CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1105949 Bijlage 5 Langeweg 2a en 2b - bijlagen

Gemeenteraad 26 september 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vaststellen bestemmingsplan Langeweg 2a en 2b te Bruinisse (1105949)6.610 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen

bestemmingsplan

Langeweg 2a en 2b, Bruinisse Schouwen-Duiveland BIJLAGEN

2/2

DATUM IMRO IDN

19 december 2023 NL.IMRO.1676.0026BphBR-ON01

PROJECT PROJECTLEIDER

Langeweg 2a en 2b Bruinisse D. van Roij

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

Stouten Fourage VOF 20201768

AUTEUR STATUS

D. van Roij/L. ten Braak Ontwerp

© RHO ADVISEURS BV

Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/ of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd.

Inhoudsopgave

Bijlagen toelichting

4

Bijlage 1

Archeologisch bureauonderzoek

6

Bijlage 2

Watertoets

8

Bijlage 3

Bodemonderzoek Langeweg 2a

10

Bijlage 4

Bodemonderzoek Langeweg 2b

12

Bijlage 5

Milieuhygiënisch vooronderzoek bodem

14

Bijlage 6

QS Flora en fauna

16

Bijlage 7

Toelichtende memo + aeriusberekening

18

Bijlage 8

Berekening Aerius-calculator aanlegfase

20

Bijlage 9

Berekening Aerius calculator gebruiksfase

22

Bijlage 10

Akoestisch onderzoek

24

Bijlage 11

Vorm vrije-merbeoordeling

26

Bijlage 12

Memo motivering bestaand kleinschalig bedrijventerrein

28

Bijlagen bij de regels Bijlage 1

3/31

29 Landschappelijke inpassing

31

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

5/31

Bijlage 1 Archeologisch bureauonderzoek

6/31

7/31

Langeweg 2a en 2b te Bruinisse, gemeente SchouwenDuiveland Een Bureauonderzoek

H.E. Bouter

2

Colofon ADC Rapport 5009 Langeweg 2a en 2b te Bruinisse, gemeente Schouwen-Duiveland Een Bureauonderzoek Auteur: H.E. Bouter In opdracht van Blok Bouwconsultancy © ADC ArcheoProjecten, Amersfoort, 11 oktober 2019 Foto’s en tekeningen: ADC ArcheoProjecten, tenzij anders vermeld Status onderzoek: concept Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt worden door middel van druk, fotokopie of op welke wijze dan ook zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgevers. ADC ArcheoProjecten aanvaardt geen aansprakelijkheid voor eventuele schade voortvloeiend uit de toepassing van de adviezen of het gebruik van de resultaten van dit onderzoek.

Autorisatie: E. Schrijer

ISSN 1875-1067 ADC ArcheoProjecten Postbus 1513 3800 BM Amersfoort Tel 033-299 81 81 Email info@archeologie.nl

3

Inhoudsopgave Samenvatting 1 Inleiding en administratieve gegevens 2 Bureauonderzoek 2.1 Doelstelling en vraagstelling 2.2 Methodiek 2.3 Resultaten 2.4 Gespecificeerde verwachting en conclusie 3 Aanbeveling Literatuur Geraadpleegde websites Lijst van afbeeldingen en tabellen

4 6 8 8 8 9 15 16 17 17 18

4

Samenvatting In opdracht van Blok Bouwconsultancy heeft ADC ArcheoProjecten in september/oktober 2019 een bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie Langeweg 2a en 2b te Bruinisse, gemeente Schouwen-Duiveland. Aanleiding is de voorgenomen uitbreiding van een bedrijventerrein. Hierbij zal de bodem worden verstoord tot ongeveer 50 cm -mv. Voor de voorgenomen uitbreiding is een bestemmingsplanwijziging nodig. Op basis van het bureauonderzoek kunnen drie potentiële archeologische niveaus worden verwacht: 1.

Archeologische waarden uit de Prehistorie kunnen zich manifesteren in de top van het Laagpakket van Wormer (Laat-Neolithicum) of in de onderzijde van een pakket Hollandveen (Bronstijd). Deze resten kunnen worden verwacht op een diepte van meer dan ca. 4 m –mv.

2.

Archeologische waarden uit de IJzertijd en de Romeinse tijd worden niet verwacht aangezien het pakket Hollandveen waarschijnlijk is aangetast of verdwenen ten gevolge van erosie en afgraving door de mens. Indien toch een intact veenpakket wordt aangetroffen, verwacht op ca. 2 tot 3 m –mv, kunnen hierin archeologische resten uit de IJzertijd en de Romeinse tijd worden verwacht. Het niveau manifesteert zich dan waarschijnlijk als een veraarde laag met kleine fragmenten aardewerk, vuursteen of houtskool.

3.

Archeologische resten uit de periode Vroege Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd kunnen worden aangetroffen in de top van het Laagpakket van Walcheren en in eventueel aanwezige cultuurlagen. Aan of nabij het maaiveld kunnen archeologische resten aanwezig zijn van na de bedijking en daterend in de Nieuwe tijd. Uit het bureauonderzoek volgen geen concrete aanwijzingen voor archeologische resten uit deze periode in het plangebied, gelegen in een vlakte van getijafzettingen. De verwachting is daarom laag.

In het geval de ingrepen niet dieper reiken dan 1,5 m –mv, wordt geen nader onderzoek noodzakelijk geacht en wordt geadviseerd het plangebied vrij te geven. Tot deze diepte worden geen archeologische waarden verwacht. In het geval de ingrepen dieper reiken, wordt geadviseerd een verkennend booronderzoek uit te voeren. Dit zal gericht zijn op het vaststellen van de intactheid van het veenpakket en het Laagpakket van Wormer, waarin archeologische resten kunnen worden aangetroffen uit de periode Neolithicum-Romeinse tijd. De archeologische verwachting zal worden getoetst en zonodig aangevuld. Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

5

Tabel 1. Overzicht van de verschillende (pre)historische perioden. Periode

Afkorting

Tijd in jaren

Nieuwe tijd

NT

1500 - heden 450 – 1500 na Chr.

Middeleeuwen:

XME

Late Middeleeuwen

LME

1050 - 1500 na Chr.

Vroege Middeleeuwen

VME

450 - 1050 na Chr.

Romeinse tijd:

ROM

Laat-Romeinse tijd

ROML

12 voor Chr. – 450 na Chr. 270 - 450 na Chr.

Midden-Romeinse tijd

ROMM

70 - 270 na Chr.

Vroeg-Romeinse tijd

ROMV

12 voor Chr. - 70 na Chr.

IJzertijd:

IJZ

Late IJzertijd

IJZL

250 - 12 voor Chr.

