CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1105949 Bijlage 1 Toelichting

Gemeenteraad 26 september 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vaststellen bestemmingsplan Langeweg 2a en 2b te Bruinisse (1105949)20.795 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

61/72

4.11 Planologisch relevante kabels en leidingen Toetsingskader Planologische relevantie Voor hoofdtransportleidingen en hoogspanningsverbindingen geldt dat deze in een (bestemmings)plan moeten worden geregeld. Deze leidingen hebben namelijk gevolgen voor het gebruik van gronden in de directe omgeving en zijn dus planologisch relevant. Ook niet-hoofdtransportleidingen met veiligheidscontour kunnen planologisch relevant zijn. Als planologisch relevante leidingen worden aangemerkt (buis)leidingen voor het transport van: elektriciteit met een hoogspanning van meer dan 50 kV; brandbare gassen met een druk van 20 bar en hoger; brandbare vloeistoffen of giftige stoffen met een diameter van 4 inch en hoger; buisleidingen met een diameter van 400 mm en groter. Niet-planologisch relevante leidingen behoeven geen bescherming c.q. regeling in het bestemmingsplan. Deze leidingen kunnen dan ook zonder planologische regeling worden aangelegd. Grondroeringsregeling De Wet informatie-uitwisseling ondergrondse netten (WION) verplicht gravers (ook wel grondroerders genoemd) tot het melden van elke 'mechanische grondroering' bij het Kadaster. Doel van de wet is gevaar of economische schade door beschadiging van ondergrondse kabels of leidingen (water-, elektriciteit- en gasleidingen, telefoonlijnen en olie- en gasleidingen) te voorkomen.

De wet heeft de (vrijblijvende) zelfregulering zoals die bestond in de vorm van het Kabels en Leidingen Informatie Centrum (KLIC) vervangen. Toetsing en conclusie Binnen het projectgebied en in de directe omgeving zijn geen planologisch relevante buisleidingen, hoogspanningsverbindingen of straalpaden aanwezig. Het aspect kabels en leidingen staat de beoogde ontwikkeling niet in de weg.

4.12 Niet gesprongen explosieven Toetsingskader In een bestemmingsplan dat een nieuwe ontwikkeling mogelijk maakt, dient rekening te worden gehouden met de mogelijke aanwezigheid van conventionele explosieven (CE) uit de Tweede Wereldoorlog (WO II). In het kader van de aanleg van de parallelweg zal de bodem namelijk worden geroerd. Toetsing en conclusie Op basis van de kaart behorende bij de Beleidsnota Conventionele Explosieven van de gemeente heeft een gedeelte van de gronde een verhoogde trefkans op niet-gesprongen explosieven. In gebieden met een hoge trefkans wordt geadviseerd bij grondroerende werkzaamheden maatregelen te treffen in de vorm van een projectgebonden risicoanalyse of detectie.

62/72

Figuur 4.7 Uitsnede kaart niet-gesprongen explosieven behorende bij de Beleidsnota Conventionele Explosieven van de gemeente Schouwen-Duivveland.

4.13 Duurzaamheid Bouweisen Voor de realisatie van de gebouwen/loodsen geldt dat deze moeten voldoen aan het BENG( Bijna energie neutrale gebouwen). Om dit doel te bereiken zal duurzame energie, zoals toepassing van zonnepanelen, moeten worden toegepast. De gebouwen zullen zodanig worden vormgegeven dat dit ook mogelijk is. Daar waar mogelijk zal hergebruik van materialen plaatsvinden. Klimaatadapatie Bij het landschappelijk inpassen van het terrein zal extra waterberging worden gerealiseerd. Daarnaast zal het zodanig worden vormgegeven met beplanting zodat er biodiversiteit kan ontstaan. Zoetwater Het is belangrijk om zoetwater zo veel mogelijk vast te houden in de ondergrond.Als er niet genoeg zoetwater is dan komen gewassen niet op en kan de oogst mislukken, natuurgebieden hebben zoetwater nodig, want als het te droog is is er kans op natuurbranden. De beschikbaarheid van zoetwater is beperkt in de provincie Zeeland vanwege de zilte. De gronden aan deLangeweg 2a en 2b liggen in een overgangsgebied van zoet- en zoutwater. Echter op basis van de Verkenningenkaart zoet water (provincie Zeeland) maken de gronden deel uit van een zoekgebied naar de extra opslag van zoetwater Voor de locatie geldt dat het dan ook belangrijk is om het water langer vast te houden en te hergebruiken.

