1124759 Bijlage 1 Conceptstatuten Stichting VOOR
Tekst van het document
-1-
KL/JA Doss. nr: 2024.005501 STATUTENWIJZIGING (Stichting Scholengroep Pontes)
Heden, [passeerdatum], verscheen voor mij, mr. JEROEN LEONARDUS JAN AMMERLAAN, notaris te Goes, de heer ir. Klaas Gerard Terlage, wonende te 3207 ZB Spijkenisse, gemeente Nissewaard, Schouwenburglaan 4, geboren te Den Helder op zeven februari negentienhonderd éénenzestig, ten deze handelende in zijn hoedanigheid van voorzitter van het college van bestuur van de stichting: Stichting Scholengroep Pontes, gevestigd in de gemeente Goes, adres: Bergweg 14, 4461 NB Goes, ingeschreven in het handelsregister onder nummer 22043910, wordende Stichting Scholengroep Pontes, voornoemd, hierna ook genoemd: "(de) stichting". De comparant, handelend als gemeld, verklaarde dat het college van bestuur op [datum] heeft besloten de statuten van de stichting te wijzigen. ./.
Een exemplaar van dat besluit wordt aan deze akte gehecht.
./.
Van de voor de onderhavige statutenwijziging ingevolge artikel 13 lid 1 van de statuten vereiste goedkeuring van de raad van toezicht blijkt uit een uittreksel uit de notulen van een vergadering gehouden op [datum], welk uittreksel aan deze akte wordt gehecht.
./.
Van de voor de onderhavige statutenwijziging ingevolge artikel 13 lid 1 van de statuten, alsmede artikel 3.11 lid 4 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 vereiste instemming van de gemeenteraad van de gemeente Goes blijkt uit een schrijven de dato [datum], waarvan een kopie aan deze akte wordt gehecht.
./.
Van de voor de onderhavige statutenwijziging ingevolge artikel 13 lid 1 van de statuten, alsmede artikel 3.11 lid 4 van de Wet voortgezet onderwijs 2020 vereiste instemming van de gemeenteraad van de gemeente SchouwenDuiveland blijkt uit een schrijven de dato [datum], waarvan een kopie aan deze akte wordt gehecht. Ter uitvoering van voormelde besluiten verklaarde de comparant, handelend als gemeld, de statuten van de stichting te wijzigen en gewijzigd vast te stellen als volgt:
-2-
NAAM EN VESTIGING Artikel 1 1.
De stichting draagt de naam: Stichting Voortgezet Onderwijs Oosterschelde Regio, kortweg: Stichting VOOR.
2.
De stichting heeft haar statutaire zetel in de gemeente Goes en heeft vestigingen in de gemeenten Goes en Schouwen-Duiveland.
3.
Zij is opgericht voor onbepaalde tijd, doch tenminste voor een periode van vijf jaar.
DOEL Artikel 2 De stichting heeft zonder winstoogmerk ten doel het in stand houden en bevorderen van voortgezet onderwijs in afzonderlijke door de stichting in stand te houden scholen voor openbaar onderwijs dan wel scholen voor bijzonder onderwijs. MIDDELEN Artikel 3 De stichting tracht haar doel te bereiken langs wettige weg en wel door in elk geval: a.
het oprichten en in stand houden van scholen voor voortgezet onderwijs als bedoeld in de onderwijswetgeving;
b.
het aandacht besteden aan de kwaliteit in brede zin van het op de scholen te geven onderwijs;
c.
het zoeken van verbinding en samenwerken met organisaties die eenzelfde of verwant doel nastreven en/of activiteiten op het gebied van onderwijs uitvoeren;
d.
het zoeken van verbinding en samenwerken met ketenpartners en andere organisaties die (ook) verantwoordelijk zijn voor casu quo zich richten op de ontwikkeling en zorg voor kinderen; en voorts
e.
het benutten van alle wettige middelen, die ter bereiking van het doel nuttig kunnen zijn.
GRONDSLAG EN OPENBAAR KARAKTER, IDENTITEIT Artikel 4 1.
Het College van Bestuur borgt op stichtingsniveau (de invulling van) de
-3-
grondslag en de identiteit van de afzonderlijke scholen. Door het College van Bestuur wordt in het strategisch koers- of beleidsplan aangegeven op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan de identiteit van de afzonderlijke scholen en hoe deze worden geborgd. 2.
Aan de grondslag en identiteit onderscheidenlijk het openbaar karakter van de school wordt op schoolniveau inhoud en vorm gegeven. In het schoolplan van de scholen wordt aangegeven op welke wijze vorm en inhoud wordt gegeven aan de identiteit van de interconfessionele school en het karakter van de openbare school en hoe deze worden geborgd.
