CConstaterende datSchouwen-Duiveland
Koppel je AI →
Document · PDF

1105949 Bijlage 1 Toelichting

Gemeenteraad 26 september 2024, gemeente Schouwen-DuivelandBij agendapunt: RVS Vaststellen bestemmingsplan Langeweg 2a en 2b te Bruinisse (1105949)20.795 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

bestemmingsplan

Langeweg 2a en 2b, Bruinisse Schouwen-Duiveland

DATUM IMRO IDN

22-12-2022 2e concept NL.IMRO.1676.0026BphBR-ON01

PROJECT PROJECTLEIDER

D. van Roij

OPDRACHTGEVER PROJECTNUMMER

20201768

AUTEUR STATUS

ontwerp

Inhoudsopgave

Toelichting

5

Hoofdstuk 1

Inleiding

6

1.1

Aanleiding

6

1.2

Geldend juridisch beleidskader en milieutoestemmingen

7

1.3

Wat wordt met voorliggend bestemmingsplan mogelijk gemaakt?

9

1.4

Leeswijzer

10

Hoofdstuk 2

Huidige situatie en beoogde ontwikkeling

11

2.1

Huidige situatie plangebied en directe omgeving

11

2.2

Toekomstige situatie

15

2.3

Landschappelijke inpassing

17

2.4

Afronding bedrijventerrein

18

Toetsing aan beleid

19

3.1

Algemeen

19

3.2

Rijksbeleid

19

3.3

Provinciaal en regionaal beleid

27

3.4

Gemeentelijk beleid

34

Toetsing aan omgevingsaspecten

39

4.1

Verkeer en parkeren

39

4.2

Cultuurhistorie en archeologie

45

4.3

Water

47

4.4

Bodemkwaliteit

48

4.5

Ecologie

49

4.6

Luchtkwaliteit

52

4.7

Externe veiligheid

55

4.8

Bedrijven en milieuzonering

56

4.9

Geluid

59

4.10

Landschappelijke inpassing

61

4.11

Planologisch relevante kabels en leidingen

62

4.12

Niet gesprongen explosieven

62

4.13

Duurzaamheid

63

4.14

Licht en duisternis

64

4.15

Vormvrije m.e.r.-beoordeling

64

Hoofdstuk 3

Hoofdstuk 4

3/72

Hoofdstuk 5

Juridische aspecten

66

Toelichting op de juridische regeling in het bestemmingsplan

66

Uitvoerbaarheid

70

6.1

Planologische afweging

70

6.2

Maatschappelijke uitvoerbaarheid

70

6.3

Financiële uitvoerbaarheid

70

5.1

Hoofdstuk 6

4/72

Toelichting

5/72

Hoofdstuk 1 1.1

Inleiding

Aanleiding

Langeweg 2a Initiatiefnemer (Stouten Fourage) heeft aan de Langeweg 2a in Bruinisse een fouragehandel dat voornamelijk gericht is op de op- en overslag van fourage. Om te kunnen inspelen op de groeiende markt en de hogere kwaliteitseisen ten aanzien van de opslag is het gewenst een extra loods te realiseren op gronden grenzend aan de noordoostzijde van het bedrijf. Daarnaast heeft het bedrijf een aantal (neven)activiteiten die niet volledig in overeenstemming zijn met het bestemmingsplan dan wel dat hiervoor geen milieutoestemmingen voor aanwezig zijn. Voor de gronden geldt onder andere het bestemmingsplan 'Buitengebied Schouwen-Duiveland' uit 2009 en het wijzigingsplan Langeweg 2A Bruinisse uit 2015. De realisatie van een loods is op basis van beide plannen niet mogelijk. Om de realisatie van de ontwikkeling mogelijk te maken en de (neven)activiteiten die niet passend zijn juridisch-planologisch te bestendigen is voorliggend bestemmingsplan opgesteld voor deze locatie. Langeweg 2b Initiatiefnemer (Loonbedrijf van der Maas) is een loonbedrijf dat vanaf 2008 een op- en overslag depot heeft aan de Langeweg 2b in Bruinisse. Op het depot worden producten, circulaire stromen en bouwstoffen opgeslagen. Daarnaast wordt ondergeschikt aan de opslag ook producten verwerkt zoals het zeven van zand en puinbreken. Tevens loopt er een pilot voor het maken van bokashi.

Op het terrein zijn geen gebouwen aanwezig. Het bedrijf is voornemens op de locatie een loods te realiseren ten behoeve van de overdekte opslag waarin eveneens kantoorruimte is gevestigd. Daarnaast is het bedrijf de afgelopen decennia zodanig gegroeid dat de bedrijfsactiviteiten en de bedrijfsoppervlakte niet meer overeenkomstig het geldende bestemmingsplan 'Buitengebied Schouwen-Duiveland' uit 2009 zijn. Om de realisatie van de loods met kantoorruimte mogelijk te maken en de juridisch-planologische situatie in overeenstemming te brengen met de feitelijk aanwezige en beoogde activiteiten is voorliggend bestemmingsplan opgesteld voor deze locatie.

6/72

Figuur 1.1 Ligging plangebied (bron: (bron: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland, bewerkt: Rho adviseurs).

1.2

Geldend juridisch beleidskader en milieutoestemmingen

Voor beide locaties geldt het 'Buitengebied Schouwen-Duiveland' (2009) en eveneens het 'Parapluplan parkeernormen Schouwen-Duiveland' (2018). Dit laatste plan heeft betrekking op parkeren. Daarnaast geldt voor de locatie Langeweg 2a ook het wijzigingsplan 'Langeweg 2A Bruinisse' (2015). Langeweg 2a Bestemmingsplan In figuur 1.2 is een uitsnede van de plankaart van het bestemmingsplan 'Buitengebied Schouwen-Duiveland' (2009) weergegeven. De gronden zijn bestemd voor: ter plaatse van de aanduiding 'fouragehandel': behorende tot categorie 3.2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten; ter plaatse van de aanduiding 'visserij': ondersteunende voorzieningen voor visserijactiviteiten; ter plaatse van de aanduiding op- en overslagbedrijf': op- en overslag van stukgoederen behorende tot categorie 3.2 van de Staat van bedrijfsactiviteiten; ondergeschikte detailhandel in goederen en producten afkomstig van het eigen bedrijf; kantoren ten behoeve van het eigen bedrijf met een oppervlakte van ten hoogste 20% van het totale vloeroppervlakte aan gebouwen; een bedrijfswoning; bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen.

7/72

In de gebruiksregels zijn de volgende regels relevant: opslag van goederen op gronden gelegen tussen bedrijfsgebouwen en de meest nabij gelegen bestemming Verkeer is niet toegestaan; opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 meter is op onbebouwde gronden niet toegestaan; ter plaatse van de aanduiding 'op- en overslagbedrijf' is de opslag van goederen, niet zijnde hooi, stro, kuilgras en ruwvoeders en visserijbenodigdheden, in de buitenlucht niet toegestaan; opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan; geluidshinderlijke inrichtingen en Bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan; lichtmasten en lichtreclame zijn niet toegestaan. Wijzigingsplan In 2015 is een planologische procedure doorlopen voor uitbreiding van het bouwvlak richting het noorden. Ter plaatse van het bouwvlak is maximaal 15.643 m2 aan bebouwing toegestaan.

Figuur 1.2 Links: uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Schouwen-Duiveland (2009), rechts: uitsnede wijzigingsplan Langeweg 2A Bruinisse (bewerkt Rho adviseurs). Milieutoestemmingen Voor de locatie zijn de afgelopen jaren meerdere meldingen gedaan (en verleend) in het kader van het Activiteitenbesluit Milieubeheer en is een milieuvergunning in het kader van de Wet Milieubeheer afgegeven1. Langeweg 2b In figuur 1.2 is een uitsnede van de plankaart van het bestemmingsplan 'Buitengebied Schouwen-Duiveland' (2009) weergegeven. De gronden zijn gedeeltelijk bestemd voor Bedrijf en voor Groen. Op deze gronden is toegestaan ter plaatse van de aanduiding: Bedrijf; 1. 'gronddepot': een grondbergingsbedrijf behorende tot categorie 3.2 van de Staat van Bedrijfsactiviteiten; 2. ondergeschikte detailhandel in goederen en producten afkomstig van het eigen bedrijf; 3. kantoren ten behoeve van het eigen bedrijf met een oppervlakte van ten hoogste 20% van het totale vloeroppervlakte aan gebouwen; 4. bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals groen, water, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen en laad- en losvoorzieningen.

