1175378 Bijlage 6 Nti strategische beleidskeuzen BT-programma
Tekst van het document
Notitie richting geven aan strategische keuzen bedrijventerreinenprogramma behorende bij commissievoorstel (zaak 985115) In deze notitie gaan we eerst in op het provinciale beleid en de actuele provinciale prognoses met betrekking tot de uitbreidingsbehoefte waar de gemeente rekening mee moet houden bij het opstellen van het actuele bedrijventerreinenprogramma. Vervolgens komen de strategische en richtinggevende beleidskeuzen aan de orde met de consequenties van een bepaalde keuze. De strategische keuzen zijn verdeeld in: A. Locatiekeuze en andere kwantitatieve beleidskeuzen met betrekking tot de uitbreiding van bedrijventerreinen; B. Kwalitatieve keuzen met betrekking tot alle bedrijventerreinen en uitvoeringsplan toekomstbestendigheid bedrijventerreinen; C. wel of niet ontwikkelen van een aquacultuurterrein bij Bruinisse. Bij doorgaan is een uitgebreider haalbaarheidsonderzoek nodig. Actuele provinciale prognoses We gaan bij het opstellen van het bedrijventerreinenprogramma uit van het volgende actuele beleid en cijfers: Het provinciale beleid gaat ervanuit dat het overgrote deel van de vraag naar bedrijfskavels terecht moet komen op de grootschalige bedrijventerreinen. Op Schouwen-Duiveland zijn dat de bedrijventerreinen Straalweg en Zuidhoek in Zierikzee en het bedrijventerrein in Bruinisse.
Daarnaast mag er van de provincie een beperkt deel van de behoefte gerealiseerd worden op de kleinschalige bedrijventerreinen in de kernen en in het buitengebied (bedrijventerreinen vanaf 1 hectare en groter). Het uitbreiden van de kleinschalige bedrijventerreinen mag uitsluitend als het daarbij gaat om een ruimtelijke afronding van het betreffende terrein. Verdere uitbreiding in de toekomst is dan vervolgens uitgesloten. De prognose van de provincie raamt de uitbreidingvraag voor de periode 2023 tot en met 2032 en de periode 2033 tot en met 2040 in twee scenario's. De scenario’s zijn gebaseerd op de toekomstbeelden voor economie en demografie van het EIB (Economisch Instituut voor de Bouw). Voor Schouwen-Duiveland gaat het om een totale uitbreidingsvraag van 12 (laag scenario) tot 27 hectare (hoog scenario) voor de periode 2023 t/m 2040. Aanvullend kan er sprake zijn van vervangingsvraag en verplaatsingsvraag (bijzonder vorm van vervangingsvraag). In de programmering van het bedrijventerreinenprogramma kijken we naar de periode t/m 2035. met onderstaande ruimtebehoefte naar bedrijventerreinen:
1
De behoefte aan bedrijventerrein bedraagt circa 8,5 tot 18,5 hectare. Deze berekeningen zijn exclusief een eventueel aquacultuurterrein in Bruinisse en het 150kV-station en andere algemene energievoorzieningen (Algemeen Energieplein) in Zierikzee. Deze ontwikkelingen kunnen we buiten de behoefte aan bedrijfskavels voor reguliere bedrijven houden omdat het bij het aquacultuurterrein gaat om een specifieke behoefte die niet elders op bedrijventerreinen in SchouwenDuiveland terecht kan komen. En de duurzame energievoorzieningen zijn noodzakelijk en van algemene aard voor alle bedrijven op een bedrijventerrein. Provinciale Omgevingsverordening Een actueel bedrijventerreinenprogramma is van belang voor beslissingen op aanvragen voor uitbreiding van bedrijven op bedrijventerreinen en het uitbreiden van kleinschalige en grootschalige bedrijventerreinen. Een actuele prognose van de uitbreidingsbehoefte en het besluit waar nieuwe uitbreidingen mogelijk zijn, zijn beiden noodzakelijk voor de wettelijk vereiste onderbouwing van nieuwe bedrijventerreinen. In de provinciale omgevingsverordening is opgenomen dat er in het omgevingsplan aannemelijk moet worden gemaakt dat het plan bijdraagt aan of niet in strijd is met de doelstelling dat bedrijvigheid in overgrote mate regionaal wordt geclusterd op of aansluitend aan een grootschalig bedrijventerrein.
Dit sluit aan bij de ladder van duurzame verstedelijking, een instructieregel voor zorgvuldig ruimtegebruik en tegengaan van leegstand. Bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen wordt beoordeeld of er echt behoefte aan is én of de ontwikkeling binnen het stedelijk gebied kan (artikel 5.129g Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl). Het nieuwe bedrijventerreinenprogramma moet op grond van de provinciale regels ter goedkeuring worden voorgelegd aan Gedeputeerde Staten van Zeeland. Strategische beleidskeuzen Het bedrijventerreinenprogramma bouwt voort op het overkoepelende beleidskader van onze gemeente. De ambitie is het (door)ontwikkelen van een toekomstbestendige portefeuille bedrijventerreinen, die kwantitatief en kwalitatief aansluit bij de huidige en toekomstige behoefte van ondernemers en als motor fungeert voor brede welvaart in de gemeente. Om deze ambitie te bereiken willen we inzetten op uitvoering van het volgende strategische beleid waarbij nog gekozen moet worden: A. Kwantiteit: groeiscenario’s voor bedrijvigheid – clusteren of spreiden B. Kwaliteit: voorwaarden voor behoud, verbetering en toekomstbestendig maken van bedrijventerreinen C. Wel of geen thematisch bedrijventerrein Aquacultuur Bruinisse
A) Kwantiteit: Groeiscenario’s voor Bedrijvigheid Dit gaat over het maken van een keuze tussen twee scenario’s: - clusters van bedrijvigheid in Zierikzee - spreiden van bedrijvigheid op kernniveau. Het college vraagt de raadscommissie om een richtinggevend advies over deze keuze tussen deze twee scenario’s clusteren of spreiden en waar uitbreiding van bedrijventerreinen kunnen plaatsvinden. Bij beide scenario’s zetten we er op in dat uitbreiding van niet-agrarische bedrijvigheid in het buitengebied wordt uitgesloten. De bedrijventerreinen zijn goed voor circa 20% van alle werkgelegenheid in de gemeente. Algemene doelstelling is dat we de sterke economische uitgangspositie van bedrijventerreinen naar de toekomst toe behouden en waar mogelijk verder versterken. De keuze die daarbij gemaakt moet voor de ruimtebehoefte worden is een keuze voor het clusteren of spreiden van ontwikkelruimte voor bedrijvigheid.