3.
Het onderwijs aan de openbare scholen draagt bij aan de ontwikkeling van de leerlingen en wordt gegeven met aandacht voor de maatschappelijke, levensbeschouwelijke en godsdienstige waarden zoals die leven in de Nederlandse samenleving en met onderkenning van de betekenis van de verscheidenheid van die waarden. Openbaar onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders levensbeschouwing of godsdienst.
4.
De interconfessionele scholen zijn gebaseerd op katholieke en protestantschristelijke grondslag. Het onderwijs aan de interconfessionele scholen wordt gegeven op interconfessionele grondslag. Zij gaat daarbij uit van de christelijke beginselen met als richtsnoer het Evangelie van Jezus Christus zoals het tot ons komt vanuit de Bijbel en door de Kerken wordt uitgedragen en (voor wat betreft het katholiek onderwijs) overeenkomstig hetgeen daaromtrent in het Algemeen Reglement voor het Katholiek Onderwijs is bepaald.
5.
Algemeen-bijzonder onderwijs wordt gegeven met eerbiediging van ieders godsdienst of levensbeschouwing.
6.
De interconfessionele scholen van de stichting zijn toegankelijk voor alle leerlingen, mits de onderwijskundige en pedagogische grondslag van de school wordt onderschreven.
7.
De openbare scholen en de scholen voor algemeen-bijzonder onderwijs van de stichting zijn toegankelijk voor alle leerlingen, zonder onderscheid van godsdienst of levensbeschouwing.
8.
De stichting verzekert zich ervan dat het personeel van haar scholen de grondslag van de stichting onderschrijft en loyaal zal meewerken aan de
-4-
doelstelling van de school, zoals die mede ten aanzien van de interconfessionele identiteit en het openbare karakter in het schoolplan is beschreven. ORGANEN VAN DE STICHTING Artikel 5 1.
De stichting oefent alle taken en bevoegdheden van het wettelijk bevoegd gezag uit.
2.
De stichting heeft de functies van bestuur en toezicht in organieke zin gescheiden en kent daartoe als organen een College van Bestuur en een Raad van Toezicht. De (leden van de) Raad van Toezicht functioneert (functioneren) onafhankelijk van (de leden van) het College van Bestuur.
3.
De benoeming in de functies van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht geschiedt op basis van vooraf openbaar gemaakte competentieprofielen.
4.
Tot leden van het College van Bestuur en de Raad van Toezicht kunnen niet worden benoemd: a.
echtgenoten/levenspartners, ouders en kinderen van zittende leden;
b.
broers en zussen of echtgenoten/levenspartners van broers en zussen van zittende leden;
c.
personeelsleden van de stichting dan wel diens echtgenoten/levenspartners, ouders/verzorgers en kinderen;
d.
leden van de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad van de stichting en hun echtgenoten/levenspartners;
e.
leden van de medezeggenschapsraad van een school van de stichting en hun echtgenoten/levenspartners;
f.
personen die lid zijn van het College van Burgemeester en Wethouders en/of de gemeenteraad van een gemeente waar een school van de stichting is gevestigd dan wel dat zijn geweest in de periode van vier jaar voorafgaand aan de datum van benoeming tot lid van het College van Bestuur of Raad van Toezicht;
g.
personen die een zodanig andere functie bekleden dat het lidmaatschap kan leiden tot onverenigbaarheid dan wel strijdigheid
-5-
van deze functie met het belang van de stichting dan wel tot ongewenste vermenging van belangen; h.
personen die op basis van in de geldende Code Goed Bestuur omschreven eigenschappen casu quo onverenigbaarheden zijn uitgesloten van lidmaatschap.
5.
Leden van de Raad van Toezicht mogen geen kinderen of kleinkinderen hebben op een school van de stichting.
6.
Leden van het College van Bestuur mogen bij voorkeur geen kinderen of kleinkinderen hebben op een school van de stichting.
COLLEGE VAN BESTUUR Artikel 6: Samenstelling, benoeming, schorsing en ontslag 1.
De leden van het College van Bestuur worden benoemd door de Raad van Toezicht voor onbepaalde tijd dan wel voor bepaalde tijd, voor een door de Raad van Toezicht te bepalen termijn. De leden van het College van Bestuur zijn natuurlijke personen en worden door de Raad van Toezicht in functie benoemd.
2.
Het College van Bestuur bestaat uit tenminste één en ten hoogste twee leden. De Raad van Toezicht stelt het aantal leden vast.
3.