8/72

5. in de gebruiksregels zijn de volgende regels relevant: a. opslag van goederen op gronden gelegen tussen bedrijfsgebouwen en de meest nabij gelegen bestemming Verkeer is niet toegestaan; b. opslag van goederen met een totale stapelhoogte van meer dan 4 meter is op onbebouwde gronden niet toegestaan; c. opslag van meer dan 10.000 kg consumentenvuurwerk is niet toegestaan; d. geluidshinderlijke inrichtingen en Bevi-inrichtingen zijn niet toegestaan; e. lichtmasten en lichtreclame zijn niet toegestaan. Groen:. 1. Op deze gronden is toegestaan: groen, water, speelvoorzieningen, picknickplaatsen en voet- en fietspaden; 2. nutsvoorzieningen. De maximale oppervlakte aan bebouwing/bedrijfsgronden bedraagt 13.431 m².

Figuur 1.3 Uitsnede bestemmingsplan Buitengebied Schouwen-Duiveland (2009). Milieutoestemmingen Voor de locatie zijn eveneens de afgelopen jaren meerder milieutoestemmingen gegeven in het kader van de Wet milieubeheer en eveneens een gedoogbeschikking2 . Echter niet alle activiteiten waarvoor een milieutoestemming is, is juridisch-planologisch legaal op basis van het hiervoor genoemde bestemmingsplan en wijzigingplan. In paragraaf 2.1 wordt hier nader op ingegaan.

1.3

Wat wordt met voorliggend bestemmingsplan mogelijk gemaakt?

Langeweg 2a Vormverandering bouwvlak ten behoeve van realiseren loods, netto 5.000 m2, de netto oppervlakte van de

9/72

bedrijfsbestemming neemt niet toe. Aan locatie toe te kennen bestemmingsregeling die specifiek is afgestemd op het bedrijf op basis van: 1. voorheen geldend bestemmingsplan Buitengebied Schouwen-Duiveland; rekening houdend met; 2. de feitelijke aanwezige en juridisch-planologisch te bestendigen activiteiten en toekomstige activiteiten (zie hiervoor paragraaf 2.1 en 2.2 ). Langeweg 2b Vergroten bedrijfsbestemming overeenkomstig feitelijke situatie naar 30.164 m2, verkleinen toegestaan aan m2 bebouwd oppervlak van 13.431 m2 naar 5.000 m2. Aan locatie toe te kennen bestemmingsregeling die specifiek is afgestemd op het bedrijf op basis van: 1. voorheen geldend bestemmingsplan (bestemmingsplan Buitengebied Schouwen-Duiveland en Wijzigingsplan Langeweg 2A Bruinisse); rekening houdend met; 2. de feitelijke aanwezige en juridisch-planologisch te bestendigen activiteiten en toekomstige activiteiten (zie hiervoor paragraaf 2.1 en 2.2 ).

1.4

Leeswijzer

De opbouw van de ruimtelijke motivering is als volgt: hoofdstuk 2 gaat in op de huidige en de beoogde situatie van het plangebied en vervolgens wordt ingegaan op de juridische planbeschrijving. hoofdstuk 3 bevat de toetsing van de beoogde ontwikkeling aan het beleidskader; in hoofdstuk 4 worden de milieu- en planologische aspecten getoetst; in hoofdstuk 6 wordt ingegaan op de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan.

10/72

Hoofdstuk 2

Huidige situatie en beoogde ontwikkeling

(Noot: de oppervlakten die in voorliggend bestemmingsplan worden genoemd kunnen in de marge (feitelijk) afwijken).

2.1

Huidige situatie plangebied en directe omgeving

Omgeving plangebied Het plangebied ligt aan de Langeweg ten zuiden van de kern Bruinisse. De Langeweg is een doorgaande weg aan de oostzijde van het eiland vanaf Bruinisse naar het zuiden toe. Aan de weg liggen verschillende agrarische bedrijven afgewisseld met woningen. Het plangebied is in gebruik als kleinschalig bedrijventerrein en wordt aan de noord-, oost-, en zuidzijde omringd door agrarische gronden. Aan de westzijde grenst het aan de Langeweg. In de directe omgeving van het plangebied is aan de Langeweg 3 en 5 een agrarisch bedrijf gevestigd en aan de Langeweg 3a een woning.

Figuur 2.1 Globale ligging plangebied (bron: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland, bewerkt: Rho adviseurs).

11/72

Figuur 2.2 Direct omgeving plangebied (bron: https://kaarten.zeeland.nl/map/atlasvanzeeland, bewerkt: Rho adviseurs), aangegeven rode nummers zijn huisnummers. Langeweg 2a Aan de Langeweg 2a is Stouten Fourage gevestigd en wordt ook ontsloten op deze weg. Stouten Fourage is een bedrijf gericht op fourage handel en op- en overslag op internationaal niveau in de agrarische sector. Het bedrijf grenst aan de zuidzijde aan Loonbedrijf van der Maas B.V.. De bruto oppervlakte van de gronden met een bedrijfsbestemming van het huidige terrein bedraagt circa 35.910 m2, inclusief een landschappelijke inpassing van 1.985 m2. Deze 1.985 m2 is conform overeenkomst die is opgesteld in het kader van het wijzigingsplan uit 2015. Er is dus sprake van maximaal 33.925 m2 netto beschikbaar c.q. effectief te gebruiken bedrijventerrein. Van de 33.925 m2 bedrijfsterrein mag in totaal 15.643 m2 worden bebouwd (zie tabel 2.1).

De volgende activiteiten worden uitgevoerd op de locatie: fouragehandel: fouragehandel in hooi, stro en strooisels, opslag hiervan; op- en verslag van: fourage en aanverwante producten, landbouw producten, stelconplaten, zand, gebroken puin, machines en werktuigen, opslag voor derden; transport: alles wat op open combi's vervoerd kan worden zoals: fourages en agrarische producten, metaal en staalproducten, landbouwmachines en werktuigen, houten kisten en pallets, visserij gerelateerde materialen zoals transportsystemen en ankers. Het bedrijf probeert zo duurzaam en economisch de transporten van fourage te voorzien. Dit betekent dat er geen lege vrachtwagens heen of terug rijden. Maar dat er altijd voor wordt gezorgd dat er goederen mee heen of terug gaan. Vandaar het diverse pallet aan producten. Daarnaast heeft het bedrijf nog een aantal nevenactiviteiten, te weten: ondersteunende voorzieningen voor visserijactiviteiten: opslag fuiken en visserijbenodigdheden, incidenteel worden er netten gedroogd aan de voorzijde van het terrein. gladheidbestrijding: garagebedrijf/werkplaats voor het onderhoud van het eigen wagenpark: waaronder bandenmachine en

12/72

oppompkooi, balanceren van banden etc. wasplaats ten behoeve van eigen wagenpark; ondergeschikte detailhandel van het eigen bedrijf. Op het terrein bevinden zich diverse loodsen waar de opslag van de goederen plaatsvindt en vindt er beperkte opslag in de buitenlucht plaats tot een hoogte van 5 meter. Deze hoogte is nodig in verband met de bedrijfsvoering. Daarnaast is er nog kantoorruimte en een bedrijfswoning aanwezig met rijbak. De locatie waar de toekomstige loods is beoogd is in gebruik als terrein/ agrarische gronden. De aanwezige bedrijfsbebouwing heeft overwegend een goot- en bouwhoogte van maximaal 6 en 10 meter. Voor een aantal gebouwen bedraagt deze respectievelijk 8 en 14 meter. Dit is conform de omgevingsvergunning voor bouwen die is afgegeven. Niet alle (neven)activiteiten zoals die op dit moment worden uitgevoerd op het terrein zijn toegestaan op basis van het bestemmingsplan Buitengebied Schouwen-Duiveland en het Wijzigingsplan Langeweg 2A Bruinisse. In tabel 2.1 is aangegeven welke activiteiten zijn toegestaan binnen het geldende bestemmingsplan en welke feitelijke aanwezig zijn. Aan de noordzijde zijn de gronden grotendeels voorzien van landschappelijke inpassing. Tabel 2.1 Langeweg 2a Activiteit, functie/ situatie

fouragehandel op- en overslag ondergeschikte detailhandel drogen netten visserij gladheidsbestrijding ondergeschikte detailhandel in goederen en producten afkomstig van het eigen bedrijf (waaronder verkoop van banden) werkplaats ten behoeve van eigen wagenpark wasplaats ten behoeve van eigen wagenpark paard kantoor (max 20% van het totale vloeroppervlak van gebouwen) bedrijfswoning netto oppervlakte bedrijventerrein netto maximaal bebouwd bouwvlak landschappelijke inpassing - noordzijde terrein voorzijde terrein (drogen netten) nieuw zuid- en oostzijde in de plaats van bedrijfsgronden * bedrijfsbestemming

13/72

Huidige planologische situatie x x x -

Feitelijke situatie

x x x x x x

Beoogde planologische situatie x x x x x x

x x x

x x x x

x x x

x 33.925 m2 15.643 m2 1.985 m2

x 33.925 m2 15.463 m2 1.985 m2

x 33.925 m2 15.643 m2 1.985 m2

2.028m2* n.v.t.

