1202598 BIJLAGE 2 Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5 Oosterland 031023
Tekst van het document
QUICKSCAN MILIEUASPECTEN WEELSTRAAT 5 TE OOSTERLAND
1
De Roever Omgevingsadvies Rembrandtlaan 4 5462 CH Veghel T 073 594 10 11 E info@deroever.nl W www.deroever.nl NL97 RABO 0122 6903 11 Advies- en ingenieursbureau J.G. de Roever B.V. KvK 16068733 BTW NL 8015.63.136.B.01
Titel document: Referentie: Datum: Opdrachtgever:
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5 Oosterland 20231314.v01 3 oktober 2023 Wintraecken Advies B.V.
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
2
INHOUDSOPGAVE 1. 2.
INLEIDING ....................................................................................................................................... 5 BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING .............................................................................................. 6
2.1. 2.2. 2.3. 2.4. 2.5. 2.6.
Milieuzonering.............................................................................................................................. 6 Onderzoeksvragen ...................................................................................................................... 6 Uitwaartse of inwaartse milieuzonering ....................................................................................... 6 Omgevingstypen .......................................................................................................................... 6 Richtafstanden ............................................................................................................................. 7 Beoordeling.................................................................................................................................. 7
3.
GEUR ............................................................................................................................................ 10
3.1. 3.2. 3.3. 3.4.
Soorten geur .............................................................................................................................. 10 Wet geurhinder en veehouderij ................................................................................................. 10 Geurnormen en afstanden ......................................................................................................... 10 Beoordeling................................................................................................................................ 10
4.
LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................... 11
4.1. 4.2. 4.3.
Grenswaarden Wet milieubeheer .............................................................................................. 11 Besluit niet in betekenende mate bijdragen .............................................................................. 11 Beoordeling................................................................................................................................ 11
5.
GELUID ......................................................................................................................................... 13
5.1. 5.2. 5.3. 5.4. 5.5.
Soorten geluid............................................................................................................................ 13 Wegverkeerslawaai ................................................................................................................... 13 Industrielawaai ........................................................................................................................... 13 Railverkeerslawaai..................................................................................................................... 13 Vliegverkeerslawaai ................................................................................................................... 13
6.
EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................ 14
6.1. 6.2. 6.3.
Wettelijk kader ........................................................................................................................... 14 Kernbegrippen ........................................................................................................................... 14 Beoordeling................................................................................................................................ 15
7.
STIKSTOF ..................................................................................................................................... 17
7.1. 7.2. 7.3.
Wet natuurbescherming ............................................................................................................ 17 AERIUS Calculator .................................................................................................................... 17 Beoordeling................................................................................................................................ 17
8.
VOLKSGEZONDHEID .................................................................................................................. 18
8.1.
Veehouderijen............................................................................................................................ 18
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
3
8.2. 8.3.
Spuitzones ................................................................................................................................. 20 Hoogspanningsleidingen ........................................................................................................... 20
9.
CONCLUSIE.................................................................................................................................. 21
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
4
1.
INLEIDING
De initiatiefnemer heeft het voornemen om aan de Weelstraat 5 te Oosterland een gezondheidscentrum te realiseren met bedrijfsfunctie. Voor de beoogde transformatie moet het bestemmingsplan ‘Nieuwerkerk en Oosterland’ gewijzigd worden, van een ‘Sport’ functie naar een ‘Maatschappelijke’ functie. Het plangebied is in onderstaande afbeelding weergegeven.
Afbeelding 1. Plangebied
Dit rapportage bevat een beoordeling van alle relevante milieuaspecten ten aanzien van dit plan, in de vorm van een quickscan.
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
5
2.
BEDRIJVEN EN MILIEUZONERING
2.1. Milieuzonering Een goede ruimtelijke ordening voorziet in het voorkomen van voorzienbare hinder en gevaar door milieubelastende activiteiten. Door bij nieuwe ontwikkelingen voldoende afstand in acht te nemen tussen milieubelastende activiteiten (zoals bedrijven) en gevoelige functies (zoals woningen) worden hinder en gevaar voorkomen en wordt het anderzijds bedrijven mogelijk gemaakt zich binnen aanvaardbare voorwaarden te vestigen. Dit wordt milieuzonering genoemd.