De leden van het College van Bestuur dienen de grondslag en het doel van de stichting te onderschrijven, de belangen van de stichting te behartigen en loyaal mee te werken aan het bewerkstelligen van de doelstellingen van de stichting. Zij verklaren dit schriftelijk bij hun benoeming.
4.
De Raad van Toezicht stelt de arbeidsvoorwaarden en/of beloning van de leden van het College van Bestuur vast en fungeert als werkgever van de leden van het College van Bestuur.
5.
Een lid van het College van Bestuur kan niet tevens lid zijn van de Raad van Toezicht.
6.
Een lid van het College van Bestuur kan te allen tijde door de Raad van Toezicht worden geschorst en ontslagen. Ter zake van schorsing, handhaving of opheffing van de schorsing of ontslag, besluit de Raad van Toezicht met een meerderheid van tenminste twee/derde van de uitgebrachte stemmen. Het betrokken lid van het
-6-
College van Bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de Raad van Toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 7.
Bij het ontstaan van een vacature in het College van Bestuur, zal de Raad van Toezicht daarin zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig College van Bestuur behoudt zijn bevoegdheden.
8.
Bij ontstentenis of belet van een of meer leden van het College van Bestuur, niet zijnde alle leden of het enig (overgebleven) lid, nemen de overblijvende leden, of neemt het overblijvende lid het gehele College van Bestuur waar. Bij ontstentenis of belet van alle leden van het College van Bestuur of van het enig (overgebleven) lid, regelt de Raad van Toezicht de waarneming van de taken van het College van Bestuur.
9.
Leden van het College van Bestuur mogen niet middellijk of onmiddellijk deelnemen aan leveringen of aannemingen ten behoeve van de stichting.
Artikel 7: Taken, bevoegdheden, verantwoordelijkheden en besluitvorming 1.
Het College van Bestuur vormt het bestuur van de stichting in de zin der wet en is belast met het besturen van de stichting en de door de stichting in stand gehouden scholen. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van het College van Bestuur zich naar het belang van de stichting, de scholen van de stichting en de organisatie.
2.
Aan het College van Bestuur komen alle bevoegdheden ten aanzien van de stichting en de scholen toe, met uitzondering van de bevoegdheden die op grond van wetgeving en/of deze statuten expliciet aan de Raad van Toezicht zijn toegekend.
3.
Het College van Bestuur is bevoegd tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt, zulks met in achtneming van lid 4 aanhef en sub i van dit artikel.
4.
Het College van Bestuur heeft voorafgaande schriftelijke goedkeuring van de Raad van Toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking
-7-
tot: a.
het vaststellen van de missie en het strategisch meerjarenbeleid/-plan voor de stichting en scholen;
b.
strategische wijzigingen in het onderwijsaanbod van een of meerdere scholen;
c.
het vaststellen van de (meerjaren)begroting, de jaarrekening en het jaarverslag conform de geldende wet- en regelgeving alsmede het aangaan van financiële verplichtingen welke niet binnen de begroting zijn opgenomen;
d.
het vaststellen van het treasurybeleid en het (meerjaren)investeringsplan;
e.
het wijzigen van de statuten;
f.
het vaststellen, wijzigen of intrekken van een code voor goed bestuur, het managementstatuut en het bestuursreglement;
g.
het aangaan, verbreken of belangrijk wijzigen van een duurzame en/of strategische samenwerking met een andere onderwijsgerelateerde instelling, dan wel vaststelling of wijziging van het beleid ter zake;
h.
een aanvraag tot faillissement of van surséance van betaling;
i.
het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een ander verbindt. Het ontbreken van deze goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid van het College van Bestuur naar derden aan;
j.
de wijziging van de grondslag, opheffing, stichting, overname, samenvoeging, overdracht of afsplitsing van een of meer van de scholen, met inachtneming van het bepaalde in artikel 18 lid 6;
k.
(juridische) fusie, (af-)splitsing of ontbinding van de stichting;
l.
alle andere bij wet- of regelgeving en/of voor de stichting geldende code voor goed bestuur voorgeschreven besluiten die de goedkeuring van de Raad van Toezicht behoeven.
-8-
5.
Onverlet een eventuele onderlinge taakverdeling, is het College van Bestuur gezamenlijk voor het geheel van het bestuur verantwoordelijk.
6.
Het College van Bestuur is verantwoording verschuldigd aan de Raad van Toezicht over het door het College gevoerde rechtmatig bestuur en beheer, de uitvoering van haar taken, de uitoefening van haar bevoegdheden en de resultaten van de organisatie.
7.
Het College van Bestuur verschaft de Raad van Toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke informatie, een en ander conform het bepaalde in artikel 12 van deze statuten.
8.