2.028 m2* n.v.t.

2.028 m2** 2.972 m2

** groen/ landschappelijke bestemming Langeweg 2b Algemeen Loonbedrijf van der Maas B.V. is gevestigd aan de Langeweg 2b in Bruinisse. Het is een middelgroot grondverzetbedrijf, gespecialiseerd in grondverzet en grondtransport. Dit wordt gedaan door middel van de verhuur van graafmachines, tractoren en dumpers met machinist en chauffeur. In 2008 heeft het bedrijf een depot opgericht aan de Langeweg 2b in Bruinisse. De oppervlakte van het terrein bedraagt circa 52.300 m2. Hiervan is 30.164 m2 in gebruik als bedrijventerrein. Op basis van het geldende bestemmingsplan bedraagt de bedrijfsbestemming 13.431 m2. Een groot gedeelte van de feitelijke activiteiten vindt nu plaats op gronden die daarvoor niet zijn bestemd, namelijk ter plaatse van de bestemming Groen.

Op het terrein vinden de volgende activiteiten plaats: opslag van producten, circulaire stromen en bouwstoffen; op- en overslag van: groenafval, houtafval, grond, zand, puin, bouwstoffen zoals straatstenen en menggranulaat, bodemverbeteraars straatstenen, restproducten afkomstig uit eigen bedrijfsvoering; aan- en afvoer van bouw-, grond- en afvalstoffen; shredderen van groenafval ten behoeve van verbranding; zeven van groenafval en grond; breken van puin (30 dagen per jaar); maken bokashi (pilot); stallen materieel: vrachtwagens, tractoren, werktuigen, containers, ten behoeve van uitvoeren bedrijf; tanken eigen voertuigen; klein kantoor. Tabel 2.2 Langeweg 2b Activiteit, functie/ situatie gronddepot/ opslagdepot op- en overslag van groenafval op- en overslag van houtafval op- en overslag van grond/zand op- en overslag van puin op- en overslag van bouwstoffen zoals straatstenen en menggranulaat op- en overslag van straatstenen op- en overslag van restproducten afkomstig uit eigen bedrijfsvoering versnipperen (shedderen) van groenafval zeven van grond zeven van groen maken bokashi (pilot)

14/72

Huidige planologische situatie x x -

x x x x x x

Beoogde planologische situatie x x x x x x

-

x x

x x

x -

x x x x (pilot)

x x

Feitelijke situatie

-

ondergeschikte detailhandel in goederen en producten afkomstig van het eigen bedrijf kantoren t.b.v. de eigen bedrijfsvoering netto bedrijventerrein netto maximaal bebouwd bouwvlak

x

x

x

x 13.431 m2 13.431 m2

x 30.164 m2 13.431 m2

x 30.164 m2 5.000 m2

De locatie waar de toekomstige loods met kantoor is beoogd is in gebruik als terrein en hier staat nu een klein gebouw waar nu het kantoor in zit. Rondom het terrein ligt een groenwal van circa 5 meter hoog ten behoeve van de landschappelijke inpassing. In tabel 2.2 is aangegeven welke activiteiten zijn toegestaan binnen het geldende bestemmingsplan en welke feitelijke aanwezig zijn, eventueel op basis van milieutoestemmingen. Pilot maken bokashi Het begrip bokashi wordt gebruikt voor het proces van fermenteren van groenstromen onder toevoeging van specifieke hulpstoffen. Op dit moment is dit proces landelijk in ontwikkeling en geldt er nog geen afgebakend begrip voor bokashi. Het restmateriaal dat als ingangsstof voor het proces dient wordt (veelal) gezien als afvalstof. Bokashi is nog niet in het Landelijk Afvalbeheerplan (hierna LAP) opgenomen aangezien het nog niet is opgenomen als erkende verwerkingsmethode. De toepassing van bokashi op de bodem buiten een inrichting is volgens artikel 10.2 Wet milieubeheer niet toegestaan, ook kan bokashi niet worden toegepast binnen de Vrijstellingsregeling plantenresten en is deze niet opgenomen in de Meststoffenwet. Het minsterie van LNV en I&W hebben samen met RWS samen de Biomassa Alliantie in het programme Circulair terreinbeheer een kennisprogramma opgezet dat wordt uitgevoerd door de WUR.

Hierin wordt onderzoek gedaan door middel van pilots. Op basis van de resultaten van het CT Kennisprogramma wordt bezien of en hoe beleid en regelgeving, zowel binnen het milieurecht als in de meststofregelgeving zou kunnen worden aangepast om toepassing van bokashi of gecomposteerd maaisel of bladafval op duurzame en verantwoorde wijze mogelijk te maken. Loonbedrijf Maas van der Maas doet op dit moment mee met deze pilot. Het is mogelijk dat de pilot positief uitpakt. Op dat moment zal op basis van op dat moment geldende wet- en regelgeving een afzonderlijke ruimtelijke procedure worden opgestart om deze activiteit juridisch-planologisch mogelijk te maken. In voorliggend bestemmingsplan is geen rekening gehouden met het verwerken van bokasi voor op de bodem buiten een inrichting zoals genoemd in artikel 10.2 Wet milieubeheer.

2.2

Toekomstige situatie

Langeweg 2a Om te kunnen inspelen op de groeiende agrarische markt is het bedrijf genoodzaakt haar bedrijfsactiviteiten van de fouragehandel en opslag uit te breiden. Hierbij moet worden gedacht aan uitbreiding van het assortiment, overdekte opslag en meer efficiënte terreinindeling, waardoor er minder transportbewegingen op het terrein nodig zijn. Voor de overdekte opslag is het nodig een extra loods te realiseren. Deze is beoogd aan de noordoostzijde van het terrein. In figuur 2.3 is de locatie aangegeven. De oppervlakte van de loods bedraagt maximaal 5.000 m2 en heeft een maximale bouwhoogte van 12 meter. Ten behoeve van de loods wordt het bestemmingsvlak en daarmee het bouwvlak aangepast. Nabij de entree worden incidenteel visnetten gedroogd. Aangezien dit incidenteel is, is het hiervoor gezien de ruimtelijke uitstraling en zeer beperkte milieueffecten niet noodzakelijk om hiervoor een bedrijfsbestemming

15/72

voor op te nemen. Deze gronden (2.028 m2) en een strook ten zuiden en aan de oostzijde van de bestaande bebouwing krijgen een groen/ landschappelijke bestemming 2.972 m2). Hierdoor is het mogelijk om aan de noordoostzijde de gronden te voorziening van een bedrijfsbestemming/ bouwvlak zonder dat er een toename is aan bedrijfsgronden. Daarnaast is buitenopslag toegestaan tot maximaal 4 meter, dit is noodzakelijk voor de bedrijfsvoering. In tabel 2.1 is aangegeven welke activiteiten met voorliggend plan juridisch-planologisch wordt mogelijk gemaakt. Conform de feitelijke aanwezige bebouwing bedraagt de maximale goot- en bouwhoogte voor bedrijfsbebouwing maximaal respectievelijk 8 en 14 meter. Aan de noord- en oostzijde van de loods wordt de aanwezige landschappelijke inpassing doorgezet, zodat er een zachte overgang is van de agrarische gronden naar het bedrijventerrein. Voor een uitgebreide toelichting van de landschappelijke inpassing wordt onder het kopje landschappelijke inpassing' hier verder op ingegaan. Voor de beleidsmatige onderbouwing wordt verwezen naar hoofdstuk 3.

Figuur 2.3 Impressie locatie loods Langeweg 2a Langeweg 2b Algemeen Op het terrein wordt nabij de entree een loods met kantoorruimten beoogd van maximaal 5.000 m2. De huidige bedrijfsactiviteiten binnen de groenwal worden conform de feitelijke situatie, zoals opgenomen in paragraaf 2.1 positief bestemd. De oppervlakte van het bouwvlak wordt verkleind ten opzichte van de huidige bouwvlak, zie hiervoor tabel 2.2. De goot- en bouwhoogte bedraagt maximaal 8 en 11 meter. De al aanwezige wal zorgt ervoor dat het geheel goed is ingepast. Daarnaast zal nog worden voorzien in extra landschappelijke inpassing. Een uitgebreide

16/72

toelichting over de landschappelijke inpassing is opgenomen onder het kopje 'landschappelijke inpassing'. In tabel 2.2 is aangegeven welke activiteiten met voorliggend plan juridisch-planologisch wordt mogelijk gemaakt. Voor de beleidsmatige onderbouwing wordt verwezen naar hoofdstuk 3.

