1395495 Bijlage 2 concept GR RBL 2025
Tekst van het document
Gemeenschappelijke regeling Centrumregeling Regionaal Bureau Leerlingzaken en Doorstroompunt Oosterschelderegio De colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland en Tholen; overwegende: dat het samenwerken wenselijk en noodzakelijk is om de kwaliteit en de dienstverlening op een hoger niveau te krijgen; dat door samenwerking een eenduidige en consistente handhavingsstrategie kan worden gevolgd; dat voor de uitvoering van publiekrechtelijke taken een publiekrechtelijke regeling als een gemeenschappelijke regeling de voorkeur verdient boven een privaatrechtelijke regeling; dat de colleges belang hechten aan gezamenlijkheid in de samenwerking en dus ook een gezamenlijke verantwoordelijkheid; dat de colleges de uitvoerende bevoegdheden willen mandateren aan de centrumgemeente Goes als bedoeld in artikel 8 lid 4 van de Wet gemeenschappelijke regelingen en de bestuurlijke aansturing op hoofdlijnen willen regelen via overleg van de portefeuillehouders onderwijs Oosterschelderegio; gelet op de Leerplichtwet 1969, de Wet educatie en beroepsonderwijs, de Wet gemeenschappelijke regelingen en de Algemene wet bestuursrecht; besluiten: tot het aangaan van de volgenden gemeenschappelijke regeling Centrumregeling Regionaal Bureau Leerlingzaken en Doorstroompunt Oosterschelderegio. HOOFDSTUK 1
ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1 Begripsomschrijvingen Deze regeling verstaat onder: a. regeling: de gemeenschappelijke regeling Centrumregeling Regionaal Bureau Leerlingzaken Oosterschelderegio; b. deelnemers: de colleges van de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal en Schouwen-Duiveland en Tholen; c. centrumregeling: een gemeenschappelijke regeling als bedoeld in artikel 8 lid 4 m de Wet gemeenschappelijke regeling waarbij het bestuursorgaan van de centrumgemeente wordt gemandateerd om namens de deelnemers de bevoegdheden uit te oefenen. d. centrumgemeente: de gemeente Goes; e. colleges: de colleges van burgemeester en wethouders van de gemeenten Borsele, Goes, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, Schouwen-Duiveland en Tholen. f. bestuur: het bestuur van de gemeenschappelijke regeling Regionaal Bureau Leerlingzaken en Doorstroompunt Oosterschelderegio; g. RBL: Regionaal Bureau Leerlingzaken en Doorstroompunt Oosterschelderegio; h. Regionaal Doorstroompunt: het regionale Doorstroompunt ondersteunt jongeren zonder startkwalificatie terug richting onderwijs of bij het vinden van werk.
Artikel 2 Centrumregeling 1. De gemeente Goes vervult de rol van centrumgemeente bij deze centrumregeling. De centrumgemeente is belast met de volgende taken: a. het werkgeverschap voor de aan het bureau verbonden medewerkers, met alle bevoegdheden en verplichtingen die daaraan verbonden zijn; b. het aanwijzen en beëdigen van de medewerkers die toezien op naleving van de Leerplichtwet; c. het vervullen van coördinerende taken met het oog op het voorkomen en bestrijden van voortijdig schoolverlaten; d. het voorbereiden van de jaarlijkse begroting en afrekening; e. het opstellen van het jaarverslag; f. alle uit deze regeling voortvloeiende werkzaamheden die nodig zijn in het belang van de uitvoering van deze taken, een en ander in overeenstemming met hetgeen is besloten door het bestuur; g. het toezenden van de regeling aan de minister en de hoofden als bedoeld in artikel 17 Leerplichtwet; h. elektronische bekendmaking van de regeling. 2. De centrumgemeente waarborgt een goede uitvoering van de werkzaamheden door de inzet van vakbekwaam personeel, het beschikbaar stellen van apparatuur, hulpmiddelen, huisvesting en ook ondersteuning in de bestuurs- en financiële planning & control-cyclus. 3. De door de centrumgemeente te maken kosten zullen jaarlijks in de begroting van de gemeente Goes worden opgenomen.
