CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1325623 bijlage 3 - Uitvoeringsnota Cultuurvisie 2025-2028

Gemeenteraad 27 februari 2025, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vaststellen cultuurvisie 2025 (1325623)5.634 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Uitvoeringsnota bij de Cultuurvisie 2025-2028

Beleidskaders en subsidieregelingen kunst en cultuur Op basis van de Algemene Subsidieverordening Schouwen-Duiveland 2023. 1. Algemene uitgangspunten 1. Kwaliteit, artistieke zeggingskracht en betekenis. a. Het college ondersteunt initiatieven in de gemeente op het gebied van kunst en cultuur door middel van subsidie. b. Het college stimuleert makers en organisatoren tot het brengen van een kunstproduct dat bijdraagt aan een veelzijdig cultureel palet, en dat aansluit op de eigenheid van onze gemeente. c. Het college beoordeelt de aanvragen hiervoor op basis van kwaliteit, artistieke zeggingskracht en betekenis voor onze gemeente. d. Het college kan de uitvoering van deze beoordeling opdragen aan een onafhankelijk adviesorgaan dat hiervoor door de Gemeenteraad is ingesteld. e. Deze beoordeling wordt niet toegepast op aanvragen voor reguliere jaarprogramma’s en incidentele activiteiten waarvoor per jaar of per activiteit minder dan € 5000,-- subsidie wordt aangevraagd (zie verder onder ‘aanvragen’). 2. Verbondenheid met de gemeenschap, bereik en participatie. a. Het college is ervan overtuigd dat een rijk aanbod van kunst en cultuur bijdraagt aan leefbaarheid en vitaliteit in onze gemeente. Deze overtuiging vloeit mede voort uit onze strategische visie. b.

Het college stimuleert initiatieven die zich richten op de eigenheid van onze eilandgemeenschap, op actieve deelname van een zo groot mogelijk publiek in kunstbeoefening of het bijwonen van culturele activiteiten, en die oog hebben voor geografische spreiding c. Het college stimuleert en ondersteunt de vorming binnen de gemeente van culturele ‘brandpunten’ in de Westhoek en in Zierikzee. Daarnaast ziet het college aanvullende mogelijkheden voor een eigen cultureel profiel in de driehoek Brouwershaven-ZonnemaireDreischor en in de driehoek Bruinisse-Nieuwerkerk-Ouwerkerk. Ontwikkeling daarvan ligt vooral in de handen van eigen initiatief vanuit lokale partijen. d. Het college benoemt een Eilanddichter en ontwerpt hiervoor een statuut. e. Het college bevordert de synergie van kunstproductie met ons erfgoed en met het landschap, de kust en de omringende wateren. Het ontwerpt een betekenisvol programma voor beeldende kunst in de openbare ruimte en onderzoekt de mogelijkheden om op uitnodiging kunstenaars hiervoor ontwerpen te laten indienen in samenspraak met de bevolking. f. Daarnaast onderzoekt het college de mogelijkheden voor producties met het landschap als décor. Denk – ter inspiratie, naast ons eigen ZNF – aan een festival als ‘Into the Great Wide Open’ (Vlieland), ‘Zummerbuhne’ in de provincie Groningen of Shakespearetheater Diever (Drenthe). g.

Ook onderzoekt het college de mogelijkheden om voor grootschalige en onderscheidende producties (onder andere) samenwerking aan te gaan of te bestendigen met ondernemers binnen en buiten onze gemeente. h. Het college stimuleert hierbij een vruchtbare samenwerking tussen amateurs en professionele makers en uitvoerenden. i. Het college geeft een plaats en eigen stem aan initiatieven van en voor jongeren. Daarbij maken we onderscheid in aanbod en opzet tussen de groep 12 tot 15 en 15 en ouder. Voor de jongste groep benutten we het programma BLOEI!, zoveel mogelijk geladen met aanbod in kunst en cultuur. Voor de oudere groep hecht het college veel waarde aan autonomie van jongereninitiatieven. In goed overleg met uitvoeringsorganisaties willen we hiervoor in de Westhoek en in Zierikzee twee experimentele ‘maak- en broedplekken’ opzetten, vooralsnog voor de duur van vier jaar. Het college geeft ruimte aan ontwikkeling en ontplooiing van ‘urban arts’. Daarnaast wordt een intensieve samenwerking aangegaan met provinciale programma’s als PopaanZee en de Kunstbende. j. In lijn met de ambitie van Cultuurvisie 2025-2028 stimuleert de cultuurcoach deelname aan cultuur, legt daarbij verbindingen met andere sectoren en jaagt nieuwe initiatieven aan.

De cultuurcoach heeft een onafhankelijke rol en brengt partijen bij elkaar, signaleert knelpunten en brengt kansen in behoeften en kansen in kaart. 3. Beheer en behoud van (immaterieel) erfgoed.