2
Faciliteren we groei op alle bedrijventerreinen, ook op de kleinschalige terreinen of met name op het nieuw te ontwikkeling grootschalige bedrijventerrein in Zierikzee? De vastgestelde gebiedsvisie Zierikzee Zuidoostflank voorziet in voldoende aanbod tot 2040 en daarna. In het concept-bedrijventerreinenprogramma zijn we ervanuit gegaan dat ingezet wordt op de uitbreiding van het bedrijventerrein aan de zuidoostflank van Zierikzee (Straalweg, Business Park). Dan blijft er weinig over om te verdelen over bedrijventerrein Bruinisse én het afronden van kleinschalige bedrijventerreinen bij de andere kernen. Nieuwvestiging en uitbreiding van bestaande niet agrarische of agrarisch gerelateerde bedrijven in het buitengebied is niet meer mogelijk, met uitzondering van kleinschalige nieuwe economische dragers die passen bij het buitengebied en een toegevoegde waarde hebben voor het buitengebied. We vragen de raadscommissie om een richtinggevend advies te geven over: - clusteren van bedrijvigheid in Zierikzee (Zuidoostflank) waarbij nog zeer beperkte ruimte is voor uitbreiding van bedrijventerrein Bruinisse of - spreiden over Zierikzee, Bruinisse en de kleinschalige bedrijventerreinen (rekening houdend met de provincie omgevingsverordening. Om hier een afweging in te kunnen maken brengen we de consequenties van beiden hieronder in beeld.
Consequenties bij scenario clusteren van bedrijvigheid in Zierikzee Positieve consequenties van clusteren van bedrijvigheid in Zierikzee Wat zijn redenen om te kiezen voor clusteren en grote uitbreidingen hoofdzakelijk mogelijk te maken in Zierikzee: 1. Er ontstaan uiteindelijk grotere concentraties van bedrijven. Hiermee is een schaalsprong mogelijk in het aangewezen bedrijfscluster. Ook zijn nieuwe/grote investeringen in (energie)infrastructuur kansrijker. Dit zal een positief effect hebben op samenwerking tussen bedrijven binnen bedrijfsclusters en de positie van Schouwen-Duiveland versterken. Het economisch zwaartepunt van de gemeente schuift hierdoor verder op naar de bedrijventerreinen Zierikzee. 2. Deze voordelen van clusteren onderschrijft de provincie. Het sluit aan bij hun instructieregel aan gemeenten dat bedrijvigheid zoveel mogelijk geclusterd wordt op bedrijventerreinen, met de nadruk op ontwikkeling van de grootschalige terreinen, waar 80% van de toename van het areaal plaats moet vinden. 3. Clusteren van bedrijvigheid op grootschalige terreinen sluit beter aan op de ladder voor duurzame verstedelijking. 4. Er zijn minder planologische procedures nodig. 5. Verplaatsing naar een groter modern toekomstbestendig bedrijventerrein biedt bedrijven meer toekomstperspectief voor het bedrijf, voor de ondernemer en diens bedrijfsopvolgers.
Dit draagt op termijn bij aan behoud van de waarde en verkoopbaarheid bij een eventuele verkoop van het vastgoed. 6. Er ontstaat schuifruimte als bedrijven bij enige omvang en groei naar het grotere bedrijventerrein in Zierikzee verhuizen. Schuifruimte voor bedrijven die willen doorgroeien op een kleinschalig bedrijventerrein. Negatieve consequenties van clusteren van bedrijvigheid in Zierikzee: 1. Er is minder keuze voor ondernemers in iedere kern. Wil een ondernemer groeien dan betekent dat in veel gevallen verplaatsen naar Zierikzee. Niet iedere ondernemer wil of kan die stap zetten. 2. Ondernemingen op de kleinschalige bedrijventerreinen bij de kernen hebben naar de toekomst niet veel uitbreidingsmogelijkheid meer in de vorm van nieuwe bedrijfskavels. Zij kunnen ter plaatse uitsluitend groeien als andere ondernemingen verplaatsen of stoppen en hun perceel verkopen/verhuren. Dit zien we ook in de praktijk gebeuren.
