CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

13. 7897033 1687857221846 2.9 Stikstofmemo Roterijdijk juni 2023 uitgangspunten

Gemeenteraad 28 september 2023, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Aanleg fietspad Roterijdijk-Zuiddijk nabij Dreischor (965249)1.368 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

- MEMO Memo

DATUM 11 mei 2023 KENMERK 20191683.02 VAN Ir. H.G. van der Aa AAN CC

PROJECT OPDRACHTGEVER ONDERWERP

Wegreconstructie Roterijdijk Waterschap Scheldestromen Berekening stikstofdepositie

MEMO STIKSTOFBEREKENING WEGRECONSTRUCTIE ROTERIJDIJK INLEIDING Waterschap Scheldestromen is voornemens om middels een wegreconstructie de verkeersveiligheid op het traject van de Roterijdijk bij Dreischor te verbeteren. Daarbij zal tevens een fietspad worden gerealiseerd. In de aanlegfase is er sprake van tijdelijke extra stikstofemissies door de inzet van bouwmaterieel en verkeersbewegingen met mogelijk relevante stikstofeffecten op het nabijgelegen, stikstofgevoelige Natura 2000-gebied Grevelingen (zie figuur 1). In de gebruiksfase is er geen sprake van een verandering van het aantal verkeersbewegingen en dus ook geen stikstofeffecten. Met de meest recente versie van het programma AERIUS Calculator is een berekening uitgevoerd om de gevolgen qua stikstofdepositie in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. De berekeningen zijn opgenomen als bijlage bij deze memo. Figuur 1 Ligging tracé ten opzichte van Natura 2000-gebied

TOETSINGSKADER Wet natuurbescherming Voor Natura 2000-gebieden gelden onder meer de volgende verplichtingen: - De overheid dient ervoor te zorgen dat de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in de speciale beschermingszones niet verslechtert. Tevens mag er geen verstoring optreden voor de soorten waarvoor de zones zijn aangewezen. - Voor elk plan of project dat niet direct verband houdt met of nodig is voor het beheer van het gebied, maar afzonderlijk of in combinatie met andere plannen of projecten significante gevolgen kan hebben voor zo'n gebied, wordt een passende beoordeling gemaakt van de gevolgen voor het gebied. Bevoegde nationale instanties geven slechts toestemming voor het plan of project nadat zij de zekerheid hebben verkregen dat de natuurlijke kenmerken van het gebied niet worden aangetast. Bij de beoordeling van de gevolgen van plannen, projecten en handelingen voor de instandhoudingsdoelstellingen spelen onder andere de ecologische effecten van verzuring en vermesting door een eventuele toename van stikstofdepositie een rol. Uit jurisprudentie volgt dat in een overbelaste situatie al bij een kleine toename van stikstofdepositie sprake kan zijn van significante negatieve effecten. In dat geval is een passende beoordeling noodzakelijk.

REFERENTIESITUATIE Het nabijgelegen Natura 2000-gebied Grevelingen is op 7 december 2004 aangemeld bij de Europese Commissie en valt sindsdien onder het beschermingsregime van de Habitatrichtlijn. Het gebied is daarnaast op 24 maart 2000 aangemeld als Vogelrichtlijngebied. In de plantoets (artikel 2.7 lid 1 Wnb) heeft de “feitelijke, planologisch legale situatie voorafgaand aan de vaststelling van het plan” als referentiesituatie te gelden. Zo volgt uit vaste rechtspraak. Zie bijvoorbeeld ABRS 22 januari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:212. Het feitelijk bestaand agrarisch gebruik in 2023 is planologisch legaal, dateert zelfs van ver voor de datum 24 maart 2000 en is sinds die datum permanent als zodanig in gebruik geweest. Het feitelijk bestaande agrarische gebruik, daaronder begrepen de huidige bemesting van de agrarische percelen, kan dus worden beschouwd als de referentiesituatie die in de plantoets kan worden betrokken. Realisering van het plan zal er toe leiden dat 1,9 ha akkerland zijn agrarische functie verliest (zie figuur 2). Figuur 2 Op te heffen agrarisch gebruik

2/6

De agrarische ammoniakemissie is berekend op basis van de gebruiksnormen, het type mest, het TAN1-gehalte van de mest, de mestaanwendingstechniek en de bijbehorende emissiefactor. De gegevens over TAN en emissiefactoren zijn ontleend aan Velthof et al (2019): “Referentieraming van emissies naar de lucht uit landbouw en landgebruik tot 2030”. Onderstaand zijn de uitgangspunten uitgewerkt en samengevat in tabellen. Hoeveelheid mest De mestwetgeving bepaalt hoe veel mest op gras- en bouwland mag worden gebracht. De huidige normen zijn vastgelegd in het Mestbeleid 2023. Deze normen geven per teelt aan hoe veel mest (stikstof) per jaar per hectare mag worden opgebracht. Het aandeel stikstof uit dierlijke mest in deze norm is gelimiteerd tot maximaal 170 kg N per hectare per jaar. Wanneer de bemestingsnorm hoger is dan wat uit dierlijke mest opgebracht mag worden, dient de overige bemesting te worden verkregen uit andere bemestingsbronnen. Over het algemeen is dat kunstmest. Op de betreffende percelen wordt afwisselend bieten, aardappelen, uien, tarwe en mais verbouwd (bron: www.boerenbunder.nl). Daarom wordt voor de stikstofberekeningen uitgegaan van de gemiddelde bemestingsnorm van deze teelten.