Het College van Bestuur neemt besluiten op basis van consensus en zo nodig met meerderheid van stemmen. Indien het College van Bestuur uit meerdere personen bestaat, wordt bij het staken van de stemmen het voorstel geacht verworpen te zijn. Elk lid van het College van Bestuur heeft één stem. Indien het College van Bestuur uit één persoon bestaat, kunnen besluiten ook rechtsgeldig buiten vergadering worden genomen.
9.
Een lid van het College van Bestuur neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang bedoeld in de tweede volzin van lid 1 van dit artikel. Wanneer hierdoor geen bestuursbesluit kan worden genomen, wordt het besluit genomen door de Raad van Toezicht.
10. Het College van Bestuur stelt een bestuursreglement vast dat met inachtneming van het bepaalde in deze statuten in elk geval een nadere omschrijving van de werkwijze van het College van Bestuur bevat, waaronder een regeling omtrent de te houden vergaderingen. 11. De vergaderingen van het College van Bestuur zijn openbaar tenzij het College van Bestuur anders beslist op haar moverende gronden. Artikel 8. College van Bestuur: defungeren Een lid van het College van Bestuur defungeert: a.
door zijn overlijden;
b.
door onder curatele stellen of wanneer over zijn vermogen of persoon een bewindvoerder of mentor wordt aangesteld;
c.
door zijn aftreden op eigen verzoek;
-9-
d.
door ontslag hem verleend door de Raad van Toezicht;
e.
door ontslag op grond van artikel 2:298 Burgerlijk Wetboek;
f.
door het einde van zijn dienstverband met de stichting;
g.
door een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf;
h.
wanneer hij in staat van faillissement wordt verklaard, een regeling in het kader van de Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard of hij surséance van betaling verkrijgt;
i.
door het intreden van een onverenigbaarheid zoals beschreven in artikel 5 lid 4 van deze statuten;
j.
door het intreden van een onverenigbaarheid zoals beschreven in artikel 5 lid 6 van deze statuten en een daaropvolgende besluit van de Raad van Toezicht dat de bestuurder defungeert.
RAAD VAN TOEZICHT Artikel 9: Samenstelling 1.
De stichting kent een Raad van Toezicht die bestaat uit bij voorkeur een oneven aantal van minimaal vijf en maximaal zeven natuurlijke personen.
2.
De leden van de Raad van Toezicht worden benoemd door de Raad van Toezicht op basis van coöptatie.
3.
Bij de benoeming van de leden van de Raad van Toezicht wordt de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad in de gelegenheid gesteld een bindende voordracht te doen voor een lid.
4.
Bij de samenstelling van de Raad van Toezicht wordt zorggedragen voor een complementaire samenstelling in competenties en deskundigheden/disciplines.
5.
Het reglement van de Raad van Toezicht regelt de benoemingsprocedure.
6.
Voorwaarde voor benoeming in de Raad van Toezicht is het schriftelijk voorafgaand aan de benoeming onderschrijven van grondslag en doelstelling van de stichting, zoals omschreven in de artikelen 2 tot en met 4 van deze statuten.
7.
Naast het bepaalde in artikel 5 lid 4 van deze statuten, zijn tot lid van de Raad van Toezicht niet benoembaar: a.
een lid van het College van Bestuur van de stichting;
b.
personen die (on)middellijk betrokken zijn bij de levering van goederen
- 10 -
of diensten aan de stichting, tenzij de overige leden van de Raad van Toezicht hier unaniem hun toestemming aan geven en het betreffende lid geen deel neemt aan de desbetreffende besluitvorming. 8.
Leden van de Raad van Toezicht worden benoemd voor een periode van maximaal vier jaar en treden periodiek af volgens een door de Raad van Toezicht op te stellen rooster van aftreden. Aftredende leden kunnen terstond worden herbenoemd, ten hoogste éénmaal en voor een termijn van maximaal vier jaren. De maximale totale zittingsduur van een lid van de Raad van Toezicht is acht jaar.
9.
Ingeval van een of meer vacatures in de Raad van Toezicht vormen de overblijvende leden een wettig samengestelde Raad van Toezicht. De Raad van Toezicht voorziet zo spoedig mogelijk in de vacature(s).
10. De Raad van Toezicht kan, onder opgave van redenen en met een twee/derde meerderheid van de stemmen besluiten een lid van de Raad van Toezicht te schorsen of te ontslaan, evenwel niet dan nadat aan het betrokken lid de gelegenheid is geboden om zich in de vergadering te verantwoorden en te doen verdedigen. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. Het betrokken lid van de Raad van Toezicht heeft in de desbetreffende vergadering geen stemrecht. 11. De Raad van Toezicht kiest uit zijn midden een voorzitter en een plaatsvervangend voorzitter. 12. Aan de leden van de Raad van Toezicht kan een vergoeding worden toegekend. 13. De Raad van Toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taken doen bijstaan door deskundigen. Artikel 10: Taken en bevoegdheden 1.