3
3. Op deze manier is er weinig ruimte voor in de kernen gevestigde MKB-bedrijven die door willen groeien naar een locatie op een bedrijventerrein. Ondernemers hebben steeds minder keuze in hun bedrijfsontwikkeling. 4. Concentratie in Zierikzee kan mogelijk negatieve effecten hebben op de economische vitaliteit en daarmee ook op leefbaarheid van de kleinere kernen omdat bedrijven ter plaatse niet kunnen blijven groeien en bij een uitbreidingswens moeten verhuizen. Consequenties bij scenario voor spreiden van bedrijvigheid over Zierikzee en de andere kernen Positieve consequenties van spreiden van bedrijvigheid 1. Flexibiliteit en ruimte voor groei lokale mkb-bedrijven. 2. Het geeft de mogelijkheid om kleinschalige bedrijventerreinen nog eenmalig beperkt uit te breiden en het bedrijventerrein ruimtelijk af te ronden. Beleidsmatig mag 20% van de toename plaatsvinden op de kleinschalige terreinen, daarbij moet dan wel sprake zijn van een ruimtelijke afronding. Het gaat dus slechts om een eenmalige uitbreidingsmogelijkheid van de kleinschalige bedrijventerreinen. 3. Ruimtelijk afronden van de kleinschalige bedrijventerreinen kan een positief effect hebben op de omgevingskwaliteit en economische vitaliteit van de kleinere kernen. 4. Afronden van de kleinschalige bedrijventerreinen kan bijdragen aan het verbeteren van de kwaliteit van het bedrijventerrein.
In dat geval dient de beperkte afrondende uitbreiding gekoppeld te worden aan revitalisering/herstructurering/toekomstbestendig maken van het terrein. 5. In alle gevallen zoekt de gemeente samen met het bedrijf naar een maatwerkoplossing. De mogelijkheid van verplaatsing naar een grootschalig bedrijventerrein Zierikzee of Bruinisse wordt als eerste onderzocht. Ook omdat het bij het kleinschalige terrein slechts een eenmalige uitbreidingsmogelijkheid is. Verplaatsing biedt in dat opzicht veel meer toekomstperspectief voor het bedrijf. Maar er zijn specifieke situaties denkbaar waarin een win-win situatie kan ontstaan voor zowel de ondernemer als het algemene belang en het noodzakelijk is meer dan 20% uit te breiden. Deze situaties zijn per geval te beoordelen. Voorwaarde daarbij is dat de vierkante meters uitbreiding boven de 20%-uitbreiding elders in de provincie wordt gesaneerd en deze bedrijfsbestemming wordt weg bestemd. Het doel hiervan is dat er per saldo boven de 20% uitbreiding geen uitbreiding van bedrijventerreinen plaatsvindt,. Negatieve consequenties van spreiden van bedrijvigheid 1.
De keuze om de bedrijvigheid nog wat meer te spreiden en de kleinschalige bedrijventerreinen waar dat ruimtelijk mogelijk is nog één keer te faciliteren met een laatste afrondende uitbreidingsmogelijkheid (maximaal 20%) heeft consequenties voor de fasering van de uitbreiding van bedrijventerrein Zuidoostflank Zierikzee. Dat geldt ook bij de keuze voor het (beperkt) uitbreiden van het reguliere grootschalige bedrijventerrein Bruinisse. Elke hectare aan bedrijventerrein die buiten Zierikzee wordt ontwikkeld gaat af van de toekomstige uitgifte op het bedrijventerrein Zuidoostflank Zierikzee. De bedrijfsruimtemarkt van Schouwen-Duiveland is immers een eigen lokale markt. Een langzamer ontwikkeltempo heeft consequenties hebben voor de financiële exploitatie (en kent daardoor grotere financiële risico’s, immers rentelasten zijn hoger bij een lager uitgiftetempo van het bedrijventerrein Zuidoostflank Zierikzee). 2. Spreiding van bedrijvigheid betekent meer planologische procedures, waarbij de behoefte steeds opnieuw onderbouwd moet worden in het kader van ladder voor duurzame verstedelijking. 3.
Uitbreiding van kleinschalige bedrijventerreinen in de nabijheid van het bedrijventerrein Zuidoostflank Zierikzee (zoals bedrijventerrein Nieuwerkerk) zullen vanuit het wettelijke vereiste van de Ladder voor duurzame verstedelijking niet eenvoudig onderbouwd kunnen worden omdat er immers in de nabijheid bedrijfskavels beschikbaar zullen zijn. Een kwalitatieve onderbouwing is in die gevallen noodzakelijk. Dit brengt juridische risico’s met zich mee in de planologische procedure.
B. Kwaliteit: Voorwaarden voor behoud, verbetering van bedrijventerreinen en het toekomstbestendig maken 4
Richtinggevend advies wordt gevraagd aan de commissie over 4 kwalitatieve beleidskeuzes met betrekking tot bestaande en nieuwe terreinen, het gaat over: 1. Zorgvuldig omgaan met de ruimte d.m.v.: a. Verruimen planologische mogelijkheden; b. Stimuleren van zuinig, meervoudig ruimtegebruik; c. Juiste bedrijf op de juiste plek en een bedrijfshuisvestingsaanpak; d. Sturen op type activiteiten. 2. Toekomstbestendig maken van de bedrijventerreinen en daarmee de brede waarde die deze terreinen hebben behouden en versterken. 3. Nieuwe locaties gefaseerd ontwikkelen. 4. Een 2-jaarlijke monitoring uitvoeren als sturingsinstrument. Verschillende onderdelen hiervan zijn al bestaand beleid en in uitvoering. Een serieuze slag maken met een programmatische en gefaseerde uitvoering van het toekomstbestendig maken van de bedrijventerreinen vraagt extra ambtelijke capaciteit en financiering. Na vaststelling van het bedrijventerreinenprogramma starten we met het opstellen van het uitvoeringsplan bedrijventerreinen en kunnen dit in beeld brengen.
