1276789 Bijlage 5.3
Tekst van het document
Ruimtelijke onderbouwing Laone 23a Renesse Gemeente Schouwen-Duiveland
Oktober 2023
Buro Kours Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Tel 06 466 27 079
www.burokours.nl
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a- Renesse
Titel
Ruimtelijke onderbouwing Laone 23a Renesse
Kenmerk
: 2023.259. 01
Gemeente
: Schouwen- Duiveland
Datum
: 24 oktober 2023
Auteur
: F.G.P. Savelkouls MSc. Buro Kours: Adviesburo voor ruimtelijke ontwikkeling
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a- Renesse
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a- Renesse
-INHOUDSOPGAVE 1.
INLEIDING................................................................................................. 6
1.1 1.2 1.3 1.4
AANLEIDING EN DOEL ................................................................................ 6 LIGGING EN KADASTRALE BEGRENZING ....................................................... 6 GEBIEDSOMSCHRIJVING ............................................................................ 7 BESTAANDE EN BEOOGDE SITUATIE ............................................................ 9
2.
BELEIDSKADER ........................................................................................ 11
2.1 2.2 2.3
RIJKSBELEID........................................................................................... 11 PROVINCIAAL BELEID............................................................................... 12 GEMEENTELIJK BELEID ............................................................................. 18
3.
RUIMTELIJKE EN MILIEUKUNDIGE ASPECTEN ......................................... 22
3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6
BODEM ................................................................................................... 22 WEGVERKEERSLAWAAI............................................................................. 22 MOBILITEIT EN PARKEREN ........................................................................ 24 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .............................................................. 24 LUCHTKWALITEIT .................................................................................... 26 FLORA EN FAUNA ..................................................................................... 26
3.7 3.8 3.9 3.10 3.11
ARCHEOLOGIE ........................................................................................ 28 CULTUURHISTORIE .................................................................................. 28 EXTERNE VEILIGHEID .............................................................................. 29 WATER ................................................................................................... 31 VORMVRIJE MER -BEOORDELING ............................................................... 34
4.
UITVOERBAARHEID ................................................................................. 36
4.1
ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID............................................................ 36
4.2 4.3
MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID..................................................... 36 PROCEDURE ............................................................................................ 36
BIJLAGEN ........................................................................................................... 37
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
5
1.
INLEIDING
1.1
Aanleiding en doel
Het besluitgebied is gelegen aan de Laone 23a, 4325 EG, binnen de verkeerskundige begrenzing van de bebouwde kom van Renesse. Ter plaatse was een recreatiewoning aanwezig welke in augustus 2023 is gesloopt. De initiatiefnemer beoogt om ter plaatse een nieuwe recreatiewoning op te richten en te verhuren voor verblijfsrecreatie gebruik. Ter plaatse is het bestemmingsplan ‘Renesse’ uit 2023 van toepassing. De projectlocatie beschikt over de bestemming ‘Recreatie- Verblijfsrecreatie’ en een bouwvlak. Binnen de geldende bestemming zijn uitsluitend recreatiewoningen toegestaan ter hoogte van de functieaanduiding ‘recreatiewoning’. Het besluitgebied beschikt echter niet over een dergelijke aanduiding. Door het ontbreken van eerdergenoemde aanduiding kunnen de recreatieve doeleinden van de geldende bestemming niet worden ingevuld. Met de gewenste oprichting van een recreatiewoning buiten de aanduiding ‘recreatiewoning’ wordt afgeweken van de bouwregels van het bestemmingsplan. In het geldende bestemmingsplan zijn geen afwijkingsbevoegdheden of wijzigingsbevoegdheden opgenomen die het heroprichten van de beoogde recreatiewoning mogelijk maken. Op 22 augustus 2022 heeft de gemeente Schouwen- Duiveland reeds een omgevingsvergunning verleend voor het bouwen van een recreatiewoning op basis van een afwijkingsbevoegdheid uit het geldende bestemmingsplan.
Na een aanpassing van de vergunning en een beroepsprocedure is door de voorzieningenrechter op 4 oktober 2023 de verleende beschikking vernietigd. Ten aanzien van de gevraagde omgevingsvergunning voor het bouwen van een recreatiewoning is een nieuw besluit nodig op basis van de uniforme openbare voorbereidingsprocedure. Om de gewenste ontwikkeling mogelijk te maken is medewerking nodig van het College van Burgemeester & Wethouders van de gemeente Schouwen- Duiveland om af te kunnen wijken van de geldende regeling op basis van een omgevingsvergunningprocedure (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo). Ten behoeve van de omgevingsvergunningaanvraag dient de motivering van het besluit een goede ruimtelijke onderbouwing te bevatten.
1.2
Ligging en kadastrale begrenzing
De projectlocatie bevindt binnen de bebouwde kom van Renesse. Kadastraal is de locatie bekend als Westerschouwen, sectie A, nummer 891. Op onderstaande kaarten wordt de bestaande situatie van het besluitgebied en de kadastrale begrenzing weergegeven.
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
6
Figuur 1
1.3
Locatie besluitgebied globaal aangegeven met rode aanwijzer (ruimtelijkeplannen.nl)
Gebiedsomschrijving
De projectlocatie bevindt zich binnen het historische bebouwinglint de ‘Laone’ behorende bij de dorpskern Renesse. De besluitlocatie ligt aan de achterzijde van het gevestigde pension aan de Laone 23. De locatie ligt op loopafstand van de duinen en het strand en aangrenzend aan het dorpshart van Renesse. Langs de Laone bevindt zich veel verblijfsrecreatie. Renesse is één van de belangrijkste toeristische kernen van Schouwen-Duiveland. De dorpskern van Renesse heeft de structuur van een ringdorp met een centraal gelegen kerk omringd door een cirkelvormige straat. De kern bestaat uit meerdere bebouwingsconcentraties. Deze worden van elkaar gescheiden door historische lange en groene verbindingswegen. De Laone/ Hoge Zoom vormt een historische verbinding tussen de kernen Renesse en Burgh- Haamstede en het strand. Langs de weg heeft zich in de loop der decennia lintbebouwing ontwikkeld. De bebouwing langs de linten is overwegend vrijstaand gesitueerd, ligt op enige afstand van de weg en bevindt zich op ruime en groene percelen. Door de perceelsgewijze inbreiding van bebouwing aan het lint vanaf omstreeks de jaren ‘50 is langs de Laone een grote diversiteit ontstaan aan bouwstijlen. De oorspronkelijke agrarische functie heeft hierbij veelal plaatsgemaakt voor woonfuncties en verblijfsrecreatieve functies. Aan de Laone ligt veel kleinschalige verblijfsrecreatie.
In de directe omgeving van de kern Renesse en het besluitgebied zijn sinds omstreeks de jaren ’70 en ’80 veel grootschalige verblijfsrecreatieterreinen aangelegd. De eerste planmatig aangelegde recreatiewoningen zijn aangelegd aan de rand van de vroongronden in de jaren ’30. De Laone is in de huidige situatie tevens één van de verbindingswegen tussen Renesse en de diverse gebieden met vakantieparken. De weg vormt de belangrijkste ontsluiting voor zowel gemotoriseerd verkeer als voor fietsers en voetgangers. De huidige Laone heeft vanwege de struwelen, bomen en houtwallen en het smalle wegprofiel een bijzonder karakter. Het besluitgebied wordt begrensd door het pension gevestigd aan de Laone 23 aan de zuidzijde, de perceelontsluitingsweg het Jonkersweegje aan de oostzijde, weidegronden aan de noordzijde en een vrijstaande woning aan de Laone 21. De overige bebouwing behorende bij het lint langs de Laone Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
7
bevindt zich aan de noordwestelijke zijde van de weg en bestaat uit vrijstaande woningen, geschakelde woningen, appartementen en verblijfsrecreatie waaronder een hotel en een pension. Het besluitgebied wordt ontsloten via het Jonkersweegje. Dit een half verharde erftoegangsweg die uitmondt in de Laone. Het Jonkersweegje ontsluit behalve het projectgebied, de achtertuinen van een aantal woningen aan de parallel lopende Scholderlaan. De Laone betreft een lokale ontsluitingsweg welke wordt gebruikt voor bestemmingsverkeer en strandbezoekers. De maximumsnelheid bedraagt 30 km/uur. De Laone bestaat ter hoogte van de besluitlocatie uit een smalle dubbele rijbaan zonder wegmarkering en zonder gescheiden voet- of fietspad.