Deze kosten worden onder de deelnemers verrekend op basis van het bepaalde in deze regeling. Artikel 3 Belang De gemeenschappelijke regeling is aangegaan met als doel het behartigen van de belangen van de deelnemende gemeenten op het gebied van de uitvoering van de Leerplichtwet en de Wet educatie en beroepsonderwijs over regionale samenwerking bij het voortijdig schoolverlaten en het volgen van jongeren in een kwetsbare positie. Artikel 4 Taken en bevoegdheden centrumregeling 1. De colleges van de gemeenten Borsele, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, SchouwenDuiveland en Tholen mandateren aan het college Goes de taken die aan hen toekomen op grond van: a. de Leerplichtwet; b. de artikelen 8.3.1 tot en met 8.3.5 uit de Wet educatie en beroepsonderwijs over regionale samenwerking bij het voortijdig schoolverlaten en het volgen van jongeren in een kwetsbare positie. 2. De colleges van de gemeenten Borsele, Kapelle, Noord-Beveland, Reimerswaal, SchouwenDuiveland en Tholen stemmen er mee in dat het college van Goes op haar beurt mandaat verleent aan medewerkers van het RBL/doorstroompunt. Artikel 5 Begripsomschrijvingen leerplicht en doorstroompunt 1. Voor de omschrijvingen van de begrippen in het kader van de leerplicht is de Leerplichtwet 1969 van toepassing. 2.
Voor de omschrijvingen van de begrippen in het kader van het doorstroompunt is de Wet educatie en beroepsonderwijs over regionale samenwerking bij het voortijdig schoolverlaten en het volgen van jongeren in een kwetsbare positie van toepassing. Artikel 6 Gemeentelijke leerplicht- en doorstroompunttaken Onder de gemeentelijke leerplicht- en doorstroompunttaken worden verstaan: a. de registratie van alle leerplichtige leerlingen; b. de registratie van alle schoolverlaters die zonder startkwalificatie een school of opleiding verlaten tot de in de tijd verplicht gestelde leeftijd; c. de registratie van alle leerlingen tot het moment dat de leerling zijn/haar startkwalificatie behaalt; d. de controle op en de registratie van het niet nakomen van de leerplicht door alle leerplichtige leerlingen en de controle op en registratie van het behalen van een startkwalificatie van niet leerplichtige leerlingen; e.
herplaatsing van de leerlingen op een (nieuwe) school of opleiding, in overleg met de school of opleidingsinstituut en, indien noodzakelijk, in samenwerking met de reguliere hulp- en dienstverlenende instellingen; 2
f.
g.
de begeleiding van alle leerlingen die een school of opleiding zonder startkwalificatie verlaten, voor de herplaatsing op een (nieuwe) school of opleiding, dan wel toeleiding tot arbeidsmarkt, in overleg met de desbetreffende school of opleidingsinstituut en, indien noodzakelijk, in samenwerking met de reguliere hulp- en dienstverlenende instellingen. het opstellen van een statistisch en inhoudelijk jaarverslag over de uitvoering van de leerplichten doorstroompunttaken.
HOOFDSTUK 2
BESTUUR
Artikel 7 Samenstelling bestuur 1. Het bestuur van de regeling bestaat uit 7 leden. 2. De deelnemende colleges benoemen na de gemeenteraadsverkiezingen en de benoeming van de nieuwe wethouders, een lid voor het bestuur. 3. Het bestuur wijst uit zijn midden een voorzitter aan en een plaatsvervanger, niet zijnde de portefeuillehouder van de centrumgemeente. 4. De leden van het bestuur hebben, onverminderd het bepaalde in de leden 6 tot en met 9, zitting gedurende de zittingsperiode van de gemeenteraad. 5. De leden van het bestuur treden af op de dag waarop de leden van de raden van de gemeenten aftreden, maar houden zitting totdat in de opvolging is voorzien. 6. Een lid dat tussentijds ophoudt lid van het college te zijn, houdt daarmee ook op lid te zijn van het bestuur. Dit geldt ook voor de voorzitter. 7. Een lid dat ter vervulling van een tussentijdse vacature als lid van het bestuur wordt benoemd, treedt af op het tijdstip waarop degene in wiens plaats dit lid is benoemd, zou hebben moeten aftreden. 8. Een lid dat tussentijds ontslag neemt, stelt de voorzitter van het bestuur alsmede het college dat hem heeft aangewezen, hiervan op de hoogte. 9. Leden van het bestuur die ontslag hebben genomen, behouden hun lidmaatschap totdat in hun opvolging is voorzien. 10.