1. Zorgvuldig omgaan met de ruimte Op basis van de Floor Space Index (FSI) en arbeidsintensiteit is er nog substantiële ruimtewinst te behalen op de bestaande bedrijventerreinen. Een lage FSI houdt in dat bedrijfskavels relatief extensief bebouwd zijn. Het gewogen gemiddelde FSI van de bedrijventerreinen op Schouwen-Duiveland bedraagt circa 0,44. Landelijk zien we dat een FSI van 0,5 tot 0,7 op modern gemengd bedrijventerrein haalbaar is. Voor meer industriële en logistieke locaties ligt dit vaak (fors) lager. Op locaties waar de FSI zich onder de ondergrens van 0,5 bevindt, is intensivering naar verwachting een reële en haalbare optie. Willen we uitvoering geven aan zorgvuldig en optimaal ruimtegebruik op de bestaande bedrijventerreinen of houden we vast aan de bestaande ruimtelijke gebruiksmogelijkheden? Aan intensivering met optimaal ruimtegebruik kan op verschillende manieren uitvoering worden gegeven. De mogelijkheden staan hieronder opgesomd van a t/m d. Kiezen we hiervoor dan wordt dit een onderdeel van het uitvoeringsplan (kleinschalige) bedrijventerreinen: a. Het verruimen van de planologische mogelijkheden. Kiezen we voor intensiever bebouwen op de bestaande bedrijventerreinen dan zal een van de uitvoeringsacties zijn om voor de bestaande bedrijventerreinen te onderzoeken wat de mogelijkheden zijn voor intensief en meervoudig ruimtegebruik.
Er zijn locaties waar de huidige gebruiksmogelijkheden niet marktconform zijn. Voorbeelden zijn het bedrijventerreinen De Roterij en Oosterland. Met het verruimen van onder andere de bouwhoogte op plekken waar dit ruimtelijk ook passend is kan de bedrijvigheid op de bestaande terreinen verbeteren. Ondernemers die uitbreidingsruimte nodig hebben vragen we ook te kijken naar de mogelijkheden van intensivering op hun huidige terrein. Bij herontwikkeling (van verouderd) vastgoed op bedrijventerreinen en andere investeringen in vastgoed kan intensivering een belangrijke rol spelen. b. Stimuleren van zuinig en meervoudig duurzaam ruimtegebruik. Door te kiezen voor zuinig ruimtegebruik zorgen we ervoor dat de druk op ons landelijk gebied verminderd. Bij onze uitbreidingsplannen hebben we bij het ontwerpen oog voor onze omgeving, het landschap en natuur welke waarden we ook integreren in onze uitbreidingsplannen (voorbeeld Zierikzee Zuidoostflank). Intensivering is een extra optie voor ondernemers. Sommige vormen van meervoudig ruimtegebruik zijn op (bijna) alle bedrijventerreinen toepasbaar, zoals zonnepanelen op bedrijfsdaken. Andere vormen van meervoudig ruimtegebruik zoals meerlaagse bedrijfspanden en collectieve parkeervoorzieningen kunnen 5
alleen op daarvoor geschikte terreinen, waar een hogere maximale bouwhoogte niet leidt tot hinder of horizonvervuiling. Wordt gekozen voor deze beleidskeuze van intensivering en zuinig ruimtegebruik dan zal deze ook van toepassing zijn op nieuwe bedrijventerreinen. Intensiveren en de open buitenruimte op de bedrijfskavels beperken kan door het opnemen van een minimaal bebouwingspercentage en minimale bouwhoogte. c. Juiste bedrijf op de juiste plek en inzetten bedrijfshuisvestingsaanpak Dit (bestaande) uitgangspunt betekent concreet dat we: 1. Bedrijven wijzen op de kenmerken van onze bedrijventerreinen, zodat de ondernemer met een ruimtevraag kan bepalen op welk terrein zijn bedrijf het beste past. Nieuw te vestigen bedrijven worden binnen de ruimtelijke structuur van onze bedrijventerreinen gevestigd. Het bestaande beleid van de bedrijvencarrousel in Zierikzee laat zien dat we het principe van het juiste bedrijf op de juiste plek al toepassen. 2. Grootschalige bedrijvigheid huisvesten we uitsluitend op een grootschalig (regionaal) bedrijventerrein dat hier qua ruimtelijke structuur, ontsluiting en korrelgrootte geschikt voor is. 3. Op lokale kleinschalige (veelal regulier gemengde) bedrijventerreinen bieden we ruimte aan lokaal Midden- en Klein Bedrijf. Dit zijn vaak relatief kleinschalige bedrijven, passend binnen de lokale ruimtelijke structuur en ontsluiting. 4.
We bieden maatwerk en flexibiliteit aan lokaal gewortelde bedrijven, alleen wanneer dit passend is bij de aard en omvang van de locatie. Ondernemers die lokaal willen uitbreiden vinden beschikbare kavels elders in de gemeente vaak geen realistisch alternatief. De lokale gebondenheid van het personeelsbestand, leveranciers en de afzetmarkt kan hierbij van invloed zijn. Dit maatwerk moet wel passen binnen de planologische uitbreidingsmogelijkheden. We hanteren deze (bestaande) bedrijfshuisvestingsaanpak als bedrijven bij de gemeente komen met een uitbreidingswens op of bij hun huidige locatie: 1. We gaan altijd eerst in gesprek over het optimale gebruik van de bestaande kavel, voordat nieuwbouw aan de orde is. Wellicht zijn er mogelijkheden door de aankoop van een buurpand of -kavel. Voordat overgegaan wordt tot een besluit tot uitbreiding van het bedrijventerrein vragen we financieel en economisch aan te tonen dat uitbreiding binnen de bestaande terreinen (bestaand planaanbod) geen reële optie is. Voldaan moet worden aan het wettelijke vereiste dat uitbreiding planologisch onderbouwd moet worden conform de vereisten vanuit de Ladder voor duurzame verstedelijking. 2. Bij een verzoek tot uitbreiding van een bedrijf in een woonkern of het buitengebied sturen we aan op een verplaatsing naar een locatie op een bedrijventerrein.