Midden-IJzertijd

IJZM

500 - 250 voor Chr.

Vroege IJzertijd

IJZV

Bronstijd:

BRONS

800 – 12 voor Chr.

800 - 500 voor Chr. 2000 - 800 voor Chr.

Late Bronstijd

BRONSL

1100 - 800 voor Chr.

Midden-Bronstijd

BRONSM

1800 - 1100 voor Chr.

Vroege Bronstijd

BRONSV

2000 - 1800 voor Chr.

Neolithicum (Jonge Steentijd):

NEO

Laat-Neolithicum

NEOL

2850 - 2000 voor Chr.

Midden-Neolithicum

NEOM

4200 - 2850 voor Chr.

Vroeg-Neolithicum

NEOV

Mesolithicum (Midden-Steentijd):

MESO

Laat-Mesolithicum

MESOL

5300 – 2000 voor Chr.

5300 - 4200 voor Chr. 8800 – 4900 voor Chr. 6450 - 4900 voor Chr.

Midden-Mesolithicum

MESOM

7100 - 6450 voor Chr.

Vroeg-Mesolithicum

MESOV

8800 - 7100 voor Chr.

Paleolithicum (Oude Steentijd):

PALEO

Laat-Paleolithicum

PALEOL

35.000 - 8800 voor Chr.

Midden-Paleolithicum

PALEOM

300.000 – 35.000 voor Chr.

Vroeg-Paleolithicum

PALEOV

tot 300.000 voor Chr.

Bron: Archeologisch Basis Register 1992

tot 8800 voor Chr.

6

1

Inleiding en administratieve gegevens In opdracht van Blok Bouwconsultancy heeft ADC ArcheoProjecten in september 2019 een bureauonderzoek uitgevoerd voor de locatie Langeweg 2a en 2b te Bruinisse, gemeente Schouwen-Duiveland. Aanleiding is de uitbreiding van een bedrijventerrein, waaronder de realisering van een bedrijfshal, opslagterrein en een kantoorgebouw. Hierbij zal de bodem worden verstoord tot ongeveer 50 cm –mv. Voor de nieuwe ontwikkeling is een bestemmingsplanwijziging nodig. Sinds 1 juli 2016 is de Erfgoedwet in werking getreden en is de Monumentenwet 1988 komen te vervallen. De bepalingen van de Monumentenwet zijn opgenomen in de Erfgoedwet. Op grond van de Erfgoedwet moeten archeologische (verwachtings)waarden gewaarborgd zijn in het bestemmingsplan. Het plangebied valt volgens het vigerende bestemmingsplan Buitengebied gemeente Schouwen-Duiveland, dat is vastgesteld op 26 maart 2009, in een zone met dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 7’. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Schouwen-Duiveland ligt het plangebied in ‘onderzoeksgebied B’ met een lage tot zeer lage archeologische verwachtingswaarde.1 Volgens de bouwregels in het bestemmingsplan is archeologisch onderzoek noodzakelijk bij ingrepen dieper dan 50 cm en over een oppervlakte 2 groter dan 5.000 m .

De initiatiefnemer dient een rapport te overleggen waarin naar oordeel van de bevoegde overheid de archeologische waarde van het plangebied voldoende is vastgesteld. In het kader van dit proces heeft het in dit rapport beschreven onderzoek plaatsgevonden. In Nederland dient het vaststellen van de archeologische waarde van een plangebied te gebeuren conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA versie 4.1).2 Behalve de protocollen van de vigerende KNA zijn de uitvoeringskaders van de gemeente Schouwen-Duiveland en de provincie Zeeland gevolgd.3

1

Past2Present 2008.

2

SIKB 2013.

3

Past2Present 2008 en Provincie Zeeland 2014.

7

De volgende administratieve gegevens zijn van toepassing: Opdrachtgever: Blok Bouwconsultancy Fase AMZ-cyclus: Bureauonderzoek Aanleiding: Nieuwbouw Locatie: Langeweg 2a en 2b Plaats: Bruinisse Gemeente: Schouwen-Duiveland Provincie: Zeeland Kadastrale gegevens: Deelgebied Langeweg 2a: Sectie G, perceelnummer 1757 Deelgebied Langeweg 2b: Sectie G, perceelnummer 1253 Kaartblad: 43C 2 Oppervlakte plangebied Deelgebied Langeweg 2a: 5.000 m 2 Deelgebied Langeweg 2b: 5.000 m Coördinaten: Deelgebied Langeweg 2a: NW:64815/407742 NO: 64910/407689 ZO: 64885/407642 ZW: 64885/407642

Bevoegde overheid met contactgegevens:

Deskundige namens de bevoegde overheid met contactgegevens:

ARCHIS-zaaknummer(s) ADC-projectcode: Auteur: Autorisatie: Periode van uitvoering: Beheer en plaats documentatie: Beheer en plaats digitale documentatie (edepot):

Deelgebied Langeweg 2b: NW: 64885/407642 NO: 64666/407635 ZO: 64666/407635 ZW: 64568/407570 Gemeente Schouwen-Duiveland Mevr. A. Hubregtse Postbus 5555 4300 JA Zierikzee Tel.: 0111-452000 E-mail: Annette.hubregtse@schouwenduiveland.nl Past2Present Archeologic Pelmolenlaan 12-14 3447 GW Woerden Tel.: 0348 - 43 77 88 Fax: 0348 - 43 77 89 4736373100 4210625 H.E. Bouter E. Schrijer September 2019 ADC ArcheoProjecten bv, Amersfoort e-depot: https://doi.org/10.17026/dans-2cv-j3fk

8

2

Bureauonderzoek 2.1

Doelstelling en vraagstelling

Het bureauonderzoek vormt de eerste stap in het vaststellen van de archeologische waarde van het gebied. Het doel van bureauonderzoek is het aan de hand van schriftelijke bronnen verwerven van informatie over bekende en/of verwachte archeologische waarden in het plangebied, om daarmee te komen tot een gespecificeerde, archeologische verwachting. Voor het bureauonderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen opgesteld: • Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting? • Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd?