Zoals toegelicht in paragraaf 4.10 wordt er extra waterberging gerealiseerd, waardoor regenwater wordt vastgehouden. Het regenwater van de gebouwen zal hiernaar toe worden afgevoerd.

63/72

4.14 Licht en duisternis De gemeente heeft beleidsmatig een aantal uitgangspunten gesteld ten behoeve van verlichting (aan gevels en op de percelen) en is daarbij een prioriteringsvolgorde bepaalt die daarbij gehanteerd moet worden: 1. alleen licht plaatsen als het echt noodzakelijk is; 2. alleen dan verlichten als het licht noodzakelijk is; 3. alleen die plaats verlichten waar licht nodig is; 4. daarbij geen onnodig fel licht gebruiken; 5. alle buitenverlichting dynamisch (bewegingssensors), alleen neerwaarts gericht en zodanig aangebracht dat er van buiten het terrein geen zicht is op de lichtbron. Op beide locatie wordt alleen verlichting toegepast ter plaatse van de bedrijfsbestemming. Deze verlichting is dynamisch en met een lichtsterkte die niet meer dan noodzakelijk is voor de activiteiten in de avond. Ter plaatse van de gronden met een landschappelijke inpassing is verlichting niet toegestaan. In de regels is dit vertaald.

4.15 Vormvrije m.e.r.-beoordeling Toetsingskader In een m.e.r.- beoordeling wordt getoetst of een m.e.r. procedure doorlopen moet worden. De wettelijke regeling voor de m.e.r.-beoordeling gaat uit van het principe 'nee, tenzij'. Dat wil zeggen, een volwaardige m.e.r.-procedure is alleen noodzakelijk als sprake is van 'belangrijke nadelige gevolgen' die het betreffende project voor het milieu kan hebben. Daarbij moet het bevoegd gezag rekening houden met de omstandigheden zoals aangegeven in bijlage III van de EEG-richtlijn milieueffectbeoordeling, te weten: de plaats van het project; de omvang van het project; de kenmerken van de potentiële milieueffecten (in samenhang met de eerste twee criteria). Het bevoegd gezag dient een m.e.r-beoordelingsbeslissing te nemen, waarin wordt aangegeven of wel of geen MER nodig is, gelet op de omvang van het project, de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële (milieu)effecten en mogelijke mitigerende maatregelen. Deze beslissing wordt als bijlage bij het bestemmingsplan opgenomen. Onderzoek en conclusie In het Besluit milieueffectrapportage is in categorie D (sectie D 11.3) opgenomen dat de aanleg, wijziging of uitbreiding van een industrieterrein m.e.r.-beoordelingsplichtig is. De beoogde ontwikkeling blijft ruim onder de drempelwaarde.

Het project is als activiteit opgenomen in bijlage D van het Besluit m.e.r..Omdat deze onder de drempelwaarden blijft, is er geen sprake van een rechtstreekse PlanMER-, ProjectMER- of m.e.r.-beoordelingsplicht. Volgens het Besluit m.e.r. moet bij projecten die onder de drempelwaarden vallen, een besluit genomen worden of een MER nodig is. Bij dat besluit moet een afweging worden gemaakt of het plan belangrijke negatieve milieueffecten heeft, op basis van de eerder genoemde omstandigheden. Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is een m.e.r-beoordelingsnotitie opgesteld (opgenomen in

64/72

bijlage 11) op basis waarvan het bevoegd gezag besluit neemt.