1

a. Het college beziet de functie en (her- en neven-) bestemming van kerkgebouwen in historisch perspectief én in het perspectief van cultureel aanbod in de bovengenoemde ‘brandpunten’ of kernen. Daarbij neemt het college een realistische exploitatie, de ruimtelijke en facilitaire aspecten (voorzieningen, toegankelijkheid, akoestiek, catering), behoud van cultuurhistorische waarden, ligging en bereikbaarheid als uitgangspunt voor verdere afwegingen. In het algemeen wil het college hierbij waken voor een te grote spreiding van aanbod en daardoor te sterke verdunning van publiek. b. Het college ondersteunt de kleine musea in de gemeente via de Vereniging Musea SchouwenDuiveland (VMSD). Voor het besluit over financiële ondersteuning neemt het college de volgende aspecten als uitgangspunt: - Betekenis en kwaliteit van de collectie voor Schouwen-Duiveland; - Toegankelijkheid en presentatie van de collectie; - Draagvlak in de lokale gemeenschap; - Toekomstperspectief en toekomstbestendigheid; - Bijdrage in thematische verhaallijnen aan ‘het verhaal van Schouwen-Duiveland’ ; - Kwaliteit van bestuur en uitvoering. c. Het college ziet voor de VMSD de taak weggelegd om de kleine musea te adviseren en ondersteunen op bovengenoemde aspecten. Voor de bekostiging hiervan (zowel de vereniging als de leden) ontwerpt het college een nadere regeling. d.

Het college verleent (bij voorkeur aan Erfgoed Zeeland) opdracht voor het opstellen en uitvoeren van een plan voor succesvolle ontsluiting van de collectie, presentatie en promotie van de kleine musea. De opdrachtnemer trekt hierin samen op met de VMSD. e. Gelet op het huidige bestel en de toekomstbestendigheid van kleine musea, is het college is kritisch op het ontstaan van nieuwe musea op basis van particuliere initiatieven of collecties in de gemeente. Ondersteuning van nieuwe initiatieven ligt niet voor de hand. 4. Cultuureducatie. a. De ‘dragende culturele instellingen’ voorzien, naar hun mogelijkheden, in aanbod voor het onderwijs en voor bijzondere doelgroepen. Zij stemmen dit met het onderwijs af. b. Scholen kunnen tevens deelnemen aan het aanbod van KCE Oosterschelderegio (Cm4K). Het college onderzoekt in hoeverre afname van dit aanbod sterker door de gemeente kan worden ondersteund. c. Het (vrijetijds-) programma ‘BLOEI’ voorziet mede in cultuureducatief aanbod na schooltijd. d. Cultuureducatie in het voortgezet onderwijs en naschoolse jongerenactiviteiten zijn benoemd onder uitgangspunt 2. e. Voor initiatieven en activiteiten van en voor de jeugd vanaf 15 jaar stelt het college een Fonds in. (Zie verder in rubriek 2. paragraaf III.) 5. Diversiteit, samenwerking, toegankelijkheid en duurzaamheid. a.

Het subsidiebeleid is gericht op het vergroten van de toegankelijkheid van actieve cultuurparticipatie van zoveel mogelijk verschillende groepen mensen op zoveel mogelijk verschillende plekken binnen de samenleving, mede door middel van samenwerking in de culturele sector en in relatie met andere domeinen. b. Niet iedereen verstaat hetzelfde onder ‘mooie’, ‘waardevolle’, ‘hoge’ of ‘lage’ kunst. Dezelfde kunst- of cultuuruitingen worden door de een met gejuich begroet, door de ander als controversieel afgewezen. Het past een overheid niet om daarin op voorhand te sturen of te selecteren (mits binnen de grenzen van de wet). Uitgangspunt blijft een beoordeling op basis van kwaliteit, artistieke zeggingskracht en betekenis van producties. c. Het college wil brede deelname aan cultuur zoveel mogelijk bevorderen, en ook aandacht vestigen kleur, herkomst of geaardheid van de maker(s). Het college ziet dit mede in het licht van de Lokale Inclusie-agenda (LIA). d. Via inkomensbeleid kan het college besluiten tot een tegemoetkoming of kortingsregeling voor minder draagkrachtige inwoners of gezinnen. e. Het college onderzoekt tegemoetkomingen in huur van culturele accommodaties voor gebruikers. f.

In principe gaat het college uit van eigen ondernemerschap en eigen initiatief van kunstenaars en makers om voor hun werk geschikte locaties te vinden en te exploiteren.Tot op zekere hoogte kan het college voorwaardenscheppend bijdragen aan voldoende plekken om te maken (ateliers, oefenruimtes, werkplaatsen) en aan plekken om te tonen (podia). Daarbij nemen de dorpshuizen een speciale plaats in. g. Bij alle bovenstaande uitgangspunten hecht het college groot belang aan optimale samenwerking tussen makers en organisatoren onderling. Het college faciliteert deze

2

samenwerking door het oprichten en in stand houden van een eilandbreed interdisciplinair cultuuroverleg. Daarbij is afstemming van promotie en programmering een belangrijk doel. h. Het college bevordert een duurzaam (her-) gebruik van materialen en energie bij het maken, produceren en uitvoeren van (podium-) kunsten, met inbegrip van catering en locatie. In afspraken met makers of organisatoren kan het college hiervoor bepalingen opnemen. 6. Goed bestuur. a. Het college bevordert toepassing van de ‘governance code cultuur’, in samenhang met de ‘Fair Practice code’ en de ‘code diversiteit en inclusie’ door culturele instellingen. b. Voor toepassing van de ‘Fair Practice Code’ ontwerpt het college een leidraad voor organisatoren. c. Voor een door het college aangewezen ‘dragende culturele instelling’ is toepassing en handhaving van de ‘governance code cultuur’ een voorwaarde om voor ondersteuning (subsidie) in aanmerking te komen. d. Enig handelen door een dragende culturele instelling in strijd met de ‘governance code cultuur’ kan voor het college aanleiding zijn om subsidies te verminderen, op te schorten, te beëindigen of te weigeren. 2. Rubrieken I.