2.2

Methodiek

Het onderzoek is uitgevoerd conform de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA), versie 4.1 Landbodems, protocol 4002 Bureauonderzoek. Het bureauonderzoek bestaat uit de volgende elf processtappen: 1. Afbakenen plan- en onderzoeksgebied en vaststellen consequenties van mogelijk toekomstig gebruik; 2. Aanmelden onderzoek bij Archis; 3. Vermelden (en toepassen) overheidsbeleid; 4. Beschrijven huidig gebruik; 5. Beschrijven historische situatie en mogelijke verstoringen; 6. Beschrijven mogelijke aanwezigheid bouwhistorische waarden in de ondergrond; 7. Beschrijven bekende archeologische en aardwetenschappelijke waarden; 8. Opstellen gespecificeerde verwachting; 9. Opstellen standaardrapport bureauonderzoek; 10. Afmelden onderzoek bij Archis: overdracht onderzoeksgegevens; 11. Aanleveren digitale gegevens bij e-Depot. De processtappen 1 tot en met 7 leveren gegevens op basis waarvan processtap 8, de gespecificeerde verwachting wordt opgesteld. De gespecificeerde verwachting is de conclusie van het bureauonderzoek. Hierin wordt aangegeven of, en zo ja, welke archeologische waarden worden verwacht. De resultaten van processtappen 1 tot en met 8 worden behandeld in de paragrafen 2.1 tot en met 2.5. Processtap 9 omvat het voorliggende rapport.

De processtappen 10 en 11 hebben betrekking op het voor derden openbaar maken van de resultaten van het bureauonderzoek via onder meer Archis en het e-Depot. De beschrijving van de historische en aardwetenschappelijke informatie is gebaseerd op het volgende bronmateriaal: • Archeologische beleidskaart van de gemeente Schouwen-Duiveland • Gewestkaart van Zeeland uit 1560 • Kaart van Christiaan Sgrooten uit 1573 • Kaart van Schouwen-Duiveland van Hattinga uit 1752 • Kadastrale minuut uit 1811-1832 • Grote historische atlas van Nederland, 1:50.000, deel 1 West-Nederland 1839-1859 • Bonnekaart uit 1914 • Topografische kaarten uit 1950-1993 • Geologische kaart van Zeeland (Vos & Van Heeringen 1997) • Geologische overzichtskaart van Nederland 1:600.000 • Geomorfologische kaart van Nederland 1:50.000 • Bodemkaart van Nederland 1:50.000 • Paleogeografische kaarten van Zeeland

9

• • • • • • • •

2.3

Recente luchtfoto’s (Google Earth) Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) Indicatieve Kaart van Archeologische Waarden (IKAW) Cultuurhistorische Hoofdstructuur provincie Zeeland Archeologische Monumentenkaart Zeeland (AMK) Archeologisch Informatiesysteem (Archis) Stichting Cultureel Erfgoed Zeeland (SCEZ), ZAA-dossiers Diverse literatuur en websites

Resultaten

2.3.1 Afbakening plan- en onderzoeksgebied, beschrijving huidig gebruik en vaststellen van de consequenties van het mogelijk toekomstige gebruik Het plangebied ligt in het buitengebied van Bruinisse, in de gemeente Schouwen-Duiveland (afb. 1 en 2). 2

Deelgebied Langeweg 2a omvat een oppervlakte van 5.000 m . De oostgrens wordt gevormd door een sloot. Aan de noordzijde ligt weiland. Aan de westzijde bevindt zich een opslagterrein en aan de zuidzijde bevindt zich bebouwing. 2.

Deelgebied Langeweg 2b heeft ook een oppervlakte van 5.000 m . Rondom het terrein bevinden zich weiland, braakliggend terrein en opslagterreinen. In het kader van het onderzoek zijn gegevens met betrekking tot de aanwezigheid van ondergrondse kabels en leidingen opgevraagd bij het KLIC. Uit de hierop ontvangen gegevens blijkt dat in het deelgebied naar verwachting geen ondergrondse kabels en leidingen liggen. Van het plangebied zelf zijn onvoldoende archeologische en aardkundige gegevens beschikbaar om een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting. Daarom zijn tevens gegevens betrokken uit de directe omgeving, waarmee het onderzoeksgebied kan worden gedefinieerd als het gebied binnen een straal van circa 1 km rondom het plangebied. De begrenzing van deze zone is gebaseerd op het gegeven dat hierbinnen sprake is van voldoende informatie om een uitspraak te kunnen doen over de archeologische verwachting die representatief is voor het plangebied. In het plangebied is de uitbreiding van een bedrijventerrein gepland. Deelgebied Langeweg 2a Het voornemen bestaat om in het deelgebied Langeweg 2a een nieuwe bedrijfshal te realiseren 2 met een oppervlakte van 5.000 m . De toekomstige bedrijfsbebouwing zal op “staal” dan wel op poeren wordt gebouwd, zodat er tot ongeveer 50 cm -mv zal worden gegraven.

Aan de westzijde van de nieuwe bedrijfshal zal een paardenbak, opslagterrein voor stro en erfbeplanting worden gerealiseerd, waarbij de bodem minder dan 30 cm diep zal worden verstoord. Deelgebied Langeweg 2b In dit deelgebied is de bouw van een kantoorgebouw voorzien (afb. 3) met een oppervlakte van ca. 2 5.000 m . Het toekomstige kantoor wordt ook op “staal” of op poeren gebouwd. Hierbij zal de bodem worden verstoord tot ongeveer 50 cm –mv. De consequentie van de voorgenomen ingrepen kan zijn dat eventuele aanwezige waardevolle archeologische resten in de ondergrond worden aangetast.

10

2.3.2 Beschrijving van de aardwetenschappelijke waarden Voor het plangebied gelden de volgende aardwetenschappelijke gegevens: Bron

Informatie

Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1:50.0004 Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.0005

Vlakte van getij-afzettingen (2M35)

Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN, afb. 5)6

Kalkrijke poldervaaggronden, lichte zavel op zand, grondwatertrap VI (Mn12A/Mn15A VI) 0,4 tot 0,5 m NAP

De holocene geologische ontstaansgeschiedenis van het eiland Schouwen-Duiveland is afgebeeld in bijlage 1. De afbeelding is gebaseerd op het onderzoek van Vos & Van Heeringen uit 1997.7 De landschappelijke situatie van het plangebied is schematisch weergegeven in onderstaande tabel. De geologische kaart is weergegeven in afb. 4. Periode

