CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1195503 RVS Kostendekkendheid Havens

Commissie Samenleving en Bestuur 10 oktober 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Kostendekkendheid Havens (1195503)4.005 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

Raadsvoorstel

Urgentie

Hoog, Een direct gevolg van het vaststellen van het rapport Kostendekkendheid is een voorstel tot een verhoging van de tarieven voor vaste ligplaatsen. Die dient verwerkt te worden in de verordening Scheepvaartrechten. De bevoegdheid van het vaststellen daarvan ligt bij de raad, vaststelling van de verordening dient – in ieder geval voor de tarieven voor vaste ligplaatsen - uiterlijk plaats te vinden vóórafgaand aan het begin van het nieuwe belastingjaar. Immers is het vanuit fiscaal-juridische voorschriften niet mogelijk gedurende het belastingjaar tarieven voor jaargebonden heffingen te verhogen. Het vorengaande impliceert dat de tarieven voor vaste ligplaatsen, gebaseerd op vigerende wetgeving, feitelijk niet eerder kunnen worden gehanteerd dan per 2025.

Onderwerp Zaaknummer Datum Openbaarheid Afdeling Portefeuillehouder Opdrachtgever

Daarmee wordt in 2024 niet voldaan aan de uitgangspunten dat tariefstelling plaatsvindt op basis van integrale kostendoorrekening en minimaal kostendekkend is en marktconform. Kostendekkendheid Havens 1195503 24 september 2024 Actief openbaar Openbare Werken (OW) A.M.J. van Burg Afdelingshoofd OW

Voorstel 1. In te stemmen met het rapport ‘Kostendekkendheid gemeentelijke havens 2023’ en het bijbehorende uitvoeringsprogramma ‘Kostendekkendheid gemeentelijke havens 2023’. 2. Kennis te nemen van de notitie Advies Wet M&O-havens van Pels Rijcken met betrekking tot het zogenaamde algemeen belang besluit en mogelijkheden ingroeimodel op basis van vigerende wetgeving. 3. Kennis te nemen van het vergelijkend onderzoek ‘Marktconformiteit van de tarieven die de beroepsvaart en de bruine vloot betalen in onze havens’ conform vastgesteld amendement. 4. In te stemmen met de verhoging van de tarieven op basis van integrale kostendoorrekening van 100% en marktconformiteit per 1 januari 2025 en deze te verwerken in de verordening Scheepvaartrechten 2025. 5. In te stemmen met het structurele voordeel vanaf 2025, per saldo € 211.365, toe te voegen aan de budgettaire ruimte 2025 en verder. 6. Op grond van artikel 87 Gemeentewet geheimhouding over te nemen omtrent de inhoud van bijlage 8 Advies Ten Holter Noordam bij dit voorstel. De motivering hiervan is op grond van artikel 5.2 lid 1 WOO. a. De geheimhouding op te leggen voor onbepaalde tijd.

Inleiding Pagina 1 van 11

Historie besluitvorming Middels de Programmabegroting 2012-2015 stemde de gemeenteraad in om vanaf 2012 de kostenonderbouwing gebaseerd op 100% kostendekkendheid toe te passen op (onder andere) Scheepvaartrechten. In november 2015 heeft het college de bestuursopdracht ‘Kostendekking scheepvaartrechten’ vastgesteld in navolging van het onderzoek ‘Kostendekkendheid Reiniging 2011-2016’ en ‘Kostendekkendheid lijkbezorging’. In 2016 werd het rapport ‘Exploitatie onderzoek gemeentelijke havens Schouwen-Duiveland’ als basis voor de kostendekkendheidsanalyse. Het college besloot in december 2019 tot een koppeling van het dossier Kostendekkendheid havens aan de bezuinigsopgave die middels de Bestuursopdracht Creëren Budgettaire Ruimte werd vormgeven. In dat kader werd het rapport Kostendekkenheid havens in september 2019 in een raadsbijeenkomst gepresenteerd. In april 2020 heeft het college een voorlopig besluit genomen ten aanzien van de actiepunten, maatregelen en investeringen zoals opgenomen rapport ‘Kostendekkendheid gemeentelijke havens’ en het uitvoeringsprogramma (zaaknummer 274328). In de begroting 2020 hebben we al een totaalbedrag per jaarschijf opgenomen voor aanpassingen aan de lastenkant van de havenexploitatie.