2.2. Onderzoeksvragen Bij het beoordelen van een ruimtelijk plan spelen standaard de volgende vragen: - is ter plaatse van de gewenste ruimtelijke ontwikkeling een aanvaardbaar woon- en leefklimaat gegarandeerd? - worden omliggende bedrijven (onevenredig) in hun belangen geschaad? Om een antwoord te geven op deze vragen is een inventarisatie gemaakt van de milieubelastende en milieugevoelige functies in de omgeving.
2.3. Uitwaartse of inwaartse milieuzonering Ruimtelijke scheiding kan tot stand komen door uitwaartse of inwaartse milieuzonering. Bij uitwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieubelastende functies. In een zone rondom de milieubelastende functies worden woningen geweerd. Bij inwaartse milieuzonering wordt uitgegaan van de milieugevoelige functies. In een zone rondom de milieugevoelige functies zijn bepaalde milieubelastende functies niet toelaatbaar.
2.4. Omgevingstypen In de handreiking Bedrijven en milieuzonering worden twee omgevingstypen beschreven: Omgevingstype rustige woonwijk en rustig buitengebied Een rustige woonwijk is een woonwijk die is ingericht volgens het principe van functiescheiding. Afgezien van wijkgebonden voorzieningen komen vrijwel geen andere functies (zoals bedrijven of kantoren) voor. Langs de randen is weinig verstoring door verkeer. Omgevingstype gemengd gebied Een gemengd gebied is een gebied met een matige tot sterke functiemenging. Direct naast woningen komen andere functies voor, zoals winkels, horeca en kleine bedrijven. Ook een lintbebouwing in het buitengebied met overwegend agrarische en andere bedrijvigheid kan als gemengd gebied worden beschouwd. Gebieden die direct langs de hoofdinfrastructuur liggen, behoren ook tot het omgevingstype gemengd gebied.
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
6
2.5. Richtafstanden Voor alle typen bedrijven zijn in bijlage 1 van de handreiking Bedrijven en milieuzonering richtafstanden opgenomen. Het betreft de richtafstanden voor de vier ruimtelijke relevante milieuaspecten geur, stof, geluid en gevaar. Bij het bepalen van deze richtafstanden zijn onder andere de volgende uitgangspunten gehanteerd: a. het betreft 'gemiddelde' moderne bedrijfsactiviteiten met gebruikelijke productieprocessen en voorzieningen; b. de richtafstanden bieden in beginsel ruimte voor normale groei van de bedrijfsactiviteiten. De richtafstanden gelden ten opzichte van een rustige woonwijk en rustig buitengebied. Ten opzichte van een gemengd gebied kunnen de richtafstanden met één afstandsstap worden verkleind (behalve voor het aspect gevaar). Dit is toegelicht in tabel 1. Tabel 1. Richtafstanden Milieucategorie
afstand tot rustige woonwijk / buitengebied
afstand tot gemengd gebied
1 2 3.1 3.2 4.1 4.2 5.1 5.2 5.3 6
10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m 1.500 m
0m 10 m 30 m 50 m 100 m 200 m 300 m 500 m 700 m 1.000 m
2.6. Beoordeling Omgevingstype De omgeving van het plangebied bestaat uit diverse woon- en maatschappelijke functies. We hebben uit voorzorg het plangebied bestempeld als “rustig gebied”. Uitwaartse milieuzonering Met de bouw van een artsenpraktijk is er ook uitwaartse milieuzonering nodig. Een artsenpraktijk heeft een richtafstand van tien meter voor het aspect geluid, zie tabel 2. De richtafstanden zijn gebaseerd op een rustig gebied. Tabel 2. Richtafstanden milieubelastende functies Inrichting, bestemming
SBI, omschrijving
Artsenpraktijk
SBI 8621, 8622, 8623, Artsenpraktijken, klinieken en dagverblijven
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
Richtafstand (m) Rustig gebied Geur
Stof
Geluid
Gevaar
0
0
10
0
7
De milieubelastende functies en de bijbehorende richtafstanden zijn weergegeven op afbeelding 2.
