1070538 Bijlage 1 Memo beleidsmatige afwegingen met betrekking tot de herijking Nota Recreatiebeleid
Tekst van het document
Bijlage 1 – Memo beleidsmatige afwegingen met betrekking tot de herijking Nota Recreatiebeleid Inleiding Uw raad stelde op 21 juni 2023 de Samengestelde Nota Recreatiebeleid vast. Hierin is al het bestaande beleid uit zeven eerdere nota's met betrekking tot recreatie samengevoegd. Tegelijk stelde u vast dat deze nota herijkt moet worden, omdat niet al het bestaande beleid meer actueel is. Uw wensen en opmerkingen ten aanzien van het bestaande beleid heeft u per fractie kenbaar gemaakt. Daarnaast is er tijdens een werksessie op 21 september jl. verder ingegaan op de ontwikkelingen binnen toerisme en recreatie. Tijdens deze werksessie kwam het onderwerp Bed & Breakfast (B&B's) veelvuldig aan bod. Uw raad uitte de wens hier in een volgende sessie dieper op in te gaan. Daarnaast is het onderwerp minicampings actueel. Dit komt door de wijziging van provinciaal beleid die meer ruimte geeft voor kleinschalig kamperen. Op beide onderwerpen willen we ingaan tijdens een werksessie die zal plaatsvinden op 30 november aanstaande. Om u vooraf van input te voorzien omtrent de B&B's en minicampings is deze memo opgesteld. Beleidskeuzen voor B&B's en minicampings hebben consequenties voor beleidsdoelstellingen op andere beleidsterreinen. In deze memo trachten we de integrale samenhang van beleid(sdoelstellingen) en keuzen zo helder mogelijk over het voetlicht te brengen.
In deze memo komen achtereenvolgens de volgende onderwerpen aan bod: 1. 2. 3. 4.
Algemene informatie en beleid B&B’s en minicampings Beleidsuitgangspunten en doelstellingen Afwegingen Conclusie
1
1. Algemene informatie en actueel beleid B&B’s en minicampings In de Nota Recreatiebeleid hanteren we de volgende definities: Bed & Breakfast: een nevenactiviteit voor kortdurend toeristisch verblijf bij een woning in het hoofdgebouw of in een bijgebouw waar logies (maximaal 5 slaapplaatsen) en ontbijt worden aangeboden. Deze gebouwen moeten voldoen aan de juiste wet- en regelgeving en alle veiligheidseisen. Consumenten die in hun woning een B&B starten moeten dit melden bij de gemeente. Op dit moment hebben zo'n 140 B&B's zich bij de gemeente gemeld. Of dit aantal compleet is, is niet bekend. Vanaf 1 januari 2024 geldt een registratieplicht voor toeristische verhuur van woonruimten, wat een beter beeld van de aantallen moet opleveren. In theorie mag in iedere woning een B&B worden gestart met maximaal vijf slaapplaatsen. Schouwen-Duiveland telt circa 15.000 woningen. Pension: een bedrijf dat tot hoofddoel heeft het verstrekken van logies met maximaal 25 slaapplaatsen, met als nevenactiviteit het verstrekken van maaltijden en/of dranken aan logerende gasten. In de kamers bevinden zich geen (volwaardige) keukens. In de Nota Recreatiebeleid is vastgelegd dat nieuwvestiging van hotels en pensions niet is toegestaan.
Het is echter wel mogelijk om vanuit een B&B door te groeien naar een pension of een pension te starten als Nieuw Economische Drager (NED) bij een agrarisch bedrijf of ‘voormalig agrarisch bedrijf’ (Wvab) in het buitengebied. In de Horecavisie staat vermeld dat nieuwvestiging van horeca is uitgesloten. Niet-regulier kampeerterrein: een minicamping of kleinschalig kampeerterrein bij een (voormalig) agrarisch bedrijf of een permanent bewoonde (dienst)woning in het buitengebied met verblijfsrecreatie als neventak, waarbij minder intensief op het terrein wordt gerecreëerd en maximaal 25 standplaatsen mogen worden geëxploiteerd, waarvan maximaal 5 permanent. In het huidige beleid wordt uitgegaan van een verdeling van minicampings (niet-reguliere kampeerterreinen) ten noorden en ten zuiden van de Delingsdijk. Ten noorden mag het maximum aantal minicampings ten hoogste 60 bedragen en ten zuiden maximaal 70 (totaal 130). Op dit moment telt Schouwen-Duiveland 106 (planologisch toegestane) minicampings, daarnaast zijn er nog 24 vergunningen voor nieuwe minicampings beschikbaar, waarvan er momenteel 5 zijn aangevraagd of in procedure zijn. Van de 106 minicampings worden er 18 op dit moment niet geëxploiteerd (op basis van de gegevens van de belastingsamenwerking).
