1361266 Bijlage 1 Antwoordnotitie Zienswijzen Burghse Ring 21 en 21a Burgh-Haamstede
Tekst van het document
Antwoordnotitie zienswijzen Burghse Ring 21 en 21a te Burgh-Haamstede Per zienswijze aangeduid met de bijbehorende zaaknummers en letters: 1337732 (A), 1360537 (B), 1362020 (C), 136731 (D), 1367209 (E), 1367797 (F) & 1370304 (G) Bezwaargronden: 1. A) 1337732: Het gebouw voldoet niet aan punt 3.3.3 van het beeldkwaliteitsplan van Burgh-Haamstede om de volgende redenen. Herhaaldelijk is in de ontwerpfase van de dorpsvisie gesteld dat het jammer is dat al zoveel elementen van het oude Burgh, en vooral op de ring, zijn verdwenen. Daarom is het raadzaam dit niet door te zetten, vooral gezien de wens van de Dorpsraad meer in te zetten op het beleven van plaatselijk erfgoed. Het te bouwen gebouw sluit niet aan bij de laagbouw en kleine vrijstaande of half vrijstaande huizen op de ring, die steeds ruimte laten voor doorkijkjes op de Karolingische ringwalburg. Dat uitzicht verandert door de nieuwbouw. De hele ring wordt op slot gezet met een veel te massief en hoog gebouw. De ring verkeert zelf al in wankel evenwicht qua beeldkwaliteit. Er zijn al beeldbepalende huizen gesloopt. Daarom moet nu extra aandacht gegeven worden aan de beeldkwaliteit. Er is te weinig rekening gehouden met de beeldkwaliteit van de ring en de inpasbaarheid daarin van dit ontwerp wat ter inzage ligt. Daarnaast is de kerk van Burgh een rijksmonument. Het nieuw te bouwen huis staat er pal tegenover.
Het nieuwe gebouw tast de directe omgeving van het rijksmonument aan en verandert de verhoudingen tussen de kleine huizen en de grotere kerk, wat afbreuk doet aan het monumentale karakter van de kerk. Ook de zonbeleving en de lichtinval in de kerk zal veranderen. Verder zijn er andere locaties beschikbaar. Wanneer de AH verdwijnt komt in Burgh een minder beeldbepalend stuk bouwgrond vrij dat wel geschikt is voor dit soort hoge nieuwbouw, in een hoek waar al veel nieuwbouw staat en een hoog gebouw: het voormalig tramstation. Tien jaar geleden was er een overvloed aan huizen te koop in Burgh-Haamstede. Ook nu is de prognose op de lange termijn dat het huizentekort in Zeeland eerder zal verdwijnen dan elders. Daarom is het nog belangrijker om nu geen grote stappen te doen waar de gemeente spijt van krijgt, omdat het resultaat gewoon lelijk wordt en uit de toon gaat vallen. Het zal eeuwig zonde zijn voor de intieme mooie kerk en zal daar de beeldkwaliteit van aantasten net als van de ring en de gehele erfgoedindruk en de sfeer - wat een leuk dorpje - teniet doen. B) 1360537: Dit initiatief past niet binnen het straatbeeld van onze Burghse Ring. Dit is een doorn in het oog en het vloekt tussen de rest van de huizen. De hoop is dat na Renesse en Haamstede straks Burgh een beetje opgeknapt wordt; en daar zou dit grote brede gebouw totaal niet bij passen.
Hopelijk wordt er geluisterd naar de omwonenden! C) 1362020: Het initiatief is niet passend in het straatbeeld. De Burghse Ring staat vol met oude woningen die ongeveer allemaal even hoog zijn. In dit plan staat dat er ineens twee hele hoge woningen komen te staan. Deze nieuwe geplande woningen zijn stukken hoger dan de rest van de woningen die op de ring staan. De buren die er naast wonen zullen er ook veel last van hebben, omdat het veel dag/zonlicht tegenhoudt. De buurman heeft de woning ingetekend in het huidige straatbeeld (zie bijlage 2c). Het ziet er niet uit. Dit wil je toch niet op zo'n prachtige historische ring? D) 136731: Als eerste willen wij u wijzen op de ruimtelijke impact van het project. De voorgestelde bouwplannen hebben grote gevolgen voor het uiterlijk en de uitstraling van de historische dorpskern van Burgh. We vinden dat er te grote woningen gebouwd worden op een te klein perceel. Tevens is het niet passend om zo ’n hoog gebouw (bijna 9 meter) tussen de kleinere huizen te bouwen wat ook niet passend is qua bouwstijl. Zie bijlage 2d voor foto’s van dorpskern. Daarnaast wordt afgeweken van het huidige bestemmingsplan waar ruimte is voor 1 vrijstaande woning. Nu is de aanvraag gedaan voor 2 levensloopbestendige woningen. Echter lezen wij dat het 1 levensloopbestendige woning wordt (voor verhuur) en 1 gezinswoning.