Landschappelijke situatie

6000 - 5000 v. Chr. (Laat-Mesolithicum) 5000 - 3500 v. Chr. (Vroeg-Neolithicum) 3500 v. Chr. – 2000 v. Chr. (Midden-Laat Neolithicum) 2000 v. Chr. - 350 na Chr. (Laat-Neolithicum – Romeinse tijd) 350 na Chr.-1468 na Chr. (Romeinse tijd – Late Middeleeuwen) 1468 na Chr. – heden (Nieuwe tijd)

lagune wad kwelder kustveenmoeras wad bedijkt gebied

Rond 6.000 v. Chr. kwam heel Zeeland onder de invloed van de Noordzee te liggen. Het werd een keldergebied, dat werd doorsneden door kreken. De mariene afzettingen die in deze periode zijn afgezet, worden tot het Laagpakket van Wormer gerekend (Formatie van Naaldwijk). In en direct naast de kreken werd zand en zandige klei afgezet, verder af van de kreken siltige en zandige klei. Geleidelijk aan is in het westen van Zeeland een gesloten kustlijn ontstaan. In de lagune achter de kustlijn, nam de invloed van de zee sterk af en vond door de verzoeting van het milieu veenvorming plaats. In de periode vanaf circa 2.500 tot 1.500 v. Chr. ontstond een nagenoeg gesloten kustlijn. Het gebied achter de kustlijn bestond grotendeels uit een uitgestrekt veenmoeras, doorsneden door enkele veenkreken. Vanaf deze periode tot ca. 350 n. Chr. is een dik veenpakket ontstaan. Dit pakket wordt gerekend tot het Hollandveen Laagpakket binnen de Formatie van Nieuwkoop.8 In de IJzertijd en Romeinse tijd werden delen van het veengebied in cultuur gebracht. Hierdoor vond ook ontwatering van het veen plaats. Door ontwatering en inklinking van het veen werd het gebied steeds kwetsbaarder voor overstromingen vanuit de zee. Vanaf ca. 350 n. Chr. vonden grote inbraken vanuit de zee plaats. Geleidelijk aan veranderden grote delen van Zeeland van een veenmoeras opnieuw in een kweldergebied.

Hierbij is een groot deel van het veenpakket weggeslagen en zijn mariene afzettingen van het Laagpakket van Walcheren gevormd (Formatie van Naaldwijk). Het plangebied lag volgens paleogeografische kaarten9 in een veengebied tot ongeveer 350 na Chr. Vervolgens ontstond het wad- en kweldergebied. In de Late Middeleeuwen zijn zeedijken rondom de eilanden aangelegd. Daardoor 10 is de invloed van de zee op het plangebied sterk afgenomen. In 1964 werd Schouwen-Duiveland via de Grevelingendam met Goeree-Overflakkee verbonden. Het plangebied ligt volgens de Geomorfologische kaart van Nederland (afb. 5) in een vlakte van getij-afzettingen tussen twee voormalige inbraakgeulen, die beide zuidwest-noordoost gericht zijn. Deze inbraakgeulen zijn voornamelijk in de vroege middeleeuwen ontstaan. 4

Staring Centrum 1991.

5

DLO-Staring Centrum 1985.

6

https://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/

7

Vos & van Heeringen 1997.

8

Vos & van Heeringen 1997.

9

Vos & Van Heeringen 1997.

10

Haartsen 2009.

11

Op basis van gegevens van de dichtstbijzijnde geologische boring, opgenomen in het DINOloket11, bevindt zich in de diepe ondergrond en beneden een diepte van -14,7 m NAP, dekzand behorende tot de Formatie van Boxtel. Hierboven ligt een laag Basisveen behorende tot de Formatie van Nieuwkoop. Vanaf een diepte van -14,3 NAP bevindt zich een pakket kleiige getijafzettingen behorende tot het Laagpakket van Wormer. Vanaf een diepte van -3,7 m NAP bevinden zich getijafzettingen bestaande uit klei en fijn zand, behorende tot het Laagpakket van Walcheren. Enkele boringen in de omgeving van het plangebied12 duiden op de aanwezigheid van een dunne laag restveen (Hollandveen Laagpakket) tussen de Laagpakketten van Wormer en Walcheren. Het restveen heeft een dikte van enkele decimeters en bevindt zich tussen ca. -2 en -3 m NAP. Het veenpakket is in dit gebied sterk geërodeerd. Geologische opbouw volgens een nabijgelegen boring (Dinoloket)13 Stratigrafie

Diepte in m t.o.v. NAP

Lithologie

Laagpakket van Walcheren, Formatie van Naaldwijk Laagpakket van Wormer Formatie van Naaldwijk Basisveen Laag, Formatie van Nieuwkoop Laagpakket van Wierden, Formatie van Boxtel

+0,8 tot -3,7

klei en fijn zand

-3,7 tot -14,3

klei

-14,3 tot -14,7

veen

-14,7 tot -15

fijn zand

Op het Actueel Hoogtebestand Nederland (AHN) is zichtbaar dat het plangebied op ca. 0,4 tot 0,5 m NAP ligt. De inbraakgeulen ten westen en oosten van het plangebied bevinden zich op ca. -0,3 tot 0,2 m NAP. Het reliëf ter plaatse van het plangebied duidt op de ligging in een vlakte van getijafzettingen. Er zijn geen aanwijzingen voor de aanwezigheid van oude kreken in het plangebied. Op de Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, is het plangebied gekarteerd in een zone met kalkrijke poldervaaggronden.14 De afdekkende zavel- of kleilaag in deze zone is 40 tot 120 cm dik. De gebieden met dit bodemtype zijn ten noorden van Zierikzee veelal vergraven en/of geëgaliseerd. 15 Mogelijk heeft in het plangebied zoutwinning plaatsgehad, ook wel moernering of selnering genoemd. In de Late Middeleeuwen vond in Zeeland ten behoeve van de zoutwinning veenwinning plaats. De uitgegraven gaten werden weer opgevuld met de oorspronkelijk boven het veen aanwezige kleilaag.16

11

Boring B43C1099; bron: www.dinoloket.nl

12

Boring B43C1100 bron: www.dinoloket.nl

13

Boring B43C1099; bron: www.dinoloket.nl

14

DLO-Staring Centrum 1985.

15

Pleijter en van Wallenburg 1994.

16

Ovaa 1974.

12

2.3.3 Beschrijving van bekende archeologische waarden In het onderzoeksgebied zijn de volgende archeologische (indicatieve) waarden vastgesteld (afb. 5): Onderzoeksgebieden Zaakidentificatie

Soort onderzoek

Resultaat

Advies

2287613100

Bureauonderzoek

2326306100

Bureauonderzoek

Inventariserend veldonderzoek (IVO) door middel van boringen, verkennende fase vrijgave

2383411100

Bureauonderzoek en verkennend/karterend booronderzoek

Binnen het plangebied kunnen archeologische resten vanaf de Late Middeleeuwen (na 1468) worden verwacht. Geringe kans op resten uit de IJzertijd en Romeinse tijd in de top van het Hollandveen en resten vanaf de Late Middeleeuwen in het Laagpakket van Walcheren Laagpakket van Walcheren bestaande uit kalkrijk fijn zand tot 250 cm –mv aangeboord, geïnterpreteerd als kreekafzetting. Geen archeologische indicatoren aangetroffen.