65/72

Hoofdstuk 5 5.1

Juridische aspecten

Toelichting op de juridische regeling in het bestemmingsplan

Algemeen Deze paragraaf beschrijft de wijze waarop het ruimtelijk en functioneel beleid voor het plangebied in het bestemmingsplan is vertaald. Bij het opstellen van de juridische regeling heeft het uitgangspunt centraal gestaan dat de nieuwe regeling de beoogde ontwikkeling in het plangebied mogelijk maakt. Plansystematiek Het bestemmingsplan bestaat uit (bestemmings)planregels, een verbeelding en een toelichting. De planregels en de verbeelding vormen het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. Hierna volgt een toelichting op de afzonderlijke onderdelen. De verbeelding is een kaart van het plangebied waarop onder andere te zien is waar, welke bestemming geldt en waar bouwvlakken liggen waarbinnen gebouwen opgericht dienen te worden. Op de verbeelding zijn de volgende hoofdgroepen opgenomen: enkelbestemmingen; dubbelbestemming; functieaanduidingen; bouwvlakken; bouwaanduidingen; maatvoeringen. Uit de bestemmingsregels blijkt hoe de betreffende gronden mogen worden gebruikt en bebouwd. De bestemmingsplanregels bestaan altijd uit de volgende vier hoofdstukken: 1. inleidende regels; 2. bestemmingsregels; 3. algemene regels; 4. overgangs- en slotregels. De opzet van de verbeelding en regels sluit aan op de wettelijk vastgelegde Standaard Vergelijkbare bestemmingsplannen 2012 (SVBP 2012).

Verder zijn de bestemmingen zo opgenomen dat voldoende rechtszekerheid bestaat voor omwonenden en andere gebruikers van het gebied en de omliggende gronden. In de toelichting wordt gemotiveerd waarom er sprake is van een goede ruimtelijke ordening. Ondanks het feit dat de toelichting geen onderdeel uitmaakt van het juridische plangedeelte, dient het wel als interpretatiekader voor de uitleg van de regels. Toelichting op de bestemmingen Artikel 3 Bedrijventerrein - Kleinschalig Aan beide locaties is een bestemmingsregeling opgenomen die specifiek is afgestemd op het bedrijf. De hoofdactiviteiten zoals genoemd in paragraaf 2.1 en 2.2 zijn per locatie planologisch geregeld met de volgende aanduidingen: 'specifieke vorm van bedrijf - fouragehandel', specifieke vorm van bedrijf - op- en overslag' en 'specifieke vorm van bedrijf - depot'

66/72

Daarnaast zijn de verschillende toegestane nevenactiviteiten per locatie aangegeven met de aanduidingen: 'specifieke vorm van bedrijf - visserij', specifieke vorm van bedrijf - gladheidsbestrijding', 'specifieke vorm van bedrijf - verwerken groenafval' en 'specifieke vorm van bedrijf - puinbreker'. Tevens zijn er nog een aantal ondergeschikte activiteiten toegestaan die worden toegelicht in paragraaf 3.5.1 en 3.5.2. en zijn ter plaatse van de aanduidingen 'bedrijfswoning' en 'kantoor' aangegeven waar een bedrijfswoning en/of een kantoor is toegestaan. Ondergeschikt betekent in dit geval dat de activiteit in functioneel en ruimtelijk opzicht ondergeschikt is aan de hoofdfunctie. Binnen de bestemming zijn de volgende bouwwerken toegestaan: gebouwen, bijbehorende bouwwerken en overige bouwwerken. In de regels zijn onder meer de toegestane goot- en bouwhoogte van de hoofdgebouwen vastgelegd. Met betrekking tot de situering van de hoofdgebouwen zijn op de verbeelding bebouwingsvlakken ingetekend, waar de gebouwen gesitueerd dienen te worden. De maximum oppervlakte van de bedrijfsgebouwen is op de verbeelding aangeduid. Het gebruik van een mobiele puinbreker en een versnipperaar is eveneens aangeduid met de aanduidingen 'specifieke vorm van bedrijf - puinbreker' en 'specifieke vorm van bedrijf - versnipperaar'.