Figuur 2.4 Impressie locatie loods + kantoor Langeweg 2b

2.3

Landschappelijke inpassing

Beide bedrijfslocaties worden zorgvuldig landschappelijk ingepast. Door Stichting Landschapsbeheer Zeeland is een landschappelijk inpassingsplan opgesteld. De landschappelijke inpassing voor de locatie Langeweg 2b bestaat uit een grondwal rondom rondom het perceel. De grondwal wordt tevens aangeplant met knotbomen. Aan de voorzijde van het bedrijf wordt een aantal laanbomen in een groep geplant bij een waterpartij. Voor de locatie langeweg 2a wordt voornamelijk aan de noordzijde voorzien in landschappelijke inpassing. Hier wordt een bossingel aangelegd en een waterpartij gegraven. De aanleg en beheer van de landschappelijke inpassing is in de regels van dit bestemmingsplan geborgd. Het totale landschappelijke inpassingsplan is dan ook bijgevoegd in bijlage 1 bij de regels van dit bestemmingsplan.

17/72

Figuur 2.5: Uitsnede landschappelijk inpassingsplan (Stichting Landschapsbeheer Zeeland, 03-03-2023)

2.4

Afronding bedrijventerrein

Met voorliggende ontwikkeling en de realisatie van de landschappelijke ontwikkeling is voorliggend bedrijventerrein afgerond. Het ligt vooralsnog niet in de lijn van het provinciaal- en gemeentelijk beleid om in de toekomst de bedrijven meer uitbreidingsruimte te geven.

18/72

Hoofdstuk 3 3.1

Toetsing aan beleid

Algemeen

Hierna wordt ingegaan op het voor de ontwikkeling relevante (ruimtelijke) beleid.

3.2

Rijksbeleid

3.2.1 Nationale omgevingsvisie (NOVI) Toetsingskader De Nationale Omgevingsvisie, kortweg NOVI, loopt vooruit op de inwerkingtreding van de Omgevingswet en vervangt op rijksniveau de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte. Uitgangspunt in de nieuwe aanpak is dat ingrepen in de leefomgeving niet los van elkaar plaatsvinden, maar in samenhang. Zo kunnen in gebieden betere, meer geïntegreerde keuzes worden gemaakt. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie van het Rijk in beeld. In wat voor Nederland willen we graag leven in 2050 Als alle wensen naast elkaar worden gelegd, ontstaat het volgende beeld. Het kabinet wil een land: dat gezond en klimaatbestendig is, met schone lucht, schoon water en een schone bodem en veel ruimte voor groen en water; met een uitstekend functionerende economie, die duurzaam en circulair is. Nauw verbonden met onze buurlanden en de rest van de wereld, als onderdeel van de internationale gemeenschap; waar het goed wonen en werken is. Met aangename en vitale steden en dorpen, en een productief en aantrekkelijk platteland; met uitstekende bereikbaarheid, waar iedereen snel en gemakkelijk van A naar B komt, met zo min mogelijk schadelijke uitstoot en overlast; waar we voldoende ruimte hebben om te kunnen bewegen, ontspannen en tot onszelf te komen; zowel in de stad als daarbuiten.

dat veilig is en ons beschermt tegen overstromingen en andere gevaren; waar een goede balans is tussen gebouwde omgeving en open landschap, tussen natuur en cultuur, tussen land en water; dat openstaat voor verandering, en waar de kracht van zijn traditie, cultuur en identiteit wordt weerspiegeld in de inrichting van de leefomgeving. Nationale belangen Gemeenten, waterschappen, provincies en het Rijk zijn samen verantwoordelijk voor de fysieke leefomgeving. Sommige belangen en opgaven overstijgen het lokale, regionale en provinciale niveau en vragen om nationale aandacht. Dit zijn de 'nationale belangen'. Het Rijk heeft voor alle nationale belangen een zogenaamde systeem verantwoordelijkheid. Voor een aantal belangen is het Rijk zelf eindverantwoordelijk. Maar voor een groot aantal nationale belangen zijn dat de medeoverheden. De NOVI richt zich op die ontwikkelingen waarin meerdere nationale belangen bij elkaar komen, en keuzes in samenhang moeten worden gemaakt tussen die

19/72

nationale belangen. Voor dit project relevante nationale belangen zijn: bevorderen van een duurzame ontwikkeling van Nederland als geheel en van alle onderdelen van de fysieke leefomgeving; waarborgen en bevorderen van een gezonde en veilige fysieke leefomgeving; duurzaam economisch groeipotentieel. Keuzes De belangrijkste keuzes zijn: duurzame energie inpassen met oog voor omgevingskwaliteit; ruimte voor overgang naar een circulaire economie; locaties van (groot)winkelbedrijven moeten passen bij het verkeers- en vervoersnetwerk, goed afgestemd zijn op de vraag van bedrijven, en zo de economische vitaliteit en de kwaliteit en aantrekkelijkheid van stad en land versterken; landgebruik meer in balans met natuurlijke systemen. Toetsing en conclusie De beoogde ontwikkeling raakt gezien de omvang geen belangen op Rijksniveau. Vanzelfsprekend wordt rekening gehouden met de inzetbaarheid van duurzame energie en zetten beide bedrijven zich in voor de circulaire economie.

3.2.2 Besluit algemene regels ruimtelijk ordening (Barro) Toetsingskader Het Barro Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) (2012) is op 30 december 2011 in werking getreden. Het Barro stelt niet alleen regels omtrent de aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte, maar stelt ook regels die in bestemmingsplannen moeten worden opgenomen. Toetsing en conclusie Voor de ontwikkeling zijn de regels uit het Barro niet van toepassing. 3.2.3 Besluit ruimtelijke ordening en de ladder voor duurzame ontwikkeling Toetsingskader In het Besluit ruimtelijke ordening (verder: Bro) is geregeld dat voor stedelijke ontwikkelingen een onderbouwing in het bestemmingsplan noodzakelijk is (artikel 3.1.6. van het Bro). De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet ook worden gemotiveerd waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. De Laddertoets geldt alleen voor nieuwe stedelijke ontwikkelingen. Beoordeeld moet dan worden of sprake is van een nieuw beslag op de ruimte. Daarvan is in het beginsel sprake als het nieuwe ruimtelijke besluit meer

20/72

bebouwing mogelijk maakt dan er op grond van het voorheen geldende planologische regime aanwezig was, of kon worden gerealiseerd. Daarnaast volgt uit jurisprudentie dat wanneer het om een functiewijziging gaat, moet worden beoordeeld of er sprake is van een naar aard en omvang zodanige functiewijziging, dat toch gesproken kan worden van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Daarbij moet ook het ruimtebeslag betrokken worden. Uit jurisprudentie blijkt dat een functiewijziging van meer dan 500 m2 bvo wordt gezien als nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsing Stedelijke ontwikkeling Locatie Langeweg 2a De bruto oppervlakte van de gronden met een bedrijfsbestemming van het huidige terrein bedraagt circa 35.910 m2, inclusief een landschappelijke inpassing van 1.985 m2. Deze 1.985 m2 is conform overeenkomst die is opgesteld in het kader van het wijzigingsplan uit 2015. Er is dus sprake van maximaal 33.925 m2 netto beschikbaar c.q. effectief te gebruiken bedrijfsterrein. Van de 33.925 m2 bedrijfsterrein mag in totaal 15.643 m2 worden bebouwd. Stouten Fourage is voornemens om aan de noordoostzijde een loods te bouwen op gronden met een agrarische bestemming. Voor het realiseren van de loods is 5.000 m2 aan gronden met de bestemming bedrijf nodig. Aan de voorzijde van het terrein worden gronden met de bedrijfsbestemming incidenteel gebruikt voor het drogen van netten.