1
Waarom niet 1 kleiner levensloopbestendig huis wat wel passend is binnen het geldende bestemmingsplan! En in de toekomst een mantelzorg woning in de tuin plaatsen om voor ouders te zorgen? Daarnaast wordt het perceel van 21b ook erg volgebouwd. Verder worden de nieuw te bouwen woningen te dicht bij de bestaande woningen gebouwd! In het huidige bestemmingsplan staat dat er bij zowel vrijstaand als 2- aaneen een minimale afstand aan 1 zijde van 3 meter van de bouwperceelgrens moet zijn. Volgens de bouwtekening (zeer moeilijk te zien overigens) is echter een afstand van slechts 1 meter (grenzend aan 22). Wij vinden dat we ingebouwd worden en zijn het hier niet mee eens (zie bijlage 2d). E) 1367209: Op basis van de dorpsvisie, waarin de kenmerkende kleinschalige en authentieke bebouwing van de kern wordt benadrukt, is het toestaan van sloop en het daarvoor in de plaats neerzetten van een donker, groot en hoog gebouw een ongewenste ontwikkeling. Ons inziens past deze ontwikkeling absoluut niet in het streven om het vriendelijke en cultuurhistorische karakter van de Burghse Ring te bewaren. Hoewel er 120 jaar geleden op deze locatie ook twee huizen stonden (zie figuur 1 van bijlage 2e) was het tweede huis bescheiden van omvang en stond het dwars op de straat. Niet voor niets is er na de sloop daarvan in 1910 geen ander huis op deze locatie gebouwd.
Daarvoor was de ruimte te beperkt en de open plek is sindsdien in gebruik als tuingrond en oprit. Nummer 21, het witte huis van voor 1900 met de bloementuin en doorkijkje richting het Hooge Burgh, is een karakteristiek onderdeel van de Ring. Wat daarvoor volgens het ontwerpbesluit in de plaats zal komen doet afbreuk aan het historische en vriendelijke karakter van dit gedeelte van de Ring en isoleert ons huis (bouw 1871) van zijn omgeving. Het wordt een dwergenstulpje opgesloten tussen hoge gebouwen. In plaats van slopen zou een grondige renovatie van het oude witte huis (= nr. 21) met herstel van de historische gevel een veel mooiere optie zijn. Dit ontwerp voor twee woningen hoort in een ruime (nieuwbouw)wijk, niet in de Burghse Ring. Voor hulp behoevende ouders kan een eenvoudige mantelzorgwoning tegen die tijd ook een oplossing zijn. Met aanpassing van het bouwvlak waardoor er twee huizen van een dergelijke omvang gebouwd mogen worden, is in strijd met het bestemmingsplan en voor ons onacceptabel. Met name het bouwen tot op de erfgrens, zelfs met een hoogte die ons huis (op nummer 20) overstijgt, zit ons dwars. We voelen ons daardoor opgesloten. De bouw van een complex met twee onder een kap woningen van deze afmetingen op een locatie waar daarvoor te weinig ruimte is, brengt de buren aan weerskanten in de verdrukking.