beleidskader ondersteuning ‘dragende culturele instellingen’ a. Het college wijst ‘dragende culturele instellingen’ aan. b. Een ‘dragende culturele instelling’ - Is door omvang, uitstraling en programmering van blijvende betekenis voor het culturele leven in onze gemeente; - Verzorgt of faciliteert een jaarprogramma op het gebied van een of meer podiumkunsten waarbij tenminste 75 % van het programma wordt uitgevoerd door professionele artiesten, ofwel - Beheert en conserveert een artistieke of cultuurhistorische collectie, ontsluit en documenteert deze en verzorgt per jaar tenminste twee exposities gericht op een breed publiek, ofwel - Verzorgt of faciliteert de productie van beeldende kunst of podiumkunst door ondersteuning van makers, het aanbieden van repetitie- of atelierruimte, het aanbieden van residenties, de productie van voorstellingen of het verzorgen van exposities; - Voert een actief publieks- en promotiebeleid gericht op de eigen bevolking en op bezoekers; - Biedt een cultuureducatief aanbod voor het basis- en voortgezet onderwijs; - Neemt een actieve rol in de ondersteuning van amateurkunstenaars in onze gemeente; - Werkt samen met andere culturele instellingen binnen en buiten de gemeente en neemt een actief aandeel in samenwerkingsprojecten; - Wordt professioneel geleid en bestuurd volgens de ‘code cultural governance’. c.

De instelling dient een vierjarig uitvoeringsprogramma in. Aan dit programma liggen een artistiek en zakelijk werkplan en een meerjarenbegroting ten grondslag. d. Op basis van dit uitvoeringsprogramma kent het college jaarlijks een subsidie toe. e. De instelling presenteert van ieder afgesloten boekjaar een jaarrekening die voldoet aan de normen die het college heeft gesteld. f. Onderzoek van deze jaarrekening kan voor het college aanleiding zijn voor aanwijzingen aan het bestuur of tussentijdse bijstelling van de subsidie. Over voornemens hiertoe gaat het college met de instelling in gesprek naar aanleiding van bevindingen in de jaarrekening. g. Evaluatie van het vierjarige uitvoeringsprogramma wordt in het derde jaar van de looptijd uitgevoerd. Het college kan de uitvoering van deze evaluatie opdragen aan een autonome commissie of externe partij.

II.

beleidskader ondersteuning culturele activiteiten a. Onder ‘culturele activiteit’ wordt in dit beleidskader verstaan: enig kunstproduct op het gebied van muziek, theater, dans, film, video en multimedia, letteren of beeldende kunst, eenmalig of structureel, of ook de op cultuur of educatie gerichte activiteiten vanuit musea, erfgoedinstelingen of andersoortige organisaties, voor zover niet uit andere bronnen gefinancierd. b. Het college stimuleert makers en organisatoren tot het brengen van een kunstproduct dat bijdraagt aan een veelzijdig cultureel palet, en dat aansluit op de eigenheid van onze gemeente.

3

c.

Het college weegt bij de aanvraag van een buiten de gemeente gevestigde organisatie altijd af in hoeverre deze voor realisatie en uitvoering een concrete samenwerking heeft ingericht met lokale organisaties. d. Een aanvraag kan betrekking hebben op reguliere (eenmalige of terugkerende) activiteiten, op try-out projecten, ontwikkeltrajecten of meerjarige trajecten. e. Een aanvraag voor een culturele activiteit kan worden gedaan door een in of buiten de gemeente gevestigde organisatie met rechtspersoonlijkheid. III.

subsidieregelingen, fondsen en -plafonds wijze van aanvragen a. Iedere aanvraag moet worden ingediend conform de Algemene Subsidieverordening 2023, door een instelling met rechtspersoonlijkheid via eHerkenning. b. De aanvraag voor een meerjarige subsidie moet worden ingediend uiterlijk 31 mei voorafgaand aan het kalenderjaar of de kalenderjaren waarop de aanvraag betrekking heeft. c. Een aanvaag voor een incidentele (eenmalige) activiteit moet tussen 12 en 26 weken voorafgaand aan de startdatum of uitvoeringsdatum van de activiteit. d. De aanvraag is in beginsel gerelateerd aan een van de hieronder genoemde subsidieregelingen. Ofwel: een aanvraag voor een activiteit kan niet tegelijkertijd onder meerdere subsidieregelingen worden aangevraagd. e. Het college beoordeelt de binnengekomen aanvraag aan de hand van criteria in de betreffende subsidieregeling.

1. Fondsen a. Het college kan besluiten tot het instellen van een of meerdere fondsen, naast de bestaande subsidieregelingen. b. Het Fonds onderscheidt zich van een subsidieregeling door ruimte te geven aan: - Het bereiken van een specifieke publieksgroep op een bijzondere, experimentele wijze; - Het (eenmalig) mogelijk maken van grootschalige, experimentele en daardoor risicovolle artistieke producties; - Een laagdrempelige (snelle) aanvraagprocedure voor eenmalige projecten tot € 3.000,--, speciaal gericht op jonge makers; - Tweemaal per jaar de mogelijkheid tot het indienen van een grotere aanvraag; - Hierbij de mogelijkheid om de aanvraag in overleg met de beoordelingscommissie of met hulp van de cultuurcoach kwalitatief te verbeteren of te verdiepen. c. Ingesteld kunnen worden per 2025: - Het Fonds “jongerencultuur, urban arts en jonge makers;” - Het Fonds “grote en multidisciplinaire evenementen.” d. Uitgangspunt bij fondsaanvragen groter dan € 10.000,-- is dat de aanvrager tenminste 40 % van de begrote kosten verwerft uit eigen inkomsten of door coproductie c.q. co-financiering van andere partijen. e. Voor de verdeling van middelen benoemt het college een externe beoordelingscommissie van tenminste 3 personen, waarbij de meerderheid van de leden beschikt over aantoonbare expertise op het werkingsgebied van deze fondsen. De adviescommissie adviseert het college. f.