Tussen 2018 en 2022 is het aantal overnachtingen op minicampings redelijk stabiel, gemiddeld rond de 281.000 per jaar, zo'n 6% van het totaal. Minicampings zijn open van 15 maart tot 15 november. In de periode mei-september is de gemiddelde bezetting ca. 32%. Een klein aantal minicampings is in de winterperiode geopend, dit als gevolg van de pilot winterkamperen. De afgelopen jaren heeft het recreatiebeleid specifiek gericht op minicampings een aantal wijzigingen ondergaan. In november 2021 heeft uw raad het amendement “Productdifferentiatie Recreatie en deregulering Recreatief beleid” aangenomen (zie bijlage 1). Dit amendement ziet onder andere toe op het dereguleren van de voorwaarden die van toepassing zijn op minicampings. Bij dit amendement is een bijlage vastgesteld waarin een opsomming is gemaakt van de voorwaarden die beleidsmatig het nieuwe uitgangspunt zijn en voorwaarden die komen te vervallen.
2
Op 6 juli 2023 is de geactualiseerde Omgevingsverordening Zeeland 2018 in werking getreden. Op basis van deze verordening wordt conform art. 2.14 Kleinschalig kamperen de mogelijkheid geboden om op kleinschalige kampeerterreinen ten hoogste 35 kampeermiddelen toe te staan, waarvan ten hoogste 20% met een maximum van 5 kampeermiddelen permanent zijn toegestaan.
2. Beleidsuitgangspunten en doelstellingen 2.1 Recreatie Het beleid voor toerisme en recreatie is vastgelegd in de Nota Recreatiebeleid (2023) en in de Agenda Toerisme (2018-2026). Beide zijn gebaseerd op de uitgangspunten van de Zeeuwse Kustvisie (2017). Het Ontwikkelkader uit de Zeeuwse Kustvisie geldt op Schouwen-Duiveland voor het héle eiland (dus niet alleen in de kustregio). Dit kader heeft als doel te komen tot een eenduidig Zeeuws kwaliteitsniveau in verblijfsrecreatieve gebieden. De uitgangspunten van het Ontwikkelkader, zoals vermeld in de Nota Recreatiebeleid en de Agenda Toerisme vindt u in Bijlage 2. In de Agenda Toerisme staat de visie op toerisme en recreatie beschreven. Dit is een gezamenlijke visie van ondernemers, cultuur- en natuurorganisaties, gemeente en andere stakeholders. De Agenda Toerisme staat voor de verbetering van de kwaliteit van het toeristisch product op ons eiland. Hierin zijn strategische keuzes gemaakt, waarvan blijvende aandacht voor jaarrond toeristisch product; toename bestedingen; ruimte voor kwaliteit, innovatie, verduurzaming en goed ondernemerschap raakvlakken hebben met de opgaven rond B&B's en minicampings. De focus in de Agenda Toerisme ligt op kwaliteit in plaats van kwantiteit.
Jaarrond toerisme brengt een betere bezetting van het bestaande aanbod met zich mee en daardoor een beter perspectief voor personeel in deze sector (jaarcontracten in plaats van seizoenswerk). Jaarrond toerisme heeft ook een positieve werking op andere sectoren, zoals horeca, winkeliers, musea en andere activiteiten. Belangrijk daarbij is dat we goed zicht hebben en blijven houden op de wensen en behoeften van onze gasten, maar we mogen ook de loyaliteit tussen inwoners en gasten niet uit het oog verliezen. Daarnaast staan zaken als natuur, natuurbeleving, persoonlijke sfeer, authenticiteit, voldoende parkeergelegenheid en een veilige doorstroming van het verkeer centraal in de Agenda Toerisme. Binnen het Platform Toerisme wordt door alle stakeholders samengewerkt aan deze doelen. Deze samenwerking komt ook voort uit een van de strategische keuzes.