Afbeelding 2. Richtafstanden uitwaartse milieuzonering
Zoals in bovenstaande afbeelding te zien is, ligt de basisschool binnen de richtafstand voor het aspect geluid. Een onderwijsgebouw is een geluidgevoelig object. Een verder onderzoek is hierdoor nodig om te beoordelen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of het plan geen belangen schaadt. Inwaartse milieuzonering Op basis van de vigerende bestemmingsplannen zijn de milieubelastende functies in de omgeving bepaald, zie tabel 3. De richtafstanden zijn gebaseerd op een rustig gebied. Tabel 3. Richtafstanden milieubelastende functies Inrichting, bestemming Weelstraat 1, Basisschool Dokter Schutterstraat 1, Basisschool Weelstraat 5, Sportvereniging
SBI, omschrijving SBI 852, scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs SBI 852, scholen voor basis- en algemeen voortgezet onderwijs SBI 931: Veldsportcomplex (met verlichting)
Richtafstand (m) Rustig gebied Geur
Stof
Geluid
Gevaar
0
0
30
0
0
0
30
0
0
0
50
0
De milieubelastende functies en de bijbehorende richtafstanden zijn weergegeven op afbeelding 3 (feitelijk).
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
8
Afbeelding 3. Richtafstanden feitelijk
In de feitelijke situatie ligt het plangebied binnen de richtafstand voor het aspect geluid van zowel de school als de sportvereniging. Echter, een artsenpraktijk (zonder bedgebieden) vormt geen geluidgevoelig object. Daarom kan worden gesteld dat sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en worden de belangen van de school en sportvereniging niet geschaad betreffende inwaartse milieuzonering. Ten aanzien van overige bedrijven in de omgeving en de overige aspecten geur, stof, en gevaar is geen sprake van een knelpunt.
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
9
3.
GEUR
3.1. Soorten geur Er wordt onderscheid gemaakt in agrarische geur en industriële (overige) geur. In hoofdstuk 2 is toegelicht dat het plangebied niet binnen een richtafstand voor het aspect geur ligt. De richtafstanden voor het aspect geur van agrarische bedrijven volstaan niet in alle gevallen. Daarom wordt hieronder het aspect agrarische geur nader toegelicht.
3.2. Wet geurhinder en veehouderij In de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) staan standaard, landelijk geldende, afstanden en normen waaraan de ligging en geurbelasting van dierenverblijven getoetst moeten worden, in het geval van een aanvraag om milieuvergunning. De Wgv is nader uitgewerkt in de Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv). De normen gelden ter plaatse van geurgevoelige objecten (bijvoorbeeld woningen) en de afstanden gelden tot deze geurgevoelige objecten.
3.3. Geurnormen en afstanden De standaardnormen uit de Wgv zijn opgenomen in tabel 3. Tabel 3. Geurnormen en afstanden volgens de Wet geurhinder en veehouderij Norm Binnen bebouwde kom Geurnorm 2 ouE/m3 Afstand 100 meter
Buiten bebouwde kom 8 ouE/m3 50 meter
De Wgv biedt gemeenten de mogelijkheid de standaardnormen en afstanden aan te passen middels een gemeentelijke verordening. De gemeente Schouwen-Duiveland heeft geen geurverordening.
3.4. Beoordeling Afstanden De dichtstbijzijnde veehouderij Nieuwe Bosweg 3 ligt op ongeveer 550 meter van het plangebied. Ten aanzien van afstanden is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en worden veehouderijen niet in de belangen geschaad. Voorgrondbelasting De dichtstbijzijnde veehouderij met een relevante geuremissie aan Nieuwe Bosweg 3 ligt op een afstand van ongeveer 550 meter van het plangebied. Gezien de geuremissie in relatie tot de afstand tot het plangebied kan op voorhand worden gesteld dat de voorgrondbelasting niet relevant zal zijn. Aangezien bestaande geurgevoelige objecten zijn gelegen tussen de veehouderijen en het plangebied worden de veehouderijen niet in hun belangen geschaad. Achtergrondbelasting Omdat er geen andere veehouderijen in de omgeving zijn gelegen vormt ook de achtergrondbelasting geen knelpunt.