Een hoge uitzondering is mogelijk voor bedrijven met een aantoonbare relatie of economische binding met de huidige plek. Daarbij wordt gekeken naar de economische haalbaarheid om het bedrijf te verplaatsen (door bijvoorbeeld kapitaalintensieve investeringen op de huidige locatie of een huidige centrale ligging in het (agrarische) verzorgingsgebied van het bedrijf). Ten alle tijde moeten de consequenties van de maatwerkoplossing van de bedrijfsuitbreiding in de kern of buitengebied voor de omgeving, eventuele extra hinder, de verkeersontsluiting en de extra verkeersintensiteit aanvaardbaar zijn en moet er sprake zijn van een evenwichtige toedeling van functies (vereiste Omgevingswet). d. Sturen op type activiteiten. Kiezen we voor dit uitgangspunt dan betekent dit concreet dat we: 1. Een helder profiel voor nieuwe bedrijventerreinen opstellen. Het labelen van een nieuw terrein (bijv. kavelomvang, milieucategorie, type bedrijfsactiviteiten), passend bij de doelgroep is zinvol. Daarnaast is het wenselijk om ook enige ruimte te ‘reserveren’ voor eventuele toekomstige bedrijfsverplaatsingen uit het buitengebied. Dit beleidsuitgangspunt sluit aan op de praktijk. 2. Een planologisch verbod regelen op opslagunits en garageboxen op bestaande en nieuwe bedrijventerreinen. De reden hiervoor is dat we juist bedrijfsmatige activiteiten een plek willen geven op onze bedrijventerreinen.
Door het verbod blijft ruimte beschikbaar voor bedrijven. Het gebruik van opslagunits en garageboxen door particulieren is ongewenst vanwege de lage 6
leegstand, de hoge marktdruk en negatieve effecten (zoals risico op ondermijning). Wil de gemeente tegemoet komen aan de vraag naar opslagunits en garageboxen dan kan gekozen worden voor het realiseren van een aparte zone op nieuwe bedrijventerreinen (aan de kant van de woonkern) voor het toestaan van deze functie van opslag en garages voor particulieren. 2. Toekomstbestendig maken van de bedrijventerreinen met behoud en versterking van de brede waarde die de bedrijventerreinen hebben. Het aanpassen van de bedrijventerreinen aan gestelde energie- en klimaatdoelen, de verdere digitalisering en robotisering en de veranderingen die nodig zijn op weg naar een kringloopeconomie bieden een geschikt moment om ondernemers, vastgoedeigenaren en gemeente te laten investeren in kwaliteitsverbetering van de bedrijventerreinen. De huidige, grote waarde van de bedrijventerreinen op Schouwen-Duiveland willen we behouden en versterken. Daarvoor moeten onze bedrijventerreinen optimaal aansluiten bij de hedendaagse (en toekomstige) marktvraag en opgaven die op bedrijven(terreinen) afkomen. Veranderingen op het vlak van energie, klimaatadaptatie, digitalisering, een gezonde werkomgeving, organiserend vermogen, ruimtelijke kwaliteit, biodiversiteit, veiligheid, mobiliteit en (digitale) bereikbaarheid zijn daarbij het meest prominent. a.
In bijlage 3 van het concept-bedrijventerreinenprogramma wordt het MEERwaardemodel toegelicht waarbij 10 bestaande bedrijventerreinen zijn geschouwd en beoordeeld op basis van dit model. Met behulp van dit model MEERwaarde bedrijventerreinen kunnen we een planning maken voor de kwaliteitsslag op bestaande bedrijventerreinen. Bij revitalisering moet oog zijn voor duurzaamheid en optimalisering van het ruimtegebruik. Op deze manier kunnen we de brede waarden die de bedrijventerreinen hebben behouden en versterken. b. Een basisvoorwaarde voor elk terrein is het versterken van de ‘organisatie’ en het leggen van verbindingen. Dit vraagt om samenwerking (overleg en afstemming) tussen ondernemers onderling. Een hogere organisatiegraad kan helpen bij investeringen in duurzame oplossingen zoals duurzame productie, duurzame mobiliteit of de opwek van energie. Dit geldt ook voor vergroening en de transitie van een lineaire naar een kringloopeconomie. Bijvoorbeeld door het benutten van elkaars producten of restwarmte, waardoor kosten bespaard kunnen worden. Bedrijven moeten daarvoor wel op de hoogte zijn van elkaars goederen- en reststromen. Momenteel ontbreken deze inzichten in (potentiële) reststromen nog vaak, dus het is van belang om dit beter in beeld te krijgen. c. Belangrijk is verder dat de infrastructuur op orde is.