De Raad van Toezicht functioneert onafhankelijk van het College van Bestuur. Bij de vervulling van hun taak richten de leden van de Raad van Toezicht zich naar het belang van de stichting, de scholen van de stichting en de organisatie.
2.
De Raad van Toezicht houdt deugdelijk en onafhankelijk intern toezicht op het beleid van het College van Bestuur, de algemene gang van zaken in de
- 11 -
stichting, de scholen en de organisatie, alsmede de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden door het College van Bestuur, in het bijzonder op: a.
de verwezenlijking van grondslag en doelstelling van de stichting;
b.
het naleven van de wet- en regelgeving;
c.
het naleven van de voor de stichting geldende code voor goed bestuur;
d.
de rechtmatige verwerving en de doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen;
e.
het functioneren van het College van Bestuur;
f.
de realisatie van het (meerjaren)beleid;
g.
de kwaliteit van het onderwijs;
h.
de wijze waarop de horizontale verantwoording wordt vorm gegeven;
i.
en andere aangelegenheden voor zover bij wet- of regelgeving voorgeschreven.
3.
De Raad van Toezicht oefent tevens die taken en bevoegdheden uit die in deze statuten aan de Raad van Toezicht zijn opgedragen of toegekend.
4.
De Raad van Toezicht fungeert als werkgever van de leden van het College van Bestuur die op basis van een arbeidsovereenkomst in dienst zijn en komt in die hoedanigheid alle arbeidsrechtelijke bevoegdheden en verplichtingen toe waaronder de vaststelling van de beloning. De Raad van Toezicht kan leden van het College van Bestuur met inachtneming van de geldende CAO voor bestuurders in elk geval schorsen of ontslaan, indien: a.
er sprake is van wanbeheer of een andere vorm van onbehoorlijk bestuur;
b.
er ernstige aanwijzingen zijn dat een lid van het College van Bestuur niet geschikt is voor zijn/haar taak;
c.
er sprake is van aantoonbaar verwijtbaar handelen of nalaten in strijd met de wet of deze statuten;
d.
niet of niet behoorlijk wordt voldaan aan de verplichtingen inzake rapportage en het verstrekken van inlichtingen als bedoeld in artikel 12;
e.
er sprake is van maatschappelijk onbetamelijk gedrag van dien aard dat bij het aanblijven van de betrokken persoon het imago van de
- 12 -
stichting ernstig wordt geschaad. 5.
De Raad van Toezicht benoemt conform wettelijke voorschriften een registeraccountant die de jaarstukken controleert en hiervan aan de Raad van Toezicht verslag doet.
6.
De Raad van Toezicht stelt met inachtneming van het bepaalde in deze statuten een reglement voor de Raad van Toezicht vast.
7.
De Raad van Toezicht staat het College van Bestuur (gevraagd en ongevraagd) met raad terzijde.
8.
Bij ontstentenis of belet van een of meer leden van de Raad van Toezicht, niet zijnde alle leden of het enig (overgebleven) lid, neemt het overblijvende deel van de Raad van Toezicht waar. Bij ontstentenis of belet van alle leden van de Raad van Toezicht wordt aan de stakeholders van de stichting verzocht op de kortst mogelijke termijn een of meer waarnemers voor te dragen. In het reglement als bedoeld in lid 6 van dit artikel wordt de desbetreffende procedure nader omschreven.
9.
De Raad van Toezicht pleegt tweemaal per jaar overleg met de gemeenschappelijke medezeggenschapsraad.
10. De Raad van Toezicht legt jaarlijks verantwoording af over de uitvoering van de taken en de uitoefening van de bevoegdheden in het jaarverslag. Artikel 11: Vergaderingen en besluiten 1.
De Raad van Toezicht vergadert ten minste vier maal per jaar en voorts zo dikwijls als een lid van de Raad van Toezicht of een lid van het College van Bestuur het nodig acht. Een en ander wordt nader vastgelegd en uitgewerkt in het reglement van de Raad van Toezicht.
2.
Behoudens in die gevallen, waar de statuten uitdrukkelijk anders bepalen, neemt de Raad van Toezicht haar besluiten met meerderheid van stemmen in een vergadering, waar tenminste de helft plus één van haar leden aanwezig is. Elk lid van de Raad van Toezicht heeft één stem.
3.