Gezien het incidentele karakter en de beperkte ruimtelijke uitstraling hiervan passen deze activiteiten ook in een groen/ landschappelijke bestemming. In paragraaf 2.2 wordt onder het kopje 'landschappelijke inpassing' nader toegelicht hoe dit wordt ingepast in de omgeving. Daarnaast is een smalle strook aan de zuidzijde van de huidige bebouwing ingebruik als groen. Door de gronden aan de voorzijde van het terrein samen met de hiervoor genoemde strook groen te bestemmen met een groen/ landschappelijke bestemming komt er 5.000 m2 aan grond met de bestemming bedrijf vrij die zullen worden ingezet ten behoeve van de nieuwe loods. Hiervoor is het nodig om het huidige bestemmingsvlak c.q. bouwvlak te veranderen van vorm. Dit betekent dat het netto beschikbaar c.q. effectief te gebruiken bedrijfsterrein maximaal 33.925 m2 blijft en het maximaal bebouwd oppervlak ook netto 15.643 m2 blijft. De aangrenzende gronden krijgen een groen/ landschappelijke bestemming waardoor de zekerheid er is dat het terrein goed landschappelijk wordt ingepast in het landschap. Op voorliggende locatie is geen toename van het aantal m2 aan gronden met een bedrijfsbestemming. In beginsel is sprake van een stedelijke ontwikkeling aangezien het ingebruik nemen van de agrarische gronden leidt tot extra bebouwing.

Echter op het terrein wordt een zelfde oppervlakte aan de beoogde gronden met een bedrijfsbestemming bestemd naar een groen/ landschappelijke bestemming. Er is dan ook geen sprake van een stedelijke ontwikkeling er is namelijk geen sprake van een toename aan bebouwing. Locatie Langeweg 2b De locatie heeft conform het bestemmingsplan Buitengebied de bestemming Bedrijf met een omvang van 13.431 m2 en de bestemming Groen met een omvang van 38.869 m2. Het terrein wordt momenteel voor 30.164 m2 gebruikt voor bedrijfsactiviteiten. Met het bestemmingsplan wordt de huidige omvang van bedrijfsactiviteiten van Loonbedrijf van der Maas vastgelegd. Daarmee wordt er planologisch meer dan 500 m2 toegevoegd (16.733 m2), en kan de ontwikkeling worden aangemerkt als stedelijke ontwikkeling.

21/72

Figuur 3.1 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Buitengebied Schouwen-Duiveland, waarin ook de uitbreiding van het bestemmingsvlak Langeweg 2a (wijzigingsplan van 14 december 2015) is verwerkt (plangebied met rode stippellijn aangeduid). Behoefte Langeweg 2a Stouten Fourage is een bedrijf dat zich grotendeels richt op de op- en overslag van fourage. De volgende activiteiten worden uitgevoerd op de locatie: fouragehandel: fouragehandel in hooi, stro en strooisels en de opslag hiervan; op- en overslag van fourage en aanverwante producten; transport: alles wat op open combi's vervoerd kan worden. Daarnaast heeft het bedrijf nog een aantal nevenactiviteiten, te weten: ondersteunende voorzieningen voor visserijactiviteiten: opslag fuiken en visserijbenodigdheden; gladheidbestrijding: garagebedrijf/werkplaats voor het onderhoud van het eigen wagenpark; wasplaats ten behoeve van eigen wagenpark; stro hakselen; ondergeschikte detailhandel van het eigen bedrijf. Met de ontwikkeling wordt deels de bestaande situatie juridisch-planologisch vastgelegd, en deels wordt een vormverandering van het bedrijfsoppervlak mogelijk gemaakt. Er is geen sprake van uitbreiding. Er is alleen sprake van een aanpassing van de vorm/begrenzing van het netto bedrijfsterrein met een daarop afgestemd bestemmingsvlak c.q. bouwvlak, waarbij de oppervlakte van de netto beschikbare bedrijfsgronden gelijk blijft.

Om in te kunnen spelen op de groeiende markt en de hogere kwaliteitseisen ten aanzien van de opslag is het gewenst een extra loods te realiseren. De eisen voor opslag van producten worden steeds strenger. Het is gewenst om het stro e.d. binnen op te slaan. Daar is in de huidige situatie niet voldoende ruimte voor. De oppervlakte van de loods bedraagt maximaal 5.000 m2. Zoals hiervoor aangegeven is er geen sprake van toename aan gronden met een bedrijfsbestemming. Langeweg 2b Loonbedrijf Van der Maas B.V. is een middelgroot grondverzetbedrijf, gespecialiseerd in grondverzet en grondtransport. Aan de Langeweg is het depot gevestigd. Hier kunnen zowel bedrijven als particulieren terecht

22/72

om producten te halen of brengen. Op het terrein vinden de volgende activiteiten plaats: opslag van producten, circulaire stromen en bouwstoffen; op- en overslag van: groenafval, houtafval, grond, zand, puin, bouwstoffen zoals straatstenen en menggranulaat, bodemverbeteraars, straatstenen, restproducten afkomstig uit eigen bedrijfsvoering; aan- en afvoer van bouw-, grond- en afvalstoffen; shredderen van groenafval ten behoeve van verbranding; zeven van groenafval en grond; breken van puin (30 dagen per jaar); stallen materieel: vrachtwagens, tractoren, werktuigen, containers, ten behoeve van uitvoeren bedrijf; tanken eigen voertuigen; klein kantoor. Ook voor deze locatie geldt dat deels de bestaande situatie planologisch wordt vastgelegd.Daarnaast wordt een loods met kantoor mogelijk gemaakt op het huidige terrein. In de afgelopen decennia is het bedrijf zodanig gegroeid en ontwikkeld dat de bedrijfsactiviteiten niet meer overeenkomen met de mogelijkheden in het huidige bestemmingsplan. Om deze activiteiten voort te kunnen zetten is het nodig om dit te regelen in voorliggend nieuw bestemmingsplan. Daarnaast is het bedrijf voornemens om de bedrijfsactiviteiten uit te breiden om in te spelen op ontwikkelingen in de (agrarische) sector. Door middel van het vergroten van het bouwvlak wordt een loods en kantoor mogelijk gemaakt op het huidige terrein.

De loods zal worden opgericht voor het opslaan van goederen die gevoelig zijn voor weersinvloeden. In de huidige situatie is een dergelijke opslagmogelijkheid niet aanwezig. Daarnaast wordt een gedeelte van de loods in gebruik genomen als kantoor, wat ten goede komt aan de bedrijfsvoering op het depot. Algemene behoefte aan bedrijventerrein In de Prognose bedrijventerreinen Zeeland (2020) is de kwantitatieve en kwalitatieve verhouding tussen vraag en aanbod in de provincie Zeeland in beeld gebracht. De vraag is of het aantal hectares dat nog uitgeefbaar is, voldoende is om in de uitbreidingsvraag te voorzien. De uitbreidingsvraag wordt bepaald op basis van de scenario's hoog en laag van de studie Welvaart en Leefomgeving (WLO), opgesteld door het CPB en BPL (2015). Het scenario Hoog combineert een relatief hoge bevolkingsgroei met een hoge economische groei van 2% per jaar. Het scenario Laag combineert een beperkte demografische ontwikkeling met een gematigde economische groei van ongeveer 1% per jaar. Het verschil tussen de scenario's geeft een realistische en onderscheidende bandbreedte voor de toekomstige ontwikkeling van de ruimtevraag naar bedrijventerreinen in (de regio's van) Zeeland. Het is wenselijk om deze bandbreedte te hanteren in de regionale bedrijventerreinenprogrammering.

Het kiezen voor een van de scenario's heeft namelijk als risico dat de ruimtevraag wordt over- of onderschat. Immers, de werkelijke ontwikkeling van de ruimtevraag zal van jaar tot jaar fluctueren, afhankelijk van de conjunctuur. Landelijke ervaringscijfers laten zien dat de uitgifte in de praktijk tussen het lage en hoge scenario beweegt. In de provinciale prognose wordt voor de provincie geconcludeerd dat er voorlopig voldoende planaanbod is om in de uitbreidingsvraag te voorzien. Tegenover de uitbreidingsvraag van 108 tot 207 hectare tot en met 2030 staat

23/72

een hard planaanbod van 180 hectare. In het lage scenario is er een overaanbod van 72 hectare, in het hoge scenario is er echter een tekort van 27 hectare bedrijventerrein. Ook op regionale schaal is de vraag uitgezet tegenover het aanbod (figuur 3.2). Daaruit blijkt dat voor de regio Schouwen-Duiveland het harde planaanbod de komende jaren rond het lage scenario van de uitbreidingsvraag ligt. In het scenario hoog ontstaat er een tekort. Dit betekent dat de behoefte de komende jaren zal bewegen tussen een evenwicht en een behoefte aan uitbreiding.