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
10
4.
LUCHTKWALITEIT
4.1. Grenswaarden Wet milieubeheer In bijlage 2 van de Wet milieubeheer zijn grenswaarden voor de concentratie van luchtverontreinigende stoffen opgenomen. Voor dit project zijn stikstofdioxide (NO2), fijn stof (PM10) en zeer fijn stof (PM2,5) van belang. De concentratie van de overige luchtverontreinigende stoffen (zwaveldioxide, koolmonoxide, benzeen en lood) in de buitenlucht is van nature zo laag dat voor deze stoffen geen overschrijding van de grenswaarden wordt verwacht. Voor deze stoffen kan zeker worden voldaan aan de grenswaarden uit bijlage 2 de Wm. Voor de toegestane concentraties NO2 en PM10 gelden de volgende grenswaarden: - voor NO2 geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie; - voor PM10 geldt een grenswaarde van 40 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie; - voor PM2,5 geldt een grenswaarde van 25 µg/m3 als jaargemiddelde concentratie.
4.2. Besluit niet in betekenende mate bijdragen Op basis van het Besluit niet in betekenende mate bijdragen (NIBM) kan worden beoordeeld of een project niet in betekende mate bijdraagt aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Deze projecten hoeven niet getoetst te worden aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer. Projecten met een toename van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde worden als NIBM beschouwd. Voor de stoffen NO2 en PM10 is dit het geval bij een toename van maximaal 1,2 µg/m3. Met berekeningen moet worden aangetoond dat deze maximale toename niet wordt bereikt. Daarnaast zijn in de Regeling NIBM projecten (met een maximale omvang) opgenomen die zonder meer als NIBM kunnen worden beschouwd. Projecten die de vastgestelde maximale omvang niet overschrijden dragen per definitie niet in betekenende mate bij. Dit hoeft niet te worden aangetoond met berekeningen en er hoeft niet te worden getoetst aan de grenswaarden uit de Wet milieubeheer.
4.3. Beoordeling Uit de uitsnede van de Atlas Leefomgeving op afbeelding 6 blijkt dat de luchtkwaliteit ter plaatse van het plan aanvaardbaar is, er wordt ruimschoots voldaan aan de grenswaarden. Het project valt onder de kwantitatieve grenzen van de Regeling NIBM. Het bestemmen van minder dan 1.500 woningen per ontsluitingsweg is niet in betekenende mate van invloed op de luchtkwaliteit. Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
11
Afbeelding 6. Uitsnede van de Atlas Leefomgeving
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
12
5.
GELUID
5.1. Soorten geluid In de Wet geluidhinder (Wgh) zijn grenswaarden opgenomen voor wegverkeerslawaai, industrielawaai en railverkeerslawaai. Verder moet vliegverkeerslawaai worden beoordeeld.
5.2. Wegverkeerslawaai Het plangebied ligt binnen de invloedssfeer van wegen in de 30 km/uur-zone. Echter, een artsenpraktijk (zonder bedgebieden) vormt geen geluidgevoelig object. Daarom is verder onderzoek niet noodzakelijk.
5.3. Industrielawaai In hoofdstuk 2 is beoordeeld dat de basisschool aan Weelstraat 1 binnen de richtafstand van 10 meter van de beoogde artsenpraktijk ligt. Er is een akoestisch onderzoek nodig om te beoordelen of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat en of de belangen van bedrijven niet worden geschaad.
5.4. Railverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen de geluidzone van een spoorlijn. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect railverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het plan.
5.5. Vliegverkeerslawaai Het plangebied ligt niet binnen een Ke-contour van een vliegveld. Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. Het aspect vliegverkeerslawaai vormt geen belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
13
6.