1930
1990 Figuur 2
1970
2022 Ontwikkeling omgeving besluitlocatie (Topotijdreis)
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
8
1.4 -
-
-
-
-
-
-
-
Bestaande en beoogde situatie De projectlocatie bevindt zich binnen de lintbebouwingsstructuur van de historische Laone, aan de achterzijde van het gevestigde pension aan de Laone 23. De locatie is gelegen binnen de bebouwde kom van Renesse; Binnen het perceel is recent bebouwing aanwezig geweest in de hoedanigheid van een kleinschalige houten recreatiewoning met een oppervlakte van circa 40m2. De recreatiewoning is in augustus 2023 gesloopt; Ter plaatse is op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Renesse’ uit 2023 de bestemming ‘Recreatie- Verblijfsrecreatie’ van kracht en is een bouwvlak toegekend van circa 40m2; De initiatiefnemers wensen binnen de recreatieve bestemming ter plaatse een nieuwe recreatiewoning op te richten met een oppervlakte van circa 75m2 (circa 6m x 12,5m); De nieuwe recreatiewoning zal voldoen aan de geldende duurzaamheidsvereisten. De nieuwe recreatiewoning wordt energieneutraal gerealiseerd; zonder gasaansluiting en verwarmd met een warmtepomp; De beoogde ontwikkeling is niet mogelijk op basis van het geldende bestemmingsplan ‘Renesse’. Het als bouwen van een recreatiewoning binnen de geldende recreatieve bestemming is uitsluitend toegestaan ter hoogte van de aanduiding ‘recreatiewoning’. Deze aanduiding ontbreekt echter binnen het perceel.
Binnen het bestemmingsplan is geen bepaling opgenomen op basis waarvan een dergelijke aanduiding via een reguliere procedure kan worden toegekend; De voor ‘Recreatie- Verblijfsrecreatie’ aangewezen gronden zijn bestemd voor recreatief nachtverblijf in recreatiewoningen met de daarbij behorende voorzieningen zoals speelvoorzieningen en groenvoorzieningen. De aanduiding ‘recreatiewoning’ dient als specificatie voor onder meer de positie van de recreatiewoning binnen het perceel. Doordat de specifieke aanduiding voor een recreatiewoning ontbreekt, kunnen de recreatieve doeleinden van de bestemming niet worden uitgeoefend; Met de bouwstijl, waaronder de detaillering van de gevels en het kleur- en materiaalgebruik, wordt uitgegaan van traditionele en Zeeuwse elementen; De beoogde (her)bouw van een recreatiewoning binnen de geldende bestemming is kleinschalig, milieukundig inpasbaar en heeft geen invloed op de bedrijfsvoering van omliggende ondernemingen zoals is weergegeven in hoofdstuk 3; De locatie wordt ontsloten via het Jonkersweegje en de Laone en is goed bereikbaar. Er is als gevolg van het (her)bouwen van een kleinschalige verblijfsrecreatieve voorziening geen sprake van een grote verkeersaantrekkende werking.
Om de ontwikkeling mogelijk te maken is een afwijking nodig van het bestemmingsplan ‘Renesse’ op basis van artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo. In het volgende hoofdstuk wordt de ruimtelijke en de milieukundige inpasbaarheid nader onderzocht.
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
9
Figuur 3
Uitgangssituatie
Figuur 4
Beoogde situatie
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
10
2.
BELEIDSKADER
2.1
Rijksbeleid
2.1.1 NOVI Op 11 september 2020 is de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) vastgesteld door de Tweede Kamer. De NOVI biedt een langetermijnperspectief op de ontwikkeling van de leefomgeving tot 2050. Met de omgevingsvisie wordt richting gegeven aan de grote nationale opgaven. De NOVI benoemt nationale belangen en geeft richting ten aanzien van vier prioritaire opgaven. Tevens is er ruimte voor regionaal maatwerk en een gebiedsgerichte uitwerking. Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal de omgevingsvisie de status hebben van een Nationale Omgevingsvisie. Nationale belangen bestaan onder meer uit het bouwen van nieuwe woningen, ruimte voor opwekking van duurzame energie en de ontwikkeling van een circulaire economie met behoud van onder meer biodiversiteit en een aantrekkelijke leefomgeving. De nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie; Duurzaam economisch groeipotentieel; Sterke en gezonde steden en regio’s; Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. Beoogde ontwikkeling De ontwikkeling is kleinschalig van aard en niet strijdig met het Rijksbelang. (Her)bouwen van een recreatiewoning past binnen de kernprioriteit ‘sterke en gezonde steden en regio’s’. Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen het Rijksbeleid zoals opgenomen in de NOVI.
2.1.2 Besluit Algemene Regels Ruimtelijke Ordening Voor de bescherming van de nationale belangen met het oog op een goede ruimtelijke ordening stelde de minister regels aan de inhoud van bestemmingsplannen en andere ruimtelijke plannen. Dit is gedaan in het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro). In het Barro komen de nationale belangen als titels terug. Verdere uitwerking vindt plaats in de onderliggende ministeriële Regeling algemene regels ruimtelijke ordening. De regels in het besluit zijn concreet normstellend en moeten direct of indirect (door tussenkomst van de provincie) doorwerken tot het niveau van de lokale besluitvorming. Conclusie Voor het besluitgebied zijn er geen nationale belangen in het geding.
2.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking Op basis van artikel 3.1 lid 6 Bro dient een nieuwe stedelijke ontwikkeling te motiveren op welke wijze er toepassing is gegeven aan de voorwaarde van duurzaam ruimtegebruik. Op deze manier wordt een zorgvuldige en transparante afweging bij ruimtelijke en infrastructurele besluiten nagestreefd en wordt de aanwezige ruimte in stedelijk gebied optimaal benut. Een stedelijke ontwikkeling is gemotiveerd als (artikel 1.1.1 lid 1, aanhef en onder i Bro): 'een ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen'. Uit jurisprudentie blijkt dat een ontwikkeling die voorziet in niet meer dan 11 woningen of een nieuw ruimtebeslag van minder dan 500m2, niet als een stedelijke ontwikkeling aangemerkt kan worden.
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
11
De beoogde ontwikkeling vindt plaats binnen de bebouwde kom. Met het (her)ontwikkelen van een recreatiewoning op een voor verblijfsrecreatieve doeleinden bestemd perceel is geen sprake van een stedelijke ontwikkeling in de zin van het Besluit ruimtelijke ordening. Er is geen sprake van een toename van het ruimtebeslag boven de 500m2 of van een sterke toename van de gebruiksintensiteit. De Ladder voor Duurzame verstedelijking is voor onderhavig project niet van toepassing. Conclusie De beoogde ontwikkeling is wat betreft aard en omvang niet aan te merken als een (nieuwe) stedelijke ontwikkeling. De Ladder voor Duurzame verstedelijking is voor onderhavig project niet van toepassing.