2.2 Wonen Het huidige woonbeleid is vastgesteld in de Woonvisie 2018-2027 en de Structuurvisie Wonen 20232032. Het doel van de Woonvisie “we wonen prettig, naar wens en behoefte” staat nog steeds centraal in het gemeentelijk woonbeleid. Door de toegenomen druk op de woningmarkt wordt het voor steeds meer mensen moeilijker om beschikbare en betaalbare woonruimte te vinden. Een belangrijk doel is om meer woonruimte beschikbaar te krijgen voor (lokale) inwoners. Daarvoor heeft uw raad een raadsbrede motie “Voorkomen verdringing (jonge) inwoners op de woningmarkt” aangenomen op 27 mei 2021. Als 3
gevolg hiervan is op 25 augustus 2021 het adviesrapport “Voorkomen van verdringing” opgeleverd met maatregelen en instrumenten om de druk op de woningmarkt te beperken. Inmiddels zijn er verschillende beleidsinstrumenten ter voorkoming van verdringing op de woningmarkt door uw raad vastgesteld. Met het doel de leefbaarheid in de kernen te bevorderen en het verminderen van schaarste aan (betaalbare) woonruimten heeft uw raad in januari 2023 de geactualiseerde Huisvestingsverordening 2023-2027 vastgesteld met daarin stringentere instrumenten om onttrekking van woningen aan de woningvoorraad te beperken en derhalve meer woningen beschikbaar te houden voor (lokale) inwoners. Vooral voor het reguleren van (toeristische) verhuur van woningen heeft uw raad extra instrumentarium opgenomen in de Huisvestingsverordening, zoals de Registratieplicht voor toeristische verhuur van woonruimte en de Opkoopbescherming van woonruimte. Ondanks de stringentere maatregelen op het gebied van toeristische verhuur van woonruimte is het wel mogelijk om, onder voorwaarden, een B&B in de eigen woning aan te bieden.
2.3 Landelijk gebied Het landelijk gebied van Schouwen-Duiveland is voor verschillende sectoren, zoals landbouw, natuur en recreatie van groot belang. We zien echter dat er steeds meer druk op ons landelijk gebied af komt door alle opgaven die hier samen komen, zoals stikstof, natuur, water en klimaat. In het Nationaal Programma Landelijk Gebied (NPLG) komen deze verschillende doelen samen in het gebiedsprogramma. In het kader van de verschillende opgaven wordt het landelijk gebied dus steeds multifunctioneler met als gevolg een groter beslag op de beschikbare ruimte. Landbouw en recreatie zijn voor onze gemeente functies van grote economische en ruimtelijke betekenis. Tegelijkertijd staan beide sectoren in bepaalde mate onder druk (afname aantal agrarische bedrijven en toename druk op de recreatiemarkt). Enerzijds willen we grondgebonden landbouw zoveel mogelijk de ruimte geven, omdat deze bedrijfsvoering in belangrijke mate het agrarisch landschap bepaald. Anderzijds zien we dat het aantal agrarische bedrijven afneemt of de bedrijfsvoering wordt verbreed. Door de huidige mogelijkheden om nevenfuncties of vervolgfuncties aan (voormalige) agrarische bedrijven toe te voegen in het kader van Nieuwe Economische Dragers (NED’s), zien we dat landbouw en recreatie steeds meer samen komen.
Door het toevoegen van (verblijfs)recreatieve functies, zoals minicampings, neemt de toeristische sector ook steeds meer ruimte in beslag in het landelijk gebied. Nieuwe functies op (voormalige) agrarische bedrijven kunnen echter ook belemmeringen vormen voor omliggende grondgebonden agrarische bedrijven.
4
2.4 Milieu In het gemeentelijk milieubeleid zeggen we niet specifiek iets over minicampings en B&B’s. Het gaat hierbij vooral om rechtspraak, bestemmingsplanregels en wettelijke normen. Hieronder zetten we de belangrijkste regels op een rijtje. •
Goede ruimtelijke ordening (richtafstanden)
In het kader van een goede ruimtelijke ordening (onder de Omgevingswet: evenwichtige toedeling van functies aan locaties) moet sprake zijn van een goed woon- en leefklimaat. Door het aanbrengen van een zone tussen bedrijvigheid en milieugevoelige functies kan enerzijds de overlast ten gevolge van bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden worden en anderzijds wordt voorkomen dat bedrijven worden belemmerd in hun bedrijfsvoering. Omdat een B&B een nevenfunctie is bij een woning, wordt ze in het kader van een goede ruimtelijke ordening beschermd als onderdeel van de woonbestemming. •
Spuitzone (rechtspraak)
Een spuitzone valt niet onder gemeentelijk beleid, maar komt voort uit rechtspraak. In een ruimtelijke onderbouwing moet rekening worden gehouden met een spuitzone als: -
het plan ziet op agrarische percelen; naast het plangebied agrarische percelen zijn gelegen.