De beoordelingscommissie stelt een reglement/adviesformat op en legt dit ter vaststelling aan het college voor. Na vaststelling beoordeelt de commissie aanvragen volgens dit format. Het college beslist uiteindelijk over de aanvraag. 2. Subsidieplafond a. Het college bepaalt zowel voor fondsen als voor subsidieregelingen een plafondbedrag voor het daaropvolgende jaar en maakt dit bekend. b. Wanneer de gemeentelijke begroting nog niet is vastgesteld of goedgekeurd,worden subsidies verleend onder de voorwaarde dat voldoende middelen op de gemeentelijke begroting beschikbaar zullen worden gesteld. Bij een verleningsbeschikking wordt hierop gewezen. c. Zodra het subsidieplafond is bereikt kunnen nieuwe aanvragen voor het betreffende jaar niet meer worden ingediend.

4

2. Regeling kunst- en cultuurfondsen gemeente Schouwen-Duiveland 2025 – 2028 a. Het college kan besluiten tot het instellen van een of meerdere fondsen, naast de bestaande subsidieregelingen. b. Het Fonds onderscheidt zich van een subsidieregeling door ruimte te geven aan: o Het bereiken van een specifieke publieksgroep op een bijzondere, experimentele wijze; o Het (eenmalig) mogelijk maken van grootschalige, experimentele en daardoor risicovolle artistieke producties; o Een laagdrempelige (snelle) aanvraagprocedure voor eenmalige projecten tot € 5.000,--, speciaal gericht op jonge makers; o Tweemaal per jaar de mogelijkheid tot het indienen van een grotere aanvraag; o Hierbij de mogelijkheid om de aanvraag in overleg met de beoordelingscommissie of met hulp van de cultuurcoach kwalitatief te verbeteren of te verdiepen. c. Ingesteld worden per 2025: o Het Fonds “jongerencultuur, urban arts en jonge makers;” o Het Fonds “grote en multidisciplinaire evenementen.” d. Uitgangspunt bij fondsaanvragen groter dan € 10.000,-- is dat de aanvrager tenminste 40 % van de begrote kosten verwerft uit eigen inkomsten of door coproductie c.q. co-financiering van andere partijen. e. De gemeente stelt jaarlijks uiterlijk op [datum] voor deze regeling het subsidieplafond vast en maakt dit openbaar bekend. f.

Voor de verdeling van middelen benoemt het college een externe beoordelingscommissie van tenminste 3 personen, waarbij de meerderheid van de leden beschikt over aantoonbare expertise op het werkingsgebied van deze fondsen. g. De beoordelingscommissie beoordeelt aanvragen volgens het onder 3. genoemde adviesformat dat door het college is vastgesteld, en legt zijn advies ter beoordeling aan het college voor. h. Het college beslist aan de hand van het advies uiteindelijk over de aanvraag.

2.01 Fonds “jongerencultuur, urban arts en jonge makers” 1. Beleidsdoelstelling en beoogd resultaat

Doelstelling van dit fonds is: - bevordering van actieve en zo breed mogelijke deelname aan kunst en cultuur door jonge inwoners van onze gemeente. Bij beoordeling van aanvragen zien wij “jonge inwoners” als begrensd door de leeftijd van 14 tot 24 jaar. Deze leeftijdsaanduidingen gelden als richtlijn en zijn niet absoluut. - Onder ‘actieve deelname’ verstaan we een zo groot mogelijke eigen inbreng en eigen regie van de deelnemers bij concept, voorbereiding en uitvoering van activiteiten of producties. De betrokkenheid of ondersteuning van professionele makers is dienend aan het concept of de inbreng van deelnemers behorend tot de doelgroep. - Bij een project dat met een bijdrage van dit fonds tot stand komt is het maakproces minstens zo belangrijk als het eindresultaat of de presentatie. Centraal staat het creatieve en cultuureducatieve element. - De bijdrage van het fonds aan een project is is éénmalig. - De bijdrage van het fonds kan, als de reden daarvoor door de aanvrager goed is gemotiveerd, voor meerdere jaren worden toegekend. In dit geval dient de aanvrager tegelijk met het voorstel een tijdplanning en fasering in van het beoogde project. - Het project moet uiteindelijk leiden tot een uitvoering of presentatie in onze gemeente die breed en openbaar toegankelijk is, of tot een zichtbare c.q. tastbare realisatie van een kunstobject in de openbare ruimte in onze gemeente.