EXTERNE VEILIGHEID
6.1. Wettelijk kader Externe veiligheid gaat over het beheersen van risico's die mensen lopen door opslag, productie, gebruik en vervoer van gevaarlijke stoffen in hun omgeving. Externe veiligheid kan betrekking hebben op inrichtingen of op transportroutes (wegen, spoorwegen, waterwegen en buisleidingen). Voor inrichtingen vormt het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi) het wettelijk kader. Voor transportroutes (weg, spoor en water) geldt het Basisnet en het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt). Voor buisleidingen vormt het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb) het wettelijk kader.
6.2. Kernbegrippen In de genoemde beleidskaders staan twee begrippen centraal: het plaatsgebonden risico en het groepsrisico. Plaatsgebonden risico (PR) Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een persoon, die onafgebroken en onbeschermd op een plaats nabij een risicobron verblijft, komt te overlijden als gevolg van een incident met gevaarlijke stoffen. De norm voor het plaatsgebonden risico bedraagt 10-6 per jaar, oftewel een kans van één op een miljoen. Het plaatsgebonden risico wordt door middel van risicocontouren op een kaart weergegeven. Groepsrisico (GR) Het groepsrisico is de kans dat een groep van tien of meer personen in de omgeving van een risicobron in één keer dodelijk slachtoffer wordt van een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico wordt bepaald binnen het invloedsgebied van een risicobron. Het invloedsgebied wordt gevormd door de 1%-letaliteitsgrens van de risicobron; de afstand waarop nog 1% van de blootgestelde mensen in de omgeving komt te overlijden1. Bij een ontwikkeling binnen het invloedsgebied van een risicobron is een verantwoordingsplicht van het groepsrisico van toepassing. De specifieke eisen hieraan zijn vastgelegd in het Bevi, het Bevb en het Bevt.
Bij een verantwoording van het groepsrisico wordt antwoord gegeven op de vraag in hoeverre externe veiligheidsrisico's in het plangebied worden geaccepteerd en welke maatregelen getroffen zijn om het risico zoveel mogelijk te beperken. Het invullen van de verantwoordingsplicht is een taak van het bevoegd gezag. De verantwoording is kwalitatief en bevat verschillende onderdelen die aan bod kunnen of moeten komen. Ook bestaat er een adviesplicht voor de regionale brandweer.
1
Voor de doorwerking in de ruimtelijke ordening rondom een inrichting wordt uit praktische overwegingen soms een kleinere afstand aangehouden, bijvoorbeeld de afstand tot de plaatsgebonden risicocontour van 10 -8 per jaar.
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
14
6.3. Beoordeling Op basis van gegevens van de Signaleringskaart EV zijn de risicobronnen geïnventariseerd. De risicobronnen en invloedsgebieden zijn weergegeven op afbeelding 7.
Afbeelding 7. Risicobronnen en invloedsgebieden
Inrichtingen In de omgeving van het plangebied liggen geen inrichtingen die relevant zijn ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Wegen In de omgeving van het plangebied liggen geen wegen die relevant zijn ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Spoorwegen In de omgeving van het plangebied liggen geen spoorwegen die relevant zijn ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen.
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
15
Waterwegen In de omgeving van het plangebied liggen geen waterwegen die relevant zijn ten aanzien van het vervoer van gevaarlijke stoffen. Buisleidingen In de omgeving van het plangebied liggen buisleidingen, maar deze zijn niet relevant voor het plangebied. Verder onderzoek is daarom niet nodig.
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
16
7.
STIKSTOF
7.1. Wet natuurbescherming Op 1 januari 2017 is de Wet natuurbescherming in werking getreden. In deze wet worden drie eerdere wetten vervangen. Het gaat om de Natuurbeschermingswet 1998 (Nb-wet) inclusief het Programma Aanpak Stikstof, de Boswet en de Flora- en faunawet. De bescherming van de Natura 2000-gebieden is ondervangen in onderdeel gebiedsbescherming (vervangt Nb-wet). Voor bestemmingsplannen is het toetsingskader voor deze gebieden in de basis ongewijzigd gebleven ten opzichte van de Nb-wet. Als (een wijziging van) een bestemmingsplan negatieve gevolgen heeft voor de Natura 2000gebieden kan het plan in beginsel niet worden vastgesteld. In dat geval moet het bevoegd gezag volgens artikel 2.8, van de Wet natuurbescherming (Wnb) eerst een passende beoordeling opstellen. Uit de passende beoordeling moet blijken dat de instandhoudingsdoelstellingen van de betreffende gebieden niet aangetast worden door het plan. Eventueel worden maatregelen opgenomen die getroffen worden om dit te bereiken. Als niet aangetoond wordt dat aan de instandhoudingsdoelstellingen voldaan wordt, kan het plan geen doorgang vinden. Met behulp van een voortoets kan het bevoegd gezag bepalen of op voorhand negatieve gevolgen uit te sluiten zijn. Hierbij moet voor de gewenste situatie worden uitgegaan van de maximale planologische mogelijkheden.