Voor een spuitzone bestaat geen wettelijke norm. Op basis van jurisprudentie wordt ervan uitgegaan dat bij een afstand van 50 meter tussen fruitteelt en een gevoelige functie, zoals een minicamping, een goed woon- en leefklimaat is gewaarborgd. Als deze afstand niet gehaald wordt, is locatieonderzoek nodig. Voor fruitteelt hebben wij als gemeente in verschillende bestemmingsplannen de regel van 50 meter opgenomen. •
Bestemmingsplanregels
In het bestemmingsplan Buitengebied en Kop van Schouwen is voor de uitbreiding van het aantal standplaatsen van een minicamping het volgende opgenomen wat betreft zonering. In principe is hiermee geborgd dat altijd sprake is van een goed woon- en leefklimaat: -
-
-
De afstand tussen de minicamping en de meest nabij gelegen woning van derden bedraagt ten minste 50 meter; De afstand tussen de minicamping en de meest nabij gelegen gronden met de bestemming Natuur of de bestemming Water met de aanduiding 'deltawater' bedraagt ten minste 100 meter; De wijziging wordt niet toegepast als de afstand van de nieuwe standplaatsen tot de as van de weg per wegvak zoals aangegeven op plankaart 17 minder bedraagt dan de in artikel 28.6.1 in de kolom minicampings aangegeven afstand, tenzij de bestaande afstand van de minicamping tot de as van de weg per wegvak zoals aangegeven op plankaart 17 kleiner is dan de in artikel 28.6.1 in de kolom minicampings aangegeven afstand en de afstand van standplaatsen tot de as van de weg door de wijzing niet wordt verkleind. (deze regel staat alleen in bestemmingsplan Buitengebied); Wijziging leidt niet tot onevenredige aantasting van gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden van naastgelegen percelen;
5
-
Fruitteelt ter plaatse van gronden die zijn gelegen binnen een afstand van 50 meter van woningen van derden, of terreinen bestemd voor verblijfsrecreatie (minicampings daaronder inbegrepen) is niet toegestaan.
•
Stikstof (wettelijke normen)
Stikstof is geen gemeentelijk beleid, maar is verankerd in Europese wetgeving en de Wet natuurbescherming. Een stikstofberekening berekent de uitstoot van stikstof als gevolg van een plan of project. Als er door een plan of project stikstofdepositie is op (bijna) overbelaste natuur, dan kunnen negatieve effecten niet op voorhand worden uitgesloten. Dan kan het plan of project niet zonder meer doorgang vinden. Op grond van artikel 2.7 lid 2 van de Wet natuurbescherming is het verboden om zonder vergunning projecten of andere handelingen uit te voeren die, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen, de kwaliteit van de natuurlijke habitats en de habitats van soorten in een Natura 2000-gebied kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor het gebied is aangewezen.
3. Afwegingen 3.1 Regulier versus niet-regulier Het ontwikkelkader zoals hierboven beschreven is van toepassing op alle reguliere bedrijven in de verblijfsrecreatie zoals genoemd in de Nota Recreatiebeleid. Het Ontwikkelkader is niet van toepassing op niet-reguliere bedrijven (zoals minicampings) en B&B's. Voor reguliere bedrijven is recreatie een hoofdactiviteit. Als deze bedrijven willen ontwikkelen, dan zijn zij gehouden aan de voorwaarden van het ontwikkelkader en de bijbehorende duurzaamheidsstaffel. Het beleid is gericht op kwaliteitsverbetering en heeft er onder meer toe geleid dat in de afgelopen jaren het aantal slaapplaatsen in onze gemeente is gedaald. Dit is een gewenst effect, maar zorgt er wel voor dat reguliere bedrijven - om dezelfde omzet te kunnen behalen - óf een betere bezetting door het jaar moeten behalen óf de prijzen moeten verhogen. Voor niet-reguliere bedrijven (minicampings) en eigenaren van B&B's is recreatie een nevenactiviteit en is het ontwikkelkader niet van toepassing. Groei van het aantal slaapplaatsen past dus niet binnen het beleid voor de reguliere sector, maar is wel mogelijk bij B&B's en bij minicampings (op basis van de Provinciale Omgevingsverordening). Ook hoeven B&B's en minicampings niet aan dezelfde kwaliteits- en duurzaamheidseisen als de reguliere sector te voldoen.