- De aanvraag voor een project in dit fonds kan worden gedaan door een rechtspersoon of door een groep van minimaal drie individuele aanvragers. - Het is gewenst om een vooraanvraag in te dienen. Een vooraanvraag wordt standaard opgepakt door de gemeentelijke cultuurcoach die met de aanvragers in gesprek gaat over idee, doel,

5

-

-

uitwerking en resultaat. Ook is overleg mogelijk met de beoordelingscommissie, voorafgaand aan een definitieve aanvraag. Een vooraanvraag kan in beginsel worden gedaan door minderjarigen, mits minimaal met drie personen. Een definitieve aanvraag moet worden gedaan door een rechtspersoon of een meerderjarige. De ondergrens voor een aanvraag bij dit fonds bedraagt € 1.000,--. Maximaal kan een aanvraag tot € 10.000,-- worden gedaan. Voor aanvragen hoger dan € 5.000,-- moet de aanvrager aantonen dat naast de fondsbijdrage ook andere inkomsten worden ontvangen, niet zijnde subsidies van de gemeente SchouwenDuiveland.

2. Specifieke subsidievoorwaarden -

-

De gemeente Schouwen-Duiveland werkt actief aan een inclusieve samenleving waarin iedereen kan meedoen en ieders bijdrage op waarde wordt geschat. De gemeente verwacht van de aanvrager dat deze in zijn programma en/of in zijn organisatie daadwerkelijk bijdraagt aan deze doelstelling. De aanvrager vermeldt in al zijn publiciteitsuitingen dat de voorstelling of uitvoering c.q. het project mede mogelijk is gemaakt door een bijdrage van de gemeente Schouwen-Duiveland, onder vermelding van het gemeentelogo.

3. Subsidieplafond & verdeelregels -

-

2.02

De gemeente stelt jaarlijks uiterlijk op [datum] voor dit fonds het subsidieplafond vast en maakt dit openbaar bekend. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld. Aanvragen worden, eventueel na een vooraanvraag en/of na vooroverleg met de adviescommissie, door de adviescommissie beoordeeld. Bij de verdeling van de beschikbare subsidie maakt de adviescommissie een afweging op grond van de volgende elementen, die op punten van 1 t.m 5 worden gewaardeerd: o De mate waarin de aanvraag wordt gedragen door jeugd en jongeren in de wijk of kern; o Originaliteit, eigenheid en verwachte cultuureducatieve en artistieke waarde van het voorgestelde project. o De mate waarin het aangevraagde project leidt of kan leiden tot grotere belangstelling voor en deelname aan kunst en cultuur bij de doelgroep; o Relevantie voor het bevorderen van cultuurbeleving, cultuurparticipatie, sociale cohesie en een prettig woon- en leefklimaat in de wijk of kern. Aanvragen die worden ingediend nadat het subsideplafond is bereikt, worden afgewezen. Zij schuiven desgewenst door naar een beoordeling in het volgende jaar.

Fonds “grootschalige en multidisciplinaire evenementen”

1. Beleidsdoelstelling en beoogd resultaat Doelstelling van dit fonds is: - Realisatie van een grootschalige en beeldbepalende manifestatie, ofwel een productie of project, die een aantoonbaar grote uitstraling heeft op een divers publiek binnen en buiten de gemeente Schouwen-Duiveland. - De manifestatie ofwel de productie (het project) heeft qua thema, inhoud of uitvoering een aantoonbare relatie met onze gemeente, haar bevolking, haar landschap, haar geschiedenis en/of haar materieel en immaterieel erfgoed. - De manifestatie ofwel de productie (het project) draagt aantoonbaar bij aan positionering van de gemeente binnen en buiten de provincie Zeeland. Uitvoering wordt bij voorkeur gepland tussen september en juni.

6

-

-

-

-

-

-

-

De manifestatie ofwel de productie (het project) staat onder professionele artistieke leiding, is geconcipieerd en wordt uitgevoerd door professionele kunstenaars. Hierbij wordt samenwerking met amateurkunstenaars en deelnemers uit de bevolking aangemoedigd met als doel beleving, herkenning en draagvlak bij onze inwoners zo groot mogelijk te maken. De bijdrage van het fonds is éénmalig. De bijdrage van het fonds kan, als de reden daarvoor door de aanvrager goed is gemotiveerd, voor meerdere jaren worden toegekend. In dit geval dient de aanvrager van het beoogde project tegelijk met het voorstel een tijdplanning en fasering in. Aanvragen worden behandeld in twee tranches. Voor de eerste tranche kan worden aangevraagd tot uiterlijk acht weken voor 1 januari van het jaar waarin de manifestatie ofwel de productie (het project) wordt gerealiseerd. Voor de tweede tranche kan een aanvraag worden ingediend tot uiterlijk 8 weken voor 1 juli van dit jaar, waarbij de datum van realisatie ligt voor 31 december van hetzelfde jaar. De aanvraag voor een project in dit fonds kan uitsluitend worden gedaan door een rechtspersoon.

Tegelijk met de aanvraag dient de initiatiefnemer een compleet artistiek en inhoudelijk werkplan in dat een goed beeld geeft van doel, opzet, uitwerking, medewerkenden en uitvoering van het voorgenomen project, en dat voorzien is van een gespecificeerde begroting van kosten en inkomsten. De ondergrens voor een aanvraag bij dit fonds bedraagt € 7.500,--. Maximaal kan een aanvraag tot € 25.000,-- worden gedaan. Het college kan, op voorspraak van de beoordelingscommissie, van dit maximum afwijken tot uiterlijk het vooraf vastgestelde subsidieplafond. Het is gewenst om een vooraanvraag in te dienen. Een vooraanvraag wordt standaard opgepakt door de gemeentelijke cultuurcoach die met de aanvragers in gesprek gaat over idee, doel, uitwerking en resultaat. Voorafgaand aan een definitieve aanvraag is tevens overleg mogelijk met de beoordelingscommissie. Voor aanvragen hoger dan € 10.000,-- moet de aanvrager aantonen dat naast de fondsbijdrage tenminste 40 % van de totale begroting wordt ontvangen uit andere inkomsten, niet zijnde subsidies van de gemeente Schouwen-Duiveland.