De verhoudingen tot de aanpalende woningen, die in de bouwtekeningen slechts als vage vormen zijn weergegeven, geven geen goede indruk van het toekomstig straatbeeld. In eerste instantie waren dergelijke tekeningen wel aanwezig maar deze zijn niet bij de stukken gevoegd. Voor een beter begrip is een tekening door ons in enkele foto’s gemonteerd (zie figuur 2 en 4 van bijlage 2e). F) 1367797: Het plan past niet in het straatbeeld, omdat deze te grootte woningen worden gebouwd op een te kleine kavel. Deze nieuw te bouwen woningen, welke veel te hoog en te groot zijn, passen in zijn geheel niet in het straatbeeld. De nieuwe woningen worden te dicht bij de bestaande woningen gebouwd en daarmee zijn deze nagenoeg geen vrijstaande woningen meer. Daarnaast past het gevelpakket, bestaande uit keramische steenstrips, totaal niet bij het straatbeeld van de Burghs Ring, welke bestaat uit historische woningen. Ook verdwijnt vanaf het natuurgebied, het Hoge Burgh, het vrije uitzicht op de kerk. De voorgestelde bouwplannen hebben gevolgen voor het uiterlijk en de uitstraling van de omgeving. Ik ben van mening dat deze impact zorgvuldig moet worden overwogen, gezien de historische waarde van het gebied. Ik verzoek u dan ook om een zorgvuldige afweging te maken en alternatieve onderwerpen te overwegen die beter aansluiten bij de omliggende bebouwing.
G) 1370304: Wij zijn geschrokken van de nieuwbouwplannen van onze buurvrouw op nummer 21. We vinden het niet kunnen. Het gebouw is te groot, te breed, en te hoog en donker, en dat past niet op die plek in de Ring. Als het een kleiner en lager gebouw werd met een historische karakter, dan zou het al een vriendelijker uitstraling hebben. Daarnaast ondervinden wij hinder doordat dat in onze tuin in de namiddag donkerder wordt door slagschaduw vanwege de hoogte van het gebouw. We hopen dan ook van harte dat de omgevingsvergunning niet verleend wordt zonder een grondige aanpassing van de plannen zoals die nu voorliggen.
2
2. D) 136731: Wij vinden het niet verantwoordt dat er funderingspalen geslagen worden. Dit vanwege de trillingen. Onze woning is gebouwd op een gemetselde fundering. E) 1367209: De bodem rond onze woning bestaat uit humeuze zandgrond, die erg gevoelig blijkt voor trillingen. Deze zetten zich als een golf in de bodem voort, met name in natte perioden wanneer de bodem waterverzadigd is (hoge grondwaterstand). Ons huis uit 1871 heeft een steensmuur van IJsselsteentjes die ondiep gefundeerd is op staal (iets verbrede voet op de zandige ondergrond). Trillingen door passerend zwaar verkeer, zoals vrachtwagens en in het verleden de bussen van de lijndienst, planten zich in de aanwezige ondergrond goed voort. Dit heeft geleid tot scheuren in de muren. Wij vrezen voor nog meer schade door de geplande sloop- en bouwactiviteiten. Bovendien zal de sloop en nieuwbouw ter plaatse tot drukveranderingen op de ondergrond leiden, waardoor de ondergrond op het aangrenzende gebied iets omhoog kan komen (waterbedeffect). Veranderde zettingen in de ondergrond kunnen spanning in onze buitenmuur veroorzaken, waardoor er grotere en nieuwe scheuren ontstaan. Wij eisen dat de opdrachtgever en de verlener van toestemming voor dit project financieel opdraaien voor een vlot herstel van ontstane schade als gevolg van de uitvoering daarvan.
Voor zowel tijdens de werkzaamheden ontstane schade als latere vervolgschade. F) 1367797: Volgens uw gegevens worden er funderingspalen geslagen. Dit is niet verantwoord ten opzichte van de buren Burghse Ring 20 en 22 daar deze woningen op een gemetselde fundering zijn gebouwd en deze trillingen niet zullen verdragen. Dit zal veel onherstelbare schade toebrengen. 3. D) 136731: Het raam wordt in de toekomstige situatie precies tegenover ons bestaande raam en dakraam geplaatst. We hebben liever geen raam aan die zijde (ook al staat er dat het eventueel melkglas wordt). Ook moet dit minimaal 2 meter van de erfgrens zijn. Tevens is onze schoorsteen een stuk lager en voorzien we problemen door eventueel rookoverlast als er wel een raam komt dat eventueel open staat. Door de nieuwbouw krijgen wij minder daglicht naar binnen en zal onze woonkamer een stuk donkerder worden. Wij zijn van mening dat deze impact zorgvuldig moet worden overwogen, gezien de historische waarde van het gebied. Wij verzoeken u dan ook om een zorgvuldige afweging te maken en alternatieve ontwerpen te overwegen die beter aansluiten bij de historische dorpskern van Burgh. E) 1367209: Ophoging tot straatniveau in verband met het aflopend perceel (achteraan 20 cm), zorgt ter hoogte van de nok van de berging voor een extra hoogte van circa 15 cm.