Daarnaast zijn specifieke gebruiksregels opgenomen voor het gebruik van de het versnipperen en puinbreken. Er is een voorwaardelijke verplichting opgenomen voor de realisering van waterberging en de landschappelijke inpassing. Binnen twee jaar na vaststelling van voorliggend bestemmingsplan dient deze gerealiseerd te zijn. Artikel 4 Groen - Landschappelijk Om de landschappelijke inpassing van de bedrijfsgebouwen en de terreininrichting te borgen in beide deelgebieden is in de gebruiksregels een bepaling opgenomen dat binnen twee jaar na inwerkingtreding van het bestemmingsplan beplanting rondom de bouwvlakken is aangelegd overeenkomstig het landschappelijk inpassingplan dat opgenomen is in bijlage 1 van de regels. Het kappen of rooien van bomen en of het afgraven van dijklichamen is alleen onder voorwaarden toestaan. Voor de ondersteunende visserijactiviteiten voor het drogen van netten is een aparte aanduiding 'specifieke vorm van bedrijf - visserij' opgenomen. Artikel 5 Waarde - Archeologie - 7 Overeenkomstig het facetbestemmingsplan 'Archeologie' is de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 7' opgenomen. Deze gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor het behoud en de bescherming van de archeologische waarden van de gronden.

In de bestemmingsregeling zijn onder andere regels ten aanzien van een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde en werkzaamheden enerzijds en het slopen anderzijds opgenomen. Algemene regels Artikel 6 Algemene bouwregels In het artikel 'Algemene bouwregels' is een aantal aanvullende bouwregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Artikel 7 Algemene gebruiksregels

67/72

In het artikel 'Algemene gebruiksregels' is een aantal aanvullende gebruiksregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Artikel 8 Algemene afwijkingsregels In het artikel 'Algemene afwijkingsregels' is een aantal aanvullende gebruiksregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Artikel 9 Algemene wijzigingsregels In het artikel 'Algemene wijzigingsregels' is een aantal aanvullende gebruiksregels opgenomen die voor alle bestemmingen kunnen gelden. Artikel 10 Overige regels Antidubbeltelregeling De antidubbeltelregeling Deze bepaling is ingevolge artikel 3.2.4 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) vast voorgeschreven. Doel van deze bepaling is te voorkomen dat er meer wordt gebouwd dan het bestemmingsplan beoogt, bijvoorbeeld ingeval (onderdelen van) percelen van eigenaar wisselen. Om hiervan een voorbeeld te geven: binnen de bestemming Wonen mag een bepaald percentage van het erf worden bebouwd. Indien het absolute oppervlak (uitgedrukt in m²) niet is bereikt, kan door het bijkopen van een stuk erf van het aangrenzend perceel extra bebouwing tot dit maximum worden gerealiseerd. De anti-dubbeltelbepaling voorkomt dat het overgedragen erf nog eens in de beoordeling van de bouwmogelijkheden op het oorspronkelijk deel erf kan worden betrokken.