2.2
Provinciaal beleid
2.2.1 Zeeuwse Omgevingsvisie De Gedeputeerde Staten hebben op 12 november 2021 de Zeeuwse Omgevingsvisie vastgesteld. De Omgevingsvisie is een strategisch lange termijn kader waarin de lange termijn ambities tot 2050 en de Zeeuwse kernkwaliteiten zijn weergegeven. Deel A omvat de beleidsdoelstellingen bestaande uit vier ambities en 27 bouwstenen. De vier ambities sluiten aan bij de prioriteiten van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). De vier centrale ambities tot 2050 zijn geformuleerd als: Uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; Balans in de grote wateren en het landelijk gebied; Een duurzame en innovatie economie; Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. In deel B is het uitvoeringsprogramma opgenomen met de beleidsdoelstellingen tot 2030 en de acties die daaraan bijdragen. De belangrijkste beleidsdoelstellingen zijn opgenomen in de Omgevingsverordening. Ten aanzien van de vertaling van de beleidsambities naar concrete ruimtelijke opgaven zijn een aantal afwegingsfactoren opgenomen. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen geldt dat een afweging dient plaats te vinden in hoeverre wordt bijgedragen aan het behouden of versterken van de karakteristieke eigenheid van het landschap en de Zeeuwse identiteit. Het uitdragen van de Zeeuwse identiteit draagt bij aan het versterken van het vestigingsklimaat en het behouden van een aantrekkelijke woonomgeving.
Tot de kernkwaliteiten van het Zeeuwse landschap behoren combinaties van functies waar zowel economische, natuurlijke als culturele elementen deel van uitmaken. De Zeeuwse kernkwaliteiten zijn als volgt geformuleerd: Kernkwaliteiten zijn herkenbare, fysieke elementen zoals bebouwing, openbare ruimte, landschap, natuur en cultuurhistorie. Ze zijn zichtbaar in de omgeving. Ze gaan samen met de immateriële waarden zoals rust, gezondheid, leefbaarheid, levendigheid, aantrekkingskracht en andere culturele en sociale aspecten. Kernkwaliteiten zijn meestal niet in een getal te vatten, en al helemaal niet objectief: ze drukken een bepaalde mate van waardering uit (uit p16 Zeeuwse Omgevingsvisie Deel A). Tot kernkwaliteiten behoren in ieder geval: 1. Genieten en opladen: in de provincie is een breed aanbod aan (verblijf)recreatie voor een brede doelgroep aanwezig. Elementen van de kernkwaliteiten zijn onder meer: weidsheid, ruimte, rust (stilte en duisternis), streekproducten, cultuur, strand en zee; 2. Waarderen en beschermen van het mooie Zeeuwse landschap: de kleinschalige structuur met oude dijken, kleine dorpen in het groen. Elementen van deze kernkwaliteit zijn onder meer: duinen, cultuurlandschap, eilandgevoel, dubbelgebruik van ruimte;
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
12
3. We voelen ons verbonden met de historie: kernkwaliteiten zijn onder meer de cultuurhistorisch waardevolle elementen die verwijzen naar de strijd tegen het water en het militair erfgoed; 4. Kernkwaliteitswens: Passende werkgelegenheid en ontwikkelingsmogelijkheden voor iedereen in Zeeland: de provincie streeft onder meer naar meer diversiteit in werkgelegenheid om ook jongere huishoudens voor de lange termijn te kunnen behouden. Besluitgebied Ten aanzien van de beoogde ontwikkeling zijn met name de ambities ‘balans in de grote wateren en het landelijk gebied’ en een ‘Klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland’ van belang. Het plan draagt bij aan de kernkwaliteit ‘genieten en opladen’. In de beoogde situatie wordt het bouwen van een recreatiewoning mogelijk gemaakt. Ter plaatse is reeds een bestemming toegekend die verblijfsrecreatief gebruik van een recreatiewoning reguleert. Renesse is in de jaren ’80 en ’90 uitgegroeid tot een recreatiegebied waar veel jongeren naar toe trokken. Als gevolg van sociaal- economische veranderingen is de omgeving van Renesse zich wat meer op gezinsvakanties, korte vakanties gedurende het hele jaar en kleinere huishoudens gaan richten. De besluitlocatie ligt op korte afstand van het strand en van de kern Renesse.
Het (her)oprichten van een energie-neutrale recreatiewoning gericht sluit aan op de doelstelling om kwalitatief hoogwaardige voorzieningen te realiseren voor een brede doelgroep op een (toeristisch) goed ontsloten locatie. De recreatiewoning wordt gerealiseerd in een traditionele bouwstijl met Zeeuwse elementen en bevindt zich in een omgeving met veel verblijfsrecreatie. De nieuwe bebouwing draagt bij aan het uitdragen van de Zeeuwse kenmerken en de beleving van het Zeeuwse landschap. De schaal en aard van het recreatieve gebruik is extensief, vergelijkbaar met een woonfunctie, en is goed inpasbaar in de gemengde omgeving. Conclusie De ontwikkeling is in schaal en aard inpasbaar op de huidige locatie (zie tevens hoofdstuk 3) en draagt bij aan het ontwikkelen van een aantrekkelijk en jaarrond verblijfsrecreatief aanbod voor een brede doelgroep. De beoogde ontwikkeling sluit aan bij de doelstellingen uit de Zeeuwse Omgevingsvisie.
2.2.2
Provinciale Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018
De juridische vertaling van het ruimtelijke provinciale beleid vindt plaats in de Omgevingsverordening Provincie Zeeland 2018. De Omgevingsverordening is op 21 september 2018 vastgesteld door het college van Gedeputeerde Staten en is vervolgens een aantal maal op onderdelen gewijzigd. De laatste wijziging is vastgesteld in juni 2023. In het bijbehorende Omgevingsplan staan de vier belangrijkste strategische opgaven tot 2040 centraal. De doorwerking van de hoofddoelstellingen naar concrete en bindende beleidsopgaven vindt plaats in de Omgevingsverordening. De vier strategische opgaven van de provincie zijn geformuleerd als: -
Duurzame en concurrerende economie: kerndoelstellingen zijn hierbij onder meer de ontwikkeling van een circulaire economie, vraaggerichte programmering van bedrijventerreinen en specifieke bedrijfstakken, stimuleren van duurzame landbouw en het stellen van kaders voor nieuwe economische dragers in het landelijk gebied;
-
Klimaatbestendige en -neutrale samenleving: de Provincie zet in op hernieuwbare vormen van energie, verbetering van de waterkwaliteit en waterveiligheid (klimaatadaptatie); Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
13
-
-
Waardevolle leefomgeving: hierin staan de provinciale ambities met betrekking tot behoud en versterking van kenmerkende landschapselementen, biodiversiteit, cultuurhistorische waarden en duurzaam bodemgebruik centraal; Toekomstbestendige bereikbare woon-, werk- en verblijfomgeving: centraal binnen deze opgave staat het streven naar een woningvoorraad die aansluit bij actuele woonbehoeften, het behoud van het voorzieningenniveau, vestigingsklimaat en herstructurering, en inbreiding van bestaand stedelijk gebied.
Besluitgebied Het besluitgebied bevindt zich volgens de Omgevingsverordening in gebied dat volgens de Kustvisie is aangemerkt als ‘Badplaats’. Een uitbreiding of ontwikkeling van een verblijfsrecreatief terrein is volgens artikel 2.10 uitsluitend toegestaan binnen de als zodanig aangemerkte badplaatsen. Dergelijke uitbreidingen dienen tevens te voldoen aan de in Bijlage D onder 1 opgenomen uitgangspunten. Op basis van deze regels wordt een eenduidige Zeeuwse basiskwaliteit nagestreefd en een gelijk speelveld voor ondernemers. Tevens dienen er binnen de ontwikkeling regels opgesteld te worden waarmee permanente bewoning wordt voorkomen en dient aannemelijk gemaakt te worden dat er sprake zal zijn van duurzaam beheer en waaronder het onderhouden van het terrein. Met de beoogde ontwikkeling is geen sprake van de uitbreiding van een verblijfsrecreatief terrein. Er is sprake van de heroprichting van bebouwing binnen een bestaand verblijfsrecreatief terrein. In de beoogde situatie worden de bouwregels aangepast zodat het recreatieterrein ook als zodanig kan worden gebruikt. De bebouwde oppervlakte zal in de beoogde situatie voldoen aan de oppervlakte die binnen het bestemmingsplan is toegestaan. De nieuwe bebouwing sluit in bouwstijl, maatvoering en kleur- en materiaalgebruik aan bij de karakteristiek van het omliggende Zeeuwse kustlandschap.