De aanwijzing voor de vervulling van plaatsen die zijn opengevallen, vindt binnen twee maanden plaats door het college die het aangaat. Artikel 8 Bevoegdheden van het bestuur Aan het bestuur komen in het kader van deze regeling alle bevoegdheden toe, voor zover die niet aan een ander orgaan zijn opgedragen. Artikel 9 Werkwijze van het bestuur 1. Het bestuur vergadert jaarlijks ten minste tweemaal per jaar en voorts zo vaak als de voorzitter dat nodig oordeelt of ten minste twee leden daarom schriftelijk en met opgaaf van redenen verzoeken. 2. Er worden geen besluiten genomen, als minder dan twee derde van de deelnemers vertegenwoordigd is. 3. Besluiten worden genomen bij gewone meerderheid van stemmen, waarbij elke lid een stem heeft. 4. Als de stemmen staken wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 5. De voorzitter roept de leden schriftelijk op tot de vergadering. 6. De vergaderingen van het bestuur zijn openbaar. 7. De deuren worden gesloten wanneer een derde deel van de aanwezige leden daarom verzoekt of de voorzitter het nodig oordeelt. 8. Het bestuur beslist vervolgens of met gesloten deuren wordt vergaderd. Artikel 10 Inlichtingen, verantwoording en ontslag 1. Het bestuur geeft aan de colleges of de raden schriftelijk, zo spoedig mogelijk alle inlichtingen, die door één of meer leden van die colleges dan wel van die raden worden verlangd. 2.
Een lid van het bestuur is verantwoording verschuldigd aan het college dat hem heeft aangewezen, dan wel aan de raad van die gemeente, voor het door hem in het bestuur gevoerde beleid en wel binnen drie maanden nadat dit gevraagd wordt door het betrokken college dan wel door de raad op de wijze zoals dit wordt verlangd. 3. Een verzoek om inlichtingen te verschaffen en/of verantwoording af te leggen kan uitsluitend worden geweigerd als dit in strijd zal zijn met de belangen genoemd in de Wet open overheid of artikel 16 van de Wet gemeenschappelijke regelingen. HOOFDSTUK 3
AMBTELIJKE BEGELEIDINGSCOMMISSIE 3
Artikel 11 Samenstelling en werkwijze 1. Er is een ambtelijke begeleidingscommissie, bestaande uit enkele beleidsmedewerkers onderwijs en financiën. 2. De begeleidingscommissie adviseert de deelnemers over de conceptbegroting, de concept financiële jaarrekening en het concept financiële jaarverslag als bedoeld in artikel 12 van deze regeling. 3. Beleidsinhoudelijke afstemming tussen RBL en de deelnemende gemeenten vindt plaats in het regionale overleg van de medewerkers onderwijs. Hierin wordt ook het beleidsinhoudelijke jaarverslag per schooljaar als bedoeld in artikel 14 van deze regeling besproken. HOOFDSTUK 4
FINANCIËLE EN ANDERE BEPALINGEN
Artikel 12 Begroting, financiële verantwoording en wijze van betaling 1. Uiterlijk 1 mei voorafgaand aan het begrotingsjaar stelt de centrumgemeente een ontwerpbegroting met toelichting op. Deze bevat ook een meerjarenraming met toelichting voor tenminste drie op het begrotingsjaar volgende jaren. 2. De jaarstukken, bestaande uit de jaarrekening en het jaarverslag, worden door de centrumgemeente jaarlijks vóór 1 mei van het voorgaande jaar opgesteld. 3. Het bestuur vraagt de deelnemers of zij kunnen instemmen met de ontwerpbegroting, de concept jaarrekening en het concept jaarverslag. Bij dit verzoek wordt het advies van de begeleidingscommissie als bedoeld in artikel 11 van deze regeling gevoegd. 4. Jaarlijks worden vóór 1 juli door het bestuur de ontwerpbegroting en jaarstukken besproken en vastgesteld. Deze begroting heeft tot doel de financiële verplichtingen van de deelnemende gemeenten vast te stellen. De gemeentelijke bijdrage wordt na goedkeuring door het bestuur in de begroting van eigen gemeente opgenomen. 5. De begroting, de begrotingswijzigingen en de meerjarenraming worden opgesteld overeenkomstig het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten. 6.