Werking wettelijke regeling Deze regeling is opgenomen omdat in een aantal gevallen in de regels van bestemmingsplannen wordt verwezen naar een (andere) wettelijke regeling of wordt een procedure, begrip en / of functie uit die andere regeling van toepassing verklaard). Ook in de begripsbepalingen komen die verwijzingen voor. Op grond van jurisprudentie mag een bestemmingsplan slechts volgens de vereiste procedure van de Wet ruimtelijke ordening (Wro) worden gewijzigd. Het impliciet wijzigen van een bestemmingsplan door wijzigingen in wetgeving in de bepalingen waarnaar wordt verwezen is niet toegestaan. Het is dan ook nodig dat verwijzingen naar toepasbare wettelijke regelingen worden gefixeerd, namelijk naar de tekst ervan zoals die op het moment van vaststelling van het plan gold. Uit praktische overwegingen is er voor gekozen in dit hoofdstuk van de regels een artikel "Wettelijke regelingen" op te nemen, waarin is bepaald dat alle wettelijke regelingen waarnaar in de regels wordt verwezen, gelden zoals deze luidden op het moment van vaststelling van het plan. Hierdoor behoeft niet meer telkens te worden verwezen naar publicaties in het staatsblad. Voorrangsregeling (dubbel)bestemmingen Deze regeling geeft aan dat als er uitvoering wordt gegeven aan een enkelbestemming, allereerst getoetst moet worden aan de dubbelbestemming.

OVergangs- en slotregels Artikel 11 Overgangsrecht In artikel 11 Overgangsrecht is het overgangsrecht ten aanzien van het gebruik en het bouwen in strijd met het plan geregeld. In lid 12.1 is de in artikel 3.2.1 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor

68/72

bouwwerken opgenomen. In lid 12.2 is de in artikel 3.2.2 Bro voorgeschreven bepaling omtrent het overgangsrecht voor gebruik opgenomen.

69/72

Hoofdstuk 6 6.1

Uitvoerbaarheid

Planologische afweging

Met dit bestemmingsplan wordt in hoofdessentie op zowel locatie Langeweg 2a als Langeweg 2b voorzien van een adequate en specifiek op het bedrijf afgestemde bestemmingsregeling, voor bestaande en gewenste bedrijfsactiviteiten voor zover passend binnen actuele wet-/regelgeving en beleid. De ontwikkeling is het realiseren van: Langeweg 2a: vormverandering bestemmingsvlak/bouwvlak bedrijfsbestemming ten behoeve van de realisatie van een loods en positief bestemmen van de activiteiten die nu plaatsvinden (en eventueel op basis van milieutoestemmingen nu plaatsvinden); Langeweg 2b: realiseren loods en kantoorruimte nabij entree terrein, afstemmen van de bedrijfsbestemming (waaronder vergroting van het bestemmingsvlak) op de feitelijk aanwezige situatie, beperken bouwmogelijkheden (maximale oppervlakte aan gebouwen), positief bestemmen van de activiteiten die nu plaatsvinden (en eventueel op basis van milieutoestemmingen nu plaatsvinden). het realiseren en waarborgen van een goede landschappelijke inpassing en daarmee tevens ook van de ruimtelijke afronding van de beide bedrijfsterreinen. De ontwikkeling past binnen het beleid zoals genoemd in hoofdstuk 3. Daarnaast is de ontwikkeling getoetst aan relevante milieuaspecten (Hoofdstuk 4).

Deze vormen geen belemmering voor het in overeenstemming brengen van de feitelijke situatie en de beoogde ontwikkeling met in achtneming van de maatregelen voor het aspect geluid, zoals genoemd in paragraaf 4.9.

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

De maatschappelijke uitvoerbaarheid heeft als doel aan te tonen dat het ruimtelijk plan maatschappelijk draagvlak heeft. Conform de wettelijke eisen zal het ontwerp van de omgevingsvergunning met de daarbij behorende ruimtelijke onderbouwing voor eenieder ter inzage worden gelegd. Resultaten ter inzage legging ontwerpbestemmingsplan Tijdens de ter inzage legging zijn PM zienswijzen ingediend. Een volledig overzicht van deze reacties en de bijbehorende beantwoording door de gemeenteraad vindt u in bijlage PM. Het vaststellingsbesluit van de gemeenteraad is opgenomen in bijlage PM.