Er is sprake van een particulier initiatief. De initiatiefnemers zijn eigenaar van de grond, gevestigd in de directe omgeving en zijn tevens het aanspreekpunt voor de gasten. De initiatiefnemers kunnen zonder tussenkomst of toestemming van een derde benodigde onderhoudswerkzaamheden laten uitvoeren. Het vernieuwen van een verouderde recreatiewoning binnen een bestaande verblijfsrecreatieve bestemming binnen het toeristisch kansrijke bebouwingslint aan de Laone is van toegevoegde waarde voor de leefomgeving. Conclusie Het realiseren van een recreatiewoning binnen een badplaats en binnen een bestaand recreatief terrein is een kleinschalige ontwikkeling en past binnen de bovenstaande strategische opgaven.
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
14
Uitsnede Provinciale Omgevingsverordening 2018; 10e wijziging: Verblijfsrecreatie kustvisie
Figuur 5
2.2.3 Kustvisie Zeeland Ten aanzien van de invloed van ruimtelijke ontwikkelingen in de kustzone en de invloed daarvan op het landschap is in 2017 de Zeeuwse Kustvisie opgesteld. De kustvisie is in 2022 geëvalueerd. In de Omgevingsverordening (10e wijziging, vastgesteld 28 maart 2023) zijn de ruimtelijk relevante opgaven uit de Zeeuwse Kustvisie geborgd. Voor de Noordzeekust staan 3 opgaven centraal: het behouden en versterken van dijken en stranden; behoud en herstel van natuur en landschapswaarden; toekomst van de recreatiesector. Een sterke verblijfsrecreatiesector levert een belangrijke bijdrage aan de regionale economie. In een aantal gebieden is echter sprake van overaanbod, verouderde voorzieningen, leegstand en oneigenlijk gebruik. Met name de vraag naar kampeer- en bungalowparken is trendgevoelig. In het lange termijn beleid wordt de nadruk gelegd op kwaliteit en niet meer op kwantiteit. Met name naar onderscheidende locaties op aansprekende locaties direct aan de kust blijft de vraag vanuit de markt hoog. Met name in kustregio’s is het vergroten van de differentiatie van het aanbod voor de lange termijn van belang om de regio als geheel aantrekkelijk te houden. Door ‘Bosch Slabbers’ is een strategiekaart opgesteld waarin de gebiedseigen landschappelijke kenmerken en waarden per deelgebied zijn omschreven.
Op basis van de kenmerken van de verschillende deelgebieden zijn strategieën bepaald waarmee de bestaande kwaliteiten worden behouden en waar mogelijk versterkt. Met name de zoomgebieden hebben na de Tweede wereldoorlog een ruimtelijke transformatie doorgemaakt. Het landbouwkundig gebruik en de kleinschalige cultuurgronden hebben hier plaatsgemaakt voor intensieve bebouwing. Zo heeft tussen Westerschouwen en Haamstede een sterke verdichting en intensivering plaatsgevonden door recreatief gebruik welke ten koste zijn gegaan van de kwaliteit van het landschap. Ook in de omgeving
van
de
Brouwersdam
is
een
aaneengesloten
gebied
aan
recreatiechalets
op
vakantieparken ontstaan met weinig binding met het omliggende landschap. Hiermee zijn de voor het gebied kenmerkende zichtlijnen tussen duin en polder verdwenen. In de omgeving van Renesse is de bebouwingsdichtheid echter veel minder groot. Het kleinschalige agrarische gebruik heeft hier veelal plaatsgemaakt voor natuurbeheer waardoor het gebied een groen karakter heeft behouden. In hoofdstuk 3 is een landschappelijke strategie voor de Zeeuwse kust opgenomen. Om de onderscheidende kwaliteiten van de Zeeuwse kust te kunnen behouden en versterken is een vorm van verblijfsrecreatie nodig waarbij voorzieningen een sterke verwevenheid met het Zeeuwse kustlandschap, de natuur en cultuurhistorie hebben. Dit betekent onder meer dat bij beleidskeuzes Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
15
rust en een ingetogen sfeer het uitgangspunt vormen, waardevolle landschappen gevrijwaard blijven van grootschalige ontwikkelingen en onderscheid behouden blijft tussen luwe en dynamische plaatsen.
Uitsnede Kustvisie Zeeland: Strategiekaart (Kustvisie Zeeland 2016, besluitgebied rood omcirkeld)
Figuur 6
Beoordeling Volgens de beleidskaart maakt de locatie onderdeel uit van het bebouwde gebied van de kern Renesse in een gebied met veel verblijfsrecreatie. In de omgeving bevinden zich veel gebieden die onderdeel uitmaken van de zone met ‘Groene Zeeuwse Topkwaliteit’. De lange termijn beleidsdoelstellingen uit de kustvisie voor verblijfsrecreatie hebben met name betrekking op een beoogde kwaliteitsverbetering van kampeerterreinen en bungalowparken. De locatie ligt in een kleinschalig en historisch bebouwingslint met veel groen. De initiatiefnemer is in de directe omgeving gevestigd. De locatie is verbonden met strand, duinen, natuurgebieden en gelegen op korte afstand van lokale horeca, strandpaviljoens en de strandopgang en bevindt zich op korte afstand van de kern Renesse. Met het realiseren van een recreatiewoning bedoeld voor verhuur aan derden, is sprake van kleinschalige verblijfsrecreatie. De karakteristieke bebouwing, het extensieve gebruik en de doelgroep van de recreatiewoning sluiten aan bij de aanwezige kenmerken en waarden van de omgeving. Als gevolg van het heroprichten van bebouwing is er geen sprake van een uitbreiding van de recreatieve bestemming. De maatvoering van de recreatiewoning past binnen de maatvoering van het bestemmingsplan.
Conclusie Met het vernieuwen van een kleinschalige verblijfsfunctie binnen een bestaand verblijfsrecreatief terrein, wordt aangesloten bij de doelstellingen uit de Kustvisie. In beoogde situatie wordt een kleinschalige recreatiewoning gerealiseerd, gericht op gezinnen, in aansprekende en energieneutrale bebouwing en op een zich van de massa onderscheidende locatie.
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
16
2.2.4 Nota recreatiewoningen/ Agenda toerisme In 2011 heeft de gemeente de Nota Recreatiewoningen vastgesteld. In het kader van deze nota is binnen de gemeente een behoefteonderzoek uitgevoerd naar de kwantitatieve en kwalitatieve vraag naar recreatiewoningen. De nota is opgesteld naar aanleiding van de lange termijn teruglopende vraag van vestigers naar woningen en de daarmee samenhangende vergrijzing en afname van het voorzieningenaanbod van kernen. In de nota zijn op basis van het behoefteonderzoek randvoorwaarden opgenomen voor nieuwe ontwikkelingen. Uit de analyse blijkt dat het aanbod aan recreatiewoningen is verouderd en niet aansluit bij de vraag uit de markt. Uitgangspunten van de gemeente binnen het ruimtelijke beleid zijn opgenomen in hoofdstuk 3 van de nota. Deze kunnen als volgt worden samengevat. Herstructurering van recreatieterreinen heeft de voorkeur heeft boven nieuwbouw. Nieuwe ontwikkelingen zijn slechts mogelijk indien deze plaatsvinden op een bijzondere locatie met een voor Zeeland uniek concept. Een bijzondere locatie (‘A-locatie’) is gelegen aan, op of onder water of in of direct bij (beschermde) natuur.