Betaling van de gemeentelijke bijdrage aan de centrumgemeente geschiedt bij wijze van voorschot per kalenderkwartaal op basis van de begrote bijdragen zoals in de goedgekeurde begroting door de deelnemende gemeenten schriftelijk aan de centrumgemeente is medegedeeld. De centrumgemeente verstuurt hiervoor een factuur. Artikel 13 Financiële afspraken 1. De loonkosten en de overheadkosten die zijn verbonden aan de uitvoering van de leerplicht worden omgeslagen over de deelnemende gemeenten. De verdeling is gebaseerd op het aantal leerplichtige inwoners van de deelnemende gemeenten. Hierbij wordt uitgegaan van het leerlingenaantal van 1 oktober van het voorgaande jaar. 2. De inkomsten die de regio gemeente Goes ontvangt van het ministerie van OCW voor het regionale doorstroompunt als bedoeld in artikel 8.3.2. lid 2 van de Wet educatie en beroepsonderwijs wordt geheel ingezet voor het doorstroompunt. 3. De loonkosten zijn de loonkosten van het personeel van het RBL/doorstroompunt. 4. De overheadkosten bedragen 10% van de loonkosten als bedoeld in lid 2. 5. De reserve vormen ten laste van de gemeentelijke bijdragen aan de uitvoeringskosten voor leerplicht mag maximaal 5% van de jaaromzet bedragen, dit inclusief de bijdragen van de gemeenten. Artikel 14 Jaarverslag 1.
Jaarlijks maakt de centrumgemeente ter uitvoering van artikel 25 van de Leerplichtwet vóór 1 februari een statistisch en inhoudelijk verslag van de werkzaamheden over het afgelopen schooljaar. 2. Eveneens verzorgt de centrumgemeente de wettelijk voorgeschreven meldingen aan het ministerie van OCW, tenzij een deelnemer aangeeft dit zelf te willen doen. HOOFDSTUK 5
REGIONAAL BUREAU LEERLINGZAKEN OOSTERSCHELDEREGIO
Artikel 15 Regionaal Bureau Leerlingzaken Oosterschelderegio De colleges maken gebruik van de diensten van het RBL/doorstroompunt van de gemeente Goes voor de gemeentelijke leerplicht- en doorstroompunttaken, dit in overeenstemming met de artikelen 3 tot en met 6 van deze regeling. Het werkgebied is de Oosterschelderegio.
4
Artikel 16 Dienstverband Met de medewerkers van RBL/doorstroompunt wordt door de gemeente Goes een dienstverband aangegaan. De rechtspositieregelingen van de gemeente Goes is van toepassing, tenzij anders overeengekomen. Artikel 17 Taakuitvoering De medewerkers van het bureau zijn voor de dagelijkse werkzaamheden rechtstreeks verantwoording schuldig aan het verantwoordelijke bureauhoofd RBL van de gemeente Goes. De begeleiding van leerlingen in het kader van de leerplicht en doorstroompunttaken geschiedt in overleg met de scholen en de dienstverlenende instellingen. De medewerkers vervullen hun taak volgens de taak- en functieomschrijving. HOOFDSTUK 6: ARCHIEF, INFORMATIEBEVEILIGING EN PRIVACY Artikel 18 Archief De centrumgemeente is belast met de zorg en het toezicht op de bewaring en het beheer van de archiefbescheiden in overeenstemming met de Archiefwet. Voor de op grond van de Archiefwet te bewaren archiefbescheiden geldt de archiefbewaarplaats van de centrumgemeente Goes. Artikel 19 Informatiebeveiliging en privacy De centrumgemeente is verantwoordelijk voor de informatiebeveiliging en privacy van betrokkenen. HOOFDSTUK 7: TOETREDING, UITTREDING WIJZIGING EN OPHEFFING Artikel 20 Toetreding Het bestuur van de gemeente die wenst toe te treden, richt het verzoek hiertoe aan het bestuur.