Dit verschil kan ertoe leiden dat we enerzijds streven naar minder bedden en meer kwaliteit en anderzijds de groei van bedden toelaten, terwijl we aan minicampings en B&B's geen kwaliteitseisen meegeven. Ook kan het leiden tot oneerlijke concurrentie tussen de reguliere recreatiesector en de niet-reguliere aanbieders.
6
3.2 Draagvlak voor toerisme onder de inwoners Meer loyaliteit tussen inwoners en gasten is een van de uitgangspunten van de Agenda Toerisme. Uit onderzoek van het Kenniscentrum (bijlage 3) naar het draagvlak voor toerisme onder de inwoners is gebleken dat de balans nagenoeg 50-50 is. Inwoners maken zich in toenemende mate zorgen over de drukte in met name het hoogseizoen en in de Kop van Schouwen. Een toename van het aantal slaapplaatsen zal in eerste instantie leiden tot meer drukte in het hoogseizoen en in de Kop van Schouwen, omdat de vraag het grootst is in het hoogseizoen en gasten het liefst in dit gebied verblijven. Als toeristen buiten de Kop van Schouwen verblijven, dan gaat men toch op de fiets of met de auto naar de kust. Op basis van de cijfers die het Kenniscentrum Kusttoerisme voor ons bijhoudt en de geïnde toeristenbelasting weten we precies hoeveel slaapplaatsen er zijn en hoeveel overnachtingen er plaatsvinden. Met circa 100.000 bedden en 34.000 inwoners is de verhouding inwoner-toerist in het hoogseizoen 1 op 3. Het aantal dagtoeristen is onbekend, maar we kunnen wel aannemen dat ook deze bezoekers voor extra drukte zorgen, met name tijdens feestdagen en vakanties.
3.3 Onttrekking aan woningmarkt en leefbaarheid De druk op de woningmarkt is hoog. Daarom willen we bestaande woonruimten graag behouden voor (lokale) inwoners. Hiervoor hebben we onder andere deeltijd wonen gereguleerd in onze huisvestingsverordening, zodat woningen niet of minder onttrokken worden aan de woningmarkt. De onttrekking van woningen aan de woningmarkt wordt niet alleen veroorzaakt door deeltijd wonen, maar ook in het geval van het aanbieden van een Bed en Breakfast (B&B) in woningen. Uit recente jurisprudentie1 en vaste rechtspraak2 blijkt dat in het geval van het exploiteren van een B&B er ook sprake is van (gedeeltelijke) onttrekking van een woning (in de zin van de Huisvestingswet). Tijdens de verhuur van het desbetreffende deel van de woning aan toeristen is dat deel van de woning immers niet beschikbaar voor duurzame bewoning en is de woning dus gedeeltelijk aan de woonruimtevoorraad onttrokken. Uit eerdergenoemde jurisprudentie blijkt ook dat toeristische verhuur, waaronder het exploiteren van een B&B, een negatieve impact op de leefbaarheid heeft. Een enkele B&B heeft wellicht geen negatieve invloed op de leefbaarheid van een betreffende straat of wijk, maar dit neemt niet weg dat een ongebreidelde groei van B&B’s in de gemeente wel degelijk van invloed is op de leefbaarheid in de gemeente.
Daarbij zorgt het voor een prijsopdrijvend effect van woningen, waardoor woningen nog schaarser worden dan ze al zijn. Zolang de woonfunctie van een huis de primaire functie blijft, wordt de leefbaarheid minder aangetast. Dit kan worden geborgd door een maximale oppervlakte-eis aan een B&B te stellen. Daarnaast kan er gewerkt worden met een vergunningstelsel voor B&B’s en hier een beperking aan het aantal uit te geven vergunningen te koppelen (bijv. per wijk). Voor de onderbouwing van de Huisvestingsverordening 2023-2027 is een schaarste- en een leefbaarheidsonderzoek uitgevoerd door STEC Groep. Hieruit blijkt dat binnen onze gemeente de toeristische verhuur van woonruimte de afgelopen jaren aanzienlijk is gegroeid, dankzij digitale platforms zoals Airbnb, HouseTrip en HomeAway. Dit heeft het toerisme een boost gegeven, maar
1
ECLI:NL:RBAMS:2022:3543 Zie de uitspraken van de Afdeling van 15 mei 2019, ECLI:NL:RVS:2019:1562, r.o. 4.3, en van 22 april 2020, ECLI:NL:RVS:2020:1103 r.o. 4.1. 2
7
het heeft ook negatieve gevolgen gehad voor de (al) krappe woningmarkt en de leefbaarheid van buurten. Uit het onderzoek van Kenniscentrum Kusttoerisme blijkt dat de negatieve effecten van toerisme sterker worden ervaren in Schouwen-Duiveland ten opzichte van andere Zeeuwse gemeenten. Met name verkeersproblematiek, zwerfafval, drukte en wrijving tussen toeristen en inwoners wordt als sterk negatief ervaren. Toeristische druk(te) in de gemeente Schouwen-Duiveland heeft met name een negatief effect op beschikbaarheid van woningen (76%) en de leefbaarheid van kernen (76%), zo is de ervaring van de inwoners van de gemeente.