Een uniek concept maakt verbinding met de omgeving, heeft een bijzondere en onderscheidende architectuur die veelal aansluit op de typische architectuur van de streek, heeft een duidelijke thematisering en bewerkt een duidelijk afgebakende markt waar in de omgeving nog niet of beperkt verblijfsaanbod voor is. Uitbreiding van het areaal aan verblijfsaccommodatie binnen het (natuur)gebied van Kop van Schouwen is niet toegestaan. Voorzieningen dragen bovendien bij aan het verlengen van het seizoen. De meest kansrijke doelgroepen binnen de gemeente zijn ouderen, gezinnen met kinderen en de driegeneratievakantiegangers. Verder dient er sprake te zijn van een bedrijfsmatige exploitatie waarbij de grond in eigendom is van de ondernemer. De meest recente marktanalyse van de ontwikkeling van verblijfsrecreatie op Schouwen-Duiveland is opgenomen in de Agenda Toerisme 2018-2026 (vastgesteld 2018) opgesteld door het Platform Toerisme Schouwen-Duiveland. Ook op basis van deze actuele marktanalyse blijkt dat toegevoegde waarde voor de toekomst van verblijfsrecreatie bestaat uit zich onderscheidende locaties die aansluiten bij de beleving van Zeeland. De lange termijn strategie kan worden samengevat als het ontwikkelen van het concept ‘Groen- blauwe oase’ (natuurbeleving op de grens van land en water) met een gastvrij karakter, unieke plekken en jaarrond bezoekers.
De beleving van de gasten wordt bij voorkeur versterkt door middel van ‘storytelling’. Een belangrijke korte termijn doelstelling is het stimuleren van de groei van het aantal overnachtingen in met name de schouderseizoenen. Renesse heeft een sterke positie als familiebadplaats omgeven door natuur. Het is wenselijk dat dit imago bij nieuwe ontwikkelingen verder wordt versterkt. Beoordeling en conclusie Er is sprake van een bestaand verblijfsrecreatief terrein binnen de bebouwde omgeving. De beoogde bebouwing sluit aan bij de maatvoering van het bestemmingsplan. Met het (her)bouwen van de recreatiewoning in het bebouwingslint wordt aangesloten bij het uitdragen van het imago van ‘Groen-blauwe Oase’ en wordt het bestaande karakter versterkt van de kern Renesse van familiebadplaats omgeven door natuur. Met het vernieuwen van een kleinschalige vakantiewoning wordt het verhaal van de omgeving beleefbaar gemaakt op een passende schaal. De recreatiewoning is geschikt voor verhuur aan gezinnen. Verblijf in een vakantiehuisje op een toeristisch goed ontsloten locatie is minder weersafhankelijk en draagt daardoor bij aan het verlengen van het seizoen. Met de beoogde ontwikkeling wordt aangesloten bij de lange termijn doelstellingen uit de Nota recreatiewoningen en de doelstellingen uit de Agenda Toerisme 2018-2026.
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
17
2.3
Gemeentelijk beleid
2.3.1 Strategische visie ‘Tij van de toekomst 2011- 2040’ Op 3 oktober 2011 is de gemeentelijke ruimtelijke ontwikkelingsvisie tot 2040 vastgesteld. Voor het gebied Schouwen- Duiveland spelen een aantal maatschappelijke opgaven die rechtstreeks doorwerken in het ruimtelijke beleid. In de strategische visie worden thema’s als wonen, werken, verblijven in samenhang met behoud van het karakteristieke landschap en bescherming van de natuur benaderd. Op de middellange termijn spelen in de gemeente onder meer de volgende thema’s. Als gevolg van vergrijzing verandert de woningvraag in de vorm van huishoudensverdunning en krimp. Dit brengt uitdagingen met zich mee voor de beschikbare beroepsbevolking en het voorzieningenaanbod. (Verblijfs)recreatie is van groot economisch belang voor de regio. Een deel van de aanwezige verblijfsrecreatie sluit onvoldoende aan bij de actuele vraag. Toename aan bebouwing en intensivering van gebruik heeft negatieve gevolgen voor de herkenbaarheid van het Zeeuwse landschap en de kwetsbare natuur in het gebied. In de strategische visie stelt de gemeente Schouwen- Duiveland zichzelf de doelstelling om als vakantie-eiland een toonaangevende watereconomie te ontwikkelen die een duurzame verbinding vormt tussen wonen, werken, zorgen en genieten.
Dit betekent dat om het karakteristieke kustlandschap te kunnen behouden, nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen in eerste instantie binnen de bebouwde kom worden geconcentreerd. Met nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen buiten de bebouwde kom wordt terughoudend omgegaan. Door concentratie en hergebruik van bebouwing worden leegstand en verpaupering zo veel mogelijk voorkomen. Voor het eiland is een toeristische hoofdstructuur opgesteld (THS). Verblijfsrecreatieve voorzieningen concentreren zich voornamelijk in het noordwestelijke deel van het eiland. Nieuwe ontwikkelingen dienen te passen in het landschap en over voldoende draagvlak in de samenleving te beschikken. Bij alle ruimtelijke ontwikkelingen dient zorgvuldig omgegaan te worden met de landschappelijke kwaliteiten. Onderdeel hiervan is dat bebouwing zoveel mogelijk wordt geconcentreerd binnen bestaand bebouwd gebied. Besluitgebied Het besluitgebied bevindt zich volgens de Toeristische Hoofdstructuur in een kansrijk gebied voor verblijfsrecreatie. Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient zorgvuldig omgegaan te worden met de aanwezige kwaliteiten en de herkenbaarheid van het Zeeuwse landschap. In de beoogde situatie wordt een recreatiewoning binnen een bebouwingslint (her)opgericht. De locatie bevindt zich binnen de toeristisch kansrijke noordwestzijde van de gemeente met veel verblijfsrecreatie.
Het perceel ligt op korte afstand van het dorpscentrum van Renesse en op een centrale positie ten opzichte van diverse verblijfsrecreatieve voorzieningen in de regio (Brouwersdam, duin en strand, dorpen, natuurlandschap). De nieuwe bebouwing sluit aan bij de hedendaagse duurzaamheidsdoelstellingen en gebruikswensen. De nieuwe vakantiewoning wordt gerealiseerd in een karakteristieke en Zeeuwse bouwstijl. Met de beoogde vakantiewoning wordt bijgedragen aan het ontwikkelen van een kwalitatief hoogwaardig en jaarrond aanbod aan verblijfsrecreatieve voorzieningen voor een brede doelgroep. Conclusie De ontwikkeling is kleinschalig, sluit aan bij de aard en karakteristiek van de omgeving, draagt bij aan het ontwikkelen van een jaarrond en hoogwaardig toeristisch aanbod voor een brede doelgroep en sluit daarmee aan bij de lange termijn ruimtelijke doelstellingen uit de structuurvisie.
2.3.2 Vigerend bestemmingsplan Ter hoogte van de projectlocatie is het bestemmingsplan ‘Renesse’ van toepassing (vastgesteld op 23 maart 2023). Het perceel beschikt over de bestemming ‘Recreatie- Verblijfsrecreatie’ zonder nadere functieaanduidingen. Aan de locatie is een bouwvlak toegekend met bouwaanduidingen ten Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
18
behoeve van het oprichten van bebouwing met een maximale bouwhoogte van 6 meter en een maximale goothoogte van 3,3 meter. De gronden binnen de geldende bestemming en de bijbehorende aanduidingen zijn bestemd voor recreatief nachtverblijf in recreatiewoningen. De recreatiewoningen zijn uitsluitend toegestaan binnen de aanduiding ‘recreatiewoningen’. Aangezien deze aanduiding binnen het perceel ontbreekt, kan er geen bebouwing worden opgericht op basis waarvan invulling gegeven kan worden aan de doelstelling van de bestemming. De omgeving is aangemerkt met de gebiedsaanduiding ‘Wetgevingszone- natuurgebieden’. Deze zone is van toepassing binnen een straal van 100 meter rondom kwetsbare natuurgebieden zoals aangemerkt in de omgevingsverordening (artikel 2.27 in samenhang met bijlage 9). In het kader van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dient te worden beschreven op welke wijze rekening wordt gehouden met de natuurlijke kenmerken en waarden in deze gebieden. In het kader van de beoogde ontwikkeling zijn een natuurtoets en een stikstofdepositieberekening uitgevoerd. Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat de herontwikkeling van de recreatiewoning geen negatieve effecten op omliggende natuur heeft. Zie tevens paragraaf 3.6. In het geldende bestemmingsplan zijn geen mogelijkheden opgenomen om de aanduiding ‘recreatiewoningen’ toe te kennen.