Samen met de opgegeven nokhoogte van 6,08 meter, wordt dat 6,23 meter ten opzichte van het maaiveld vlak op de erfgrens aan de achterkant van onze woning. Hierdoor krijgen wij aan de achterkant van onze woning en tuin beduidend minder licht en zonneschijn. Ook zal de hoogte van 9 meter van de woonhuizen voor meer schaduw zorgen achterin onze tuin door het eerder verdwijnen van de zon achter het hoge gebouw. Deze zaken hebben een afname van ons woongenot tot gevolg. Meer beschaduwing zal ook tot een snellere groei van mos en algen op de stoeptegels rond ons huis leiden, wat de kans op valpartijen verhoogt. Bij de stukken ontbreekt een bezonningsstudie waarin het effect van de bouw op ons huis wordt beschreven, die hoort er wel te zijn. De hoogte en nabijheid van berging en woning vormt een belemmering voor de goede afvoer van de rookgassen van onze houtkachel (afvoerhoogte circa 5,50 meter). Minder goede trek zal tot slechtere verbranding leiden, waardoor meer en vlugger overlast ontstaat. Wij gebruiken deze kachel in de avonduren gedurende het winterhalfjaar. Omdat we doorgaans gratis aan hout kunnen komen, scheelt ons dat flink in de verwarmingskosten (we hebben geen cv). Bovendien zijn we erg gehecht aan de aangename warmte van deze kachel. Onze suggestie om de berging van een plat dak te voorzien is door de indieners van het plan niet gehonoreerd.
Een lager, plat dak zou de schaduwwerking, het wegnemen van zonlicht en de hinder voor de rookafvoer beperken.
3
De voorzijde van de berging op de erfgrens is net voor ons schoorsteenkanaal dat 40 cm uitsteekt gepland (figuur 3 van bijlage 2e). Dit betekent dat onze doorgang daar wel heel erg nauw wordt, zodat we met de postfiets daar nauwelijks doorheen kunnen (erg brede tassen). Sinds de aankoop van onze woning in 1983 hebben we, wanneer dat van pas kwam, gebruik gemaakt van de onbebouwde ruimte naast het buurhuis. Wij hebben voorgesteld om de berging (maar dan wel met een plat dak!) iets meer naar achter te plaatsen. Wij zijn van mening dat de marktwaarde van onze woning bij uitvoer van deze bouwplannen een aderlating zal ondergaan. Als onderdeurtje bekneld en opgesloten tussen enerzijds een jaren 60-woning en aan de andere kant straks het hoge gevaarte van twee nieuwe zogenaamd levensloopbestendige woningen. Het woongenot van de één gaat ten koste van het woongenot van de ander. Het moge duidelijk zijn: ook wij willen graag tot onze dood met plezier in het huis (zonder label) wonen, waarin wij vier kinderen hebben grootgebracht. Ons huis dankt zijn charme aan het historisch karakter dat past in het geheel van de Ring. Met het dichtbreien van de ruimte tussen nr. 20 en 22 met een hoog dominant gebouw wordt ons huis en de omgeving minder aantrekkelijk en daardoor minder waard.