Dit betreft onder andere: · Aanpassing van het onderhoud in de havens op basis van de meerjarenonderhoudsplanning (MJOP) en de herziening van het baggerbeheersplan. Inhoudelijk verwijzen we hiervoor verder naar het raadsbesluit met zaaknummer 227025; · Een taakstelling ten aanzien van de personeelslasten van de havenmeesters. Middels de bestuursopdracht Creëren budgettaire ruimte (zaaknummer 328049) heeft de raad d.d. 21 september 2020 een besluit genomen ten aanzien van de batenkant (tarieven) van dit voorstel (7d2 ): · De tarieven voor de recreatieve vaart op basis van integrale kostendoorrekening van 100% en marktconformiteit te verhogen ingaande 2021. · Ten aanzien van de beroepsvaart allereerst een nadere verkenning doen, in samenspraak met de sector, naar de optimalisatiemogelijkheden van de beroepsvaart. De uitkomsten verwerken in een voorstel voor aanpassing van de tarieven voor de beroepsvaart ingaande 2022. Het beschikbaar stellen van het krediet en de financiële consequenties van de actiepunten, maatregelen en investeringen zoals opgenomen rapport ‘Kostendekkendheid gemeentelijke havens 2019’ en het uitvoeringsprogramma zijn destijds verwerkt in de programmarapportage in 2020. De verhoging van de tarieven voor de recreatieve vaart, 10% per 1 januari 2021, zijn verwerkt en daardoor betrokken bij het vaststellen van de belastingverordeningen in december 2020.

Ten aanzien van privaatrechtelijke overeenkomsten, zoals de verhuur van oppervlakten water, zijn de tarieven aangepast naar kostendekkend en marktconform op basis van de Wet M&O.

Pagina 2 van 11

Wet Markt en Overheid (WM&O) Op 1 juli 2012 is de WM&O in werking getreden. Doelstelling van de WM&O is zo gelijk mogelijke concurrentieverhoudingen te creëren tussen overheden en particuliere ondernemingen, rekening houdend met de specifieke publieke taak van de overheid. De (de)centrale overheid die commerciële activiteiten verricht, kan een gunstigere positie op de markt verkrijgen dan het bedrijfsleven. Bij het verrichten van die activiteiten kunnen overheden oneigenlijk gebruikmaken van publieke middelen en dat leidt tot concurrentievervalsing met bedrijven. De WM&O verbiedt het verrichten van deze en andere commerciële activiteiten door overheden overigens niet. Bovendien heeft de VNG met de rijksoverheid afgesproken dat de kostenonderbouwing van gemeentelijke heffingen transparanter moet worden. Voor de havens in Bruinisse (Vissershaven en Vluchthaven), Brouwershaven, Den Osse en Zierikzee is onze gemeente (gedeeltelijk) verantwoordelijk voor het onderhoud, beheer en exploitatie. Deze exploitatie kost de gemeente jaarlijks geld. Ondanks de inkomsten van pacht- en huurovereenkomsten, inkomsten van passanten en andere vaste ligplaatshouders, moet er jaarlijks geld worden bijgelegd aan de exploitatie van de havens. Daardoor is er op basis van de beginselen van de WM&O geen sprake van een kostendekkende exploitatie omdat de lasten niet worden geheven bij de eindgebruikers.

Op basis van de begroting 2023 is de kostendekkendheid van de havens als volgt: Haven

Kostendekkendheid begroting 2023

Zierikzee Bruinisse Vissershaven Bruinisse Vluchthaven Brouwershaven Den Osse Gemiddeld

84 % 82 % 78 % 80 % 53 % 78%

De havens worden overigens niet 100% fiscaal kostendekkend geëxploiteerd. In de begroting en jaarrekening in de paragraaf lokale heffingen op grond van het bepaalde in de BBV moeten we een onderbouwing van de kostprijs van de rechten / leges opnemen. Daarin vermelden wij de volgende tekst in de jaarrekening 2023: “Het dekkingspercentage van de gemeentelijke havens is lager dan begroot, namelijk 23% (begroot was 43%). Bij deze percentages merken we op dat deze exclusief privaatrechtelijke baten zijn, zoals verhuurde en verpachte gedeelten van de havens. Deze maken geen onderdeel uit van de fiscale kostendekkendheid. Daarom zijn de cijfers onvergelijkbaar met overzichten die bijvoorbeeld te relateren zijn aan de Wet Markt en Overheid.” In 2023 heeft een herijking van het rapport plaatsgevonden. Een toelichting hierop is terug te vinden in bijlage 2 van dit advies. Dit definitieve advies wordt conform het amendement, zoals aangenomen d.d. 28 maart 2024, aan de gemeenteraad aangeboden.