Voor plannen die ten opzichte van de uitgangssituatie op het referentiemoment geen significante toename in stikstofdepositie veroorzaken, zijn negatieve effecten ten aanzien van dit aspect uit te sluiten. In dat geval hoeft geen passende beoordeling te worden opgesteld.
7.2. AERIUS Calculator Voor het berekenen van de stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden is het rekenprogramma AERIUS Calculator voorgeschreven.
7.3. Beoordeling Het dichtstbijzijnde Natura 2000-gebied ‘Oosterschelde’ is gelegen op een afstand van ongeveer 500 meter van het plangebied. Op deze afstand liggen ook stikstofgevoelige habitattypen. Op voorhand is niet uit te sluiten dat sprake is van stikstofdepositie. Daarbij is zowel de aanlegfase (bouw) als de gebruiksfase (als gereed) van belang. Verder onderzoek is nodig om te bepalen of dit een negatief effect heeft.
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
17
8.
VOLKSGEZONDHEID
8.1. Veehouderijen Er bestaat geen landelijk geldend toetsingskader voor het beoordelen van het aspect volksgezondheid in relatie tot veehouderijen. In de meeste gevallen wordt gebruikgemaakt van de ‘Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0’ van het Bestuurlijk Platform Omgevingsrecht d.d. 30 april 2018. Die handreiking bevat een stappenplan waarmee beoordeeld kan worden of volksgezondheid in relatie tot veehouderijen een dusdanig knelpunt vormt, waardoor advies bij de GGD moet worden opgevraagd. Stap 1. Endotoxine Op basis van het endotoxine toetsingskader 1.0 kunnen voor de diercategorieën vleeskuikens, leghennen en varkens de aan te houden afstanden worden bepaald op basis van de totale jaarlijkse fijnstofemissie. Door deze afstanden aan te houden wordt een te hoge blootstelling aan endotoxine voorkomen. De afstanden worden als volgt berekend:
In de omgeving van het plangebied liggen geen pluimveehouderijen of varkenshouderijen. Stap 1 vormt geen knelpunt. Stap 2. Emissies Onderzocht moet worden of de ontwikkeling leidt tot een toename in de emissie voor geur en/of fijnstof en/of ammoniak. Een toename van geur, fijnstof en/of ammoniak (via vorming van secundair fijnstof) kan mogelijk leiden tot een negatief effect op de volksgezondheid. Het plan leidt niet tot een relevante toename van geur-, ammoniak- en fijnstofemissies. Plangebieden met woningbouw tot 1.500 woningen per ontsluitingsweg zijn conform de Regeling niet in betekenende mate (NIBM) niet van invloed op de luchtkwaliteit (fijn stof in dit geval). Daarnaast blijkt uit de kaarten bij de NSL-monitoringstool dat de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied aanvaardbaar is. Stap 2 vormt geen knelpunt.