F) 1367797: Denk ook aan de huiszwaluwen welke al jaren nestelen bij de buren Burghse Ring 22 deze vetrekken pas half september na het 2e broed. 4. D) 136731: Naar ons inziens wordt het erg gevaarlijk om een parkeerplaats naast het huis 21a aan te leggen, want je moet over de stoep rijden om te parkeren naast het huis. Bij het verlaten van de parkeerplaats zie je geen spelende kinderen of voetgangers over de stoep aan komen. E) 1367209: Het verleggen van de uitrit naar de andere kant van de woning lijkt ons onveilig voor voetgangers die richting Haamstede lopen. Als autobestuurder kan je de voetgangers niet zien aankomen en andersom. Kleine kinderen van 3-5 jaar oud racen hier geregeld op een trapautootje/tractortje over de stoep. Kans op ongelukken! 5. D) 136731: Het peil van de nieuw te bouwen woningen zal op 2.85 NAP komen te liggen. De voorzijde van het huis is 2.80 NAP en aan de achterzijde zal dit 2.60 NAP zijn. Aan de achterzijde zal de tuin met 20 cm opgehoogd gaan worden, waardoor zeker is dat al het water bij ons in de tuin of via de oprit langs het huis naar ons zal lopen. Tevens staat er vermeld dat hemelwater opgevangen zal worden op eigen terrein en afgevoerd worden via de watergang aan de achterzijde van het eigen perceel.
Echter er is helemaal geen watergang aanwezig! Ook zal het water van de voorkant van het dak via de stoep naar ons perceel lopen wat lager gelegen ligt! Dit komt omdat het een kunstmatige verhoging is en je mag geen water af laten vloeien op de naast gelegen percelen! Daarnaast staan geen maten van de berging (huis 21b). Komt deze op de erfgrens of op eigen perceel (dit in verband met onderhoud?). En ook hier voorzien we problemen met wateroverlast, door het water wat van de berging in onze tuin loopt. E) 1367209: Onduidelijk is hoe de afvoer van hemelwater aan de voorzijde van het gebouw en de berging en de verharde oprit wordt geregeld. Bij de aanvraag wordt in de Watertoetstabel vermeld: “Hemelwater zal opgevangen worden op eigen perceel en afgevoerd worden via de watergang aan de achterzijde van het perceel.” Aan de achterzijde van het perceel bevindt zich geen sloot, die begint pas wat verderop. Op welke wijze en waarheen precies wordt dat water afgevoerd? In het voortraject werd door de initiatiefnemer bij de plannen gezegd dat het de bedoeling was om het hemelwater aan de voorkant net zoals nu op de stoep te lozen. Dit stroomt dan af tot de strook gemeenteplantsoen waar het bezinkt. Dat bezinken gaat niet zo snel. In de huidige situatie staat het water bij veel neerslag al tot de huizen en stroomt het via ons hellende gangpad al naar achteren.
Met een dak dat meer dan 2x zo groot is kan dit bij extreme neerslag tot grote overlast leiden. Ook het water van de verharde oprit zal naar ons lager liggende gangpad uitzakken. Onze woonkamer ligt beneden het stoepniveau. Een hoge (grond)waterstand kan binnenshuis tot vochtproblemen leiden. Wanneer het hemelwater aan de voorzijde middels een buizenstelsel met voldoende capaciteit wordt afgevoerd en niet ter plaatse wordt geloosd, zal er in dat opzicht geen probleem zijn.
4
Verweer: 1. A) t/m G): Bij dit plan zijn vanaf het beginstadium een breed scala aan vakdisciplines betrokken. Zodoende is het initiatief, gedurende de behandeling van het principeverzoek, al getoetst vanuit de beleidsvelden Wonen, Milieu, Cultuurhistorie, Archeologie, Verkeerskunde en Stedenbouw. Verder is de betrokken projectleider van het beeldkwaliteitsplan van Burgh-Haamstede betrokken bij het initiatief. In de formele vergunningenprocedure hebben wederom voornoemde vakdisciplines het plan beoordeeld. In aanvulling hierop zijn ook de rioolbeheerder, de afdeling Openbare Werken, de bouwkundig constructeur, het waterschap en de Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (hierna: RCE) om advies gevraagd. Opmerkingen die hieruit voortvloeiden zijn in het bouwplan verwerkt. Verder dient te worden vermeld dat, op basis van de planregels, een maximale bouwhoogte van 10 meter is toegestaan. Daarnaast is in de planregels opgenomen dat het bevoegd gezag met een omgevingsvergunning kan afwijken voor een kortere afstand van het hoofdgebouw tot minimaal 1 meter van de zijdelingse perceelsgrens. Wel moet sprake zijn van een positief stedenbouwkundig advies. De stedenbouwkundige heeft gekeken of het bouwplan passend is binnen het huidige straaten bebouwingsbeeld. Uit dit stedenbouwkundig advies volgt dat de bebouwing stedenbouwkundig gezien passend en daarom akkoord is.