3.4 Tweede woning versus B&B We krijgen verschillende signalen van eigenaren van tweede woningen die vanwege verhoogde woonlasten en belastingen op zoek zijn naar een extra inkomstenbron om hun tweede woning te financieren. Hierdoor wordt gevraagd naar de mogelijkheden om een tweede woning toeristisch te verhuren. Tweede woningen hebben de bestemming Wonen en daardoor is het niet toegestaan de woning toeristisch te verhuren. Een andere mogelijkheid waarnaar gevraagd wordt, is het exploiteren van een B&B in een tweede woning. Dit kan alleen als de B&B geëxploiteerd wordt door de hoofdbewoner van de woning (en dus niet door personen die elders wonen of door organisaties). Indien ook anderen, bij afwezigheid van de eigenaar of bewoner, de B&B zouden mogen exploiteren, gaat het verschil tussen vakantieverhuur (waarvoor strengere regels gelden) en B&B’s verloren.
3.5 Grootschalig versus kleinschalig Zoals aangegeven kunnen er niet-agrarische activiteiten worden toegevoegd op (voormalig) agrarische bedrijven in het kader van NED’s. NED's worden in de bestemmingsplannen gedefinieerd als een niet agrarische nevenactiviteit bij een agrarisch bedrijf, of een vervolgfunctie bij een voormalig agrarisch bedrijf. Een nevenactiviteit is in beginsel ondergeschikt aan de hoofdactiviteit van de bestemming. Daarnaast wordt in de bestemmingsplannen onder andere de voorwaarde van kleinschaligheid gesteld aan NED(s): de NED, of alle NED's tezamen, behorende bij een (voormalig) agrarisch bedrijf, wordt of worden uitgeoefend in een kleinschalige omvang. Om te bepalen of een ontwikkeling kleinschalig is wordt getoetst aan de volgende criteria: de oppervlakte van activiteiten, arbeidsbehoefte, ruimtelijke uitstraling, verkeersaantrekkende werking en de categorie uit de Staat van Bedrijfsactiviteiten. Door de mogelijke uitbreiding van eenheden op minicampings van 25 naar 35 is er geen sprake meer van een nevenactiviteit bij agrarische bedrijfsvoering, maar eerder van een midden- c.q. hoofdactiviteit. Hierdoor verschuift het concept van minicamping van een niet-regulier naar een regulier kampeerterrein, zonder dat hierop getoetst wordt. Dit heeft verschillende gevolgen.
Omdat het aanbod steeds dichter bij het reguliere aanbod van campings en kampeerterreinen komt te liggen, verslechtert de diversiteit van het verblijfsaanbod. Hierdoor wordt het onderscheidend product van de minicamping, met de hiertoe behorende belevingscomponent (kamperen bij de boer) minder groot. Daarnaast wijzigt de spreiding van bezoekers en gasten en komt deze mogelijk onder druk te staan. De verwachting is namelijk dat de kustzone verder zal intensiveren. Tot slot sluit de verhoging van het aantal eenheden niet aan op de doelstellingen van het huidige provinciale en gemeentelijke recreatiebeleid (met balans, spreiding, diversiteit, kwaliteit versus kwantiteit), zoals o.a. verwoord in het Toekomstbeeld Zeeland 2030.