Pagina 3 van 11

Beoogd resultaat Een 100% kostendekking van de havenexploitatie en de tarifering te bepalen op basis van integrale kostendoorrekening en marktconformiteit.

Argumenten 1.1 Om te bepalen of de exploitatie van een haven kostendekkend is, wordt de methode van integrale kostendoorrekening toegepast. Dit is voor een overheidsorganisatie verplicht op grond van de WM&O. Dit betekent dat aan goederen of diensten ten minste de kosten die daarmee samenhangen toegerekend moeten worden, zodat het tarief niet lager is dan het kostenniveau. Het gaat in ieder geval om de volgende kosten: 1. Operationele kosten, zoals personeelskosten en huisvestingskosten; 2. Afschrijvings- en onderhoudskosten; 3. Vermogenskosten (rentelasten). Wanneer we als overheid actief zijn op de ‘markt’, dienen we eerlijk te concurreren met ondernemers. Wij hebben als overheid immers publieke middelen waarover ondernemers niet beschikken. Wij dienen ons daarom aan de gedragsregels van de WM&O te houden. Voor de exploitatie van onze havens betekent dat: De belangrijkste regel uit de wet houdt in dat overheden hun economische activiteiten niet onder de kostprijs mogen uitoefenen. Er moet onderscheid worden gemaakt tussen de verplichting om de integrale kostprijs te rekenen en de verplichting om een marktconforme prijs te rekenen. De verplichting tot marktconform handelen geldt op grond van het staatssteunrecht.

Het verhogen van de tarieven, conform dit voorstel, binnen gemeentelijke exploitatie van de havens is noodzakelijk om te voldoen aan het doorrekenen van de integrale kostprijs. Daar wordt nu niet aan voldaan. Voor de berekening van de vermogenskosten van de wateroppervlakte die ten laste van de havenexploitatie wordt gebracht, is het renteomslagpercentage aangehouden zoals jaarlijks bij de begroting wordt vastgesteld. De grondslag waarover dit percentage wordt berekend is de werkelijke aankoopwaarde, of, indien geen aankoopwaarde beschikbaar is, de getaxeerde waarde. Zie verdere toelichting in het rapport.

1.2 Het voorstel voor tarifering op basis van de integrale kostendoorrekening is bovendien marktconform aan de hand van het Europees staatssteunrecht. Staatssteun kan in allerlei vormen voorkomen en beperkt zich niet alleen tot de klassieke subsidie. Ook steunmaatregelen in de vorm van garanties, leningen, risicokapitaal, verlaagde huur en grondverkoop onder de marktwaarde kunnen hier bijvoorbeeld onder vallen. Om te beoordelen of er sprake is van staatssteun, worden de cumulatieve criteria art. 107 lid 1 VWEU gehanteerd. Dat wil zeggen dat er aan alle criteria moet worden voldaan alvorens er sprake is van staatssteun. Het Europees staatssteunrecht stelt dat er sprake moet zijn van een marktconforme prijs. Deze Pagina 4 van 11

marktconforme prijs wordt vóór de transactie door een onafhankelijk taxateur vastgesteld. Volgens deze marktwaarde dient de overheidsgrond in dit geval verhuurd te worden. De gemeentelijke havens hebben we daarom door een onafhankelijke taxateur, gespecialiseerd in havens, laten taxeren.