Een lid van de Raad van Toezicht neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat tegenstrijdig is met het belang van de stichting, de scholen van de stichting en de organisatie. Wanneer de Raad van Toezicht hierdoor geen
- 13 -
besluit kan nemen, wordt dit met medeneming van de overwegingen die hieraan ten grondslag liggen, schriftelijk vastgelegd. Artikel 12: Informatieverschaffing Raad van Toezicht 1.
Het College van Bestuur verschaft de Raad van Toezicht (gevraagd en ongevraagd) tijdig de voor de uitoefening van diens taak noodzakelijke gegevens. De informatieverstrekking omvat in ieder geval: a.
de begroting en het financieel jaarverslag als bedoeld in artikel 15 leden 3 en 4 van deze statuten alsmede de accountantsverklaring (jaarlijks);
b.
tussentijdse rapportages op hoofdlijnen van beleid, zulks minimaal twee keer per kalenderjaar;
c.
ten minste een keer per jaar schriftelijk, de hoofdlijnen van het strategisch beleid, van de kwaliteit van het onderwijs, van de algemene en financiële risico’s en van de gebruikte beheers- en controlesystemen;
2.
d.
ontwikkelingen van strategisch niveau en belang voor de organisatie;
e.
juridische procedures.
Het College van Bestuur verstrekt voorts alle overige door de Raad van Toezicht opgevraagde informatie.
3.
De Raad van Toezicht mag inzage (doen) nemen van alle boeken, bescheiden, gegevensdragers en correspondentie van de stichting.
Artikel 13: Defungeren Een lid van de Raad van Toezicht defungeert: a.
door zijn overlijden;
b.
door onder curatele stellen of wanneer over zijn vermogen of persoon een bewindvoerder of mentor wordt aangesteld;
c.
door zijn aftreden op eigen verzoek;
d.
door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden;
e.
door zijn ontslag verleend door de Rechtbank;
f.
door zijn toetreding tot het College van Bestuur;
g.
door het aangaan van een dienstverband met de stichting;
h.
door een onherroepelijke strafrechtelijke veroordeling voor een misdrijf;
i.
door ontslag hem verleend door de overige leden van de Raad van Toezicht;
- 14 -
j.
wanneer hij in staat van faillissement wordt verklaard, een regeling in het kader van de Schuldsaneringsregeling natuurlijke personen op hem van toepassing wordt verklaard of hij surseance van betaling verkrijgt;
k.
door zijn aftreden op grond van het rooster van aftreden;
l.
door het intreden van een onverenigbaarheid zoals beschreven in artikel 5 leden 4 en 5 van deze statuten.
VERTEGENWOORDIGING Artikel 14 1.
De leden van het College van Bestuur vertegenwoordigen gezamenlijk dan wel ieder afzonderlijk de stichting in en buiten rechte, voor zover uit de wet of de statuten niet anders voortvloeit.
2.
Het College van Bestuur kan volmacht verlenen om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
FINANCIEEL BELEID EN GELDMIDDELEN Artikel 15 1.
De geldmiddelen der stichting bestaan uit: a.
het stichtingskapitaal;
b.
Rijksbekostiging en overige subsidies uit de openbare kassen;
c.
vergoedingen voor door de stichting verleende diensten;
d.
rechtmatig verkregen bijdragen, giften en schenkingen/donaties;
e.
erfstellingen, die alleen onder het voorrecht van boedelbeschrijving mogen worden aanvaard, en legaten;
f.
ouderbijdragen;
g.
andere op wettige wijze verkregen baten.
2.
Het boekjaar van de stichting valt samen met het kalenderjaar.
3.
De goedgekeurde begroting, tijdig tot stand gekomen op basis van de geldende planning en controlcyclus en na overleg met de raden van de gemeenten waar openbaar onderwijs wordt gegeven, is maatstaf voor het doen van uitgaven. Het College van Bestuur heeft in geval van belangrijke overschrijdingen van de goedgekeurde begroting, een meldingsplicht aan de Raad van Toezicht.
4.
Binnen zes maanden na afloop van het boekjaar stelt het College van Bestuur het jaarverslag vast, conform artikel 7 lid 4 sub c van deze statuten.
- 15 -
De financiële jaarstukken over het afgelopen jaar moeten zijn opgemaakt aan de hand van de voor dat jaar goedgekeurde begroting. De vaststelling van de jaarrekening kan slechts plaatsvinden na overleg met de raden van de gemeenten waar openbaar onderwijs wordt gegeven en indien bij de jaarstukken een rapport van een accountant is gevoegd. De accountant is benoemd conform artikel 10 lid 5 van deze statuten. 5.