8
3.6 Landbouw versus (kleinschalige) recreatie Het vergroten van de recreatieve gebruiksmogelijkheden van het buitengebied heeft een belangrijke economische en maatschappelijke meerwaarde. Voor de landbouw betekenen de recreatieve ontwikkelingsmogelijkheden zowel kansen als bedreigingen. Kansen in de vorm van aan het agrarisch bedrijf gekoppelde recreatiemogelijkheden, die als economische drager kunnen fungeren. Bedreigingen kunnen te maken hebben met ruimtebeslag, een toename van potentiële situaties waarin recreanten hinder kunnen ondervinden van de landbouw en overlast op landbouwpercelen. Andersom kunnen agrarisch ondernemers in hun bedrijfsactiviteiten belemmerd worden door recreatieactiviteiten. De eerdergenoemde spuitzones zijn daar een voorbeeld van. Het vergroten van de mogelijkheden voor recreatief medegebruik van natuurgebieden kan – hoezeer maatschappelijk ook gewenst – negatieve gevolgen hebben voor de natuurwaarden. Het uitbreiden van eenheden op minicampings zal verschillende gevolgen hebben voor het buitengebied. Meer plaatsen betekent meer verkeer op de weg, veelal rondom agrarische bedrijven. Dit kan leiden tot gevaarlijke drukte, mede door gecombineerd weggebruik van landbouwvoertuigen en toeristisch verkeer. Ook de riolering (e.a. nutsvoorzieningen) kent mogelijk een hogere belasting door meer eenheden.
Dit zou kunnen betekenen dat de rioolheffing in de gemeente omhoog moet als er hiervoor investeringen gedaan moeten worden. In het buitengebied gaat het veelal om drukriolering. Door de uitbreiding is er meer kans op verspreide jaarrond verstening van het landschap. Ruimtelijk is dat moeilijker inpasbaar. De vernieuwing in de landbouw heeft op ons eiland een sterke doorwerking, omdat we een hoog percentage akkerbouwbedrijven hebben. Omdat het aantal agrarische bedrijven blijft afnemen, is er ruimte voor vernieuwing in de vorm van bijvoorbeeld schaalvergroting. Hierdoor worden de agrarische bedrijven en hun grondoppervlak fysiek groter. Daarnaast zien we de ontwikkeling van waardeverhoging en ketenverlenging, waardoor agrarische bedrijven en bijbehorende bouwvlakken complexer en uitgebreider worden. Dit gaat vaak gepaard met meer werknemers en meer verkeersbewegingen op agrarische terreinen. Agrarische bedrijven verbreden hun bedrijfsvoering door het toevoegen van andere economische takken, binnen onze gemeente voornamelijk toerisme en recreatie. In het landelijk gebied zijn er anno 2023 circa 57 NED’s, waarvan 25 recreatief van aard. Verbreding stelt nieuwe eisen aan de omgeving, het landschap moet er goed uitzien en toegankelijk zijn. Dit leidt tot nieuwe inrichtingseisen. Tot slot verandert de landbouw door technologisering en robotisering.
Ook hierdoor wordt de bedrijfsvoering anders en wordt er bijvoorbeeld steeds meer 24 uur per dag in het landelijk gebied gewerkt. Deze ontwikkelingen hebben hun weerslag op de recreatiesector in het landelijk gebied.
3.7 B&B versus andere (ruimtelijke) ontwikkelingen Bij het opstellen van een bestemmingsplan (binnenkort Omgevingsplan) moet aangetoond worden dat sprake is van een goede ruimtelijke ordening en een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Planologische ruimte die geboden wordt, moet ook onderbouwd worden als uitvoerbaar. Het rechtstreeks toestaan van het gebruik van een B&B betekent dat er bij andere ontwikkelingen rekening gehouden moet worden met deze ‘reservering’ in het bestemmingsplan. Rechtstreeks toestaan betekent dat we bestemmingsplanmatig ruimte reserveren voor het gebruik van B&B’s in bijgebouwen. Ruimte waar initiatiefnemers rechten aan kunnen ontlenen en ruimte die niet meer beschikbaar is voor andere toekomstige mogelijkheden die de gemeente wil bieden, zoals nieuwe woningen en uitbreiding van horeca. Onderwerpen die in dit geval aan de orde zijn, zijn stikstof en parkeren. 9
Een extra B&B betekent extra parkeerbehoefte. Dit kan niet altijd op eigen terrein gerealiseerd worden. Daar waar dat niet kan, zal ruimte gezocht worden in de overcapaciteit van openbare parkeerplaatsen die dan niet meer voor andere doeleinden ingezet kunnen worden. Een extra B&B betekent ook extra recreatieve bedden, terwijl het uitgangspunt van de Agenda Toerisme niet is meer toeristisch aanbod, maar het verbeteren van de kwaliteit van het toeristisch product. (Waarbij het toeristisch product breder is dan alleen het verblijfsrecreatieve aanbod. Een goede mix van bijvoorbeeld voorzieningen voor dagrecreatie, een divers horeca-aanbod en voldoende parkeergelegenheid zijn ook van belang). Extra recreatieve bedden bij woningen in de vorm van een B&B hebben daardoor invloed op de ontwikkelmogelijkheden van bestaande recreatieondernemers.