Figuur 3.2 Confrontatie vraag en aanbod per regio provincie Zeeland

24/72

Figuur 3.3 Confrontatie vraag en aanbod per regio provincie Zeeland Naast de kwantitatieve behoefte is in de prognose ook de kwalitatieve behoefte in beeld gebracht. Daarbij gaat het om de doelgroep van de bedrijventerreinen. Geconcludeerd wordt dat in Schouwen-Duiveland het grootste deel van het aanbod is geconcentreerd in Zierikzee (Straalweg en Business Park). Dit past vanuit aspecten als ligging, bereikbaarheid en arbeidsmarkt ook bij de regionale uitbreidingsvraag. Logistieke en industriële ruimtevraag kunnen hier prima gehuisvest worden. In de overige kernen is niet of nauwelijks aanbod beschikbaar. Mogelijk zijn kleinschalige uitbreidingen van bestaande terreinen gewenst om in de lokale uitbreidingsvraag te voorzien. Locatieafweging De locatie Langeweg 2a 2b liggen in het buitengebied van Bruinisse. Omdat met de ontwikkeling een stedelijke functie in het buitengebied wordt uitgebreid is sprake van een 'nieuwe stedelijke ontwikkeling'. Dat betekent dat in beeld gebracht moet worden waarom de ontwikkeling niet in bestaand stedelijk gebied kan plaatsvinden. Vestigingseisen Langeweg 2a De ontwikkeling betreft deels het planologisch vastleggen van het huidige en toekomstige gebruik en het realiseren van een loods (5.000 m2) op gronden die agrarisch in gebruik zijn.

Stouten Fourage is al een lange tijd op deze locatie gevestigd, en heeft ook een functionele link met het agrarisch gebied. De volgende uitgangspunten zijn van belang bij een (nieuwe) vestigingslocatie. Het zoekgebied is de gemeente Schouwen-Duiveland. Mogelijkheid om de bedrijfsactiviteitenop één locatie te realiseren. Een splitsing van de bedrijfsactiviteiten is om bedrijfseconomische redenen niet haalbaar. Een minimale omvang van 33.925 m2 netto oppervlak aan bedrijventerrein. Het terrein moet geschikt zijn voor de specifieke bedrijfsactiviteiten, zoals toegelicht in paragraaf 2.1 en 2.2. De locatie moet goed bereikbaar zijn voor grote voertuigen. Vestigingseisen Langeweg 2b Ook het Loonbedrijf Van der Maas B.V. is al een aantal jaren gevestigd aan de Langeweg 2b. Met de ontwikkeling wordt het bestaande en toekomstige gebruik planologisch vastgelegd. De omvang zal niet gewijzigd worden. Daarnaast is er een loods met kantoorruimte beoogd. Bebouwing is nu nog niet aanwezig op de locatie. Bij het zoeken naar een nieuwe locatie binnen bestaand stedelijk gebied zijn de volgende vestigingseisen van belang. Het zoekgebied is de gemeente Schouwen-Duiveland. Een minimale omvang van33.164 m2 netto oppervlak aan bedrijventerrein. Het terrein moet geschikt zijn voor de bedrijfsactiviteiten.

Dit bestaat voornamelijk uit opslag van goederen, maar moet ook geschikt zijn voor zwaardere activiteiten, zoals schredderen, zeven van groenafval en grond en puinbreken. Daarnaast moet ook groot materieel opgeslagen kunnen worden. De locatie moet goed bereikbaar zijn voor grote voertuigen. Beschikbaar bestaand aanbod Via Funda in Business is het aanbod aan bedrijfshallen, bouwgrond en verhard buitenterrein in de gemeente Schouwen-Duiveland geïnventariseerd. In de gemeente wordt geen bouwgrond en verhard buitenterrein aangeboden. Wel worden er 10 bedrijfshallen aangeboden (figuur 3.5). De omvang van de locatie is het

25/72

belangrijkste criterium. Het meeste aanbod is te vinden in Zierikzee (8), daarnaast worden 2 panden in Burgh-Haamstede aangeboden. Het grootst aangeboden bedrijfspand heeft een omvang van 457 m2. De rest van de aangeboden locaties zijn allemaal kleiner dan 400 m2. Deze locatie zijn niet van voldoende omvang voor vestiging van de bedrijven.

Figuur 3.5 Aanbod 'bedrijfshallen' Schouwen-Duiveland (bron: Funda in Business, dd. 20-05-2022) De gemeente Schouwen-Duiveland heeft de volgende bedrijventerrein. Buinisse-Zuid: dit is een grootschalig bedrijventerrein met een omvang van 14,8 hectare (Bedrijventerreinprogramma Schouwen-Duiveland, 2017). Via de website van de gemeente is te zien dat er geen uitgeefbare kavels meer beschikbaar zijn. Gouwepoort in Zierikzee: het bedrijventerrein Gouwepoort heeft 3 kavels van elk circa 4.000 m2 beschikbaar. Deze omvang is niet voldoende voor zowel Stouten als Van der Maas. Ook de activiteiten van de twee bedrijven functie is niet passend bij de toegestane bedrijfsactiviteiten (maximaal milieucategorie 2.1). Businesspark Zierikzee: zijn ook nog twee kavels beschikbaar. Deze (totaal circa 7.000 m2) zijn ook te klein, en zijn daarnaast speciaal bedoeld voor bedrijven met een kantoorfunctie. Straalweg zijn momenteel nog twee kavels beschikbaar. Deze zijn echter ook te klein (circa 1.000 en 4.000 m2). Op basis van voorgaande inventarisatie wordt geconcludeerd dat binnen het bestaand stedelijk gebied op basis van de vestigingseisen geen geschikte locaties beschikbaar zijn. Beschikbaar toekomstig aanbod Op dit moment is een visie voor de Zuidoostflank van Zierikzee in ontwikkeling (zie paragraaf 3.4.3).

In de concept visie wordt rekening gehouden met uitbreiding van bedrijfsgronden aan de Straalweg in Zierikzee. De verwachting is dat de gebiedsvisie in april 2023 wordt vastgesteld. Op dat moment zijn de actuele contouren

26/72

bekend van het bedrijventerreinprogramme voor de komende 30 tot 50 jaar. Op dit moment is niet duidelijk voor welke doelgroep de bedrijfsgronden zijn en op welke termijn de gronden beschikbaar komen, er zal uiteindelijk eerst een planologische-procedure moeten worden doorlopen om dit mogelijk te maken. Gezien de huidige onzekerheid en de specifieke vestigingseisen, is het niet realistisch dat de bedrijven op korte termijn hier naartoe kunnen verhuizen Conclusie Aan de Langeweg 2a en 2b wordt de planologische situatie van de bedrijfsactiviteiten van Stouten Fourage en Loonbedrijf Van der Maas B.V. in overeenstemming gebracht met het huidige daadwerkelijke gebruik en toekomstig gebruik. Daarnaast zal op de locatie Langweg 2a een extra loods worden gerealiseerd en op de locatie Langweg 2b een loods met kantoorruimte. Daarnaast wordt voorzien in een landschappelijke afronding. De behoefte aan de ontwikkelingen is tweeledig; een bedrijfsspecifieke behoefte en de algemene behoefte aan bedrijventerreinen in Schouwen Duiveland. Om in te kunnen spelen op de ontwikkelingen in de (agrarische) sector is het voor beide bedrijven noodzakelijk dat deze ontwikkeling mogelijk wordt gemaakt. Allereerst is vastleggen van het huidige gebruik nodig om de huidige activiteiten te kunnen blijven uitvoeren.

Daarnaast zijn de toekomstige activiteiten en de beoogde nieuwbouw nodig om te kunnen voldoen aan de groeiende markt, en hogere eisen ten aanzien van opslag. De ontwikkeling maakt daarmee een duurzame bedrijfsvoering en functioneren mogelijk. Binnen de gemeente Schouwen-Duiveland is er sprake van een krappe markt ten aanzien van bedrijventerreinen. De vraag is in het lage scenario ongeveer even groot als het aanbod, maar bij een groei volgens het hoge scenario zal het aanbod niet voldoende zijn. Dit betekent dat er de komende periode behoefte is aan uitbreiding van bedrijfslocaties. Het huisvesten van de twee bedrijven op een bedrijventerrein binnen de gemeente leidt tot een extra ruimtevraag naar nieuw bedrijventerrein. Binnen het bestaand stedelijk gebied zijn gelet op de kavelomvang geen mogelijkheden om de bedrijven te huisvesten. De toekomstige mogelijkheden zijn nog in een zodanig pril stadium dat hierop wachten niet realistisch is voor beide bedrijven. Daarnaast betekent dit ook dat er nog langer sprake is van bedrijfsmatige activiteiten die niet volledeig planologisch zijn toegestaan. Dit betekent dat de ontwikkeling moet plaatsvinden buiten het bestaand stedelijk gebied. De huidige locaties hebben overwegend al een bedrijfsfunctie, en zijn geschikt voor de bedrijfsactiviteiten die plaats (zullen) vinden.

Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling voldoet aan de uitgangspunten van de ladder voor duurzame verstedelijking. Er is sprake van zorgvuldig ruimtegebruik.

3.3

Provinciaal en regionaal beleid

3.3.1 Zeeuwse Omgevingsvisie Toetsingskader Algemeen

27/72

De Zeeuwse Omgevingsvisie is een strategische langetermijnvisie voor Zeeland en beschrijft de uitdagingen voor de periode tot 2050, de Zeeuwse ambities voor 2050 en tussendoelen voor 2030. De Zeeuwse Omgevingsvisie beschrijft vier Zeeuwse Ambities voor 2050: 1. uitstekend wonen, werken en leven in Zeeland; 2. balans in de grote wateren en het landelijk gebied; 3. een duurzame en innovatieve economie; 4. klimaatbestendig en CO2-neutraal Zeeland. Het beleid van de Zeeuwse is op hoofdlijnen meegenomen in de Zeeuwse Omgevingsvisie. Bedrijvigheid Het merendeel van het Zeeuwse Bedrijfsleven behoort tot het midden- en kleinbedrijf en is belangrijk voor de werkgelegenheid. Goede werk- en bedrijfslocaties zijn nodig om economische ontwikkeling te faciliteren. Er wordt gestreefd naar een concentratie op bedrijventerreinen, met name op grootschalige terreinen. Bestaande kleinschalige bedrijventerreinen hebben onder voorwaarden de mogelijkheid om eenmalig beperkt te worden afgerond. Een verdere toename van kleinschalige bedrijventerreinen is ongewenst. Natuur De volgende hoofdambities zijn van toepassing voor het aspect natuur: verbeteren van biodiversiteit; versterken van de maatschappelijke betrokkenheid bij natuur; versterken van de verbinding tussen natuur en economie.

Circulaire economie Doel is het sluiten van kringlopen op (bij voorkeur) regionale schaal in combinatie met het behoud van waarde van materialen en het stimuleren van circulatriteit in de keten. De aanpak is gericht op drie speerpunten: het ontwikkelen van circulaire verdienmodellen; omschakelen naar (biobased) brandstoffen; hergebruik van grondstoffen. Klimaatbestendig Doel is dat Zeeland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust is. Concreet betekent dit dat dat hittestress, wateroverlast, droogte en overstromingen zoveel mogelijk worden beperkt. Duurzaamheid De provincie Zeeland heeft duurzaamheids doelen gesteld op het vlak van duurzame energie, klimaatadaptatie en zoet water. Toetsing en conclusie Bedrijvigheid De gronden maken deel uit van een kleinschalig bedrijventerrein. Met voorliggende ontwikkeling is sprake van de afronding van dit terrein. De realisatie van een goede landschappelijke inpassing maakt hier onderdeel van

28/72

uit. Voor een onderbouwing van het programma wordt verwezen naar paragraaf 3.2.3. De ontwikkeling sluit, gezien het voorgaande, aan bij het provinciale beleid. Natuur Bij voorliggende ontwikkeling wordt de kans gegrepen om de biodiversiteit in het gebied te vergroten. Voor de ontwikkeling is een landschapsplan opgesteld in samenwerking met Stichtingslandschap Beheer Zeeland. Deze organisatie richt zich op beheer en ontwikkeling van het Zeeuwse cultuurlandschap. Door deze samenwerking is er voor de gronden een goede landschappelijke invulling ontstaan waarbij natuur en de activiteiten op beide bedrijven samengaan. Voor een verdere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 2.2. De ontwikkeling sluit, gezien het voorgaande, aan bij het provinciale beleid. Circulaire economie Bij circulariteit wordt uitgegaan van een wereld zonder afval, en worden grondstoffen steeds opnieuw gebruikt. Beiden bedrijven spelen in op circulariteit en dit is ook basis van de bedrijfsvoering. Langeweg 2a De bedrijfsactiviteiten van het bedrijf zit in de keten van de circulaire economie. Met de op- en overslag van bijvoorbeeld stelconplaten, puin etc. wordt ervoor gezorgd dat materiaal wordt hergebruikt. De uitbreiding van een extra loods zorgt ervoor dat hierop nog beter kan worden ingespeeld. Zoals in hoofdstuk 2 aangegeven streeft het bedrijf naar zo duurzaam mogelijke transporten.

Dit betekent dat er geen lege vrachtwagens heen of terug rijden. Hierbij is niet direct sprake van circulariteit maar dit heeft wel tot resultaat dat er minder grondstoffen worden gebruikt en sprake is van minder uitlaatgassen. Langeweg 2b De bedrijfsactiviteiten van het bedrijf (toegelicht in hoofdstuk 2) richt zich met uitstek op de circulaire economie en is voor de regio Zeeland hierin een belangrijke speler. Klimaatbestendig Voor de ontwikkeling is een landschapsplan opgesteld. Hierbij is rekening gehouden met de realisatie van voldoende groen ter voorkoming van hittestress. Daarnaast wordt er op beide terrein voorzien in voldoende waterberging en de natuurlijke buffering hiervan om water vast te houden. Dit voorkomt wateroverlast en daarnaast zorgt de buffer ervoor Voor een nadere toelichting hierop wordt verwezen naar paragraaf 2.3 Duurzaamheid In paragraaf 4.13 Duurzaamheid wordt nader ingegaan op deze aspecten. Geconcludeerd kan worden dat voldaan wordt aan het provinciale beleid.

3.3.2 Provinciale Omgevingsverordening 2018 Toetsingskader Een aantal onderwerpen uit het Omgevingsplan is juridisch vertaald in de Provinciale Omgevingsverordening 2018. Er zijn algemene regels opgenomen die betrekking (kunnen) hebben op zowel het buitengebied als het

29/72

bestaande stedelijke gebied. Van gemeenten wordt een bijdrage verwacht aan de uitvoering van de beleidsdoelen. Verder streeft de provincie naar de realisering van beleidsdoelen met de inzet van andere instrumenten. Daartoe wordt verwezen naar de inhoud van het Omgevingsplan. Bedrijven (artikel 2.3) Artikel 2.3 geeft aan dat bedrijventerreinen alleen zijn toegelaten op gronden die op het tijdstip van inwerkingtreding van de verordening daartoe zijn bestemd. Er zijn hier enkele uitzonderingen op, waaronder functioneel aan het buitegebied gebonden bedrijvigheid en de vestiging van nieuwe economische dragers bij agrarische bedrijven. Op kaart 2 bij de verordening zijn de grootschalige bedrijventerreinen aangegeven. Deze is gebaseerd op de door de regio's opgestelde bedrijventerreinprogramma's. Het betreft terreinen met een zekere ontwikkelingspotentie gezien de ligging, de ontsluiting en het economisch belang. Bij de uitbreiding van een kleinschaligbedrijventerrein is uitbreiding niet toegestaan, tenzij sprake is van een eenmalige beperkte afronding met ten hoogste 20% of 0,5 hectare waarbij de ruimtelijke kwaliteit aantoonbaar verbetert. De uitbreiding betreft een netto uitbreiding. Onder een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit wordt niet verstaan het verwezenlijken van de gebruikelijke strook landschappelijke inpassing.