1.3 Voor de berekening van de integrale kosten is het besluit van het CBb d.d. 11 juni 2019 (ECLI:NL:CBB:2019:233) gevolgd inzake de casus (voormalige) gemeente Hellevoetsluis; te weten exploitatie ligplaatsen. Er wordt gesteld dat de kosten van de haveninfrastructuur naar rato van het gebruik aan de ligplaatsen in boxen moeten worden toegerekend. Uit oogpunt van proportionaliteit dient een percentage te worden toegerekend aan havenactiviteiten. Dat percentage representeert eenvoudigweg het feit dat de publieke haveninfrastructuur twee functies heeft, namelijk havenactiviteiten en publieke infrastructuur. Binnen de exploitatie van de gemeentelijke havens in onze gemeente is per onderdeel een duidelijk onderscheid te maken tussen havenactiviteiten en publieke infrastructuur. Daarom wordt uitgegaan van de feitelijke verdeling tussen beiden. Op grond van artikel 25 lid 4 Mw moet het bestuursorgaan in kwestie namelijk aantonen dat het de integrale kosten heeft doorberekend. Met betrekking tot regulier onderhoud, groot onderhoud en baggeren is de feitelijke verdeling inzichtelijk gemaakt. Dat betekent dat de kosten worden verdeeld tussen ligplaatsen en openbaar vaarwater. Zie verdere uitwerking in rapport. 1.4 Voor de kostendekkendheid van havens, op basis van de verordening Scheepvaartrechten, is zogenaamde kruissubsidiëring van toepassing.

Bij retributies en leges waarbij de tarieven voor verschillende activiteiten in één belastingverordening worden geregeld, kan zich de vraag voordoen op welk niveau de kostendekkendheid moet worden getoetst. Het uitgangspunt daarbij is toetsing op verordeningenniveau, waarbij de geraamde lasten van alle benoemde activiteiten worden gedekt door de gezamenlijke baten uit de te heffen belastingen. Hierdoor is zogenoemde kruissubsidiëring mogelijk: een verwacht overschot bij de ene activiteit wordt gebruikt voor de dekking van een verwacht tekort bij een andere activiteit. Het is dus niet nodig om de kostendekkendheid per activiteit te bepalen. Havengelden worden gerekend tot de retributies; in de strikte zin van de belastingtheorie gelden zij niet als belastingen. Retributies onderscheiden zich van belastingen, doordat zij de rechtstreekse tegenprestatie vormen voor een concrete, door de overheid geleverde dienst. Leges worden opgelegd op basis van artikel 229, lid 1 onder b en 229b van de Gemeentewet. Havengelden worden opgelegd op basis van artikel 229, lid 1 aanhef en de onderdelen a en b en 229b van de Gemeentewet. 2.1 Er is uitvoering gegeven aan de toezegging van de portefeuillehouder, om een second opinion te laten plaatsvinden.

Naast een externe juridische toetsing van het rapport Kostendekkendheid door een specialist inzake WM&O en staatsteunrecht, is opdracht gegeven voor het opstellen van een second opinion op basis van twee vragen: 1. Is het toepassen van een zogenaamd algemeenbelangbesluit voor de havens van Bruinisse en Zierikzee gerechtvaardigd op basis van vigerende wetgeving en het beleid van gemeente Schouwen-Duiveland? 2. Is een ingroeiscenario voor de verhoging van de tarieven onder omstandigheden mogelijk en niet in strijd met vigerende wetgeving.

Pagina 5 van 11

De notitie Advies Wet M&O – havens van Pels Rijcken (bijlage 9) geeft antwoord op deze vragen en geeft een beschrijving van de juridische risico’s bij niet naleving van de Wet M&O.

3.1 Op basis van het amendement is een overzicht opgesteld. Door middel van dit overzicht is uitvoering gegeven aan het beslispunt vanuit het amendement op basis van het gestelde onder a, b en c. Het overzicht is gebaseerd op de gepubliceerde publiekrechtelijke verordening wanneer het een gemeentelijke haven betreft of de gepubliceerde tarieven wanneer het om een haven met een andere eigendomsstructuur gaat. Daarbij is van belang op te merken dat gemeentelijke en commerciële havens (in welke eigendomsstructuur dan ook) niet zuiver te vergelijken zijn. Tevens zeggen de tarieven van andere havens niets over de kostendekkendheid van die specifieke havens en in hoeverre voldaan wordt aan vigerende wet- en regelgeving. Dat is voor het opstellen van dit overzicht logischerwijze ook niet onderzocht. Het overzicht met leeswijzer is toegevoegd als bijlage 10.