Vrijgave

Vondstlocaties Zaakidentificatie

Omschrijving

Datering17

Opmerking

2808598100

Roodbakkende aardewerken klankpot

LME

4020518100

lood

NTM

Vondst door een particulier ter plekke van een in 1467 gebouwde kerk die bij het bombardement in 1945 is verwoest. Particulier vond met metaaldetector een loden blokgewicht met een massa van 30 gram gestempeld met het wapen van Zierikzee.

In de nabije omgeving zijn weinig vondsten gedaan. Op een afstand van ca. 1,2 km ten noorden van het plangebied is op het Kerkplein te Bruinisse een fragment van een klankpot (pot van grof aardewerk) aangetroffen18. Op deze locatie heeft een kerk uit 1467 gestaan die in 1945 is verwoest door bombardementen. Op een afstand van ca. 1,4 km ten westen van het plangebied is een loden blokgewicht daterend uit de Nieuwe tijd Midden (1650-1850 na Chr.) aangetroffen. Voor enkele locaties ten noorden van het plangebied zijn bureauonderzoeken uitgevoerd19. Hieruit kwamen geen concrete aanwijzingen naar voren dat er archeologische waarden zijn te verwachten. De resultaten van een bureauonderzoek voor een locatie aan de Langeweg20 zijn niet bekend. Ca. 300 m ten noorden van het plangebied is aan de Rijksstraatweg21 een verkennend booronderzoek uitgevoerd·. Er werd een laag matig fijn zand aangetroffen tot een diepte van 240 cm –mv. Dit is geïnterpreteerd als kreekafzetting. De bovenste 30 cm van het pakket was verrommeld.

17

Voor een verklaring van de afkortingen, zie tabel 1

18

Zaakidentificatienummer 2808598100

19

Zaakidentificatienummer 2287613100, 2326306100,

20

Zaakidentificatienummer 2135243100

21

Zaakidentificatienummer 2383411100

13

Er zijn geen archeologische laag of archeologische indicatoren aangetroffen. Geadviseerd is het plangebied vrij te geven. Ca. 1 km ten zuiden van het plangebied is bij een verkennend booronderzoek22 ook een kreekafzetting aangetroffen bestaande uit kalkrijk fijn zand, in dit geval ook met fijne detrituslagen. De bovenste 40 cm was omgewerkt23. Ook in dit plangebied werden geen archeologische resten verwacht tot de geplande verstoringsdiepte en is geadviseerd het plangebied vrij te geven. Op de archeologische beleidskaart van de gemeente Schouwen-Duiveland ligt het plangebied in ‘onderzoeksgebied B’ met een lage tot zeer lage archeologische verwachtingswaarde.24 Dit is gebaseerd op de ligging in een vlakte van getijafzettingen, die weinig aantrekkelijk is geweest voor bewoning. De beleidskaart van de gemeente Schouwen-Duiveland is gebaseerd op vier archeologische periode-specifieke waarden- en verwachtingenkaarten. Op de kaart, die de verwachting van het Laagpakket van Wormer weergeeft, geldt voor het hele plangebied een onbekende archeologische verwachtingswaarde. Op de kaarten, die de verwachting van het Hollandveen en het Laagpakket van Walcheren weergeven, geldt een lage verwachtingwaarde. De getij-inversie geulen waarop wel bewoning kan worden verwacht, liggen buiten het plangebied. Daarnaast wordt in het plangebied geen intact veenpakket verwacht.

Op de waarden- en verwachtingenkaart van de Nieuwe tijd maakt het plangebied deel uit van een polder die aan het eind van de Late Middeleeuwen is ingedijkt.25 Op de Cultuurhistorische Hoofdstructuur van de provincie Zeeland zijn, behalve de beleidskaart van de gemeente Schouwen-Duiveland, geen andere archeologische verwachtingskaarten aanwezig.26 2.3.4 Beschrijving van de historische situatie, mogelijke verstoringen en bouwhistorische waarden In de Romeinse tijd is er naast de duinen, ook in het veengebied bewoning geweest. Door inbraken vanuit zee en inklinking van het veen werd het gebied tijdens deze periode onaantrekkeliik voor bewoning. In de vroege en late middeleeuwen bevond zich achter de toenmalige lage kustduinen een gebied dat weinig geschikt was voor menselijke bewoning. Er lagen uitgestrekte schorren opgeslibd tot ruim een meter boven gemiddeld hoogwater. Op plaatsen met meer zoetwater, lagen rietmoerassen en wilgenbossen en resten van een hoogveen. De Vlaamse abdijen bezaten hier in e e de 8 en 9 eeuw grote stukken land, maar de eigendommen lagen ver en geïsoleerd en kwamen in e de 10 eeuw onder Hollandse invloed. Op een beperkt aantal plaatsen, met name op de relatief hooggelegen getij-inversiegeulen was bewoning mogelijk. Zeer lokaal zijn terpen opgeworpen.

De polder Bruinisse waar het plangebied deel van uitmaakt is in 1468 ontstaan door omdijking van het wadden- en kweldergebied. Toen het land beveiligd was door ringdijken en in cultuur was gebracht, veranderde de aanvankelijk verspreide bewoning op de hogere kreekruggen in geconcentreerde bewoning in dorpen. Intensieve zelfvoorzienende landbouw kwam op. Bruinisse maakte in de periode 1577-1920 deel uit van de Polder Dirksland. De oudst bekende vermelding van Dirksland is die in een oorkonde van 1229 waarbij graaf Floris IV van Holland grond op Schouwen ruilde met heer Corstijn tegen goederen in Zierikzee.27 De polders van Bruinisse zijn verschillende malen overstroomd door inbraken vanuit zee. Deze hebben onder meer plaatsgevonden in 1530 en bij de watersnoodramp in 1953 is Bruinisse ook zwaar getroffen. Na de watersnoodramp is het gebied op grote schaal herverkaveld. Na de 22

Zaakidentificatienummer 2038783

23

De Jonge 2011.

24

Past2Present 2008.

25

De Boer 2008.

26

https://zldgwb.zeeland.nl/geoloket/?Viewer=Cultuur%20Historie.

27

Teixeira de Mattos 1941.

14

realisatie van het Deltaplan en de bouw van bruggen en verkeerswegen is de toegankelijkheid van het gebied sterk verbeterd en kon Bruinisse zich ontwikkelen tot watersportgebied met een jachthaven en vakantieparken. De historische situatie is op verschillende kaarten als volgt: Bron

Jaartal

Historische situatie

Kaart van Zeeland28

1300

Gewestkaart van Zeeland Kaart van Christiaan Sgrooten Kaart van Schouwen-Duiveland van Hattinga Kadastrale minuut29

1560 1573 1752 1811-1832

Plangebied ligt op de oostrand van het eiland Duvelant idem idem bouwland bouwland

Bonnekaart 30 Topografische kaarten31

ca. 1914, 1928 1980-1990

Topografische kaarten32

2010-2012

bouwland Bouw schuren net ten zuiden van deelgebied Langeweg 2a. Deelgebied zelf blijft onbebouwd Aanleg industrieterrein ter plekke van deelgebied Langeweg 2b, in 2010 werd een pand (42 m2) gebouwd in de zuidwesthoek.

