1200408 Bijlage 2 Verschillen versie 2023 en versie 2024
Tekst van het document
Nieuwe tekst: Artikel 12 Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Van begrotingsonrechtmatigheden is sprake als het college bij de realisatie van doelen en het realiseren van activiteiten de door de gemeenteraad vastgestelde budgetten voor wat betreft de lasten of investeringsbudgetten overschrijdt, toevoegingen en onttrekkingen aan de reserves die niet door de gemeenteraad zijn vastgesteld en als bij onderschrijdingen van lasten of investeringsbudgetten en/of lagere of hogere baten dan begroot de begroting niet tijdig met begrotingswijzigingen is aangepast. Afwijkingen die in de jaarrekening aan de raad worden gemeld en toegelicht, worden in deze als tijdig beschouwd. 5.
Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a) Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b) Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c) De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. 6. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Oude tekst: Artikel 12 Begrotingscriterium 1. Het begrotingscriterium is een criterium van rechtmatigheid dat betrekking heeft op de grenzen van de baten en lasten in de door de raad geautoriseerde begroting van exploitatie en investeringskredieten en de hiermee samenhangende programma’s, waarbinnen de financiële beheershandelingen tot stand moeten zijn gekomen; 2. De begrotingsrechtmatigheid wordt beoordeeld op het niveau waarop de begroting door de raad is geautoriseerd, zoals is opgenomen in artikel 5. 3. Bij investeringsprojecten wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op het niveau van het totaal gevoteerde kredietbedrag. Een overschrijding van het jaarbudget, passend binnen het totaal bedrag van het krediet, wordt daarmee als rechtmatig beschouwd. 4. Bij een lastenonderschrijding of batenoverschrijding wordt de begrotingsrechtmatigheid beoordeeld op basis van de aanwezigheid van een toelichting in de jaarrekening. De genoemde onder- of overschrijding welke volgens artikel 6 lid 3 toegelicht moet worden, moet voorzien zijn van een toelichting in de jaarrekening en tezamen met de resterende kleinere onder- of overschrijdingen worden deze daarmee als rechtmatig beschouwd. 5. Voorts is het uitgangspunt dat iedere lastenoverschrijding of batenonderschrijding van de begroting als onrechtmatig wordt beschouwd.
Afwijkingen worden als acceptabel aangemerkt in de volgende situaties: a) Er is sprake van een overschrijding waarbij direct gerelateerde inkomsten de overschrijding compenseren. b) Er is sprake van een overschrijding op een open-einde regeling. c) De overschrijding is geautoriseerd door middel van de vaststelling van een tussentijdse rapportage. 6. Voorts wordt een lastenoverschrijding of batenonderschrijding beoordeeld op basis van de tijdigheid waarmee hierover gerapporteerd wordt. De raad wordt op de genoemde onder- of overschrijding in de eerst volgende tussentijdse rapportage (artikel 6) geïnformeerd, met bijbehorend voorstel. Een lastenoverschrijding of batenonderschrijding welke na de laatste tussentijdse rapportage wordt geconstateerd wordt toegelicht in de jaarrekening. 7. Begrotingsonrechtmatigheden die passen binnen het bestaande beleid van de raad, worden opgenomen in de rechtmatigheidsverantwoording (voor zover de verantwoordingsgrens voor afzonderlijke fouten of onduidelijkheden is overschreden), maar worden niet nader toegelicht in de paragraaf bedrijfsvoering.
Nieuwe tekst: Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt: a. van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven, en b. in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. 2. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. 3. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 100.000, - afzonderlijk gespecificeerd. 4. Voor de analyse van de jaarrekening geldt het volgende: a. Het college maakt een algemene analyse van het rekeningresultaat en een analyse per (sub)programma. b.
Bij de algemene analyse van het jaarrekeningsaldo presenteert en licht het college de volgende afwijkingen met de begroting toe: afwijkingen per (sub)programma op baten, lasten en reservemutaties groter dan € 100.000 of groter dan 50%, afwijkingen op geautoriseerde investeringsbudgetten groter dan € 250.000 of groter dan 10%. (met een ondergrens van € 50.000). Oude tekst:Artikel 3. Inrichting begroting en jaarstukken 1. Bij de uiteenzetting van de financiële positie in de begroting wordt: a. van de nieuwe investeringen per investering het benodigde investeringskrediet weergegeven en wordt van de lopende investeringen het geautoriseerde investeringskrediet en de raming van de uitputting van het investeringskrediet in het lopende boekjaar weergegeven, en b. in aanvulling op het bepaalde in de artikelen 20 en artikel 21 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten inzicht gegeven in de ontwikkeling van de schuldpositie als gevolg van de begroting, de meerjarenraming, de investeringen en de grondexploitatie. 2. In de jaarrekening wordt van de investeringen de uitputting van de geautoriseerde investeringskredieten en de actuele raming van de totale uitgaven en inkomsten weergegeven. 3. In het overzicht van de geraamde incidentele baten en lasten per programma worden posten vanaf € 100.000, - afzonderlijk gespecificeerd.
Nieuwe tekst: Artikel 27. Grondbeleid 1. Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de 4 jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota grondbeleid vast. De nota grondbeleid bevat in ieder geval: a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden, en c. de wijze waarop met de toerekening van bovenwijkse voorzieningen wordt omgegaan. 2. Burgemeester en wethouders stellen jaarlijks een grondprijzenbrief vast met uitgifteprijzen voor gronden. 3. De voorziening voor verliesgevende grondexploitaties wordt gewaardeerd tegen nominale waarde.
Oude tekst: Artikel 27. Grondbeleid 1. Burgemeester en wethouders bieden de raad ten minste eens in de 4 jaar een nota grondbeleid aan. De raad stelt de nota grondbeleid vast. De nota grondbeleid bevat in ieder geval: a. de strategische visie van het toekomstig grondbeleid van de gemeente; b. de uitgangspunten voor de verkoopprijzen van gronden, en c. de wijze waarop met de toerekening van bovenwijkse voorzieningen wordt omgegaan. 2. Burgemeester en wethouders bieden de raad jaarlijks een grondprijzenbrief aan met een vastgestelde uitgifteprijs voor zowel maatschappelijke grond als intern door te leveren grond. De raad stelt de grondprijzenbrief vast. 3. De voorziening voor verliesgevende grondexploitaties wordt gewaardeerd tegen nominale waarde.