4.1 Een verhoging van de leges is noodzakelijk op basis van de uitgangspunten WM&O. Een kostendekkende exploitatie van de gemeentelijke havens op basis van integrale kostendoorrekening én minimaal marktconformiteit heeft consequenties voor de tarifering in de havens voor huurovereenkomsten en de verhuur van (vaste) ligplaatsen. De tarieven zijn in de haven van Zierikzee, in verband met achterstallig onderhoud, eenmaal verhoogd met 25% voor de beroepsvaart en 20% voor recreatieve ligplaatsen op basis van een rapport van Witteveen en Bos (beleidsplan ‘havens Schouwen-Duiveland’) met ingang van het jaar 2002. De overige jaren, sinds de gemeentelijke herindeling in 1997, zijn de tarieven jaarlijks enkel verhoogd op basis van de gebruikelijke indexatiemethodiek. Verdere verhogingen van tarieven op basis van kostendekkendheid, investeringen of iets dergelijks zijn niet toegepast. Wanneer in het verleden ten aanzien van de tarifering werd geanticipeerd op het benodigde onderhoud en investeringen in de havens, waren de tarieven anno 2024 reeds van een ander niveau. In Bruinisse zijn de tarieven voor vaste ligplaatsen in de Vissershaven verhoogd per 1 januari 2012 als direct gevolg van de herinrichting van de Vissershaven. De herinrichting van deze haven is gefinancierd vanuit een Europees project met een verplichte cofinanciering.

De cofinanciering is door onze gemeente gefinancierd middels een verhoging van de tarieven met een onderscheid tussen schepen kleiner en groter dan 50m2. Deze verhoging is dus enkel van toepassing voor de dekking van de cofinanciering en hangt op geen enkele wijze samen met een integrale kostendoorrekening en marktconforme tarieven. Deze aspecten zijn destijds buiten beschouwing gelaten. Er is sprake van een aanzienlijk verschil in tarieven tussen de havens van Bruinisse en Zierikzee. In hoofdstuk 8 van het rapport zijn de noodzakelijke verhogingen op basis van de WM&O opgenomen in een tabel.

Pagina 6 van 11

In het rapport is ook rekening gehouden met de zogenaamde BTW-labeling. Op het moment dat er geen verhoging of een andere verhoging van de tarieven plaatsvindt, worden de baten logischerwijze minder. Dat betekent dat er sprake is van een andere verhouding tussen belast en onbelast. Dat heeft consequenties. 4.2 Het toewerken naar 100% kostendekkendheid en marktconformiteit heeft een effect op de budgettaire ruimte in 2024 en vanaf 2025. Het structurele nadeel (€ 130.909) is aan de hand van het besluit door de gemeenteraad d.d. 28 maart 2024 (zaaknummer 999890) reeds in de begroting verwerkt. Dit betreft de noodzakelijke actualisatie van de budgetten als opgenomen in hoofdstuk 6 van het rapport. Het totale effect vanuit de verhoging van de tarieven om tot 100% kostendekkendheid en marktconformiteit te komen, is € 195.802 (op basis van het rapport prijspeil 2023). In de Kadernota programmabegroting 20252028 staat het kostendekkend maken van de tarieven voor de beroepsvaart benoemd bij de dekkings- en verruimingsmogelijkheden budgettaire ruimte. In 2024 zijn de tarieven van de verordening Scheepvaartrechten met 4,5% geïndexeerd, dat zou een structureel voordeel betekenen van € 204.613. Voor 2025 worden de tarieven conform Kadernota met 3,3 % geïndexeerd, dat zou een structureel voordeel betekenen van € 211.365.

Deze baten zijn gebaseerd op de vaste ligplaatshouders in het jaar 2023. Vanaf 2025 is sprake van een structureel voordeel van € 211.365 en voegen we dit toe aan de budgettaire ruimte. Dat is in de programmabegroting 2025-2028 reeds verwerkt. Het rapport is wegens uitstel van besluitvorming en vastgesteld amendement niet aangepast. Dat betekent dat in praktijk sprake kan zijn van een kleine afwijking van de genoemde bedragen. 6.1 In het kader van het belang, genoemd in artikel 5.2 van de Wet Open Overheid (WOO), is geheimhouding van deze bijlage essentieel. Bijlage 8 betreft een externe juridische toetsing van het rapport Kostendekkendheid door een specialist inzake WM&O en staatsteunrecht ten behoeve van intern beraad. Opsteller van deze notitie is bovendien betrokken bij een vergelijkbaar dossier bij voormalig gemeente Hellevoetsluis wat geheimhouding voor onbepaalde tijd rechtvaardigt.