Denk aan de bereikbaarheid via weg, maar ook aan netcapaciteit en sterke digitale infrastructuur. Op Schouwen-Duiveland gebeurt er op dit vlak al veel: ➢ Samen met het bedrijfsleven werken we verder aan het vergroten van de organisatiegraad en kracht op bedrijventerreinen. Op die manier kunnen publieke investeringen beter worden afgestemd op private investeringen. ➢ Op dit moment is er al een Bedrijven Investerings Zone (BIZ) in Zierikzee Centrum, Renesse en Burgh-Haamstede en recent een in Bruinisse. ➢ Daarnaast geven we uitvoering aan het Plan van Aanpak verduurzaming bedrijventerreinen. Binnen deze aanpak voeren we een inventarisatie en duurzaamheidsscans uit. Op basis van de resultaten stellen we een routekaart op voor verduurzaming en organiseren we Actie Leer Teams (ALT) op de thema’s energietransitie & mobiliteit, circulaire economie en biodiversiteit. Deze aanpak voeren we gebiedsgericht uit in samenspraak met de ondernemersverenigingen en de Energie coöperatie Energie Werk Schouwen-Duiveland (EWSD). ➢ In Zierikzee en Renesse zijn enkele actie-leergroepen gestart gericht op thema’s energietransitie duurzame mobiliteit en circulariteit. Ook Burgh-Haamstede en Bruinisse gaan hiermee aan de slag. ➢ Er een ondernemersloket waar bedrijven informatie vinden over verduurzaming. Voor ondernemers is er een folder duurzame regelingen en subsidies voor ondernemers beschikbaar.
Op het gebied van energietransitie, klimaatadaptatie en - kringloopeconomie en biodiversiteit zijn we aan de slag met: 7
➢ Gebiedsgericht uitvoeren van energievisies waarbij we onderzoeken of het voor ondernemers mogelijk is om samen te werken op het gebied van energie. Voor bedrijvenpark Zierikzee Zuid onderzoeken we de mogelijkheid van een Clean Energy Hub, een faciliteit met minimaal twee alternatieve brandstoffen voor zwaar vervoer. ➢ bij herstructureringsprojecten aandacht besteden aan vergroenen van bedrijventerreinen en hiervoor bij de herstructurering budget beschikbaar stellen. Het vergroenen van onze versteende terreinen leidt tot klimaatadaptieve bedrijventerreinen, draagt bij aan een gezonde werkomgeving en bevordert biodiversiteit. Per bedrijventerrein is het maatwerk welke maatregelen worden ingezet. ➢ Als we in de toekomst nieuwe parkeerplaatsen realiseren in de openbare ruimte, onderzoeken we of deze (half-) open verhard aangelegd kunnen worden met een daarop toegespitst onderhoud. ➢ Reststromen van bedrijven gaan we in beeld brengen om zo kringlopen te sluiten. We sluiten aan bij de initiatieven die er al zijn op dit vlak en dragen de lessen van deze ondernemers actief uit bij andere ondernemers en lokale ondernemersverenigingen in de gemeente. ➢ Samen de andere Zeeuwse gemeenten stellen we beleid op voor circulaire economie en zetten we met de ondernemers en inwoners stappen richting deze verandering.
Dit sluit aan op de vijf sporen: Energietransitie, Klimaatadaptatie, Milieukwalilteit, Biodiversiteit en Circulaire economie s van het gemeentelijke Spoorboekje Duurzaamheid en Milieu, de Energie-Agenda de lokale agenda klimaatadaptatie. Parkeerproblemen op de bedrijventerreinen moeten worden aangepakt: ➢ Ondernemers zien parkeerproblematiek vaak als minpunt voor het vestigingsklimaat. Wanneer er een tekort is aan parkeervoorzieningen wordt er geparkeerd in de openbare ruimte. Dit geeft een rommelige uitstraling en kan ten koste gaan van de verkeersveiligheid. Dit betekent concreet dat we in gesprek gaan met ondernemers over parkeren op die locaties waar dit probleem speelt. In het geval van publieke investeringen leggen we altijd een verbinding met investeringen van ondernemers in de private ruimte. Een van de oplossingen is het realiseren van een collectieve parkeervoorziening. De bedrijventerreinen moeten veilig bereikbaar zijn voor voetganger, fietser en automobilist: ➢ We geven aandacht aan de (fiets)bereikbaarheid en verkeersveiligheid van bedrijventerreinen. Op meerdere bedrijventerreinen wordt de verkeersveiligheid door de ondernemers genoemd als verbeterpunt.
Dit omvat zowel de interne verkeersveiligheid (het ontbreken van een stoep of fietspad, maar ook een te hoge verkeersintensiteit, onoverzichtelijke situaties door parkeren, onveilige kruisingen of hardrijders), als de ontsluiting van het bedrijventerrein. ➢ Dit betekent concreet dat we bij revitalisering/herstructurering van bestaande terreinen ook kijken naar het verbeteren van de verkeersveiligheid op het bedrijventerrein. We beginnen met het inventariseren van de huidige situatie (soorten van verkeer, goederenstromen en infrastructuur), waarna mogelijke verbeteringen van de verkeersveiligheid naar voren komen. ➢ We blijven in gesprek met private partijen die verantwoordelijk zijn voor het verbeteren van de digitale - of energie infrastructuur om te zorgen dat deze noodzakelijke voorzieningen er komen. Gezamenlijk met de ondernemers en de ondernemersvereniging bekijken we per bedrijventerrein, in het kader van het uitvoeringsplan (kleinschalige) bedrijventerreinen, aan welke doelen en acties er al uitvoering wordt gegeven en resultaten worden bereikt. We bekijken welke nieuwe acties kunnen worden toegevoegd. Dit is een langjarig proces waarbij het belangrijk is om concreter resultaten te behalen. In 2020 is de basiskwaliteit van de kleinschalige bedrijventerreinen geïnventariseerd.