2. Specifieke subsidievoorwaarden -

-

De gemeente Schouwen-Duiveland werkt actief aan een inclusieve samenleving waarin iedereen kan meedoen en ieders bijdrage op waarde wordt geschat. De gemeente verwacht van de aanvrager dat deze in zijn programma en/of in zijn organisatie daadwerkelijk bijdraagt aan deze doelstelling. De aanvrager vermeldt in al zijn publiciteitsuitingen dat de voorstelling of uitvoering c.q. het project mede mogelijk is gemaakt door een bijdrage van de gemeente Schouwen-Duiveland, onder vermelding van het gemeentelogo.

3. Subsidieplafond & verdeelregels -

De gemeente stelt jaarlijks uiterlijk op [datum] voor dit fonds het subsidieplafond vast en maakt dit openbaar bekend. Aanvragen worden op volgorde van binnenkomst behandeld. Aanvragen worden, eventueel na een vooraanvraag en/of na vooroverleg met de adviescommissie, door de adviescommissie beoordeeld. Bij de verdeling van de beschikbare subsidie maakt de adviescommissie een afweging op grond van de volgende elementen, die op punten van 1 t.m. 5 worden gewaardeerd: o Originaliteit, eigenheid en verwachte artistieke waarde van het voorgestelde project. o De mate waarin het project beeldbepalend is voor onze gemeente en bijdraagt aan de positionering van onze gemeente in het culturele landschap binnen en buiten Zeeland o Professionaliteit en vakmanschap in de uitvoering. o De mate waarin samenwerking wordt gezocht met lokale culturele initiatieven en kunstbeoefenaars. o Relevantie voor het bevorderen van cultuurbeleving, cultuurparticipatie, sociale cohesie en een prettig woon- en leefklimaat in de gemeente.

7

-

Aanvragen die worden ingediend nadat het subsideplafond is bereikt, worden afgewezen. Zij schuiven desgewenst door naar een beoordeling in het volgende jaar.

Specifieke subsidieregelingen

1.02 Subsidieregeling voor podiumkunsten 2025 Begripsbepalingen a. Onder “podiumkunsten” verstaan we in deze regeling - een voorstelling of uitvoering op het gebied van theater, muziek, dans of performance; - openbaar en voor algemeen publiek toegankelijk, en waarvoor entree wordt geheven; - uitgevoerd door of met professionele uitvoerenden, of door amateurs onder professionele leiding; - uitgevoerd in een accommodatie of op een andere al dan niet tijdelijke locatie c.q. binnen een festival of manifestatie; - een andersoortige uitvoering of productie mits openbaar en voor algemeen publiek toegankelijk, en beschreven in een plan dat inzicht geeft in aanleiding, doel en inhoud van het gebodene. b. Onder “programmering” verstaan we in deze regeling - Een programma, verspreid in de tijd binnen 1 kalenderjaar, van tenminste vier voorstellingen of uitvoeringen zoals beschreven in lid a.; - gerealiseerd door een in of buiten de gemeente Schouwen-Duiveland gevestigde organisatie met rechtspersoonlijkheid; - de voorstellingen of uitvoeringen zijn openbaar toegankelijk, ervoor wordt vooraf afdoende publiciteit gemaakt en ze zijn gericht op algemeen publiek of daarbinnen specifieke doelgroepen; - Het voorgenomen programma wordt omschreven in een plan dat inzicht geeft in aanleiding, doel en inhoud van het gebodene.

Hierbij wordt een begroting ingediend die een gespecificeerd inzicht geeft in kosten en inkomsten (dekking); - voor de uitvoeringen wordt entree geheven.

1. Algemeen -

Deze subsidieregeling ziet op het aanbod van podiumkunsten in onze gemeente. Het college stimuleert makers en organisatoren tot het brengen van een kunstproduct dat bijdraagt aan een veelzijdig cultureel palet, sociale cohesie, aan een prettig woon- en leefklimaat en dat aansluit op de eigenheid van onze gemeente. Het college beoordeelt de aanvragen hiervoor op basis van kwaliteit, artistieke zeggingskracht en betekenis voor onze gemeente.

2. Beleidsdoelstelling en beoogd resultaat Doelstelling van deze subsidieregeling is het waarborgen en stimuleren van een geregeld, afwisselend en artistiek interessant aanbod van podiumkunsten door het jaar heen in onze gemeente. Het programma is gericht op onze inwoners en op bezoekers van buiten de gemeente.

3. Specifieke subsidievoorwaarden -

-

De gemeente Schouwen-Duiveland werkt actief aan een inclusieve samenleving waarin iedereen kan meedoen en ieders bijdrage op waarde wordt geschat. De gemeente verwacht van de aanvrager dat deze in zijn programma en/of in zijn organisatie daadwerkelijk bijdraagt aan deze doelstelling. De aanvrager vermeldt in al zijn publiciteitsuitingen dat de voorstelling of uitvoering c.q. het project uitvoering mede mogelijk is gemaakt door een bijdrage van de gemeente SchouwenDuiveland, onder vermelding van het gemeentelogo. Activiteiten die vallen onder het convenant regioarrangementen, voldoen aan de afspraken in dit kader tussen gemeente en provincie. Deze afspraken zijn op te vragen bij de gemeente.