Kanttekeningen 2.1 Uit de conclusie in de notitie Advies Wet M&O blijken de consequenties van een ingroeimodel en algemeenbelangbesluit. Indien de gemeenteraad af wenst te wijken van een kostendekkende exploitatie is dit in strijd met de WM&O. De raad heeft de bevoegdheid om een algemeenbelangbesluit te nemen. Dan moet worden aangetoond dan er met het exploiteren van ligplaatsen voor de beroepsvaart een zeker algemeen belang wordt gediend. Er dient antwoord gegeven te worden op de vraag ‘wat een acceptabele stimuleringsbijdrage voor het toeristische/maritieme karakter van de gemeente is op basis van de economische voordelen voor de middenstand’. Het ontbreekt aan de financiële onderbouwing en argumentatie van deze zogenaamde economische spin-off.

Pagina 7 van 11

Uit jurisprudentie blijkt bovendien dat een dergelijk besluit niet haalbaar is wegens het ontbreken van een toereikende motivering. De kans is reëel bij het nemen van een dergelijk besluit specifiek voor de beroepsvaart, dat het besluit de rechterlijke toets der kritiek niet zal kunnen doorstaan. Zeker na aanscherping van deze wetgeving. In de Wet M&O en jurisprudentie wordt geen grondslag of aanknopingspunt gezien voor het hanteren van een ingroeiscenario. Het hanteren van een ingroeimodel betekent in feite dat de gemeente langer in strijd met de Wet M&O zal handelen. De wet noopt al geruime tijd tot tariefsverhoging, de wetgever heeft immers bij de invoering van de Wet M&O reeds in een overgangsperiode voorzien die in 2014 is verlopen. De Wet M&O biedt geen mogelijkheid voor een langere overgangsperiode. Zie notitie Advies Wet M&O – havens opgesteld door Pels Rijcken (bijlage 9). 3.1 Het vergelijken van tarieven op basis van dezelfde uitgangspunten is onmogelijk. Op basis van het amendement wordt verzocht om een vergelijkend onderzoek uit te voeren naar ‘de marktconformiteit van de tarieven die de beroepsvaart en de bruine vloot betalen in onze havens. De tarieven van onze havens worden daarin vergeleken met de andere, voor de visserijsector en de bruine vloot relevante, Nederlandse havens’.

“ACM constateert dat veel gemeenten de tarieven van jachthavens baseren op een vergelijking van tarieven met omliggende jachthavens. Een vergelijking zegt echter niet of het tarief wel alle kosten dekt. Anita Vegter, bestuurslid ACM: “Gemeenten moeten eerst kijken of ze alle kosten doorberekenen in hun tarief. Daarna kunnen ze hun tarief vergelijken met die van omliggende jachthavens. Aanpassen van het tarief kan dan nog steeds, zolang het tarief maar alle kosten dekt.” Er is een overzicht (inclusief leeswijzer) opgesteld maar het zuiver vergelijken van de havens is onmogelijk wegens; · De omvang van de economische activiteiten in een haven. · Het ontbreken van een beroepshaven met vaste ligplaatsen. · Het ontbreken van tarieven voor een bepaald type beroepsvaart. · De eigendomsstructuur. · Wij niet kunnen beoordelen of een haven moet voldoen aan de WM&O. · Of een haven, die op basis van de eigendomsstructuur verplicht is aan de WM&O te voldoen, feitelijk ook aan deze wet voldoet. 4.1 Er is sprake van een risico wanneer niet wordt voldaan aan de uitgangspunten van WM&O. Wij dienen ons als overheidsinstantie uiteraard te houden aan vigerende wetgeving. Verschillende dossiers ten aanzien van de privatisering van havens hebben in het verleden aandacht gekregen in het kader van het staatssteunrecht.

Wij wijzen hierbij op actuele jurisprudentie betreffende de voormalige gemeente Hellevoetsluis. In juni 2019 heeft een dergelijke klacht geleid tot een bindende uitspraak van de ACM en in het hoger beroep door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven in het kader van de Mededingingswet als onderdeel van de Wet Markt en Overheid. In bijlage 4 bij dit advies treft u een samenvattende publicatie aan van de gerechtelijke uitspraak. Een kostendekkende exploitatie van de gemeentelijke havens op basis van integrale kostendoorrekening én minimaal marktconformiteit heeft consequenties voor de tarifering in de havens voor huurovereenkomsten en de verhuur van (vaste) ligplaatsen. We voldoen daarmee aan de eisen die aan de gemeente worden gesteld op basis van vigerende wetgeving.