Op de oudste geraadpleegde kaart van omstreeks 1300 (afb. 8) ligt het plangebied op de oostrand van het eiland Duvelant. De exacte ligging van het plangebied is niet nauwkeurig te bepalen; het is mogelijk dat het plangebied net in een kweldergebied naast het eiland lag. Op kaarten uit de periode 1560-1752 is duidelijk te zien dat het plangebied in het omdijkte gebied ligt op ‘’Oost Duiveland’’. De kaart van Hattinga uit 1752 is weergegeven in afb. 9. Aan de Langeweg is ter plaatse van het plangebied geen bebouwing aanwezig volgens deze kaarten. De dichtstbijzijnde kernen Bruinisse en het oostelijk gelegen Oosterland (Slot Oosterland) zijn weergegeven op deze kaarten. Langs het Mastgat, ca. 1 km ten oosten van het plangebied, lag een ‘Batterij van de Admiraliteit’ . De Admiraliteit was in de Lage Landen vanaf de veertiende eeuw tot 1795 de organisatie over de oorlogsvloot of zeemacht (marine). Volgens de kadastrale minuut uit 1811-1832 (afb. 10) maakte het plangebied deel uit van langgerekte stroken akkerland. Bebouwing was ook toen niet aanwezig. Op de bonnekaarten van 1914 (afb. 11) en 1928 is het plangebied ook nog in gebruik akkerland. De kaarten in daaropvolgende perioden geven aan dat vanaf eind jaren zeventig tot de jaren negentig van de vorige eeuw bebouwing plaatsvond net ten zuiden en zuidwesten van het deelgebied Langeweg 2a.

In 2010 werd het industrieterrein aan de Langeweg 2b aangelegd. Tot op heden is het terrein in gebruik als opslagterrein. In de zuidoosthoek van deelgebied Langeweg 2b is 2 in 2012 een pand met gebruiksdoel ‘industriefunctie’ gebouwd, met een oppervlakte van 42 m .

28

Zeeuwse Boekhandel

29

Kadaster 1832.

30

Bureau Militaire Verkenningen 1914, 1928

31

Topgrafische Dienst Nederland 1980, 1985, 1990

32

Topgrafische Dienst Nederland 2010, 2012

15

2.4

Gespecificeerde verwachting en conclusie

De eerste, voor het bureauonderzoek opgestelde onderzoeksvraag “Zijn mogelijk archeologische waarden in het plangebied aanwezig, en zo ja, wat is de specifieke archeologische verwachting?” kan als volgt worden beantwoord: Op basis van het bureauonderzoek kunnen drie potentiële archeologische niveaus worden verwacht: 4.

Archeologische waarden uit de Prehistorie kunnen zich manifesteren in de top van het Laagpakket van Wormer (Laat-Neolithicum) of in de onderzijde van een pakket Hollandveen (Bronstijd). Deze resten kunnen worden verwacht op een diepte van meer dan ca. 4 m –mv.

5.

Archeologische waarden uit de IJzertijd en de Romeinse tijd worden niet verwacht aangezien het pakket Hollandveen waarschijnlijk is aangetast of verdwenen ten gevolge van erosie en afgraving door de mens. Indien toch een intact veenpakket wordt aangetroffen, verwacht op ca. 2 tot 3 m –mv, kunnen hierin archeologische resten uit de IJzertijd en de Romeinse tijd worden verwacht. Het niveau manifesteert zich dan waarschijnlijk als een veraarde laag met kleine fragmenten aardewerk, vuursteen of houtskool.

6.

Archeologische resten uit de periode Vroege Middeleeuwen tot en met de Nieuwe tijd kunnen worden aangetroffen in de top van het Laagpakket van Walcheren en in eventueel aanwezige cultuurlagen. Aan of nabij het maaiveld kunnen archeologische resten aanwezig zijn van na de bedijking en daterend in de Nieuwe tijd. Uit het bureauonderzoek volgen geen concrete aanwijzingen voor archeologische resten uit deze periode in het plangebied, gelegen in een vlakte van getijafzettingen. De verwachting is daarom laag.

Archeologische lagen kunnen zijn omgewerkt of afgegraven tot nog onbekende diepte, waardoor archeologisch relevante niveaus kunnen zijn verstoord of geheel verdwenen. Dit geldt met name voor deelgebied 2a, dat in gebruik is geweest als opslagterrein. Tot op welke diepte de bodem hier is omgewerkt, is nog onbekend. De beantwoording van de overige onderzoeksvragen is als volgt: • Is het plangebied voldoende onderzocht en zo nee, welke vorm van nader archeologisch onderzoek kan worden geadviseerd? In het geval de ingrepen niet dieper reiken dan 1,5 m –mv, wordt geen nader onderzoek noodzakelijk geacht. Tot deze diepte worden geen archeologische waarden verwacht. In het geval de ingrepen dieper reiken wordt geadviseerd een verkennend booronderzoek uit te voeren. Dit zal gericht zijn op het vaststellen van de intactheid van het veenpakket en het Laagpakket van Wormer, waarin archeologische resten kunnen worden aangetroffen uit de periode Neolithicum-Romeinse tijd. De archeologische verwachting zal worden getoetst en zonodig aangevuld.

16

3

Aanbeveling In het geval de ingrepen niet dieper reiken dan 1,5 m –mv, wordt geen nader onderzoek noodzakelijk geacht. Tot deze diepte worden geen archeologische waarden verwacht. In het geval de ingrepen dieper reiken wordt geadviseerd een verkennend booronderzoek uit te voeren. Dit zal gericht zijn op het vaststellen van de intactheid van het veenpakket en het Laagpakket van Wormer, waarin archeologische resten kunnen worden aangetroffen uit de periode NeolithicumRomeinse tijd. De archeologische verwachting zal worden getoetst en zonodig aangevuld. Wij wijzen u erop dat de bevoegde overheid op basis van dit rapport een selectiebesluit neemt. De mogelijkheid bestaat dat dit selectiebesluit afwijkt van het door ons opgestelde advies.