Bij dit plan is de stedenbouwkundige dus al in het voortraject betrokken. Zodoende is getoetst aan het beeldkwaliteitsplan Dorpsas Burgh-Haamstede dat voor dit gebied specifiek is opgesteld, goedgekeurd en vastgesteld. Dit beeldkwaliteitsplan is goedgekeurd door de Commissie Ruimtelijke Kwaliteit (hierna: CRK). In bijlage 6 is het beeldkwaliteitsplan opgenomen. De CRK heeft het bouwplan akkoord bevonden in haar vergadering op 22-4-2024. Ook moet worden opgemerkt dat de initiatiefnemer bewust heeft gekozen voor een lokale architect die op de hoogte is van het beeldkwaliteitsplan van Burgh-Haamstede. Verder staat vast dat een aanvraag om omgevingsvergunning wordt beoordeeld en getoetst aan de feiten en omstandigheden die van toepassing zijn op het specifieke geval. Daarbij wordt advies ingewonnen van diverse vak afdelingen en vindt afstemming plaats. Vervolgens wordt een besluit genomen op de ingediende aanvraag. De aanvraag ziet niet op de benoemde locatie in zienswijze A (1337732). Deze locatie blijft daarom buiten beschouwing in de vergunningenprocedure. Voorts wordt met dit plan invulling gegeven aan de woonopgave die wij als gemeente landelijk hebben meegekregen. In lijn hiervan moeten we 1600 woningen toevoegen op Schouwen-Duiveland. Door middel van realisatie van dit plan wordt dus invulling gegeven aan de woonopgave op SchouwenDuiveland.
Daarnaast moet worden opgemerkt dat de initiatiefnemer heeft toegelicht hoe en op welke wijze participatie met omwonenden heeft plaatsgevonden (zie bijlage 7). Gelet het voornoemde is met dit initiatief sprake van een goede ruimtelijke ordening. In het voortraject is dus ook de cultuurhistorisch deskundige van de gemeente op de hoogte gebracht van het plan. Het plangebied ligt binnen de contour van het archeologisch rijksmonument van de ringwalburg van Burgh. Dit betekent dat het rijk het bevoegd gezag is voor wat betreft archeologie. Vanwege die reden is het plan voorgelegd aan de RCE. In het advies van de RCE werd aangegeven dat de vrijstellingsdiepte 40 cm bedraagt. Daarom zijn, op verzoek van de RCE, de volgende voorschriften opgenomen in de beschikking tot het verlenen van de omgevingsvergunning: a) ‘de werkzaamheden worden uitgevoerd conform de aangeleverde besteken bouwtekening(en) met kenmerk ‘22072_DO-16_SITUATIE GRONDWERK’ d.d. 30-10-2024’. De betreffende bouwtekening is als bijlage toegevoegd aan deze antwoordnotitie.
b) de grondwerkzaamheden beperken zich in het geheel tot 40 cm beneden maaiveld; c) bij de inzet van zware voertuigen worden afdoende maatregelen (rijplaten) genomen om insporing of compactie van de bodem te voorkomen; d) de aanvang van de (grond)werkzaamheden wordt tenminste 14 dagen van tevoren schriftelijk gemeld aan de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed i.c. C. Paré.
5
Volledigheidshalve volgt hieronder de volledige motivering van het advies van de RCE. Omschrijving van het archeologisch rijksmonument Het plangebied is gelegen binnen de westzijde van archeologisch rijksmonument nr. 46167 Het Hoge Burgh, Leliëndaleweg, te Burgh-Haamstede. Op dit terrein zijn resten van een vroegmiddeleeuwse ringwalburg aanwezig. Er bevindt zich bebouwing aan de noord-, west- en zuidzijde van het monument. Effect op de archeologische waarden De vrijstellingsrichtlijn voor het genoemde rijksmonument bedraagt 40 cm. Uit de bestudering van de bestektekening (kenmerk 22072_DO-16_SITUATIE GRONDWERK) en de door gemeente en Bureau NZ per e-mail verstrekte aanvullende informatie (d.d. 28 oktober 2024 en 30 oktober 2024) blijkt dat daar in het ontwerp rekening mee is gehouden. Op basis van de aangeleverde stukken blijkt dat de werkzaamheden zich in het geheel beperken tot 40 cm beneden maaiveld, inclusief de sloop- en bouwwerkzaamheden en de ingrepen voor aansluitingen van kabels en leidingen. Ook komen de nieuwe bouwvlakken grotendeels overeen met het bestaande bouwvlak. Bij de eventuele inzet van zware voertuigen dienen afdoende maatregelen (rijplaten) te worden genomen om diepe insporing of compactie van de bodem te voorkomen. Gelet op het bovenstaande zijn er nauwelijks of geen gevolgen te verwachten voor aanwezige archeologische waarden. 2.