Om de bouw van de beoogde recreatiewoning mogelijk te maken zal van het geldende bestemmingsplan moeten worden afgeweken. De beoogde ontwikkeling is mogelijk door middel van een omgevingsvergunningprocedure (artikel 2.12, lid 1, sub a onder 3˚ Wabo). Hierbij dient sprake te zijn van een goede ruimtelijke ordening.
Figuur 5
Uitsnede
bestemmingsplan
‘Renesse’:
enkelbestemming
‘Recreatie-
Verblijfsrecreatie
(besluitgebied gemarkeerd met rode aanwijzer).
2.3.3 Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland Met het bestemmingsplan ‘Parapluplan parkeernormen’ zijn
de
parkeernormen
uit
het
beleidsdocument ‘Parkeerbeleid 2017-2020’ voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen planologisch verankerd. Voor toeristische activiteiten heeft de gemeente door middel van de ‘Agenda Toerisme 2018- 2026’ een eigen toetsingskader opgesteld. Dit toetsingskader is op onderdelen gewijzigd in
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
19
2020. Op eigen perceel is voldoende ruimte voor het parkeren van voertuigen van bezoekers. Een uitgebreide afweging is opgenomen in paragraaf 3.3.
2.3.4 Masterplan Renesse In het Masterplan Renesse heeft de gemeente de visie voor de komende 20 tot 30 jaar vastgelegd. Met het Masterplan worden de uitgangspunten en randvoorwaarden zoals benoemd in de Toekomstvisie (2015) vertaald in ruimtelijke opgaven voor de middellange termijn. Hiertoe behoren de kernkwaliteiten voor Renesse in samenhang met het maatschappelijk krachtenveld en de belangrijkste lange termijn ambities. De doelstellingen uit het Masterplan vormen geen strikt toetsingskader voor nieuwe ontwikkelingen, maar een richtpunt. De kern Renesse is een levendige dorpskern met een relatief groot aanbod aan voorzieningen gelegen tussen de duinen, het strand, het watersportgebied rondom de Brouwersdam en de polder. Deze centrale ligging maakt de kern een vanzelfsprekende schakel voor de huidige en toekomstige verblijfsrecreatieve ontwikkeling. De kernkwaliteiten van Renesse zijn als volgt geformuleerd: 1. Een veelzijdig en aantrekkelijk strand. 2. Een afwisselend landschap in en om het dorp. 3. Een bruisend centrum. 4. Een hechte en ondernemende gemeenschap. Recreatie en toerisme vormen de belangrijkste economische dragers voor de kern. Het relatieve belang van toerisme voor de werkgelegenheid wordt naar verwachting steeds groter voor de regio.
Sociaal- maatschappelijke trends en ontwikkelingen binnen de toeristische sector zoals vergrijzing, een veranderende samenstelling van bezoekers en de duur van de vakanties, leiden tot een andere vakantiebehoefte. Het aandeel jongeren onder de gasten in Renesse neemt sterk af, er is een toenemende vraag vanuit gezinnen en ouderen naar korte vakanties gedurende meerdere momenten in het jaar. Bezoekers stellen daarbij hogere eisen aan comfort en de kwaliteit van de omgeving en de voorzieningen. Op basis van de maatschappelijke trends en ontwikkelingen zijn de volgende strategieën opgesteld: 1. Bouw verder op waar je sterk in bent (kernkwaliteiten als uitgangspunt); 2. Seizoensverlenging (groei in schouderseizoenen); 3. Aantrekken divers publiek (kwaliteiten aantrekkelijk voor een breed publiek); 4. Kruisbestuiving (voorzieningen en attracties profiteren van elkaar); 5. Investeren in gemeenschapszin en samenwerking (gemeenschap en toerisme profiteren van elkaar). De kernkwaliteiten van Renesse laten zich samenvatten als: het strand en de beleving daarvan, het leven in het landschap, het bruisend centrum en het thuisgevoel. Nieuwe ontwikkelingen dienen bij te dragen aan het versterken van een aantrekkelijke, levendige en groene badplaats. De kern Renesse is ontstaan op de grens tussen het hoger gelegen duinlandschap en de lagergelegen zeekleipolders.
Het landschap in en om het dorp heeft een afwisselend en groen karakter. In de omgeving komen veel verschillende landschapstypen voor zoals het duinlandschap van het natuurgebied Kop van Schouwen, de vroongronden, open duinpolders met houtwallen en de bospercelen met groene kamers behorende bij het landgoed Moermond. De uitlopers van de verschillende natuurgebieden lopen tot in het dorp. Veel ontsluitingswegen van het dorp worden begrensd door opgaande beplanting. De bebouwing in het dorp en aan de linten heeft een kleinschalig en dorps karakter. Een belangrijke ambitie voor de lange termijn ontwikkeling van de kern is het behouden, versterken en beleefbaar maken van de afwisselende landschappen in en om de kern en het versterken van de relaties tussen dorp en landschap.
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
20
Beoordeling De besluitlocatie ligt binnen de verkeerskundige begrenzing van de bebouwde kom van Renesse in het groene bebouwingslint aan de Laone. De locatie ligt in een toeristisch aantrekkelijk gebied aan de historische hoofdroute tussen Renesse en het strand. Kenmerkend voor de Laone is het kleinschalige en groene karakter met doorkijkjes naar de groene kamers om het dorp. Langs de belangrijkste routes tussen centrum, landschap en strand wordt beoogd om de uitstraling en de landschappelijke inbedding van de aanwezige verblijfsrecreatie te verbeteren. De beoogde recreatiewoning wordt gerealiseerd binnen een bestemming die verblijfsrecreatief gebruik van een recreatiewoning mogelijk maakt. Op het perceel was tot augustus 2023 reeds een vakantiewoning aanwezig. Het verblijven binnen een recreatiewoning is minder weersafhankelijk en draagt daardoor bij aan het verlengen van het seizoen. De beoogde ontwikkeling sluit aan op de lange termijn doelstellingen om met name langs de historische verbindingswegen de kwaliteit en de landschappelijke inbedding van het bestaande aanbod aan verblijfsrecreatie te versterken. Het oprichten van een enkele en energieneutrale vakantiewoning in een traditionele bouwstijl is een kleinschalige ontwikkeling. Het (her)oprichten van een recreatiewoning is wat betreft ligging aan de historische Laone, schaal en aard inpasbaar in de omgeving.
Conclusie Met de hernieuwde recreatiewoning wordt bijgedragen aan de lange termijn doelstelling om het aanbod te versterken van verblijfsrecreatieve voorzieningen van goede kwaliteit, met een Zeeuwse uitstraling die jaarrond aantrekkelijk is voor een breed publiek.
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
21
3.
RUIMTELIJKE EN MILIEUKUNDIGE ASPECTEN
3.1
Bodem
Duurzaam bodemgebruik De ondergrond biedt zowel kansen als belemmeringen. Door in een vroeg stadium van een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling rekening te houden met de lokale bodemsituatie, kan duurzaam bodemgebruik worden gerealiseerd. Onder duurzaam bodemgebruik vallen onder meer de wijze waarmee wordt omgegaan met zettingsgevoeligheid, bodemsoort, kabels en leidingen en grondwater. Milieu hygiënische bodemkwaliteit Bij een nieuwe ruimtelijke ontwikkeling dient op basis van artikel 3.1.6 van het Bro (Besluit ruimtelijke ordening) rekening gehouden te worden met de bodemkwaliteit ter plaatse. In de beoogde situatie zullen mensen ter plaatse gemiddeld langer dan 2 uur per dag verblijven. Hiermee is sprake van een milieugevoelige functie. De Woningwet (artikel 8) staat niet toe dat er gebouwd wordt op verontreinigde grond. Aangezien er ter plaatse sprake zal zijn van langdurig verblijf is het nodig om een bodemonderzoek uit te voeren om te kunnen beoordelen of de bodem geschikt is voor de beoogde functie of dat er sprake is van een eventuele saneringsnoodzaak. Een eventueel aanwezige bodemverontreiniging kan van bovendien van belang zijn voor de uitvoerbaarheid van het project. Beoordeling Door MCG Zuidwest BV is in juni 2022 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd.