3.8 Milieu -
Spuitzone/ gebruiks- en ontwikkelingsmogelijkheden andere percelen
In het Bestemmingsplan Buitengebied en Kop van Schouwen is opgenomen dat fruitteelt binnen een afstand van 50 meter van minicampings niet is toegestaan. Of de uitbreiding van minicampings agrarische bedrijven belemmert in hun bedrijfsvoering hangt af van de locatie van de extra standplaatsen. Wanneer de extra standplaatsen worden gerealiseerd buiten het bestaand oppervlak van de minicamping en de minicamping dus moet uitbreiden in oppervlakte, kunnen agrarische bedrijven beperkt worden in hun ontwikkelingsmogelijkheden. De 50 meter zone waarbinnen geen fruitteelt mag plaatsvinden schuift dan op. -
Ecologie
Bij het uitbreiden in oppervlakte ten behoeve van extra standplaatsen is ook de ecologische waarde van de locatie van belang. Afhankelijk van de locatie kan er bijvoorbeeld een schuur worden gesloopt, bomen worden gekapt of de landschappelijke inpassing worden weggehaald. Het slopen van gebouwen en het verwijderen van groen/bomen kan gevolgen hebben voor beschermde dieren plantensoorten. -
Natuurnetwerkgebied
Als een minicamping in oppervlakte gaat uitbreiden en binnen de onderzoekszone voor Natuurnetwerkgebied komt, moet worden onderzocht of het Natuurnetwerkgebied geen schadelijke effecten ervaart van de ruimtelijke ontwikkeling. -
Stikstof
Het gebruik van stikstofemissie veroorzakende installaties, zoals gasgestookte verwarmings- of kookinstallaties, openhaarden en pellet kachels, eventueel bouwverkeer en de verkeersaantrekkende werking van minicampings en B&B’s kan ervoor zorgen dat de hoeveelheid stikstof in de natuur toeneemt. Niet alleen de fysieke ruimte die nieuwe ontwikkelingen vragen is beperkt, maar ook de stikstofruimte is beperkt. Op de Kop van Schouwen en binnen enkele plekken langs de Oosterschelde en Grevelingen zijn er gebieden waar de kritische depositiewaarde bijna of al overschreden wordt. Dit is de hoeveelheid stikstofdepositie die een ecosysteem over langere tijd kan verdragen zonder dat significante schade optreedt aan dat ecosysteem. Dit betekent dat er op die plekken geen stikstofruimte meer is voor ontwikkelingen. Dat geldt in principe ook voor B&B’s en
10
minicampings. Als een ontwikkeling stikstofruimte inneemt gaat dat in theorie uiteindelijk ten koste van andere ontwikkelingen. Bij de keuze om het aantal standplaatsen op minicampings uit te breiden en B&B’s overal mogelijk te maken, zou het in theorie kunnen dat er stikstofruimte vergeven wordt aan B&B’s en minicampings op plekken waar weinig stikstofruimte is. Deze vergeven stikstofruimte kan dan niet meer worden ingezet voor andere functies, zoals bijvoorbeeld wonen. Er wordt stikstofruimte ingenomen wanneer er stikstofdepositie plaatsvindt op plekken waar nu nog stikstofruimte is. Of een minicamping of B&B stikstofruimte inneemt, is nu nog niet te zeggen en wordt pas duidelijk als een stikstofberekening wordt gemaakt. Praktisch betekent het in de uitvoering dat zonder motivering en stikstofberekening een uitbreiding van B&B’s en minicampings niet mogelijk is. Dit zal per geval beoordeeld moeten worden bij de vergunning.
4. Conclusie Uit bovenstaande is gebleken dat er vanuit verschillende beleidsvelden diverse beleidsdoelstellingen zijn geformuleerd. Ten opzichte van het huidige beleid en de mogelijke uitbreiding van minicampings en B&B’s komen enkele afwegingen naar voren. Uiteindelijk komt het erop neer dat zowel de beschikbare fysieke ruimte als de stikstofruimte beperkt zijn en er veel verschillende opgaven op ons en de ruimte af komen. Het vergeven van de ruimte aan de ene ontwikkeling, zal uiteindelijk ten koste gaan van een andere ontwikkeling. Hierdoor kunnen de opgaven en de beleidsdoelstellingen met elkaar concurreren. Dit benadrukt het feit dat er duidelijke keuzes gemaakt moeten worden in de verschillende opgaven die op ons afkomen.
11