D) 136731, E) 1367209 & F) 1367797: Enkel het bouwplan wordt met de voorliggende omgevingsvergunning mogelijk gemaakt. De wijze waarop de bouwwerkzaamheden zullen worden uitgevoerd maakt geen onderdeel uit van de vergunning. Wel is het raadzaam om contact op te nemen met de aannemer die de werkzaamheden uit zal gaan voeren. Zo is het bijvoorbeeld mogelijk om voor aanvang van de werkzaamheden een nulmeting uit te laten voeren voor de naastgelegen woningen. Hier staat de initiatiefnemer positief tegenover. Daarnaast moet worden opgemerkt dat geen gebruik zal worden gemaakt van funderingspalen. Er gaat namelijk niet geboord worden. De huidige bebouwing en fundering wordt afgegraven tot maximaal 40cm diepte, waarna er een betonplaat gestort zal worden als fundering. Dit zal plaatsvinden conform de tekeningen en berekeningen van de constructeur. 3. D) 136731: Het raam waarnaar in de zienswijze wordt verwezen zal in melkglas worden uitgevoerd. Dit is een vast raam, waardoor rookoverlast geen probleem zal zijn. Wettelijk is geen minimale afstand vastgelegd bij gebruik van een melkglas en een vast raam. De initiatiefnemer heeft aangegeven dat het bouwkundig gezien geen probleem is om het kozijn dieper naar binnen te verplaatsen. Op die wijze kan worden voldaan aan de gewenste afstand van 2 meter.
Raam tussen ca. 1,79 en 1,92 m vanaf erfgrens (gemeten en vanuit buitenkant gevel). Kozijn is 10 cm dieper.
6
E) 1367209: Er hoeft geen bezonningsstudie te worden aangeleverd voor deze ontwikkeling. Dit moet alleen wanneer de maatvoering buiten de planregels valt. Dit is niet het geval. Daarnaast heeft de initiatiefnemer een plat dak overwogen. De berging is echter de enige optie om in de achtertuin te komen en de benedenverdieping kan niet volledig gebruikt worden als opslag. Daarom is gekozen voor een puntdak. De afmetingen en locatie passen binnen de planregels. Verder is de smalle doorgang het gevolg van hoe de erfgrens loopt. De initiatiefnemer heeft overwogen of de schuur naar achteren geplaatst kon worden. Dit heeft echter als nadelig gevolg dat er dan geen mogelijkheid meer is om via de berging in de bijkeuken te komen. De initiatiefnemer is naar haar zeggen nooit gevraagd om toestemming om over diens erf naar het achterterrein van Burghse Ring 20 te gaan. Dit terwijl duidelijk is waar de erfgrens ligt. Dat door de eigen schoorsteen van nummer 20 de doorgang erg smal, is geen argument tegen dit initiatief. Volgens de bewoner op nummer 20 is de schuur hoger dan 6 meter door peilverschil.
