het feit dat een zorgvuldig participatief proces tijd vergt en de grote behoefte aan kaders is een 2sporen aanpak een serieuze optie. Hiermee kunnen we sneller resultaten realiseren. Een 2-sporen aanpak betekent dat we de raad voorstellen om, naast het doorlopen van het participatieve traject, nu een basis-participatieverordening vast te stellen. Zo'n verordening biedt een concrete basis om gericht aan de slag te gaan met (basis)behoeften voor participatie! Het maakt duidelijk waar we voor staan, het stelt het doel en de beelden daarop gelijk en het helpt in richting en houvast voor de implementatie. Door hiermee op kortere termijn aan de slag te gaan kunnen we ervaring opdoen, hiervan leren en dit gebruiken als input voor de (bijstelling van de) participatieverordening in het participatieve traject. 1.4 We voldoen sneller aan de wettelijke verplichting. Er geldt in principe een wettelijke verplichting om een participatieverordening te hebben sinds 1 januari 2025. Op die datum trad de 'Wet versterking participatie op decentraal niveau' in werking.
Deze wet wijzigt een aantal wetten waaronder de Gemeentewet. Artikel 150 is bij deze wet aangevuld en uitgebreid. Daarnaast is artikel 170, 1e lid, onderdeel aangepast. Er geldt overigens een overgangsperiode van 2 jaar om aan deze wet te voldoen. 2.1 Het concept plan van aanpak waarborgt een kwalitatief goede aanpak. Basis voor het plan van aanpak is de eerder door de raad vastgestelde bestuursopdracht 'Kaders en spelregels voor inwoners- en overheidsparticipatie'. In het plan van aanpak geven we alle relevante wensen en behoeften aan die in de achterliggende tijd zijn geuit, zoals onder andere wettelijke bepalingen, het coalitieakkoord, aangenomen moties etc. Belangrijkste uitgangspunten die we in het plan van aanpak hanteerden zijn: • We doen dit participatief. Te betrekken groepen zijn in het plan benoemd. • We steken dit zoveel mogelijk breed in. • We letten op de samenhang in ontwikkelingen. • We nemen de interne organisatie hierin nadrukkelijk mee. 2.2 De betrokkenheid van inwoners, ondernemers, maatschappelijke organisaties, raad, college, burgemeester en organisatie is belangrijk. Zoals hiervoor al is aangegeven pakken we het opstellen van het participatiebeleid en -verordening participatief op. Betrokkenheid van relevante groepen en gremia draagt bij aan een betere kwaliteit. 3.1 De modelverordening van de VNG biedt een goede basis.
De modelverordening van de VNG, versie december 2024, vormt een goede basis voor een eerste opzet van een participatieverordening. De verordening is vrij algemeen geformuleerd en biedt een goede basis voor de aanpak van participatie bij beleidsontwikkeling en in projecten. 3.2 De modelverordening biedt ruimte voor keuzes. Pagina 2 van 4
Op hoofdlijn kent deze modelverordening 2 varianten, namelijk: 1. Inwonersparticipatie en uitdaagrecht. 2. Inwonersparticipatie en overheidsparticipatie. Ons voorstel is om als basis uit te gaan van variant 2. In bijlage 2 lichten we die keuze toe. Binnen de varianten kent de modelverordening ook facultatieve bepalingen in de opgenomen bepalingen. In de concept 'Participatieverordening Schouwen-Duiveland 2025' hebben we de facultatieve bepalingen uit variant 2 vrijwel allemaal overgenomen. In bijlage 2 lichten we toe welke we (nog) niet hebben overgenomen en waarom. Kanttekeningen 1.1 Een snelle vaststelling van een basisverordening en een participatief traject lijken tegenstrijdig. De basisverordening is vooral gericht op het proces van participatie en hierin te gebruiken basisinstrumenten. Het proces is in basis de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van het beleid. Bij overheidsparticipatie is belangrijk dat in de voorbereiding een initiatief goed wordt opgepakt in overleg met de verzoeker(s). Dit leidt vervolgens tot een beslissing. Basisinstrumenten zijn onder andere een participatieplan, de evaluatie en de opzet / indiening van een initiatief. Vanuit het participatieve traject bekijken we vervolgens waar we die basis meer kunnen afstemmen op wensen en behoeften van mogelijke participanten. Dit betreft dus een optimalisatie van de basisopzet.
Financiën Begroting Begrotingswijziging Eenmalige lasten Structurele lasten Eenmalige baten Structurele baten Dekking
Niet binnen begroting Ja 65000,00
Bestuursrapportage 2025
Voor het participatieve traject om te komen tot participatiebeleid en -verordening is het wenselijk om hiervoor externe deskundigheid in te huren. Die is voornamelijk wenselijk op het punt van het betrekken van de verschillende externe en interne partijen. Voor die externe ondersteuning in fase 1 van het participatieve traject (spoor 2) is een budget nodig van naar schatting € 30.000. Met name het participatieve traject, maar ook de implementatie van de bais-participatieverordening vergt inzet van communicatie voor onder andere de opzet van een communicatieplan, het opstellen van communicatieboodschappen en het ondersteunen van het participatieve deel. De hiervoor benodigde capaciteit is niet beschikbaar. Hiervoor dient dus voor de duur van het project inhuur plaats te vinden. De kosten hiervan worden geraamd op € 40.000. De kosten van te houden bijeenkomsten voor workshops, (doen) maken van benodigde hulpmiddelen etc. ramen we op € 10.000. Of in de fase van implementatie spoor 2 ondersteuning wenselijk is, is nu nog niet te voorzien. De totale raming voor eenmalige lasten komt daarmee uit op € 80.000. In de begroting 2025 is incidenteel beschikbaar een bedrag van € 15.000. Aan extra budget is dus € 65.000 benodigd. Voorstel is om deze extra lasten bij te ramen uit de algemene middelen via de Bestuursrapportage 2025.
Communicatie De communicatie is een belangrijk onderdeel van het traject om te komen tot een participatiebeleid en verordening en vervolgens ook voor het implementatietraject. Zowel extern als intern is het uitdragen van de actie(s) en het creëren van betrokkenheid enorm belangrijk. Hiervoor stellen we nog een communicatieplan op. Uitvoering De uitvoering is op hoofdlijn beschreven in het plan van aanpak spoor 2. De implementatie van de participatieverordening uit spoor 1 nemen we hierin mee.
Pagina 3 van 4
1. 2. 2025. 3. 4. 5.
Bijlagen 20250318 Concept Participatieverordening Schouwen-Duiveland 2025. 20250318 Een toelichting op de keuzes in de concept Participatieverordening Schouwen-Duiveland De complete modelverordening participatie van de VNG, versie december 2024. 20250313 Plan van aanpak opstellen participatiebeleid en participatieverordening. Bestuursopdracht 'Kaders en spelregels voor inwoners- en overheidsparticipatie'.
Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland hebben op 18 maart 2025 besloten, S.J.A. Bronsveld
J.Chr. van der Hoek MBA
Secretaris
Burgemeester
Pagina 4 van 4