17

Literatuur Alterra, 2008: Geomorfologische kaart van Nederland, schaal 1: 50.000;landsdekkend digitaal bestand. Alterra, 2014: Bodemkaart van Nederland, schaal 1: 50.000;landsdekkend digitaal bestand. Boer, G.H. de, 2008: Gemeente Schouwen-Duiveland; een archeologische waarden- en verwachtingenkaart voor het buitengebied. Weesp (RAAP-rapport 1453). Bosch, J.H.A., 2005: Archeologische Standaard Boorbeschrijvingsmethode, Versie 5.2. Utrecht (TNO-rapport NITG 05-043-A). Bureau Militaire Verkenningen, 1914, 1928: Bonnekaart bladnummer 599, schaal 1:25.000 Jonge N. de, 2011: Langeweg 14 te Bruinisse, gemeente Schouwen-Duiveland Een Bureauonderzoek en Inventariserend Veldonderzoek in de vorm van een verkennend en karterend booronderzoek. ADC-rapport 2927 Jonge N. de, 2012: Rijksstraatweg 7 te Bruinisse, gemeente Schouwen-Duiveland. ADC-rapport 3212. Kadaster, 1832: Kadastrale kaart 1811-1832: minuutplan Bruinisse, Zeeland, sectie D, blad 01 (MIN09016D01) incl. bijbehorende oorspronkelijke aanwijzende tafel NITG-TNO, 2006: Geologische overzichtskaart van Nederland 1:600.000 Normalisatie-Instituut, Nederlands, 1989: Geotechniek, classificatie van onverharde grondmonsters NEN 5104. Delft. Past2Present, 2008: Beleidsplan archeologie Schouwen-Duiveland. Woerden. Provincie Zeeland, 2014: Regeling aanvullende richtlijnen voor archeologisch onderzoek in de provincie Zeeland.

SIKB, 2013: Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA) Landbodems. Gouda. Stichting voor Bodemkartering, 1969: Toelichting bij de Bodemkaart van Nederland, schaal 1:50.000, Blad Teixeira de Mattos, L.F., 1941: "De waterkeringen, waterschappen en polders van Zuid-Holland". Martinus Nijhoff Den Haag. Tol, A.J., J.W.H.P. Verhagen & M. Verbruggen, 2012: Leidraad inventariserend veldonderzoek. Gouda (SIKB uitgave, geactualiseerde versie). Topografische Dienst Nederland, 1949, 1978, 1988, 1995, 2012: Topografische Kaart van Nederland, schaal 1:50.000, blad 43C. Vos. P.C., R.M. van Heeringen, 1997: Holocene geology and occupation history of the province of Zeeland, in: Fischer, M.M. (Red.), Holocene evolution of Zeeland (SW Netherlands). Mededelingen van het Nederlands Instituut voor Toegepaste Geowetenschappen 59. Zeeuwse Boekhandel, 2011: Zeeland in 1300. Uitgegeven door de Zeeuwse Boekhandel, Zierikzee. (bron: www.geschiedenisvandirksland.com)

Geraadpleegde websites http://archeologieinnederland.nl/bronnen-en-kaarten/amk-en-ikaw http://ahn.arcgisonline.nl/ahnviewer/ http://beeldbank.cultureelerfgoed.nl https://archis.cultureelerfgoed.nl/ https://bagviewer.kadaster.nl https://easy.dans.knaw.nl https://www.kadaster.nl/ https://zoeken.cultureelerfgoed.nl/ http://www.bodemloket.nl http://www.ruimtelijkeplannen.nl http://www.topotijdreis.nl

18

Lijst van afbeeldingen en tabellen Afb. 1 Locatie van het plangebied Afb. 2 Detailkaart van het plangebied Afb. 3 Nieuwe situatie Afb. 4 Geologische kaart, Afzettingen van Duinkerke, (Vos en Van Heeringen, 1997) Afb. 5 Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50.000 Afb. 6 Archis-meldingen Afb. 7 Locatie van het plangebied op de gemeentelijke verwachtingskaart Afb. 8 Globale ligging van het plangebied (rode cirkel) op de kaart van Zeeland, ca. 1300 Afb. 9 Globale ligging van het plangebied (rode cirkel) op de kaart van Hattinga van 1752 Afb. 10 Globale ligging van het plangebied op de kadastrale minuut uit 1811-1832 Afb. 11 Globale ligging van het plangebied op de Bonnekaart van 1914

19

Afb. 1 Locatie van het plangebied

20

Afb. 2 Detailkaart van het plangebied

21

Afb. 3 Nieuwe situatie

22

Afb. 4 Geologische kaart, Afzettingen van Duinkerke, (Vos en Van Heeringen, Heeringen 1997)

23

Afb. 5 Geomorfologische Kaart van Nederland 1:50.000

24

Afb. 6 Archis-meldingen Archis

25

Afb. 7 Locatie van het plangebied op de gemeentelijke verwachtingskaart

26

Afb. 8 Globale ligging van het plangebied (rode cirkel) op de kaart van Zeeland, ca. 1300

27

Afb. 9 Globale ligging van het plangebied (rode cirkel) op de kaart van Hattinga van 1752

28

Afb. 10 Globale ligging van het plangebied op de kadastrale e minuut uit 1811-1832 1811

29

Afb. 11 Globale ligging van het plangebied op de Bonnekaart van 1914

Bijlage 2 Watertoets

8/31

9/31

Aanmeldformulier watertoets waterschap Scheldestromen De watertoets of waterschapstoets geeft inzicht in de consequenties van uw plan voor de taken van Waterschap Scheldestromen. Voorafgaand aan het overleg stuurt u ons een zo volledig mogelijk ingevuld aanmeldformulier. Dit formulier is de agenda voor ons contact met u (in persoon, per mail en/of telefonisch). De watertoetstabel met definitieve invullingen en eventueel aanvullende documenten is inhoudelijk gelijk aan de, wettelijk verplichte, waterparagraaf van het ruimtelijk plan. Het ruimtelijk plan vormt de basis voor ruimtelijke besluitvorming en vergunningverlening.