De Raad van Toezicht verleent in een apart besluit de leden van het College van Bestuur decharge voor het door hen gevoerde beleid, nadat de jaarrekening is goedgekeurd door de Raad van Toezicht.
6.
Het College van Bestuur is verplicht de in de voorgaande leden bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers te bewaren conform wettelijke voorschriften.
VERANTWOORDING Artikel 16 1.
Het College van Bestuur draagt zorg voor een jaarlijkse verantwoording aan de belanghebbenden bij de stichting en de betrokken scholen.
2.
Het College van Bestuur brengt jaarlijks aan de gemeenteraden van de gemeenten waarin de openbare scholen zijn gelegen, verslag uit over de werkzaamheden, waarbij in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs en voorts aan hetgeen bij wet in dit kader is voorgeschreven. Het verslag wordt openbaar gemaakt.
3.
De wijze waarop de gemeenteraad van de gemeenten waarin een openbare school is gevestigd, toezicht op het bestuur van die school uitoefent, wordt in overleg tussen het College van Bestuur en de desbetreffende gemeenteraden nader vorm gegeven, in het verlengde van hetgeen deze statuten daaromtrent reeds bepalen.
STATUTENWIJZIGING Artikel 17 1.
Het College van Bestuur is bevoegd deze statuten te wijzigen na voorafgaande schriftelijke goedkeuring door de Raad van Toezicht.
2.
Een besluit tot statutenwijziging van de stichting dient door de Raad van Toezicht te worden goedgekeurd met een meerderheid van tenminste twee/derde deel der uitgebrachte geldige stemmen in een speciaal tot dit
- 16 -
doel bijeengeroepen vergadering waarin tenminste twee/derde der leden van de Raad van Toezicht aanwezig is. Wordt in de bijeengeroepen vergadering het vereiste quorum niet behaald dan kan in een binnen een maand doch tenminste een week later tot hetzelfde doel te houden vergadering een besluit tot wijziging der statuten met de normale meerderheid van de dan aanwezige leden van de Raad van Toezicht worden genomen. 3.
Een voorstel tot statutenwijziging van de stichting moet tenminste drie weken voor de beslissende vergadering schriftelijk ter kennis worden gebracht van alle leden van de Raad van Toezicht.
4.
Een besluit tot wijziging van de statuten kan slechts worden genomen, indien aan het in artikel 9 lid 1 genoemde vereiste omtrent het aantal leden van de Raad van Toezicht dat tenminste zitting dient te hebben, wordt voldaan.
5.
De statuten kunnen slechts worden gewijzigd na instemming van de gemeenteraden van de gemeenten waarin de openbare scholen zijn gelegen. Instemming kan slechts worden onthouden indien overheersende invloed van de gemeenten in het bestuur niet is verzekerd voor zover het openbaar onderwijs betreft.
6.
Voor besluiten tot statutenwijziging voor wat betreft de artikelen ter zake van de naam, de doelstelling, de middelen ter bereiking van de doelstelling en de bestuurssamenstelling, fusie, (af)splitsing of ontbinding van de stichting alsmede voor oprichting, opheffing, overdracht of samenvoeging van katholiek en interconfessionele scholen is goedkeuring van de Nederlands Katholieke Schoolraad vereist.
7.
Het College van Bestuur draagt zorg voor de uitvoering van het besluit. De statutenwijziging komt tot stand door middel van een daartoe op te maken notariële akte. Een authentiek afschrift van de akte van wijziging en een doorlopende tekst van de gewijzigde statuten moeten worden neergelegd bij het Handelsregister.
ONTBINDING VAN DE STICHTING, FUSIE, SPLITSING Artikel 18 1.
Het College van Bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden. Een besluit
- 17 -
tot ontbinding van de stichting dient door de Raad van Toezicht te worden goedgekeurd met een meerderheid van tenminste twee/derde deel der uitgebrachte geldige stemmen in een speciaal tot dit doel bijeengeroepen vergadering waarin tenminste twee/derde der leden van de Raad van Toezicht aanwezig is. Wordt in de bijeengeroepen vergadering het vereiste quorum niet behaald dan kan in een binnen een maand doch tenminste een week later tot hetzelfde doel te houden vergadering een besluit tot ontbinding met de normale meerderheid van de dan aanwezige leden van de Raad van Toezicht worden genomen. Een besluit tot ontbinding van de stichting kan slechts worden genomen na goedkeuring van de gemeenteraden van de gemeenten, waarin de openbare scholen zijn gelegen. 2.