Uit de resultaten van het laboratoriumonderzoek blijkt dat ter plaatse een zeer licht verhoogd gehalte PAK aanwezig is. Van de overige parameters uit het NEN-pakket zijn in de bovengrond, de ondergrond en het grondwater geen verhoogde concentraties aangetroffen. Op basis van het historisch onderzoek, de zintuiglijke beoordeling en de resultaten van he chemisch- analytisch onderzoek zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling. Wel wordt aanbevolen om eventueel bij de ontwikkeling vrijgekomen grond binnen de eigen perceelsgrenzen te hergebruiken. Indien grond wordt afgevoerd, dan dienen de toepassingsvereisten van het Besluit bodemkwaliteit in acht genomen te worden. De rapportage is opgenomen in bijlage 2. Conclusie De milieu hygiënische gesteldheid van de bodem is geschikt voor het beoogde gebruik.
3.2
Wegverkeerslawaai
Geluid is van belang vanwege mogelijke geluidsoverlast van wegverkeer. Akoestisch onderzoek naar verkeerslawaai is noodzakelijk indien binnen de geluidzones van spoor- of verkeerswegen sprake is van projectie van geluidsgevoelige bebouwing. Uitgezonderd hierop zijn woonerven, 30 km zones en op basis van een geluidsniveaukaart gedezoneerde wegen. Op basis van artikel 74 van de Wet geluidhinder gelden de onderstaande normen voor geluidzones:
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
22
Tabel 1: Geluidszone wegverkeerslawaai
Gebied
Aantal rijstroken
Breedte meters
Stedelijk
1 of 2
200
3 of meer
350
1 of 2
250
3 of 4
400
5 of meer
600
Buitenstedelijk
geluidzone
in
De geluidsbelasting op gevels van geluidsgevoelige objecten mag in beginsel op grond van de Wet geluidhinder en het Besluit geluidhinder de voorkeursgrenswaarde van 48 dB niet overschrijden. Voor binnenstedelijke gebieden geldt bij nieuwbouw een maximale ontheffingswaarde tot 63 dB (wegen) op de gevel van een woning. Indien de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden, maar de geluidbelasting op de gevel binnen de maximaal toelaatbare waarde blijft, kan het College van B&W via een besluit tot vaststelling hogere waarden een ontheffing verlenen. Bovendien dienen maatregelen genomen te worden om zeker te stellen dat de geluidsbelasting op de binnengevel van geluidgevoelige objecten maximaal 33 dB bedraagt. Besluitgebied Een recreatiewoning is geen geluidgevoelig object volgens de systematiek van de Wet geluidhinder. Wel dient er in de motivatie van het besluit in het kader van een goede ruimtelijke ordening een afweging plaats te vinden van het woon- en leefklimaat voor de nieuwe gebruikers. De locatie wordt ontsloten via het Jonkersweegje en de Laone. Dit zijn lokale wegen tussen het centrumgebied van Renesse en het strand met een maximale toegestane snelheid van 30 km/uur. De besluitlocatie ligt niet binnen de geluidszone van een weg, spoorlijn of industrieterrein. Voor omliggende wegen geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur.
Deze wegen zijn gedezoneerd volgens het beoordelingskader van de Wet geluidhinder. De Laone verbindt het strand met de kerkring van Renesse. Via de Laone worden ook verschillende vakantieparken bereikt. De Laone wordt ter hoogte van het besluitgebied voornamelijk gebruikt door fietsers en voetgangers. De bebouwing langs de Laone heeft overwegend een woonfunctie of een (kleinschalige) verblijfsrecreatieve functie. Voor doorgaand verkeer tussen de N57 richting de Brouwersdam en de kernen Renesse en Burgh-Haamstede is de Recreatieverdeelweg aangelegd. De wegen van en naar de verschillende recreatieterreinen en de kern Renesse worden gebruikt door bestemmingsverkeer. De gevel van de recreatiewoning zal op meer dan 30 meter afstand van de weg en achter de bebouwing van de Laone 23 worden opgericht. Met de toepassing van de in het Bouwbesluit geldende geluidwerende maatregelen voor nieuwbouw wordt het geluidsniveau binnen de vakantiewoning voldoende gewaarborgd. Op basis van de beperkte schaal van omliggende activiteiten, de aard en lage maximumsnelheid van de omliggende wegen en de afstand tot de ontsluitingsweg de Laone kan op voorhand worden aangenomen dat ter plaatse van de nieuwe recreatiewoning voldaan zal worden aan een acceptabel woon- en leefklimaat.
Conclusie Er zijn geen akoestische belemmeringen voor de beoogde bouw van een recreatiewoning ten aanzien van het milieuaspect geluid op basis van de wet geluidhinder. Er is tevens geen sprake van een verkeersaantrekkende werking die een grote geluidsuitstoot zal veroorzaken.
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
23
3.3
Mobiliteit en parkeren
Via het ‘Parapluplan parkeernormen Schouwen- Duiveland’ dienen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen te voldoen aan de vastgestelde parkeernormen. De gemeente heeft parkeernormen voor woonfuncties vastgelegd in het ‘Parkeerbeleid 2017- 2020’ (vastgesteld 28 september 2017). De Nota biedt voornamelijk actuele handvaten om de verkeerssituatie in Zierikzee en de Westhoek te verbeteren. Voor alle ruimtelijke ontwikkelingen wordt in paragraaf 5.5 van de nota verwezen naar de landelijke CROW- richtlijnen (publicatie 317, inmiddels publicatie 381) op basis van een ‘weinig stedelijk gebied’ gekenmerkt als ‘rest bebouwde kom’. Uitgangspunt van het parkeerbeleid is dat een ruimtelijke ontwikkeling niet mag leiden tot een tekort aan parkeerplaatsen. De parkeerkencijfers voor verblijfsrecreatieve ontwikkelingen zijn vastgelegd in de ‘Agenda Toerisme 2018-2026’. In 2022 is dit beleidskader op onderdelen gewijzigd en naar beneden bijgesteld. Voor een recreatiewoning (van 4 personen) wordt op basis van de Agenda Toerisme uitgegaan van een parkeerbehoefte van 2 parkeerplaatsen. Uitgangspunt van het parkeerbeleid is dat een ruimtelijke ontwikkeling niet mag leiden tot een tekort aan parkeerplaatsen. Binnen het perceel is ruimte voor het parkeren van voertuigen van gasten. Vanuit het aspect parkeren zijn er geen belemmeringen voor de beoogde ontwikkeling.
De te verwachten verkeersgeneratie van een recreatiewoning is zeer gering. Op basis van de te verwachten verkeersgeneratie volgens de Agenda Toerisme is gemiddeld sprake van 8 verkeersbewegingen per etmaal. De besluitlocatie is goed ontsloten via de bestaande inrit op het Jonkersweegje en de Laone. De beperkte extra verkeersbewegingen als gevolg van de ontwikkeling zijn goed inpasbaar in het verkeersbeeld ter plaatse. Conclusie De parkeerbehoefte en de verkeersgeneratie vormen geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
3.4
Bedrijven en milieuzonering
Voor een goede ruimtelijke ordening dient er voldoende afstand te bestaan tussen milieubelastende activiteiten en gevoelige functies. In de VNG- handreiking ‘Bedrijven en milieuzonering’ uit 2009 zijn richtafstanden voor functiescheiding opgenomen ten behoeve van het toetsen van ruimtelijke ontwikkelingen. De richtafstanden geven een algemene indicatie van de te verwachten milieubelasting per bedrijfscategorie. Van de algemene richtafstanden kan gemotiveerd worden afgeweken wanneer milieuonderzoek naar de specifieke situatie een andere mate van milieubelasting aantoont. De richtafstanden uit de VNG- handreiking zijn gebaseerd op de omgevingskwaliteit die vergelijkbaar is met een rustige woonwijk. De indicatieve afstanden moeten worden aangehouden ten opzichte van de gevels van omliggende gevoelige objecten. Voor gevoelige functies in een gemengd gebied kan de richtafstand met één niveau worden verlaagd, zonder dat dit ten koste gaat van het woon- en leefklimaat.