Inzichtelijk is gemaakt welke bedrijventerreinen wel of niet voldoen aan de basiskwaliteit openbare ruimte en wat (eventueel) de belangrijkste aandachtspunten zijn. Deze meetresultaten hebben na 2020 nog geen vervolg gekregen. Als we dit belangrijk vinden dan is er capaciteit en middelen nodig om ook echt met de bestaande bedrijventerreinen aan de slag te gaan (gefaseerd uitvoeringsplan (kleinschalige) bedrijventerreinen). 8
Cruciaal voor de aanpak van dit uitvoeringsplan is om naast de staat van de openbare ruimte ook op de hoogte zijn wat bij bedrijven leeft, waar ze tegenaan lopen en om te signaleren wat de belangrijkste kansen en opgaven op de bestaande terreinen zijn. Als we in de komende periode samen met ondernemers en vastgoedeigenaren willen investeren in toekomstbestendige bedrijventerreinen dan vraagt dat om investeringen vanuit de overheid én vanuit het bedrijfsleven. De gemeente wil dit integraal en samen met de ondernemers en vastgoedeigenaren van een bedrijventerrein oppakken. We werken toe naar een gedeeld eigenaarschap op gebiedsniveau door parkmanagement of een bedrijveninvesteringszone (BIZ) of een KVO-B traject (Keurmerk Veilig Ondernemen Bedrijventerrein). We hanteren een vorm van organisatiegraad als gemeentelijke voorwaarde bij investeringen in de revitalisering, herstructurering of verduurzaming van een bedrijventerrein en bij de uitgifte van bedrijfskavels. Dit kante starten met een, het opzetten van parkmanagement of het oprichten van een BIZ. 3. Nieuwe locaties gefaseerd ontwikkelen Om in de toekomstige ruimtevraag van bedrijven te kunnen voorzien, is het ontwikkelen van nieuwe bedrijventerreinen noodzakelijk.
Hierbij moet goed afgewogen worden welk type bedrijventerrein er ontwikkeld wordt (denk aan regulier-gemengd, logistiek of ruimte voor bedrijven met een hogere milieucategorie) met voldoende ruimte voor zowel middelgrote- tot grote bedrijvigheid én ruimte voor de doorgroei van lokale bedrijven. Een goede ontsluiting naar de provinciale weg is een belangrijke randvoorwaarde. We faseren de ontwikkeling van bedrijventerreinen om flexibel te kunnen zijn en in te kunnen spelen op nieuwe omstandigheden. We maken daarbij de volgende keuzen: 1. We starten met een 1e fase van het te ontwikkelen bedrijventerrein (Zierikzee Zuidoostflank) en maken aanvullende fases ‘uitgeefbaar’ bij voldoende concrete ruimtevraag uit de markt. 2. We reserveren ruimte in de verkaveling voor hoogwaardige groen- en blauwstructuren op zowel openbare- als publieke gronden en verankeren dit in een beeldkwaliteitsplan. De planologische mogelijkheden in het omgevingsplan, zoals bestemming, bouwhoogte en bebouwingspercentage zijn marktconform (naargelang het type terrein en de doelgroep waarvoor wordt ontwikkeld). Bedrijven moeten voorzien in voldoende ruimte voor parkeren op eigen kavel. 3. We stellen een duurzaam uitgiftebeleid op met een verplichte deelname aan een vorm van organisatie (parkmanagement, VvE, BIZ, beheerstichting).
Met het protocol kunnen bedrijven verplichtingen opgelegd worden op het gebied van duurzaamheid. 4. We zetten in op monofunctionele bedrijfsfuncties die passend zijn en elkaar kunnen versterken. Hiermee willen we overlast tussen functies voorkomen of minimaliseren, de ruimte optimaal benutten en de aanwezige milieuruimte op het terrein inzetten voor bedrijven die deze nodig hebben. 4. Monitoring als sturingsinstrument Monitoring is belangrijk om goed in te kunnen spelen op wijzigingen in de marktdynamiek. Monitoring kan op de volgende onderwerpen: courantheid vastgoedvoorraad en leegstand, het functioneren/presteren van de bedrijventerreinen, vraag en aanbod van bedrijventerreinen en inzicht in de herontwikkelingsplekken van de toekomst. Het IBIS bestand actueel en compleet hebben is belangrijk voor het bedrijventerreinenprogramma en alle ontwikkelingen in de toekomst. Met een periodieke monitoring kunnen we, in overleg met de ondernemers, bijsturen in onze keuzes met betrekking tot de bedrijventerreinen. We kunnen beter inspelen op de concrete marktvraag of ontwikkelingen in de bestaande voorraad. We kiezen om een tweejaarlijkse monitoring te (laten) opstellen en op basis daarvan het bedrijventerreinenprogramma en uitvoeringsplan (kleinschalige) bedrijventerreinen zo nodig bij te sturen.
9
C.