De definitie uit de planregels voor ‘peil’ is als volgt: a) voor gebouwen, waarvan de hoofdtoegang onmiddellijk grenst aan de weg: de hoogte van die weg ter plaatse van de hoofdtoegang; b) bij ligging in het water: de gemiddelde hoogte van de aangrenzende oevers; c) in andere gevallen: de gemiddelde hoogte van het aansluitende afwerkte bouwterrein, ten tijde van de inwerkingtreding van dit plan. In de bouwtekening staat een kleine overschrijding van 8,5 cm van de bouwhoogte. De planregels en de gemeentelijke beleidsregels staan een afwijking van maximaal 1 meter toe voor wat betreft de goothoogte. Hier is echter sprake van een overschrijding van de maximaal toegestane bouwhoogte. Uit vaststaande jurisprudentie van de Rechtbank Midden-Nederland van 10-3-2021 volgt dat een dergelijk geringe overschrijding van de toegestane maximale bouwhoogte niet leidt tot een onevenredige aantasting van de belangen van de bewoners van de naastgelegen woning. Gezien het totale plan is dan ook geen sprake van strijd met een goede ruimtelijke ordening. F) 1367797: De initiatiefnemer heeft een aparte vergunningenprocedure lopen bij de provincie Zeeland. Deze procedure moest in eerste instantie worden doorlopen op grond van artikel 5.1 lid 2 aanhef en onder g van de Omgevingswet.
Het ging daarbij om de verbodsbepalingen genoemd in artikel 11.37 lid 1 onder d juncto artikel 11.46 lid 1 onder b en d van het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal). Deze wetsartikelen hebben betrekking op de nestplaatsen van de huismus en de voortplantings- of rustplaatsen van de boomkikker. De betreffende procedure bij de provincie is dus nog lopende. Hierover moet worden vermeld dat de vergunning voor de boomkikker is geweigerd. De provincie heeft namelijk aangegeven dat hier geen vergunning voor nodig is. Op dit moment wordt dus enkel een vergunningenprocedure bij de provincie voor de nestplaatsen van de huismus doorlopen. 4. D) 136731 & E) 1367209: Uit het verkeerskundig advies volgt dat met het aanleggen van de parkeerplaatsen sprake is van een toelaatbare verkeerskundige situatie. Bovendien is vanuit de gemeente de eis gesteld dat sprake moet zijn van minimaal 1 parkeerplaats op eigen terrein, zodat de parkeerdruk rondom de ring van Burgh niet teveel toeneemt. Derhalve wordt voldaan aan de parkeernormen uit het geldende parkeerbeleid. 5. D) 136731 & E) 1367209: Het plangebied ligt binnen het beheersgebied van het waterschap Scheldestromen, verantwoordelijk voor het waterkwantiteits- en waterkwaliteitsbeheer.
Ten behoeve van de beoogde ontwikkelingen is het aanmeldformulier van het waterschap voor de watertoets ingevuld (zie bijlage 2 van de ruimtelijke onderbouwing van bijlage 6). Dit aanmeldformulier is voorgelegd aan het waterschap en goedgekeurd.
7
Verder is het de wens van het waterschap en de gemeente dat hemelwater niet geloosd wordt op de riolering, maar op het oppervlakte water. Daarbij is lozing aan de voorzijde van de woningen, op het trottoir, gebruikelijk bij de woningen aan de Burghse Ring. Het niveau daarvan is voor alle woningen vergelijkbaar en wordt dus niet onevenredig negatief beïnvloed door dit initiatief. Hemelwater van de achterzijde van de woning zal voor een belangrijk deel gebufferd worden voor hergebruik in het bouwplan opgenomen grijswatercircuit, waardoor eerder minder dan meer hemelwater overblijft. Daarnaast heeft de rioolbeheerder het initiatief beoordeeld op de aspecten ‘water’ en ‘riool’. Zo heeft overleg plaatsgevonden tussen de rioolbeheerder en initiatiefnemer aangaande de rioolaansluiting. Hierbij kwam ter sprake om de rioolaansluiting aan de voorkant van het perceel aan te sluiten in plaats van op de bestaande leiding aan de achterzijde. De initiatiefnemer heeft aangegeven dat de rioolaansluiting op ca. -0,40 m-mv aangeboden wordt op de erfgrens. De rioolbeheerder heeft hierover contact gehad met de aannemer die de werkzaamheden zal uitvoeren. De aannemer heeft laten weten dat het geen probleem is om van daaruit een aansluiting te maken op het hoofdriool.
Zodoende is de rioolbeheerder akkoord met het initiatief en heeft hij geen bezwaar om de nieuwe rioolaansluiting, op deze diepte, aan de voorkant te ontvangen. Tot slot moet worden opgemerkt dat de berging van 21A geen onderdeel is van deze vergunningaanvraag. Daarom zijn er geen maten van de berging toegevoegd.
8