4. Subsidieplafond & verdeelregels

8

-

De gemeente stelt jaarlijks uiterlijk op [datum] voor deze regeling het subsidieplafond vast en maakt dit openbaar bekend. Elke aanvraag voor subsidie wordt gedaan bij het digitale subsidieloket van de gemeente, door een rechtspersoon, via eHerkenning. De aanvraag moet worden ingediend uiterlijk tussen [ xx] en [xx] weken voor de (eerste) uitvoering. Bij de verdeling van de beschikbare subsidie maakt de gemeente een afweging op grond van de volgende elementen in onderstaande volgorde: o Relevantie in termen van verwachte kwaliteit, artistieke zeggingskracht en betekenis voor onze gemeente; o Inhoudelijk vernieuwende en onderscheidende elementen; o Het verwachte publieksbereik; o De mate waarin de aanvrager in thema, inhoud en organisatie aandacht besteedt aan diversiteit, sociale cohesie, het bereik van nieuwe doelgroepen en toegankelijkheid voor iedereen; o De mate waarin de aanvrager naast de gemeentelijke bijdrage andere financieringsbronnen heeft kunnen aanboren.

9

1.02 Subsidieregeling voor amateurkunstbeoefening 2025 - 2028 Begripsbepalingen a. Onder ‘uitvoering’ wordt in deze regeling verstaan: - een voorstelling, uitvoering of project op het gebied van theater, voordracht, muziek, zangkunst, musical, opera of dans, welke o openbaar en voor algemeen publiek toegankelijk is; o wordt uitgevoerd door een stichting of vereniging die is gevestigd in de gemeente Schouwen-Duiveland of daarmee een aantoonbare binding heeft; o niet wordt uitgevoerd door professionele kunstenaars; o niet wordt uitgevoerd door of vanuit een onderneming of instelling met winstoogmerk. b.

Onder ‘ondersteuning’ wordt in deze regeling verstaan: - alle activiteiten ten behoeve van (leden van) een gezelschap of vereniging van amateurkunstenaars die naar het oordeel van het college zijn gericht op bereiken, in stand houden of verhogen van de kwaliteit, met inbegrip van scholing en opleidingen; - artisitieke leiding, (koor-) directie, regie en productie, mits verzorgd door een hiervoor gekwalificeerde beroepskracht; - (een tegemoetkoming in) de huur van accommodaties of repetitieruimtes; - (een tegemoetkoming in) de aanschaf van instrumenten en uniformen; - (een tegemoetkoming in) overige kosten die aantoonbaar verband houden met realisatie van een voorstelling of uitvoering, mits deze bij de aanvraag is voorzien van een beschrijving van doel, inhoud, artistieke leiding en uitvoerenden. 1. Algemeen -

Deze subsidieregeling ziet op het aanbod van amateurkunst in onze gemeente. Het college stimuleert makers en organisatoren tot het brengen van een kunstproduct dat bijdraagt aan een veelzijdig cultureel palet, sociale cohesie, aan een prettig woon- en leefklimaat, en dat aansluit op de eigenheid van onze gemeente. Het college beoordeelt de aanvragen hiervoor op basis van kwaliteit, artistieke zeggingskracht en betekenis voor onze gemeente.

2. Beleidsdoelstelling en beoogd resultaat -

Doelstelling van deze subsidieregeling is het waarborgen en stimuleren van een levendig en kwalitatief interessant aanbod van theater, voordracht, muziek, zangkunst, musical, opera of dans gebracht door amateurkunstenaars in onze gemeente; bevordering van de amateurkunstbeoefening in onze gemeente, onder meer door ondersteuning van verenigingen en lokale initiatieven, voor zover zij naar het oordeel van het college een relevante bijdrage leveren aan sociale cohesie, woon- en leefklimaat en cultuurdeelname in onze kernen.

3. Specifieke subsidievoorwaarden - De gemeente Schouwen-Duiveland werkt actief aan een inclusieve samenleving waarin iedereen kan meedoen en ieders bijdrage op waarde wordt geschat. De gemeente verwacht van de aanvrager dat deze in zijn programma en/of in zijn organisatie daadwerkelijk bijdraagt aan deze doelstelling. - De aanvrager vermeldt in al zijn publiciteitsuitingen dat de voorstelling of uitvoering c.q. het project mede mogelijk is gemaakt door een bijdrage van de gemeente Schouwen-Duiveland, onder vermelding van het gemeentelogo. 4. Subsidieplafond & verdeelregels - De gemeente stelt jaarlijks uiterlijk op [datum] voor deze regeling het subsidieplafond vast en maakt dit openbaar bekend. - Elke aanvraag voor subsidie wordt gedaan bij het digitale subsidieloket van de gemeente, door een rechtspersoon, via eHerkenning. - De aanvraag moet worden ingediend uiterlijk tussen [ xx] en [xx] weken voor de (eerste) uitvoering.