Wel of geen thematisch bedrijventerrein Aquacultuur Bruinisse
Het college vraagt de raadscommissie richtinggevend advies of de gemeente verder wil met de ontwikkeling van een aquacultuurterrein bij Bruinisse. Het rapport marktkansen aquacultuur en zilte teelt geeft informatie om dit richtinggevend advies uit te brengen. In 2022/2023 heeft Stec groep een verkennend onderzoek uitgevoerd naar de marktkansen voor het realiseren van een binnendijkse bedrijfsontwikkeling voor bedrijven in de omgeving van Bruinisse die zich richten op teelt en verwerking van aquacultuur en zilte teelten. De notitie met de uitkomsten van deze verkenning is in de bijlage bij het commissievoorstel opgenomen. De conclusies uit dit verkennend onderzoek zijn: 1. Een gebiedsontwikkeling van een binnendijks aquacultuur-terrein is complex en over het algemeen duurt het lang. Dit komt door: a. de complexiteit van het proces en het aantal betrokken partijen; b. het aanleggen en verzorgen van de specifieke infrastructuur van een in- en uitlaat zout water Oosterschelde dat tevens een dure investering is; c. de aanwezigheid van een groot aantrekkend bedrijf / aanjager (of investeerder), die bij voorkeur al in de opschalingsfase of productiefase is en dus geen starter is. 2. Ook het vergunningstraject duurt vaak relatief lang. Er zijn veel stakeholders/belanghebbenden om te betrekken in het proces en om aan de voorkant van een gebiedsontwikkeling rekening mee te houden. 3.
Het vraagt een lange adem en een politieke wil. Het (succesvol) ontwikkelen van een thematerrein aquacultuur vereist doorgaans een langere doorlooptijd in vergelijking met een regulier bedrijventerrein. De markt voor aquacultuur en zilte teelt is weerbarstig en het aantal bedrijven dat actief is in deze sector beperkt. 4. Vergeleken met de concurrentie/referentie projecten heeft het indicatieve plangebied bij Bruinisse wel een goede ligging ten opzichte van de Randstad. De afzetmarkt in Nederland (Randstad) is dichterbij voor Bruinisse, dan voor Groningen, Texel, Breskens of Noord-Beveland. Dit kan verschillende voordelen bieden: a. de ligging ten opzichte van afzetmarkt en toeleveranciers is gunstig; b. de reisafstand voor bezoekers/toeristen; c. door de ligging is een groter arbeidspotentieel aan te spreken vanwege de hoge bevolkingsdichtheid (regio Rotterdam). 5. Wel ligt er bij Kamperland nog een aquacultuurterrein dat mogelijk concurrerend is voor het aanbod in de Oosterschelderegio. Op deze locatie is op basis van de huidige verkaveling echter op dit moment geen grootschalige aquacultuur mogelijk. In de notitie zijn vier verschillende ontwikkelscenario’s A, B, C, D, voor een binnendijks aquacultuurterrein opgesteld. In onderstaande figuur zijn deze opgenomen:
10
Deze ontwikkelscenario’s zijn getoetst aan de hand van drie variabelen: maatschappelijke en economische meerwaarde voor Bruinisse en Zeeland, het afzettempo en marktrisico’s. A. Scenario A met een bedrijventerrein voor intensieve inpandige aquacultuur zal een aanzienlijke bijdrage leveren aan de economie en werkgelegenheid. Dit neemt toe als er zich ook verwerkende industrie en logistiek vestigt of als er een koppeling gelegd kan worden met bestaande bedrijven in Bruinisse. Dan kan een sterk cluster ontstaan. Verwachting is een hoog afzettempo omdat er weinig van dergelijke terreinen beschikbaar zijn en de ligging hier ten gunste van de afzetmarkt gunstig is. Het heeft wel grote impact op het landschap en de omgeving. B. Scenario B betreft extensieve aquacultuur (in bassins) met beperkte bebouwing. Het landschap houdt een open karakter. Het is slechts een selecte doelgroep met een lage banendichtheid en daarmee geen grote werkgelegenheid. De (dure) zoutwaterleiding is wel noodzakelijk en deze investering is moeilijker terug te verdienen. C. Scenario C gaat uit van een combinatie aquacultuur met reguliere bedrijvigheid. De (dure) zoutwaterleiding wordt dan niet terugverdiend. De maatschappelijke en economische meerwaarde is gelijk aan reguliere bedrijvigheid.
Nieuwe bebouwing moet goed worden ingepast en het terrein moet goed aansluiten op het bestaande bedrijventerrein in Bruinisse. Er is een risico voor een goed functionerend marktaanbod als er door dit scenario overaanbod wordt gecreëerd omdat er dan naast Zierikzee ook in Bruinisse wordt uitgebreid. D. Scenario D gaat om een inspirerende landschapsontwikkeling met meerdere functies zoals recreatie, toerisme, horeca, innovatie, onderwijs en educatie gericht op aquacultuurteelt. Vergelijk het met Waterdunen in Zeeuws-Vlaanderen en het kustlaboratorium bij Burghsluis dat destijds niet doorging. De toegevoegde waarde zal pas op langere termijn herkend worden. Rekening moet worden gehouden met een lagere grondprijs dan bij de andere scenario’s. Beschikbaarheid van een zoute omgeving, zoute ondergrond is voorwaarde. Deze notitie marktkansen aquacultuur en het position paper voor het bedrijventerreinenprogramma is besproken met een afvaardiging van de dorpsraad Bruinisse en ondernemersvereniging Bruinisse. Het verslag van deze bespreking is als bijlage opgenomen bij het commissievoorstel. Uit dit gesprek kwam naar 11
voren dat de voorkeur uitgaat naar uitbreiding van het reguliere bedrijventerrein aansluitend aan de kern van Bruinisse, het liefst in de nabijheid van de rotonde. Een industrieel aquacultuurterrein in het buitengebied vinden zij niet passend en gewenst. Uit deze verkenning blijkt dat er zowel kansen als risico’s zijn aan het ontwikkelen van een aquacultuurterrein. Als u kansen ziet voor aquacultuur en hiermee verder te gaan dan is er een verdieping nodig op de haalbaarheid. Bij een volgende stap in de ontwikkeling is een bestuursopdracht met een projectplan inclusief communicatie- en participatieplan noodzakelijk.
12