De toegestane jaarlijkse stikstofbemesting op deze kleigronden voor deze teelten is als volgt: Tabel 1 Bemestingsnormen mestbeleid 2023 (klei) Gewassen N-bemesting (kg/ha/jr) Tarwe 245 kg Mais 185 kg Bieten 150 kg Aardappelen 250 kg Uien 120 kg Gemiddeld 190 kg Emissiefactoren De emissiefactor wordt bij aanwending van dierlijke mest in sterke mate bepaald door de aanwendingstechniek. In Velthof et al. (2019) is beschreven in welke mate (implementatiegraad) de verschillende aanwendingstechnieken worden toegepast en de bijbehorende emissiefactoren. Op basis van de emissiefactor per aanwendingstechniek is voor dierlijke mest (stalmest en drijfmest) op grasland en bouwland, en voor kunstmest, een gemiddelde emissiefactor bepaald. Voor de onderhavige situatie wordt uitgegaan van drijfmest en kunstmest op bouwland. Tabel 2 Gemiddelde emissiefactoren voor perceelsbemesting Bemesting Emissiefactor Drijfmest op bouwland 3,3 % Kunstmest 3,6 % Ammoniakemissie bij mestaanwending Op basis van de gegevens die in het voorgaande zijn beschreven is per perceel berekend wat de ammoniakemissie ten gevolge van mestaanwending in 2023 is. De gele kolommen in onderstaande tabel geven de emissies voor dierlijke mest resp. kunstmest weer per perceel. De emissies zijn ingevoerd in AERIUS Calculator als vlakbronnen.

1

3/6

Het deel van de stikstof in de mest dat bestaat uit ammoniakaal stikstof (het overige is mineraal stikstof en draagt niet bij aan de ammoniakemissie uit de mest).

Tabel 3 Emissies landbouw referentiesituatie

BEOOGDE SITUATIE Aanlegfase In tabel 4 is de inzet van mobiele werktuigen weergegeven (alles Stage IV, bouwjaar 2014 – 2018). Het totale aantal draaiuren en brandstofgebruik zijn ingevoerd als vlakbron aangezien de machines op het hele terrein werkzaam zullen zijn. Tabel 4 Inzet bouwmaterieel Stage-IV, 2014-2018, 75-560 kW

Werkzaamheden

Materieel

BrandstofDraaiuren verbruik

Opruimingswerkzaamheden Opbreken asfalt

Rupskraan <18 ton

52

389

Opbreken asfalt

Rupskraan <18 ton

94

701

Opbreken straatklinkers

Rupskraan <18 ton

72

537

Frezen asfalt 2,10 m

Asfaltfrees

7

177

Afvoeren asfalt

Vrachtwagen 8x8

101

254

Afvoeren fundering

Vrachtwagen 8x8

188

471

Afvoeren straatklinkers

Vrachtwagen 8x8

100

251

Maaien bermen en taluds

Tracktor met rolbezem

5

41

Maaien watergangen

Mobiele kraan

2

18

Grondwerk Grond ontgraven

Rupskraan <18 ton

171

1.281

Zand ontgraven uit cunet

Rupskraan <18 ton

22

165

Grond vervoeren binnen werkterrein

Tractor met dumper

208

2.024

Grond vervoeren naar verwerkingslocatie Tractor met dumper

299

388

Aanvoer zand voor zandbed

Tractor met dumper

220

1.471

Aanvoer klei type c2

Tractor met dumper

208

1.389

Grond verwerken - zandbed

Laadschop

65

502

Grond verwerken in bermen en taluds

Rupskraan <18 ton

210

1.613

Aanvoer funderingsmateriaal

Vrachtwagen 8x8

340

4.240

Aanvoer funderingsmateriaal

Vrachtwagen 8x8

220

2.743

Aanbrengen betongranulaat d=250 mm

Laadschop

45

340

Funderingen

4/6

Aanbrengen betongranulaat d=300 mm

Laadschop

22

167

Aanbrengen betongranulaat d=400 mm

Laadschop

9

73

Aanbrengen menggranulaat d=300 mm

Laadschop

3

22

Aanbrengen kleeflaag

Vrachtwagen 8x8

16

287

Aanvoer asfalt

Vrachtwagen 8x8

290

3.126

Aanbrengen asfaltverharding onderlaag

Asfaltploeg

11

240

Aanbrengen asfaltverharding tussenlaag

Asfaltploeg

9

196

Aanbrengen asfaltverharding deklaag

Asfaltploeg

11

246

Aanvoer grasbetontegels

Vrachtwagen 8x8

3

33

Aanbrengen grasbetontegels

Rupskraan <18 ton

37

279

Overig klein kraanwerk

Mobiele kraan

130

1.300

3.170

25.464

Verhardingen

Totaal

Naast de inzet van mobiele werktuigen leidt de aanlegfase tevens tot een toename van verkeer. Dit verkeer gaat op de N654 (3.400 mvt/etm) op in het heersende verkeersbeeld. Dit is het geval op het moment dat het aan- en afrijdende verkeer, conform de Instructieregels voor AERIUS 2019A (juli 2020) zich heeft verdund tot enkele procenten van het reeds aanwezige verkeer. De verkeersgeneratie is als volgt: Tabel 2 Verkeersgeneratie aanlegfase Bron Aantal licht verkeer 1.800 middelzwaar verkeer 400

zwaar verkeer

3010

Deze verkeersgeneratie is ingevoerd als lijnbron met als rekenjaar 2024.

Resultaten Uit de berekeningen met AERIUS blijkt dat de werkzaamheden in de aanlegfase in 2024 niet zullen leiden tot een toename van stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebied. De berekening is als bijlage opgenomen bij deze memo.

5/6

Bijlage 1 AERIUS-berekening aanlegfase 2024 (apart document)

6/6

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/13029971/1