Pagina 8 van 11

Wegens de uitgangspunten van de WM&O is het voorgeschreven dat gemeenten een kostendekking van 100% en marktconformiteit als uitgangspunt hanteren. Daarbij is het van belang zich te realiseren dat de WM&O reeds sinds 2012 in werking is getreden en de tekorten binnen de havenexploitatie worden aangevuld vanuit algemene middelen. De verordening Scheepvaartrechten richt zich in hoofdzaak op bedrijven waardoor een risico van de levering van staatsteun aanwezig is. 4.2 Een verhoging van de leges kan leiden tot het opzeggen van ligplaatsen en leegstand. Dit is een aanwezig risico wat samenhangt met het verhogen van tarieven. Desondanks is het geen argument om ons ten aanzien van tarifering niet te houden aan geldende wet- en regelgeving op basis van de WM&O en Europees staatssteunrecht. In het rapport is geen rekening gehouden met eventueel opzeggen van ligplaatsen en leegstand wat betreft financiële consequenties. Dit is gebaseerd op de huidige stand van zaken en geeft daarbij dus ook geen garanties voor de toekomst. Het vertrek of wisseling van schepen en leegstand heeft dan ook direct een gevolg voor de kostendekkendheid. Reeds bestaande leegstand wordt overigens niet doorberekend in de tarieven. Lagere baten wegens leegstand heeft uiteraard wel gevolgen voor de exploitatie van de havens.

4.3 Geen verhoging van de tarieven of een mindere verhoging van tarieven heeft een effect op het positieve resultaat. Het totale effect van de actualisatie van de budgetten (2023) die betrekking hebben op de havens, leidt tot een structureel nadeel (reeds verwerkt in begroting). Een ander besluit ten aanzien van het verhogen van de tarieven heeft daardoor een effect op het positieve resultaat.

Financiën Begroting Begrotingswijziging Eenmalige lasten Structurele lasten Eenmalige baten Structurele baten Dekking

Niet binnen begroting Ja

211365,00 Budgettaire ruimte 2025 en verder.

We voegen het structureel voordeel van € 211.365 toe aan de budgettaire ruimte 2025 en verder en hebben dat verwerkt in de begroting 2025 en verder.

Communicatie Op 11 januari 2024 vond een openbare bijeenkomst plaats voor raads- en commissieleden over dit dossier. Het voorstel Kostendekkendheid havens is door de gemeenteraad behandeld in januari en maart 2024. Alle vaste ligplaatshouders van onze gemeente hebben destijds een brief ontvangen omtrent de besluitvorming van dit dossier. Dit voorstel wordt opnieuw aangeboden aan de gemeenteraad op basis van een vastgesteld

Pagina 9 van 11

amendement. Er is niet opnieuw gecommuniceerd over dit voorstel omdat vigerende wetgeving en het rapport niet zijn gewijzigd aan de hand van het amendement en de acties die daar uit zijn voortgekomen.

Uitvoering Verhoging van tarieven per 1 januari 2025. Bijlagen Bijlage 1 Herijking 2023 Bijlage 2 Scenario’s conform amendement Bijlage 3 Gerechtelijke uitspraak Bijlage 4 Overzicht verhogingen per ligplaats Den Osse Bijlage 5 Overzicht verhogingen per ligplaats Bruinisse Vissershaven Bijlage 6 Overzicht verhogingen per ligplaats Bruinisse Vluchthaven Bijlage 7 Overzicht verhogingen per ligplaats Zierikzee Bijlage 8 Advies Ten Holter Noordam Geheim Bijlage 9 Notitie Pels Rijcken Bijlage 10 Vergelijkend onderzoek conform amendement Bijlage 11 Tarieven Bruinisse Visserijhaven Bijlage 12 Tarieven Bruinisse Vluchthaven Bijlage 13 Tarieven Zierikzee Bijlage 14 Vergelijking tarieven Rapport Kostendekkendheid havens 1195503

Pagina 10 van 11

Burgemeester en wethouders van Schouwen-Duiveland hebben op 24 september 2024 besloten, S.J.A. Bronsveld

J.Chr. van der Hoek MBA

Secretaris

Burgemeester

Pagina 11 van 11

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14566605/1