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
18
Stap 3a. Geur, milieukundige advieswaarden Onderzocht moet worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aan de hand van de volgende milieukundige advieswaarden:
Daarnaast moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de afstandseis van 100 meter tussen een veehouderij en een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom en 50 meter tussen een veehouderij en een geurgevoelig object buiten de bebouwde kom. Uit hoofdstuk 3 van deze quickscan blijkt dat aan de milieukundige advieswaarden voor de afstanden en de voor- en achtergrondbelasting voldaan. Stap 3a vormt geen knelpunt. Stap 3b. Geur, gezondheidskundige advieswaarden Onderzocht moet worden of sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat aan de hand van de volgende gezondheidskundige advieswaarden:
Daarnaast moet onderzocht worden of voldaan wordt aan de afstandseis van 100 meter tussen een veehouderij en een geurgevoelig object binnen de bebouwde kom of buiten de bebouwde kom. Uit hoofdstuk 3 van deze quickscan blijkt dat aan de gezondheidskundige advieswaarden voor de voor- en achtergrondbelasting voldaan. Stap 4. Meerdere diersoorten Onderzocht moet worden of er veehouderijen van invloed zijn waar meerdere diersoorten worden gehouden, namelijk a. varkens en pluimvee; of b. rundvee en kleine herkauwers (schapen/geiten); of c. kleine herkauwers onderling Ook moet onderzocht worden of er varkenshouderijen en pluimveehouderijen op een afstand van maximaal 100 meter van elkaar liggen en van invloed zijn op het plangebied.
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
19
In de directe omgeving van het plangebied liggen geen veehouderijen met verschillende diersoorten op korte onderlinge afstand van elkaar en op korte afstand van het plangebied. Stap 4 vormt geen knelpunt. Stap 5. Afstanden Onderzocht moet worden of: a. geitenhouderijen binnen 2 km van geurgevoelige objecten zijn gelegen; b. pluimveebedrijven binnen 1 km van geurgevoelige objecten zijn gelegen; c. overige veehouderijen binnen 250 m van geurgevoelige objecten in een bebouwde kom zijn gelegen. Het bevoegd gezag beslist of sprake is van een aanvaardbare gezondheidssituatie. Stap 6. Mestbe- of verwerking Onderzocht moet worden of in de directe omgeving sprake is van mestbe- of verwerking als zelfstandige activiteit of als nevenactiviteit. In de directe omgeving van het plangebied zijn geen bedrijven waarbij sprake is van mestbe- of verwerking. Stap 6 vormt geen knelpunt. Stap 7. Ongerustheid omwonenden In stap 7 van het stappenplan uit de Handreiking veehouderij en volksgezondheid 2.0 wordt ingegaan op ongerustheid bij omwonenden. Gezien de afstand tot veehouderijen wordt geen ongerustheid verwacht. Stap 7 vormt geen knelpunt.
8.2. Spuitzones In de omgeving van het plangebied liggen geen gronden waar mogelijk sprake is van een spuitzone. Het aspect spuitzones vormt geen belemmering voor het plan.
8.3. Hoogspanningsleidingen In de omgeving van het plangebied bevinden zich geen hoogspanningsleidingen. Het aspect hoogspanningsleidingen vormt geen belemmering voor het plan.
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
20
9.
CONCLUSIE
In dit rapport is de quickscan naar de relevante milieuaspecten voor het plan aan Weelstraat 5 te Oosterland beschreven. De belangrijkste conclusies zijn: Industrielawaai In hoofdstuk 2 is beoordeeld dat geluidgevoelige functies binnen het plangebied binnen de richtafstand voor het aspect geluid vallen, zoals de basisschool en het veldsportcomplex. Het aspect industrielawaai moet daarom verder onderzocht worden.de basisschool aan Weelstraat 1 binnen de richtafstand van 10 meter van de beoogde artsenpraktijk ligt. Er is een akoestisch onderzoek nodig om te beoordelen of sprake is van een aanvaardbaar woonen leefklimaat en of de belangen van bedrijven niet worden geschaad. Stikstof Op voorhand is niet uit te sluiten dat er sprake is van stikstofdepositie. Daarbij is zowel de aanlegfase (bouw) als de gebruiksfase (als gereed) van belang. Bij verdere planvorming is een stikstofdepositieonderzoek noodzakelijk om aan te tonen of geen sprake is van negatieve effecten op deze stikstofgevoelige habitattypen. Zeker aangezien er een Natura 2000-gebied op vijfhonderd meter afstand ligt.
Quickscan milieuaspecten Weelstraat 5, Oosterland Datum: 3 oktober 2023 ; Referentie: 20231314.v01
21