6.3

Financiële uitvoerbaarheid

Algemeen De Wet ruimtelijke ordening maakt het vaststellen van een exploitatieplan verplicht voor een aantal bouwactiviteiten wanneer de bouw planologisch mogelijk wordt gemaakt in een bestemmingsplan, een wijziging van een bestemmingsplan, een projectbesluit of een projectafwijkingsbesluit. De bouwplannen waarbij een exploitatieplan verplicht is staan in artikel 6.2.1 van het Besluit ruimtelijke ordening:

70/72

de bouw van een of meer woningen; de bouw van een of meer andere hoofdgebouwen; de uitbreiding van een hoofdgebouw met ten minste 1.000 m² of met een of meer woningen; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor woondoeleinden, mits ten minste 10 woningen worden gerealiseerd; de verbouwing van een of meer aaneengesloten gebouwen die voor andere doeleinden in gebruik of ingericht waren, voor detailhandel, dienstverlening, kantoor of horecadoeleinden, mits de cumulatieve oppervlakte van de nieuwe functies tenminste 1.000 m² bedraagt; de bouw van kassen met een oppervlakte van ten minste 1.000 m². Bovendien is een exploitatieplan nodig als locatie-eisen (aan openbare ruimte of woningcategorieën) gesteld moeten worden en/of het bepalen van een tijdvak of fasering noodzakelijk is. Geen exploitatieplan is nodig indien het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd is én er geen fasering of tijdvak behoeft te worden vastgelegd én geen locatie-eisen hoeven te worden vastgesteld.

Tevens is wettelijk geregeld dat voor onbenutte bouwruimte die al opgenomen was in een bestemmingsplan dat nog op basis van de oude Wet op de Ruimtelijke Ordening was opgesteld en vastgesteld en bij de herziening van dat bestemmingsplan na 1 juli 2008 geen andere bestemmingsregeling is vastgesteld, geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld. Door als gemeente alle gronden en opstallen in eigendom te hebben, zelf de grondexploitatie te voeren en de bouwgrond uiteindelijk bouwrijp tegen een marktconforme prijs te leveren wordt ook voldaan aan de eis van verplichte kostenverhaal. De kosten van grondexploitatie worden in dat geval verhaald via de gronduitgifteprijs. Voorliggende ontwikkeling Omdat het plan een particulier initiatief betreft zijn er voor de gemeente Schouwen-Duiveland geen financieel-economische consequenties aan verbonden. De uitvoeringsrisico's liggen bij de initiatiefnemer. Alle aan de planontwikkeling verbonden kosten (zoals plan- en procedure, gemeentelijke begeleiding en eventuele claims voor planschade) komen voor rekening van de initiatiefnemers. Dit zal in een anterieure overeenkomst worden overeengekomen. Daarnaast zal in deze overeenkost afspraken ook voorwaarden worden opgenomen over de realisering, beheer en duurzaamonderhouden van de gronden van de landschappelijke inpassing en het realiseren van voldoende waterberging.

De financieel-economische haalbaarheid is hiermee voldoende verzekerd en er kan daarom worden afgezien van het opstellen van een exploitatieplan.

71/72

Eindnoten

1. Milieutoestemmingen Langeweg 2a: - Vergunning Wet milieubeheer (revisievergunning) d.d. 17-05-2010; - Melding Activiteitenbesluit d.d. 15-10-2013;- Melding Activiteitenbesluit d.d. 09-04-2015; - Melding Activiteitenbesluit d.d. 27-01-2017. 2. Voor de locatie Langeweg 2b gelden de volgende milieutoestemmingen: - Wet milieubeheer d.d. 27-03-2007 (oprichtingsvergunning); - Gedoogbeschikking (2008); - Wet milieubeheer d.d. 28-08-2008 (veranderingsvergunning); - Melding Activiteitenbesluit d.d. 27-06-2012).

72/72

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14360151/1