Deze stuurt dit aan de deelnemers met zijn advies over toetreding en de daaraan te verbinden voorwaarden. Toetreding vindt plaats als de deelnemers daar unaniem mee instemmen. Artikel 21 Uittreding 1. De deelnemer zendt, na verkregen toestemming van zijn raad, het besluit tot uittreding aan het bestuur. De uittredingsprocedure vangt aan op de dag nadat het besluit is ontvangen. 2. Het bestuur inventariseert de gevolgen en de voorwaarden voor uittreding en leggen deze vast in een voorlopig uittredingsplan. 3. Onder de gevolgen van de uittreding worden in ieder geval verstaan de financiële, juridische, personele en organisatorische consequenties. 4. De uittreding gaat in op 1 januari van het jaar volgende op het verstrijken van een termijn van drie jaar na ontvangst van het uittredingsbesluit, tenzij het bestuur bij unanimiteit met de uittredende deelnemer een andere opzegtermijn overeenkomt. Artikel 22 Uittredingsplan 1. Het uittredingsplan bevat een voorlopige berekening van de financiële gevolgen van de uittreding. 2. Het bestuur kan een onafhankelijke externe deskundige aanwijzen die het uittredingsplan opstelt. Aanwijzing geschiedt op basis van een gezamenlijke voordracht.
Als geen overeenstemming wordt bereikt wijst het bestuur deze aan op basis van een bindende voordracht van een selectiecommissie bestaande uit drie leden uit haar midden, waaronder het lid van de uittredende deelnemer. 3. Ten minste twaalf maanden voor uittreding stelt het bestuur het uittredingsplan en de voorlopige uittreedsom vast. Binnen zes maanden na uittreding wordt de definitieve uittreedsom vastgesteld. Artikel 23 Berekening uittreedsom 1. De uittreedsom bestaat uit een vergoeding ter compensatie van frictiekosten en desintegratiekosten, onder aftrek van eventuele baten. 2. Onder frictiekosten worden verstaan alle incidentele kosten die het directe gevolg zijn van de uittreding. 3. Onder desintegratiekosten worden verstaan alle kosten voor de afbouw van structurele en incidentele capaciteit in personeel en goederen en andere structurele en incidentele verplichtingen door de uittreding. 4. De uittreedsom bevat een risico-opslag van 10% voor onvoorziene toekomstige kosten. Deze vrijwaart de uittredende deelnemer van toekomstige onvoorzienbare kosten. 5. Bovenstaande kosten voor uittreding worden gebaseerd op laatste vastgestelde jaarrekening en de feiten en omstandigheden die bekend zijn het moment van de daadwerkelijke uittreding. 6. De centrumgemeente is gehouden redelijkerwijs al het mogelijke te doen om de uittredingskosten 5
zo laag mogelijk te houden. Het voorgaande hoeft niet te leiden tot wijziging van overeenkomsten met en verplichtingen tegenover derden die zijn aangegaan respectievelijk bepaald voorafgaand aan het tijdstip van ontvangst van het uittredingsbesluit. 7. In afwijking van voorgaande leden kan het bestuur bij unanimiteit met uittreder overeenkomen dat de uittreedsom wordt vastgesteld op 300% van de eigen bijdrage, zoals vastgesteld in de jaarrekening van het jaar van uittreding. Artikel 24 Verplichtingen uittreder 1. De uittredende deelnemer moet de uittreedsom en de kosten van de externe deskundige betalen. 2. De uittredende deelnemer moet de uittreedsom binnen drie maanden betalen tenzij het bestuur bij unanimiteit met uittreder een betaling in termijnen overeenkomt. 3. De uittredende partij moet zich inspannen om boventallig geworden personeel in dienst te nemen. De waarde hiervan wordt gekapitaliseerd en in mindering gebracht op de uittreedsom. Dit geldt ook voor alle andere goederen en overeenkomsten die de uittredende gemeente overneemt. 4. Kosten die de uittredende deelnemer zelf maakt ter voorbereiding op of als gevolg van de beslissing tot uittreding komen voor haar rekening. Artikel 25 Wijziging 1. De regeling wordt gewijzigd als de deelnemers daartoe eensluidend besluiten. 2.