Die maakt deel uit van de reguliere eisen die aan een dergelijke ontwikkeling wordt gesteld. Gedacht moet worden aan: een aanzienlijke verbetering van de openbare ruimte/de inrichting of de ontsluiting van het terrein of de directe omgeving ervan, het oplossen van hinder door geur, trilling, geluid, stof, het oplossen van knelpunten op het gebied van externe veiligheid etcetera. Daarnaast is extra uitbreiding mogelijk bij een kleinschalig bedrijventerrein indien aannemelijk is gemaakt dat naast het verbeteren van de ruimtelijke kwaliteit en de sanering en voorkomen van heroprichting van bedrijven elders in de provincie Zeeland, met ten minste een gelijke oppervlakte, voor zover deze meer bedraagt dan 20% of 0,5 hectare. Als er dus sprake is van een win-win situatie. Toetsing Lid 1: In het eerste lid is tot uitdrukking gebracht dat de ontwikkeling (vestiging en uitbreiding) van bedrijvigheid in beginsel moet plaatsvinden op daartoe bestemde locaties. Hiermee wordt onder andere bedoeld de geldende bedrijfsmatige bestemming in het vigerende bestemmingsplan. De locaties aan de Langeweg 2a en b zijn in het vigerende bestemmingsplan bestemd als bedrijf. Lid 2: In het tweede lid is bepaald dat het eerste lid niet van toepassing is op: a. grondstoffenwinning; b. olie- en gaswinning; c. waterwinning; d. afvalstort; e. nutsvoorzieningen; f. horeca- en recreatiebedrijven;

30/72

g. agrarische bedrijven, de vestiging van nieuwe economische dragers, de mogelijkheden voor niet-agrarische activiteiten in het landelijk gebied en energieopwekking als bedoeld in bijlage A alsmede overige krachtens deze verordening toegelaten bedrijvigheid; h. overige functioneel aan het buitengebied gebonden bedrijvigheid; i. solitaire bedrijvigheid binnen bestaand stedelijk gebied. De locaties aan de Langeweg 2a en b worden beide gezien als een 'overig functioneel aan het buitengebied gebonden bedrijf'. Voor de fouragehandel aan de Langeweg 2a is dit evident. Maar ook het op- en overslagbedrijf aan Langeweg 2b is dat. Hier wordt immers groenafval verwerkt, en producten opgeslagen ten behoeve van dijkverzwaringsprojecten. Beide locaties zijn daarom uitgezonderd van lid 1. Lid 3: In het derde lid is bepaald dat nieuwe bedrijventerreinen, alsmede de uitbreiding van een bedrijventerrein wordt toegelaten onder de voorwaarde dat: a. het plan bijdraagt aan of niet in strijd is met de doelstelling dat 80% van de bedrijvigheid regionaal wordt geclusterd op of aansluitend aan grootschalige bedrijventerreinen, en; b. duurzaam beheer en onderhoud van het bedrijventerrein gewaarborgd is. Het beoogde plan is niet in strijd met de doelstelling dat 80% van de bedrijvigheid regionaal wordt geclusterd op of aansluitend aan grootschalige bedrijventerreinen.

De beide percelen (Langeweg 2a en b) zijn immers opgenomen in het regionaal bedrijventerreinenprogramma Schouwen-Duivenland en door de provincie akkoord verklaard. Tevens zijn beide percelen vermeld op de BIS kaart 'Bedrijven terreinen en subsidies', zie figuur 3.6. De op de BIS kaart aangeduide omvang van het bedrijventerrein is de uitgangssituatie voor de toetsing aan de regels uit de provinciale omgevingsverordening ten aanzien van kleinschalige bedrijventerreinen. Voor een uitgebreide motivering ten aanzien van het bestaande (kleinschalige) bedrijventerrein Langeweg 2a/b wordt verwezen naar bijlage 12. Voor de locatie Langeweg 2a is geen uitbreiding voorzien dan reeds is opgenomen in het regionaal bedrijventerreinenprogramma. Deze locatie voldoet daarmee aan de voorwaarde uit lid 3. Verdere toetsing van dit initiatief aan de regels uit artikel 2.3 van omgevingsverordening is niet nodig. Alleen voor de locatie Langeweg 2a wordt in een kleine uitbreiding voorzien met ten hoogste 5.000 m2. Voor deze uitbreiding is lid 4 uit artikel 2.3 van de omgevingsverordening van toepassing. De toetsing hieraan volgt hierna.

31/72

Figuur 3.6: Uitsnede BIS kaart 'Bedrijven terreinen en subsidies', uitbreiding met rood kader aangeduid (Bron: https://kaarten.zeeland.nl/map/bedrijventerreinen) Lid 4: In het vierde lid wordt een beperkte uitbreiding van ten hoogste 20% of maximaal 0,5 hectare toegelaten, waarbij ook de ruimtelijk kwaliteit verbetert. Voor de locatie Langeweg 2a, maar in feite beide locaties, zorgen voor een verbetering van de ruimtelijke kwaliteit. Hierna wordt verbetering van de ruimtelijke kwaliteit per locatie beschreven. Locatie Langeweg 2a: Zoals in paragraaf 2.1 is aangeven is op grond van de geldende bedrijfsbestemming op deze locatie sprake van maximaal 33.925 m2 netto beschikbaar c.q. effectief te gebruiken bedrijfsterrein, waarvan in totaal maximaal 15.643 m2 mag worden bebouwd. Voor de beoogde ontwikkelingen op locatie Langeweg 2a wordt het bouwperceel met een omvang van ten hoogste 5.000 m2 uitgebreid, zie figuur 3.6. Daarnaast wordt het bedrijf landschappelijk ingepast. Locatie Langeweg 2b: Het bedijf heeft in 2008 het depot opgericht. Sindsdien zijn de bedrijfsactiviteiten verder uitgebreid op het perceel tot een oppervlakte van circa 30.164 m2. Deze ruimte was nodig in verband met een goede bedrijfsvoering en de benodigde ruimte door verleende milieutoestemmingen, zie hiervoor paragraaf 2.1.

Zoals in paragraaf 2.1 toegelicht is voor de uitvoering van de bedrijvigheid geen bebouwing gerealiseerd tot nu toe. Wel is er op dit moment een bouwperceel aanwezig op het perceel met een omvang van netto 13.431 m2 (het gehele bestemmingsvlak 'bedrijf'). In de toekomstige situatie wordt dit bouwperceel verkleind naar een omvang van netto 5.000 m2 ten behoeve van de realisatie van een loods en kantoorruimte. Tevens is de landschappelijke inpassing beoogd buiten de bedrijfsbestemming. Zoals in paragraaf 2.2 is toegelicht is er sprake van verbetering van de ruimtelijke kwaliteit op beide locaties. Naast een goede landschappelijke inpassing, en beperking van het bebouwd oppervlak op de locatie Langeweg

32/72

2b, worden met betrekking van het aspect geluid verschillende maatregelen genomen. Zie hiervoor paragraaf 4.9. Op basis van lid 4 uit artikel 2.3 van de omgevingsverordening kan het bedrijfsperceel van locatie Langeweg 2a worden uitgebreid met een omvang van ten hoogste 5.000 m2. Vervangingsvraag: Los van bovenstaande motivering onderzoekt gemeente op dit moment de ongebruikte (planologische) capaciteit op bestaande bedrijventerreinen om zodoende op een nul-saldo uit te komen voor het areaal bedrijfsterreinen binnen de gemeente. Door gemeente is aan STEC gevraagd de onbenutte bedrijfsoppervlakten in kaart te brengen. Uit een voorlopige conclusie blijkt dat circa 1,2 hectare als 'vervangingsvraag' bestempeld kan worden. Gemeente onderzoekt of zij deze 1,2 hectare kan inzetten ten behoeve van de voorgenomen uitbreiding op locatie Langeweg 2a. Echter aangezien deze uitbreiding reeds is toegestaan conform de omgevingsverordening van de provincie kan deze ook elders in de gemeente benut worden. Conclusie De ontwikkeling past binnen de doelstellingen van het provinciaal beleid ten behoeve van het afronden van een kleinschalig bedrijventerrein in het buitengebied en afname van bebouwing. Tevens is er sprake van een kwaliteitsverbetering voor de omgeving.

Het kleinschalige bedrijventerrein Langeweg 2a/b breidt uit met een omvang van maximaal 5.000 m2 ten opzichte van wat reeds is toegestaan blijkens de BIS kaart 'Bedrijven terreinen en subsidies' (figuur 3.6) en het regionaal bedrijventerreinenprogramma Schouwen-Duivenland. Hiermee wordt voldaan aan voorwaarden uit de provinciale omgevingsverordening voor bedrijven. Verder onderzoekt gemeente nog de onbenutte (planologische) capaciteit aan m2 bedrijventerrein binnen de gemeente. Eventueel kunnen onbenutte m2 ingezet worden voor de uitbreiding van de bedrijfslocatie Langeweg 2a/b in Bruinisse, maar eventueel ook voor bedrijfslocaties elders binnen de gemeente. Dit onderzoek van gemeente staat de beoogde ontwikkeling van bedrijfslocatie Langeweg 2a/b in ieder geval niet in de weg aangezien voldaan wordt aan provinciale regels voor uitbreiding van bedrijven uit artikel 2.3 van de omgevingsverordening. 3.3.3 Ontwerp Omgevingsverordening Zeeland In de Ontwerp Omgevingsverordening Zeeland (versie 21 december 2021) staan alle provinciale regels voor de fysieke leefomgeving als de Omgevingwet in werking treedt. Naar verwachting is dit 1 januari 2024. Op basis van een globale toetsing op hoofdlijnen voldoet de beoogde ontwikkeling ook aan de regels uit de Ontwerp Omgevingsverordening Zeeland.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/14360151/1