Een na ontbinding overblijvend batig saldo wordt bestemd voor een doel aan te wijzen door de Raad van Toezicht. De organisatie(s) die het overblijvend batig saldo ontvangt/ontvangen, dient/dienen te beschikken over de ANBI-status. Als de stichting op het tijdstip van haar ontbinding geen baten meer heeft, houdt zij op te bestaan. In dat geval doet het College van Bestuur daarvan opgave aan het Handelsregister.
3.
De boeken en bescheiden van de ontbonden stichting blijven gedurende de wettelijke termijn nadat de stichting heeft opgehouden te bestaan onder bewaring van de door het College van Bestuur bij het besluit tot ontbinding aangewezen persoon.
4.
De stichting wordt bovendien ontbonden: a.
door insolventie nadat de stichting in staat van faillissement is verklaard of door opheffing van het faillissement wegens de toestand van de boedel.
b.
door een daartoe strekkende rechterlijke uitspraak in de bij de wet genoemde gevallen.
5.
Voor een besluit tot fusie, splitsing of ontbinding van de stichting gelden voorts dezelfde regels van besluitvorming, instemming en goedkeuring als voorgeschreven voor een statutenwijziging en opgenomen in artikel 17 van deze statuten, onverminderd de eisen van de wet.
- 18 -
Een besluit tot fusie waarbij de stichting als verkrijgende rechtspersoon optreedt is niet onderworpen aan de instemming van de gemeenteraden van de gemeenten waarin de openbare scholen zijn gelegen. 6.
De gemeenteraad waar de openbare school is gevestigd, is bevoegd tot opheffing van die openbare school.
VEREFFENING Artikel 19 1.
De vereffening van het vermogen van de ontbonden stichting en de afwikkeling van haar zaken geschiedt door het College van Bestuur.
2.
De stichting blijft na haar ontbinding voortbestaan indien en voor zover dit voor de vereffening van haar zaken nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van de statuten voor zoveel mogelijk en nodig van kracht, met inbegrip van die welke betrekking hebben op de regels, taken en bevoegdheden van de Raad van Toezicht. In stukken en aankondigingen die van de stichting uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden ‘in liquidatie’.
3.
De vereffening eindigt op het tijdstip waarop geen aan de vereffenaars bekende baten meer aanwezig zijn.
4.
De stichting houdt in geval van vereffening op te bestaan op het tijdstip waarop de vereffening eindigt. De vereffenaars doen daarvan opgave aan het Handelsregister.
SLOTBEPALINGEN Artikel 20 1.
Indien binnen de stichting verschil van mening bestaat over de uitleg van enige bepaling van deze statuten beslist het College van Bestuur.
2.
In de gevallen waarin noch door de statuten noch door het bestuursreglement wordt voorzien, beslist het College van Bestuur.
3.
In afwijking van het bepaalde in lid 1 en 2, beslist in aangelegenheden die tot de taken, bevoegdheden en interne aangelegenheden van de Raad van Toezicht behoren, de Raad van Toezicht in plaats van het College van Bestuur.
4.
Tenzij anders blijkt of kennelijk anders is bedoeld, sluit een verwijzing naar het mannelijke geslacht een verwijzing naar een ander gender in en
- 19 -
omgekeerd en is genderneutraliteit beoogd. OVERGANGSBEPALING Artikel 21 1.
In afwijking van artikel 9 leden 1, 2 en 8 van deze statuten bestaat de eerste Raad van Toezicht per één januari tweeduizend vijfentwintig uit de volgende bij deze notariële akte benoemde leden: [leden Raad van Toezicht]. Voor de leden van deze eerste Raad van Toezicht zijn de artikelen 5 lid 5, 8 sub i en 13 sub l voor zover nodig/aan de orde, niet van toepassing casu quo buitenwerking verklaard. Voornoemde artikelen gelden vervolgens onverkort bij de opvolging van de desbetreffende leden van de Raad van Toezicht.
2.
Indien een op basis van lid 1 benoemd lid van de Raad van Toezicht de maximale totale zittingsduur van een lid van de Raad van Toezicht van acht jaar als bedoeld in artikel 10 lid 8 van deze statuten inmiddels heeft overschreden, treedt dit lid bij voorrang af in het door de Raad van Toezicht vast te stellen rooster van aftreden.
De comparant is mij, notaris, bekend. De comparant verklaarde tijdig voor het verlijden van de akte een ontwerp van deze akte te hebben ontvangen en met de inhoud daarvan in te stemmen. Voor het verlijden van de akte is door mij, notaris, aan de comparant mededeling gedaan van de zakelijke inhoud van de akte en heb ik daarop een toelichting gegeven. De akte is verleden te Goes op de dag die in het hoofd van de akte is vermeld. Onmiddellijk na beperkte voorlezing is de akte ondertekend door de comparant en mij, notaris.