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
24
Tabel 2: Richtafstandenlijst VNG 2009
Milieucategorie
Richtafstand omgevingstype woonwijk in meters
tot rustige
Richtafstand omgevingstype gebied in meters
1
10
0
2
30
10
3.1
50
30
3.2
100
50
4.1
200
100
4.2
300
200
tot gemengd
Besluitgebied Het gebruik van een vakantiewoning voor kortdurend recreatief gebruik door gezinnen heeft een invloed op de omgeving die vergelijkbaar is met een reguliere woonfunctie. Een recreatiewoning betreft geen milieuhinderlijke activiteit met een grote milieu-uitstraling naar de omgeving. Voor kleinschalige verblijfsrecreatieve functies zonder centrale voorzieningen is geen richtafstand opgenomen in de richtafstandentabel. Een recreatiewoning betreft daarbij geen milieugevoelig object. De beoogde ontwikkeling leidt niet tot de oprichting van een milieugevoelig object welke beperkend kan zijn voor omliggende bedrijfsmatige activiteiten. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het woon- en leefklimaat beoordeeld. In de omgeving van het besluitgebied komen direct naast woningen ook andere functies voor waaronder horeca en winkels. Deze functies zijn echter kleinschalig van aard. De omgeving van het besluitgebied kan door de beperkte schaal van omliggende functies worden aangemerkt als een gebied met enige menging van functies. Op basis van de geldende bestemming is binnen het perceel verblijfsrecreatief gebruik van een vakantiewoning toegestaan. De afstand van de verblijfsrecreatieve functie en de afstand van het bouwvlak tot omliggende bestemmingen verandert niet als gevolg van de beoogde ontwikkeling.
Aan de Laone 23 en 15 zijn respectievelijk een pension en een hotel gevestigd op korte afstand van omliggende woonbebouwing en op korte afstand van het besluitgebied. Hotel ‘de Logerij’ bevindt zich op circa 15 meter afstand van het besluitgebied en betreft een kleinschalig familiehotel met 22 kamers en een restaurant. Het pension aan de Laone 23 grenst aan het besluitgebied. Het pension en het hotel beschikken beiden over een horecabestemming. Op basis van het bestemmingsplan Renesse is ter plaatse van de geldende horecabestemming uitsluitend verblijfsrecreatieve horeca toegestaan. Deze activiteiten zijn hoofdzakelijk gericht op logies en bieden lichte en aan het verblijf ondersteunende horeca aan. Op basis van de richtafstandentabel voor functiescheiding kan een hotel of een pension met keuken (SBI 5510) worden beschouwd als een activiteit vergelijkbaar met milieucategorie 1. Tussen dergelijke activiteiten en milieugevoelige functies geldt een richtafstand van 10 meter. Dit zijn activiteiten met een lage milieubelasting die in principe goed inpasbaar zijn in een omgeving met enige menging van functies zoals het centrumgebied van Renesse. Conclusie Milieuzonering vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.
Met het oprichten van een recreatiewoning binnen de geldende recreatiebestemming worden omliggende activiteiten niet belemmerd en is er voor de toekomstige gebruikers sprake van een goed woon- en leefklimaat.
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
25
3.5
Luchtkwaliteit
Voorgenomen ruimtelijke ontwikkelingen moeten aan luchtkwaliteitsnormen voldoen (artikel 5.16 Wet milieubeheer). Via de wet worden mensen tegen negatieve gevolgen van luchtverontreiniging beschermd. Hiervoor zijn getalsmatige grenswaarden opgenomen (titel 5.2 Wm) voor een aantal luchtverontreinigende stoffen. Voor bepaalde projecten is vastgesteld dat deze Niet In Betekenende Mate (NIBM) bijdragen aan de luchtverontreiniging. Wanneer een project minder dan 3% van de grenswaarde voor de jaargemiddelde concentratie van fijnstof (PM10) of stikstofdioxide (NO2) uitstoot, mag het zonder verdere toetsing aan de grenswaarden worden uitgevoerd. De 3% grens komt overeen met 1,2 µg /m3 voor zowel PM10 als NO2. Tabel 3 Worstcase scenario op basis NIBM-tool
Conclusie De beoogde (her)bouw van een recreatiewoning in stedelijk gebied is een kleinschalige ontwikkeling. Er is slechts beperkt sprake van een toename aan verkeersbewegingen. Er is geen sprake van een overschrijding van de grenswaarden voor luchtverontreinigende stoffen (waaronder PM10 en NO2). Nader onderzoek naar luchtkwaliteit is niet noodzakelijk.
3.6
Flora en fauna
De soortenbescherming is in Nederland sinds 1 januari 2017 geregeld in de Wet natuurbescherming (Wn), voorheen de Flora- en Faunawet. Een ruimtelijke ontwikkeling dient inzichtelijk te maken of er door het plan mogelijke negatieve effecten kunnen optreden op beschermde soorten. Uitgangspunt van de Wet natuurbescherming is dat handelingen die leiden tot (opzettelijke) verstoring of schade aan leefgebieden van beschermde soorten zijn verboden. Europese Vogelrichtlijn Alle vogels worden op basis van de Europese Vogelrichtlijn beschermd en zijn in de Wn opgenomen in artikel 3.1 Wn. Voor alle vogelsoorten geldt een verbod op handelingen die nesten of eieren opzettelijk beschadigen of verstoren. Ook handelingen die een vaste rust of verblijfplaats van beschermde vogels verstoren zijn niet toegestaan. Aangezien alle vogels tijdens het broeden zijn beschermd, kunnen werkzaamheden tijdens het broedseizoen (van ongeveer maart tot half juli) leiden tot een overtreding van de Wet natuurbescherming. Waarbij wordt opgemerkt dat er geen vaste periode in het jaar voor het broedseizoen kan worden aangegeven.
Ruimtelijke onderbouwing- Laone 23a - Renesse
26
Natura 2000- gebieden De bescherming van natuurgebieden is sinds 1 januari 2017 vastgelegd in de Wet Natuurbescherming. Bovengenoemde wet regelt de bescherming van de in Europees verband vastgelegde Natura 2000- gebieden (Vogelrichtlijn- en Habitatrichtlijngebieden) en de op nationaal niveau beschermde natuurgebieden. Voor soorten die op grond van de Europese Habitatrichtlijn en het verdrag van Bern/ Bonn worden beschermd, geldt artikel 3.5 van de Wn. Conform artikel 12 van de Habitatrichtlijn geldt voor soorten die via artikel 3.5 van de Wet natuurbescherming worden beschermd, dat ook het onopzettelijk beschadigen of vernielen van de in gebruik zijnde voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van beschermde soorten is verboden. Voor een aantal soorten geldt een specifieke gedragscode. Natuur Netwerk Nederland (NNN) De bescherming van het Natuur Netwerk Nederland (voorheen Ecologische Hoofdstructuur) vindt plaats via lokaal en regionaal beleid. Het Natuurnetwerk Nederland is een samenhangend netwerk van bestaande en nieuwe natuurgebieden. Binnen het NNN zijn in principe geen ruimtelijke ontwikkelingen mogelijk die de kernkwaliteiten negatief kunnen beïnvloeden. Een uitzondering kan worden gemaakt voor ontwikkelingen waarvoor geen reëel alternatief bestaat en er sprake is van een groot openbaar belang. Voor dergelijke ontwikkelingen geldt de ‘nee- tenzij’ toets.