10

-

-

In afwijking van de ASV Art. […] moet de aanvraag voor ondersteuning aan verenigingen zijn ingediend uiterlijk [xx] weken voor aanvang van het kalenderjaar waarin een nieuwe subsidieperiode begint. Voor bijdragen voor de professionele leiding van een vereniging of gezelschap, en voor bijdragen in de aanschaf van instrumenten en uniformen hanteert het college de meest recente verdeelmaatsstaven zoals gepubliceerd door de KNMO (Koninklijke Nederlandse Muziek Organisatie). Bij de verdeling van de beschikbare subsidie maakt de gemeente een afweging op grond van de volgende elementen in onderstaande volgorde: o Relevantie voor het bevorderen van cultuurparticipatie, sociale cohesie, woon- en leefklimaat in de kern waar de vereniging gebaseerd is; o Relevantie in termen van verwachte kwaliteit, artistieke zeggingskracht en betekenis voor onze gemeente; o De mate waarin de aanvrager zich inspant om jeugd en jongeren bij zijn activiteiten te betrekken, of bijdragen van jeugd en jongeren in zijn activiteiten opneemt; o De mate waarin de aanvrager naast de gemeentelijke bijdrage andere financieringsbronnen heeft kunnen aanboren.

11

1.03 Subsidieregeling voor beeldende kunst, fotografie, film en letteren 2025 - 2028 Begripsbepalingen Deze regeling geldt voor: 1. enig project of enige productie, waaronder begrepen exposities, voordrachten en lezingen op het gebied van beeldende kunst, fotografie, film- en videokunst, grafische kunst of digitale kunst, welke o o

openbaar en voor algemeen publiek toegankelijk is; wordt uitgevoerd of vervaardigd door een stichting of vereniging die is gevestigd in de gemeente Schouwen-Duiveland of daarmee een aantoonbare binding heeft; o niet wordt uitgevoerd door of vanuit een onderneming of instelling met winstoogmerk; o niet kan worden aangemerkt als ‘kunst in de openbare ruimte’ waarvoor een specifieke regeling geldt. 2. enig project of enige productie op het gebied van literatuur en dichtkunst waaronder begrepen de totstandkoming van publicaties, welke o digitaal of in druk wordt vervaardigd, uitgegeven of beschikbaar gemaakt voor een algemeen publiek; o wordt vervaardigd, uitgegeven of uitgevoerd door een stichting of vereniging die is gevestigd in de gemeente Schouwen-Duiveland of daarmee een aantoonbare binding heeft; o niet wordt uitgevoerd door of vanuit een onderneming of instelling met winstoogmerk.

1. Algemeen -

Het college stimuleert makers en organisatoren tot het brengen van een kunstproduct dat bijdraagt aan een veelzijdig cultureel palet, sociale cohesie, aan een prettig woon- en leefklimaat, en dat aansluit op de eigenheid van onze gemeente. Het college beoordeelt de aanvragen hiervoor op basis van kwaliteit, artistieke zeggingskracht en betekenis voor onze gemeente.

2. Beleidsdoelstelling en beoogd resultaat Doelstelling van deze subsidieregeling is - het waarborgen en stimuleren van een levendig en kwalitatief interessant aanbod van beeldende kunst, fotografie, film- en videokunst, grafische kunst of digitale kunst, alsmede van literaire activiteiten in onze gemeente, onder meer door ondersteuning van verenigingen en lokale initiatieven, voor zover zij naar het oordeel van het college een relevante bijdrage leveren aan sociale cohesie, woon- en leefklimaat en cultuurdeelname in onze kernen.

3. Specifieke subsidievoorwaarden -

-

De gemeente Schouwen-Duiveland werkt actief aan een inclusieve samenleving waarin iedereen kan meedoen en ieders bijdrage op waarde wordt geschat. De gemeente verwacht van de aanvrager dat deze in zijn programma en/of in zijn organisatie daadwerkelijk bijdraagt aan deze doelstelling. De aanvrager vermeldt in al zijn publiciteitsuitingen dat de voorstelling of uitvoering c.q. het project mede mogelijk is gemaakt door een bijdrage van de gemeente Schouwen-Duiveland, onder vermelding van het gemeentelogo.

4. Subsidieplafond & verdeelregels -

De gemeente stelt jaarlijks uiterlijk op [datum] voor deze regeling het subsidieplafond vast en maakt dit openbaar bekend. Elke aanvraag voor subsidie wordt gedaan bij het digitale subsidieloket van de gemeente, door een rechtspersoon, via eHerkenning. De aanvraag moet worden ingediend uiterlijk tussen [ xx] en [xx] weken voor de (eerste) uitvoering. Bij de verdeling van de beschikbare subsidie maakt de gemeente een afweging op grond van de volgende elementen in onderstaande volgorde:

12

o o o o

Relevantie in termen van verwachte kwaliteit, artistieke zeggingskracht en betekenis voor onze gemeente; Relevantie voor het bevorderen van cultuurbeleving, cultuurparticipatie, sociale cohesie, woon- en leefklimaat in de gemeente; De mate waarin de aanvrager naast de gemeentelijke bijdrage andere financieringsbronnen heeft kunnen aanboren; De mate waarin de aanvrager zich inspant om jeugd en jongeren bij zijn activiteiten te betrekken, of bijdragen van jeugd en jongeren in zijn activiteiten opneemt.

1. subdidieregeling kleine musea 2. subsidieregeling letteren, erfgoed en heemkunde 3. subsidieregeling beeldende kunst in de openbare ruimte 4. subsidieregeling lokale omroep 5. subsidieregeling bibliotheekwerk en kunsteducatie

V. overzicht van de subsidieplafonds (4-jarige periode) -

na afstemming over financieel kader

13

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15070457/1