Een voorstel tot wijziging van de regeling kan worden gedaan door het bestuur of één of meer van de deelnemers. 3. Een wijzigingsvoorstel wordt door het bestuur met zijn advies aan raden gezonden die binnen twaalf weken hun zienswijze hierover naar voren kunnen brengen. Artikel 26 Ontbinding en liquidatie 1. De regeling wordt ontbonden als deelnemers daartoe eensluidend besluiten. 2. Als tot ontbinding is besloten, stelt het bestuur een liquidatieplan op. 3. Het liquidatieplan voorziet in de financiële en personele gevolgen van de ontbinding. 4. Het bestuur is belast met de uitvoering van de liquidatie. 5. Het besluit tot ontbinding of tot wijziging wordt gezonden aan de deelnemende gemeenten 6. Het bestuur en de voorzitter blijven na het tijdstip van ontbinding in functie, totdat de vereffening is voltooid. Tot die tijd wordt de regeling aangevuld met de afkorting ‘in liquidatie’. HOOFDSTUK 8
SLOTBEPALINGEN
Artikel 27 Geschillen 1. Voordat over een geschil als bedoeld in artikel 28 Wet gemeenschappelijke regeling de beslissing van gedeputeerde staten van Zeeland wordt ingeroepen, legt het bestuur het geschil eerst voor aan een door haar in te stellen geschillencommissie. 2. De geschillencommissie bestaat uit drie leden. Het ene lid wordt aangewezen door het bestuur en het andere lid door de deelnemer waarmee het geschil bestaat. Beide leden wijzen gezamenlijk een derde lid aan die als voorzitter optreedt. 3. De geschillencommissie brengt advies uit over de mogelijkheden om tot overeenstemming te komen. 4. Als het advies van de geschillencommissie niet leidt tot een oplossing van het geschil leidt, wordt bij het verzoek aan gedeputeerde staten van Zeeland om een beslissing te nemen, een afschrift van het advies van de geschillencommissie gevoegd. Artikel 28 Evaluatie De regeling wordt elke vier jaar geëvalueerd. Medio 2028 vindt de eerste evaluatie plaats. De evaluatie geeft antwoord op de vraag of de samenwerking de doelen heeft bereikt met de beschikbaar gestelde middelen. Ook wordt gekeken naar de uitvoering van de taken en hoe de samenwerking heeft gefunctioneerd. Artikel 29 Extra dienstverlening Extra dienstverlening kan door de deelnemers worden afgenomen bij het RBL/doorstroompunt. Het bestuur moet akkoord gaan met de extra dienstverlening.
6
Artikel 30 Klachten en bezwaren 1. Op klachten, ingediend tegen een gedraging van een medewerker van het RBL/doorstroompunt is de Interne klachtenprocedure gemeente Goes van toepassing. Voor de externe klachtbehandeling wordt eveneens aangesloten bij de wijze waarop de gemeente Goes dit heeft geregeld. 2. Op bezwaarschriften ingediend tegen besluiten van het RBL/doorstroompunt is de Verordening commissie bezwaarschriften gemeente Goes van toepassing. Artikel 31 Hardheidsclausule In gevallen waarin de regeling niet voorziet, beslist het bestuur. Van deze bevoegdheid wordt alleen gebruikt gemaakt in onvoorziene situaties en waarbij de toepassing van de regeling leidt tot onredelijkheid. Artikel 32 Ingangsdatum en duur van de regeling Deze gemeenschappelijke regeling treedt in werking op de eerste dag na de elektronische bekendmaking van deze regeling door het college van de centrumgemeente. De regeling wordt aangegaan voor onbepaalde tijd. Artikel 33 Aanhaling Deze regeling kan worden aangehaald als gemeenschappelijke regeling Centrumregeling Regionaal Bureau Leerlingzaken en Doorstroompunt Oosterschelderegio. Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Borsele op . Burgemeester en Wethouders van Borsele, namens hen,
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Goes op . Burgemeester en Wethouders van Goes, namens hen,
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Kapelle op . Burgemeester en Wethouders van Kapelle, namens hen,
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Noord-Beveland op . Burgemeester en Wethouders van Noord-Beveland, namens hen,
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Reimerswaal op. Burgemeester en Wethouders van Reimerswaal, namens hen,
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland op . Burgemeester en Wethouders van Schouwen-Duiveland, namens hen,
Aldus vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders van Tholen op . Burgemeester en Wethouders van Tholen, namens hen, 7