Uw gegevens Naam: Organisatie: Adres: Postcode + plaats: E-mailadres:

Gegevens initiatiefnemer

Formulier ingevuld door

(particulier/bedrijf)

(werkend voor initiatiefnemer, b.v. adviesbureau)

Stouten Fourage/ Loonbedrijf Van der Maas Langeweg 2a/2b 4311 RB Bruinisse werkplaats@stouten-fourage.nl/ wilco@loonbedrijfvdmaas.nl

Rho adviseurs Segeerssingel 6 4337 LG Middelburg Simone.wagemaker@rho.nl

Telefoonnummer: Datum aanvraag:

0118-689038

Gegevens van het plan Wat is de (concept)plannaam: Waar is het plan gelegen:

Langeweg 2a-2b Bruinisse Langeweg 2a/2b Bruinisse

Beknopte planomschrijving De essentie van de ontwikkeling is het realiseren van:  Langeweg 2a: uitbreiding bedrijfsbestemming (bouwvlak) ten behoeve van realiseren loods en positief bestemmen van de activiteiten die nu plaatsvinden en waarvoor in voorheen geldende plannen of milieutoestemming niets voor geregeld was;  Langeweg 2b: realiseren loods en kantoor nabij entree terrein, uitbreiden bedrijfsbestemming overeenkomstig feitelijke situatie, beperken bouwmogelijkheden (maximale oppervlakte aan gebouwen)en positief bestemmen van de activiteiten die nu plaatsvinden en waarvoor in voorheen geldende plannen of milieutoestemming niets voor geregeld was;  regelen landschappelijke inpassing. Wie is de contactpersoon bij de gemeente? (naam is voldoende) Tom van Aalst

Watertoetstabel De watertoetstabel ondersteunt de onderbouwing van de wateraspecten in uw ruimtelijk plan. Thema en water(beheer)doelstelling

Veiligheid waterkeringen Waarborgen van het veiligheidsniveau en rekening houden met de daarvoor benodigde ruimte.

Uitwerking n.v.t.

2

Langeweg 2a

Toename verharding: 6519 m2 Uitgaande van een regenbui van 75 mm (maatgevend) houdt dit in dat er 488 m3 extra waterberging noodzakelijk is. Als wordt uitgegaan van de volledige compensatie bouwvlak dan moet rekening worden gehouden met 2.950 m3 extra waterberging. In totaal wordt er circa 1.600 m2 waterberging gerealiseerd.

Voorkomen overlast door oppervlaktewater Het plan biedt voldoende ruimte voor het vasthouden, bergen en afvoeren van water. Waarborgen van voldoende bouwpeil om overstroming vanuit oppervlaktewater in maatgevende situaties te voorkomen. Rekening houden met de gevolgen van klimaatverandering en de kans op extreme weersituaties.

Voorstel is om in de regeling op te nemen dat er minimaal wordt voorzien in 488 m3waterberging. Langeweg 2b

Toename verharding: 30.164 m2 – 13.431 m2 = 16.733 m2 Uitgaande van een regenbui van 75 mm (maatgevend) houdt dit in dat er 1.255 m3 extra waterberging noodzakelijk is. In totaal is er 1.573 m2 aan waterberging gerealiseerd op het perceel. Op dit moment is er circa 150 m2 verharding op het perceel. Mocht uitgegaan worden van de feitelijke toename aan verharding dan bedraagt deze: 30.164 m2 – 150 m2 = 30.014 m2

3

In totaal wordt er 2.251 m3 waterberging gerealiseerd. Voorstel is om in de regeling op te nemen dat er minimaal wordt voorzien in 1.255 m3 waterberging binnen de bestemming Groen.

Thema en water(beheer)doelstelling

Uitwerking (vervang toelichtingen door uw gegevens)

Voorkomen overlast door hemel- en afvalwater Waarborgen optimale werking van de zuiveringen/ RWZI’s en van de (gemeentelijke) rioleringen. Afkoppelen van (schone) verharde oppervlakken in verband met de reductie van hydraulische belasting van de RWZI, het transportsysteem en het beperken van overstorten.

Grondwaterkwantiteit en verdroging Voorkomen en tegengaan van grondwateroverlast en -tekort. Rekening houdend met de gevolgen van klimaatverandering. Beschermen van infiltratiegebieden en –mogelijkheden.

Grondwaterkwaliteit Behoud of realisatie van een goede grondwaterkwaliteit. Denk aan grondwaterbeschermingsgebieden.

Oppervlaktewaterkwaliteit Behoud of realisatie van goede oppervlaktewaterkwaliteit. Vergroten van de veerkracht van het watersysteem. Toepassing van de trits schoonhouden, scheiden, zuiveren.

Het afvalwater wordt afgevoerd door het vuilwaterstelsel van de gemeente. Hemelwater wordt via het oppervlaktewater afgevoerd.

De ontwikkeling voorziet niet in het onttrekken van grondwater. De ontwikkeling veroorzaakt evenmin mogelijke grondwateroverlast. Door het realiseren van wadi’s wordt water zo lang mogelijk binnen het plangebied/ bodem gehouden. De grondwaterkwaliteit wordt niet beïnvloed door de voorgenomen activiteiten.Er worden geen uitloogbare materialen gebruikt.

Op basis van de hiervoor genoemde maatregelen wordt hieraan voldaan.

Volksgezondheid Minimaliseren risico watergerelateerde ziekten en plagen. Voorkomen van verdrinkingsgevaar/-risico’s via o.a. de daarvoor benodigde ruimte.

n.v.t.

Bodemdaling Voorkomen van maatregelen die (extra) maaiveldsdalingen in zettinggevoelige gebieden kunnen veroorzaken.

Natte natuur Ontwikkeling/bescherming van een rijke gevarieerde en natuurlijk karakteristieke aquatische natuur.

n.v.t.

Op de locaties worden wadi’s gerealiseerd die zorgen voor biodiversiteit.

Onderhoud oppervlaktewater Oppervlaktewater moet adequaat onderhouden worden. Rekening houden met obstakelvrije onderhoudsstroken vrij van bebouwing en opgaande (hout)beplanting.

Andere belangen waterbeheer

Onderhoud vindt plaats door initiatiefnemers.

4

Relatie met eigendom waterbeheerder Ruimtelijke ontwikkelingen mogen de werking van objecten (terreinen, milieuzonering) van de waterbeheerder niet belemmeren.

Wegen in beheer bij het waterschap (alleen invullen voor zover van toepassing) * in de bouwfase: Vinden er transporten (grond/bouwmaterialen) plaats over waterschapswegen? * na realisatie: verkeersaantrekkende werking Veroorzaakt uw plan structureel extra verkeer?

* na realisatie: bereikbaarheid Omschrijf hoe motorvoertuigen, fietsers en voetgangers uw plan kunnen bereiken. Worden er hiervoor uitwegen gewijzigd of nieuw aangelegd?

Tot slot Wij verzoeken u het formulier zo volledig mogelijk in te vullen en met een overzichtskaart van het plan te mailen naar waterschap Scheldestromen: info@scheldestromen.nl of postbus 1000, 4330 ZW Middelburg.

n.v.t.

Ten opzichte van de feitelijke situatie verandert de verkeersaantrekkende werking niet. Wel ten opzichte van de huidige juridisch-planologisch regeling/ milieuvereisten. Voor een andere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 4.1 in de toelichting van het bestemmingsplan.

Bijlage 3 Bodemonderzoek Langeweg 2a

10/31

11/31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14360152/1